Studie Geestelijke Wezens (2)

In deel 1 gaat het over de geestelijke wezens van het rijk van het licht. In deze studie deel 2 gaat het over geestelijke wezens van het rijk van de duisternis.

Er worden een twaalftal verschillende woorden gebruikt voor allerlei duistere geestelijke entiteiten. Ook de mate waarin deze woorden voorkomen maakt wel duidelijk dat de geestelijke wereld in de tijd van het Oude en Nieuwe Testament een grote rol speelde. In de Bijbel is er veel inspiratie over te vinden.

Vanwege de veelheid kunnen lang niet alle teksten worden vermeld. Dus deze studie is zeker niet uitputtend.

De studie begint met het ontkrachten van een verdachtmaking tegen de Bijbel, namelijk dat er in het Nieuwe Testament een ander beeld wordt geschetst van demonen dan het Oude Testament.

Demonen niet in het Oude Testament?

In theologische boeken en artikelen tref je de opmerking aan dat het toch wel vreemd is dat demonen pas in de tijd van Jezus zijn verschenen. Het lijkt er op dat de betrouwbaarheid van de Bijbel daarmee ter discussie staat.

In de Statenvertaling en de NBG vertaling van 1951 kom je het woord demonen in het Oude Testament inderdaad niet tegen. Maar in de originele Hebreeuwse tekst van de bijbel staan diverse woorden die je met demonen zou kunnen vertalen. Het punt is vooral ontstaan door de keuzen die vertalers hebben gemaakt. In zowel de Septuagint als in moderne Nederlandse vertalingen wordt het woord demonen wel gebruikt. De opmerking dat demonen pas verschijnen in de tijd van Jezus klopt niet. Hieronder nu eerst de onderbouwing.

De Septuagint
In de Griekse vertaling van het Oude Testament, die in de 3de of 4de eeuw voor Christus is gemaakt en die de Septuaginta wordt genoemd, heb ik het Griekse woord voor demonen zeven keer ontdekt namelijk:

1. In Deuteronomium 32:17 komt δαιμονίοις (daimoniois) voor wat betekent ‘aan demonen’. De tekst luidt in de NV vertaling: “Ze brachten offers aan demonen, aan goden die geen goden zijn, goden die zij eerst niet kenden, nieuwkomers, nog maar net in zwang, die voor hun voorouders niet eens bestonden”. Het is hier de vertaling van het Hebreeuwse woord  שֵׁד (shed) dat ook nog een keer in Psalm 106:37 voorkomt, namelijk bij punt 4.

2. In Psalm 91:6 het woord δαιμόνια (daimonia). De tekst luidt: “In het donker hoef je niet bang te zijn voor de dood, en als het licht is, overkomt je geen kwaad. Het is hier de vertaling van het Hebreeuwse woord שׁוּד (shuwd) dat alleen maar in deze tekst voorkomt.

3. In Psalm 96:5 het woord δαιμόνια (daimonia). De tekst luidt: “De goden van de volken zijn minder dan niets, maar de HEER: hij heeft de hemel gemaakt. Het is een vertaling van het Hebreeuwse woord אֱלִיל ‘eliyl, dat totaal twintig keer voorkomt in de Bijbel. Zie in de tabel hieronder.
4. In Psalm 106:37 het woord δαιμονίοις (daimoniois). De tekst luidt: “Zij brachten hun zonen en dochters ten offer aan de demonen”. Hetzelfde woord als bij punt 1.

5. In Jesaja 13:21 het woord δαιμόνια (daimonia). De tekst luidt: “Dieren uit de woestijn legeren zich daar, uilen nemen de huizen in bezit, struisvogels gaan er wonen en bokken dansen er rond”. Deze tekst is een onderdeel van  een profetie over Babel. Het is de vertaling van het Hebreeuwse woord שָׂעִיר sa`iyr. Dit woord komt totaal 59 keer voor in de het Oude Testament, dikwijls in de betekenis van geit of jonge geit maar ook in de betekenis van geestelijk wezen, denk aan het Engelse woord satyr en het Nederlandse woord sater. 

6. In Jesaja 34:14 het woord δαιμόνια (daimonia). In deze tekst staat ook het woord satyrs[1]. De tekst van de hele paragraaf luidt: “13-17 In Edom zal zo veel onkruid groeien dat je de paleizen niet meer ziet. Het land zal een plaats worden waar de dieren van de woestijn bij elkaar komen. Er leven dan wilde honden en struisvogels. En ook geesten en duivels, en slangen. Die slangen leggen hun eieren in hun nesten, en broeden die uit in de schaduw. Ook roofvogels zullen daar bij elkaar komen. Zoek het maar op in het boek van de Heer. Niet één van die dieren ontbreekt. Ze zijn allemaal in Edom te vinden. Want de Heer heeft ze daar zelf bij elkaar gebracht. Hij heeft Edom aan de dieren gegeven, en die zullen daar voor altijd wonen”. Hier wordt een beschrijving gegeven van een ellendige plaats waar ook demonen zijn te vinden.

7. In Jesaja 65:3 het woord δαιμονίοις (daimoniois). De tekst van de paragraaf luidt:  “2-4 Maar mijn volk blijft zich tegen mij verzetten. Ze doen wat ze zelf willen, ze kiezen de verkeerde weg. Ze maken mij steeds weer kwaad. Want ze brengen offers in tuinen waar afgoden vereerd worden, en ze branden wierook op altaren van afgoden. ’s Nachts gaan ze naar de begraafplaats om contact te krijgen met de doden. Ze eten varkensvlees en ander onrein voedsel”. Hier nog weer een andere context geschetst namelijk die met andere geestelijke bezigheden.

Het woord demon en demonen in Nederlandse vertalingen
Ook in diverse Nederlandse vertalingen van het Oude Testament kom je de woorden demon of demonen tegen:
De Willibrord vertaling gebruikt het woord demonen in Deuteronomium 32:17 en het woord demon in 1 Samuel daar waar het gaat om de boze geest waar koning Saul last van heeft, in 1 Samuel 16:15 en 16 en 23 en 18:10.
De HSV gebruikt vier keer het woord demonen namelijk in Leviticus 17:7, Deuteronomium 32:17, 2 Kronieken 11:15 en Psalm 106:37.
De NBV gebruikt drie keer het woord demonen namelijk in Deuteronomium 32:17, Psalmen 106:37 en Jeremia 50:38.
De Groot Nieuws Bijbel gebruikt vier keer het woord demonen namelijk in Leviticus 17:7, Rechters 5:8, 2 Kronieken 11:15 en Jesaja 34:14.

Van de hier genoemde teksten zijn er diversen in het rijtje vanuit de Septuagint aan de orde geweest. Hieronder de vier teksten, die nog niet aan de orde geweest:
1. Leviticus 17:7 (HSV) Zij mogen hun offers niet meer aan de demonen brengen, waar zij als in hoererij achteraangaan. Dit is voor hen een eeuwige verordening, al hun generaties door. Hier wordt het woord שָׂעִיר sa`iyr gebruikt, Strong Nummer H8163.  

2. Rechters 5:8 (Groot Nieuws Bijbel) In die tijd had men gekozen voor andere goden, aan de demonen bracht men offers. Veertigduizend man was Israël sterk, maar geen schild of speer was er bij hen te vinden”. Hier is het Hebreeuwse woord אֱלֹהִים ‘elohiym gebruikt, Strong Nummer H430. Het is een woord dat meestal voor God wordt gebruikt, maar in deze context gaat het om afgoden oftewel demonen.  

3. 2 Kronieken 11:15 (HSV) 15 Hij had voor zichzelf priesters aangesteld voor de offerhoogten, voor de demonen en voor de kalveren die hij gemaakt had. Hier wordt het woord שָׂעִיר sa`iyr gebruikt, Strong Nummer H8163.

4. Jeremia 50:38 (NBV) “Een verzengende hitte treft alle rivieren, ze vallen droog. Het is een land vol afgodsbeelden, het wordt door demonen tot waanzin gedreven”. Het woord dat hier met demonen is vertaald is  אֵימָה ‘eymah, Strong nummer H367.

Tot zover de onderbouwing, nu gaat dit artikel over in een overzicht van alle woorden, die in het Hebreeuws worden gebruikt voor wezens uit de duisternis.

Wat komt er allemaal voor aan geestelijke wezens?

Overzicht van alle Hebreeuwse woorden

Hebreeuws woordSoort woordStrong nr.Opmerkingen
1שֵׁד   shedZelfstandig naamwoord
mannelijk
H7700Demonen
2x in 2 verzen.
KJV:Devils 2x
2שׁוּד shuwdWerkwoordH7736Afval
Komt 1x voor.
KJV: waste
3אֱלִיל ‘eliylBijvoeglijk naamwoord
mannelijk
H457Afgod, niets
20x in 18 verzen.
KJV: idol (17x), image (1x), no value (1x), things of nought (1x)
4שָׂעִיר sa`iyrBijvoeglijk naamwoord/ Zelfstandig naamwoord
mannelijk
H8163Geit, satir
Komt 59 keer voor in 57 verzen.
KJV: kid (28x), goat (24x), devil (2x), satyr (2x), hairy (2x), rough (1x). ( ‘kid’ gaat over kind van geit)
5אֵימָה ‘eymahZelfstandig naamwoord
vrouwelijk
H367Komt 17 keer voor in 17 verzen.
KJV: terror(s) (7x), fear (5x), terrible (2x), dread (1x), horror (1x), idols (1x).
6אוֹב owbZelfstandig naamwoord
mannelijk
H178Familiegeest
Komt 17 keer voor in 16 verzen.
KJV: familiar spirit(s) (16x), bottles (1x).
7יִדְעֹנִי yidde`oniyZelfstandig naamwoord
mannelijk
H3049Komt 11 keer voor in 11 verzen.
KJV: wizard (11x). One who has a familiar spirit
8אֱלֹהִים ‘elohiymZelfstandig naamwoord
mannelijk
H4302606x in 2249 verzen.
Meestal met God vertaalt maar ook 244x met god en 2x met goddess.
9תְּרָפִים tĕraphiymZelfstandig naamwoord
mannelijk
H865515x in 15 verzen.
KJV: image (7x), teraphim (6x), idol (1x), idolatry (1x).
10מַצֵּבָה matstsebahZelfstandig naamwoord
vrouwelijk
H467632x in 31 verzen.
KJV: image (19x), pillar (12x), garrisons (1x). komt van een werkwoord dan rechtop zetten betekent
11מַשְׂכִּית maskiythZelfstandig naamwoord
vrouwelijk
H49066x in 6 verzen.
KJV: picture (2x), image (1x), wish (1x), conceit (1x), imagery (1x).
12פֶּסֶל
peh-sel
Zelfstandig naamwoord
mannelijk
H645931x in 31 verzen.
KJV: graven image (28x), carved image (2x), graven (1x).


Opmerkingen bij deze twaalf woorden:

1. שֵׁד  (shed)
Dit woord komt in twee teksten voor. Deze twee.

Deuteronomium 32:17. Ze brachten offers aan demonen, aan goden die geen goden zijn, goden die zij eerst niet kenden, nieuwkomers, nog maar net in zwang, die voor hun voorouders niet eens bestonden.

Psalm 106:37. Zij brachten hun zonen en dochters ten offer aan de demonen.

2. שׁוּד (shuwd) verwoesten
Het woord שֵׁד  (shed) komt van het werkwoord שׁוּד (shuwd). Dit woord komt eenmaal voor en wel in Psalm 91:6 waar het gaat over verspillen. De KJV vertaalt dit woord met wasteth. Het Outline of Biblical Usage geeft aan dat het ‘to ruin’, ‘destroy’, ‘spoil’, ‘devastate’ betekent.

Psalm 91:5-6. U zult niet vrezen voor het beangstigende van de nacht, voor de pijl die overdag aan komt vliegen, voor de pest, die in het donker rondgaat, voor het verderf dat midden op de dag verwoest. [HSV]

Opmerkelijk dat dit woord lijkt op het Engelse ‘shit’.

3. אֱלִיל (‘eliyl) nietsen
Het woord אֱלִיל (‘eliyl) betekent ‘een niets’ of ‘nietsen’. Het woord komt 20 keer voor.

Vertalingen vertalen dikwijls met het woord ‘goden’ of afgoden. De NBV vertaalt Psalm 96 wel met niets, zei hieronder.

Leviticus 19:1-4. De HEER zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen de gemeenschap van Israël: “Wees heilig, want ik, de HEER, jullie God, ben heilig. Toon ontzag voor je moeder en je vader, en neem steeds mijn sabbat in acht. Ik ben de HEER, jullie God. Laat je niet in met afgoden en maak geen godenbeelden. Ik ben de HEER, jullie God.

Leviticus 26:1. U mag voor uzelf geen afgoden maken, u mag voor uzelf geen beeld of gewijde steen oprichten en u mag in uw land geen gebeeldhouwde steen zetten om u daarvoor neer te buigen, want Ik ben de HEERE, uw God. [HSV]

Psalm 96:5. De goden van de volken zijn minder dan niets, maar de HEER: hij heeft de hemel gemaakt.

4. שָׂעִיר (sa`iyr) sater
Het woord שָׂעִיר (sa`iyr) betekent ‘geit’. Het is niet het gebruikelijke woord voor geit. Het is de naam van de geit die voor een offer werd gebruikt. In latere tijden kwam er een verbintenis met een duistere macht.

Het kan ook een harig mens zijn. Ezau de broer van Jacob wordt een sa`iyr genoemd. Soms wordt sa`iyr met het gewone woord voor geit עֵז (`ez) verbonden, het gaat dan om een harige geit lijkt mij, maar de KJV vertaalt dan met ‘kid goat’.

2 Kronieken 11:15, Jerobeam had namelijk zelf priesters aangesteld voor de offerplaatsen en voor de bokken, en ook voor de stierenbeelden die hij had laten maken. 

Hij had voor zichzelf priesters aangesteld voor de offerhoogten, voor de demonen en voor de kalveren die hij gemaakt had.

Het woord komt ook in het Grieks voor als σάτυρος, satyros. Blijkbaar in die tijd al een internationaal woord. In het Nederlands noemen we het sater. Plaatjes in Google bij satyr laten een harige bok zien.

Geit in de betekenis van een wezen van de duisternis kom je ook in het Nieuwe Testament tegen.
Matteüs 25:31-33. Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; de schapen zal hij rechts van zich plaatsen, de bokken links.

De Orthodox Jewish Bible, die het Grieks in het Engels en Hebreeuws vertaalt houdt het met de vertaling van het Griekse woord voor bok op ‘Izzim’. Dat is het gewone woord voor geit. Maar hier wordt misschien ook wel op (sa`iyr) gedoeld.

5. Het woord אֵימָה ‘eymah duidt op terreur, voorwaar een modern woord in onze tijd. De terreur komt soms ook van God. Genesis 15. 12 Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel Abram in een diepe slaap. Opeens werd hij overweldigd door angst en diepe duisternis (terreur). 13 Toen zei de HEER: ‘Wees ervan doordrongen dat je nakomelingen als vreemdeling zullen wonen in een land dat niet van hen is en dat ze daar slaaf zullen zijn en onderdrukt zullen worden, vierhonderd jaar lang

In Exodus 15:16 en 23:27 en Jozua 2:9 over de terreur, die de HEER en het volk Israël de volken in Kanaän zou brengen. Het woord terreur komt ook zes keer in het boek Job voor. En in Spreuken 20:2. Als het brullen van een leeuw, zo zijn de dreigementen van een koning, wie ze in de wind slaat, brengt zijn leven in gevaar (zorgt voor terreur). De tekst hierboven van Jeremia 50:38 zou je ook kunnen vertalen met: “Het land wordt door terreur tot waanzin gedreven”.

6. אוֹב owb. Dit is een familiegeest. Mij lijkt juister om het een voorouder geest te noemen. Dat kennen we ook van allerlei volken in onze tijd, die de voorouders nog vereren zoals in Afrika, Indonesië, Papua Nieuw Guinea etc.

7. יִדְעֹנִי (yidde`oniy) gaat misschien meer over iemand die een voorouder geest vereert.

8. Het woord  אֱלֹהִים ‘elohiym wordt meestal gebruikt om God, de Schepper van hemel en aarde, die wij kennen mee aan te duiden. Maar in circa 10% van de gevallen, 244 keer beoordeelt de KJV dat het gaat het over god, met een kleine letter dus. Hieronder enkele voorbeelden.

Genesis 6 schetst ons een beeld dat we ook kennen uit de Griekse mythologie, goden verwekken kinderen bij vrouwen. “2 De zonen van de goden zagen hoe mooi de dochters van de mensen waren, en ze kozen uit hen de vrouwen die ze maar wilden”. “4 In die tijd en ook daarna nog, zolang de zonen van de goden gemeenschap hadden met de dochters van de mensen en kinderen bij hen kregen, leefden de giganten op aarde. Dat zijn de befaamde helden uit het verre verleden”.

Twee keer kun je vertalen met godin. In 2 Koningen 11:5 en 33, waar gesproken wordt over Astarte de godin van Sidon, een havenstad van de Feniciërs.

Er zijn trouwens nog diverse varianten van het woord elohiym, waarbij ook de aanduiding van een god, die verbinding heeft met de duisternis in voorkomt.        

9. תְּרָפִים tĕraphiym. Genesis 31 vertelt van Rachal die terafim, kleine afgodsbeeldjes had meegenomen van het huis van haar vader Laban. We kennen die beeldjes uit de musea van het Midden Oosten/Griekenland.

10. מַצֵּבָה matstsebah. Dit komt van een werkwoord dat rechtop zetten betekent. Dan kan een hoop stenen zijn, een pilaar of een beeld. In Genesis gaat het acht keer over de hoop stenen, die Jacob opricht. In Exodus 23:24 gaat het over hopen stenen of pilaren van afgoden, die moeten worden afgebroken.

11. מַשְׂכִּית maskiyth. Het woord duidt op een afbeelding of een figuur. Het woord komt in zes teksten voor. Drie keer voor gewone zaken zoals in Spreuken 25:11 <>. Drie keer in Leviticus 26:1, Numeri 33:52 en Ezechiël 8:12, dan zijn het afbeelding met een duister doel.

12. פֶּסֶל pecel. Het woord duidt op een beeltenis of een beeld. Dat moet je niet maken. Volgens Exodus 20:4, Leviticus 26:1, Deuteronomium 4:16, 23 en 25 en 5:8. Een nare geschiedenis in Richteren 17 en 18, die met een ‘pecel’ was begonnen.

Namen van goden in het Oude Testament
Je komt diverse namen van goden tegen in het Oude Testament. Hier de namen en het aantal keer dat de naam in de Bijbel voorkomt. Baäl Peor (6x,) Baäl in enkelvoud en meervoud tientallen keren, Dagon, die voorover viel (7x), Asjera (6x), Moloch (8x OT en 1x NT), Astarte, de gruwelijke godin van de Sidoniërs, Kemos, de gruwelijke god van Moab, Milkom, de weerzinwekkende god van Ammon (2 Koningen 23:13), de ster van jullie god Refan (Handelingen 7:34). Daarnaast worden ook Egyptische en goden van Babel genoemd. <ook nog verwijzen naar de koningin van de hemel, zie Jeremia ..>


[1] In de Engelse vertaling van de Grieks Orthodoxe kerk: Jesaja 34:14 And devils shall meet with satyrs, and they shall cry one to the other: there shall satyrs rest, having found for themselves a place of rest.

Overwegingen

Het is opvallend hoe de dienst aan de God van Israël snel en gemakkelijk kan vervallen tot een dienst aan de demonen. 2 Kronieken 11:15 in de paragraaf over de satyr geeft daar een voorbeeld van. De geit, die geofferd werd voor de dienst aan God werd door koning Jerobeam gebruikt voor eerbetoon aan de duisternis.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.