Waarheen na dit leven?

<<deze pagina moet nog qua tekst worden nagekeken>>

Als je gaat vragen aan mensen: ‘Waar ga je naar toe na dit leven’, dan kun je dit antwoord krijgen: ‘Naar de hemel of naar de hel’. Maar er zijn heel wat mensen, die niet meer in de hel geloven blijkt uit onderzoek. Uit onderzoek blijkt ook dat een grotere groep nog wel gelooft in de hemel. Onderzoeken laten zien hoe mensen er over denken. Natuurlijk niet wat de werkelijkheid is. Als er een hel is, dan zal die hel er zich weinig van aantrekken of de mensen er nu wel of niet in geloven.

Enkele tientallen jaren was er in Nederland een grote groep, die de overtuiging had: ‘dood is dood’. Als je lichaam overlijdt, is hun bewering, dat stopt het met je persoonlijkheid. Omdat dit toch wel vreemd is, hebben veel mensen in onze tijd de overtuiging dat de overledenen nog steeds om ons heen zijn en ons kunnen zien. En dat we ze later ook nog kunnen zien.

Dit artikel wil laten zien wat er in de Bijbel staat over waar we naar toe gaan na dit leven. Dat is deels gemakkelijk en deels lastiger.

Het gemakkelijke deel is dat is dat de Bijbel aansluit bij wat in die oude tijden algemene kennis was. Soms klinkt dat in de verhalen van de Bijbel door. We merken dan dat wat in de Bijbel naar voren ook de overtuiging was van de oude Grieken en ook van de Germanen, die hier al voor de jaartelling in onze omgeving leefden. Die overtuiging was dat iedereen naar het dodenrijk zou gaan en dat in dat rijk er ook verschillende delen zijn. Van een plek wat op zich niet aangenaam is tot plekken, die uiterst vervelend zijn.

Het verschil van de Bijbel met de Grieken en de Germanen is dat in de Bijbel de mensen die goed hebben gedaan in het beste deel komen en de kwaaddoeners in het slechte deel en de boze geesten van de duisternis in de allerslechtste delen.

Maar toen is er in de geschiedenis van de mensheid iets ingrijpends gebeurt, namelijk het sterven en de opstanding van Jezus. Daardoor is er iets groots verandert.

Het was al eeuwen van te voren geduid en na deze gebeurtenis kwam er licht over bij de volgelingen van Jezus en later nog meer inspiratie van de Heilige Geest over dit onderwerp. Het zijn woorden ,flarden en beelden, Geen preciese beschrijvingen.

In het resterende deel van dit artikel gaat het er over wat Jezus heeft gedaan en bewerkt en wat dit tot gevolg heeft voor mensen. En hoe het is voor de mensen, die niet in de Heer leven.

Wat Jezus heeft gedaan.

Efeziërs 4:8. Daarom zegt Hij: Toen Hij opvoer in de hoogte, nam Hij de gevangenis gevangen en gaf Hij gaven aan de mensen. [HSV]

De woorden ‘daarom zegt’ wijst op een verwijzing, de verwijzing is naar Psalm 68.
Psalm 68:19. U bent opgevaren naar omhoog, U hebt gevangenen weggevoerd. [HSV]

In het begin van zijn bediening zegt Jezus al dat zijn taak is om gevangenen hun vrijlating bekend te maken.
Lukas 4:18-19. De Geest van de Heer rust op Mij, want Hij heeft Mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft Hij Mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’

Die vrijlating uit de gevangenis deed Jezus door naar het hart van de aarde te gaan.
Matteüs 12:40. Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van een grote vis zat, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde verblijven.

Als Paulus over het paradijs spreekt, dan zegt hij dat het in de derde hemel is. Daar waar God is. Voor de joden was het paradijs het bovenste gedeelte van het dodenrijk. Aan de moordenaar van het kruis profeteerde Jezus dat hij met hem in het paradijs zou zijn.
Lucas 23:43. Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.’ 

2 Korintiërs 12:1-5. Ik word er wel toe gedwongen hoog van mezelf op te geven. Daarom zal ik, hoewel het geen enkel doel dient, het hebben over visioenen en openbaringen die de Heer ons schenkt. Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen. Maar ik weet dat deze man – in zijn lichaam of zonder zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen – werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die door geen mens mogen worden uitgesproken. Van zo iemand wil ik hoog opgeven. Wat mijzelf betreft zal ik me slechts op mijn zwakheid laten voorstaan

Een aparte taak van Jezus lijkt wel om de gevangenen uit de voortijd, de tijd van Noach en daarvoor te bevrijden.
1 Petrus 3:19-21. Hij (Jezus) is naar de geesten gegaan die gevangen zaten, om dit alles te verkondigen aan hen die ten tijde van Noach weigerden te gehoorzamen, toen God geduldig wachtte en de ark gebouwd werd. In de ark werden slechts enkele mensen, acht in totaal, van de watervloed gered, en dat water is een voorafbeelding van het water van de doop, waardoor u nu wordt gered. De doop wast niet het vuil van uw lichaam, het is een vraag aan God om een zuiver geweten.

Wat heeft dat tot gevolg voor de gelovigen?

Jezus meldt ons al dat het huis van de Vader vele woningen heeft. Daar hadden de omstanders ook het beeld bij van de aardse woning van God. De tabernakel en later de tempel, die een schaduw was van de woning in de hemel.

Johannes 14:2. In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal maken?

De apostel Paulus gaat in zijn tweede brief aan de gemeente van Korinte uitgebreid in op hoe het nu gaat voor de gelovigen. We krijgen een woning in de hemel.
2 Korintiërs 5:1-3. Wij weten dat wanneer onze aardse tent, het lichaam waarin wij wonen, wordt afgebroken, we van God een woning krijgen: een eeuwige, niet door mensenhanden gemaakte woning in de hemel. Wij zuchten in onze aardse tent en zouden willen dat onze hemelse woning er nu al over wordt aangetrokken. We zijn er echter zeker van dat we ook ontkleed niet naakt zullen zijn.

Nu zijn we ver van de Heer, maar straks dichtbij.
2 Korintiërs 5:4-6. Zolang we in onze aardse tent verblijven zuchten we onder een zware last, omdat we niet willen dat deze kleding wordt uitgetrokken; we willen dat er nieuwe over wordt aangetrokken, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden. Hiervoor heeft God zelf ons gereedgemaakt, door ons de Geest als onderpand te geven. Dus wij blijven altijd vol goede moed, ook al weten we dat zolang dit lichaam onze woning is, we ver van de Heer wonen.

We leven in vertrouwen op God.
2 Korintiërs 5:7-10. We leven in vertrouwen op God; wat komen gaat is nog niet zichtbaar. We blijven vol goede moed, ook al zouden we ons lichaam liever verlaten om onze intrek bij de Heer te nemen. Daarom ook stellen wij er een eer in te doen wat God wil, zowel in dit bestaan als in ons bestaan bij hem. Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zodat ieder van ons krijgt wat hij verdient voor wat hij in zijn leven heeft gedaan, of het nu goed is of slecht.

En voor de anderen?

Het is in de Bijbel een vanzelfsprekendheid, een onvermijdelijkheid, dat iedereen na zijn dood in de sjeool beland. Zoals in deze tekst van het boek Job.
Job 7:9. Zoals wolken verwaaien en verdwijnen, zo daalt de mens voorgoed af in het dodenrijk.

Het dodenrijk was onvermijdelijk voor iedereen. Ook aartsvader Jacob verwachtte naar de sjeool te gaan, en dan bij zijn zoon Jozef in het dodenrijk, de sjeool, te komen.
Genesis 37:35. ‘Ik zal rouw dragen totdat ik naar mijn zoon in het dodenrijk afdaal.’

Er wordt in de Bijbel gesproken over het ontsnappen of overwinnen van het dodenrijk. Al in het Oude Testament gloort de hoop daar op. Zoals in deze teksten.
1 Samuel 2:6. De HEER doet sterven en doet leven, zendt naar het dodenrijk en leidt eruit omhoog.

Koning David wilde ontsnappen van het dodenrijk.
Psalm 49:16. Maar mij zal God vrijkopen uit de macht van het dodenrijk, mij zal hij wegnemen.

Volgens Jezus, opgeschreven in Lukas 16 is ook Abraham in de dodenrijk.

Er zijn er trouwens ook wel enkelingen, die op weg naar het dodenrijk ontsnappen. Henoch, die leefde in de tijd voor Noach. En wellicht Mozes omdat zijn graf nooit werd gevonden. En Elia, die meegenomen werd omhoog.

Pas na de opstanding van Jezus is er voor de gelovigen de mogelijkheid om het dodenrijk te ontlopen. Jezus heeft zelfs de sleutels van het dodenrijk. Dit zegt Jezus tegen de apostel Johannes.
Openbaring 1:18. Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk.

Maar hoe is dat na de opstanding van Jezus? Dat weet ik niet, maar ik moet denken aan de bruiloft van de koning. Je wordt uitgenodigd, je mag binnenkomen, maar je moet wel een bruiloftskleed aantrekken, anders wordt je buiten geworpen.

Veel mensen hebben een niet passend beeld van God gekregen. Ze weten niet dat God goed is en God is liefde. Velen kiezen voor goed en liefde maar weten niet dat dit bij God de Vader hoort. Ik heb de gedachte dat na de dood van mensen ze zien wie God echt is en daarom alsnog voor Hem kiezen.

Voor degenen, die niet van goed en liefde willen weten is er de duisternis. En zijn blijven daar tot het eind van de tijd om dan beoordeeld te worden. Mensen zullen wroeging en spijt van hun keuzen hebben of misschien nog meer dat ze kwaad zijn en het niet eerlijk vinden. De Bijbel spreekt van ‘geween en tandengeknars’ en van komen in de ‘buitenste duisternis’.

Bij een goede beoordeling ga je naar de nieuwe aarde. Maar wat gebeurt er als je daar niet bij hoort? Ik denk dat je dan als het ware als kaf in de oven terecht komt. Er blijft dan niet meer van je over.

De hel op aarde

In de Bijbel wordt over het dal van Hinnom gesproken. Het was in oude tijden een gruwelijk plek waar kinderen werden geofferd.

In het Nieuwe Testament werd het dal van Hinnom, in het Grieks gehenna een staande uitdrukking voor een plaats van grote ellende, een plaats die je angstvallig moet vermijden.

Jezus waarschuwt om niet door je gedrag op die plek te verzeilen. Dat is in elf verzen in de Bijbel te lezen. En ook de apostel Jakobus doet dat in een uitspraak.

Het woord gehenna is door de SV en HSV als hel vertaalt, maar je moet dan vooral denken, lijkt mij, aan een hel op aarde. De NBG vertaalt met dodenrijk. De NBV hanteert gewoon de Griekse uitdrukking: gehenna.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.