Onze samenleving wordt gestructureerd door gezagspatronen. Je schikt je onder gezag. Voor de diverse situaties in je leven ook weer onder verschillend gezag. Als verkeersdeelnemer. Op school. Op het werk. In het gezin en de familie. etc
Je hebt ook gezagspatronen in de geestelijke wereld. Het is verstandig om je te schikken onder gezag van de Schepper van hemel en aarde. Maar zelf ben je ook iemand in de geestelijke wereld.
Het is goed om het nodige te weten van de twee kanten van de medaille. Het erkennen van gezag. En het uitoefenen van gezag.
Deze studie laat zien welke lessen er volgens de Bijbel te trekken zijn. De geciteerde teksten zijn uit de NBV vertaling tenzij anders aangegeven.
Studievragen
Bij dit onderwerp zou je het volgende kunnen afvragen.
Hebben we als mens in de zichtbare wereld gezag?
Wat geeft de Bijbel aan hoe je dient om te gaan met autoriteiten en gezag.
Is volgens de Bijbel autoriteit in de geestelijke wereld mogelijk?
Wat zijn de voorwaarden om autoriteit te ontvangen? Wat werkt autoriteit in de geestelijke wereld uit?
Geldt die autoriteit ook voor de gelovigen uit de volken?
Is wat in de Bijbel staat over autoriteit wel goed begrepen in de christelijke wereld?
Is wat in de Bijbel staat over autoriteit wel correct vertaald?
In het hoofdstuk Lessen staan de antwoorden op deze vragen.
Oude Testament
In het Oude Testament zijn er woorden rond gezag en heerschappij uitvoeren en woorden rond onderwerpen.
Gezag uitoefenen, mashal
In het Hebreeuws komen we diverse woorden tegen, die met gezag, macht en autoriteit uitoefenen kunnen worden vertaald.
Woord | Soort woord | Strong | Opmerkingen: | |
1 | מָשַׁל mashal | Werkwoord | H4910 | Gezag verwerven Komt 81 voor in 74 verzen. KJV: rule (38x), ruler (19x), reign (8x), dominion (7x), governor (4x), ruled over (2x), power (2x), indeed (1x). |
2 | רָדָה radah | Werkwoord | H7287 | Komt 27 keer voor in 25 verzen. KJV: rule (13x), dominion (9x), take (2x), prevaileth (1x), reign (1x), ruler (1x). |
4 | מֶמְשָׁלָה memshalah | Zelfstandig naamwoord vrouwelijk | H4475 | Heerschappij Komt 17 keer voor in 16 verzen. KJV: dominion (10x), rule (4x), dominion (with H3027) (1x), government (1x), power (1x). |
5 | שָׁלְטָן sholtan (Aramaic) | Zelfstandig naamwoord mannelijk | H7985 | Heerschappij Komt 14 keer voor in 9 verzen van het boek Daniël KJV: dominion (14x). |
6 | שַׁלִּיט shalliyt | Bijvoeglijk naamwoord | H7989 | Machtige Komt 4 keer voor in 4 verzen. KJV: governor (1x), mighty (1x), that hath power (1x), ruler (1x) |
Ad 1. Gezag verwerven mashal
Het werkwoord mashal komt voor in 74 verzen. Hieronder citaten waar dit woord voorkomt uit de Psalmen met nog een citaat van een tweetal teksten die me waren opgevallen uit andere boeken.
Psalm 8:6-7. Toch hebt U hem weinig minder gemaakt dan de engelen en hem met eer en glorie gekroond. U doet hem heersen over de werken van Uw handen, U hebt alles onder zijn voeten gelegd: [HSV]
Psalm 19:14. Bescherm mij, uw dienaar, en laat hoogmoed niet over mij heersen, dan zal ik volmaakt zijn en bevrijd van grote zonde.
Psalm 22:29. Want het koningschap is aan de HEER, Hij heerst over de volken.
Psalm 59:13. Sla toe in uw toorn, sla vernietigend toe. Tot aan de einden der aarde zullen zij weten dat God over Jakob heerst.
Psalm 66:7. Laten wij ons dan in Hem verheugen: machtig heerst Hij, voor eeuwig, zijn ogen waken over de volken. Laat niemand zich tegen Hem verzetten.
Psalm 89:10. U heerst over de hoog rijzende zee – verheffen zich haar golven, U brengt ze tot rust.
Psalm 103:19. De HEER heeft in de hemel zijn troon gevestigd, als koning heerst Hij over alles.
Psalm 105:20-21. De koning beval hem los te laten, de heerser der volken liet hem vrij. Hij stelde hem aan als heer van zijn huis, als beheerder van heel zijn bezit.
Opmerking: het gaat hier over farao, die Jozef de beheerder maakte van zijn bezit.
Psalm 106:40-41. Toen ontstak de HEER in toorn, Hij gruwde van zijn volk, zijn liefste bezit. Hij gaf het in de macht van vreemde volken, zij werden overheerst door hun haters,
Spreuken 12:24. Een vlijtig mens verwerft gezag, luiheid leidt tot slavernij.
Jeremia 1:10. Nu, op deze dag, geef ik je gezag over alle koninkrijken en volken, om ze uit te rukken en te verwoesten, om ze te vernietigen en af te breken, op te bouwen en te planten.’
Opmerking: dit zijn de woorden, die Jeremia te horen kreeg toen hij werd aangesteld als profeet. En inderdaad heeft hij diverse woorden over diverse volken uitgesproken, die ook werkelijkheid zijn geworden.
Ad 2. Heerschappij radah
Het werkwoord radah komt voor in 25 verzen. Hier alleen citaten van dit woord in de torah.
Genesis 1:26-28. God zei: ‘Laten Wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op Ons lijken; zij moeten heersen over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep Hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij de mensen. Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’
Leviticus 25:42-43. Want zij zijn Mijn dienaren, die Ik uit het land Egypte heb geleid. Zij mogen niet verkocht worden zoals men een slaaf verkoopt. U mag niet met harde hand over hem heersen, maar u moet uw God vrezen. [HSV]
Leviticus 25:46. U mag hen als erfbezit aan uw kinderen na u nalaten om hen als bezit te erven. U moet hen voor altijd laten dienen, maar over uw broeders, de Israëlieten, mag u niet – de een over de ander – met harde hand heersen. [HSV]
Leviticus 25:53. Hij moet als een dagloner jaar op jaar bij hem blijven. Men mag onder uw ogen niet met harde hand over hem heersen. [HSV]
Leviticus 26:17. Ik zal me tegen jullie keren, zodat jullie door je vijanden verslagen worden. Jullie zullen worden overheerst door mensen die je haten, en op de vlucht slaan, zelfs als niemand je verjaagt.
Opmerking: dit zal gebeuren als een vloek als het volk Israël Gods geboden niet serieus neemt.
Numeri 24:18b-19. Israël wordt machtig en sterk, uit Jakob staat een heerser op. Wie ontkomt uit de stad brengt hij om.’
Opmerking: dit is een uitspraak van Bileam over het volk Israël.
Ad 3. Heerschappij memsjalah
Het zelfstandig naamwoord memsjalah komt voor in 16 verzen.
Genesis 1:16. En God maakte de beide grote lichten, het grootste licht tot heerschappij over de dag, en het kleinere licht tot heerschappij over de nacht, benevens de sterren. [NBG]
Psalm103:22. Loof de HEERE, al Zijn werken, op alle plaatsen van Zijn heerschappij. [HSV]
Psalm 114:2. Toen Israël wegtrok uit Egypte, het volk van Jakob dat vreemdtalige land verliet, werd Juda zijn heiligdom, Israël zijn koninkrijk.
Psalm 136:7-9. … die de grote lichten maakte – eeuwig duurt zijn trouw –
de zon, om te heersen over de dag – eeuwig duurt zijn trouw – maan en sterren, om te heersen over de nacht – eeuwig duurt zijn trouw –
Psalm 145:13. ‘Uw koningschap omspant de eeuwen, uw heerschappij omvat alle geslachten.’
Jeremia 51:28. Bereid vele volken voor op de strijd, de koningen van Medië, bestuurders en bevelhebbers, alle landen onder hun heerschappij.
Daniël 11:5. De koning van het Zuiden zal machtig worden, maar een van zijn vorsten wordt nog machtiger dan hij en zal in zijn plaats heersen; zijn heerschappij zal zich over een groot gebied uitstrekken.
Micha 4:8. En jij, wachttoren over de kudde, vesting van Sion, jij zult je vroegere heerschappij herkrijgen, aan jou, Jeruzalem, behoort het koningschap toe.
Ad 4. Sjaltan in het boek Daniël
Van de 14 keer dat het woord sjaltan in het boek Daniël voorkomt hier de eerste vijf keer in hoofdstuk 4 .
Daniël 4:1-3. Koning Nebukadnezar aan alle volken, natiën en talen die op de hele aarde wonen: Moge uw vrede toenemen. Het behaagt mij de tekenen en wonderen die de allerhoogste God aan mij gedaan heeft, te kennen te geven. Hoe groot zijn Zijn tekenen en hoe machtig Zijn wonderen! Zijn Koninkrijk is een eeuwig Koninkrijk en Zijn heerschappij is van generatie op generatie. [HSV]
Daniël 4:20-22. De boom die u gezien hebt – hij was groot en sterk geworden, zijn hoogte reikte tot aan de hemel en hij was te zien over heel de aarde, zijn loof was prachtig en zijn vruchten talrijk, er zat voedsel aan voor allen, de dieren van het veld verbleven eronder en de vogels in de lucht nestelden in zijn takken – dat bent u, o koning, u die groot en sterk bent geworden. Want uw grootheid is zo toegenomen dat zij reikt tot de hemel, en uw heerschappij reikt tot het einde van de aarde. [HSV]
Daniël 4:34. Na verloop van die dagen sloeg ík, Nebukadnezar, mijn ogen op naar de hemel, want mijn verstand kwam in mij terug, en ik loofde de Allerhoogste en prees en verheerlijkte Hem Die eeuwig leeft. Zijn heerschappij is immers een eeuwige heerschappij, en Zijn Koninkrijk is van generatie op generatie. [HSV]
Ad 5. Sjallitt machtige
Het bijvoeglijk naamwoord sjallit komt voor in de volgende teksten.
Genesis 42:6. Jozef was de hoogste machthebber in het land en iedereen moest bij hem graan kopen. Toen zijn broers voor hem verschenen, bogen ze zich diep voor hem neer.
Opmerking: er staat letterlijk: Jozef was de machtige in het land.
Prediker 7:19. De wijsheid maakt de wijze sterker dan tien machthebbers die in de stad zijn. [HSV]
Prediker 8:8. Niemand heeft macht over zijn adem, geen mens kan tegenhouden dat zijn adem vergaat. Niemand heeft macht over de dag waarop hij sterft, geen mens ontvlucht het slagveld van de dood. En ook het kwaad – het zal zijn dienaren niet redden.
Opmerking: de tweede keer dat in deze tekst het woord macht staat is het woord שִׁלְטוֹן šilṭôn, Strong H7983 gebruikt. Is een synoniem van sjalliet.
Prediker 10:5-7. Ik heb een kwade zaak onder de zon gezien, een wandaad die machthebbers plegen te begaan: dwazen zetelen op hoge posten, rijken worden neergezet op lage posten. Slaven komen te paard, zo heb ik gezien, maar edelen gaan te voet als slaven.
Wat kunnen we van deze teksten leren?
De HEER heerst over de volken. Psalm 22:29. Een geruststellende gedachte. Zijn ogen waken over de volken. Psalm 66:7. En in het bijzonder heerst God over Jacob. Psalm 59:13. Israël is zijn heerschappij. Psalm 114:2. Gods heerschappij gaat over alle geslachten. Psalm 145:13. Daniël 4:1-3 en 34.
Er zal uit Jacob een heerser opstaan. Numeri 24:18b-19.
De HEER heerst over de hoog rijzende zee. Psalm 89:10. De HEER heerst als koning over alles. Psalm 103:19
Als het volk Israël niet gehoorzaam is, zullen andere volken over hen gaan heersen. Psalm 106:40-41. Volken die je haten. Leviticus 26:17.
Wij als mensen mogen heersen over het werk van Gods handen. Psalm 8:6-7. Wij mogen heersen over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ Genesis 1:26 en 28.
Er kunnen ook foute dingen over ons heersen. Zoals hoogmoed. Psalm 19:14. (men zegt ook wel eens de griep heerst, nee Jezus heerst)
Mensen kunnen ook in de gelegenheid komen om te heersen. Jozef. Genesis 42:6. Jozef over de bezittingen van de farao. Psalm 105:20-21. Jeremia over koninkrijken en volken. Jeremia 1:10. De koningen van de Meden. Jeremia 51:28. De koning van het zuiden. Daniël 11:5. Ook Jeruzalem. Micha 4:8. Nebukadnezar tot het einde der aarde. Daniël 4:20-22
Hoe kom je aan gezag? Vlijtig zijn. Spreuken 12:24. Wijsheid. Prediker 7:19
Je mag niet over de mensen van het volk Israël met harde hand heersen. Leviticus 25:42-43, 46 en 53.
De grote en kleine lichten hebben ook heerschappij. Genesis 1:16. Psalm 136:7-9.
Waar we geen macht over hebben is onze adem. Prediker 8:8. En over de dag dat we zullen sterven. Prediker 8:8
Onderwerpen aan gezag, kabash
De andere manier van gezag uitoefenen is je onderwerpen aan gezag. Dat is de betekenis van het woord kabash..
Woord | Soort woord | Strong | Opmerkingen: | |
1 | כָּבַשׁ kabash | Werkwoord | H3533 | Komt 15 voor in 13 verzen. KJV: subdue (8x), bring into subjection (3x), bring into bondage (2x), keep under (1x), force (1x). |
Genesis 1:28. Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’
Numeri 32:20-22. Hierop zei Mozes tegen hen: ‘Als u dat doet, als u zich ten overstaan van de HEER opmaakt voor de strijd, en als al uw weerbare mannen voor de HEER de Jordaan overtrekken en niet terugkeren voordat de HEER zijn vijanden verdreven heeft en het land aan Hem onderworpen is, dan zult u zich volledig van uw plicht tegenover de HEER en Israël gekweten hebben en wordt dit gebied ten overstaan van de HEER uw eigendom.
Numeri 32:28-29. Daarna gaf Mozes instructies aan de priester Eleazar, aan Jozua, de zoon van Nun, en aan de stamhoofden van Israël. Hij zei tegen hen: ‘Als de weerbare mannen van de Gadieten en de Rubenieten samen met u de Jordaan overtrekken om onder bevel van de HEER te strijden, dan moet u hun, wanneer het land aan u onderworpen is, Gilead in eigendom geven.
Jozua 18:1. Vervolgens verzamelde zich heel de gemeenschap van de Israëlieten in Silo, en zij zetten daar de tent van ontmoeting op, nadat het land aan hen onderworpen was. [HSV]
2 Samuel 8:11. Koning David wijdde deze geschenken aan de HEER, samen met het goud en zilver van de volken die hij had onderworpen.
1 Kronieken 22:18. Hij zei: Is niet de HEERE, uw God, met u, en heeft Hij u geen rust gegeven van rondom? Want Hij heeft de inwoners van het land in mijn hand gegeven, en dit land is onderworpen voor het aangezicht van de HEERE, en voor Zijn volk. [HSV]
2 Kronieken 28:10. En nu bent u van plan de mensen uit Juda en Jeruzalem als slaven en slavinnen te onderwerpen. Bent u niet evengoed met schuld beladen tegenover de HEER, uw God?
Nehemia 5:5. Welnu, zoals het vlees van onze broeders is ook ons vlees; zoals hun zonen zijn ook onze zonen. En zie: wij staan op het punt onze zonen en onze dochters aan de slavernij te onderwerpen en er zijn er van onze dochters die al aan de slavernij zijn onderworpen, en dat buiten onze macht, en onze velden en onze wijngaarden behoren aan anderen toe. [HSV]
Esther 7:8. Toen de koning uit de paleistuin terugkwam in het vertrek waar het feestmaal werd gehouden, had Haman zich juist laten neervallen op de bank waarop Ester lag. ‘Ook nog de koning in aanranden in mijn aanwezigheid?!’ riep de koning uit. Nauwelijks had hij deze beschuldiging geuit of men bedekte Hamans gezicht.
Jeremia 34:11. Maar enige tijd later kwamen ze erop terug. Ze haalden hun vrijgelaten slaven en slavinnen terug en onderwierpen hen opnieuw.
Jeremia 34:16. Maar toen kwamen jullie erop terug. Jullie hebben mijn naam ontwijd door je slaven en slavinnen terug te halen. Eerst lieten jullie hen gaan en waren ze vrij, maar later onderwierpen jullie hen weer.
Micha 7:19. Opnieuw zult U zich over ons ontfermen en al onze zonden tenietdoen. Onze zonden werpt U in de diepten van de zee.
Zacharia 9:15. De HEER van de hemelse machten is hun schild. Ze zullen de vijand verslinden en zijn slingerstenen verbrijzelen, ze zullen zijn bloed drinken tot ze dronken zijn, tot ze ervan overlopen als een plengschaal en met bloed besmeurd zijn als de hoeken van een altaar.
In je hand gegeven, asjer sjamti beyodeka
Er is ook de uitdrukking ‘in je handen leggen’ Strong nummers H834 + 7760 en H3027 asjer sjamti beyodeka. Deze uitdrukking komt eenmalig voor in het Oude Testament. In deze tekst.
Exodus 4:21. En de Heere zeide tot Mozes: Terwijl gij heentrekt, om weer naar Egypte te keren, zie toe, dat gij al de wonderen doet voor Faraö, die Ik in uw hand gesteld heb; doch Ik zal zijn hart verstokken, dat hij het volk niet zal laten gaan. [Statenvertaling]
God heeft Mozes drie wondertekenen ter beschikking gesteld om de farao te overtuigen. Het eerste teken is zijn staf (vs.2) als Mozes naar Gods opdracht de staf op de grond gooit, verandert deze in een slang. Vervolgens moet hij de slang bij de staart grijpen (vs.4), een gevaarlijke handeling vanwege het risico gebeten te worden; wie een slang veilig wil oppakken, vat het dier immers bij de kop. Mozes wordt echter niet gebeten: de slang verandert terug in een staf. Uitdrukkelijk zegt God wat het doel van dit teken is (vs.5): dat zij geloven dat de HERE – hier opnieuw nader aangeduid als ‘de God van Abraham, Isaak en Jakob’ (vgl. Ex.3:15 en uitleg) – werkelijk aan Mozes verschenen is. Hiermee kan Mozes laten zien dat hij autoriteit over de farao van Egypte heeft.
Mozes krijg nog twee andere wondertekenen om zijn autoriteit te laten zien. (bron: Studiebijbel online)
Nieuwe Testament
Ook in het Nieuwe Testament is er een onderscheid tussen gezag hebben en het ondergaan van gezag. Met andere woorden autoriteit ontvangen en uitvoeren en je schikken onder de autoriteit van een ander. Dit staat in de komende twee hoofdstukken.
Autoriteit hebben, exousia
Het Grieks van het Nieuwe Testament gebruikt woorden rond exousia ἐξουσία zowel als zelfstandig naamwoord en als werkwoord.
Woord | Soort woord | Strong | Opmerkingen: | |
1 | ἐξουσία exousia | Zelfstandig naamwoord vrouwelijk | G1849 SB1674 | Autoriteit Komt 103 keer voor in 93 verzen KJV: power (69x), authority (29x), right (2x), liberty (1x), jurisdiction (1x), strength (1x) |
2 | ἐξουσιάζω éxousiazo | Werkwoord | G1850 SB1675 | Autoriteit hebben over. Komt 4 keer voor in 3 verzen KJV: have power of (2x), exercise authority upon (1x), bring under power (1x). |
Het Griekse woord exousia betekent (recht op) vrijheid van handelen en niet door anderen gehinderde macht (om iets te doen).
Hieronder alle teksten waarin het woord in de evangeliën voorkomt en een enkele tekst buiten de evangeliën. << zal in een volgende versie van deze studie completer worden gemaakt>>
Ik heb de teksten gesorteerd naar drie onderwerpen en een categorie overige. Zie de subhoofdstukken hieronder.
Inzicht in gezag
Hieronder twee teksten, die inzicht geven over wat autoriteit is. Als eerste uitspraken van een Romeinse centurio.
Matteüs 8:8-10. Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat u onder mijn dak komt, u hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn dienaar zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’ Toen Jezus dit hoorde, verbaasde hij zich en hij zei tegen degenen die hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb ik zo’n groot geloof gevonden’.
Opmerking 1: de mensen in die tijd waren bekend met de geestelijke wereld. Autoriteit in de geestelijke wereld geeft autoriteit in de zichtbare wereld.
Opmerking 2: de waarheid bij opmerking 1 was niet wat Jezus dankbaar maakt, maar het inzicht dat de centurio had dat Jezus geestelijke autoriteit had gekregen van een hogere macht en dat het betekende dat genezen kan vanuit de geestelijke autoriteit.
De tweede tekst bevat de woorden, die worden gewisseld door Jezus als gevangene en Pilatus als de wereldlijke machthebber.
Johannes 19:10-12. Waarom zegt u niets tegen mij?’ vroeg Pilatus. ‘Weet u dan niet dat ik de macht heb om u vrij te laten of u te kruisigen?’ Jezus antwoordde: ‘De enige macht die u over mij hebt, is u van boven gegeven. Daarom draagt degene die mij aan u uitgeleverd heeft de meeste schuld.’ Vanaf dat moment wilde Pilatus hem vrijlaten.
Opmerking: bij Jezus woorden ‘van boven gegeven’ zal Pilatus gedacht hebben aan zijn goden. Blijkbaar speelde dat voor hem persoonlijke een belangrijke rol, wellicht had hij een gelofte afgelegd aan de goden. Het lijkt mij dat Pilatus zag dat Jezus autoriteit had gekregen van een hogere geestelijke macht. Je moet niet iets doen dat in strijd is met die hogere macht. Hij probeerde daarna ook Jezus vrij te laten.
Het gezag dat Jezus had ontvangen
Er gaan diverse teksten over het gezag dat Jezus had ontvangen. Het begint met een aanbod voor exousia, die Jezus niet ontvangen wilde, namelijk de exousia van het rijk van de duisternis.
Lukas 4:5-6. Toen bracht de duivel Hem naar een hooggelegen plaats en liet Hem in één ogenblik alle koninkrijken van de wereld zien. De duivel zei tegen hem: ‘Ik geef u de macht over dat alles en ook de roem die ermee gepaard gaat, want ik kan daarover beschikken en ik geef het aan wie ik wil …’.
Opmerking 1: het gaat over autoriteit over de koninkrijken van de wereld. De duivel doet alsof hij autoriteit heeft over die rijken. Jezus spreekt dat niet tegen. De koninkrijken van de wereld hebben autoriteit van de duivel gegeven door te doen wat hij graag wil, hem te volgen.
Opmerking 2: Jezus weigerde de exousia van de duivel aan te nemen en kwam gesterkt door de Geest uit de woestijn terug, zie Lucas 4:14.
Lukas 4:31-32. Hij ging naar Kafarnaüm, een stad in Galilea, waar hij de inwoners steeds op sabbat onderwees. Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht, want hij sprak met gezag.
Lukas 4:33-37. Er was in de synagoge iemand die bezeten was door een geest, een onreine demon, en deze schreeuwde luidkeels: ‘Aaah! Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie je bent, de heilige van God.’ Maar Jezus sprak hem streng toe en zei: ‘Zwijg en ga uit hem weg!’ De demon smeet de man op de grond en ging uit hem weg zonder hem te verwonden. Allen waren verbijsterd. Ze bespraken het voorval met elkaar en zeiden: ‘Wat zijn dat voor dingen die hij zegt? Hoe komt het dat hij het gezag en de macht heeft om onreine geesten zijn bevelen te geven zodat zij de mensen verlaten?’ Het nieuws over hem verspreidde zich overal in de streek.
Opmerking 1: zo gaat dat in de geestelijke wereld. Door de autoriteit van de duivel af te wijzen ontving Jezus vanuit de hemel een hogere geestelijke autoriteit. Zo kan de duivel ons helpen aan meer autoriteit.
Opmerking 2: voor het uitdrijven van boze geesten is zowel gezag (exousia) als macht (dynamis) nodig. Onhandig dat de vertalers dynamis ook met het woord macht vertalen.
Deze tekst is de afsluiting van de Bergrede van Jezus.
Matteüs 7:28-29. Toen Jezus deze rede had uitgesproken, waren de mensen diep onder de indruk van zijn onderricht, want hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals hun schriftgeleerden.
Opmerking 1: de Joodse manier van onderwijzen is vooral het citeren van andere geleerden. Die zegt dit en die zegt dat. Jezus is aangesloten op de bron en dan kun je op gegeven moment uitleggen wat waar is en wat niet waar is.
In dit gedeelte gaat het om de exousia om de zonden te vergeven.
Matteüs 9:1-8. Hij stapte weer in de boot en stak over, terug naar zijn eigen stad. Daar probeerden een paar mensen een verlamde bij hem te brengen die op een draagbed lag. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Wees gerust, uw zonden worden u vergeven.’ Daarop zeiden enkele schriftgeleerden bij zichzelf: Wat een godslasterlijke taal! Jezus doorzag hun gedachten en zei: ‘Waarom hebt u zulke boosaardige gedachten? Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op en loop”? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: ‘Sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ En hij stond op en ging naar huis. Bij het zien hiervan werden de mensen van ontzag vervuld en ze loofden God, om de macht die hij aan mensen heeft verleend.
Opmerking 1: dit was blijkbaar voor deze persoon de goede volgorde. Eerst vergeving dan genezing.
Opmerking 2: de vrienden van de zieke keken verwachtingsvol naar Jezus. Dat verwachtingsvolle raakt het hart van Jezus.
Opmerking 3: de tijdgenoten van Jezus zagen hem vooral als mens. Dat hielp hen wel om te kunnen zien dat God mensen autoriteit geeft om te vergeven.
Hier spreekt Jezus over zijn relatie met de Vader.
Johannes 5:27-29. En omdat Hij de Mensenzoon is, heeft de Vader Hem ook gezag gegeven om het oordeel te vellen. Wees hierover niet verwonderd, er komt een moment waarop alle doden zijn stem zullen horen en uit hun graf zullen komen: wie het goede gedaan heeft staat op om te leven, wie het slechte gedaan heeft staat op om veroordeeld te worden.
Opmerking 1: het is fijn om te weten dat Jezus ons zal beoordelen. Wij kennen Hem als geen ander.
Opmerking 2: het lijkt mij dat het hier ook al gaat om het leven wat we nu leven. Of misschien wel dat het juist om dit leven gaat.
Opmerking 3: in vers 24 en 25 staan drie voorwaarden om het leven te ontvangen: de Zoon en daarmee ook de Vader eren, vers 24, het horen van de woorden van Jezus en op Jezus vertrouwen, vers 25.
Bij het onderwijs van Jezus over de goede herder zegt Hij dit.
Johannes 10:17-18. Daarom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik Mijn leven geef om het opnieuw te nemen. Niemand neemt het Mij af, maar Ik geef het uit Mijzelf; Ik heb macht het te geven, en heb macht het opnieuw te nemen. Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen.
Opmerking 1: Jezus heeft de autoriteit om het leven van Hem af te leggen als om het weer te nemen.
Opmerking 2: in het Oude Testament legt aartsvader Jacob nadat hij de zegen aan zijn kinderen had gegeven het leven gaf. Zou dit voor de volgelingen van Jezus ook meer mogelijk zijn, dan we nu denken?
Dit zegt Jezus in het Hogepriesterlijk gebed. Dit zegt Jezus over zichzelf.
Johannes 17:2. Hij heeft van U macht over alle mensen ontvangen, de macht om iedereen die U aan Hem gegeven hebt het eeuwige leven te schenken.
Opmerking 1: autoriteit over alle mensen.
Opmerking 2: en de autoriteit om de groep mensen, die de Vader aan Jezus gaf ‘eeuwig leven’ te schenken. “Leven” dat ‘eeuwig’ duurt, wat volgens Hebreeuws inzicht een lange periode is. Een oneindig lange tijd is een Griekse gedachte.
Bij de tempel ontstaat er een gesprek over de exousia van Jezus.
Matteüs 21:23-27. Toen hij naar de tempel was gegaan en daar onderricht gaf, kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk naar hem toe. Ze vroegen hem: ‘Op grond van welke bevoegdheid doet u die dingen? En wie heeft u die bevoegdheid gegeven?’ Jezus gaf hun ten antwoord: ‘Ik zal u ook een vraag stellen, en als u mij daarop antwoord geeft, zal ik u zeggen op grond van welke bevoegdheid ik die dingen doe. In wiens opdracht doopte Johannes? Kwam die opdracht van de hemel of van mensen?’ Ze overlegden met elkaar en zeiden: ‘Als we zeggen: “Van de hemel,” dan zal hij tegen ons zeggen: “Waarom hebt u hem dan niet geloofd?” Maar als we zeggen: “Van mensen,” dan krijgen we het volk over ons heen, want iedereen houdt Johannes voor een profeet.’ Dus gaven ze Jezus als antwoord: ‘We weten het niet.’ Daarop zei hij tegen hen: ‘Dan zeg ik u ook niet op grond van welke bevoegdheid ik die dingen doe.
Opmerking 1: hier kiezen de NBV, HSV en de NBG voor vertaling van het woord bevoegdheid.
Opmerking 2: Jezus geeft op zijn Hebreeuws antwoord. Hij geeft een hint door naar Johannes de Doper te verwijzen, die de opdracht van boven kreeg.
Als Jezus afscheid neemt van de discipelen zegt hij dit.
Matteüs 28: 18-20. Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’
Opmerking: Jezus is alle autoriteit gegeven. Jezus vraagt zijn discipelen hetzelfde te doen als hijzelf heeft gedaan, onderwijs geven, hen dichtbij de Vader, de Zoon en de Geest te brengen en te doen wat Jezus zelf zijn Vader zag doen. Voor de discipelen is dat ook alleen mogelijk als ze autoriteit hebben. Hun autoriteit is in deze tekst verondersteld.
De discipelen krijgen autoriteit
Jezus geeft als eerste autoriteit aan de twaalf discipelen. En het blijkt te werken. Jezus is er blij mee.
Matteüs 10:1 ‘Daarop riep hij zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen’.
Marcus 3:13-15. Hij ging de berg op en riep al degenen bij zich op wie Hij zijn keuze had laten vallen, en ze kwamen naar Hem toe. Hij stelde twaalf van hen aan als apostel; ze moesten Hem vergezellen, en Hij wilde hen uitzenden om het goede nieuws te verkondigen. Ook kregen ze de macht om demonen uit te drijven.
Lukas 9:1. Hij riep de twaalf bij zich en gaf hun macht en gezag over alle demonen, en de kracht om ziekten te genezen.
Opmerking 1: wat hier gebeurt, is ontzagwekkend. Hoe zou je zo’n ceremonie moeten noemen? Een kroning, een wijding of een inwijding?
Opmerking 2: Lukas 9:1 noemt naast exousia ook de kracht, dunamin, om zieken te behandelen van hun ziekten.
Jezus liet het niet bij het geven van exousia aan zijn twaalf uitgekozen leerlingen. Nee, Jezus gaf de exousia over de duisternis ook aan zeventig anderen, dat lezen we overigens pas in vers 19.
Lucas 10:1. Daarna stelde de Heer tweeënzeventig anderen aan, die Hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan.
Lucas 10:9. … genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: “Het koninkrijk van God heeft jullie bereikt.
Lukas 10:17-20. De tweeënzeventig keerden vol vreugde terug en zeiden: ‘Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam.’ Hij zei tegen hen: ‘Ik heb Satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen! Bedenk wel: ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden. Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend.
Opmerking 1: de wijding van de zeventig heeft een belangrijk voorloper in de Torah. Mozes had destijds in opdracht van God zeventig leiders meegenomen naar de ontmoetingstent waar ze prompt begonnen met profeteren, zie Numeri 11:25.
Opmerking 2: de laatste zin, vers 20, is een waarschuwing om ter harte te nemen. Verlekker je niet in exousia maar in je relatie met de Heer.
Exousia aan dienaren
Jezus maakt van het geven van autoriteit een algemeen principe voor de eindtijd. Hier staat het indirect, in een beeld, de
Marcus 13:33-34. Pas op, wees waakzaam, want jullie weten niet wanneer die tijd zal komen. Het is als met een man die op reis ging: hij verliet zijn huis en droeg het beheer over aan zijn dienaren, die elk een eigen taak kregen, en de deurwachter gaf hij opdracht om de wacht te houden.
Let op: waak en bid, want u weet niet wanneer [het] de tijd is. [Het zal zijn] als [bij] iemand die naar het buitenland ging: hij verliet zijn huis, gaf zijn slaven volmacht, en gaf aan ieder zijn werk, en gebood de deurwachter waakzaam te zijn. [HSV]
Opmerking 1: waren het eerst discipelen, die later apostelen werden, die volmacht kregen, daarna waren het zeventig mensen, een soort van pioniers denk ik, niet de eersten de besten. Als derde worden slaven van een mens genoemd, die naar het buitenland ging. Dat laatste is waarschijnlijk het beeld van de tijd tussen de hemelvaart en de wederkomst.
Opmerking 2: de NBV21 vertaalt ‘volmacht aan zijn slaven’ met ‘het beheer aan zijn dienaren’, een tekst waar de betekenis vrijwel verdwenen is.
De apostel Johannes trekt alle registers open als hij voor de eerste keer het woord exousia gebruikt. Als je Jezus ontvangt dan geeft Jezus je de volmacht kind van God te worden.
Johannes 1:11-13. Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, [namelijk] die in Zijn Naam geloven; die niet uit bloed, niet uit de wil van vlees en ook niet uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn. [HSV]
Opmerking 1: het laatste deel, vers 13, geeft een verklaring om de autoriteit te ontvangen. Namelijk je kunt het ontvangen omdat, als je in Hem gelooft, je uit God geboren bent.
Opmerking 2: een kind van God is in staat tot alles.
Opmerking 3: de NBV21 vertaalt met het woord ‘voorrecht’ wat een zwakker woord is dan het Griekse woord.
Hierboven wordt al genoemd dat je exousia kan krijgen om te genezen en duivelen uit te drijven. Maar het gaat nog verder: exousia over steden. De exousia over steden staat in Lukas 19, een gelijkenis die wij de gelijkenis van de talenten noemen. Volgens vers 1 staat deze gelijkenis in het kader van onderwijs over het Koninkrijk van God.
Lukas 19:16-19. Toen verscheen de eerste en zei: Heer, uw pond heeft tien ponden winst opgeleverd. En hij zei tegen hem: Goed gedaan, goede dienaar! Wees, omdat u in het minste trouw bent geweest, machthebber over tien steden. Toen kwam de tweede en zei: Heer, uw pond heeft vijf ponden opgeleverd. En hij zei ook tegen hem: En u, wees machthebber over vijf steden. [HSV]
Opmerking 1: Hier heeft een geestelijke inzet namelijk met geloof en moed aan het werk gaan een bijzondere exousia opgeleverd.
Opmerking 2: ook deze toekenning van Jezus aan dienaren van de exousia heeft een voorganger van eeuwen her, namelijk de toekenning hiervan aan Jeremia. Zie de tekst van Jeremia.
Jeremia 1:10. Nu, op deze dag, geef ik je gezag over alle koninkrijken en volken, om ze uit te rukken en te verwoesten, om ze te vernietigen en af te breken, op te bouwen en te planten.’ .
In het boek Openbaring komt die exousia over de volken weer terug in de brief aan de engel van de gemeente van Thyatira,
Openbaring 2:26-29. En wie overwint en wie Mijn werken tot het einde toe in acht neemt, hem zal Ik macht geven over de heidenvolken. En hij zal hen hoeden met een ijzeren staf – zij zullen als kruiken van een pottenbakker verbrijzeld worden – zoals ook Ik [die macht] van Mijn Vader heb ontvangen. En Ik zal hem de morgenster geven. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.
Opmerking: ‘hoeden met een ijzeren staf’ is hert gevolg als je volmacht over volken hebt gekregen.
Overige vormen van gezag
Het rijk van de duisternis heeft ook een gezag. Vorsten hebben natuurlijk ook gezag in onze wereld. We kunnen ook accepteren dat allerlei omstandigheden gezag over ons hebben. En binnen het huwelijk is er ook gezag. Dit zijn allerlei vormen van overig gezag.
Duisternis
De exousia van Jezus was tijdens zijn leven groter dan die van het rijk van de duisternis, behalve op het moment van zijn gevangenneming. De evangelist Lukas maakt hier melding van.
Lukas 22:53. Toen Ik dagelijks bij u was in de tempel, hebt u de handen niet naar Mij uitgestoken. Maar dit is uw uur en de macht van de duisternis. [HSV]
Opmerking: tijdens dit uur van de duisternis was de exousia van de duisternis dominant. De exousia van Jezus voorkwam eerdere gevangenneming. Hier zijn zover ik weet drie voorbeelden van. De eerste toen ze Jezus van de steilte wilde storten, “maar hij liep midden tussen hen door en vertrok”, Lukas 4:30. In Johannes 7:30 en 8:20 wordt gezegd dat ze hem wilden grijpen maar dat zijn uur nog niet gekomen was.
Efeziërs 6:12. Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.
Opmerking 1: één van de vier geestelijke machten, die hier worden genoemd, zijn de exousia. De autoriteiten.
Opmerking 2: een tekst, die aangeeft wij nog strijd hebben te voeren. Wij als mensen geven regelmatig toegang voor duistere machten.
Het boek Openbaring geeft aan dat de duivel nog steeds exousia heeft.
Openbaring 13:2. De draak droeg zijn kracht en heerschappij en gezag aan het beest over.
Deze tekst staat ook in vers 4. Pas in Openbaring 20:2 wordt de duivel voor duizend jaar geketend. En daarna, in vers 10, wordt hij in de poel van vuur en zwavel geworpen. Ik heb niet gevonden of de exousia ook van hem werd afgenomen.
Vorsten
Lukas 22:25. Jezus zei tegen hen: ‘Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen.
Opmerking 1: hier staat het werkwoord m.b.t. gezag, vandaar de vertaling ‘oefenen heerschappij’.
Opmerking 2: als je door macht weldoener laat noemen ben je als vorst blij met surrogaat.
Opmerking 3: onze huidige politieke leiders hebben dikwijls weinig gezag.
In Lukas 20:20 en 23:7 wordt ook gesproken over de autoriteiten in de wereld. Het ging over de stadhouder Herodes, de autoriteit in Galilea.
Niet door omstandigheden
1 Korintiërs 6:12. U zegt: ‘Alles is mij toegestaan.’ Maar niet alles is goed voor u. Zeker, alles is mij toegestaan, maar ik mag me door niets laten beheersen.
Opmerking 1: de HSV vertaalt met “ik zal mij niet onder de macht van ook maar iets laten brengen”. Hier staat het werkwoord.
Opmerking 2: de context van deze tekst gaat over eten, drinken, seks, afgoderij enzovoort, die horen geen autoriteit over ons te hebben.
Opmerking 3: deze tekst is een gebod.
Binnen het huwelijk
1 Korintiërs 7:4. Een vrouw heeft niet zelf de zeggenschap over haar lichaam, maar haar man; en ook een man heeft niet zelf de zeggenschap over zijn lichaam, maar zijn vrouw.
Opmerking 1: dit is een mooi principe in het huwelijk.
Opmerking 2: deze tekst is een aanvulling op Genesis 3:16b waar staat: ‘Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.’
Autoriteit om in de Gehenna te werpen
Hieronder gaat het om de autoriteit om in de Gehenna te werpen. Dat lijkt mij een soort hel op aarde.
Lukas 12:4-5. Tegen jullie, mijn vrienden, zeg ik: wees niet bang voor degenen die het lichaam kunnen doden, maar niet tot iets ergers in staat zijn. Ik zal jullie zeggen voor wie je bang moet zijn. Wees bang voor hem die de macht heeft om iemand niet alleen te doden maar ook in de Gehenna te werpen.
Opmerking 1: wie is die persoon of die macht, die iemand in de Gehenna kan werpen. De Vader? Jezus? De duivel? Een mens, die je verleidt? <verder over bidden en nadenken>
Opmerking 2: de dood is heftig, maar in de Gehenna geworpen te worden is vreselijk.
Overwegingen
Het Griekse woord exousia met de Griekse letters ‘ἐξουσία’ dien je uit te spreken met de nadruk op de voorlaatste lettergreep: exousia. Een Grieks woord om te onthouden.
De Bijbelvertalingen vertalen het Griekse woord exousia nogal verschillend: macht, gezag,
Wat kunnen wij van deze teksten leren?
Er waren Romeinen, de centurio en Pilatus, die opmerkten dat Jezus een uitzonderlijke geestelijke autoriteit had. Matteüs 8:8-10 en Johannes 19:10-12.
Het afwijzen van de verleiding om van de duivel autoriteit te krijgen maakt dat Jezus juist werd versterkt in de Geest. Lukas 4:5-6 en 14.
Op welke zaken had de autoriteit die Jezus kreeg betrekking? Onderwijs en spreken met gezag. Matteüs 7 en Lukas 4:31-32. Genezing. Matteüs 8:8-10 en 9:1-8.
Jezus had ook autoriteit om zonden te vergeven. Matteüs 9:1-8.
Jezus had ook autoriteit om oordelen te vellen. Johannes 5:27-29
Jezus had de autoriteit om het leven af te leggen en het weer op te nemen. Johannes 10:17-18
Wie gaf de autoriteit van Jezus? De veronderstelling is dat die van boven komt net zoals bij Johannes de Doper. Matteüs 21:23-27.
Jezus had autoriteit voor het uitdrijven van boze geesten, naast autoriteit heb je daar ook kracht nodig. Lukas 4:33-37.
Jezus heeft autoriteit over alle mensen en om hen het eeuwige leven te schenken. Johannes 17:2.
Uiteindelijk ontving Jezus alle autoriteit. Dat was het moment om zijn volgelingen op pad te sturen. Matteüs 28. Als Jezus zegt dat al de autoriteit aan Hem is gegeven, betekent dat ook dat er ook kleinere mate van autoriteit is.
De discipelen kregen ook diverse volmachten. Om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen’. Matteüs 10:1. De demonen uitdrijven. Marcus 3:15. Lukas 9:1. Kracht om ziekte te genezen. Lukas 9:1. Om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden. Lukas 10:19.
Meer algemeen krijgen de dienaren volmacht over het beheer van het huis. Marcus 13:33-34.
En tenslotte geeft Jezus macht aan iedereen die hem aanneemt om kinderen van God te worden. Johannes 1:11-13
En voor specifieke dienaren macht over steden. Lukas 19:16-19
Tenslotte wees beducht voor machten die je in de Gehenna kunnen werpen. Lukas 12:4-5.
Jezelf ordenen onder, hypotasso
Je hebt gezag ontvangen, maar daarnaast is het ook goed om gezag te erkennen. Je onderschikken onder een hogere autoriteit.
Zou het erkennen van een hogere autoriteit essentieel zijn om zelf autoriteit te krijgen.
In het Nieuwe Testament worden de volgende woorden daar voor gehanteerd.
Woord | Soort woord | Strong | Opmerkingen: | |
1 | ὑποτάσσω hypotassō | Werkwoord | G5293 SB4632 | Gezag erkennen. Komt 49 keer voor in 32 verzen. KJV: put under (6x), be subject unto (6x), be subject to (5x), submit (one’s) self unto (5x), submit (one’s) self to (3x), be in subjection unto (2x), put in subjection under (1x), miscellaneous (12x). |
2 | ὑποταγή hypotagē | Zelfstandig naamwoord vrouwelijk | G5292 | Gezag erkenning Komt vier maal voor. KJV: subjection (4x). |
Het Griekse woord hypotasso bestaat uit twee delen, ‘hypo’ wat met ‘onder’ en ’tasso’ wat met ‘ordenen’ is te vertalen. Zeg maar je ‘ordenen of rangschikken onder’.
Hieronder alle teksten waar het werkwoord ‘ordenen onder’ voorkomt.
Jezus erkende het gezag van zijn ouders.
Lukas 2:51. Hij reisde met hen terug naar Nazaret en was hun gehoorzaam. Zijn moeder bewaarde alles wat er met Hem gebeurd was in haar hart.
Opmerking: de HSV vertaalt met ‘was hun onderdanig’
De boze geesten erkenden het gezag van de discipelen en ook van Jezus. Lukas 10:17-20. De tweeënzeventig keerden vol vreugde terug en zeiden: ‘Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam.’ Hij zei tegen hen: ‘Ik heb Satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen! Bedenk wel: Ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden. Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.’
Romeinen 8:7. Het aardse streven staat vijandig tegenover God, want het onderwerpt zich niet aan zijn wet en is daar ook niet toe in staat.
Romeinen 8:20. Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door Hem die haar daaraan heeft onderworpen.
Het gaat hier over het volk Israël.
Romeinen 10:3. … hebben zij zich niet aan de gerechtigheid van God onderworpen. [HSV]
Opmerking: zij vonden hun eigen rechten belangrijker.
Romeinen 13:1. Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld. [HSV]
Opmerking: het is het goede plan van God dat er onder mensen een gezagsstructuur is. Laten we ons daar in principe aan houden.
Romeinen 13:5. Daarom is het nodig onderworpen te zijn, niet alleen omwille van de straf, maar ook omwille van het geweten. [HSV]
Opmerking: het is goed om met de gezagsstructuur, die er is in te stemmen.
1 Korintiërs 14:32-33. En de geesten van de profeten zijn aan de profeten zelf onderworpen. Want God is geen God van wanorde, maar van vrede, zoals in alle gemeenten van de heiligen. [HSV]
Opmerking:
1 Korintiërs 14:34. Vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Ze mogen niet spreken, maar moeten ondergeschikt blijven, zoals ook in de wet staat.
1 Korintiërs 15:26-28. De laatste vijand die vernietigd wordt is de dood, want er staat: ‘Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd.’ Wanneer er ‘alles’ staat, is dat natuurlijk uitgezonderd degene die alles aan Hem onderwerpt. En op het moment dat alles aan Hem onderworpen is, zal de Zoon zichzelf onderwerpen aan Hem die alles aan Hem onderworpen heeft, opdat God alles in allen zal zijn.
Filippenzen 3:21. Met de kracht waarmee Hij in staat is alles aan zich te onderwerpen, zal Hij ons armzalig lichaam gelijkmaken aan zijn verheerlijkt lichaam. <<>>
Kolossenzen 3:18. Vrouwen, erken het gezag van uw man, zoals het volgelingen van de Heer past.
Titus 2:3-5. Ook oudere vrouwen moeten zich ingetogen gedragen, ze mogen niet kwaadspreken of verslaafd zijn aan wijn. Ze moeten goede raad weten te geven en de jonge vrouwen voorhouden dat ze hun man en kinderen moeten liefhebben, dat ze ingetogen, kuis, zorgzaam in het huishouden en vriendelijk moeten zijn, en dat ze het gezag van hun man moeten erkennen. Dan wordt het woord van God in ere gehouden.
Titus 2:9. Slaven moeten in alles het gezag van hun meester erkennen en het hem naar de zin maken. Ze mogen hem niet tegenspreken
Titus 3:1. Herinner allen eraan dat ze overheid en gezag moeten erkennen en gehoorzaam moeten zijn, bereid om altijd het goede te doen.
Hebreeën 2:5-8. Welnu, de komende wereld, waarover wij hier spreken, heeft Hij niet aan engelen onderworpen. Integendeel, iemand heeft ergens getuigd: ‘Wat is de mens dat U aan hem denkt, het mensenkind dat U naar hem omziet? U hebt hem voor korte tijd lager dan de engelen geplaatst; U hebt hem met eer en luister gekroond, alles hebt U aan hem onderworpen.’ Doordat Hij alles aan hem onderworpen heeft, rest er niets dat niet aan hem is onderworpen. Dat alles aan hem onderworpen is, zien wij echter nu nog niet. <<>>
Hebreeën 12:9. Daar komt nog bij dat wij voor onze aardse vaders, door wie we werden opgevoed, respect hadden; hoeveel te meer zullen we ons dan niet onderwerpen aan het gezag van de Vader van alle geesten, en dan leven?
Jakobus 4:7. Onderwerp u dus aan God, en verzet u tegen de duivel, dan zal die van u wegvluchten.
1 Petrus 2:13-14. Erken omwille van de Heer het gezag van de overheden die door mensen zijn aangesteld: van de keizer als de hoogste autoriteit en van de gouverneurs, door hem afgevaardigd om misdadigers te straffen en om te belonen wie het goede doen.
Opmerking: wat staat er bij hoogste autoriteit in de grondtekst? <<uitzoeken>>
1 Petrus 2:18. Slaven, erken het gezag van uw meesters en heb ontzag voor hen, niet alleen voor goede en vriendelijke, maar ook voor slechte.
Opmerking: het woord dat met ontzag is vertaald is phobos, dat je ook met angst kunt vertalen.
1 Petrus 3:1. Voor u, vrouwen, geldt hetzelfde: erken het gezag van uw man. Dan zullen mannen die weigeren Gods woord te gehoorzamen daarvoor gewonnen worden door het gedrag van hun vrouw, zonder dat zij iets hoeft te zeggen,
1 Petrus 3:5. Daarmee tooiden zich vroeger ook de heilige vrouwen die hun hoop op God vestigden en het gezag van hun man erkenden,
1 Petrus 3:21b-22. De doop brengt redding dankzij de opstanding van Jezus Christus, die de hemel is binnengegaan en nu aan Gods rechterhand zit, terwijl de engelen, machten en krachten aan Hem onderworpen zijn.
1 Petrus 5:5. En u, jongeren, moet van uw kant het gezag van de oudsten erkennen. Overigens, in de omgang met elkaar moet ieder van u altijd de minste willen zijn, want God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt Hij zijn genade.
Wat kunnen we van deze teksten leren?
Het ordenen of rangschikken onder komt in de volgende relatie voor:
Wij onder het gezag van de vader van de geesten. Onder God. Jakobus 4:7.
Wij onder de overheden. Titus 3:1. 1 Petrus 2:13-14
Slaven onder hun meesters. Titus 2:9. 1 Petrus 2:18.
Vrouwen onder hun man. Kolossenzen 3:18. 1 Petrus 3:1 en 5.
Engelen, machten en krachten onder Jezus. 1 Petrus 3:22.
Jongeren onder oudsten. 1 Petrus 5:5.
Heb ook ontzag onder wie je gesteld bent. 1 Petrus 2:18. Slaven maakt het meesters naar je zin. Spreek hen niet tegen. Titus 2:9.
Als je jezelf rangschikt onder, dan helpt dat anderen dat ook te doen. 1 Petrus 3:1.
De Statenvertaling en de HSV vertalen 17 keer met ‘onderdanig’. De NBG vertaalt 11 keer met ‘onderdanig’ juist als het gaat om de houding van de vrouw naar de man. Het woord ‘onderdanig’ heeft niet meer de klank van het vrijwillig erkennen van gezag van een ander, wat de bedoeling is van deze woorden. Het is juist geen slavenhouding maar je ordent je vrijwillig onder.
Bijvoorbeeld als iemand tot voorzitter van de vergadering is benoemd. Hij stelt dan ‘gehoord hebbende de vergadering’ de besluiten vast. De leden van de vergadering voegen zich dan onder de besluiten vastgesteld door de voorzitter.
In de relatie van man en vrouw in een huwelijk komt erkennen van gezag aan de orde. Dat is niet zo vreemd omdat het een algemeen punt is in het Koninkrijk van God. Maar in de oudere vertalingen en van de HSV is er met de vertaling van deze tekst in ons land iets goed fout gegaan.
Er zitten nog twee kanten aan. Die van vrijwilligheid en van dwang. Dat is dikwijls afhankelijk van de positie van de leider. Een voorzitter heeft weinig mogelijkheden als een lid van de vergadering vervelend doet. Hij is afhankelijk van de discipline van de deelnemer aan de vergadering. Maar een generaal kan een onwillige ondergeschikte dwingen om de gewenste stappen te nemen.
Erkenning van gezag (regel 2 van de tabel)
Het zelfstandig naamwoord hypotagē komt in vier teksten voor. Hieronder deze teksten.
2 Korintiërs 9:12-13. Want het betonen van deze dienst vult niet alleen de tekorten van de heiligen aan, maar is ook een overvloedige bron van vele dankzeggingen aan God, want door dit bewijs van dienstbetoon verheerlijken zij God vanwege de onderdanigheid aan het Evangelie van Christus, overeenkomstig uw belijdenis, en vanwege de gulle handreiking aan hen en aan allen.
Galaten 2:4-5. En dat ter wille van de binnengedrongen valse broeders, die waren binnengeslopen om onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, te bespioneren, om ons tot slaven te maken. Voor hen zijn wij ook geen moment in onderdanigheid opzijgegaan, opdat de waarheid van het Evangelie bij u zou blijven. [HSV]
1 Timoteüs 2:11. Een vrouw moet zich laten onderwijzen in stilheid, in alle onderdanigheid. [HSV]
1 Timoteüs 3:4. Hij moet zijn huisgezin goed leiden en op een waardige manier gezag over zijn kinderen uitoefenen.
Wat kunnen we van deze teksten leren?
We ordenen ons onder het Evangelie van Christus. 2 Korintiërs 9:12-13
Wij ordenen ons niet onder mensen, die met een gemeente van Christus niet het goede voor hebben. Galaten 2:4-5
Het is goed als een echtgenote zich ordent onder het gezag van haar man in de gemeente. 1 Timoteüs 2:11
Het is belangrijk dat je als ouders je kinderen leert zich te ordenen onder het gezag van de ouders te erkennen. 1 Timoteüs 3:4
Andere bronnen
Komt dit onderwerp ook voor in het onderwijs in de Joodse, Katholieke, Protestantse of Evangelische/Charismatische andere hoeken van de christelijke wereld?
Boek: | Inhoud: | |
1 | Samenvatting van de Joodse leer, de Kitsoer | autoriteit of gezag komt in dit boek niet als onderwerp voor |
2 | Katechismus van de Katholieke kerk | gezag betreft over het gezag van de overheid, regel 1897 tot en met regel 1904 en de plichten van de overheid en de burgers, regel 2235 tot en met 2243 om aan dat gezag gehoor te geven. Geen tekst over de autoriteit t.a.v. het rijk van de duisternis. |
3 | Institutie van Calvijn | deel 4, hoofdstuk 20 over de burgerlijke regering. En verder het bezwaar van Calvijn over het gezag van de paus en het pausdom, deel 4 hoofdstukken 6 en 7. En verder over leergezag, concilies, kerkelijke wetten, kerkelijke rechtspraak en kerkelijke tucht, zelfde deel hoofdstukken 8 tot en met 12. Ook hier heb ik geen onderwijs ontdekt t.a.v. het rijk van de duisternis, waar het in de Bijbel juist over gaat. |
Het is nog wel interessant of het hoofdstuk over het leergezag, hoofdstuk 8, overeenkomt met het spreken met gezag dat we in de Bijbel tegenkomen. | ||
4 | Jan Pool: drie boekjes met titel: Intimiteit, Identiteit en Autoriteit | Jan Pool geeft een beknopte inleiding op het onderwerp. Geeft ook gelijk al aan waar autoriteit uit ontstaat, om te beginnen ‘intimiteit met God’. |
Overwegingen
De meeste teksten gaan over de autoriteit die Jezus had gekregen van de Vader. Vervolgens de autoriteit die Jezus aan zijn discipelen overdroeg. Het overdragen gaat in een steeds wijdere kring, eerst de twaalf discipelen, daarna de zeventig en daarna de dienaren en tenslotte iedereen die hem aanneemt.
Het woord staat voor autoriteit, gezag, macht en bevoegdheid. Het gaat er daarbij niet alleen om gezagsverhoudingen onder mensen, maar ook die in de onzichtbare geestelijke wereld en die tussen de onzichtbare en de zichtbare wereld.
Het woord exousia heeft de betekenis van macht in de zin van de macht, of gezag in de zin van het gezag. Ook je hebt de autoriteit, maar het kan ook op een bevoegdheid wijzen of een volmacht. Je bent bevoegd om bepaalde opdrachten te verstrekken. Als je werkt in een bedrijf kun je een procuratie ontvangen om bijvoorbeeld tot een bepaald bedrag opdrachten te vertrekken. Dat kan zelfs in de IT zijn vastgelegd.
Zoiets kan God jou en mij ook geven in de geestelijke wereld om bepaalde dingen te doen. In de geestelijke wereld kun je een autoriteit zijn, je kunt daar ook gezag hebben. Je gezag kan na ervaring groeien.
Jezus vermijdt te zeggen van wie hij autoriteit had gekregen? Dat is ook wel een beetje een geheimenis. Op gegeven moment ontdek je dat je meer autoriteit hebt gekregen.
Autoriteit in de zichtbare wereld kan worden versterkt als je autoriteit in de geestelijke wereld groter wordt.
Overdracht van exousia?
Hoe kon de mens Jezus exousia overdragen aan anderen? Zelf exousia ontvangen is al bijzonder maar dat ook nog over kunnen dragen. Nog meer bijzonder.
Zijn roeping met die speciale missie. de toewijding van Jezus aan zijn missie, zelfs als Hij zijn leven er voor moest geven en de liefde van de Vader voor Hem, bij de doop in de Jordaan klinkt al: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde’, Matteüs 3:17, zullen ertoe hebben geleid dat Jezus uiteindelijke alle autoriteit kreeg, die er was.
Als de mens Jezus autoriteit kon overdragen, dan zal dat ook mogelijk zijn voor andere mensen, die autoriteit hebben gekregen om dat ook over te kunnen dragen.
Dus wat er in de zichtbare wereld mogelijk is, overdracht van bevoegdheden als iemand voor je waarneemt bijvoorbeeld, dat is ook in de onzichtbare wereld mogelijk.
Lessen
Hebben we als mens in de zichtbare wereld ook gezag?
Ieder mens heeft in de zichtbare wereld een bevoegdheid. Voor je eigen leven. Als je kinderen hebt, ook voor je kinderen. En als je werkt, ook bij het bedrijf. Wees bewust van je bevoegdheid. Werk vanuit de bevoegdheid met liefde, nauwgezetheid en betrouwbaarheid voor jezelf en voor anderen.
Wat geeft de Bijbel aan hoe je dient om te gaan met autoriteiten en gezag.
Respect en gehoorzaamheid voor degenen, die boven je zijn gesteld. Steun en zorgzaamheid voor degenen voor zie jij een autoriteit bent.
Is volgens de Bijbel autoriteit in de geestelijke wereld mogelijk?
Zeker. Het is zelfs zo dat Jezus die overdraagt door de Geest aan zijn volgelingen. Je kunt je autoriteit ook vergroten.
Met exousia ben je in de geestelijke wereld bekend. Je bent daar iemand. Ze houden daar rekening met je. Duistere geesten lopen met een boog om je heen. Engelen staan klaar om te helpen. Ze letten op: ‘Wat gaat dit kind van God doen? Schakelt hij of zij ons in?
Aan je woorden kunnen bovennatuurlijke krachten worden verleend. Net als bij God de Vader. Hij sprak en het was er. Ik weet niet hoe het werkt, maar het gebeurt.
Als het goed is, neemt onze exousia toe in de geestelijke wereld! Het is een kwestie van geestelijk volwassen worden. Dat gebeurt pas als je meer doet dan lid zijn van een kerk en regelmatig kerkdiensten bezoekt.
Net als Jezus ontvang je exousia als je woorden van God ontvangt, de doop ondergaat, als je vast, als je verzoekingen weerstaat en vooral doet wat God van je vraagt.
Je kunt bij jezelf ook de groei van exousia opmerken. Bijvoorbeeld als mensen rustig worden als je boze geesten uitdrijft of als mensen genezen als je genezing uitspreekt. Je kunt het ook bij een ander opmerken dat hij of zij exousia heeft.
Wat kan autoriteit in de geestelijke wereld uitwerken?
Uitdrijven van boze geesten en genezingen.
Veranderingen voor flora en fauna, voor steden en dorpen en voor volken en naties, zoals we in de teksten hierboven zagen. Je kunt het denken van mensen beïnvloeden en ook het hart van mensen beïnvloeden.
Wat zijn de voorwaarden om autoriteit te ontvangen?
Gehoorzaamheid aan degene, die in de geestelijke wereld boven je gesteld is.
Kunnen gelovigen uit de volken ook autoriteit ontvangen?
Zeker. Het is de bedoeling dat gelovigen uit de volken nieuwe mens worden, een nieuwe schepping. Voor de nieuwe mens is kenmerkend dat hij exousia heeft in de geestelijke wereld heeft.
Als je een bediening gekregen hebt, dan ontvang je daarbij ook de bijbehorende exousia.
Is wat in de Bijbel staat over autoriteit wel goed begrepen in de christelijke wereld?
Nou nee, het is een onbekend onderwerk in het algemeen in de kerken en christelijke gemeenten.
Is wat in de Bijbel staat over autoriteit wel correct vertaald?