Studie Bedieningen en Functies

In kerken en christelijke gemeenten zijn er allerlei functies: bisschop, priester, pastoor, dominee, voorganger, ouderling, oudste, diaken, kerkrentmeester, etc. Iedere kerk of christelijke gemeente heeft dat wel weer op zijn eigen manier opgepakt en ingericht.

Deze studie bekijkt wat er in de originele Griekse tekst van het Nieuwe Testament geschreven is over de functies, die er waren in de eerste christelijke gemeenten en hoe men daar toen mee omging.

En ook hoe de Heilige Geest actief was. De Heilige Geest vormde namelijk in mensen iets wat bedieningen werden genoemd. Hoe zagen die bedieningen er uit?

De citaten van teksten zijn uit de NBV21, tenzij anders aangegeven. In deze studie zijn de functies van de gemeenschap in het Oude Testament niet opgenomen.

Bedieningen, dienstbetoon, service

Het is het Griekse woord diakonia dat men in onze vertalingen met bedieningen vertaalt. De Engelse KJV vertaalt met ministry. Hier de gegevens over dat woord en het bijbehorende werkwoord.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1διακονία diakoniaZelfstandig
naamwoord vrouwelijk
G1248
SB1109
Bediening.
Komt 36 keer voor in 32 verzen.
KJV: ministry (16x), ministration (6x), ministering (3x), miscellaneous (9x)
2διακονέω diakoneōWerkwoordG1247
SB1108
Dienen
Komt 37 keer voor in 32 verzen.
KJV: minister unto (15x), serve (10x), minister (7x), miscellaneous (5x).

Er is nog niet bij het hier genoemde werkwoord bekeken in hoeverre het meer duidelijkheid verschaft over de diakonia.

Er zijn 32 verzen in de Bijbel waar het woord diakonia in voorkomt, hieronder staan ze allemaal in de volgorde van de boeken van het Nieuwe Testament.

Lukas 10:40. Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. Ze ging naar Jezus toe en zei: ‘Heer, kan het u niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.’
Opmerking: de diakonia is hier de zorg voor de gasten.

Hier een deel van de toespraak van Petrus op de Pinksterdag.
Handelingen 1:16-17. Mannen broeders, deze Schrift moest vervuld worden, welke de ​Heilige​ Geest​ door de mond van ​David​ voorzegd heeft van Judas, die de leidsman geweest is van hen, die ​Jezus​ vingen; Want hij was met ons gerekend, en had het lot van deze bediening verkregen. [SV]
Opmerking: Het was blijkbaar de geestelijke bediening van Judas om Jezus te verraden.

Handelingen 1:24-25. Daarna baden ze als volgt: ‘U, Heer, doorgrondt ieders gedachten. Wijs van deze beide mannen degene aan die u gekozen hebt om als apostel zijn dienende taak te verrichten en de plaats in te nemen van Judas, die zijn ondergang tegemoet is gegaan.’
Opmerking: hier is de diakonia, de dienende taak de taak van apostel.

Het gaat in deze tekst nog om de gemeente in Jeruzalem.
Handelingen 6:1. Toen het aantal ​leerlingen​ toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Arameessprekenden verweten dat de ​weduwen​ uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld.

Opmerking: traditioneel wordt dit vers uitgelegd als zorg dragen voor voedsel en kleding of zoiets. De tekst spreek alleen van ‘gemeenschappelijke maaltijden’ als specifieke taak en dat men wijze mannen zocht. Men had beter koks en obers kunnen zoeken als het alleen om die taak ging. De rest was vooral een geestelijke bediening.

Handelingen 6:4. .. terwijl wij ons zullen wijden aan het gebed en aan de verkondiging van het woord van God.
Opmerking: hier is de diakonia het onderwijs van het woord van God, de NBG vertaalt met ‘de bediening van het Woord’.

In Antiochië was er een profeet uit Jeruzalem, die dit profeteerde.
Handelingen 11:28-30. En een van hen, van wie de naam Agabus was, stond op en gaf door de Geest te kennen dat er een grote hongersnood zou zijn over heel de wereld, die ook gekomen is onder keizer Claudius.
En de discipelen besloten, ieder naar vermogen, iets te sturen ten dienste van de broeders die in Judea woonden, en dat deden zij ook. En zij stuurden het naar de ouderlingen door de hand van Barnabas en Saulus. [HSV]
Opmerking: de diakonia bestond hier uit het opsturen van hulp voor ledigen van de hongersnood.

Handelingen 12:25. Bárnabas nu en ​Saulus​ keerden weer van Jeruzalem, toen zij de dienst volbracht hadden, meegenomen hebbende ook Johannes, die toegenaamd werd Markus.
Opmerking: de SV en de NBV vertaalt met gift, waarmee ze het resultaat van de collecte bedoelen, die men in het Handelingen 11 wilde opsturen.

Handelingen 20:24. Ik hecht echter niet de minste waarde aan het behoud van mijn leven, als ik mijn levenstaak maar kan voltooien en de opdracht uitvoeren die ik van de ​Heer​ ​Jezus​ ontvangen heb: getuigen van het ​evangelie​ van Gods ​genade.
Opmerking: de hele opdracht, die Paulus kreeg noemt hij diakonia.

Handelingen 21:19. Nadat Paulus hen begroet had, vertelde hij tot in bijzonderheden wat God door zijn verkondigingswerk onder de andere volken tot stand had gebracht. [NBV21]
Opmerking: de NBV21 vertaalt diakonia wel erg vrij met verkondigingswerk. De HSV vertaalt gewoon met bediening.

Romeinen 11:13. En tegen u, afkomstig uit die andere volken, zeg ik: Het is waar dat ik een apostel voor de heidense volken ben, maar ik schat mijn taak juist dáárom zo hoog’. [NBV21]
Opmerking: ook hier omschrijft Paulus zijn levenstaak als diakonia, dienstverlening.

Romeinen 12:7. Wie de gave heeft bijstand te verlenen, moet bijstand verlenen. Wie de gave heeft te onderwijzen, moet onderwijzen.
Opmerking: in de NBV wordt de suggestie gewekt dat de diakonia een gave is, maar het woord gave komt niet in het Grieks voor. Er staat: wie diaconie doet in de diaconie en wie onderwijs in het onderwijzen.

Romeinen 15:31. Bid​ voor mij dat ik zal worden gered van de ongelovigen in Judea en dat mijn hulp door de ​heiligen​ in Jeruzalem zal worden gewaardeerd.
Opmerking: de NBV vertaalt diakonia met hulp, de KJV met ‘service’ wat wel een mooie vertaling is.

1 Korintiërs 12:4-6. Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest; er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer; er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt.
Opmerking 1: de HSV vertaalt met ‘Er is verscheidenheid in bedieningen’.
Opmerking 2: de KJV vertaalt met ‘administrations’. In de Verenigde Staten gebruikt men het woord administration om de overheid van het land aan te duiden.
Opmerking 3: het lijkt er op dat iedere gelovige zijn eigen diakonia, dienende taak heeft. De KJV vertaalt met ‘administrations’.

1 Korintiërs 16:15. Ik heb nog een verzoek aan u, broeders en zusters. U weet dat Stefanas en zijn huisgenoten als eersten in Achaje tot geloof gekomen zijn en dat ze zich in dienst van de ​heiligen​ hebben gesteld.
Opmerking: Stefanas en zijn huisgenoten hebben hun eigen diakonia, dienende taak op zich genomen. KJV: ministry

Er is een soort diakonia die er was onder het Oude Verbond en die er was onder het Nieuwe Verbond. Hier een tekst waarin het woord diakonia vier keer voorkomt.
2 Korintiërs 3:7-9. En indien de bediening des doods in letters bestaande, en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest, alzo dat de ​kinderen​ Israëls het aangezicht van ​Mozes​ niet sterk konden aanzien, om de heerlijkheid van zijn aangezicht, die te niet gedaan zou worden, hoe zal niet veel meer de bediening des Geestes in heerlijkheid zijn? Want indien de bediening der verdoemenis heerlijkheid geweest is, veel meer is de bediening der ​rechtvaardigheid​ overvloedig in heerlijkheid. [SV]
Opmerking: de diakonia onder het Nieuwe Verbond is van de Heilige Geest.

2 Korintiërs 4:1. Omdat God ons in zijn ​barmhartigheid​ deze taak gegeven heeft, verzaken wij onze plicht niet.
Opmerking: de KJV vertaal met ministry, een woord dat in Nederland in sommige kerken voor het kunnen bidden met een pastoraal team word gebruikt.

2 Korintiërs 5:18. En dit alles is uit God, die door ​Christus​ ons met Zich verzoend heeft en ons de bediening der verzoening gegeven heeft. [NBG]

2 Korintiërs 6:3. Wij geven in geen enkel opzicht enige aanstoot, opdat onze bediening niet gesmaad worde. [NBG]

2 Korintiërs 8:4. .. en zij vroegen, met alle aandrang, uit eigen beweging van ons de ​gunst, deel te mogen nemen aan dienstbetoon voor de ​heiligen. [NBG]
Opmerking: de NBV versmalt diakonia tot collecte. Is wel een reden voor dat ze dat doen.

2 Korintiërs 9:1. Want over de dienst, die gij de ​heiligen​ betoont, u nog te schrijven, acht ik overbodig. [NBG]
Opmerking: de NBV versmalt ook hier dit tot collecte.

2 Korintiërs 9:12-13. Want het betonen van deze dienst vult niet alleen de tekorten van de heiligen aan, maar is ook een overvloedige bron van vele dankzeggingen aan God, want door dit bewijs van dienstbetoon verheerlijken zij God vanwege de onderdanigheid aan het Evangelie van Christus, overeenkomstig uw belijdenis, en vanwege de gulle handreiking aan hen en aan allen. [HSV]
Opmerking: ook hier heeft de NBV het weer over een collecte.

2 Korintiërs 11:8. Andere ​gemeenten​ heb ik geplunderd door ​geld​ aan te nemen om u van dienst te kunnen zijn.

Efeziërs 4:10-11. Hij die is afgedaald is dezelfde als Hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen. En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst.

De tekst die hierop volgt geeft aan waartoe die verscheidenheid van bedieningen toe leidt.
Efeziërs 4:12-16. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus. Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen. Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.

Kolossenzen 4:17. En zeg tegen Archippus: ‘Let erop dat u de taak die u van de ​Heer​ hebt ontvangen, ook vervult.’
Opmerking: ook hier heeft de KJV het woord ministry.

1 Timoteüs 1:12. Ik breng dank aan Hem, die mij kracht gegeven heeft, ​Christus​ ​Jezus, onze Here, dat Hij mij getrouw geacht heeft, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft. [NBG]
Opmerking: ook hier heeft de KJV het woord ministry.

2 Timoteüs 4:5. Jij echter moet in alles nuchter zijn, je lijden aanvaarden, je werk als verkondiger van het ​evangelie​ doen, je dienende taak vervullen.

2 Timoteüs 4:11. Alleen Lukas is bij mij. Haal Markus op en breng hem met u mee, want hij is voor mij van veel nut voor de ambtelijke bediening. [HSV]
Opmerking: in het Grieks staat gewoon het woord diakonia waar de HSV kerktaal van maakt.

Het gaat hier over de engelen.
Hebreeën 1:14. Zijn zij niet allen dienende geesten, uitgezonden om hen bij te staan die deel zullen krijgen aan de redding?
Opmerking: de KJV heeft hier ministering spirits.

Openbaringen 2:19. Ik ken uw werken, de ​liefde, het dienstbetoon, het geloof, uw volharding en uw werken, en ook dat de laatste meer zijn dan de eerste. [HSV]
Opmerking: de KJV heeft hier het woord service.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
De diakonia, de dienende taak, kan een heel praktische taak zijn. Bijvoorbeeld zoals Marta de mensen te eten en te drinken gaf toen Jezus bij Marta, Maria en Lazarus op bezoek was.

Dit heeft een andere betekenis dan ons woord diakonie zoals we dat in de kerk gebruiken.

Het kan ook een geestelijke dienende taak zijn, die je van God krijgt. Paulus zag zijn taak als een diakonia, ministry. Het is belangrijk dat de heiligen in de gemeente worden toegerust voor de ministry taak (Efeziërs). Archippus heeft ook de ministry taak van de Heer gekregen. Timoteüs moet ook vooral ministry doen. Markus is belangrijk voor de ministry. Het werk van de engelen is ook ministry. Een onderdeel van wat er in een gemeente destijds gebeurde was ministry en dienende taak.

Er zijn specifieke diakonia taken, zoals de bediening van het woord en het werk van de verzoening.

Apostel, afgezant

De eerste soort dienende taak, die in het rijtje van bedieningen uit Efeziërs 4 wordt genoemd is die van apostel. Hieronder de gegevens.

Grieks woordSoort woordStrongOpmerkingen:
1ἀπόστολος apostolosZelfstandig
naamwoord mannelijk
G652
SB601
Apostel
Komt 81 keer voor in 80 verzen.
KJV: apostle (78x), messenger (2x), he that is sent (1x). In Handelingen 30 keer.
2ἀποστολή apostolēZelfstandig
naamwoord vrouwelijk
G651
SB600
Het apostelschap
Komt in 4 teksten voor
KJV: apostleship (4x).

Er is ook een werkwoord apo-stello Gxxx SB598 dat zenden, wegzenden en uitzenden betekent. Dit werkwoord komt keer. Het is verder niet in deze studie betrokken.

In sommige kringen in de kerk is de apostel een verheven taak, maar zijn naam betekent gezondene of uitgezondene. Hij of zij moet de orders van de Geest uitvoeren. Als de apostel zijn werk goed doet gaat dat gepaard met tekenen en wonderen.

Hier de teksten waar het woord apostel in voorkomt.

Matteüs 10:2-4. Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, Filippus en Bartolomeüs, Tomas en de tollenaar Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs, Simon Kananeüs en ten slotte Judas Iskariot, die Hem zou uitleveren.

Opmerking: in het boek Matteüs worden de twaalf volgelingen van Jezus steeds leerlingen, discipelen genoemd. Alleen in deze tekst waar het gaat om uitgezonden worden, worden ze apostelen genoemd. Hier worden ze alle twaalf met name genoemd.

Marcus 6:30. De apostelen kwamen weer terug bij Jezus en vertelden Hem over alles wat ze gedaan hadden en wat ze de mensen onderwezen hadden.

Lucas 6:13. Toen de dag aanbrak, riep Hij zijn leerlingen bij zich en koos twaalf van hen uit, die Hij apostelen noemde: <en dan volgen de twaalf namen>>
Opmerking: dit is een mogelijk carrière pad, van leerling apostel worden.

Lucas 9:10. Toen de apostelen terugkeerden, vertelden ze Jezus alles wat ze gedaan hadden. Hij trok zich met hen terug in de stad Betsaïda.

Lucas 11:49. Daarom heeft God in zijn wijsheid gezegd: “Ik zal profeten en apostelen naar hen zenden, maar ze zullen sommigen van hen doden en anderen vervolgen.”
Opmerking: wat is het verschil tussen een profeet en een apostel? Een profeet is de spreekbuis van God. Een apostel kan dat ook doen, maar doet ook anderen dingen bijvoorbeeld onderwijs.

Toen Jezus met zijn leerlingen spreek over anderen ernstig toespreken en vergeven gebeurde dit.
Lucas 17:5. Toen zeiden de apostelen tegen de Heer: ‘Geef ons meer geloof!’

Lucas 22:14. Toen het tijd was, ging Hij samen met de apostelen aanliggen voor de maaltijd.

Lucas 24:10. Het waren Maria van Magdala, Johanna, en Maria, de moeder van Jakobus, en nog een aantal andere vrouwen die hen vergezelden. Ze vertelden de apostelen wat er was gebeurd,

Johannes 13:16. Werkelijk, Ik verzeker jullie, een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt.
Opmerking: hier hebben vertalingen weergegeven wat de apostel is, namelijk een afgezant.

Het boek Handelingen worden ook wel de handelingen van de apostelen genoemd. En inderdaad het woord apostel komt dikwijls, wel 30 keer voor in dit boek. In de evangeliën was dat negen keer.

Handelingen 1:2. In mijn eerste boek, Theofilus, heb ik de daden en het onderricht van Jezus beschreven, vanaf het begin tot aan de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij de apostelen die Hij door de heilige Geest had uitgekozen, had gezegd wat hun opdracht was.
Opmerking: de opdracht staart in vers 4 en die opdracht was op moment wachten in Jeruzalem.

Handelingen 1:25. … om als apostel zijn dienende taak te verrichten en de plaats in te nemen van Judas, die naar de voor hem bestemde plaats is gegaan.’
Opmerking 1: hier staat in het Grieks apostelschap.
Opmerking 2: een voorbeeld van een dienende taak is apostelschap.

Bij het zoeken naar een opvolger voor Judas.
Handelingen 1:26. Ze lieten hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd aan de elf apostelen toegevoegd.

Handelingen 2:37. Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’

Handelingen 2:42. Ze wijdden zich trouw aan het onderricht dat de apostelen gaven, aan de onderlinge gemeenschap, het breken van het brood en het gebed. De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag.

Handelingen 4:33-37. En de apostelen legden met grote kracht getuigenis af van de opstanding van de Heere Jezus; en er was grote genade over hen allen. Want er was ook niemand onder hen die gebrek leed; want allen die landerijen of huizen bezaten, verkochten die en brachten de opbrengst van het verkochte en legden die aan de voeten van de apostelen. En aan ieder werd uitgedeeld naar dat men nodig had. En Joses, die door de apostelen ook Barnabas genoemd werd (wat vertaald betekent: een zoon van vertroosting), een Leviet, afkomstig uit Cyprus, had een akker, verkocht die en bracht het geld en legde het aan de voeten van de apostelen. {HSV}

Dit is een tekst uit het verhaal van Annanias en Safira, die niet geheel eerlijk waren tegen de apostelen en daarmee tegen God.
Handelingen 5:2. maar hield een deel van de opbrengst achter – ook zijn vrouw wist daarvan – en bracht de rest van het geld naar de apostelen.

Handelingen 5:12. De apostelen verrichtten vele tekenen en wonderen onder het volk. De gelovigen kwamen eensgezind bijeen in de zuilengang van Salomo,

Dit is een tekst uit het verhaal van de gevangenneming van de apostelen en hun wonderbaarlijke bevrijding.
Handelingen 5:17-18. Daarop besloten de hogepriester en zijn medestanders, de sadduceeën, in te grijpen. Vervuld van jaloezie als ze waren, lieten ze de apostelen gevangennemen en opsluiten. 

Opnieuw moeten de apostelen zich verantwoorden, nu voor het sanhedrin.
Handelingen 5:28-32. Hebben wij u niet ten strengste bevolen dat u in deze Naam niet zou onderwijzen? En zie, u hebt met deze leer van u Jeruzalem vervuld en u wilt het bloed van deze Mens over ons brengen. Maar Petrus en de apostelen antwoordden en zeiden: Men moet aan God meer gehoorzaam zijn dan aan mensen. De God van onze vaderen heeft Jezus opgewekt, Die u omgebracht hebt door Hem aan een kruishout te hangen. Deze Jezus heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël bekering te geven en vergeving van zonden. En wij zijn 
Zijn getuigen van deze dingen, en ook de Heilige Geest, Die God 
gegeven heeft aan hen die Hem gehoorzaam zijn. [HSV]

Handelingen 5:33-34. Toen zij dit hoorden, barstten zij van woede en maakten zij plannen om hen te doden. Maar er stond iemand op in de Raad, een Farizeeër van wie de naam Gamaliël was, een leraar van de wet, die in hoge achting stond bij heel het volk. Hij gaf opdracht dat men de apostelen even buiten zou doen staan. [HSV]

Handelingen 5:40-42.En zij lieten zich door hem overtuigen; en toen zij de apostelen bij zich geroepen hadden, geselden zij hen en geboden hun dat zij niet zouden spreken in de Naam van Jezus, en zij lieten hen gaan. Zij dan gingen weg uit de tegenwoordigheid van de Raad 
en waren verblijd dat zij waardig geacht waren, omwille van Zijn Naam schandelijk behandeld te worden. En zij hielden niet op iedere dag in de tempel en bij de huizen onderwijs te geven en Jezus Christus te verkondigen. [HSV]
Opmerking: een mooi voorbeeld uit het leven van apostelen.

Dit is een tekst uit de verkiezing van zeven diakenen.
Handelingen 6:6. Ze lieten deze mannen plaatsnemen voor de apostelen, die een gebed uitspraken en hun daarna de handen oplegden.

Handelingen 8:1. Saulus keurde de moord op hem goed. Nog diezelfde dag brak er een hevige vervolging los tegen de gemeente in Jeruzalem, zodat allen verspreid werden over Judea en Samaria, met uitzondering van de apostelen.

Handelingen 8:14. Toen de apostelen in Jeruzalem hoorden dat de inwoners van Samaria het woord van God hadden aanvaard, stuurden ze Petrus en Johannes naar hen toe.

Handelingen 8:18. Toen Simon zag dat de mensen door de handoplegging van de apostelen vervuld raakten van de Geest, bood hij Petrus en Johannes geld aan

Handelingen 9:27. Barnabas nam hem echter onder zijn hoede en bracht hem naar de apostelen, aan wie hij vertelde dat Saulus onderweg de Heer had gezien, dat die met hem had gesproken en dat hij in Damascus vrijmoedig de naam van Jezus had verkondigd.

Handelingen 11:1. De apostelen en de gemeenteleden in Judea hoorden dat ook niet-Joden Gods woord hadden aanvaard.

Handelingen 14:4. Er ontstond echter verdeeldheid onder de inwoners van de stad, van wie sommigen partij kozen voor de Joden en anderen voor de apostelen.

Handelingen 14:14. Maar toen de apostelen Barnabas en Paulus merkten wat de bedoeling was, scheurden ze van ontzetting hun kleren, drongen zich door de menigte heen en riepen:

Handelingen 15:2. Dit leidde tot grote onenigheid met Paulus en Barnabas en mondde uit in een felle woordenstrijd. Besloten werd dat Paulus en Barnabas, samen met enkele andere leerlingen, naar Jeruzalem zouden gaan om deze kwestie voor te leggen aan de apostelen en de oudsten.
Handelingen 15:4. Bij hun aankomst in Jeruzalem werden ze verwelkomd door de apostelen en de oudsten en door de rest van de gemeente. Ze brachten verslag uit van alles wat God door hen tot stand had gebracht.
Handelingen 15:6. De apostelen en de oudsten kwamen bijeen om nader op deze zaak in te gaan.

Handelingen 15:22-23. Daarop besloten de apostelen en de oudsten in overleg met de hele gemeente enkele afgevaardigden met Paulus en Barnabas mee te zenden naar Antiochië. De keuze viel op twee leiders uit de gemeente: Judas, wiens bijnaam Barsabbas luidde, en Silas. Men gaf hun een brief mee met de volgende inhoud: ‘Van de apostelen en de oudsten. Aan onze broeders en zusters in Antiochië, Syrië en Cilicië afkomstig uit de heidense volken: gegroet!

Handelingen 15:33. En nadat zij daar een tijd gebleven waren, lieten de broeders hen met vrede teruggaan naar de apostelen. [HSV}

Handelingen 16:4. Op hun tocht langs de steden stelden ze de gemeenteleden op de hoogte van de besluiten die door de apostelen en de oudsten in Jeruzalem waren genomen en droegen hun op zich daaraan te houden.

Tot zover teksten uit het boek Handelingen van de apostelen.

Romeinen 1:1. Van Paulus, dienaar van Christus Jezus, geroepen tot apostel en uitgekozen om het evangelie van God te verkondigen,

Romeinen 1:5. Hij heeft mij de genade geschonken apostel te zijn, opdat ik omwille van zijn naam aan alle volken gehoorzaamheid en geloof zou verkondigen –
Opmerking: hier staat in het Grieks apostelschap.

Romeinen 11:13. En tegen u, afkomstig uit die andere volken, zeg ik: Het is waar dat ik een apostel voor de heidense volken ben, maar ik schat mijn taak juist dáárom zo hoog

Romeinen 16:7. Groet Andronikus en Junia, mijn volksgenoten, die met mij in de gevangenis hebben gezeten, die als apostelen veel aanzien genieten en die eerder dan ik één met Christus zijn geworden.

1 Korintiërs 1:1. Van Paulus, apostel van Christus Jezus, geroepen door de wil van God, en van onze broeder Sostenes.

1 Korintiërs 4:9. Maar volgens mij heeft God ons, apostelen, de laagste plaats toegewezen, alsof we ter dood veroordeeld zijn. We zijn voor heel de wereld, zowel voor engelen als mensen, een schouwspel geworden.

1 Korintiërs 9:1-2. Ben ik niet vrij? Ben ik geen apostel? Heb ik niet Jezus, onze Heer, gezien? En bent u niet het werk dat ik dankzij de Heer tot stand heb gebracht? Ook al ben ik voor anderen geen apostel, voor u ben ik dat zeker wel, want u bent door uw geloof in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap.
Opmerking: in vers 2 staat in het Grieks apostelschap.

1 Korintiërs 9:5. Zouden wij niet het recht hebben een gelovige echtgenote op onze reizen mee te nemen, zoals de andere apostelen, de broers van de Heer en Kefas?

1 Korintiërs 12:28-29. God heeft in de gemeente aan allerlei mensen een plaats gegeven: ten eerste aan apostelen, ten tweede aan profeten en ten derde aan leraren. Dan is er het vermogen om wonderen te verrichten, de gave om te genezen en het vermogen om bijstand te verlenen, leiding te geven of in klanktaal te spreken. Is iedereen soms een apostel? Of een profeet? Is iedereen een leraar? Kan iedereen wonderen verrichten?

1 Korintiërs 15:7. Vervolgens is Hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen.
1 Korintiërs 15:9. Want ik ben de minste van de apostelen, ik ben de naam apostel niet waard omdat ik Gods gemeente heb vervolgd.

&&2 Korintiërs 1:1. Van Paulus, apostel van Christus Jezus door de wil van God, en van onze broeder Timoteüs. Aan de gemeente van God in Korinte en aan alle heiligen in heel Achaje.

2 Korintiërs 8:23. Wat Titus betreft: hij is mijn metgezel en werkt met ons mee ten dienste van u. Wat de twee andere broeders betreft: ze zijn de vertegenwoordigers van de gemeenten in Macedonië en strekken Christus tot eer.
Opmerking: hier is het Griekse woord apostel vertaald met vertegenwoordiger.

2 Korintiërs 11:5-6. Ik denk dat ik in geen enkel opzicht de mindere ben van die geweldige apostelen van u. Ook al ontbreekt het mij aan welsprekendheid, kennis bezit ik genoeg. Dat heb ik u meer dan eens op allerlei manieren bewezen.
Opmerking: kennis is belangrijker dan welsprekendheid.

2 Korintiërs 11:13. Schijnapostelen zijn het, die zich door oneerlijk te werk te gaan voordoen als apostelen van Christus.

2 Korintiërs 12:11-12. Ik heb me aangesteld als een dwaas, maar u hebt me ertoe gedwongen. U had me moeten aanbevelen. Want ik mag dan onbeduidend zijn, ik doe toch echt niet onder voor die geweldige apostelen van u. Alles wat een apostel tot apostel maakt, heb ik u laten zien: volharding in alles, tekenen, wonderen en grote daden.
Opmerking: het laatste stuk staat in het Grieks: tekenen zowel in wonderen als krachten. De NBV heeft het uitgelegd als ‘grote daden’.

Galaten 1:1. Van Paulus, een apostel die niet is aangesteld of gezonden door mensen, maar door Jezus Christus en God, de Vader, die Hem uit de dood heeft opgewekt,

Galaten 1:17. … en ben ook niet naar Jeruzalem gegaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik. Ik ben onmiddellijk naar Arabië gegaan en ben van daar weer teruggekeerd naar Damascus.

Galaten 1:19. Maar van de overige apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer.

Galaten 2:8. … want zoals God Petrus kracht had gegeven voor zijn werk als apostel onder de besnedenen, zo had Hij mij kracht gegeven voor mijn werk onder de andere volken.
Opmerking: hier staat in het Grieks apostelschap.

&&& Efeziërs 1:1. Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus. Aan de heiligen in Efeze, aan de gelovigen die één zijn met Christus Jezus.

Efeziërs 2:20. Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen.

Efeziërs 3:5-6. Het is onder vorige generaties niet aan de mensen onthuld, maar nu door de Geest geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten: ook mensen uit andere volken delen door hun eenheid met Christus Jezus in de erfenis, zij maken deel uit van hetzelfde lichaam en hebben ook deel aan de belofte, door middel van het evangelie.

Het gaat hier over de Heilige Geest.
Efeziërs 4:11. En Hij is het die zowel apostelen heeft aangesteld als profeten, zowel verkondigers van het evangelie als herders en leraren,

Filippenzen 2:25. Ik heb het echter nodig geacht Epafroditus naar u toe te sturen, mijn broeder, medearbeider en medestrijder, en uw gezant en dienaar in wat ik nodig had,
Opmerking: hier is een apostel een gezant van de gemeente van Filippi.

&&&Kolossenzen 1:1. Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus, en van onze broeder Timoteüs.

1 Tessalonicenzen 2:6-7. Wij zochten ook geen eer van mensen, niet van u, ook niet van anderen, hoewel wij, als apostelen van Christus, u tot last hadden kunnen zijn, maar wij zijn in uw midden vriendelijk geweest, zoals een voedster haar kinderen koestert. [HSV]

1 Timoteüs 1:1. Van Paulus, apostel van Christus Jezus in opdracht van God, onze redder, en van Christus Jezus, onze hoop.
1 Timoteüs 2:7. Om dit te verkondigen ben ik als apostel aangesteld. Ik spreek de waarheid, ik lieg niet – ik ben aangesteld als leraar voor de heidense volken, om hun het geloof en de waarheid te onderwijzen.

2 Timoteüs 1:1. Van Paulus, apostel van Christus Jezus door de wil van God, gezonden om de belofte te verkondigen van het leven in eenheid met Christus Jezus.
2 Timoteüs 1:11. Ik ben aangesteld als verkondiger, apostel en leraar van dit evangelie;

Titus 1:1. Van Paulus, dienaar van God, apostel van Jezus Christus, gestuurd om het geloof van Gods uitverkorenen te versterken en hun kennis bij te brengen van de waarheid die tot vroomheid leidt,

Hebreeën 3:1. Daarom, heilige broeders en zusters, die deel hebt aan de hemelse roeping, richt uw aandacht op Jezus, de apostel en hogepriester van het geloof dat wij belijden,

&&&1 Petrus 1:1. Van Petrus, apostel van Jezus Christus. Aan de uitverkorenen die als vreemdelingen verspreid in Pontus, Galatië, Kappadocië, Asia en Bitynië verblijven,

&&& 2 Petrus 1:1. Van Simeon Petrus, dienaar en apostel van Jezus Christus. Aan allen die dankzij de rechtvaardigheid van onze God en redder Jezus Christus hetzelfde kostbare geloof hebben ontvangen als wij.

2 Petrus 3:2. … en wel door u te herinneren aan de woorden die de heilige profeten destijds hebben gesproken en aan het gebod van onze Heer en redder dat uw apostelen u hebben doorgegeven.

Judas 1:17. Maar, geliefde broeders en zusters, denk aan wat de apostelen van onze Heer Jezus Christus al hebben gezegd:

Openbaring 2:2. Ik weet wat u doet, hoe u zich inzet en standhoudt, en dat u boosdoeners niet verdraagt. Zo hebt u mensen die beweren dat ze apostelen zijn, op de proef gesteld en als leugenaars ontmaskerd.

Openbaring 18:20. Juich om haar, hemel, juich heiligen, apostelen en profeten! Het vonnis dat zij jullie had toebedacht, heeft God aan haar voltrokken.’

Openbaring 21:14. De stadsmuur had twaalf grondstenen, met daarop de namen van de twaalf apostelen van het lam.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Achteraf is er waardering gekomen voor de eerste apostelen. Dat was achteraf, want ze hadden een gevaarlijk, uitdagend en avontuurlijk leven. Een apostel is afgezant. Meer niet, Maar dan wel van een grote koning natuurlijk, maar vooral in het begin onder de mensen, die die grote koning niet erkenden.

Je kunt ook een gezant, een apostel van iemand anders, zoals van de gemeenten van Macedonië of de gemeente van Filippi. 2 Korintiërs 8:23 en Filippenzen 2:25

De eerste apostelen, de twaalf apostelen werden ook een symbool van de nieuwe gemeenschap. Namelijk uit alle volken zij die in Christus Jezus zijn. Openbaringen 21.

Die twaalf apostelen waren eerste leerlingen, pas toen ze uitgezonden werden om het werk van de Heer te doen werden ze apostelen genoemd.

Naast de twaalf apostelen worden nog andere mensen apostel genoemd. Jezus. Hebreeën. Paulus. In allerlei van zijn brieven. Jakabus de broer van de Heer. Galaten 1:19. Petrus noemt zich in zijn brieven ook apostel. 1 Petrus en 2 Petrus.

De Heilige Geest stelt mensen aan in bedieningen zoals het apostel zijn. Efeziërs 4:11. Paulus schrijft ook dat andere eerder apostel waren. Galaten 1:17. Hij later dus, zoals vele anderen zullen volgen. Paulus is aangesteld en uitgezonden door Jezus. Galaten 1:1.

De apostel is een dienaar, Paulus noemt zich zelfs ook slaaf van de Heer. Aan de andere kant kan een dienaar van God hulp vragen. 1 Tessalonicenzen 2:6-7. En heeft de mogelijkheid zich te laten gelden. 1 Tessalonicenzen 2:7.

De apostel ontvangt openbaring door de Geest. Efeziërs 3:5.

De volgende zaken worden in deze teksten genoemd als onderdeel van het apostel zijn:
– volharding in alles, tekenen, wonderen en grote daden. 2 Korintiërs 12:12
– ze leggen het fundament zodat de mensen uit de volken burgers en huisgenoten van God zijn. Efeziërs 2:20
– de niet Joodse volken, het geloof en de waarheid te onderwijzen. 1 Timoteüs 2:7
– de belofte verkondigen van het leven in eenheid met Christus Jezus. 2 Timoteüs 1:1.
– geloof van Gods uitverkorenen versterken en kennis bijbrengen van de waarheid, Titus 1.
– het gebod van de Heer doorgeven. 2 Petrus 3:2.
– onderwijs geven. Judas.
– een vonnis toebedenken. Openbaring 18.

Je kunt ook een verschillende doelgroep hebben. Zoals Petrus voor de joden en Paulus voor de niet-joden. Galaten 2:8

Je kunt naast apostel ook andere bedieningen hebben. Paulus is aangesteld als verkondiger, apostel en leraar van dit evangelie. Of is leraar vanuit zijn apostel zijn. 2 Timoteüs 1:11.

Paulus was een apostel van Jezus in opdracht van God. 1 Timoteüs 1:1.

Je hebt ook hen, die zich apostel noemen maar het niet zijn. Schijnapostelen. 2 Korintiërs 11:13. Openbaring 2.

Profeet

De bediening van profeet regelmatig genoemd in het Nieuwe Testament.

Grieks woordSoort woordStrongOpmerkingen:
1προφήτης prophētēsZelfstandig
naamwoord
mannelijk
G4396Profeet.
Komt 149 keer voor in 143 verzen.
KJV: prophet (149x).

Dit is verder uitgewerkt in de studie profeteren.

Evangelist

Hier de gegevens van het woord evangelist, één van de bedieningen, die in Efeziërs 4:11 wordt genoemd.

Grieks woordSoort woordStrongOpmerkingen:
1εὐαγγελιστής euaggelistēsZelfstandig
naamwoord
mannelijk
G2099
SB
Evangelist.
Komt 3 keer voor in 3 verzen.
KJV: evangelist (3x).

Handelingen 21:8. De volgende dag vertrokken we weer en gingen op weg naar Caesarea. Daar vonden we onderdak bij Filippus, een verkondiger van het evangelie en een van de zeven wijze mannen.

Efeziërs 4:11-12. En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd.

2 Timoteüs 4:5. Jij echter moet in alles nuchter zijn, je lijden aanvaarden, je werk als verkondiger van het evangelie doen, je dienende taak vervullen.

Het woord evangelist komt dus maar drie keer voor in het Nieuwe Testament. De NBV vertaalt steeds met het verkondigen van het evangelie, maar naar ik begrijp is het vooral goed nieuws zijn voor de ontvangers in welke zin dan ook. Zie ook de studie over het evangelie. https://het-ga-je-goed.nl/wereldwijd/het-evangelie/studie-het-evangelie

Herder

Hier de gegevens van het woord herder, één van de bedieningen, die in Efeziërs 4:11 wordt genoemd.

Grieks woordSoort woordStrongOpmerkingen:
1ποιμήν poimēnZelfstandig
naamwoord
mannelijk
G4166
SB3633
Herder.
Komt 18 keer voor in 17 verzen.
KJV: shepherd (15x), Shepherd (2x), pastor (1x).

De bediening van herder is uitgewerkt in de studie over pastoraat, zie https://het-ga-je-goed.nl/zorg-alg/90-pastoraat-2/studie-pastoraat

Leraar

Hier de gegevens van het woord herder, één van de bedieningen, die in Efeziërs 4:11 wordt genoemd.

Grieks woordSoort woordStrongOpmerkingen:
1διδάσκαλος didaskalosZelfstandig naamwoord mannelijkG1320
SB1182
Leraar.
Komt 58 keer voor 57 verzen.
KJV: Master (Jesus) (40x), teacher (10x), master (7x), doctor (1x).

Er is een studie over het woord leraar, zie https://het-ga-je-goed.nl/gods-aanbod-2/hulp-van-boven/71-leider-en-discipelschap/studie-discipelen

Priester

In diverse woorden in het Nieuwe Testament wordt het priesterschap aangeduid. Hier staan de gegevens.

Grieks woordSoort woordStrongOpmerkingen:
1ἱερεύς hiereusZelfstandig
naamwoord mannelijk
G2409
SB2166
Priester
Komt 32 keer voor in 30 verzen
KJV: priest (31x), high priest (1x).
2ἱεράτευμα
hierateuma
Zelfstandig
naamwoord onzijdig
G2406
SB2164
Priesterschap
Komt 2 keer voor
KJV: Master (Jesus)(40x), teacher (10x), master (7x), doctor (1x).

Het Griekse woord hiereus is afgeleid van hieros dat is heilig. De priester doet handelingen, die bij de wereld van God horen. En dat in de wereld van de mensen. Hij staat tussen de mensen en God in of tussen de mensen en God in.

Priesters in het Oude Testament
In enkele verzen gaat het over wat een priester zoal kan doen.

Jezus geneest iemand van een melaatsheid waardoor zo iemand in quarantaine moest blijven.
Matteüs 8:4. Jezus zei tegen hem: ‘Denk erom dat u er met niemand over praat, maar ga u aan de priester laten zien en breng als getuigenis voor de mensen het offer dat Mozes heeft voorgeschreven.’
Marcus 1:44. ‘Denk erom dat u er met niemand over praat, maar ga u aan de priester laten zien en breng als getuigenis voor de mensen het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven.’
Lucas 5:14. Hij beval hem er met niemand over te spreken en zei: ‘Ga u aan de priester laten zien en breng als getuigenis voor de mensen een reinigingsoffer, zoals Mozes heeft voorgeschreven.’

Opmerking: de priester had tot taak om namens God te beoordelen of iemand genezen was en dan ook die persoon weer de mogelijkheid gaf om zich weer onder de mensen te begeven.

Op een later moment is weer een genezing van een melaatse aan de orde.
Lucas 17:14. Toen Hij hen zag, zei Hij tegen hen: ‘Ga u aan de priesters laten zien.’ Terwijl ze gingen werden ze gereinigd.

Matteüs 12:5. En hebt u niet in de wet gelezen dat de priesters die op sabbat in de tempel dienstdoen en zo de sabbat ontwijden, onschuldig zijn?
Opmerking: de mensen moesten op sabbath rust houden, alleen de dienst van God gaat altijd door en daarom ook het werk van de priesters.

Handelingen 6:7. Het woord van God vond steeds meer gehoor, zodat het aantal leerlingen in Jeruzalem sterk groeide; ook een grote groep priesters aanvaardde het geloof.
Opmerking: dat werken in de dienst van God als priester gaf inzicht in geestelijke zaken. Zo kwamen ze, denk ik, tot geloof.

Eén tekst gaat over een priester van een heel andere godsdienst, maar wel met hetzelfde idee van middelaar tussen god en de mensen.
Handelingen 14:13. De priester van Zeus, wiens tempel vlak buiten de stad lag, bracht met bloemenkransen getooide stieren naar de stadspoort, die hij en het volk wilden offeren.
Opmerking: dit was in Lystra. De tempel is nu niet meer te vinden.

Hebreeën 5:6. Ergens anders zegt Hij iets vergelijkbaars: ‘Jij bent priester voor eeuwig, zoals Melchisedek.’
Opmerking: je kunt priester voor lange tijd zijn.

Hebreeën 7:1. Want deze Melchisedek, koning van Salem en priester van de allerhoogste God, ging Abraham tegemoet toen deze terugkeerde van zijn overwinning op de koningen, en zegende hem,
Opmerking: iemand van buiten het volk Israël was ook priester van de allerhoogste God.

Jezus ontving het priesterschap door een eed, werkte dat als belofte?. Andere priesters ontvingen het priesterschap door afstamming.
Hebreeën 7:20-26. Bovendien is er sprake van een bekrachtiging onder ede. De Levitische priesters ontvingen het priesterschap zonder dat het door een eed bekrachtigd werd, Jezus daarentegen ontving het mét een dergelijke bekrachtiging, toen tegen Hem werd gezegd: ‘De Heer heeft gezworen, en komt op zijn eed niet terug: “Jij bent priester voor eeuwig.”’ Daardoor staat Jezus garant voor een beter verbond. Zij moesten met velen zijn, omdat de dood hun belette priester te blijven, maar omdat Hij blijft tot in eeuwigheid, is ook zijn priesterschap eeuwig. Zo kan Hij allen die God door Hem naderen volkomen redden, omdat Hij voor altijd leeft en zo voor hen kan pleiten. Een hogepriester als Hij hadden we ook nodig, iemand die heilig, schuldeloos en zuiver is, van de zondaars afgescheiden en ver boven de hemelsferen verheven.

Het werk van priesters is ook weer betrekkelijk.
Hebreeën 10:11. De priesters blijven dagelijks hun dienst verrichten en steeds opnieuw dezelfde offers opdragen, die de zonden nooit kunnen wegnemen,

Er is wel wat verandert bij het Nieuwe Verbond. Jezus is de nieuwe hogepriester. En zijn volgelingen zijn priesters.

Priesters bij het Nieuwe Verbond
Hier de teksten, die gaan over priester zijn in de christelijke gemeente.

Openbaring 1:6. … die een koninkrijk uit ons gevormd heeft en ons heeft gemaakt tot priesters voor God, zijn Vader – aan Hem komt de eer toe en de macht, tot in eeuwigheid. Amen.

Openbaring 5:10. U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot priesters gemaakt. Zij zullen als koningen heersen op aarde.’

Openbaring 20:6. Gelukkig en heilig zijn zij die deel hebben aan de eerste opstanding. De tweede dood heeft geen macht over hen. Zij zullen priester van God en van Christus zijn en duizend jaar lang samen met Hem heersen.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
De priester van God zullen samen met Jezus heersen. Openbaring 20:6. Als koningen zelfs. Openbaring 5:10.

Priesterschap
Het woord priesterschap komt twee keer voor en duidt het priesterschap aan van de christelijke gemeente. Hier staan de twee teksten.

1 Petrus 2:4-5. Voeg u bij Hem, bij de levende steen die door de mensen werd afgekeurd maar door God werd uitgekozen om zijn kostbaarheid, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn.

1 Petrus 2:9. Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.

Opmerking: in deze twee teksten wordt het priesterschap zowel heilig, vers 5, als koninklijk, vers 9, genoemd.

Leidinggevende functies

Naast de bedieningen van de Geest komen ook al in de eerste gemeenten bepaalde functies voor.

Bij de aanduidingen van leden van de gemeente komen we tegen ‘slaven van Christus’ en ‘heiligen’, dat zijn geen specifieke taken.

Wat we wel tegenkomen zijn oudsten, diakenen, opzieners/bisschoppen en voorgangers/leiders.

Oudsten

Een functie, die dikwijls voorkomt is dit van oudste. Hier enkele gegevens over het voorkomen van oudste en oudstenraad in het Nieuwe Testament.

Grieks woordSoort woordStrongOpmerkingen
1πρεσβύτερος presbyterosBijvoeglijk naamwoordG4245Oudste
Komt 67 keer voor in 67 verzen.
KJV: elder (64x), old man (1x), eldest (1x), elder woman (1x).
2πρεσβυτέριον presbyterionZelfstandig
naamwoord
onzijdig
G4250Oudstenraad
KJV: elders (1x), estate of elders (1x), presbytery (1x).

Het woord voor oudste is een bijvoeglijk naamwoord. Het bestuur lag in die tijd bij de mannen, dus het zullen wel de oudere mannen zijn geweest.

Het Nieuwe Testament gebruikt 67 keer het woord oudste, maar een beperkt aantal keer gaat het over oudsten van de christelijke gemeente.

Oudstenraad
et gaat drie keer over een oudstenraad. In Lukas 22:66 en Handelingen 22:5 gaat het over de oudstenraad van de joden in Jeruzalem. In 1 Timoteüs 4:14 gaat het over de oudstenraad van de christelijke gemeente waar Timoteüs bij is betrokken.

Oudsten van het volk Israël
Een groot deel gaat over de oudsten uit het Oude Testament en de oudsten in Jeruzalem, de presbyters, die de dood van Jezus zochten. Daarvan hier enkele voorbeelden van teksten.

Hebreeën 11:1-2. Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet. Hierdoor immers hebben de ouden een goed getuigenis gekregen.

Handelingen 22:5. iets dat de hogepriester en de hele raad van oudsten kunnen bevestigen. Ik heb van hen zelfs aanbevelingsbrieven gekregen voor onze broeders in Damascus, toen ik daarheen ging om ook daar mensen gevangen te nemen en hen naar Jeruzalem te brengen, waar ze hun straf moesten ondergaan.

Handelingen 23:14. Ze gingen naar de hogepriesters en de oudsten en zeiden: ‘We hebben een heilige eed gezworen om niets meer te eten voor we Paulus hebben gedood.

Handelingen 24:1. Vijf dagen later arriveerde Ananias, de hogepriester, samen met enkele oudsten en met Tertullus, een advocaat. Ze dienden hun klacht tegen Paulus in bij de procurator.

Handelingen 25:15. Toen ik in Jeruzalem was hebben de hogepriesters en de oudsten van de Joden een klacht tegen hem ingediend en om zijn veroordeling verzocht.

Oudsten of ouderen in het algemeen.
Er zijn ook teksten, waarbij het lijkt dat het over ouderen in het algemeen gaat en niet over de functie van oudste, zoals in deze teksten.

Johannes 8:9. Toen ze dat hoorden gingen ze weg, een voor een, de oudsten het eerst, en ze lieten Hem alleen, met de vrouw die in het midden stond.

Handelingen 2:16-17. Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël: “Aan het einde der tijden, zegt God, zal Ik mijn Geest uitgieten over al wat leeft. Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen dromen dromen.

Romeinen 9:11-12. en al voor ze geboren waren en iets goeds of slechts gedaan hadden, werd haar gezegd: ‘De oudste zal de jongste dienen.’ Zo blijft Gods besluit van kracht: God kiest een mens niet uit op grond van zijn daden, maar omdat Hij hem roept.

1Timoteüs 5:1-2. Ga niet tekeer tegen een oude man. Als je hem vermaant, beschouw hem dan als een vader, zoals je jonge mannen als broers moet zien, oude vrouwen als moeders en jonge vrouwen als zussen – en dit in alle zuiverheid.

Oudsten in de christelijke gemeente

En deze teksten gaan over oudsten in de gemeente.

Handelingen 11:30…. en lieten hun gift door Barnabas en Saulus naar de oudsten brengen.

Handelingen 14:23. In elke gemeente stelden ze oudsten aan, en na gevast en gebeden te hebben bevalen ze hen aan bij de Heer, in wie ze nu geloofden.

Handelingen 15:2. Dit leidde tot grote onenigheid met Paulus en Barnabas en mondde uit in een felle woordenstrijd. Besloten werd dat Paulus en Barnabas, samen met enkele andere leerlingen, naar Jeruzalem zouden gaan om deze kwestie voor te leggen aan de apostelen en de oudsten.

Handelingen 15:4. Bij hun aankomst in Jeruzalem werden ze verwelkomd door de apostelen en de oudsten en door de rest van de gemeente. Ze brachten verslag uit van alles wat God door hen tot stand had gebracht.

Handelingen 15:6. De apostelen en de oudsten kwamen bijeen om nader op deze zaak in te gaan.

Handelingen 15:22-23. Daarop besloten de apostelen en de oudsten in overleg met de hele gemeente enkele afgevaardigden met Paulus en Barnabas mee te zenden naar Antiochië. De keuze viel op twee leiders uit de gemeente: Judas, wiens bijnaam Barsabbas luidde, en Silas. Men gaf hun een brief mee met de volgende inhoud: ‘Van de apostelen en de oudsten. Aan onze broeders en zusters in Antiochië, Syrië en Cilicië afkomstig uit de heidense volken: gegroet!

Handelingen 16:4. Op hun tocht langs de steden stelden ze de gemeenteleden op de hoogte van de besluiten die door de apostelen en de oudsten in Jeruzalem waren genomen en droegen hun op zich daaraan te houden.

Handelingen 20:17. Vanuit Milete stuurde hij iemand naar Efeze met het verzoek aan de oudsten van de gemeente om bij hem te komen.

Handelingen 21:18. De volgende dag ging Paulus met ons naar Jakobus, bij wie alle oudsten waren samengekomen.

1 Timoteüs 4:14. Veronachtzaam de genade die je geschonken is niet; je dankt haar aan de profetische woorden die de raad van oudsten over jou, onder handoplegging, heeft uitgesproken.

1 Timoteüs 5:17. Oudsten die goed leiding geven moeten dubbel worden beloond, vooral degenen die zich veel moeite geven voor de prediking en het onderricht.

1 Timoteüs 5:19. Geef alleen gehoor aan een aanklacht tegen een oudste als die bevestigd wordt door ten minste twee getuigen.

Titus 1:5. Ik heb je op Kreta achtergelaten om, volgens mijn richtlijnen, de resterende zaken te regelen en in elke stad oudsten aan te stellen:

Jakobus 5:14. Laat iemand die ziek is de oudsten van de gemeente bij zich roepen; laten ze voor hem bidden en hem met olie zalven in de naam van de Heer.

1 Petrus 5:1. Ik doe een beroep op de oudsten onder u. Als uw mede-oudste en als ooggetuige van Christus’ lijden, en omdat ik evenals u zal delen in de luister die binnenkort zal worden geopenbaard, vraag ik u:

1 Petrus 5:5. En u, jongeren, moet van uw kant het gezag van de oudsten erkennen. Overigens, in de omgang met elkaar moet ieder van u altijd de minste willen zijn, want God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt Hij zijn genade.

2 Johannes 1:1. Van de oudste. Aan de uitverkoren vrouw en haar kinderen, die ik werkelijk liefheb – en niet alleen ik, maar allen die de waarheid hebben leren kennen –
3 Johannes 1:1. Van de oudste. Aan mijn geliefde broeder Gajus, die ik werkelijk liefheb.

Openbaring 4:4. Om de troon heen stonden vierentwintig andere tronen, waarop vierentwintig oudsten zaten. Ze droegen witte kleren en hadden een gouden krans op hun hoofd.

Openbaring 4:10. werpen de vierentwintig oudsten zich neer voor Hem die op de troon zit, en aanbidden Hem die leeft tot in eeuwigheid, en leggen hun kransen voor zijn troon met de woorden:

Openbaring 5:5-6. Toen zei een van de oudsten tegen mij: ‘Huil niet. Want de leeuw uit de stam Juda, de telg van David, heeft de overwinning behaald, en daarom mag Hij de boekrol met de zeven zegels openen.’ Toen zag ik midden voor de troon een lam staan, tussen de vier wezens en de oudsten. Het zag eruit als een lam dat geslacht was en het had zeven hoorns en zeven ogen; dat zijn de zeven geesten van God, die over de hele wereld zijn uitgestuurd.

Openbaring 5:8. Op hetzelfde moment wierpen de vier wezens en de vierentwintig oudsten zich voor het lam neer. Ieder van hen had een lier en een gouden schaal vol wierook; dat zijn de gebeden van de heiligen.

Openbaring 5:11. Daarna hoorde ik het geluid van een groot aantal engelen rondom de troon, de wezens en de oudsten; het waren er oneindig veel, tienduizend maal tienduizenden, duizend maal duizenden.

Openbaring 5:14. De vier wezens antwoordden: ‘Amen,’ en de oudsten wierpen zich in aanbidding neer.

Openbaring 7:11. Alle engelen stonden om de troon en de oudsten en de vier wezens heen. Ze wierpen zich neer voor de troon en aanbaden God
Openbaring 7:13. Een van de oudsten sprak mij aan: ‘Wie zijn dat daar in het wit, en waar komen ze vandaan?’

Openbaring 11:16. De vierentwintig oudsten op hun tronen bij God wierpen zich neer en aanbaden God.

Openbaring 14:3. Er werd voor de troon en voor de vier wezens en de oudsten iets gezongen dat leek op een nieuw lied. Niemand kon het lied begrijpen, behalve de honderdvierenveertigduizend mensen die van de aarde zijn vrijgekocht.

Openbaring 19:4. De vierentwintig oudsten en de vier wezens wierpen zich neer voor God, die op de troon zit, en aanbaden Hem met de woorden: ‘Amen! Halleluja!’

Wat kunnen we van deze teksten leren?
In het boek Openbaring gaat het in elf teksten over oudsten en daarvan gaat het zes keer over de vierentwintig oudsten.

Opzieners

In het Nieuwe Testament is er een gemeentefunctie, die tot taak heeft om te overzien. Dit zijn de gegevens van de woorden, die voorkomen.

Grieks woordSoort woordStrongOpmerkingen
1ἐπισκοπέω episkopeōWerkwoordG1983
SB1803
Omzien
Komt 2 keer voor
KJV: look diligently (1x), take the oversight (1x).
2ἐπισκοπή
episkopē
Zelfstandig
naamwoord vrouwelijk
G1984
SB1804
Opzienerstaak
Komt 4 keer voor
KJV: visitation (2x), bishoprick (1x), office of a bishop (1x).
3ἐπίσκοπος episkoposZelfstandig
naamwoord
mannelijk
G1985
SB1805
Opziener
Komt 5 keer voor
KJV: bishop (6x), overseer (1x).

Het Griekse woord episkopos bestaat uit epi en skopos. Epi betekent op, over, in of naar. Skopos is zien, markeren, inspecteren. Je kunt vertalen om omzien, overzien of toezien. Opvallend dat vertalingen vertalen met opziener.

Hier eerst de twee teksten waarin het werkwoord voorkomt.

Hier is het omzien of toezien een taak van de gemeenten.
Hebreeën 12:15. Zie erop toe dat niemand achteropraakt in de genade van God, en dat er geen enkele wortel van bitterheid opschiet en onrust veroorzaakt zodat daardoor velen bezoedeld worden.
Opmerking: hier staat het werkwoord.

Hier is het een taak van de oudste.
1 Petrus 5:1-2. De ouderlingen onder u roep ik ertoe op, als medeouderling en getuige van het lijden van Christus en deelgenoot van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden: Hoed de kudde van God waarvoor u de verantwoordelijkheid hebt, houd goed toezicht – niet gedwongen maar vrijwillig, zoals God dat wil, en niet om er zelf beter van te worden maar met belangeloze toewijding.

Hieronder de vier teksten waarin het gaat over de opzienerstaak.

Deze tekst gaat over het moment dat Jezus inziet dat er een drama met de stad gaat afspelen.
Lukas 19:41-44. En toen Hij dichtbij kwam en de stad zag, weende Hij over haar. Hij zei: Och, dat u ook nog op deze uw dag zou onderkennen wat tot uw vrede dient! Nu echter is het verborgen voor uw ogen. Want er zullen dagen over u komen dat uw vijanden een wal rondom u zullen opwerpen, u zullen omsingelen en u van alle kanten in het nauw zullen brengen. En zij zullen u met de grond gelijkmaken en uw kinderen in u verpletteren. Ook zullen zij in u geen steen op de andere steen laten, omdat u het tijdstip waarop er naar u omgezien werd, niet hebt onderkend.

Opmerking 1: Jezus voerde zijn taak van omzien uit, maar het werd niet onderkend.
Opmerking 2: dit is het doel van de opziener, pastoraal bewogen zijn met de mensen.

Handelingen 1:20. Want er staat geschreven in het boek van de Psalmen: Laat zijn woonplaats woest worden en laat er niemand zijn die daarin woont. En: Laat een ander zijn ambt als opziener nemen. [HSV]
Opmerking: de HSV heeft het woord ambt ingevoegd. Waarom?

1 Timoteüs 3:1-2. Het is een waar woord: als iemand opziener wil worden, is dat een eerzaam streven. Een opziener moet onberispelijk zijn. Hij kan slechts de man van één vrouw zijn en hij moet sober, bezonnen, gematigd, gastvrij en een goede leraar zijn.
Opmerking: in vers 1 gaat het om de opzienerstaak, in vers 2 om iemand met de functie van opziener.

1 Petrus 2:11-12. Geliefden, ik roep u op als bijwoners en vreemdelingen u te onthouden van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen de ziel. Houd uw levenswandel onder de heidenen goed; opdat zij die nu van u kwaadspreken als van kwaaddoeners, door de goede werken die zij in u waarnemen, God verheerlijken mogen op de dag dat er naar hen omgezien wordt. [HSV]
Opmerking 1: de NBG en SV vertalen met ‘de dag van bezoeking’, de NBV21 met rechtspreken. Het gaat over de taak van het omzien.
Opmerking 2: als ze God gaan verheerlijken op het moment dat naar hen wordt omgezien dan hebben ze de goede keuze gemaakt. Anders dan de mensen, die zoals in Lukas 19 het niet opmerkten.

Tenslotte de overige vier teksten waar het over de opziener gaat.

Dit zegt de apostel Paulus aan de oudsten van de gemeente van Efeze.
Handelingen 20:28. Zorg voor uzelf en voor de hele kudde waarover de heilige Geest u als herder heeft aangesteld; u bent de opzieners van Gods gemeente, die hij verworven heeft door het bloed van zijn eigen Zoon.
Opmerking: de Heilige Geest had hen als herder aangesteld, maar ze waren ook oudsten en opzieners.

Filippenzen 1:1. Van Paulus en Timoteüs, dienaren van Christus Jezus. Aan alle heiligen in Filippi die één zijn in Christus Jezus, en aan hun opzieners en dienaren.
Opmerking: let op het meervoud van deze functie. Er zijn in die gemeente dus meer opzieners.

Titus 1:7. Een opziener moet als beheerder van Gods huis onberispelijk zijn: hij mag niet eigenzinnig optreden, niet driftig zijn, niet te veel drinken, niet gewelddadig zijn en niet hebzuchtig.

1 Petrus 2:25. Want u was als dwalende schapen; maar u bent nu bekeerd tot de Herder en Opziener van uw zielen. [HSV]
Opmerking: de vertaler gaat er van uit dat het hier om God gaat, die opziet.

De kerk wil het graag zo zien dat de bisschoppen de opzieners zijn. Op twee plaatsen bij de brieven voegen ze een noot toe.

In de Anglicaanse Engelse KJV Bijbel voegt de uitgever op twee plaatsen een tekst toe.
Bij 2 Timoteüs 4:22. The second epistle unto Timotheus, ordained the first bishop of the church of the Ephesians, was written from Rome, when Paul was brought before Nero the second time.
Bij Titus 3:15. It was written to Titus, ordained the first bishop of the church of the Cretians, from Nicopolis of Macedonia.

Opmerking: het Nieuwe Testament spreekt over opzieners, meervoud, in de gemeente, niet over één bisschop.

Ik kwam in het boek Jesaja ook nog de functie van opziener tegen.
Jesaja 60:17. In plaats van koper zal Ik goud brengen, in plaats van ijzer zal Ik zilver brengen, in plaats van hout koper, in plaats van stenen ijzer. En als uw opzichter stel Ik vrede aan en als uw opzieners gerechtigheid. [HSV]
Opmerking: het Hebreeuwse woord is נָגַשׂ (nāḡaś) dat 23 keer voorkomt, Strong H5065. Alleen hier vertaalt de HSV dit woord met opziener.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
In onze cultuur zijn leiders belangrijk, degenen, die vertalingen laten maken zijn ook leiders. Het gaat om toezien en overzien dat er voor iedereen wordt gezorgd en niet om iemand die overal op let.

De KJV wil ons laten geloven dat er in het Nieuwe Testament sprake was van één bisschop per woonplaats. Dat is niet zo. Er wordt gesproken van opzieners. Filippenzen 1:1

Er waren oudsten, die ook herders waren en ook opzieners. Dat is normaal. Handelingen 20:28

Het is een mooie functie om naar te streven. 1 Timoteüs 3:1. De opziener moet iemand van goed gedrag zijn. 1 Timoteüs 3:2, Titus 1:7.

Jezus is ook Opziener. 1 Petrus 2:25. Dat de Heere God naar mensen kan omzien is zijn grote barmhartigheid. 1 Petrus 2:11-12. Helaas willen mensen het niet altijd ontvangen. Lukas 19:41-44.

Die leiding hebben, voorgangers

In de meeste vertalingen kom je het woord voorganger tegen. Wat staat daarover in de Bijbel? Hier het woord dat met voorganger is vertaald.

Grieks woordSoort woordStrongOpmerkingen
1ἡγέομαι hēgeomaiWerkwoordG2233
SB2026
Leiden
Komt 28 keer voor in 27 verzen.
KJV: count (10x), think (4x), esteem (3x), have rule over (3x), be governor (2x), miscellaneous (6x).

In het Griekse werkwoord hēgeomai zit het Nederlandse woord hegemonie. Van dat zelfstandig naamwoord hebben wij geen werkwoord van. Je zou kunnen vertalen met ‘leiden’, ‘leiding geven’, ‘leiding hebben’ en ‘leidend zijn’.

Het Griekse zelfstandig naamwoord hegemon dat 22 keer voorkomt in het Nieuwe Testament gaat op één keer na altijd over een wereldlijk leider, dat bijvoorbeeld de NBG met stadhouder vertaalt. In die tijd waren dat heersers met veel macht. Er is ook nog het woord archon dat heerser betekent. Ook een woord wordt niet gebruikt voor de christelijke gemeente.

Die uitzondering gaat over Betlehem.
Matteüs 2:6. En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.

Opmerking 1: het is in de vertaling niet te zien, maar voor de woonplaats wordt een zelfstandig naamwoord gebruikt en voor degene die komt een werkwoord.
Opmerking 2: het verwijst naar degene, waarover de ster een boodschap had, die de wijzen uit het Oosten volgden.
Opmerking 3: de taak is die van wat herders doen. Mij lijkt weiden en beter woord om te vertalen dan hoeden.

Van die 27 verzen waar het woord hegeomai in voorkomt gaat het naast bovenstaande tekst ook in zes teksten over leiding geven aan een groep.

Dit zijn woorden van Jezus.
Lucas 22:25-26. En Hij zei tegen hen: De koningen van de volken heersen over hen, en wie macht over hen hebben, worden weldoeners genoemd. Bij u echter moet dat zo niet zijn,  maar de belangrijkste onder u moet als de jongste worden en wie leiding geeft als iemand die dient. [HSV]
Opmerking: dit is dé regel voor leiding geven in de christelijke gemeente.

Dit gebeurde toen de apostel Paulus iemand had genezen.
Handelingen 14:11-12. En de menigten, die zagen wat Paulus gedaan had, verhieven hun stem en zeiden in het Lycaonisch: De goden zijn aan mensen gelijk geworden en naar ons afgedaald. En zij noemden Barnabas Zeus en Paulus Hermes, omdat hij het woord voerde.

Opmerking: Paulus had de leiding bij wat er gesproken werd, maar toch beschouwden ze Barnabas als Zeus, de grote leider. Bij ons is dikwijls de spreker ook de leider.

Handelingen 15:22. Daarop besloten de apostelen en de oudsten in overleg met de hele gemeente enkele afgevaardigden met Paulus en Barnabas mee te zenden naar Antiochië. De keuze viel op twee leiders uit de gemeente: Judas, wiens bijnaam Barsabbas luidde, en Silas.

Hebreeën 13:7. Denk aan uw leiders, die het woord van God aan u hebben verkondigd, neem een voorbeeld aan hun geloof en kijk vooral goed hoe hun levenswandel eindigt.

Opmerking 1: ‘hoe hun levenswandel eindig’ vertaalt de NBG met ‘let op het einde van hun wandel’, de HSV, ‘let op de uitkomst van hun levenswandel’, en de SV ‘aanschouwende de uitkomst van hun wandeling’,
Opmerking 2: het is het Griekse woord ‘ekbasis’ dat met eindigt of uitkomst is vertaalt. Je zou ook met resultaat kunnen vertalen. Dat kun je pas vaststellen in de loop van hun leven. Sommigen raken in problemen door karakterissues andere blijven steeds vrucht dragen.

Hebreeën 13:17. Gehoorzaam uw leiders en schik u naar hen, want zij waken over uw leven en zullen daarvan ook rekenschap moeten afleggen. Zorg ervoor dat zij hun taak met vreugde kunnen vervullen, zodat ze geen reden tot klagen hebben: dat zou u zeker niet ten goede komen.

Hebreeën 13:24-25. Groet al uw leiders en alle heiligen. De gelovigen uit Italië laten u groeten. Genade zij met u allen.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Een leider dient de mensen in de gemeenschap te weiden zoals een herder zijn schapen. Matteüs 2:6.

Het gaat in de gemeente niet om dé leider maar er wordt steeds gesproken over degenen die leiden in het meervoud. Dé leiders van beminnelijke tot despotische leiders kun je vinden in de wereld. In de gemeente ging het destijds om samen doen.

Het lijkt mij vooral te gaan om natuurlijke leiders, die zich ervan bewust zijn dat leiding geven dienen is en pijn lijden kan zijn. Lucas 22:25-26. Daarom ook goed om deze leidinggevenden te eren. Hebreeën 13:17.

Als je hen die leiden een voorganger noemt, wat de SV, HSV en NGB doen, dan denk je al gauw aan de Nederlandse situatie dat iemand wordt benoemd als voorganger. Hij is de leider. Zo was het destijds dus niet.

Bij mensen, die leiden is het altijd goed om te kijken wat ze teweeg brengen. Goede dingen? Geef ze dan meer ruimte. Juist niet? Beperk hun rol dan. Hebreeën 13:7

Als het gaat om het woord voeren kan er ook wel iemand de leiding hebben, maar dan is er ruimte ook voor anderen voor hun inbreng. Handelingen 14:11-12.

Diakenen

In het Nieuwe Testament worden diakenen genoemd. Was dat ook een bepaalde functie? Hier de gegevens van het woord diaken.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen
1διάκονος diakonosZelfstandig
naamwoord
mannelijk of vrouwelijk
G1249
SB1110
Diaken
Komt 30 keer voor in 28 verzen.
KJV: minister (20x), servant (8x), deacon (3x).

In de KJV zijn drie verschillende functies aan het woord diakonos gekoppeld. Het woord minister wordt in Nederland gebruikt om een predikant aan te duiden: verbi divini minister afgekort met VDM wat betekent dienaar van het goddelijke woord. Het persoonlijk gebed na een dienst noemt men wel het ministry gebed.

Hier alle verzen waar het woord diakonos in voorkomt, in de NBV21 vertaling.

Matteüs 20:25-28. Jezus riep hen bij zich en zei: ‘Jullie weten dat heersers hun volken onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken. Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, moet dienaar van de anderen zijn, en wie van jullie de eerste wil zijn, moet slaaf van de anderen zijn – zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’

Uit de gelijkenis van de man, die op het feest kwam, maar geen bruiloftskleed wilde aantrekken.
Matteüs 22:13-14. Daarop zei de koning tegen zijn hofdienaars: “Bind hem aan handen en voeten en gooi hem eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.” Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren.’

Matteüs 23:8-12. Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters. En noem niemand op aarde vader, want jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel. Laat je ook geen leraar noemen, want jullie hebben maar één leraar, de messias. De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn. Wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.

Marcus 9:35. Hij ging zitten en riep de twaalf bij zich. Hij zei tegen hen: ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar.’

Dit zei Jezus toen de moeder van Jakobus en Johannes had gevraagd of haar zonen een belangrijke positie zouden kunnen krijgen.
Marcus 10:41-45. Toen de andere leerlingen hiervan hoorden, namen ze het Jakobus en Johannes kwalijk. Jezus riep hen bij zich en zei tegen hen: ‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden door hun eigen heersers en dat hun leiders hun macht misbruiken. Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, moet dienaar van de anderen zijn, en wie van jullie de eerste wil zijn, moet slaaf van de anderen zijn, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’

Johannes 2:5-9. Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat Hij jullie zegt, wat het ook is.’ Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete. Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water.’ Ze vulden ze tot de rand. Toen zei Hij: ‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze. En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel – riep hij de bruidegom.
Opmerking: let op, daar waar het woord diakonos is gebruikt heeft het ook een geestelijke betekenis.

Johannes 12:26. Wie mij dient moet mij volgen: waar ik ben zal ook mijn dienaar zijn, en wie mij dient zal door de Vader geëerd worden.
Opmerking: wat een prachtige tekst, twee keer het werkwoord dienen en eenmaal het zelfstandig naamwoord dienaar.

Romeinen 13:1-4. Iedereen moet de autoriteit van het bevoegd gezag erkennen, want er is geen gezag dat niet van God komt; ook het huidige gezag is door God ingesteld. Wie zich tegen dit gezag verzet, verzet zich dus tegen de orde die God heeft bepaald, en wie dat doet roept zijn veroordeling over zich af. Wie doet wat goed is heeft van de gezagsdragers niets te vrezen, alleen wie doet wat slecht is. U wilt niets van de overheid te vrezen hebben? Doe dan wat goed is en ze zal u prijzen, want ze staat in dienst van God en is er voor uw welzijn. Maar wanneer u doet wat slecht is, kunt u haar beter vrezen: ze voert het zwaard niet voor niets, want als dienares van God geeft ze ieder die het slechte doet de straf die hij verdient.

Opmerking: mijn indruk is dat dit de boodschap van de tekst is: de overheid hoort een dienares van God te zijn. Wie goed doet hoort de overheid de ruimte te geven en wie slecht doet hoort de overheid te straffen.

Romeinen 15:7-9. Aanvaard elkaar daarom ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard. Ik zeg u dat Christus een dienaar van de Joden is geworden om te tonen dat God trouw is en om de beloften aan hun voorouders waar te maken, en dat Christus, om te tonen dat God barmhartig is, ook gekomen is om de andere volken in staat te stellen God te loven.

Romeinen 16:1. Ik beveel Febe bij u aan, onze zuster, die in dienst staat van de gemeente in Kenchreeën.
Opmerking: dit is de eerste vrouw in de Bijbel die diakonos is genoemd.

Deze tekst staat nog extra in de KJV na de afsluiting van de brief aan de Romeinen, na Romeinen 16:27. The following was added by editors of the KJV: Written to the Romans from Corinthus, and sent by Phebe servant of the church at Cenchrea.
Opmerking: hier wordt Phebe als diaken genoemd.

1 Korintiërs 3:5-6. Wat is Apollos eigenlijk? En wat is Paulus? Zij zijn niet meer dan dienaren die u tot geloof hebben gebracht, beiden op de wijze die de Heer hun heeft geschonken. Ik heb geplant, Apollos heeft water gegeven, maar God heeft doen groeien. 

2 Korintiërs 3:6. Hij heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om dienaars van het nieuwe verbond te zijn, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. [HSV]
Opmerking: de NBV21 vertaalt diakonos als werkwoord ‘het nieuwe verbond te dienen’.

2 Korintiërs 6:4-10. Als dienaren van God bevelen wij onszelf juist aan door altijd in alles te volharden: in tegenspoed, nood en ellende, onder lijfstraffen, in gevangenschap en onder volkswoede, onder zware inspanningen, slaapgebrek en honger, door oprechtheid en kennis, door geduld en vriendelijkheid, door de gaven van de heilige Geest en ongeveinsde liefde, door de verkondiging van de waarheid en de kracht van God. We vallen aan en verdedigen ons met de wapens van de gerechtigheid, we worden geëerd en gesmaad, belasterd en geprezen. We worden bedriegers genoemd maar spreken de waarheid, we zijn vreemdelingen maar toch bij iedereen bekend, we sterven maar toch leven we, we worden gestraft maar niet aan de dood prijsgegeven, we hebben verdriet maar toch zijn we altijd verheugd, we zijn arm maar toch maken we velen rijk, we bezitten niets maar toch hebben we alles.

2 Korintiërs 11:14-15. Dat is ook geen wonder, want niemand minder dan Satan vermomt zich als een engel van het licht. Het ligt dus voor de hand dat ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren van de gerechtigheid. Maar ze zullen krijgen wat ze verdienen.
Opmerking: het gaat hier over zogenaamde apostelen, die eigenlijk dienaren van de Satan zijn.

2 Korintiërs 11:21-28. Als anderen over zichzelf durven op te scheppen, durf ik het ook. Ik ben toch maar een dwaas. Zijn zij Hebreeën? Dat ben ik ook. Zijn zij Israëlieten? Dat ben ik ook. Zijn zij nakomelingen van Abraham? Dat ben ik ook. Zijn zij dienaren van Christus? Ik ben zo gek dat ik durf te zeggen: ik nog meer. Ik heb harder gezwoegd, heb vaker gevangengezeten, heb veel meer lijfstraffen ondergaan, ben vaker in doodsgevaar geweest. Door de Joden ben ik vijfmaal met veertig min één zweepslagen gestraft, ik ben driemaal met stokslagen gestraft, ik ben eenmaal met stenen bekogeld en heb driemaal schipbreuk geleden. Eén keer heb ik een heel etmaal op zee rondgedreven. Voortdurend was ik onderweg, bedreigd door rivieren, rovers, volksgenoten en vreemdelingen, in gevaar in de stad, in de woestijn, op zee en te midden van schijngelovigen. Ik heb gezwoegd en geploeterd, vaak zonder te slapen, hongerig en dorstig, vaak zonder te eten, verkleumd en zonder kleren. En los van wat ik nog meer zou kunnen noemen is er de druk waaronder ik dagelijks sta vanwege mijn zorg voor de gemeenten.

Opmerking: hier nog een beeld van wat het kan zijn om dienaar van Christus te zijn. Opscheppen is niet goed trouwens.

Galaten 2:17. Maar als wij, die in Christus verlangen gerechtvaardigd te worden, ook zelf zondaars blijken te zijn, is Christus dan een dienaar van de zonde? Volstrekt niet! [HSV]

Efeziërs 3:7. Van dat evangelie ben ik dienaar geworden door de gave van Gods genade, die ik ontvangen heb door zijn kracht, die in mij werkt.
Opmerking: we zijn niet alleen dienaar van Christus maar daarmee ook dienaar van het evangelie.

Efeziërs 6:21. En opdat ook u weet hoe het met mij gaat en wat ik doe, zal Tychikus, de geliefde broeder en trouwe dienaar in de Heere, u dat allemaal bekendmaken.
Opmerking: de NBV21 vertaalt diakonos met een werkwoord.

Filippenzen 1:1. Van Paulus en Timoteüs, dienaren van Christus Jezus. Aan alle heiligen in Filippi die één zijn in Christus Jezus, en aan hun opzieners en dienaren.
Opmerking: het eerste woord dat de NBV vertaalt met dienaren is het woord doulos, dat slaaf betekent. Paulus gaat dus nog verder, hij is een bediende maar hij noemt zich ook slaaf.

Kolossenzen 1:7. Onze geliefde medewerker Epafras, die zich als trouw dienaar van Christus voor u inzet, heeft u daarin onderwezen.

Kolossenzen 1:23-25. Blijf wel trouw aan het geloof, onwrikbaar gegrondvest in de hoop die het evangelie brengt, het evangelie dat u gehoord hebt en dat aan alle schepselen onder de hemel verkondigd is, en waarvan ik, Paulus, dienaar geworden ben. Ik ben verheugd dat ik nu voor u lijd en dat ik in mijn lichaam mag aanvullen wat er nog ontbreekt aan het lijden omwille van Christus, ten behoeve van zijn lichaam, de kerk, waarvan ik dienaar geworden ben. Met het oog op u heeft God mij die dienende taak toevertrouwd, opdat zijn boodschap in al haar volheid verkondigd wordt.

Opmerking 1: Paulus is een dienaar van het evangelie.
Opmerking 2: vers 25, letterlijk staat er: de huishouding van God heeft Paulus die diakonie taak gegeven.

Kolossenzen 4:7. Tychikus, onze geliefde broeder, onze trouwe helper en mededienaar in het werk voor de Heer, zal u alles over mij vertellen. 

1 Tessalonicenzen 3:2. … en hebben we Timotheüs gestuurd, onze broeder en Gods dienaar en onze medearbeider in het Evangelie van Christus, om u in uw geloof te versterken en te bemoedigen. [HSV]

1 Timoteüs 3:8-12. Ook een diaken moet zich waardig gedragen. Hij moet oprecht zijn, mag niet overmatig veel wijn drinken en niet hebzuchtig zijn; hij moet vasthouden aan het geheim van het geloof, met een zuiver geweten. Ook hij moet eerst op zijn geschiktheid worden getoetst; pas daarna, als blijkt dat hij een onberispelijk mens is, kan hij zijn dienst verrichten. Dit geldt ook voor de vrouwen: ook zij moeten zich waardig gedragen, ze mogen niet kwaadspreken en moeten sober en in alles betrouwbaar zijn. Een diaken mag maar één vrouw hebben en moet goed leiding geven aan zijn kinderen en zijn huisgenoten. Degenen die hun dienst goed verrichten, verwerven aanzien en kunnen door hun geloof in Christus Jezus vrijuit spreken.
Opmerking: de tekst voorafgaand aan deze tekst gaat over wie overziener wil worden.

1 Timoteüs 4:6. Wanneer je dit alles aan de broeders en zusters voorhoudt, zul je een goede dienaar van Christus Jezus zijn, gevoed door de woorden van het geloof en de juiste leer, waarvan je een trouw aanhanger bent.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Het woord diaken is een algemene aanduiding van werkers in de gemeente. De volgende personen worden diakonos genoemd: Jezus (Romeinen 15:8), zuster Febe (Romeinen 16:1), Paulus en Apollos (1 Korintiërs 3:5), Paulus (Kolossenzen 1:23 en 25), Epafras (Kolossenzen 1:7), Tychicus (Efeziërs 6:21 en Kolossenzen 4:7), Timoteüs (1 Tessalonicenzen 3:2 en 1 Timoteüs 4:6). Jezus is een dienaar van de Joden geworden om aan te tonen dat God trouw is.

Diaken, diakonos is geen eerzame titel. Degenen, die op de bruiloft in Kana de gasten bedienden, noemt Johannes 2:5 diakenen. En zij die de gasten van de heggen en stegen, die geen bruiloftskleed wilden aantrekken. Matteüs 22:13-14.

Ik miste het woord diaken in Handelingen 6 waar het woord wel bij vertalingen in de titel voorkomt zoals bij de HSV ‘de verkiezing van de zeven diakenen’, maar het woord diaken niet in de tekst staat. Stefanus en Filippus waren natuurlijk wel diakenen maar dan in de betekenis van het Nieuwe Testament.

Wij zijn dienaars/diakenen van Jezus Johannes 12:26 en van het nieuwe verbond. 2 Korintiërs 3:6. We zijn dienaren van God. 2 Korintiërs 6:4-10.

In deze tekst geeft Paulus ook aan hoe moeilijk het werk van een dienaar van God kan zijn. Zie ook 2 Korintiërs 11:21-28.

Je kunt ook een dienaar van de zonde zijn. Galaten 2:17 of een dienaar van Satan. 2 Korintiërs 11:14-15.

Als Koning

Vele hebben op catechisatie geleerd dat gelovigen Profeet, Priester en Koningen zijn. Wat is daarvan te vinden in de Bijbel? Hier de gegevens van het woord koning.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1βασιλεύς
basileus
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
G935Koning
Komt 118 keer voor in 107 verzen
KJV: king (82x), King (of Jews) (21x), King (God or Christ) (11x), King (of Israel) (4x).
2βασιλεύω basileuōWerkwoordG936Regeren, als koning regeren.
Komt 21 keer voor in 18 verzen
KJV: reign (20x), king (1x).
3βασίλειος
basileios
Bijvoeglijk
naamwoord
G937Koninklijk
Komt twee keer voor.
KJV: royal (1x), king’s (1x)

Het woord koning komt vrijwel altijd voor in de zin van een koning van Israël, koning David bijvoorbeeld, een koning van de wereld, koning Herodes bijvoorbeeld. Ook een aantal keer over Jezus de koning van de joden, van Israël en de Grote Koning.

Het werkwoord regeren als koning komt ook voor voor de gelovigen en het bijvoeglijk naamwoord eenmaal in de zin voor gelovigen.

Hieronder de betreffende teksten in volgorde van de boeken in de Bijbel.

Hier wijst de apostel Paulus er op dat we nog niet als koningen heersen.
1 Korintiërs 4:7-8. Wie denkt u wel dat u bent? Bezit u ook maar iets dat u niet geschonken is? Alles is u geschonken, dus waarom schept u dan op alsof u het zelf verworven hebt? Maar natuurlijk – u bent al helemaal verzadigd, u bent al rijk, en anders dan wij bent u al koningen geworden. Was u dat maar! Dan zouden wij nu ook koningen zijn, net als u. [NBV21]

Opmerking: hier staat twee keer als koning heersen. Het lijkt er op dat Paulus dat wel verwacht, maar dar het toen nog niet zichtbaar was.

1 Petrus 3:9-10. Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, u, die voorheen geen volk was, maar nu Gods volk bent; u, die zonder ontferming was, maar nu in ontferming aangenomen bent. [HSV]

Openbaring 1:4-6. Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: genade zij u en vrede, van Hem Die is en Die was en Die komt, en van de zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn, en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde. Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed, en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen. [HSV]

Dit is wat Jezus voor ons heeft gedaan.
Openbaring 5:10. En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde. [HSV]

Opmerking: in andere handschriften staat bij het eerste woord koninkrijk en niet koningen.

Openbaring 20:4-6. En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, en die het beest en zijn beeld niet hadden aanbeden, en die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang. Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren. Dit is de eerste opstanding. Zalig en heilig is hij die deelheeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang. [HSV]

Openbaring 22:3-5. Er zal niets meer zijn waarop nog een vloek rust. De troon van God en van het lam zal daar in de stad staan. Zijn dienaren zullen Hem vereren en Hem met eigen ogen zien, en zijn naam staat op hun voorhoofd. En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen lamp en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen. En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid. [HSV]

Opmerking: de NBV21 vertaalt met een ‘koninkrijk van priesters’, maar dan zou priester een bijvoeglijk naamwoord moeten zijn en niet koninkrijk.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Het koningschap van Jezus straalt ook op zijn volgelingen af. Die hem volgen zijn ook als koningen.

Nu heersen we nog niet als koningen. 1 Korintiërs 4:7-8. We zijn al wel een koninklijk priesterschap. 1 Petrus 3:9-10. Maar de gelovigen gaan wel als koningen heersen. Openbaring, de hoofdstukken 1, 5, 20 en 22.

Andere bronnen

In het Nieuwe Testament lezen over bedieningen, die de Heilige Geest ontwikkeld. Een bediening van de Geest is een levend iets. Het verstrekt het gemeenschapsgevoel en dat iedereen in de gemeente van belang is. Ze lijken wel het primaat te hebben boven de functies in de gemeente.

In brieven van de zogenaamde Apostolische Vaders, schrijvers, die de twaalf apostelen nog hebbend gekend hebben ook uitspraken, die in die richting wijzen. Hier enkele van die uitspraken.
Uit de brief van Ignatius aan de Smyrnaeers. “Niemand moet prat gaan op zijn positie. Het komt alleen aan op geloof en liefde waar niets bovenuit gaat”. (VI 1)
Uit de brief van Ignatius aan Polycarpus. “Spant u samen in, strijd samen, gaat samen op weg, lijdt samen, rust samen, staat samen op, als Gods rentmeesters, huisgenoten en dienaren”. (VI 1)

Kerken spreken over apostolaat en de apostolische taak van de kerk. Het lijkt er op dat men daarbij het woord apostel omzeilt. Dikwijls beperkt zich dit werk tot praktische hulp.

In de evangelische wereld kom je wel mensen tegen die apostelen worden genoemd en die zichzelf apostel noemen.

Iemand, die herderlijke zorg doet is bezig in het pastoraat. Hij of zij wordt pastorale medewerker genoemd. Iemand, die voor zijn dagelijks werk dit doet wordt pastor genoemd. De kerk kwijt zich voor het leden van haar pastorale taak. In kerken doen ouderlingen het pastoraat voor de aan hen toegewezen leden.

Overwegingen

Toen ik na ging denken over bedieningen en functies van de gemeente in Christus kreeg ik het volgende beeld. Een bewegend beeld. Zo’n zwerm spreeuwen, die door de lucht gaat, nauw met elkaar verbonden terwijl ze indrukwekkende bewegingen maakt. Dat is Gods ideaal beeld van de gemeenten in Christus.

Daarom wil ik me richten om de gemeente in Christus in die richting te krijgen. En ik merk dat daar waar je het zo vorm geeft, het ook zo gaat functioneren. Je kunt dat het beste doen als je de leiding hebt en dan de touwtjes los laat terwijl je anderen stimuleert om het voortouw te nemen. Als leider van zo’n bewegende groep kun je heel gelukkig worden. Allerlei mensen gaan floreren en als groep heb je veel meer impact.

Ambt en ambtelijk
In de NBV, NBV21, NBG, BGT en Groot Nieuws Bijbel komen de woorden ‘ambt’ of ‘ambtelijk’ in het Nieuwe Testament niet voor.

In de HSV komt het woord ‘ambt’ voor in twee verzen en het woord ‘ambtelijk’ in één vers. Hieronder staan ze.

Handelingen 1:20. Want er staat geschreven in het boek van de Psalmen: Laat zijn woonplaats woest worden en laat er niemand zijn die daarin woont. En: Laat een ander zijn ambt als opziener nemen.

1 Timotheüs 3:1. Dit is een betrouwbaar woord: als iemand verlangen heeft naar het ambt van opziener, begeert hij een voortreffelijk werk.

2 Timotheüs 4:11. Alleen Lukas is bij mij. Haal Markus op en breng hem met u mee, want hij is voor mij van veel nut voor de ambtelijke bediening.

In de Willibrord vertaling komt eenmaal het woord ‘ambt’ voor en wel in Handelingen 1:20 zie hierboven.

In de Statenvertaling komt eenmaal het woord ambt voor en wel in 1 Timotheüs 3:1, zie hierboven. ‘Dit is een getrouw woord: zo iemand tot het ambt van een opziener lust heeft, die begeert een voortreffelijk werk’.

In Handelingen 1:20 is het woord ambt ingevoegd zonder dat de HSV dat aangeeft. De letterlijke vertaling van het Grieks is ‘en laat nemen het opzienerschap van hem’. In 1 Timotheüs 3:1 is het woord ambt ook ingevoegd zonder dat de HSV dat aangeeft, er staat ‘opzienerschap’. En in 2 Timotheüs 4:11 staat het woord diakonian G1248 dat je alleen met bediening kunt vertalen. Het woord ‘ambtelijk’ is door de HSV ingevoegd en deze keer geeft de HSV dat ook eerlijk aan door het woord ‘ambtelijk’ cursief af te drukken.

Lessen

Er is in het Nieuwe Testament onderscheid in leidinggevende functies, die er in een gemeente zijn en bedieningen, die de Geest van God in mensen werkt.

Die bedieningen in mensen werken zodanig dat steeds weer opgemerkt wordt: ‘Hé die persoon is een herder (of een andere bediening)’. En die krijgt dan de ruimte om zijn bediening uit te voeren in de gemeente.

Het is de taak van leidinggevende functies om mensen met bediening toe te rusten, te stimuleren en in te zetten. Handig om die taak door iemand met een bediening van apostel uit te laten voeren.

Die bedieningen van de Geest zijn in sommige kerken en gemeenten er wel maar in anderen niet of nauwelijks. Dat laatste is een slecht teken voor het geestelijk welzijn van die kerk of gemeente.

Een apostel, een afgezant van Christus, heeft dikwijls de capaciteit om van alles en nog wat aan te pakken. Namelijk wat de Geest nodig vindt.

Een profeet kan heel goed spreken en zaken in beweging zetten namens God. Een herder heeft het vermogen om oog te hebben voor en hulp te bieden voor het geestelijk welzijn van ieder persoonlijk. Een evangelist is gespecialiseerd om iedereen met wat dan ook te helpen. En een leraar heeft het vermogen om de woorden van God goed uit te dragen.

Als in een gemeente de bedieningen van de Geest niet functioneren dan is zij een soort oudtestamentische gemeenschap. Als men tenminste Gods geboden uit het Oude Testament onderhoudt. Anders dat nog niet eens.

Het lijkt me het beste dat als je de Geest van God ruimte wil geven in jouw leven en in jouw kerk of gemeente is er geen ruimte voor de bedieningen van de Geest, dat je dan beter een kerk of gemeente kunt zoeken waar die ruimte er wel is.

Er zijn in het Nieuwe Testament geen richtlijnen hoe men de structuur in een gemeenschap van Christus in moet richten. Alleen wel dat men de Geest en daarmee ook de bedieningen van de Geest ruimte moet geven.

Voor de ambitieuze mensen in kerk of gemeente is het goed om te weten dat dienaar het hoogst haalbare is. De gemeenschap en Jezus dienen.

Voor niet ambitieuze mensen in kerk of gemeente is het goed om te weten dat Jezus speciaal houdt van ambitieuze mensen.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.