Studie Dodenrijk etc.

Als u altijd al eens wilde weten wat er in de Bijbel staat over de hel en het dodenrijk, dan hebt u hier een studie, die daar overzicht van geeft.

Het is redelijk uitgebreid. Het zijn honderden teksten, die er over gaan met een tiental verschillende Hebreeuwse en Griekse woorden.

Het zijn plaatsen, die we niet met het blote oog kunnen zien. Je zou dit geestelijke plaatsen kunnen noemen.

Als je over dit onderwerp nadenkt komen er allerlei vragen naar voren. Zijn er verschillende woorden voor hetzelfde of gaat het om verschillende plaatsen? Wie zijn er deze plaatsen? Hoe kan het zijn dat je daar komt. En waar zijn die plaatsen, veraf of dichtbij of allebei? Op deze vragen probeert deze studie van de Bijbel antwoord te vinden.

Naast deze studie is er ook een studie over de geestelijke plaatsen, die aantrekkelijk zijn, de hemel, het paradijs, het vaderhuis en dat soort begrippen. Dit zijn dus ook geestelijke plaatsen.

Vanwege de omvang zijn het twee een aparte studies, maar ze horen natuurlijk wel bij elkaar.

Door de eeuwen heen zijn de opvattingen, die in kerken leven, nogal uiteen gaan lopen met wat er over in de Bijbel staat. Zo denkt men dat we er alleen mee te maken hebben als we sterven, maar de Bijbel schetst ook de beeld dat we er nu ook al mee te maken hebben. Daarom een interessante studie.

Wat staat er in het Oude Testament

Als het gaat om plaatsen waar we heen gaan als we zijn gestorven, dan heeft het Hebreeuws daar diverse woorden en uitdrukkingen voor. Hieronder staan ze.

Nr.Hebreeuws Soort woord StrongOpmerkingen
1.שְׁאוֹל  shĕ’owl Zelfstandig naamwoord vrouwelijkH7585Dodenrijk.
Komt 65 keer voor in 63 verzen.
KJV: grave (31x), hell (31x), pit (3x).
2.   תְּהוֹם  tĕhowm Zelfstandig naamwoord mannelijk/
vrouwelijk  
H8415Diepte, kloof. Septuagint: Abyssos. Zie tabel NT
Komt 36 keer voor in 35 verzen.
KJV: deep (20x), depth (15x), deep places (1x).
3.קֶבֶר  qeber   Zelfstandig naamwoord mannelijkH6913 Graf.
Komt 67 keer voor in 62 verzen.
KJV: grave (35x), sepulchre (25x), buryingplace (6x).
4. אֲבַדּוֹן  ‘abaddownEigennaam plaatsnaam H11Vernietiging.
Komt zes keer voor in zes verzen.
KJV: destruction (6x).
5.בּוֹר bowrZelfstandig naamwoord mannelijk H953 Put.
Komt 69 keer voor in 64 verzen.
KJV: pit (42x), cistern (4x), dungeon (11x), well (9x), dungeon (with H1004) (2x), fountain (1x)
6.גַּיְא הִנֹּם
gay’ Hinnom
Zelfstandig naamwoord (mnl/vrl) Plaatsnaam H1516 H2011Dal van Hinnom.
Komt 13 keer voor in 11 verzen.
KJV: valley of (the son of) Hinnom (13x).

De meest gebruikte woorden in het Oude Testament zijn het Hebreeuwse woord voor graf en het woord sjeool, dat nogal verschillend wordt vertaald. Sjeool vertaalde de Statenvertaling met graf of hel. Wat een verschil in betekenis! Klopt dat wel?

Zou het Hebreeuwse woord voor graf, qeber, altijd alleen de plaats zijn waar dode lichamen worden begraven? Of zou het ook nog een onzichtbare betekenis kunnen hebben. We gaan op zoek.

Het woord Hebreeuwse woord tehowm ook nog dikwijls voor. Sinds het verhaal van Jezus over de rijke man en de arme Lazarus weten we dat er een kloof is in het dodenrijk. Maar tehowm is ook het woord dat voor een natuurlijke kloof wordt gebruikt.

De meest vreselijke plek lijkt de abaddown. Van dit woord is ook een Griekse equivalent.

Het woord bowr betekent put. Dit woord kan ook zowel een fysieke als een geestelijk.

Tenslotte het dal van Hinnom, een plaats waar Jezus naar zal verwijzen als een afschuwelijke nare plek. Zie daarvoor de studie van het Nieuwe Testament.

De Grieken hadden op de sjeool en de abaddown een vergelijkbare kijk. Zij hadden daar ook woorden voor, die we dan ook tegen komen in het deel van deze studie van het Nieuwe Testament.

Sjeool graf dodenrijk of hel.

Het woord sjeool komt in 63 verzen van de Bijbel voor. En wel in 17 verschillende boeken van het Oude Testament. Het meest in het boek van de Psalmen, namelijk 15 keer. Verder 9 keer in de boeken Spreuken en Jesaja en 8 keer in het boek Job.

Het zelfstandig naamwoord komt van een werkwoord dat vragen of onderzoeken betekent. Misschien zoiets als: “Waar zou die man of vrouw gebleven zijn en hoe zou het met hem of haar gaan”. Een vraag die ons heden ten dage ook nog bezighoudt.

Door de vertalers van de diverse vertalingen wordt het woord sjeool met graf, dodenrijk of hel vertaald. De Statenvertaling vertaalde met graf of hel. De NBG vertaling heeft het woord ‘dodenrijk’ voor het eerst gebruikt. Zie ook verder op het hoofdstuk “Opmerkingen over de vertalingen”

Het verdriet van Jacob

Het woord sjeool komt vier keer in het boek Genesis voor. Alle vier keer gaat het over aartsvader Jacob en zijn verdriet over zijn verloren gewaande zoon Jozef.

Hier de eerste twee teksten.
Genesis 37:35. Al zijn zonen en dochters deden hun best om hem te troosten, maar hij wilde niet getroost worden en zei: ‘Ik zal rouw dragen totdat ik naar mijn zoon in het dodenrijk afdaal.’ Zo treurde Jakob om zijn zoon.
Genesis 42:38. Maar Jakob weigerde. ‘Mijn zoon gaat niet met jullie mee,’ zei hij, ‘want zijn broer is dood, en hij is nog maar alleen over. Als hem onderweg iets zou overkomen, dan zou ik, die al zo oud ben, door jullie schuld van verdriet in het dodenrijk komen.’

Vergelijkbare teksten over Jacob staan in Genesis 44:29 en 31. [Bij alle vier verzen: NBG dodenrijk. SV en HSV graf]

Het woord ‘sjeool’ is een andere manier om te zeggen dat hij van verdriet zal sterven.

Korach en familie levend in de sjeool

In het boek Numeri komt twee keer het woord sjeool voor, beiden bij de geschiedenis van Korach en zijn familie, die in opstand kwamen tegen het leiderschap van Mozes. Heel Numeri 16 gaat over deze geschiedenis.

Het is een indrukwekkende geschiedenis waarbij dit de ontknoping is.
Numeri 16:28-33. Mozes zei: ‘Nu zult u inzien dat het de HEER is die mij gezonden heeft om alles te doen wat ik heb gedaan, en dat het niet uit mijzelf is voortgekomen. Sterven deze mensen op de manier waarop iedereen sterft, treft hen hetzelfde lot als ieder ander, dan heeft de HEER mij niet gezonden. Maar als de HEER iets laat gebeuren dat nog nooit gebeurd is, als de aarde haar mond openspert en hen met al hun bezittingen opslokt en zij levend in het dodenrijk afdalen, dan zult u inzien dat die mannen de HEER hebben afgewezen.’ Nauwelijks was hij uitgesproken of de grond onder hun voeten spleet open, de aarde opende haar mond en slokte hen op, met hun families, alle mensen van Korach en alles wat ze bezaten. Zo daalden zij met allen die bij hen hoorden levend in het dodenrijk af. De aarde sloot zich boven hen, en zij waren uit de gemeenschap verdwenen. [NBG 2x dodenrijk. SV: 2x hel. HSV 2x graf]

Wat we hiervan kunnen leren is dat je levend naar sjeool kan afdalen. Terwijl volgens onze overtuiging je eerst moet sterven en dat je dan naar de hemel of de hel gaat.

Diepste sjeool

In het boek Deuteronomium komt in één tekst het woord sjeool voor. Het is een vers in de context van oordelen over het volk als ze zouden afwijken van Gods geboden. De HEER zou ze zelfs weten te vinden in het dodenrijk voor het oordeel. Hier voor het eerst dat er een dieper en dus ook een minder diep bestaat in de sjeool.

Deuteronomium 32:22. Als het vuur van mijn toorn is ontstoken zal het branden tot in het diepste dodenrijk; het zal de aarde verschroeien en alles wat daar groeit, het zal de grondvesten van de bergen verteren. [NBG dodenrijk. SV en HSV: hel]

Sjeool in de boeken Samuel en Koningen

Het woord sjeool komt vier keer in de boeken Samuel en Koningen voor. Hier staan ze.

In de lofzang van Hanna staat een tekst, die lijkt te profeteren over de opstanding van Jezus en van anderen, die uit de dood zijn opgestaan of nog zullen opstaan :
1 Samuel 2: 6-7. De HEER doet sterven en doet leven, zendt naar het dodenrijk en leidt eruit omhoog. De HEER maakt arm en hij maakt rijk, vernedert diep en heft hoog op. [NBG dodenrijk. HSV graf. SV helle. SV: “De Heere doodt en maakt levend; Hij doet ter helle neerdalen, en Hij doet weer opkomen”.  Lijkt op tekst van de geloofsbelijdenis van Nicea]

Een tekst uit een lied van David.
2 Samuel 22:5-6. Mij omsloten de golven van de dood, de kolkende afgrond joeg mij angst aan, de banden van het dodenrijk omklemden mij, op mijn weg lagen de valstrikken van de dood. [NBG dodenrijk HSV graf SV hel]
Toelichting: zie aparte paragraaf over banden van het dodenrijk.

Uit Davids laatste wilsbeschikking. Uit te voeren door de nieuwe koning Salomo.
1 Koningen 2:6-9. Handel dan naar uw wijsheid, en laat zijn grijze haar niet in vrede in het dodenrijk nederdalen. Doch aan de zonen van de Gileadiet Barzillai zult gij weldoen, zodat zij onder uw disgenoten zijn, want zo zijn zij mij tegemoet gekomen, toen ik voor uw broeder Absalom vluchtte. En zie, bij u is Simi, de zoon van Gera, de Benjaminiet uit Bachurim; hij was het, die mij met een vreselijke vloek vervloekte, toen ik naar Machanaïm ging; hij was het ook, die mij tegemoet kwam naar de Jordaan; toen heb ik hem bij de Here gezworen: Ik zal u niet met het zwaard doden. Maar nu moet gij hem niet ongestraft laten, want gij zijt een wijs man, en weet wel, wat gij hem doen moet om zijn grijze haar met bloed in het dodenrijk te doen nederdalen. [NBG, NBV oude dag, HSV en SV graf]

Wat kunnen we van deze teksten leren?
De HEER zendt naar het dodenrijk en leidt eruit omhoog. We kennen dit van Jezus, direct na zijn sterven. Er staat ook dat Jezus uit het dodenrijk gevangenen meeneemt. En verder is er ook nog de opstanding van de doden. [conform Studiebijbel]. In dit gebed van Hanna een verrassend inzicht in wat God van plan is om te doen.

Iemand met vrede of met bloed in de sjeool laten afdalen? Het gaat hier om respectievelijk in vrede laten sterven en een gewelddadige dood laten sterven vanwege een straf.

Sjeool in het boek Job

In het boek Job vinden we allerlei wijsheden over de sjeool. Hier alle teksten waar het woord sjeool in voorkomt.

Opvallend is dat, behalve Job 11, steeds Job aan het woord is als het over de sjeool gaat.

Job 7:9. Zoals wolken verwaaien en verdwijnen, zo daalt de mens voorgoed af in het dodenrijk.
Job 11:7-8. Kunt gij de geheimen Gods doorgronden, de Almachtige doorgronden ten einde toe? Zij zijn hoog als de hemel; wat kunt gij doen? dieper dan het dodenrijk; wat kunt gij weten? [NBG]

Job 14:13. O, geef mij een schuilplaats in het dodenrijk en verberg me daar totdat uw woede is geluwd, stel een tijd vast en kijk dan weer naar mij om.
Job 17:13-16. Ja, mijn ​huis​ staat in het dodenrijk, in de duisternis spreid ik mijn ​bed. Tot het ​graf​ roep ik: “Jij bent mijn vader,” en tot de wormen: “Moeder, zuster!” En waar is dan mijn hoop, mijn hoop, wie kan die nog bespeuren? Daalt hij met mij af naar het dodenrijk? Dalen we samen af in het stof?’

Hier schrijft Job, klagend, over mensen, die het kwade doen.
Job 21:13. Hun leven kent slechts voorspoed en rustig dalen ze af naar het dodenrijk.

Terwijl Job ook dit zegt.
Job 24:19. Zoals droogte en hitte smeltwater doen verdwijnen, zo rukt het dodenrijk hen die gezondigd hebben weg.

Dit gaat over God.
Job 26:6. Het dodenrijk ligt open voor hem: niets in de afgrond blijft verborgen.
Toelichting: het woord abaddown is hier met afgrond vertaalt. Blijkbaar ook zo iets als een dodenrijk. Zie apart hoofdstuk over abaddown.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Hier wordt gesteld dat we allen als we sterven naar de sjeool gaan. In het Oude Testament geen uitspraken je gaat naar de hemel of de hel.

Het dodenrijk is in de diepte, maar daar onder is ook nog iets.

In de uitspraken van Job zitten beelden, die anders zijn dan we gewend zijn. De sjeool een schuilplaats? God kan naar ons omzien in de sjeool? Een huis in het dodenrijk?

Je kunt wel denken dat het met slechte mensen beter gaat, maar mensen, die zondigen worden uit dit leven weggerukt.

God kent het dodenrijk.

Sjeool in het boek van de Psalmen

Hier de teksten uit het boek van de Psalmen, er zijn er nog vijf die niet zijn geciteerd.
Psalm 6:6. Want doden noemen uw naam niet meer! Wie in het dodenrijk kan u nog loven?

Psalm 9:18. Laten de goddelozen weggaan naar het dodenrijk, alle volken die God zijn vergeten.

Is dit een gebed voor eeuwig leven? Of gaat het om de komende messias.
Psalm 16:10. U levert mij niet over aan het dodenrijk en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien.

Psalmen 18:6. De banden van het dodenrijk omklemden mij, op mijn weg lagen de valstrikken van de dood.  (SV: Banden der hel omringden mij, strikken des doods bejegenden mij.)

Psalm 30:2-4. Hoog wil ik u prijzen, HEER, want u hebt mij gered en mijn vijand geen reden gegeven tot vreugde. HEER, mijn God, ik riep tot u om hulp en u hebt mij genezen. HEER, u trok mij uit het dodenrijk omhoog, ik daalde af in het ​graf, maar u hield mij in leven.

Psalm 31:18. HEER, u roep ik aan, maak mij niet te schande, laat de goddelozen te schande staan en verstommen in het dodenrijk.

Psalm 49: 14-16. Dit is het lot van wie op zichzelf vertrouwen, zo vergaat het wie zichzelf graag horen: sela als schapen verblijven zij in het dodenrijk, en de dood is hun ​herder. In de morgen vertrappen de oprechten hun ​graf, hun lichaam teert weg in het dodenrijk en vindt geen rust. Maar mij zal God vrijkopen uit de macht van het dodenrijk, mij zal hij wegnemen. Sela [hier lijkt het meer te gaan over het graf, waar de lichamen verteren]

Psalm 55:16. Laat de dood hen onverhoeds treffen, laat hen levend neerdalen in het dodenrijk, want bij hen huist het kwaad, het heerst in hun ​hart.

Psalm 86:13. Want Uw goedertierenheid is groot over mij, U hebt mijn ziel aan het diepst van het ​graf​ ontrukt. [HSV]  KJV: thou hast delivered my soul from the lowest hell.

Psalmen 88:4. ik word door rampen bezocht, mijn leven nadert het dodenrijk.

Psalmen 89:49. Leeft er iemand die de dood niet zal zien, die ontkomt aan de greep van het dodenrijk? sela
Toelichting: het is een retorische vraag. Het veronderstelde antwoord is: nee.

Psalmen 116:3. Banden van de dood omknelden mij, angsten van het dodenrijk grepen mij aan, ik voelde angst en pijn.

Psalmen 139:8. Klom ik op naar de hemel – u tref ik daar aan, lag ik neer in het dodenrijk – u bent daar.

Psalmen 141:7. Verspreid als de aarde, geploegd en omgewoeld, ligt ons gebeente bij de muil van het dodenrijk.

Sjeool in de wijsheidsboeken.

Hier alle teksten over de sjeool, die in deze boeken voorkomen.

Grootspraak van agressieve mensen, die kwaad willen doen.
Spreuken 1:12. … we verslinden ze met huid en haar, zoals het dodenrijk de levenden verslindt, het graf de doden opslokt.

Niet omgaan met slechte vrouwen.
Spreuken 5:5. Haar pad voert naar het graf, haar voeten dalen af in het dodenrijk.
Spreuken 7:27. Haar woning is de toegang tot het dodenrijk, van daar daal je af tot in de kamers van de dood.

Ook niet omgaan met vrouwen, die occulte dingen met je willen doen.
Spreuken 9:18. Maar wie zij naar zich toe lokt weet niet dat hij afdaalt naar de schimmen, hij daalt af tot in het dodenrijk.

Spreuken 15:11. De HEER doorgrondt de afgrond van het dodenrijk, hoeveel te meer het hart van de mensen.
Toelichting: het woord abaddown is hier ook met afgrond vertaald. Een betere vertaling lijkt de afgrond én het dodenrijk. Twee verschillende dingen, zoals ook in de tekst hierboven.

Dit is een opmerkelijke tekst. Er is ook een omhoog in plaats van alleen in de diepte afdalen.
Spreuken 15:24. De levensweg van een verstandig mens voert omhoog, hij blijft op verre afstand van de diepte van het dodenrijk.

En deze tekst lijkt daar op aan te sluiten. Het gaat om hoe je met een kind om moet gaan.
Spreuken 23:14. Sla het met de stok, en je redt het van het dodenrijk.
Vraag: is een mens te redden van het dodenrijk?

Ook hier weer het woord abbaddown dat met afgrond is vertaald.
Spreuken 27:20. De afgrond van het dodenrijk raakt nooit verzadigd, en ook de ogen van een mens krijgen nooit genoeg.

Spreuken 30:15-16. Drie dingen worden nooit verzadigd, vier dingen zeggen nooit ‘Het is genoeg’: het dodenrijk, een onvruchtbare schoot, een uitgedroogd stuk land en het vuur, dat ook nooit zegt ‘Het is genoeg.’

Prediker 9:10. Doe wat je hand te doen vindt. Doe het met volle inzet, want er zijn geen daden en gedachten, geen kennis en geen wijsheid in het dodenrijk. Daar ben je altijd naar op weg.

Hooglied 8:6. Draag mij als een zegel op je hart, als een zegel op je arm. Sterk als de dood is de liefde, beklemmend als het dodenrijk de hartstocht. De liefde is een vlammend vuur, een laaiende vlam.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Als je je laat inpalmen door slechte mensen, is dat slecht voor je toekomst.

Het is mogelijk om tot in de sjeool contacten te hebben.

De HEER kent de sjeool.

Je kunt mensen omhoog voeren en redden van het dodenrijk.

Een paar teksten gaan er over dat het dodenrijk nooit is verzadigd. Het dodenrijk zegt nooit: er is hier geen plek meer.

Houd je met van alles bezig hier op aarde, want in de sjeool is dat niet meer.

De sjeool is beklemmend.

Sjeool in de boeken van de profeten.

Dit zijn de eerste teksten over het dodenrijk in het boek van de profeet Jesaja. Jesaja 9 gaat over een grote geestelijke macht.

Jesaja 5:14. Het dodenrijk opent zijn keel, het spert zijn muil wijd open. Daar verdwijnt de bloem der natie, verzinkt de massa, daar verstommen de druktemakers en feestvierders.

Jesaja 7:11. ‘Vraag om een teken van de HEER , uw God, hetzij uit de diepte van het dodenrijk hetzij uit de hoge hemel.’

Jesaja 14:9-11. Het dodenrijk beneden is in rep en roer om jou een ontvangst te bereiden: het wekt de schimmen voor je op van alle ​leiders​ van de aarde, het laat de vorsten van vreemde volken voor jou opstaan van hun ​troon. Hoor hoe zij je onthalen: “Nu ben jij even zwak als wij, je bent echt een van ons. Je pracht en praal, en de klank van je harpen, ze worden dit dodenrijk binnengebracht. Wormen zijn je ​bed, maden je deken.”

Jesaja 14:12-15. O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld. Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn ​troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de ​goden​ bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste. Nee! Je daalt af in het dodenrijk, in de allerdiepste put. [Safon is een berg in Noord Syrië bij de monding van de rivier Orontes]

Jesaja 28:15. Jullie zeiden: ‘Wij hebben een verbond gesloten met de dood, met het dodenrijk zijn we een verdrag aangegaan. Wanneer de striemende gesel voorbijkomt zal hij ons niet raken. Wij houden ons schuil in bedrog en verbergen ons in leugens.’
Jesaja 28:18. Jullie verbond met de dood wordt verbroken, jullie verdrag met het dodenrijk houdt geen stand. Wanneer de striemende gesel voorbijkomt zal hij jullie genadeloos afranselen.

Hier uit het gebed van koning Hizkia.
Jesaja 38:10. Ik zeide: In de bloei mijner dagen moet ik heengaan door de ​poorten​ van het dodenrijk, ik zal derven de rest mijner jaren. [NBG]
Hier is trouwens ook de gedachte van vroegtijdig sterven.

En hier worden de dood en het dodenrijk als persoonlijkheden gezien.
Jesaja 38:18. Nee, het dodenrijk zal u niet loven, de dood prijst u niet, zij die in het graf zijn afgedaald verlaten zich niet op uw trouw.

Jesaja 57:9. Je boog je over je minnaars met olie en balsem in overvloed. Je stuurde je boden naar verre oorden, zelfs tot diep in het dodenrijk.

Ezechiël 31:15-17. Dit zegt God, de HEER : Op de dag dat hij in het dodenrijk afdaalde bedekte ik de oervloed met een rouwkleed, ik hield de rivieren tegen en het vele water hield op te stromen. Om hem verduisterde ik de Libanon, om hem versmachtten alle bomen op aarde van dorst. Toen ik hem in het dodenrijk liet afdalen naar hen die zich al in het graf bevinden, beefden alle volken bij het geluid van zijn val. Maar in de onderwereld voelden de bomen van Eden zich getroost, de mooiste van de Libanon, alle waterdrinkers. Ook zij waren naar het dodenrijk afgedaald, naar hen die door het zwaard waren geveld: zijn bondgenoten, alle volken die in zijn schaduw hadden gewoond.

Ezechiël 32:21. In het dodenrijk zeggen de dapperste helden over de farao en zijn helpers: “Ze zijn afgedaald en nu liggen ze daar, de onbesnedenen, ze zijn gesneuveld.”

Ezechiël 32:27. Ze liggen niet bij de helden uit het verre verleden die met wapenrusting en al naar het dodenrijk zijn afgedaald. Ook zij zaaiden angst in het land van de levenden, en nu ligt hun zwaard onder hun hoofd en kleven hun zonden aan hun botten.

Hier uit een profetie over Efraïm.
Hosea 13:14. Waarom zou ik hen dan vrijkopen uit de macht van het dodenrijk of verlossen van de dood? Dood, zaai de pest om je heen! Dodenrijk, waar zijn je kwellingen? Ik ken geen medelijden meer.

De context is hier dat God degenen, die een straf krijgen weet te vinden als dat nodig is.
Amos 9:2. Al kruipen ze de onderwereld in, ik breng ze naar boven; al klimmen ze de hemel in, ik haal ze naar beneden. 

Dit een tekst van Jona, die in de grote vis was.
Jona 2:2. Hij zeide: Ik riep uit mijn nood tot de Here en Hij antwoordde mij; uit de schoot van het dodenrijk schreeuwde ik, Gij hoordet mijn stem. [NBG. KJV: the belly of the hell]

Habakuk 2:5. Zo bedrieglijk als de wijn is, zo hoogmoedig is deze man, maar hij zal zijn doel niet bereiken. Net als het dodenrijk spert hij zijn keelgat open, net als de dood raakt ook hij niet verzadigd. Hij verzamelt alle volken om zich heen, haalt alle naties naar zich toe.

Samenvatting sjeool

We komen allerlei combinaties met het woord sjeool tegen.

Twee keer worden de banden van de sjeool genoemd. Het is het Hebreeuwse woord chebel, Strong H2256 KJV: ‘sorrows of hell” (2x). Het wordt genoemd in combinatie met de dood, de afgrond en angsten. 2 Samuel 22:6 en Psalm 18.

Eenmaal komen de pijnen van de sjeool voor. Metsar, Strong H4712, KJV: “pains of hell”. Psalm 116.

De poorten, sha’ar, Strong H8179, van de sjeool. Het woord staat in meervoud: poorten. Jesaja 38:10.

De muil van het dodenrijk. Muil is in het Hebreeuws piha, Strong H6310. Staat in Psalm 141:7 en Jesaja 5:14. In Habakuk 2:5 gaat het over keelgat.

De buik van de sjeool. Hebreeuws woord beten, Strong H220. Jona werd uit de buik van het dodenrijk gered. Jona 2:2. Net zoals Jezus uit het dodenrijk werd gered. Wat Jezus het teken van Jona noemt.

De macht van het dodenrijk Hosea. Eigenlijk staat er de hand van de sjeool Strong H3027.

Combinatie van dodenrijk met kwellingen, Strong H6987. Hosea 13:14.

Iedereen gaat t.z.t. naar de sjeool.

Het idee dat je levend in al in het dodenrijk kan gaan kom je op diverse plekken tegen. Dat gold voor de familie Korach. Numeri. Psalm 55. Ezechiël.

Als je naar de sjeool gaat, dan daal je af. Het is in de diepte. Psalm 86. Het dodenrijk heeft verschillende verdiepingen. Deuteronomium.

In de lofzang van Hanna lijkt het dodenrijk op een gemoedstoestand te slaan. Zoiets als een hel op aarde. Of duidt de tekst op een opstanding uit de doden. Dat een ziel uit het dodenrijk weer een levend lichaam krijgt. Zie ook Psalm 30.

In het lied van David is er sprake van een gemoedstoestand of een geestelijke toestand. De banden van het dodenrijk omklemden mij. 2 Samuel. Zie ook Psalm 18. Psalm 116.

Je kunt blijkbaar in vrede in het dodenrijk afdalen. 1 Koningen 2.

Deze tekst is zo beeldend, niet samen te vatten. Job 7:9. “Zoals wolken verwaaien en verdwijnen, zo daalt de mens voorgoed af in het dodenrijk”. De mens verwaait ook en verdwijnt.

Is het dodenrijk een plek om tijdelijk te schuilen? Of is ook dit net als bij David een gemoedstoestand of een geestelijke toestand. Job.

We kunnen in het dodenrijk God niet meer loven. Psalm 6.

Het gebed is dat mensen en volken zonder God naar het dodenrijk gaan. Psalm 9

Ook een mooi gebed. Laat de mensen zonder God verstommen in het dodenrijk. Er zijn blijkbaar ook mensen met God. Psalm 31.

God zal mij vrijkopen uit de macht van het dodenrijk. Wat een prachtige belofte. Psalm 49.

Het beeld van Jesaja 5, de opengesperde muil van het dodenrijk kom je op schilderijen tegen.

En van die blinkende morgenster, die naar de diepste diepten van het dodenrijk moet gaan. Jesaja 9.

Tehown kloof

Tehown betekent kloof, diepte of afgrond. Dat lijkt een woord voor iets in de natuur. De Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuagint vertaalt dit woord echter met Abyssos. En dat woord heeft een geestelijke dimensie. Zie dit woord in het Nieuwe Testament.

Het woord tehown komt in 35 verzen voor, in elf verschillende boeken. Er zijn …. verzen waar zowel het woord sjeool als tehown in voorkomen. De vertalers hebben moeite om een woord te kiezen.

Hier de vier verzen waar tehowm in het boek Genesis in voorkomt.

Genesis 1:2. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op de afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren. [SV, HSV: watervloed. NBG: vloed. NBV oervloed]

Genesis 7:11. In het zeshonderdste jaar van het leven van ​Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op deze zelfde dag zijn alle fonteinen van de grote afgrond opengebroken, en de sluizen des hemels geopend. [SV, HSV: watervloed. NBG: grote waterdiepten. NBV oervloed]

Genesis 8:2.

Genesis 49:25. Van de God van uw vader, Die u zal helpen, en van de Almachtige, Die u zal ​zegenen, met zegeningen des hemels van boven, met zegeningen van de afgrond, die daaronder ligt, met zegeningen der borsten en der baarmoeder! [SV, HSV en NBG: watervloed. NBV oervloed]

Psalmen 88:7. U hebt mij onder in de kuil gelegd, in het duister van de diepte,

Jona 2:5. De wateren hadden mij omgeven tot de ziel toe, de afgrond omving mij; het wier was aan mijn hoofd gebonden. [SV]

Ezechiël 31:15. Zo zegt de Here Here: Ten dage dat hij neerdaalde in het dodenrijk, hulde Ik om zijnentwil de vloed in ​rouw​ en hield zijn stromen tegen, zodat de overvloed van water ophield; om zijnentwil hulde Ik de Libanon in een rouwkleed; om zijnentwil versmachtten alle bomen des velds.  [NBG]

Amos 7:4. Voorts deed mij de Heere Heere aldus zien; en ziet, de Heere Heere riep uit, dat Hij wilde twisten met vuur; en het verteerde een grote afgrond, ook verteerde het een stuk land. [SV, NBV diepte, NBG grote vloed, HSV: grote watervloed]

<nog verder uitzoeken>

Wat kunnen we van deze teksten leren?
De sjeool is een plaats voor zielen, gestorven zielen. De tehown, een kloof, een diepte, meer iets van de schepping, maar ook iets geestelijks.

Uit die afgrond kan water komen. Genesis 7.

Uit die afgrond kunnen zegeningen komen. Genesis 49.

We kunnen als mensen er ook mee te maken hebben. Jona 2.

Kaber graf.

Het woord kaber dat duidt op een graf komt 67 keer voor in de Bijbel. Dit zijn fysieke graven waar de dode lichamen liggen. Zowel de KJV als de Statenvertaling vertalen dit woord nooit met het woord ‘hel’.

Het woord komt nogal eens voor bij de opmerking dat je na je dood bij je voorvaderen wordt verenigd. Hier een tekst met een voorbeeld daar van:
2 Koningen 22:20. Daarom, zie, Ik ga u met uw vaderen verenigen en u zult met ​vrede​ in uw ​graf​ ​bijgezet​ worden; uw ogen zullen al het onheil dat Ik over deze plaats ga brengen, niet zien. Daarop brachten zij de ​koning​ verslag uit. [HSV. Dit zei God tegen koning Josia]

Abaddon vernietiging

Het woord abaddon komt zes keer voor in de boeken Job, Psalmen en Spreuken. Het betekent een plaats van vernietiging. De NBV vertaalt met het woord afgrond. Wel apart dat het vergriekste woord Abyssos in het Nieuwe Testament vertaalt men met ‘onderaardse diepte’, zie daar.

De teksten waar waar dit woord in voorkomt komen ook de woorden sjeool, de dood en het graf in voor.

Job 26:6. Het dodenrijk ligt open voor hem (God): niets in de afgrond blijft verborgen. [gaat over de grootheid van God]

Job 28:22. De afgrond en de dood, ze zeggen beide: ‘Onze oren kennen haar slechts bij geruchte.’ [gaat over de wijsheid van God]

Job 31: 12. … een vuur dat een mens de afgrond in drijft, dat de oogst verdelgt tot aan de wortels. [gaat om een straf]

Psalm 88:11. Komt uw ​liefde​ in het ​graf​ ter sprake of uw trouw in de afgrond?

Spreuken 15: 11. De HEER doorgrondt de afgrond van het dodenrijk, hoeveel te meer het ​hart​ van de mensen. [je zou ook de afgrond én het dodenrijk kunnen vertalen]

Spreuken 27: 20. De afgrond van het dodenrijk raakt nooit verzadigd, en ook de ogen van een mens krijgen nooit genoeg. [je zou ook de afgrond én het dodenrijk kunnen vertalen]

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Het dodenrijk en de abaddon zijn vergelijkbare grootheden. Job 26.
De dood en de abaddon zijn ook vergelijkbare grootheden. Job 28.

Gods liefde en trouw komen in het graf en de abaddon niet ter sprake. Psalm 88.

God doorgrond de aboddon en het dodenrijk. Ze raken nooit verzadigd. Spreuken.

Bowr Put

Het woord bowr (put, kuil), komt 69 keer voor. Het woord kan ook bron of wel betekenen. Jozef zat in de bowr (put). De profeet Jeremia ook (Jeremia 38:10).

In diverse Psalmen wordt over de kuil of put gesproken:
Psalm 7:15, 28:1, 30:3, 40:2, 88: 4 en 7, 143:7.
Psalm 88:7. ‘Gij hebt mij in de diepste kuil gelegd, in duistere plaatsen, in diepten’.  [NBG]
Psalm 30:3. HEER, u trok mij uit het dodenrijk (sjeool) omhoog, ik daalde af in het ​graf, maar u hield mij in leven. [NBV vers 4]

Er zijn nog andere woorden die zouden kunnen verwijzen naar zoiets als het dodenrijk. Zoals gevangenis, kuil, groeve en kerker. Het woord iepte מְצוֹלָה  mĕtsowlah, Strong nummer H4688 komt 11 keer voor. Dit heb ik verder nog niet uitgezocht.

Gay hinnom dal van Hinnom

Het gaat hier om het dal van de zoon van Hinnom. Dit werd een nare plaats, gewoon in de zichtbare wereld.

In het dal van Hinnom werden  kinderoffers gebracht. De naam is van buitenlandse origine wellicht nog uit de tijd van de Jebusieten, een volk dat eerst in Jeruzalem woonde voordat koning David de stad veroverde.

In de tijd van Jezus werden er geen kinderoffers meer gebracht, maar was het de vuilnisbelt van de stad. Het vuilnis stond dikwijls in brand en het stonk er. Jezus gebruikt het dal van Hinnom, in het Hebreeuws heet dat ‘gehenna’, als beeld van een nare plaats, waar je niet moet zijn. Een soort van hel op aarde. Zie verder het hoofdstuk over het Nieuwe Testament.

Hieronder alle teksten, die over het dal van Hinnom gaan. Het begint met een beschrijving van de plaats in het boek Jozua. Andere teksten laten zien waarom dit zo’n verschikkelijk dal is.

Jozua 15:8 Vervolgens liep de grens via het Ben-Hinnomdal om het zuiden van de heuvelrug waarop Jebus lag (het huidige Jeruzalem). Daarna ging hij omhoog naar de top van de berg die westelijk van het Hinnomdal en noordelijk van de vallei van Refaïm ligt.
Jozua 18:16. (bijna zelfde tekst als 15:8)

2 Koningen 23:10. Verder liet Josia de offerplaats Tofet in het Hinnomdal ontwijden, zodat niemand er meer zijn zoon of dochter als offer voor Moloch kon verbranden.  

2 Kronieken 28:3. Ook ontstak hij (koning Achaz) offers in het Hinnomdal en verbrandde hij zijn zonen als offer volgens het gruwelijke gebruik van de volken die de HEER voor de Israëlieten had verdreven.
2 Kronieken 33:6. Hij (koning Manasse) verbrandde zijn zonen als offer in het Hinnomdal en liet zich in met wolkenschouwerij, wichelarij, magie, geestenbezwering en waarzeggerij. Hij tergde de HEER door voortdurend te doen wat slecht is in zijn ogen.

Nehemia 11:30. Ook een tekst waarbij het over de grenzen gaat.

Jeremia 7:30-32. De Judeeërs hebben immers gedaan wat slecht is in mijn ogen – spreekt de HEER. Ze hebben de tempel waaraan mijn naam verbonden is, met gruwelijke afgodsbeelden ontwijd, en in het Hinnomdal de offerplaats Tofet gebouwd om er hun zonen en dochters te verbranden. Ik heb dat nooit geboden, ik heb dat nooit gewild. Daarom – spreekt de HEER –, de dag zal komen dat er niet meer gesproken wordt over Tofet of het Hinnomdal, maar over het Moorddal. Men zal de doden in Tofet begraven tot er geen plaats meer is.

Jeremia 19: 2-8. Dit zei de HEER: ‘Koop een aarden kruik en ga met enkele oudsten van het volk en van de priesters de stad uit. Ga naar het Hinnomdal bij de Schervenpoort en verkondig daar wat ik je zeg: Luister naar de woorden van de HEER, koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem. Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Ik zal zulk onheil over deze stad brengen dat de oren van wie ervan hoort zullen tuiten. Want ze hebben mij verlaten, ze hebben deze plaats geschonden en er wierook gebrand ter ere van andere goden, die zij, hun voorouders en de koningen van Juda nooit hebben gekend. Ze hebben deze plaats doen druipen van onschuldig bloed en er offerplaatsen gebouwd om hun kinderen als offer voor Baäl te verbranden. Dat heb ik nooit geboden, nooit gezegd en nooit gewild. Daarom, de dag zal komen – spreekt de HEER – dat deze plaats niet meer Tofet of Hinnomdal wordt genoemd, maar Moorddal. Daar breek ik de plannen van Juda en Jeruzalem stuk, ik laat hen ombrengen door hun vijanden, door allen die hun naar het leven staan. De lijken van dit volk geef ik als prooi aan roofvogels en wilde dieren. Ik maak van deze stad een voorwerp van spot en ontzetting. Ieder die er komt zal huiveren om het onheil dat haar getroffen heeft, ieder zal de adem in de keel stokken.

Jeremia 32:33. Ze hebben mij niet gehoorzaamd, maar mij de rug toegekeerd. Hoewel ik hen telkens weer onderwees, luisterden ze niet naar mijn terechtwijzingen. Ze hebben de tempel waaraan mijn naam verbonden is met gruwelijke afgodsbeelden ontwijd, en in het Hinnomdal offerhoogten voor Baäl gebouwd om er hun zonen en dochters aan Moloch aan te bieden. Ze hebben Juda met die gruweldaad tot zonde aangezet. Ik heb dat nooit geboden, ik heb dat nooit gewild.

Wat kunnen we leren van deze teksten?
Voor alle duidelijkheid, het is altijd zo geweest ook toen kinderoffers een algemeen gebruik was bij volken: ONZE GOD WIL GEEN MENSENOFFERS. Jeremia.

Het dal van Hinnom is hét dal als het gaat om wat slecht, vies en vuil is. Er werden kinderen geofferd aan demonen. Dat staat vermeld in de Bijbel. Er zullen daar nog andere slechte dingen zijn gebeurd. Het was een plek waar God afkeer van heeft.

Wat overigens merkwaardig is, is dat je het woord voor dal, ‘gay’ hetzelfde uitspreekt als het Engelse woord voor homo.

Wat staat er in Nieuwe Testament

In de boeken van het Nieuwe Testament komt ruim veertig keer een woord voor dat verwijst naar graf, dodenrijk of hel. Het Griekse woord hades heeft de betekenis van het Hebreeuwse sjeool. En het vergriekste gehenna verwijst naar het dal van Hinnom.

Maar als je de onderstaande acht woorden overziet, dan is het wel een allegaartje. Wat ze gemeen hebben is dat het allemaal nare geestelijke plaatsen zijn, maar hebben die plaatsen ook nog iets met elkaar te maken?

Nr. Grieks Soort woordStrongOpmerkingen
1. γέεννα geenna Zelfstandig naamwoord vrouwelijkG1067 Gehenna.
Komt 12 keer voor in 12 verzen.
KJV: hell (9x), hell fire (with G4442) (3x).
2. ᾅδης  hadēs PlaatsnaamG86
<<>>
Dodenrijk.
Komt elf keer voor in 11 verzen.
KJV: hell (10x), grave (1x).
3. ἄβυσσος  abyssos Zelfstandig
naamwoord vrouwelijk
G12
SB4
Komt negen keer voor in negen verzen.
4. ἐξώτερος σκότος   exōteros skotos Bijvoeglijk naamwoord Zelfstandig naamwoord onzijdigG1857 G4655 Deze combinatie van woorden komt driemaal voor in drie verzen van het boek Matteüs.
5. ταρταρόω tartaroō WerkwoordG5020 Komt eenmaal voor. Het betekent in de Tartaros werpen. 
6.λίμνη πῦρ
limnē pyr
Zelfstandig
naamwoord
2x vrl en onz.
G3041 G4442 Meer van vuur.
Komt vijf keer voor in vijf verzen in Openbaringen. KJV: lake of fire (5x)
7.φυλακή  phylakē   Zelfstandig naamwoord vrouwelijk G5438 Gevangenis.
Komt 47 keer voor in 45 verzen. 3x in geestelijke zin
KJV: prison (36x), watch (6x), imprisonment (2x), hold (1x), cage (1x), ward (1x).
8. καρδία γῆ kardia gē Zelfstandig naamwoord vrouwelijk 2xG2588   G1093     Alleen in Matteüs 12:40. KJV: the heart of the earth (1x)

Gehenna

Twaalf keer wordt in het Nieuwe Testament het woord ‘gehenna’ gebruikt. Gehenna is de naam van de plek van de vuilnisbelt van de stad Jeruzalem in de tijd van Jezus. Ge is het Hebreeuwse woord voor dal. En henna verwijst naar Hinnom. Het dal van Hinnom. Dat dal ligt aan de zuidkant van de oude stad Jeruzalem.

Als je een bezoek brengt aan de oude stad Jeruzalem dan kun je er zo naar toe lopen, het is zo’n 500 meter lopen zijn vanaf de zuidelijke muur van de stad richting het zuiden.

Zoals bij een vuilnisbelt gebruikelijk is, stond die plaats steeds in brand. Daar verwijzen sommigen teksten naar.

In oude tijden werden hier kinderoffers gebracht aan de god Moloch. Een nare duistere plek. Zie ook de elf teksten, die in het Oude Testament te vinden zijn via Strong H2011 (Gay Hinnom)

In het algemeen denkt men in de kerk dat aan het eind van je leven je lichaam doodgaat en je ziel verder leeft. Of in de hemel of in de hel.

De NBV vertaalt dit woord met gehenna, de andere vertalingen met hel. Maar de onderstaande teksten met het woord ‘gehenna’ geven dan wel een heel ander beeld van de hel aan dan wat men algemeen in de kerk denkt.

Hier de twaalf teksten. Het gaat daarbij om vijf thema’s. Om één thema, het tweede thema, gaat het er om een lichaamsdeel te verwijderen om jezelf te redden. Daar gaan wel zes teksten over.

Het eerste thema gaat over schelden.
Matteüs 5:22. En ik zeg zelfs: ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie tegen hen “Nietsnut!” zegt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie “Dwaas!” zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan. [SV: helse vuur. Let op schelden heeft drie consequenties]

Het tweede thema is dat je ingrijpende maatregelen moet nemen als je dreigt op de verkeerde weg te komen. Let er op dat er twee keer staat dat je anders met je lichaam in de gehenna wordt geworpen. Je lichaam in de hel? De opvatting is toch dat je ziel in de hel komt? Dat klopt dus niet.

Of zou het hier gaan over ons geestelijk of verheerlijkte lichaam wat in de Bijbel wordt genoemd, zie 1 Korintiërs 15:44 en Filippenzen 3:21. Zou ons geestelijk lichaam dan verminkt, kreupel en met één oog in de Gehenna geworpen kunnen worden? Kan een geestelijk lichaam wel verminkt, kreupel of met één oog zijn?

Matteüs 5:29. Als je rechteroog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit en werp het weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam in de Gehenna geworpen wordt. 
Matteüs 5:30. En als je rechterhand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af en werp hem weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam naar de Gehenna gaat. [let op: hier staat je verkeerde weg gevolgen heeft voor je lichaam]
Marcus 9:43. Als je hand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af: je kunt beter verminkt het leven binnengaan dan in het bezit van twee handen naar de Gehenna te moeten gaan, naar het onblusbare vuur.
Marcus 9:45. Als je voet je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af: je kunt beter kreupel het leven binnengaan dan in het bezit van twee voeten in de Gehenna geworpen worden. 
Marcus 9:47. En als je oog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit: je kunt beter met één oog het koninkrijk van God binnengaan dan in het bezit van twee ogen in de Gehenna geworpen worden.
Matteüs 18:9. Brengt je oog je op de verkeerde weg, ruk het dan uit en werp het weg: je kunt beter met één oog het leven binnengaan dan in het bezit van twee ogen in het vuur van de Gehenna (SV: helse vuur) geworpen worden. 

Nog een opmerking. De keerzijde van de gehenna is het Koninkrijk van God binnengaan, zie 9:47 of het leven binnengaan, zie 18:9. Als je de opvatting hebt dat gehenna de hel is, dan zou je hier het woord hemel verwachten,

Het derde thema gaat er om voor wie je beducht moet zijn. Niet voor God, want die zorgt zelfs voor mussen.
Matteüs 10:28-29. Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna. Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil.
Lucas 12:5. Ik zal jullie zeggen voor wie je bang moet zijn. Wees bang voor hem die de macht heeft om iemand niet alleen te doden maar ook in de Gehenna te werpen. Ja, ik zeg jullie, wees bang voor hem!

In de tekst van Matteüs staat in het Grieks ἀπολέσαι apolesai wat je met omkomen kunt vertalen, zoals hier is gedaan, maar wat je ook met vernietigen, verliezen of ruïneren kunt vertalen. ‘Hem die in staat is’ om te ruïneren lijkt mij een verleider, die iemand in het ongeluk kan storten. Meestal eerst de ziel en daarna het lichaam.

Matteüs 23:15. Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie bereizen landen en zeeën om één enkele proseliet te winnen, en wanneer je hem eenmaal voor je gewonnen hebt, wordt hij dankzij jullie tot een hellekind in het kwadraat. [Hellekind is de vertaling van ‘huios gehenna’, SV: kind van de hel]
Matteüs 23:33. Slangen zijn jullie, addergebroed, hoe denken jullie te kunnen ontkomen aan een veroordeling tot de Gehenna?

Jakobus 3:6. Onze tong is net zo’n vlam: een wereld van onrecht, die onze lichaamsdelen in brand steekt. Want hij besmet het hele lichaam, hij steekt het rad van het leven in brand, met vuur uit de Gehenna.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Schelden op een ander mens heeft grote gevolgen. Je moet je verantwoorden voor het gericht en het Sanhedrin en je komt voor het vuur van de Gehenna te staan. Matteüs 5:22.

Het tweede thema gaat om het op de verkeerde weg gaan. Daar gaan zes teksten over. We denken dan aan het beeld van de brede en de smalle weg. De verkeerde weg in je leven kan grote consequenties hebben. Wat betekent het als je lichaam in de Gehenna wordt geworpen? Precies weet ik dat niet, maar het gaat in ieder geval dan niet goed met je lichaam. Matteüs 5:29-30.

Jezus gebruikt hier een beeld met die lichaamsdelen, die ons op de verkeerde weg kunnen brengen. Een modern beeld zou bijvoorbeeld zijn: je kunt beter je laptop weggooien dan de hele dag naar nutteloze films te kijken. Of dat je beter arm kunt zijn dan de hele dag zo gebiologeerd zijn door geld, dat je aan een normaal leven niet toekomt.

Een volgend thema is van andere orde. Beulen, soldaten, tegenstanders kunnen het lichaam van discipelen van Jezus doden. Daar hoeven we niet bang voor te zijn. Het is beter om alert te zijn op degene, die onze ziel kan doden door onze ziel in de verleiding te brengen. Daar dienen we meer beducht voor te zijn. Dat is een groot gevaar. Matteüs 10:28-29. Lukas 12:5.

Erasmus heeft het in zijn boek Handboek van de christensoldaat, in hoofdstuk 1 over de ziel die door de zonde dood gaat. Als dat zo is, dan is het ernstig met je. Zo kwam Jezus er toe om de Farizeeën witgepleisterde graven te noemen. Matteüs 23:27. Dat is pas verderven.

Dan als vierde thema dat als farizeeën een schriftgeleerden een volgeling maken dat dan neen kind van de gehenna is. In hoofdstuk 23 van Matteüs kun je lezen wat de kritiek van Jezus op hen is. Anderen zware lasten opleggen, terwijl je ze zelf niet doet. Je beter voordoen dan je bent. Op eer van mensen uit zijn. Mensen de toegang tot het Koninkrijk versperren. Een leer aanhangen, die niet tot eer van God is en in liefde voor de naaste.

Tenslotte kan onze tong de oorzaak zijn van rampen voor onszelf. Als we die tong namelijk niet in toom hebben. Jakobus.

Wat onze kerkelijke traditie zegt en de reactie daar op.
Vanwege de leer over de hel van de kerk zouden de teksten over de ‘gehenna’ allemaal gaan over het leven na dit leven. Dat klopt overduidelijk niet. Ons lichaam kan niet omkomen in het dodenrijk. Dat lichaam hebben we dan al niet meer. Ook onze handen, onze voeten en onze ogen kunnen we niet meenemen het dodenrijk in.

We hebben ons lichaam, onze handen, onze voeten en onze ogen wel in de gehenna blijkbaar. Maar toch gaat het niet goed met je in de gehenna.

De zoon van de Gehenna , Matteüs 23:15, is duidelijk iemand die nog in het huidige leven is.

Of je in de gehenna komt is het gevolg van de weg, die een mens kiest. Dat is te lezen uit de teksten. Maar of je later na je dood dichtbij God in de hemel zal zijn, dat beslist de rechter van hemel en aarde.

De gehenna lijkt mij een nare geestelijke plaats. De gehenna kan ons beïnvloeden, zie Jacobus. We kunnen zelfs in die nare geestelijke plaats worden geworpen. Matteüs 5 en 18 en Marcus 9.

In Matteüs 10 gaat het om het gevaar van hem, die én het lichaam én de ziel kan laten omkomen. Wie is die ‘hem’? Volgens de Studiebijbel is dat God. Maar ik denk dat hier de Verleider wordt bedoeld. Vooral ook vanwege het contrasterende vers 29. Daar gaat het over de Vader die zelfs zorg heeft voor de mussen op het dak.

Hades (hel of dodenrijk)

Het Griekse woord dat de schrijvers van de boeken van het Nieuwe Testament kozen om ‘de sjeool’ aan te duiden is hades, nummer 2 in de tabel. Het woord komt maar elf keer voor in het Nieuwe Testament. Weinig als je bedenkt dat sjeool 67 keer voorkomt in het Oude Testament.

Wel apart dat de apostelen voor het woord hades kozen. De gedachten van de Grieken over het dodenrijk weken dus niet zoveel af van de gedachten van de apostelen over dat rijk. Overigens onze voorouders hadden ook een begrip van het dodenrijk, daar komt ons woord hel vandaan. Het Germaanse woord voor de mooie plaats, het walhalla, hebben we overigens niet overgenomen.

In de Theological Dictionary of the New Testament (TDNT) staat over het woord hades: “In Biblical Greek it is associated with Orcus, the infernal regions, a dark and dismal place in the very depths of the earth, the common receptacle of disembodied spirits. Usually Hades is just the abode of the wicked, Luk 16:23, Rev 20:13, 14; a very uncomfortable place”.

Hieronder alle elf teksten waar het woord hades in voorkomt.

Matteüs 11:23. En jij dan, Kafarnaüm, je denkt toch niet dat je tot in de hemel zult worden verheven? In het diepst van het dodenrijk zul je afdalen! Want als in Sodom de wonderen waren gebeurd die bij jou gebeurd zijn, dan was het tot op de huidige dag blijven bestaan.
Lucas 10:15. En jij, Kafarnaüm, je denkt toch niet dat je tot in de hemel zult worden verheven? In het diepst van het dodenrijk zul je afdalen! 

Matteüs 16:18. En ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen. [SV: hel. Waar moet je aan denken bij de poorten van het dodenrijk?]

De rijke man werd in de hades hevig gekweld, maar de arme Lazarus had het goed in de hades. Abraham was daar ook in de hades.
Lucas 16:23. Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. [SV vertaalt ook hier met het woord hel, terwijl Lazarus het hier goed had en ook Abraham daar was]   

In het boek Handelingen staat een citaat van koning David en de uitleg van zijn profetie.
Handelingen 2:27. .. want u zult mij niet overleveren aan het dodenrijk en het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan.
Handelingen 2:31. .. heeft hij de opstanding van de messias voorzien en gezegd dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan. [beide teksten SV: hel] 

1 Korintiërs 15:55. Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?’ [NBV vertaalt ‘hades’ met ‘dood’. Weten de vertalers van de NBV het verschil niet tussen de dood en het dodenrijk? SV: hel. Deze tekst staat in de context van uitspraken over de toekomst]

Openbaring 1:18. Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk
Openbaring 6:8. Toen zag ik een vaalgeel paard. De ruiter heette Dood, en Dodenrijk vergezelde hem. Zij kregen toestemming om op een vierde deel van de aarde dood en verderf te zaaien, door middel van het zwaard, hongersnood, dodelijke ziekten en wilde dieren. 
Openbaring 20:13-14. De zee stond de doden die ze in zich had af, en ook de dood en het dodenrijk stonden hun doden af. En iedereen werd geoordeeld naar zijn daden.  Toen werden de dood en het dodenrijk  in de vuurpoel  gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. [SV: hel]

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Zowel Matteüs als Lukas vertellen over de stad Kafarnaüm die zal afdalen in het dodenrijk, de hades, Een stad, die in ‘de hades’ afdaalt. Merkwaardig voor ons. Hoe kan dat: een stad in het dodenrijk. Het lijkt mij dat het duidt op de situatie van de stad in de onzichtbare wereld. Als in de onzichtbare wereld de situatie slecht is, heeft dat invloed op de zichtbare wereld. De stad Kafarnaüm is inderdaad een ruïne geworden rond 750 na Christus. Je kunt als stad blijkbaar ook worden opgeheven naar de hemel.

De poorten zijn de aanvallers op de mensheid om in het dodenrijk te komen. Blijkbaar is het dodenrijk actief bezig. Gelukkig is de ekklesia, de christelijke gemeente, bestand tegen die aanvallen. Degenen, die niet bij de ekklesia horen zijn kwetsbaar. Matteüs 16.

Jezus beschrijft in het verhaal van de rijke en de arme Lazarus het dodenrijk. Daar was zowel de rijke, als de arme als Abraham. Alleen is er een kloof tussen. Het Oude Testament schrijft ook al over een kloof. Aan de ene kant is het goed, aan de andere kant is het kwaad. Lukas 16:19-31 is waard om het het geheel te lezen. Volgens het verhaal is er communicatie mogelijk. Hier wordt ook gesproken over vlammen. Wat was de reden dat de één bij Abraham was? Louter zijn armoede? En de ander in het kwade deel. Zijn niet hulp bieden aan de arme man?

In Lukas 16 staat er ook nog een beschrijving van de kloof.
Lukas 16:26. Bovendien ligt er een wijde kloof (chasma) tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken.” [het Griekse woord voor kloof χάσμα chasma G5490 komt alleen hier in het Nieuwe Testament voor]

Jezus wordt niet overgeleverd aan het dodenrijk. Hij bevrijd juist zielen of geesten uit het dodenrijk. Zijn lichaam ging niet tot ontbinding over, Jezus stond op uit de doden. Alleen zijn lichaam werd niet opnieuw een sterfelijk lichaam, maar zijn lichaam veranderde in een geestelijk lichaam. Handelingen.

Jezus heeft de sleutels van het dodenrijk. Hij kan het dodenrijk openen en wat daar is, hoe moeten we dat noemen, de zielen of geesten uit het dodenrijk bevrijden. Openbaringen 1.

En dat gebeurt ook. Het dodenrijk staat haar doden af. Openbaringen 20.

Aan het eind van de tijd zal de dood en het dodenrijk ook worden afgeschaft of beter gezegd ‘vernietigd’. Openbaringen 20.

Terecht schrijft de apostel Paulus dan ook dood waar is uw overwinning? Dodenrijk waar is uw angel. 1 Korintiërs.

Abyssos afgrond diepte

Het is het Griekse woord ἄβυσσος voor diepte en afgrond. Dit woord komt negen keer voor. Zeven keer in het boek Openbaringen. Het is een plek bestemd voor de demonen. Hieronder alle teksten.

In der Septuaginta dient Abyssos als Übersetzung des hebräischen Begriffs Tehom (תהום, „Meerestiefe“), der bereits im 1. Buch Mose auftaucht.[7]. Bijvoorbeeld Genesis 1:2 en 7:11.

Lukas 8:31. ‘Ze smeekten hem hun niet te bevelen naar de onderwereld te gaan’. [‘Ze’ is het legioen demonen bij de man bij de Gergasenen. Later gingen de demonen in varkens, die verdronken in het meer]

Romeinen 10:5-7. Zeker, Mozes zegt over de rechtvaardigheid die op grond van de wet verkregen wordt: ‘Wie doet wat de wet voorschrijft, zal leven.’ En over de rechtvaardigheid die op grond van geloof geschonken wordt staat geschreven: ‘Zeg niet bij uzelf: Wie zal opstijgen naar de hemel?’ – en dat betekent: wie zal Christus naar beneden brengen? Of: ‘Wie zal afdalen naar de onderwereld ?’ – en dat betekent: Christus bij de doden vandaan naar boven brengen. [ik weet niet wat de strekking is van deze teksten]

In drie teksten hieronder komen we het begrip ‘put van de afgrond tegen’. Put is in het Grieks φρέαρ phrear, G5421.

Openbaringen 9:1-2. En de vijfde ​engel​ blies op de bazuin, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen. En hem werd de sleutel van de ​put​ van de afgrond gegeven. En hij opende de put van de afgrond, en er steeg rook op uit de put als rook van een grote oven. En de zon en de lucht werden verduisterd door de rook van de put. [HSV. De NBV vertaalt met onderaardse diepte]

En hieronder heeft de NBV het Griekse woord Abyssos vertaalt met onderaardse diepte.
Openbaringen 9:11. Hun ​koning​ is de ​engel​ van de onderaardse diepte; zijn naam luidt Abaddon in het Hebreeuws, in het Grieks Apollyon. [voor Abaddon, zie tekst bij 2.4]

Openbaring 11:7. Wanneer zij hun getuigenis hebben afgelegd, zal het beest dat uit de onderaardse diepte opstijgt de strijd met hen aanbinden, hen overwinnen en hen doden.

Openbaring 17:8. Het beest dat je zag, was, en is niet; het stijgt binnenkort op uit de onderaardse diepte en zal vernietigd worden. Alle mensen die op aarde leven van wie de naam niet vanaf het begin van de wereld in het boek van het leven staat, zullen verbaasd zijn bij het zien van het beest, omdat het was, niet is, en toch weer zal zijn.’

Openbaring 20:1-3. Ik zag een engel uit de hemel neerdalen met de sleutel van de onderaardse diepte en zware ketenen in zijn hand. Hij greep de ​draak, de slang van weleer, die ook ​duivel​ of ​Satan​ wordt genoemd, en ketende hem voor duizend jaren. Hij gooide hem in de diepte, sloot de put boven hem en verzegelde die, opdat de volken niet meer door hem misleid zouden worden tot de duizend jaar voorbij waren; daarna moet hij korte tijd worden losgelaten.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
De Abyssos is de plek, die bestemd is voor, in ieder geval, de demonen. Lukas 8.

Jezus heeft ook een taak of een opdracht t.a.v. de Abyssos. <welke verder uitzoeken> Zie Romeinen 10.

Uit Openbaringen 20:3 is te begrijpen dat de onderaardse diepte is afgesloten met een put. Blijkbaar is in de bodem van de put de opening naar de onderaardse diepte.

Een ster uit de hemel opent de put boven de onderaardse diepte. Na opening komt er rook uit de put. En vervolgens een bijzondere soort sprinkhanen, die mensen kunnen pijnigen. Dat pijnigen duurt vijf maanden. Hun koning heet Abaddon, dat Vernietiging betekent. Het was het wee van de vijfde engel. Openbaringen 9.

Het beest uit deze onderaardse ruimte zal de getuigen doden. Openbaringen 11. Dat beest zal worden vernietigd. Openbaringen 17. En ook de Satan zal worden gegrepen, geketend en in deze ruimte worden geworpen. De put zal worden verzegeld. Voor duizend jaar lang. Openbaringen 20.

Exotorus skotos (uiterste duisternis)

Dit begrip komt drie keer voor in drie verzen in het evangelie van Matteüs, het is de combinatie van woorden met Strong nummers G1857 en G4655.

Matteüs 8:12. .. maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.
Matteüs 22:13. Daarop zei de koning tegen zijn hofdienaars: “Bind zijn handen en voeten vast en gooi hem eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt”. 
Matteüs 25:30. En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt. [SV bij alle drie verzen buitenste duisternis]

De duisternis is ook hier op aarde in het dagelijks leven. Daar lijken deze vergelijkingen over te gaan. Dat duisternis is een plek om te jammeren en knarsetanden. Kijk maar naar deze duistere plekken in onze tijd.

Tartaroo

In de Griekse mythologie gold de Tartarus als de onderste laag van het dodenrijk. Het begrip komt alleen in de 2de brief van de apostel Petrus voor.
2 Petrus 2:4. Immers, God heeft zelfs engelen die gezondigd hadden niet gespaard maar hen in de Tartarus geworpen. Daar, in de diepste duisternis, blijven ze opgesloten om hun vonnis af te wachten. [ SV: hel]

Dit is dus het lot van engelen, die hadden gezondigd.

De outline of Biblical Usage zegt: “the name of the subterranean region, doleful and dark, regarded by the ancient Greeks as the abode of the wicked dead, where they suffer punishment for their evil deeds; it answers to Gehenna of the Jews”. De laatste paar woorden geven de visie van de kerk weer op de Gehenna.

Limne pyr (meer van vuur)

Het meer van vuur, in de NBV vertaling ‘vuurpoel’, wordt vijf maal genoemd in Openbaringen 19, 20 en 21.

Volgens het boek  Openbaringen 19:20 en 20:10 worden het beest, de valse profeet en de duivel geworpen in het meer van vuur.

Openbaringen 20:13-15. De zee stond de doden die ze in zich had af, en ook de dood en het dodenrijk stonden hun doden af. En iedereen werd geoordeeld naar zijn daden. Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid. [het woord vuurpoel dat niet is onderstreept staat niet in de Griekse tekst]

Openbaringen 21:8. Maar voor hen die laf en trouweloos zijn geweest, die zich hebben ingelaten met gruwelijke dingen, met moord, ontucht, toverij of afgodendienst, voor allen die de leugen hebben gediend: hun deel is de vuurpoel met brandende zwavel, dat is de tweede dood.’

Wat kunnen we leren van deze teksten?
Nadat de dood en het dodenrijk hun doden hadden afgestaan. Werden deze beiden in de vuurpoel geworpen.

Na het oordeel over de doden, en het definitieve verdwijning van de dood en het dodenrijk staat dan toch nog een oordeel over de mensen, die niet het boek van het leven staan. Die worden evenals de mensen, die gruwelijke dingen hebben gedaan in de vuurpoel gegooid. Openbaringen 20 en 21.

Phylakē (gevangenis)

Het woord phylake, Strongnummer G5438 komt 47 keer voor in het Nieuwe Testament. Meestal gaat het om een gewone gevangenis, zoals de apostel Paulus die in de gevangenis zit. Drie keer echter gaat het over geestelijke wezens, die in de gevangenis zitten.

Een voor ons raadselachtige tekst over verkondiging aan de geesten, die ten tijde van Noach gevangen gekomen zijn.
1 Petrus 3: 19-21. Hij (Jezus) is naar de geesten gegaan die gevangen zaten, om dit alles te verkondigen aan hen die ten tijde van Noach weigerden te gehoorzamen, toen God geduldig wachtte en de ark gebouwd werd. In de ark werden slechts enkele mensen, acht in totaal, van de watervloed gered, en dat water is een voorafbeelding van het water van de doop, waardoor u nu wordt gered. De doop wast niet het vuil van uw lichaam, het is een vraag aan God om een zuiver geweten.

En tenslotte nog twee teksten over demonen en de satan, die gevangen zaten.
Openbaringen 18:2. Met een krachtige stem riep hij: ‘Gevallen, gevallen is Babylon, die grote stad! Ze is een woonplaats voor demonen geworden, ze biedt onderdak aan elke onreine geest, elke onreine vogel en elk onrein, afschuwelijk dier.
Openbaringen 20:7. Wanneer de duizend jaar voorbij zijn, zal Satan uit zijn gevangenis worden losgelaten.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Jezus is zelfs naar de geesten gegaan in het dodenrijk, die in de tijd van Noach leefden en niet gehoorzaamden. Wat Jezus met deze geesten heeft gedaan is mij niet bekend.

Het Babylon van Openbaringen is een gevangenis voor demonen geworden. Dat zou ook wel gewoon een plaats op aarde kunnen zijn. In het Oude Testament werd ook een stad genoemd, die een woonplaats van demonen werd.

De satan zal duizend jaar lang in zijn gevangenis zijn. Waar zou die gevangenis dan zijn?

Hart van de aarde

Tenslotte nog een opmerkelijke tekst van en over Jezus.
Matteüs 12:40. Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van een grote vis zat, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde verblijven. [Er staat kardia ge dat letterlijk ‘het hart van de aarde’ betekent]

Paulus in de diepte

Ook in het Nieuwe Testament staan zijdelingse verwijzingen naar de onderwereld zoals in deze tekst met de ‘diepte’.

2 Korintiërs 11:25. … ik ben driemaal met ​stokslagen​ gestraft, ik ben eenmaal met stenen bekogeld en heb driemaal schipbreuk geleden. Eén keer heb ik een heel etmaal op zee rondgedreven. [NBV. HSV en NBG vertalen met “doorgebracht”)

De Statenvertaling vertaalt het laatste deel van de tekst met ‘een ganse nacht en dag heb ik in de diepte doorgebracht’.  Er staat inderdaad het Griekse woord βυθός (bythos) G1037 dat diepte betekent. Is er bij Paulus ook een geschiedenis als bij de profeet Jona?

Opmerkingen over de vertalingen

Als het om de nare geestelijke plaatsen wordt er heel verschillend vertaald door de diverse vertalingen. Vertalingen kleuren in met hun eigen theologische visie.

De SV vertaalt het meest met het woord hel. Van de 67 keer dat sjeool voorkomt vertaalt de SV 45 keer met het woord hel. De andere keren met ‘graf’ of vijf keer met ‘erfbegrafenis’ als sjeool in combinatie met het woord voor bezitting wordt gebruikt (in Genesis 23, 49 en 50).

De SV maakt bij personen een keus of het woord sjeool met hel of met graf moet worden vertaald. Veel mensen gaan volgens de SV naar de hel. Maar Jacob gaat natuurlijk als hij sterft naar ‘het graf’ (Genesis 37:35). De SV vertaalt in dit geval sjeool met graf. Zou raar zijn als aartsvader Jacob naar de hel zou gaan.

Het is bij Jacob overigens de eerste keer dat het woord sjeool in de Bijbel wordt gebruikt en dan nog wel totaal vier keer in verband met Jozef. De Statenvertaling vertaalt alle vier keer het woord sjeool met graf. Wat dat betreft is het wel consequent.

In het Nieuwe Testament vertaalt de SV zowel het woord gehenna, als hades als tartaroo met ‘hel’ en vier maal met ‘helse vuur’. Waarom de toevoeging met vuur? Om het nog zwaarder aan te zetten?

De NBV daarentegen vertaalt nooit met het woord ‘hel’. De NBV vertaalt het Hebreeuwse woord sjeool bijna altijd, ik heb ze niet allemaal getoetst, met dodenrijk. Het NBV hanteert namelijk het woord dodenrijk 64 keer in 62 verzen.

Het Griekse woord gehenna neemt de NBV onvertaald over. Ook het woord tartaroo wordt niet vertaald. Het woord hades wordt vertaald met ‘dodenrijk’. Alleen 1 Korintiërs 15: 55 is anders vertaalt. ‘Dood (Grieks: thanathos), waar is je overwinning? Dood (Grieks: hades), (HSV Graf, NBG Dood, SV hel) waar is je angel?’ Dit zou juist sprekend zijn als je hier met dodenrijk vertaalt.

De NBG was de eerste vertaling, die het woord dodenrijk introduceerde. Dat was lastig te accepteren voor delen in de kerk. Ze vonden dat het woord ‘dodenrijk’ afdeed van de ernst van de ‘hel’. In mijn omgeving was het niet en kwestie van welke woord nu het meest recht doet aan het Hebreeuws en Grieks, maar men vond het woord ‘dodenrijk’ minder ernstig dan ‘hel’ en men volgde het gezag van de Statenvertaling.

De HSV heeft het woord dodenrijk vermeden. Daar was immers in de kerk discussie over. Men vond dat de Bijbel dan minder streng klonk dan werd bedoeld. Maar de HSV heeft wel de keus gemaakt voor minder ‘hel’ en meer ‘graf’.

De Willibrord heeft nog minder ‘hel’. De Bijbel in gewone taal heeft weer net zoveel ‘hel’ als de HSV. De Bijbel in gewone taal gebruikt ook niet het woord dodenrijk. Blijkbaar schat men in dat moderne lezers de ‘hel’ beter begrijpen dan het woord ‘dodenrijk’.

Hier een overzicht van de aantallen keren dat een bepaald Nederlands woord in een vertaling wordt gebruikt. Hier blijkt wel uit dat de vertalingen er met elkaar voor de hedendaagse lezer er een verwarrend geheel van maken.

Staten-
vertaling
HSV NBG NBV Bijbel in
gewone
taal
Willi-
brord
hel 44 24 9 0 24 10
Gehenna 0 0 0 11 0 0
dodenrijk 0 0 73 72 0 56
graf 106 157 82 120 120 100

Andere bronnen

Het woord hel en het begrip hel was er in ons land al voor de tijd van de kerk. Voor de Germanen was de hel het rijk van de zielen van de dode mensen.

In de loop van de eeuwen en dat is al begonnen in de vroege middeleeuwen heeft de kerk de kerk allerlei kleur aan de hel toegevoegd. Het werd een plaats van altijd durend vuur en vernietiging. Van de hel moest je bang zijn, zodat de mensen het goede zou gaan doen. De kerk ging zich opwerpen als de enige plek om de hel te ontlopen.

Schrijven over de hel werd een literair genre. Een bekend boek uit die tijd is “De goddelijke komedie” van Dante Alighieri. Het aparte is dat het volgens Dante koud is in de hel en niet het vuur wat je zou verwachten.

Schilders uit de middeleeuwen hebben ons afzichtelijke werken van de hel nagelaten. Ik heb er maar geen plaatje van in deze studie opgenomen. Sprekers hebben dat in hun preken aanschouwelijk naar voren gebracht.

Er zijn verschillende boeken geschreven over zowel de hemel als de hel.

Bart Repko schreef in 2013 “Kom niet aan de hel”. Met als ondertitel “De eeuwige hel heeft z’n langste tijd gehad”. Hij plaatst de leer van de hel in de christelijke theologie in het perspectief van Gods reddingsplan voor de wereld en voor Israël natuurlijk.

Bart belicht het onderwerp vanuit de kerkgeschiedenis, bladzijde 44 en verder, de eeuwige hel is pas in de loop van de kerkgeschiedenis naar voren is gekomen. Voor hen, die ongelovig waren gestorven werd gebeden en zelfs gedoopt. Hoe dat dopen werd gedaan is mij niet bekend.

Verder belicht Bart de visie van het Oude Testament en het jodendom op de hel, vanaf bladzijde 78. Zoals we al zagen komen de zielen van mensen in de sjeool, het dodenrijk. Hoe is het met de zielen daar? De joden zeggen: dat is Gods zaak, wij mensen moeten ons daar niet mee bemoeien.

De Amerikaan Rob Bell schreef in 2011 het boek “Love Wins”, in het Nederlands vertaalt: “En de meeste van deze is …. de liefde”. Dit boek is in de christelijke pers er niet zo goed vanaf gekomen, terwijl het juist dicht bij de Bijbel blijft. Het liet zien dat Bart wel gelijk had: “Kom niet aan de hel”.

Klopt het wel wat de kerk eeuwenlang naar voren heeft gebracht? Veel mensen, die zijdelings bij de kerk betrokken zijn geloven niet in de hel, nog wel wat meer in de hemel. Opvallend genoeg gelooft bijna iedereen dat ieder mens op een of andere manier verder voortleeft.

Samenvatting

Als je sterft ga je naar de hemel of naar de hel. Eeuwenlang hebben de kerken die overtuiging er in gehamerd. Als je dit of dat doet, het varieerde wat afhankelijk van de tijd of plaats, dan kom je later in de hel. Je kunt ook in de hemel komen. Voor de RK kerk moet je daarvoor naar de mis, biechten etc. In strenge kerken alleen als God je ooit daartoe hebt uitverkoren.

De Statenvertaling gebruikt dikwijls het woord hel. Zo gaan Korach en zijn kinderen naar de hel. Maar bij aartsvader Jacob waar hetzelfde woord sjeool staat, vertaalt de Statenvertaling met graf. Je kunt een aartsvader ook moeilijk naar de hel laten gaan natuurlijk.

In de Bijbel is het dodenrijk geen straf. Het is onderdeel van het leven. Het voortijdig naar het dodenrijk gaan, kan wel een straf zijn of een consequentie van een bepaalde keuze in je leven.

De boodschap van de teksten over de gehenna is: na misstappen wordt je leven een hel. Dat is ook wat in werkelijkheid gebeurt bij mensen. Dus wees verstandig.

Als je met God leeft, doet wat Hij van je vraagt, dan mag je ook dicht bij God blijven. Als je een andere weg gaat dan kom je verder of ver van God vandaan. Je kunt het misschien vergelijken met de zon en de planeten. Als je dichtbij de zon bent, voel je de warmte van de zon. Maar een planeet ver weg van de zon merkt van de warmte nauwelijks iets. Het licht van de zon wordt ook steeds flauwer.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.