Studie het Evangelie

In het Nieuwe Testament van de Bijbel gaat het in 130 teksten over ‘het evangelie’. Het is daarmee een veel voorkomend begrip in dit deel van de Bijbel.

Echter als je weet wat het evangelie inhoudt dan is dat goede nieuws de onderliggende gedachte. Niet alleen van het Nieuwe Testament, maar van de hele Bijbel.

Waar het in het Oude Testament over het goede nieuws gaat, dat laat het hoofdstuk als vervolg van onderstaand hoofdstuk zien.

Overzicht van het woord evangelie.

Het woord evangelie komt in het Grieks van het Nieuwe Testament in drie vormen voor.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1εὐαγγέλιον
euangelion
Zelfstandig
naamwoord
onzijdig
G2098
SB1908
Evangelie, goed nieuws.
Komt 77 keer voor in 74 verzen.
KJV: gospel (46x), gospel of Christ (11x), gospel of God (7x), gospel of the Kingdom (3x), miscellaneous (10x).
2εὐαγγελίζω euangelizōWerkwoordG2097
SB1907
Evangeliseren
Komt 55 keer voor in 52 verzen.
3εὐαγγελιστής euangelistēs
Zelfstandig naamwoord
mannelijk
G2099
SB10-9
Evangelist
Komt drie keer voor in drie verzen
KJV: evangelist (3x).

Het Griekse woord εὐαγγέλιον euaggelion bestaat uit twee delen ‘εὐ’ dat betekent goed en αγγέλιον aggelion dat boodschap betekent. We herkennen dit woord ook wel van aggelios dat engel of boodschapper betekent.

De woorden aggelia en aggello komen ook wel drie keer los voor in het Nieuwe Testament. <<>>

Het Griekse woord evangelie kun je dus vertalen met goede boodschap. Gospelmusici en de NBV hanteren ook wel ‘goed nieuws’ als vertaling.

Voor verschillende situaties kan dat goede nieuws weer iets anders betekenen. Voor je gezondheid, dat je vrij kunt komen, dat je uit de armoede komt, dat je relaties verbeteren, dat je innerlijke rust en vrede vindt. Om maar een paar voorbeelden te noemen.

Evangeliseren is het goede nieuws niet alleen uitspreken of verkondigen van iets moois of goeds, maar ook dat het gaat werken. Dat het wordt geïmplementeerd.

Een evangelist is iemand, die is gespecialiseerd in goed nieuws brengen en implementeren.

Het thema evangelie en evangeliseren komt zo’n beetje in alle boeken van het Nieuwe Testament voor. Hieronder staan alle tekst waar de woorden over het evangelie worden genoemd. Indien relevant zijn ook teksten uit de omgeving van de tekst genoemd.

Het evangelie in de evangeliën

De eerste vier boeken van het Nieuwe Testament worden de evangeliën genoemd. Dat zijn boeken die vertellen hoe het goede nieuws in de wereld kwam en hoe dat in het begin vorm kreeg.

De NBV vertaling kiest er soms voor om met ‘het goede nieuws’ te vertalen in plaats van om met ‘het evangelie’ te vertalen. Dat helpt wel om af te komen van die vaste invulling over wat ‘het evangelie’ zou zijn.

De drie teksten hieronder gaan over Jezus.
Matteüs 4:23. Hij trok rond in heel Galilea; hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws van het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk. 

Matteüs 9:35. Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal.

Matteüs 11:5. … blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt.

Uitleg: Voor wat hier is onderstreept staat in het Grieks één werkwoord namelijk ‘euangelizontai’ wat is ‘zijn geëvangeliseerd’. Met die armen, is dus iets goeds gebeurt, ze kregen onderdak, voedsel, kleding, werk of wat dan ook.

Dit is het grote plan van God voor de wereld. Zijn boodschap van goed nieuws moet over de hele wereld klinken.
Matteüs 24:14. Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen.
Marcus 13:10. Want eerst moet aan alle volken het goede nieuws worden verkondigd.
Toelichting: bij ‘verkondigen’ staat Grieks het woord dat in die tijd voor de stadsomroeper werd gebruikt. Het goede nieuws wordt uitgeroepen, nog meer uitgeschreeuwd.

Dit is een mooie tekst over die vrouw, die Jezus zalfde vlak voor dat hij gevangen werd genomen. Wat een eerbetoon. Om op één of andere manier na te volgen.
Matteüs 26:13. Ik verzeker jullie: waar ook ter wereld het goede nieuws verkondigd zal worden, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’
Marcus 14:9. Ik verzeker jullie: waar ook maar ter wereld het goede nieuws verkondigd wordt, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’

Marcus 1:1. Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God.
Opmerking: de apostel heeft het niet over zijn boek, maar beschrijft hoe de goede boodschap door Jezus in de wereld werd bekend gemaakt.

Marcus 1:14-15. Nadat Johannes gevangen was genomen, ging Jezus naar Galilea, waar hij Gods goede nieuws verkondigde. Dit was wat hij zei: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’

Hier twee teksten die gaan over Jezus én het evangelie. Als een onverbrekelijke twee-eenheid.
Marcus 8:35. Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij en het evangelie, zal het behouden.
Marcus 10:29. Jezus zei: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die broers of zusters, moeder, vader of kinderen, huis of akkers heeft achtergelaten omwille van mij en het evangelie, zal het honderdvoudige ontvangen: in deze tijd broers en zusters, moeders en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven.

Dit is wat Jezus zegt tegen zijn discipelen na de opstanding.
Marcus 16:15. En hij zei tegen hen: ‘Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend.

In het Grieks: roep het goede nieuws uit aan heel de schepping.

In het evangelie van Lucas kom je het zelfstandig naamwoord evangelie niet tegen, maar wel het werkwoord.

Het goede nieuws voor Maria was dat ze Jezus als kind zou krijgen.
Lucas 1:19. De engel antwoordde: ‘Ik ben Gabriël, die altijd in Gods nabijheid is, en ik ben uitgezonden om je dit goede nieuws te brengen.

En dit was het goede nieuws voor de herders in de velden van Bethlehem. Blijkbaar waren die herders gelovige mensen, die uitzagen naar de verlossing van Israël.
Lucas 2:10-12. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.

Dit was het goede nieuws dat Johannes de Doper verkondigde.
Lucas 3:15-18. Het volk was vol verwachting, en allen vroegen zich af of Johannes misschien de messias was, maar Johannes zei tegen hen: ‘Ik doop jullie met water, maar er komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om de riemen van zijn sandalen los te maken. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur; hij houdt de wan in zijn hand om de dorsvloer te reinigen, het graan zal hij bijeenbrengen in zijn schuur en het kaf in onblusbaar vuur verbranden.’ Op deze en andere wijze spoorde hij de mensen aan en verkondigde hij hun het goede nieuws.

Uitleg: Het goede nieuws van Johannes de Doper was de komende doop met de heilige Geest en met vuur, maar ook het oordeel voor mensen, die de dorsvloer vies hebben gemaakt.

Dit is de tekst, die Jezus in zijn eerste onderwijs citeert uit Jesaja.
Lucas 4:18-19. ‘De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’

Lucas 4:43. Maar hij zei tegen hen: ‘Ook in de andere steden moet ik het goede nieuws over het koninkrijk van God brengen, want daarvoor ben ik gezonden.’

Op gegeven moment vraagt Johannes de Doper of het Jezus is, die komen zou als messias.
Lucas 7:22. Hij antwoordde: ‘Zeg tegen Johannes wat jullie gezien en gehoord hebben: blinden kunnen weer zien, verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt, aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt.

Lucas 8:1. Kort daarop begon hij rond te trekken van stad tot stad en van dorp tot dorp om het goede nieuws over het koninkrijk van God te verkondigen. De twaalf vergezelden hem, en ook enkele vrouwen die van boze geesten en ziekten genezen waren: Maria uit Magdala, bij wie zeven demonen waren uitgedreven, Johanna, de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes, en Susanna – en nog tal van anderen, die uit hun eigen middelen voor hen zorgden.

Jezus geeft zijn leerlingen opdracht om er op uit te trekken.
Lucas 9:6. Ze gingen op weg en trokken van de ene plaats naar de andere, terwijl ze het goede nieuws verkondigden en overal zieken genazen.

Lucas 20:1. Op een van de dagen dat Jezus het volk in de tempel onderricht gaf en er het goede nieuws verkondigde, kwamen opeens de hogepriesters en de schriftgeleerden, samen met de oudsten, op hem af en vroegen hem: ‘Op grond van welke bevoegdheid doet u die dingen? En wie heeft u die bevoegdheid gegeven? Zeg ons dat eens.

Dit is een belangrijke vraag. Jezus brengt in het vervolg naar voren dat je twee mogelijkheden hebt. Van de mensen of van de hemel (vers 4). Het goede antwoord of je bevoegdheid hebt is: ‘van de hemel’. Menselijke instellingen of instituten bepalen dat niet. Je kunt wel tegen iemand zeggen: ik denk dat jij die bevoegdheid hebt ontvangen van de hemel.

Natuurlijk als je binnen een instituut werkt moet je je houden aan de regels. Ik mag niet het avondmaal bedienen in een Rooms Katholieke kerk. Maar ik denk dat ik de bevoegdheid heb gekregen om dit wel te doen in mijn eigen omgeving. Die bevoegdheid wel of niet gaat over veel zaken in de geestelijke wereld.

En dan nog het evangelie van Johannes. In het evangelie van Johannes kom je de woorden evangelie of evangeliseren niet tegen. Er is wel aandacht voor wat het evangelie met je doet. Je wordt als het ware opnieuw geboren je wordt een nieuw mens.

Evangeliseren in het boek Handelingen.

Het boek Handelingen laat zien hoe het evangelie, het goede nieuws, zijn beslag krijgt. Eerst in Jeruzalem, daarna in de streek rond Jeruzalem, de gebieden van Judea en Samaria . Daarna verspreidt het zich over de hele Romeinse wereld.

In de teksten hieronder kun je deze beweging opmerken.

De tekst hieronder speelt zich af in Jeruzalem.
Handelingen 5:42. Ze bleven dagelijks onderricht geven in de tempel of bij iemand thuis en gingen door met het verkondigen van het goede nieuws dat Jezus de messias is.

Opmerkelijk: De tempel werd zelfs voor de verspreiding van het evangelie gebruikt.

Uitleg: In Jeruzalem was dat het voornaamste goede nieuws, dat Jezus, die lang verwachte messias is. Die het volk Israël zal redden.

Daarna werd het de gemeente van Jezus in Jeruzalem moeilijk gemaakt en daarom vluchtten ze o.a. naar Samaria. Ze waren niet ontheemde mensen, maar mensen, die gelijk een krachtige boodschap lieten horen.
Handelingen 8:4. Degenen die verdreven waren, trokken rond en verkondigden het woord van God.

Uitleg: In Jeruzalem spraken ze over Jezus, in Samaria over ‘het woord’. (In mijn Griekse tekst ontbreekt de toevoeging ‘van God’). Ging het ook over Jezus, die het levende woord was?

Opmerking: er wordt in het Nieuwe Testament wel zes keer een relatie gelegd van het goede nieuws met het woord.

En dan gaat het over Filippus, die in de hoofdstad Samaria kwam.
Handelingen 8:12. Maar toen Filippus hen door zijn verkondiging van het koninkrijk van God en de naam van Jezus Christus tot geloof had gebracht, lieten ze zich dopen, mannen zowel als vrouwen.

Let op: Filippus bracht het goede nieuws met al zijn impact. Niet alleen praten, maar er gebeurden ook bijzondere dingen zijn gebeurd (zie vers 6 en 7). Er was kracht van de Geest waardoor de mensen konden zien waar het om gaat.

Vervolgens gaan Petrus en Johannes naar Samaria om de mensen de handen op te leggen om de Heilige Geest te ontvangen.
Handelingen 8:25. Nadat Petrus en Johannes getuigenis hadden afgelegd van de Heer en zijn boodschap hadden verkondigd, aanvaardden ze de terugreis naar Jeruzalem en brachten het evangelie in tal van dorpen in Samaria.

En dan het verhaal van Filippus die een bijzondere ontmoeting heeft met een hooggeplaatst mens uit Ethiopië.
Handelingen 8:30-35. Filippus haastte zich naar hem toe en hoorde hem de profeet Jesaja lezen, waarop hij vroeg: ‘Begrijpt u ook wat u leest?’ De Ethiopiër antwoordde: ‘Hoe zou dat kunnen als niemand mij uitleg geeft?’ Hij nodigde Filippus uit om in te stappen en bij hem te komen zitten. Dit was het schriftgedeelte dat hij las: ‘Als een schaap werd hij naar de slacht geleid; als een lam dat stil is bij zijn scheerder deed hij zijn mond niet open. Hij werd vernederd en hem werd geen recht gedaan,
wie zal van zijn nakomelingen verhalen? Want op aarde leeft hij niet meer.’ De eunuch vroeg aan Filippus: ‘Kunt u me zeggen over wie de profeet het heeft? Over zichzelf of over een ander?’ Daarop begon Filippus met hem te spreken over het evangelie van Jezus, waarbij hij deze schrifttekst als uitgangspunt nam.

Na deze geschiedenis werd Filippus op een bijzondere wijze verplaatst naar een andere streek.
Handelingen 8:40. Filippus kwam terecht in Azotus; van daar reisde hij verder en verkondigde in alle steden het evangelie, tot hij in Caesarea aankwam.

En dan een stukje uit de toespraak van Petrus in het huis van Cornelius een Romeinse centurio.
Handelingen 10:36. God heeft aan de Israëlieten bekendgemaakt dat hij door Jezus Christus het goede nieuws van de vrede is komen brengen. Deze Jezus is de Heer van alle mensen.

Opmerking: terwijl Petrus nog aan het woord was (vers 44) daalde de Heilige Geest neer. Ze gingen in tongen spreken en God prijzen. Uitingen van vrede.

Er braken nog meer vervolgingen uit. Sommigen vluchtten toen naar de stad Antiochië. Daarbij was ook groepje vluchtelingen afkomstig van Cyprus en Cyrene. Naast joden werden ook de Griekse bevolking aangesproken.
Handelingen 11:20. Enkele Cyprioten en Cyreneeërs onder hen, die naar Antiochië waren gereisd, maakten daar echter ook de Griekse bevolking bekend met het evangelie van de Heer Jezus.

De apostel Paulus spreekt in de synagoge van Antiochië, waarbij dit wel de kern is van zijn betoog, dat Jezus de doodstraf kreeg maar opstond uit de dood.
Handelingen 13:28-32. Ofschoon ze geen enkele grond voor een doodvonnis konden vinden, drongen ze er bij Pilatus op aan hem terecht te stellen. Toen ze alles ten uitvoer hadden gebracht wat er over hem geschreven staat, haalden ze hem van het kruishout en legden hem in een graf. Maar God heeft hem opgewekt uit de dood; gedurende ettelijke dagen is hij verschenen aan degenen die met hem van Galilea naar Jeruzalem waren getrokken en die nu onder het volk van hem getuigen. Wij verkondigen u het goede nieuws dat God zijn belofte aan onze voorouders in vervulling heeft doen gaan ten behoeve van hun kinderen – ten behoeve van ons – doordat hij Jezus tot leven heeft gewekt. Daarover staat in de tweede psalm geschreven: “Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt.”

Conclusie: hier is het goede nieuws de opstanding uit de dood. De opstanding van Jezus als eerste en daarna voor vele anderen.

Toen Paulus en Barnabas ontdekte dat men hen in de stad Ikonium wilden stenigen.
Handelingen 14:6-7. … vluchtten ze naar een ander deel van Lykaonië, waar ze onder meer in de steden Lystra en Derbe het evangelie verkondigden.

De apostel Paulus liet een lamme man lopen. Dat maakte zoveel indruk dat men aan hen wilde offeren zoals men dat voor goden doet, schrok Paulus en zei:
Handelingen 14:15. Mannen, waarom doet u dit? Ook wij zijn mensen net zoals u, en wij verkondigenjuist dat u zich van deze zinloze dingen moet bekeren tot de levende God,  Die de hemel, de aarde, de zee en alles wat erin is, gemaakt heeft. [HSV]

Dit is een tekst, die vertalers moeilijk vinden. Dat is in deze HSV vertaling al te zien door woorden die ze hebben toegevoegd. Dat is met schuine letters aangegeven. Volgens mij gaat het om het evangelie die enorme dingen uitwerkt tegenover het nutteloze van de anderen. En dat is de reden om je tot God te wenden. Die grote God, die ook de schepper is.

Daarna gingen Paulus en Barnabas naar de stad Derbe.
Handelingen 14:21. In Derbe verkondigden Paulus en Barnabas het evangelie en ze maakten er veel leerlingen. Daarna keerden ze terug naar Lystra en vervolgens naar Ikonium en Antiochië.

Opmerking: het gevolg van het evangelie is dat er leerlingen zijn. Zij gaan op weg om er meer over te leren.

En dit is een tekst uit een bijeenkomst van de apostelen, die ging erover hoe men de gelovigen uit de volken in contact moest brengen met de wet van Mozes.
Handelingen 15:7. Toen het tot een hevige woordenstrijd kwam, stond Petrus op en zei: ‘Broeders, u weet dat God mij al in het begin uit uw midden heeft gekozen om de boodschap van het evangelie onder de heidenen te verspreiden en hen tot geloof te brengen.

Opmerking: het laatste deel van deze tekst is in NBV vertaalt zoals het in de kerk wordt gezegd. In het Grieks staat er: ‘Door mijn mond horen de volken het woord (logos) van het evangelie en geloven’. Ik vind dat mooier.

Zoals de NBV vertaalt: ‘de boodschap van het evangelie’ is dubbelop. Het evangelie betekent al boodschap. Dan is het net of het evangelie iets anders is dan boodschap.

Daarna gaan Paulus en Barnabas weer verder in Antoiochiè.
Handelingen 15:35. En Paulus en Barnabas verbleven in Antiochië en zij onderwezen en verkondigden, met nog veel anderen, het Woord van de Heere. [HSV]
Paulus en Barnabas deden drie dingen: ze gaven onderwijs (1) ze verkondigden het goede nieuws (2) en het woord van de Heer (3). Dat laatste zal in dit verband wel zijn de levende woorden van de Heer door de Heilige Geest gesproken.

Als Paulus nog in Klein Azië (Turkije) is, krijgt Paulus een visioen.
Handelingen 16:10. Toen Paulus dit visioen had gezien, wilden we meteen naar Macedonië vertrekken, omdat we eruit opmaakten dat God ons geroepen had om aan de mensen daar het evangelie te verkondigen.

Dit gebeurde na de toespraak van Paulus op de Areopagus in Athene.
Handelingen 17:18. En enige epicurische en stoïsche wijsgeren raakten met hem in een twistgesprek. En sommigen zeiden: Wat zou deze praatjesmaker toch willen zeggen? Maar anderen zeiden: Hij schijnt een verkondiger te zijn van vreemde goden; want hij verkondigde hun Jezus en de opstanding. [HSV]
In het Grieks: hij riep het goede nieuws van de opstanding uit.

Dit vertelt Paulus aan een afvaardiging van de gemeente van Efeze. Paulus noemt het evangelie, het evangelie van de genade.
Handelingen 20:24. Ik hecht echter niet de minste waarde aan het behoud van mijn leven, als ik mijn levenstaak maar kan voltooien en de opdracht uitvoeren die ik van de Heer Jezus ontvangen heb: getuigen van het evangelie van Gods genade.

(In Handelingen 20:32 gaat het in het Grieks over ‘het woord van de genade’ wat de NBV vertaalt met ‘het evangelie van zijn genade’.)

En tenslotte gaat het over Filippus, die Paulus, een evangelist noemt.
Handelingen 21:8. De volgende dag vertrokken we weer en gingen op weg naar Caesarea. Daar vonden we onderdak bij Filippus, een verkondiger van het evangelie en een van de zeven wijze mannen.
Opmerking: er staat evangelist.

Het evangelie in de brieven van Paulus.

De apostel Paulus noemt in zijn meeste brieven het evangelie. In de brief aan de gemeente van Rome nog het meest. Het is een brief, die is geschreven aan Joodse luisteraars. Daarom ook in de eerste tekst een verwijzing naar de geschiedenis.

Romeinen 1:1-3. Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God, dat Hij tevoren beloofd had door Zijn profeten, in de heilige Schriften, ten aanzien van Zijn Zoon, Die wat het vlees betreft geboren is uit het geslacht van David. Wat de Geest van heiliging betreft, is met kracht bewezen dat Hij de Zoon van God is, door Zijn opstanding uit de doden, namelijk Jezus Christus, onze Heere. [HSV]

Opmerking: de HSV schrijft Evangelie met een hoofdletter, dat staat niet in het Grieks.

Uitleg: Paulus noemt hier zijn punten voor de Joodse luisteraars: beloofd door de profeten. Jezus verbonden met David. Maar ook: Jezus is het evangelie. En Hij is opgestaan.

Romeinen 1:15-17. …. en daarom is het mijn wens het evangelie ook aan u in Rome te verkondigen. Voor dit evangelie schaam ik mij niet, want het is Gods reddende kracht voor allen die geloven, voor Joden in de eerste plaats, maar ook voor andere volken. In het evangelie openbaart zich dat God enkel en alleen wie gelooft als rechtvaardige aanneemt, zoals ook geschreven staat: ‘De rechtvaardige zal leven door geloof.’

Romeinen 2:16. Dit alles zal blijken op de dag waarop, volgens het evangelie dat ik verkondig, God door Christus Jezus oordeelt over wat er in de mens verborgen is.

Romeinen 10:13b-16. .. er staat: ‘Ieder die de naam van de Heer aanroept, zal worden gered.’ Maar hoe kunnen ze hem aanroepen als ze niet in hem geloven? En hoe kunnen ze in hem geloven als ze niet over hem hebben gehoord? En hoe kunnen ze over hem horen als hij niet verkondigd wordt? En hoe kan iemand verkondigen als hij niet is uitgezonden? Het is zoals geschreven staat: ‘Welkom zijn zij die goed nieuws verkondigen. Toch hebben slechts weinigen aan het evangelie gehoor gegeven, want Jesaja vraagt: ‘Heer, heeft iemand geloofd wat wij hebben gezegd?’

Opmerking: hier verwijst de apostel naar oude tijden, zoals geschreven staat <<waar?>> Die zin is letterlijk uit het Grieks krachtiger: “Hoe mooi de voeten van hen verkondigen/evangeliseren vrede en verkondigen/evangeliseren het goede.

Romeinen 11:28. Zij zijn weliswaar wat het Evangelie betreft vijanden vanwege u, maar wat de verkiezing betreft geliefden vanwege de vaderen. [HSV. De NBV gaat hier uitleggen en vertaalt als volgt “Ze zijn Gods vijanden geworden opdat het evangelie aan u kon worden verkondigd, maar God blijft hen liefhebben omdat hij de aartsvaders heeft uitgekozen”.]

Romeinen 15:16. … ik moet in volledige toewijding aan zijn evangelie een dienaar van Christus Jezus voor de heidenen zijn, zodat zij een God welgevallig offer kunnen worden, geheiligd door de heilige Geest.

Romeinen 15:18-19. Ik zal over niets anders spreken dan wat Christus door mij tot stand brengt om de heidenen tot gehoorzaamheid te brengen: door wat ik zeg en doe, door zijn macht waarmee ik tekenen en wonderen verricht door de macht van Gods Geest. Zo heb ik vanuit Jeruzalem en helemaal tot aan Illyrië het evangelie van Christus verspreid, maar ik heb er een eer in gesteld het niet op plaatsen te verkondigen waar Christus al bekend was. Ik wilde niet op het fundament van een ander bouwen

Romeinen 15:29. En ik weet dat ik, als ik naar u toe kom, met de volle zegen van het Evangelie van Christus zal komen.

Opmerking: het woord evangelie staat niet in de brontekst, die de NBV hanteert, maar wel in de brontekst, die de SV en HSV hanteren.

Romeinen 16:25. Aan hem die bij machte is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is.

Opmerking: het is normaal dat het evangelie kracht geeft.

Brieven aan de gemeenten van Korinte

1 Korintiërs 1:17. Ik ben immers niet door Christus gezonden om te dopen, maar om te verkondigen – en niet door middel van diepzinnige welsprekendheid, want dan zou het kruis van Christus van zijn kracht worden beroofd.

1 Korintiërs 4:15. Hoeveel opvoeders in het geloof in Christus u ook zult hebben, u hebt maar één vader. Door Christus Jezus ben ik uw vader geworden, omdat ik u het evangelie heb gebracht.

1 Korintiërs 9:12-14. Als anderen hierop al aanspraak kunnen maken, kunnen wij het dan niet des te meer? We hebben echter geen gebruik gemaakt van onze rechten; integendeel, we verdragen alles, omdat we de verkondiging van het evangelie van Christus niets in de weg willen leggen. U weet toch dat wie in de tempel dienstdoen daarvan leven, en dat wie aan het altaar dienen een deel van het offervlees krijgen? Voor hen die het evangelie bekendmaken geldt hetzelfde: de Heer heeft bepaald dat zij door te verkondigen in hun levensonderhoud mogen voorzien.

Deze laatste tekst vind ik in de HSV strakker.
1 Korintiërs 9:14. Zo heeft de Heere ook met het oog op hen die het Evangelie verkondigen, opgedragen dat zij van het Evangelie leven.

1 Korintiërs 9:16-18. Als ik het Evangelie verkondig, is er voor mij namelijk geen reden tot roem. De noodzaak daarvan is mij immers opgelegd. En wee mij, als ik het Evangelie niet verkondig! Want als ik dat vrijwillig doe, heb ik recht op loon, maar als ik het onwillig doe, is het beheer van het Evangelie mij toch toevertrouwd. Wat voor loon heb ik dan? Dat ik, bij de evangelieverkondiging, het Evangelie van Christus kosteloos maak, om geen gebruik te maken van mijn recht als verkondiger van het Evangelie.

Opmerking: het gaat hier er om in hoeverre verkondigers van het evangelie daar en vergoeding voor krijgen.

1 Korintiërs 9:23. Ik doe alles voor het evangelie om ook zelf aan de beloften ervan deel te krijgen.

Opmerking: In het Grieks staan als laatste woorden: ‘om een medehuisgenoot te worden’. Dat vind ik mooier.

1 Korintiërs 15:1-2. Verder maak ik u bekend, broeders, het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat u ook aangenomen hebt, waarin u ook staat, waardoor u ook zalig wordt, als u eraan vasthoudt zoals ik het u verkondigd heb, tenzij dat u tevergeefs geloofd hebt. [HSV]

En dan volgt een korte samenvatting van het evangelie.

2 Korintiërs 2:12. Toen ik in Troas kwam om het evangelie van Christus te verkondigen, gaf de Heer mij daartoe goede mogelijkheden.

2 Korintiërs 4:3-4. Wanneer er dan toch nog een sluier ligt over het evangelie dat wij verkondigen, geldt dit alleen voor hen die verloren gaan: de ongelovigen, van wie de gedachten door de god van deze wereld zijn verblind, waardoor ze het licht van het evangelie niet kunnen zien, de luister van Christus, die het beeld van God is.

2 Korintiërs 8:18. Wij sturen een broeder met hem mee die om zijn werk voor het evangelie door alle gemeenten geprezen wordt.

2 Korintiërs 9:13. Ze prijzen God omdat u er blijk van geeft gehoorzaam te zijn aan het evangelie van Christus, wat u bewijst door de ruimhartigheid waarmee u met hen en alle anderen wilt delen.

2 Korintiërs 10:14-16. U behoort tot ons gebied, dus we overschrijden geen enkele grens. We hebben immers ook bij u als eersten het evangelie van Christus gebracht. Bovendien willen we ons niet laten voorstaan op werk buiten ons gebied, op de inspanningen van anderen. We hopen alleen dat uw geloof groeit en dat u ons werk uitbundig zult prijzen binnen de grenzen die God voor ons heeft vastgesteld. En we hopen eveneens het evangelie in verder gelegen gebieden te verkondigen, zonder ons te laten voorstaan op de resultaten in andermans gebied.

2 Korintiërs 11:4. U hebt er immers geen enkel bezwaar tegen dat iemand u een andere Jezus verkondigt dan wij hebben gedaan, of dat u een andere Geest of een ander evangelie ontvangt dan u ontvangen hebt.

2 Korintiërs 11:7. Of heb ik soms een misdaad begaan door u zonder enige vergoeding Gods evangelie te verkondigen? Wanneer ik me daarmee vernederd heb, was het alleen om u te verheffen.

Uit de brieven aan de Galaten
In de brief aan de Galaten begint het met pittige teksten. Het is scherp en streng. Maar het is om het goede te behouden.

Er is geen ander evangelie.
Galaten 1:6-7. Het verbaast me dat u zich zo snel hebt afgewend van hem die u door de genade van Christus heeft geroepen en dat u zich tot een ander evangelie hebt gekeerd. Er is geen ander evangelie, er zijn alleen maar mensen die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien.

Vervloekt is hij of zij, die het evangelie anders maakt? Misschien meer passend voor de mensen. Misschien wat minder breed en diep zoals het is bedoeld.
Galaten 1:8-9. Wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is met wat ik u verkondigd heb, al was ik het zelf of een engel uit de hemel – vervloekt is hij! Ik heb het al eerder gezegd en zeg het nu opnieuw: wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is met wat u hebt ontvangen – vervloekt is hij!

Het evangelie komt bij God vandaan, is niet door mensen bedacht.
Galaten 1:11. Ik verzeker u, broeders en zusters, dat het evangelie dat ik u verkondigd heb niet door mensen is bedacht – ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd – maar dat Jezus Christus mij is geopenbaard.

Opmerking: Je kunt hier ook vertalen ‘Het evangelie dat ik geëvangeliseerd heb’. Nou inderdaad, zoveel goeds, zouden mensen niet kunnen bedenken.

Galaten 1:15-16a. Maar toen besloot God, die mij al vóór mijn geboorte had uitgekozen en die mij door zijn genade heeft geroepen, zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik hem aan de heidenen zou verkondigen.

Dat is wat met een mens kan gebeuren: dat Jezus in je wordt geopenbaard. En dat kan leiden tot een roeping. Bij Paulus was dat het evangelie aan de volken te verkondigen.

En dit werd er toen van Paulus gezegd.
Galaten 1:23. ‘De man die ons vroeger vervolgde, verkondigt nu het geloof dat hij toen probeerde uit te roeien.’

En dan gaat Paulus naar Jeruzalem om met de leiders te bespreken dat hij onder de volken het evangelie gaat verkondigen.
Galaten 2:1-2. Na verloop van veertien jaar ging ik opnieuw naar Jeruzalem, samen met Barnabas en Titus. Dat was mij in een openbaring opgedragen. In besloten kring legde ik de belangrijkste broeders het evangelie voor dat ik aan de heidenen verkondig, want ik wilde me ervan overtuigen dat mijn inspanningen, toen en nu, niet voor niets waren.

Maar daarbij ontstond de discussie of de gelovigen uit de volken zich ook moeten laten besnijden. Maar dat hoefde niet. Er was vrijheid.
Galaten 2:3-5. Maar zelfs Titus, die mij vergezelde, werd niet gedwongen zich te laten besnijden, hoewel hij toch een Griek is. Dat wilden alleen een paar schijnbroeders, die als spionnen waren binnengedrongen om erachter te komen hoe wij onze vrijheid, die we in Christus Jezus hebben, gebruikten. Ze wilden slaven van ons maken. Maar we zijn geen moment voor hen gezwicht, want de waarheid van het evangelie moest in uw belang behouden blijven.

Het niet besnijden was van belang omdat het aangaf dat er vrijheid is. Dat is ook de waarheid van het evangelie.

Galaten 2:7-8. … toen ze inzagen dat mij de verkondiging onder de heidenen was toevertrouwd, zoals aan Petrus de verkondiging onder de besnedenen – want zoals God Petrus kracht had gegeven voor zijn werk onder de Joden, zo had hij mij kracht gegeven voor mijn werk onder de onbesnedenen.

Nog een pijnlijke situatie.

Galaten 2:14. Toen ik zag dat ze niet de rechte weg naar het ware evangelie bewandelden, zei ik tegen Kefas, in aanwezigheid van iedereen: ‘Jij bent een Jood, maar je leeft als een heiden en houdt je niet aan de Joodse gebruiken; hoe kun je dan opeens heidenen dwingen als Joden te leven?’

Het ware evangelie is ook oprecht zijn.

Galaten 4:13. Herinnert u zich niet de eerste keer dat ik u het evangelie heb verkondigd? Ik kwam bij u toen ik ziek was.

Brief aan de Efeziërs.

Efeziërs 1:13. In hem hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding, in hem bent u, door uw geloof, gemerkt met het stempel van de heilige Geest die ons beloofd is.

Efeziërs 2:17-18. Vrede kwam hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.

Efeziërs 3:6-7. … de heidenen delen door Christus Jezus ook in de erfenis, maken deel uit van hetzelfde lichaam en hebben ook deel aan de belofte, op grond van het evangelie. Van dat evangelie ben ik een dienaar geworden door de gave van Gods genade, die ik ontvangen heb door zijn kracht die in mij werkt. Mij, de allerminste van alle heiligen, is de genade geschonken om de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus te verkondigen

En hier gaat het over evangelisten.
Efeziërs 4:11-12. En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd.

Uit de wapenrusting, het derde wapen.
Efeziërs 6:15. .. de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten …

Efeziërs 6:19-20. Bid ook voor mij, dat mij de juiste woorden gegeven worden wanneer ik verkondig, zodat ik met vrijmoedigheid het mysterie mag openbaren van het evangelie waarvan ik gezant ben, ook in de gevangenis. Bid dat ik daarbij zo vrijmoedig spreek als nodig is.

Wat kunnen wij van deze teksten leren?
Het evangelie brengt redding, vrede en rijkdom in Christus.

Er zit beweging in het evangelie. We zijn bereid om de vrede ergens te brengen. Paulus was gezant van het evangelie.

Uit de brief aan de gemeente van Philippi.

Filippenzen 1:3-7. Ik dank mijn God, telkens wanneer ik aan u denk – in elk gebed van mij voor u allen bid ik altijd met blijdschap – vanwege uw gemeenschap aan het Evangelie, van de eerste dag af tot nu toe. Ik vertrouw erop dat Hij Die in u een goed werk begonnen is, dat voltooien zal tot op de dag van Jezus Christus. Het is immers voor mij terecht dat ik dit van u allen denk, omdat ik u allen in mijn hart heb als deelgenoten van mijn genade, zowel in mijn gevangenschap als in de verdediging en bevestiging van het Evangelie. [HSV]

Opmerking: hier twee nieuwe aspecten. De gemeenschap aan het evangelie. En de bevestiging van het evangelie.

Filippenzen 1:12. U moet weten, broeders en zusters, dat wat mij is overkomen er juist toe bijdraagt dat het evangelie wordt verspreid.

Filippenzen 1:16-17. Zij doen het uit liefde, in het besef dat ik de taak heb het evangelie te verdedigen. Maar de eersten verkondigen Christus uit geldingsdrang, met onzuivere bedoelingen, om mijn gevangenschap te verzwaren.

Vraag: hier gaat het om de verdediging van het evangelie. Hoe moet ik dat begrijpen? Gaat het er om dat je het inhoudelijk op de juiste manier vertelt?

Filippenzen 1:27. Leef in overeenstemming met het evangelie van Christus, zodat ik kan horen, of straks zelf kan zien, dat u één van geest bent en samen voor het geloof in het evangelie strijdt.

Filippenzen 2:22. U weet dat hij betrouwbaar is en dat hij zich samen met mij, als een kind met zijn vader, voor het evangelie heeft ingezet.

Filippenzen 4:3. En u, trouwe vriend, vraag ik hen te helpen. Ze hebben samen met mij voor het evangelie gestreden, evenals Clemens en mijn overige medewerkers, van wie de namen in het boek van het leven staan.

Filippenzen 4:15. U weet zelf, Filippenzen, dat toen ik na mijn vertrek uit Macedonië met de verkondiging begon, uw gemeente de enige is geweest die gedeeld heeft in mijn tegoeden en tekorten

Uit de brief aan de gemeente van Kolosse
In deze brief wordt in twee teksten naar het evangelie verwezen.

Kolossenzen 1:3-6. In al onze gebeden danken wij God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, voor u, want we hebben gehoord dat u in Christus Jezus gelooft en alle heiligen liefhebt, omdat u hoopt op wat in de hemel voor u gereedligt. Daarover hebt u gehoord toen aan u de waarheid verkondigd werd en het evangelie u bereikte. Overal in de wereld draagt het vrucht en groeit het, ook bij u, vanaf de dag dat u over Gods genade hoorde en de ware betekenis ervan begreep. 

Het evangelie wordt gelijkgesteld aan de waarheid. Het evangelie is iets wat vrucht kan dragen.

Kolossenzen 1:23. Maar dan moet u blijven geloven, onwrikbaar gegrondvest zijn in de hoop die het evangelie brengt, het evangelie dat u gehoord hebt en dat aan alle schepselen onder de hemel verkondigd is, en waarvan ik, Paulus, de dienaar ben geworden.

Niet alleen hoop brengt het evangelie, het is ook aan alle schepselen verkondigd.

Uit de brieven aan de gemeente van Tessaloniki
Hieronder zeven tekstgedeelten uit deze brieven.

1 Tessalonicenzen 1:4-5. God heeft u lief, broeders en zusters. Wij weten dat hij u heeft uitgekozen: onze verkondiging aan u overtuigde immers niet alleen door onze woorden, maar ook door de overweldigende kracht van de heilige Geest. U weet hoeveel we voor u hebben betekend toen we in uw midden waren.

De liefde van God werd zichtbaar door de kracht van de Heilige Geest. Hier zie je dat de woorden gepaard met de kracht van de Geest, die allerlei zal hebben teweeggebracht.

1 Tessalonicenzen 2:1-4. U weet zelf, broeders en zusters, dat ons bezoek aan u niet tevergeefs is geweest. Ondanks de mishandelingen en beledigingen die wij, zoals u bekend is, in Filippi te verduren hadden, vonden we in vertrouwen op onze God de moed u bekend te maken met zijn evangelie. Daarvoor hebben we ons tot het uiterste ingespannen. Onze oproep berust niet op een dwaling, op oneerlijkheid of bedrog. Wij spreken alleen omdat God ons daartoe waardig heeft gekeurd en ons het evangelie heeft toevertrouwd – niet om mensen te behagen, maar God, die de mensen doorgrondt.

Het evangelie is niet om de mensen te behagen, maar God doorgrond ons, hij ziet wat we nodig hebben. Rust en vrede bijvoorbeeld. Dat geeft hij ons.

1 Tessalonicenzen 2:8-9. In die gezindheid, vol liefde voor u, waren we niet alleen bereid u te laten delen in Gods evangelie, maar ook in ons eigen leven. Zo dierbaar was u ons geworden. U herinnert u, broeders en zusters, hoe we ons hebben ingezet en ingespannen, hoe we dag en nacht hebben gewerkt om niemand van u tot last te zijn. Op die manier hebben we u het evangelie van God verkondigd.

Een goede leerling brengt onbaatzuchtig het evangelie.

1 Tessalonicenzen 3:1-2. Omdat we het niet langer uithielden, besloten we Timoteüs naar u toe te sturen, onze broeder en Gods medewerker in de verkondiging van het evangelie van Christus. Zelf bleven we in Athene achter. Timoteüs moest u sterken en aanmoedigen in uw geloof,

En hier gaat het om een goed bericht brengen dat niet gaat over Jezus maar over gelovigen.
1 Tessalonicenzen 3:6. Maar nu is Timoteüs teruggekomen met het goede bericht over uw geloof en liefde. Hij heeft ons bovendien verteld hoezeer u ons altijd als voorbeeld neemt en hoe u er even vurig naar verlangt ons te zien als wij u.

2 Tessalonicenzen 1:6-8. God is inderdaad rechtvaardig: hij zal uw onderdrukkers straffen met onderdrukking en u, die nu onderdrukt wordt, samen met ons van alle last bevrijden wanneer Jezus, de Heer, vanuit de hemel verschijnt. Dan komt hij in een vlammend en u, die nu onderdrukt wordt, samen met ons van alle last bevrijden wanneer Jezus, de Heer, vanuit de hemel verschijnt. Dan komt hij in een vlammend vuur en omringd door engelen, door wie hij zijn macht manifesteert; dan straft hij hen die God niet erkennen en het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen.

Wat zou het evangelie gehoorzamen zijn? Het lijkt mij dat het is, dat je een nieuw mens laat worden. Zoals de gasten op de bruiloft een bruiloftskleed aan moesten doen.

2 Tessalonicenzen 2:13b-14. Hij heeft u als eersten uitgekozen om te worden gered door de Geest die heilig maakt en door het geloof in de waarheid. Hij heeft u daartoe geroepen door het evangelie dat wij u verkondigd hebben en waardoor u zult delen in de luister van onze Heer Jezus Christus.

Wat is het doel van het evangelie voor ons mensen? Gered worden door de Geest, dat kan voor iedereen iets anders betekenen (1). Dat we heilig worden, dat is de sfeer van God verkeren (2). En dat we geloven in de waarheid, op welk terrein dan ook (3). Ik bid God dat op deze site veel waarheid is te vinden.

Uit de pastorale brieven van Paulus

1 Timoteüs 1:10b-11.  De wet is er voor alles wat indruist tegen de heilzame leer, die in overeenstemming is met het evangelie dat mij is toevertrouwd, het evangelie over de majesteit van de gelukzalige God.

Paulus is de heilzame leer van de gelukzalige God toevertrouwd. ‘Heilzame leer’ , zou je ook kunnen vertalen met ‘ gezond onderwijs’, onderwijs waar je beter, gezond van wordt. De ‘gelukzalige God, is de God, die zaligheid geeft. In meer alledaagse woorden geluk of voorspoed.

2 Timoteüs 1:8-11. Schaam je er dus niet voor om van onze Heer te getuigen; schaam je ook niet voor mij, die omwille van hem gevangenzit, maar deel in het lijden voor het evangelie, met de kracht die God je geeft. Hij heeft ons gered en ons geroepen tot een heilige taak, niet op grond van onze daden, maar omdat hij daartoe uit genade besloten had. Deze genade was ons al vóór alle tijden gegeven in Christus Jezus, maar nu is ze bekend geworden doordat onze redder Christus Jezus is verschenen, die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven heeft doen oplichten door het evangelie. Van dit evangelie ben ik verkondiger, apostel en leraar.

Opmerking: Het woord dat je met verkondiger kunt vertalen, kun je ook met heraut vertalen. Het was het Griekse woord voor stadsomroeper.

Opvallend: weer een nieuwe woord over wat de inhoud van het goede nieuws is: een onvergankelijk leven.

2 Timoteüs 2:8-9. Houd Jezus Christus in gedachten, uit het nageslacht van David, die uit de dood is opgewekt. Dit heb ik verkondigd, daarom heb ik veel te verduren en ben ik zelfs als een misdadiger gevangengezet. Maar het woord van God laat zich niet gevangenzetten.

Dat Jezus uit de dood is opgewekt en dat daarmee aangeeft dat wij ook eens uit de door zullen opstaan. Zou kun je ook over de inhoud van het evangelie spreken.

2 Timoteüs 4:5. Jij echter moet in alles nuchter zijn, je lijden aanvaarden, je werk als verkondiger van het evangelie doen, je dienende taak vervullen.
Opmerking: je had ook met evangelist kunnen vertalen.

Filemon 1:13. … en ik hem graag bij me gehouden had. Dan had hij namens u voor mij kunnen zorgen nu ik omwille van het evangelie gevangenzit.

Wat kunnen we van deze teksten leren?

Een goede nieuws is dat Jezus uit de dood is opgestaan en dat wij ook uit de dood zullen worden opgewekt.

Een evangelist heeft een dienende taak. Hij brengt het goede bij de mensen.

Het goede nieuws wordt niet altijd met open armen ontvangen. Vreemd genoeg. Daarom zit Paulus voor het evangelie gevangen. Zie brief aan Filemon.

Het evangelie in de andere boeken.

Uit de brief aan de Hebreeën
Hier komt het begrip in twee teksten voor die dicht bij elkaar in het boek staan.

Hier schrijft de schrijver van de brief dat aan het volk Israël ook het goede nieuws, het evangelie was gebracht, maar het werd niet heilzaam.
Hebreeën 4:2-6. Want aan ons is het goede nieuws verkondigd, net als indertijd aan hen; maar anders dan voor wie het in geloof aannemen, was het verkondigde woord voor hen niet heilzaam. Omdat wij echter geloven, gaan we binnen in de rust waarvan eerder sprake was: ‘In mijn toorn heb ik gezworen: “Nooit zullen ze binnengaan in mijn rust,”’ – en dat terwijl zijn werk toch al met de grondvesting van de wereld voltooid werd! Over de zevende dag wordt immers ergens gezegd: ‘En op de zevende dag rustte God van al zijn werk,’ terwijl hier wordt gezegd: ‘Nooit zullen ze binnengaan in mijn rust.’ Het staat dus vast dat er wel mensen in kúnnen binnengaan. En omdat zij aan wie vroeger het goede nieuws verkondigd is, er vanwege hun ongehoorzaamheid niet zijn binnengegaan, legt God nu opnieuw een dag vast, een ‘vandaag’, waarover hij, zoals eerder is opgemerkt, lange tijd later David heeft laten zeggen: ‘Horen jullie vandaag zijn stem, wees dan niet koppig.’

Dat is de volgorde. Je hoort Gods stem. Wees dan niet koppig, maar luister en gehoorzaam. Dan zul je niet alleen rust ontvangen, maar hier wordt het groots voorgesteld: ‘ je gaat de rust binnen’ als een andere omgeving.

Uit de brief van Petrus
In de brief van Petrus gaat het vier keer over evangeliseren en het evangelie.

Het gaat hier wat van oudsher de profeten was aangekondigd. Christus zou lijden en daarna in Gods luister delen (vers 11) en dat kan nu ook ons overkomen en het is de Geest, die mensen aanzet om die boodschap te delen.
1 Petrus 1:12. Er werd hun geopenbaard dat deze boodschap niet voor henzelf bestemd was maar voor u, en nu is deze boodschap u verkondigd door hen die u het evangelie hebben gebracht, gedreven door de heilige Geest die vanuit de hemel werd gezonden. Het zijn geheimen waarin zelfs engelen graag zouden doordringen.

1 Petrus 1:24-25. De mens is als gras en zijn schoonheid als een bloem in het veld: het gras verdort en de bloem valt af, maar het woord van de Heer blijft eeuwig bestaan.’ Dit woord is het evangelie dat u verkondigd is.

God spreekt. Hij heeft gesproken en blijft ook spreken. En waar het over gaat is ‘goed nieuws.

En dan nog een tekst met een voor ons bijzondere inhoud.
1 Petrus 4:6. Ook aan de doden is het evangelie verkondigd, opdat ook zij, al zijn ze naar hun leven op aarde door de mensen veroordeeld, bij God in de geest kunnen leven.

Opmerking: heeft Petrus heeft over geestelijke dode mensen of over lichamelijk dode mensen? Omdat er over hun leven op aarde wordt gesproken lijkt het te gaan over mensen, die zijn gestorven. Kunnen die bi God in de geest leven?

1 Petrus 4:17. Besef goed dat de tijd van het oordeel is aangebroken. Dat oordeel begint bij Gods eigen mensen. Als het bij ons begint, hoe zal het dan aflopen met hen die weigeren het evangelie van God te aanvaarden?

Opmerking: het oordeel hoeft niet te wijzen op een negatieve uitkomst. Het is meer een beoordeling, die aan kan geven dat je geschikt bent voor een taak. Petrus vraagt zich af hoe het met de Joodse mensen zal uitpakken, die weigeren het evangelie te aanvaarden. Hij maak zich daar zorgen over.

Uit het boek Openbaringen.
Het gaat in het boek Openbaringen twee keer over evangeliseren. Dat zijn deze twee teksten.

Openbaringen 10:7. Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer die op de bazuin zal blazen, zal ook het geheimenis van God volbracht worden, zoals Hij aan Zijn dienstknechten, de profeten, verkondigd heeft.

Dit is het goede het geheimenis van God wordt volbracht in de tijd als de stem van de zevende engel klinkt. Waar gaat het geheimenis over? Wat is er zo bijzonder aan de stem van de zevende engel?

Openbaring 14:6. Toen zag ik opnieuw een engel, die hoog in de lucht vloog. Hij had een eeuwig evangelie dat hij bekend moest maken aan de mensen op aarde, uit alle landen en volken, van elke stam en taal.

Wat zou het eeuwig evangelie zijn? Heeft dat verband de tekst, die eerder in dit boek staat dat ‘het geheimenis van God moet worden volbracht’? Ik weet het (nog) niet.

De Goede Boodschap in het Oude Testament

Er is een woord dat je vanuit het Hebreeuws met goed nieuws kan vertalen.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen
1בָּשַׂר
basar
WerkwoordH1319Komt 24 keer voor in 21 verzen
KJV: tidings (16x), show forth (3x), publish (3x), messenger (1x), preached (1x).

1 Kronieken 16:22-24. Raak Mijn gezalfden niet aan, doe Mijn profeten geen kwaad. Zing voor de HEERE, heel de aarde, breng de boodschap van Zijn heil van dag tot dag. Vertel onder de heidenvolken Zijn eer, onder alle volken Zijn wonderen.

Psalm 96:1-2. Zing voor de HEERE een nieuw lied, zing voor de HEERE, heel de aarde. Zing voor de HEERE, loof Zijn Naam, breng de boodschap van Zijn heil van dag tot dag.

Psalm 40:10. Ik breng de blijde boodschap van de gerechtigheid in de grote gemeente; zie, mijn lippen belet ik niet. Ú, HEERE, weet het!

Jesaja 40:9. Klim op een hoge berg, Sion, verkondigster van een goede boodschap; verhef uw stem met kracht, Jeruzalem, verkondigster van een goede boodschap. Verhef die, wees niet bevreesd. Zeg tegen de steden van Juda: Zie, uw God! [HSV]

Jesaja 41:27. Ik was de eerste die Sion verkondigde: ‘Kijk, daar zijn ze!’ Ik stuurde Jeruzalem een vreugdebode.

Jesaja 52:7. Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van hem die het goede boodschapt, die vrede laat horen, die een goede boodschap brengt van het goede, die heil laat horen, die tegen Sion zegt: Uw God is Koning. [HSV]

Jesaja 61:1-2. De geest van God, de HEER, rust op mij, want de HEER heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan verslagen harten hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan geketenden hun bevrijding, om een genadejaar van de HEER uit te roepen

Jeremia 20:15. Vervloekt is de man die mijn vader het goede nieuws bracht, en riep: “U hebt een kind, een jongen!”

Nahum 1:15. Zie op de bergen de voeten van hem die het goede boodschapt, die vrede laat horen! Vier uw feestdagen, Juda, kom uw geloften na, want de verderfelijke man zal voortaan niet meer door u heen trekken, hij is helemaal uitgeroeid. [HSV]

De goede boodschap zonder dat het evangelie heet

Er staan heel veel goede boodschappen in de Bijbel. Hieronder staan er twee.

Johannes 3:16. Zo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn enig geboren zon gegeven heeft opdat een ieder die gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.

Voor mensen in het pastoraat kun je zeggen: God heeft jouw lief. Als God de wereld liefheeft, heeft hij ook jou lief.

Voor veel mensen kan het ook goed nieuws zijn dat er een ‘nieuwe hemel en de nieuwe aarde komt voorop gerechtigheid wonen zal.

Andere bronnen

Muziek:

Good News.

Händel: Good tidings to sion.

Samenvatting

Het evangelie is voor veel mensen een bepaalde boodschap. Ik ken een reformatorische versie van het evangelie en een evangelische versie van het evangelie. Wie heeft gelijk? Misschien alle twee wel.

De Bijbel trekt het breder. Het evangelie is goed nieuws. Voor wie dan ook in welke situatie dan ook. Dat zie je in diverse teksten van de Bijbel naar voren komen.

Het evangelie van God, van Jezus of van het Koninkrijk, al deze uitdrukkingen komen voor, is het het grote startpunt van het Nieuwe Testament.

Hoe kwam dat zo, dat er ineens een evangelie was? Dat lag in het besluit van God de Vader. Hij had het al langere tijd door de profeten aangekondigd. Nu is het tijd om mijn Zoon te zenden. Nu is het tijd dat het koninkrijk van de hemel op aarde komt. (Lc 4, Rom 1)

Het volgende belangrijke van het evangelie is dat het niet blijft bij mooie woorden, maar dat het werkelijkheid wordt. Dat zie je vooral in het boek Handelingen. Er gebeurden daar allerlei mooie dingen. De joden zagen de Messias. Zieken zagen genezing en bevrijding. De nood van armen werd gelenigd. De Romeinse man het het leger ontving vrede. (1 Kor 1:17).

Het begrippen evangelie, evangeliseren en evangelist wordt van allerlei kanten belicht in de Bijbel belicht.

Ik deel ze hieronder in onder verschillende kopjes.
<<de teksten na Romeinen 1 zijn nog niet in de samenvatting opgenomen>>

Wat is het evangelie naar zijn aard?
Het evangelie is Jezus (Mc1, 8 en 10). Het evangelie is het evangelie van God (Rom 1).
Het evangelie, het goede nieuws is de komst van het Koninkrijk van God (Mt 4).
Het evangelie is een kracht Gods tot redding. Na de bekendmaking werd elke ziekte en elke kwaal genezen (Rom 1).

Voorbeelden van de inhoud van het goede nieuws.
– het goede nieuws voor Maria was dat ze Jezus als kind zou krijgen (Lc 1)
– het goede nieuws voor de herders was dat de redder van de wereld was geboren (Lc 2).
– Het goede nieuws van Johannes de Doper was de komende doop met de heilige Geest en met vuur, en ook het oordeel voor mensen, die de dorsvloer vies hadden gemaakt (Lc 3).
– genezing iedere ziekte en elke kwaal (Mt 9, 11, Lc 4, 7, 8, 9)
– er was ook goed nieuws voor armen. Wat er voor de armen beschikbaar kwam heb ik niet kunnen vinden. Ik zou denken aan voedsel, onderdak, werk, inkomen (Lc 4).
– in Jeruzalem na Pinksteren werd als goed nieuws verkondigd dat Jezus de lang verwachte messias is. Die het volk Israël zal redden. (Hand. 5)
– de vrede (Hand. 10, Rom 10, Ef 2 en 6)
– de opstanding van de doden en dus niet dood is dood. (Hand. 13 en 17)
– rust (Hebr. 2)

Is het evangelie voor iedereen beschikbaar?
– daar lijkt het wel van uit te gaan omdat iedereen wordt aangesproken in steden, plaatsen, dorpen en streken (Lc 4, 8 en Handelingen)
– er staat bij kom tot inkeer en heb geloof (Mc1)

Wat is de relatie van het evangelie met de wereldgeschiedenis.
– vertel aan de hele wereld het goede nieuws (Mc 16)
– pas als het evangelie overal is bekend gemaakt, dan is er het einde van de wereld (Mt 24, Mc 13).

En dan nog dingen die voor mij onduidelijk zijn
– dat er over die vrouw die zalfde wordt verteld (Mt 26, Mc14)

Hoe kun je het evangelie te brengen?
– bevoegdheid nodig van de hemel (Lc 20)
– in de begintijd ook al door buitenlanders (Hand. 11)
– vanuit veel teksten uit de Bijbel kun je het evangelie vertellen (Hand. 8)

De evangelist als mens
– we zijn maar gewone mensen (Hand. 14)
– je kunt een bepaalde bediening krijgen voor een onderdeel van de opdracht. Paulus de heidenen en hen tot geloof brengen (Hand. 15)
– de opdracht uitvoeren, de rest is bijzaak (Hand. 20)

Gevolg van evangeliseren
– leerlingen maken (Hand. 14)
– onderwijs en woorden van de Heer (Hand. 15)

Conclusie

Het evangelie is niet precies gedefinieerd. Maar dat komt omdat het heel breed is. Maar waar het evangelie altijd aan voldoet is dat het iets goeds is. Niet alleen dat het nieuws is, maar dat het ook handen en voeten krijgt.

Als het goede nieuws nader wordt gespecificeerd, dan is het ook nog met overkoepelende woorden: redding, vrede, rijkdom in Christus.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.