#105 Vorming van de Bijbel

De Bijbel is een in één boek opgenomen verzameling van 66 documenten. Een soort van kleine huisbibliotheek in één boek.

Het is een heel diverse verzameling. Ieder boek heeft zijn eigen reden van ontstaan. Wat ze gemeenschappelijk hebben is dat ze breed werden gewaardeerd door een groep mensen, die het ook echt konden beoordelen. Er waren veel meer boeken, dus er is zwaar geselecteerd.

Van de meeste boeken is de schrijver of de verantwoordelijke voor het boek bekend zoals Mozes en Salomo. Maar bij andere boeken is dat niet bekend zoals de boeken Job , Ruth en Esther.

Wanneer de boeken precies zijn gemaakt of de onderdelen verzameld is ook meestal niet bekend. Tussen de oudste en de jongste boeken zit wel een periode van zo’n 1500 jaar.

Over de ontwikkeling van het schrift

Wetenschappers gingen er vroeger vanuit dat de mensen steeds slimmer werden en op gegeven moment zo slim werden dat ze het schrift uitvonden. Dat ging van twee aannames uit: dat mensen steeds slimmer werden, een gedachte uit de evolutietheorie, maar is dat wel zo. En dat je iets gaat uitvinden voordat je er behoefte aan hebt.

Het zal wel andersom zijn gegaan. Toen de mensen behoeften kregen aan vastlegging bedachten ze aan de hand van behoeften en mogelijkheden wat bij ze pasten. Zo ging men tekens in steen krassen als het lang bewaard moest blijven als er steen omhanden was. Of in klei zoals in Mesopotamië omdat dat daar voorhanden was. En op papyrus rond Egypte van het papyrusriet van de oevers van de Nijl.

Tegenwoordig gebeurt dat ook nog zo. Zo is er is in onze tijd een taal en een schrift bedacht, die bij computers paste.

Vastleggen heeft een voor en een nadeel. Bij schriftelijke overdracht kun je de tekst in ‘een laatje’ leggen, zodat het in de vergetelheid raakt. In de tijd dat mondelinge overdracht de gewoonte was werden de teksten beter eigen gemaakt. Het schrift heeft dus ook een nadeel.

Van de Griekse wijsgeer Plato is bekend dat zijn leerlingen moesten onthouden wat hij had gezegd, ze mochten het niet opschrijven. Nog heden ten dage wordt door mensen, die in kleine groepen leven, afgescheiden van het grote wereldgebeuren, alles mondeling doorverteld. Voorbeelden zijn enkele volken in de binnenlanden van Afrika, Papoea Nieuw Guinea en het Amazone gebied in Zuid Amerika.

Zij hebben een praatcultuur. Eindeloos vertelt men elkaar over vroeger, waar wat te vinden is, hoe je kunt jagen, hoe je gewassen kunt verbouwen en hoe je kunt genezen van ziekten. Wat de één is vergeten, kan de ander weer aanvullen. Betrouwbaarheid van informatie is van levensbelang. Iets erbij fantaseren kan grote ongelukken veroorzaken. Daarom is het goed om elkaar te corrigeren. Men kan dan ook lang doorvertellen zonder dat de inhoud verloren gaat.

Toen grotere groepen mensen bij elkaar gingen leven, kwam er behoefte aan permanente vastlegging. Zo ontstond het abstracte spijkerschrift in Mesopotamië en de hiëroglyfen als beeldschrift in Egypte. Het Hebreeuwse schrift zowel het (minder bekende) oude als het tegenwoordig bekende Hebreeuwse schrift is een tussenvorm.

De letters in het Nederlands hebben geen betekenis, daardoor missen wij heel wat mogelijkheden om je uit te drukken in vergelijking met het Hebreeuws.

De schrijvers

Je zou kunnen denken dat de boeken van de Bijbel zijn ontstaan zoals in onze tijd een roman. Een schrijver gaat ervoor zitten, hij werkt hard, het boek wordt een succes en de schrijver ontvangt alle lof voor zijn boek.

Zo is het niet gegaan bij de boeken van de Bijbel. Soms ging het zoals bij ons een wet wordt gemaakt. De ambtenaren, die het document hebben gemaakt worden niet genoemd, alleen de verantwoordelijke minister.

Een enkele keer lezen we in de Bijbel dat God opdracht geeft om boodschappen vast te leggen. De tien geboden moest Mozes beitelen in stenen platen. Ze werden daarna ook vastgelegd met allerlei andere geboden in de boeken Exodus en Deuteronomium. De openbaringen van Jezus aan Johannes moest hij vastleggen.

Meestal hebben schrijvers, weliswaar gedrongen of daartoe geïnspireerd woorden uitgesproken. En die zijn later opgeschreven. Een enkele is bij de officiële verzameling gekomen. In de Bijbel dus.

Opvallend is hier het initiatief van de evangelisten. Zij gingen die indrukwekkende gebeurtenissen opschrijven. Je zou je kunnen afvragen waarom Jezus het niet zelf had geregeld. Zoiets als: “Matteüs, als ik er niet meer ben, maak jij dan het verslag”?

Bij nader inzien, als Matteüs het verslag direct had gemaakt, dan hadden we er zeker minder aan gehad. De evangelisten hebben er nu lang over nagedacht. Misschien dat de details wat minder nauwkeurig zijn, maar de impact van het gebeuren konden ze later beter begrijpen. En toen die eerste drie evangeliën klaar waren, was er nog de apostel Johannes, die daarna nog zijn evangelie ging schrijven. En jawel hoor, zijn evangelie is nog een slag dieper.

De inspiratie van de Heilige Geest is belangrijk, de inspirator op de achtergrond. Het meest direct bij de profeten boeken. En misschien wat minder direct bij die prachtige boeken uit de wereldliteratuur van die dagen zoals het boek Job en de boekjes Ruth en Esther. Spreuken, Prediker en Hooglied zitten daar misschien wat tussenin.

De schrijvers van de boeken van het Nieuwe Testament zullen wel niet hebben vermoed, dat hun boeken en brieven aan de boeken van wat men in die tijd de Tenach noemde zouden worden toegevoegd. En dat ze nu over de hele wereld worden gelezen. Ze zouden over die eer zeer verbaasd zijn.

Hoe ontwikkelde zich de bibliotheek

Voor de eerste vijf boeken van de Bijbel is Mozes verantwoordelijk. Het tweede tot en met het vijfde boek gaat het over de tijd die Mozes zelf meemaakte.

Het eerste boek, het boek Genesis geeft ook de gebeurtenissen aan, die aan die tijd vooraf gingen. Het allereerste begin van de mensheid, Genesis 1-11, en daarna de meer recente geschiedenissen van de aartsvaders Abraham, Isaak en Jacob, hoewel dan al meer dan 400 jaar geleden. Dat zijn de hoofdstukken 12 tot en met hoofdstuk 51. De verhalen zijn mooi om te lezen. Maar ze hebben ook nog een diepere betekenis. Die levens blijken namelijk ook beelden te zijn voor gebeurtenissen later in de geschiedenis.

Mozes zal, denk ik, gebruik hebben gemaakt van in die tijd bekende verhalen, die mondeling werden doorgegeven of ook al schriftelijk waren vastgelegd. We weten dit niet. Ik denk dat de inspiratie van Heilige Geest Mozes heeft geholpen om leemtes op te vullen en om te selecteren in het materiaal. Hij heeft geen poging gedaan om de inhoud van goede verhalen met elkaar kloppend te maken. Zoals de scheppingsverhalen van Genesis 1 en 2. Dit zijn twee verschillende verhalen, maar toch heeft Mozes, omdat ze blijkbaar allebei goed waren, beide opgenomen. Een mooi voorbeeld van een kwetsbare opstelling.

Duidelijk is dat Mozes heeft geselecteerd op nuttigheid voor het geloof. Er zijn dus geen verhalen opgenomen, die leuk zijn om te weten. Mozes heeft geen moeite gedaan om naar moderne westerse maatstaven de geschiedenis van de aarde en de mensheid op te schrijven. Er werd opgeschreven wat nodig was om te weten om verstandig te kunnen leven. Daar hoorde soms ook een stukje geschiedenis bij.

De mensen in onze tijd willen graag weten hoe bepaalde ontwikkelingen op de aarde zijn gegaan. Prima hoor. Maar daar zijn de boeken van de Bijbel niet voor geschreven.

Na Mozes bestond de “Bijbel” nog slechts uit vijf boeken. Eventuele toevoegingen waren niet in beeld. Er waren trouwens ook maar enkele exemplaren van die boeken voor het hele volk. Zie Leviticus <>

Wij weten nu dat waarschijnlijk al in de tijd van Mozes of voor die tijd het boek Job is ontstaan. Dit boek zou ook bij de Bijbel gaan horen maar het zou best wel eens een boek kunnen zijn dat Mozes het boek niet kende.

Een klein stukje van de boeken van Mozes stond in stenen platen gegraveerd, namelijk die woorden van de tien geboden. Die platen lagen in het heiligdom. De totale tekst zal op kleitabletten zijn gegraveerd of op papyrus zijn geschreven.

Lange tijd later zijn de boeken met de geschiedenissen van het volk Israël geschreven zoals Jozua, Richteren, Samuel, Koningen en Kronieken. En wellicht nog weer later de geschiedenis boeken Ezra en Nehemia. De profeten hebben ook boeken nagelaten. Deze zijn op gegeven moment ook opgenomen.

Tenslotte was er de tijd van de komst van Jezus Christus hier op aarde als zoon van de mensen en daarna het ontstaan van de gemeente. Dat was een zeer indrukwekkende periode in de wereld op geestelijk vlak. Het leven van Jezus hier op aarde had een enorme impact op een grote groep mensen. Maar de vier evangeliën van Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes werden pas zoals men nu denkt dertig tot zestig jaar na de opstanding van Jezus geschreven.

Het lijkt opmerkelijk dat zoveel jaar na dato de geschiedenis werd opgeschreven. Maar dat is niet zo vreemd. Zo verschijnen er nog steeds nieuwe boeken waarin gebeurtenissen van de indrukwekkende periode van de Tweede Wereldoorlog zijn beschreven. Inmiddels is dat ook meer dan 75 jaar geleden.

Het selectie proces, de Canonisatie)

Er waren steeds veel boeken en geschriften. Er is in de loop van de eeuwen steeds streng geselecteerd. Op gegeven moment is er een eindselectie gedaan.

De eindselectie van het Oude Testament hebben Joodse geleerden gedaan, de Masoreten. Het is ons niet bekend wat de criteria waren voor de selectie. Misschien voor ieder soort geschrift een andere selectie.

Als je het resultaat beziet zou je kunnen zeggen dat in het algemeen het zo moest zijn dat men vond dat Gods stem er in doorklonk.
Bij de geschiedenisboeken specifiek: de betrouwbaarheid, volgt de tekst nauwgezet de geschiedenis, en ook de evenwichtigheid, komen zwakke en onvoordelige kanten ook aan de orde.
Bij de literaire werken: was het topkwaliteit en was het nuttig voor het leven.

Het Oude Testament zoals we dat nu kennen lijkt trouwens al behoorlijk overeen te komen met de boeken, die door Ezra en Nehemia zijn geselecteerd, nadat ze vanuit de ballingschap in Israël zijn teruggekeerd. Ezra en Nehemia waren toegewijde mannen. Na hen stond de Bijbel grotendeels vast. Jezus citeert ook bijna alle boeken uit het huidige Oude Testament.

De selectie noemden de joden de Tenach. Dat is een acroniem. De T staat voor Torah, in het Nederlands onderwijzing, de vijf boeken van Mozes, de N staat voor Nebeïm (Profeten) en is een verzameling van boeken van profeten, de Ch staat voor Chetoebim dat Geschriften betekent en dat is een verzameling van allerlei geschriften.

De kerk heeft het selectieproces gedaan van de geschriften van het Nieuwe Testament. In het midden van de 2de eeuw was er in de kerk al overeenstemming over het bijzondere gezag van 20 van de 27 boeken. Kerkvader Athanasius schreef in zijn Paasbrief in 367 na Christus over de 27 boeken, die hij als gezaghebbend zag. Die lijst is daarna niet meer veranderd. Er is wel over zeven boeken van die lijst met name de boeken Hebreeën en Openbaringen nog lange tijd discussie geweest . Een belangrijk criterium, die de kerk aanhield was of de schrijver een ooggetuige was.

Voor het Oude Testament heeft de kerk de selectie van de Joodse Masoreten overgenomen. Alleen hanteerde men een andere volgorde van de boeken. <waar kwam die vandaan?>. Dat men de keus van de Masoreten zomaar heeft overgenomen zou wel kunnen zijn omdat men in de kerk het Oude Testament niet belangrijk vond.

Op de benaming ‘Oude’ en ‘Nieuwe Testament’ is wel wat af te dingen. De brief aan de Hebreeën zegt het al: “als er een testament is, dan moet er ook iemand zijn doodgegaan”. Nou, de boeken zijn toch vooral van onze God en die is niet doodgegaan. In plaats van testament zou je verbond kunnen noemen. En in plaats van oud en nieuw zou je eerste en tweede kunnen noemen. Of het ‘Nieuwe” het “Vernieuwde” kunnen heten. Je zou ook kunnen zeggen: het Hebreeuwse deel van de Bijbel en het Griekse deel van de Bijbel.

Het is maar goed dat het selectie proces door mensen is gedaan in een tijd van geestelijk bloei en niet in een geestelijk tijd van geestelijke armoede. Voor het selecteren van boeken voor een Bijbel is diep geestelijk inzicht nodig.

Als mensen met minder inzicht dit hadden gedaan, dan waren er belangrijke boeken er niet ingekomen vrees ik. Misschien de maatschappij kritische boeken niet zoals een aantal profeten boeken. Andere profetische boeken, die men niet zou kunnen begrijpen. Of Ezechiël niet of Zacharia niet, die gezichten bevatten over de eindtijd.

In de Bijbel wordt ook verwezen naar boeken die niet in de Bijbel zijn opgenomen. Het lied van Henoch in de brief van Judas is zo’n voorbeeld. Zo is te merken dat er niet zo’n strakke scheidslijn is tussen de canonieke en de apocriefe boeken is.

Het selectieproces noemt men de canonisatie. De boeken, die de selectie doorkwamen worden de canonieke boeken genoemd. Canon betekent maatstaf. Zij zijn de norm. Een aantal boeken, die afvielen noemt men de apocriefe boeken of deuterocanonieke boeken.

Hoe komen we aan de naam Bijbel

De naam Bijbel komt van oorsprong van een stad in het tegenwoordige Libanon, die de Grieken Byblos noemden.

De Grieken noemden deze stad Byblos, maar de mensen in deze stad zelf noemden de stad Gubla. Die stad komt ook in de Bijbel voor onder de naam גבל, in de NBV is dat met de naam met Gebal vertaald. In Psalm 83:8 en 1 Koningen 5:32. (bijgestaan door vaklui uit Gebal maakten bouwlieden van Salomo en Chiram de balken en stenen pasklaar voor de bouw van de tempel). Ezechiël 29:7 de oudsten en wijzen van Gebal voeren als timmerlui mee. In de laatste twee verzen wordt voornamelijk gesproken over de vaklui.

De Grieken importeerden uit die stad bublos, dat is bast, die als grondstof voor papyrus wordt gebruikt. Inderdaad waar de mensen teksten op gaan schrijven. Byblos oftewel Gubla was de op- en omslagplaats voor deze bast.

Biblion is het verkleinwoord van het woord bublos. Biblia is dan weer het meervoud van dit woord. Biblia zijn dus stukjes papyrus waar de teksten op zijn geschreven. Het Latijn spreek ook van biblia. In het Frans werd het het woord bible.

Hoe ging dat in Nederland? Toen men in de 15de, 16de en 17de eeuw ging vertalen gebruikte men verschillende namen op het schutblad.

NaamVertalingen:
1BibelDelftse van 1477
Vorsterman van 1528/1531
Bieskens van 1560.
2BybelLiesvelt van 1542
Leuvense van 1548.
3BibliaDeux-Aes van 1562
Statenvertaling van 1637
Lutherse vertaling van 1648.

De omvang van de Bijbel

Het geheel van de Bijbel is nogal omvangrijk. Hieronder cijfers over het aantal woorden, die de verzamelingen boeken van het Oude Testament (OT) en Nieuwe Testament (NT) en de apocrieve boeken bevatten.

Enkele kerncijfers
KerncijferOTNTapocriefTotaal
Totaal aantal woorden593.364176.957146.943  917.264
Verschillende woorden15.8597.9329.409  21.554
Boeken392716   82
Hoofdstukken928260182  1370
Verzen23.2157.9606.060  37.236

Het NT is qua aantal woorden bijna 23% van het totaal aantal woorden van de Bijbel. Het OT is dus meer dan drie keer zo groot als het NT.

Een vergelijking van de aantallen van de Bijbel met de Koran, die in de 7de eeuw na Christus is ontstaan, ook interessant. De Koran is met de Bijbel vergeleken een dun boek. In totaal bevat de Koran 114 soera’s, bestaande uit 6226 aya’s. De aya’s zijn vergelijkbaar met de verzen in de Bijbel. De Bijbel bevat bijna 5x zoveel verzen als de koran.  De koran heeft 20% minder verzen als het Nieuwe Testament.

De Koran bevat allerlei namen en verhalen die ook in het Oude Testament voorkomen. Inhoudelijk zijn er grote afwijkingen. Zo wordt Jezus in de Koran Isa genoemd en is hij een profeet.

De originele tekst hebben we niet meer.

Als mijn Bijbel een vertaling is, wat is dan het originele boek? Dat is een heel verhaal. Er zijn alleen kopieën van originele teksten. En wat wij hebben zijn kopieën van teksten, die op zich al weer kopieën waren.

Alle oude stukken en stukjes tekst is men gaan verzamelen. Teksten van zelfde delen van de boeken van de Bijbel bleken grotendeels overeen te komen, maar soms zijn er kleine verschillen. Hoe ouder de gevonden tekst des te meer zal die het origineel benaderen is de verwachting.

Alle stukken en stukjes bij elkaar is een hele verzameling geworden. En als er weer een oud stukje tekst wordt ontdekt dan krijgt die tekst ook een plaats in de verzameling.

Van al die stukken en stukjes tekst hebben sommige instituten één compleet origineel gemaakt wat zo dicht mogelijk moet komen bij de originele tekst. Zij hebben bij verschillen in de tekst een afweging gemaakt. Wat is het meest aannemelijk wat de tekst origineel is geweest?

De NBV heeft voor het Hebreeuwse deel versie 1997 van de Biblia Hebraica Stuttgartensia” van het instituut Deutsche Bibelgesellschaft in Stuttgart gebruikt en voor het Griekse deel van de Bijbel versie 2001 van het “Novum Testamentum Graece” van het Institut für neutestamentliche Textforschung. Deze informatie staat in het hoofdstuk ‘Verantwoording’ achter in de NBV vertaling. Het standpunt is dat de tekst van deze instituten nu wel heel dicht moeten staan bij de tekst van originele boeken zoals de schrijvers ze hebben opgetekend.

De originele tekst is niet de enige basis voor een vertaling. Vertalers kijken ook naar keuzen, die andere vertalers hebben gemaakt. De NBV kijkt bijvoorbeeld ook naar de Septuaginta en de Pesjitta vertaling.

De Septuaginta is een vertaling van de boeken van de Tenach van het Hebreeuws naar het Grieks. Men is met dat vertalen in de jaren tussen 300 tot 200 jaar voor Christus bezig geweest. Voor ons is het  interessant om te bekijken hoe men de toenmalige tekst van het Hebreeuws in het Grieks heeft vertaald. De schrijvers van het Nieuwe Testament hanteren meestal deze vertaling als ze het Oude Testament citeren. In de Blue Letter Bible kun je ook de tekst van de Septuaginta lezen.

De Pesjitta is een vertaling van de Bijbel in de Aramese taal. Het Oude Testament is door joodse en joods christelijke geleerden in de eerste twee eeuwen vertaald uit het Hebreeuws. Het Nieuwe Testament is door kerkvader Tatianus vertaald uit het Grieks. In de Syrische en Assyrische kerken in het Oosten is deze vertaling sinds deze tijden ook in gebruik. Door de kloof tussen de Oosterse en Westerse kerken was deze vertaling onbekend in het Westen. Ik las ergens “men wist in het Westen wel van deze vertaling, maar dacht dat het niet relevant was”. Je kunt een vertaling van de Aramese tekst in het Nederlands lezen op internet https://www.peshitta.nl/ 

De NBV vertaling heeft zoals gezegd gebruik gemaakt van de Septuaginta en de Pesjitta Bijbel. Dat heeft geleid tot enkele aanpassingen t.o.v. wat andere vertalingen als tekst hebben gekozen. Die hanteren alleen de zogenaamde Masoretische tekst. Ik geef als willekeurig voorbeeld de eerste vier verschillen voor het boek Jeremia. Voor mij zijn deze teksten van de NBV begrijpelijker en lijken meer passend dan de teksten van de SV, NBG en HSV.

Hier de vier teksten.
1) Jeremia 2:12. “Hemel, wees ontzet! Huiver, sidder en beef! – spreekt de HEER”. Het woord ‘beef’ komt uit de Pesjitta. De Masoretische tekst geeft een woord aan dat je zou kunnen vertalen met ‘verdroog’. De SV heeft met ‘wordt zeer woest’ vertaalt, de NBG “wordt ten diepste ontroerd”

2) Jeremia 9:4. “De een bedriegt de ander, de waarheid spreken ze niet. Hun tong is afgericht op liegen, ze kunnen niet anders meer. Onderdrukking volgt op onderdrukking, bedrog op bedrog”. De zinsnede “ze kunnen niet anders meer” komt uit de Septuaginta.  De SV: “zij maken zich moede met verkeerdelijk te handelen” en de NBG heeft “met draaierij matten zij zich af” op grond van de Masoretische tekst.

3) Jeremia 15:11. “HEER, ik heb voor hen toch tot u gebeden, voor hen gepleit in tijden van rampspoed en nood?” op basis van de Septuaginta.  SV: 11 De HEERE zeide: Zo niet uw overblijfsel ten goede zal zijn! zo Ik niet, in de tijd des kwaads en in tijd der benauwdheid, bij den vijand voor u tussenkome! NBG en HSV hebben een vergelijkbare vertaling conform de Masoretische tekst die aangeeft “De HEER zei “Ik zal u zeker bevrijden”.

4) Jeremia 15:13. ‘Jullie rijkdommen en schatten laat ik plunderen, dat is de prijs voor de zonden die je overal beging. Voorwaar, Ik zweer dat Ik tegen de vijand voor u ben opgekomen, in een tijd van onheil en in een tijd van benauwdheid! SV: Ik zal uw vermogen en uw schatten tot een roof geven, zonder prijs; en dat om al uw zonden, en in al uw landpalen. NBG en HSV hebben een vergelijkbare vertaling conform de Masoretische tekst die aangeeft “niet voor een prijs en om”.

De Bijbel en de moderne theologie.

Als je een boek van theologen leest merk je dat die veel aandacht besteedt aan wie het perkament of de papyrus heeft beschreven of de hamer en beitel heeft gehanteerd. Dat is een typische aanpak van onze hedendaagse cultuur. We willen het mannetje of het vrouwtje kennen dat iets heeft gemaakt.

Maar de boeken van de Bijbel zijn uit dienstbaarheid gemaakt. De schrijvers zijn blij als je de boodschap van hun boek ter harte neemt zodat je een beter leven krijgt. Het gaat hen er niet om of ze in het zonnetje komen te staan als geweldige schrijver. (Zo ook met deze site. Mocht u er iets aan hebben, dank God).

Ook staat zelden in de Bijbel wanneer de tekst precies is opgeschreven. De tekst geeft dikwijls heel precies aan wanneer een geschiedenis heeft plaats gevonden, in het zoveelste jaar van koning die-en-die bijvoorbeeld, maar wanneer de tekst is opgeschreven vond men niet belangrijk genoeg om vast te leggen.

Voor ons, die willen leven met de God van Israël, als discipelen van Jezus, is vooral de inhoud van de boeken belangrijk. En nog vooral wat wil de Heilige Geest mij duidelijk maken door de tekst van dit boek? En wat kan ik er mee in mijn leven?

Wie is hier de deskundige: de schrijver van het boek in de Bijbel of de theoloog?
De toon van sommige theologen is nogal eens uit de hoogte. Men schrijft over de tekst van de Bijbel alsof men het zelf beter weet. Dat is natuurlijk niet het geval. Wij hebben echt niet het niveau ‘om de schoenriem van de kleinste profeet uit de Bijbel te mogen vastmaken’. Een goede houding, vind ik, hebben de schrijvers van de Studiebijbel van het Oude en Nieuwe Testament. Een serie boeken om aan te schaffen als je meer in de boeken van de Bijbel wilt verdiepen. Je kunt trouwens ook een abonnement op hun site nemen.

Overschrijf fouten?
In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw werden theologische verhandelingen geschreven over de overschrijf fouten in de Bijbel. In mijn tiener tijd las ik een keer een artikel waarin werd becijferd dat er miljoenen fouten in de Bijbel zouden staan. Dan krijg je al gauw het idee: wat lees ik eigenlijk. Deze stroming heette de historisch kritische benadering. Zie verder het onderwerp Schriftkritiek in Wikipedia.

Maar juist in die zestiger jaren werden heel oude rollen van de Bijbel gevonden bij Qumran bij de Dode Zee in Israël. De leefgemeenschap van de Essenen hadden die daar destijds verborgen. De rollen waren wel duizend jaar ouder dan de steeds maar weer overgeschreven tekst. Spannend voor de wetenschap. In hoeverre zou die tekst afwijken van de ons beschikbare teksten? De “proof of the pudding”. En wat bleek? Er waren zeer weinig verschillen tussen wat we hadden aan tekst en deze oudere tekst. Dat hele idee van de wetenschap klopte niet. Mijn vertrouwen in hen had een flinke deuk opgelopen.

Verzonnen verhalen?
Zo’n beetje in diezelfde tijd ontstond het idee dat voor de wonderen in de Bijbel eenvoudige verklaringen waren. Zo kreeg ik dat op de basisschool destijds ook te horen. Toen het volk Israël door de Rode Zee ging kon dat omdat er juist toen een sterke wind was die het water wegblies. En als Mozes op een rots slaat en er komt water uit de rots, dan was daar ook een verklaring voor. Zie verder het onderwerp Amsterdamse school in Wikipedia.

Profetieën achteraf opgeschreven?
Sommige theologen beweren dat profetieën achteraf zijn opgeschreven. Als Jesaja spreekt dat het volk terug zal keren uit de ballingschap moet dat wel achteraf zijn opgeschreven, immers de profeet kon dat toch niet van tevoren weten?

Dat is een lachwekkende opvatting. Als je zo redeneert dan hebben de profeten die Jezus geboorte voorzagen ook pas geleefd na Jezus geboorte. En worden straks de profeten nog geboren, die over de eindtijd hebben geprofeteerd.

De Bijbel weerslag van een kundig bouwmeester

De Heere God is als iemand die al vanaf het begin bezig is met bouwen. Genesis 1 geeft een overzicht van de fundering en de begane grond van het gebouw. Maar daarna gaat het verder. Een nieuwe vleugel met de aartsvaders, Abraham Isaak en Jacob, een uitbreiding met het volk Israël, een andere vleugel van lofprijzing, aanbidding en wijsheid van David en Salomo. De profetieën van de grote en de kleine profeten.

En toen kwam er een nieuwe verdieping met Jezus. Israël en de volken in het nieuwe verbond. De Heere God gaat door met bouwen, dat kunnen we lezen bij de profeten, die spreken over de eindtijd. 

Ook de wetenschap laat die ontwikkeling zien. Bij de ontwikkeling van het heelal, de aarde en het leven op aarde. Er wordt door hen wel gezegd dat de mensen van de aap afstammen. Maar de aap stamt ook weer ergens van af en die ook weer ergens, tot we bij de meest elementaire vormen van leven komen. De Bijbel spreekt er over dat de mens van stof gemaakt is. Genesis 2:7. Stof is flink wat primitiever dan een aap.

Toen mij duidelijk werd hoe de grote kunstenaar Rembrandt werkte, zag ik voor me dat ook de Schepper op die manier werkt. Hij heeft een plan, het werkt dat uit, hij verbetert en corrigeert en na verloop van tijd heeft hij een aanvullende plan etc.

Naast het principe van de bouwmeester is er het principe van de verborgenheid. We kunnen niet goed in de toekomst kijken, het is lastig te voorspellen. Waarom? Ik zie twee redenen. Ten eerste houdt de Heere God ervan als wij gaan zoeken. Hij doet veel, maar van ons verwacht Hij ook inspanning. Van wat er bekend is, is nog maar een deel geopenbaard. Ten tweede omdat men in de hemel ook nog op nieuwe plannen van de Bouwmeester wacht.

Soms maakt God die plannen pas als er op aarde iets naars of iets moois gebeurt. Je leest het van Jezus diverse keren. “Van toen aan”, in het Grieks ἀπό τότε (apo tote), Strong nummers G575 en G5119 komt drie keer voor. Hier alle drie.
Matteüs 4:17: … begon Jezus zijn verkondiging in Galilea. [Dat was na het bericht dat Johannes de Doper was gevangen genomen]
Matteüs 16:21: … begon Jezus te vertellen dat hij naar Jeruzalem moest gaan en moest lijden. [Dat was na het gesprek dat zijn discipelen hem erkenden als de Messias]
Lukas 16:16. De Wet en de Profeten gaan tot aan Johannes: sindsdien wordt het ​koninkrijk van God​ verkondigd, en iedereen wordt met klem genodigd binnen te komen. [geeft het grote plaatje]  

Van dat proces van bouwen geeft de Bijbel een plaatje voor degenen, die er in zijn geïnteresseerd. De ontwikkeling van de geschiedenis. Maar voor wie geschiedenis heeft gestudeerd, die weet, dat de geschiedenis ook de toekomst voorspelt. Er is niet veel nieuws onder de zon.

Dank aan God

Dank aan God past voor al die mensen in ons voorgeslacht, die de woorden hebben opgeschreven, bewaard, overgeschreven en vertaald. Dikwijls met grote toewijding en zelfopoffering.  Soms met het eigen leven als de prijs, die ervoor betaald moest worden. Dank ook voor de mensen, die vertaalwerk doen en actief zijn bij de verspreiding.

Heer leer ons uw Woorden goed te verstaan.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.