Studie Isaak en Ismaël

Als je iets wil begrijpen van de situatie in het Midden Oosten moet je een paar teksten uit het boek Genesis uit de Bijbel kennen over Isaak en Ismaël en ook wat de Koran en andere islamitische geschriften over diezelfde geschiedenis schrijven.

Het is opmerkelijk dat ontwikkelingen, die in de Bijbel zijn beschreven in de vroege geschiedenis van Israël, zo’n 4000 jaar geleden, nog steeds actueel zijn. De moeite tussen Isaak en Ismaël ontstond in die tijd en die moeite is er nog steeds tussen hun nakomelingen.

De geciteerde teksten uit de Bijbel zijn van de NBV vertaling tenzij anders is aangegeven.

Inleiding

De geschiedenissen van Abraham, Isaak en Jacob en hun familie zijn meer dan interessante geschiedenissen.

De Bijbel geeft niet aan waarom ze zijn opgeschreven maar de citaten over hun leven in latere boeken laten verschillende doelen zien. Zo zijn ze enerzijds opgeschreven omdat ze inzicht geven in de mogelijke relaties tussen God en mensen. Zo God met Abraham, Isaak en Jacob omging zo zal op eenzelfde manier God met ons omgaan.

Soms zijn ze beelden voor latere gebeurtenissen. Zo is het bij zowel Saraï, en later ook bij Rebekka, de vrouw van Isaak en daarna bij Rachel, de vrouw van Jacob, een probleem om kinderen te krijgen. Bij Saraï was het zelfs onmogelijk dat ze kinderen kreeg. Dat lijkt een beeld voor Maria, die zoals beschreven in het evangelie van Lukas, ook op een onmogelijke manier zwanger werd,

De geschiedenis van Ismaël en Isaak hebben ook een diepere betekenis. Welke? Dat zullen we zien in deze studie.

Studievragen

Bij dit onderwerp zou je de volgende vragen kunnen stellen.

Wat zegt de Bijbel over de bestemming van God voor Abraham en Saraï?Heeft God hen kwalijk genomen dat Ismaël werd geboren?

Wat zegt de Bijbel over de bestemming van God voor Ismaël en Isaak?

Heeft het onderwerp Ismaël en Isaak relaties met andere onderwerpen?

Hebben de Nederlandse vertalingen de woorden rond het Ismaël en Isaak goed vertaald?

Wat zou de bedoeling van God zijn om de nakomelingen van Ismaël en Isaak en de mensheid in zijn geheel te leren?

Hebben de kerken en christelijke gemeenten het onderwijs van de Bijbel over dit onderwerp ter harte genomen?

Bij het hoofdstuk Lessen zijn de antwoorden op deze vragen te vinden.

Oude Testament

God geeft aan Abram en Saraï het vooruitzicht van een groot land en een groot nageslacht.

Genesis 13:14-16. En de HEERE zei tegen Abram, nadat Lot zich van hem afgescheiden had: Sla toch uw ogen op en kijk vanaf de plaats waar u bent, naar het noorden, het zuiden, het oosten en het westen. Want al het land dat u ziet, zal Ik voor eeuwig aan u en uw nageslacht geven. En Ik zal uw nageslacht maken als het stof van de aarde; als iemand het stof van de aarde zou kunnen tellen, dan zou ook uw nageslacht geteld kunnen worden.

Opmerking: de plaats was ergens op een plek waar te Jordaanvallei te zien was. Vanaf de heuvels waar Abram stond kon je tientallen kilometers ver kijken. De HEER kondigt aan dat Hij het land dat Abram ziet aan hem en zijn vele nakomelingen zal geven. Maar Abram had op dat moment geen nakomelingen.

Geboorte Ismaël

De HEER sprak met Abram over zijn nageslacht en dat hij een groot gebied zou krijgen rond de plaats waar hij als nomade rondtrok. Daarop neemt Saraï het initiatief dat zou leiden tot de geboorte van Ismaël.

Genesis 16:1-4a. Maar Sarai, de vrouw van Abram, had hem geen kinderen geschonken. Nu had zij een Egyptische slavin, van wie de naam Hagar was. Daarom zei Sarai tegen Abram: Zie toch, de HEERE heeft mijn baarmoeder gesloten, zodat ik geen kinderen kan krijgen. Kom toch bij mijn slavin; misschien zal ik uit haar nageslacht krijgen. En Abram luisterde naar de stem van Sarai. Toen nam Sarai, de vrouw van Abram, Hagar, de Egyptische, haar slavin, nadat Abram tien jaar in het land Kanaän gewoond had, en gaf haar aan Abram, haar man, als vrouw voor hem. Hij kwam bij Hagar en zij werd zwanger.

Opmerking: het was tien jaar nadat ze in het land Kanaän hadden gewoond. Dit soort draagmoederschap kwam in die tijd op deze manier wel vaker voor. Echter is was een voorbeeld van het niet wachten op God.

Genesis 16:4b-6. Toen zij nu zag dat zij zwanger geworden was, was haar meesteres in haar ogen verachtelijk. Toen zei Sarai tegen Abram: De verantwoordelijkheid voor het onrecht dat mij wordt aangedaan, ligt bij jou. Ik heb jou zelf mijn slavin in je schoot gegeven, maar nu zij ziet dat zij zwanger is geworden, ben ik in haar ogen verachtelijk. Laat de HEERE oordelen tussen mij en jou. En Abram zei tegen Sarai: Zie, jouw slavin is in jouw macht. Doe met haar wat goed is in jouw ogen. Toen vernederde Sarai haar, zodat zij bij haar wegvluchtte. [HSV]

Opmerking: de houding van Hagar verandert nadat ze zwanger is geworden. Saraï brengt de vraag naar voren wie schuldig is, zij of Abram. zodra Hagar zwanger is ontstaat er een conflict tussen Hagar en Sara.

Genesis 16: 7-11. De engel van de HEER trof haar in de woestijn aan bij een waterbron, de bron die aan de weg naar Sur ligt. ‘Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je heen?’ vroeg Hij. ‘Ik ben gevlucht voor Sarai, mijn meesteres,’ antwoordde ze. ‘Ga naar je meesteres terug,’ zei de engel van de HEER, ‘en wees haar weer gehoorzaam.’ En Hij vervolgde: ‘Ik zal je heel veel nakomelingen geven, zo veel dat ze niet te tellen zullen zijn. Je bent nu zwanger en je zult een zoon ter wereld brengen. Die moet je Ismaël noemen, want de HEER heeft gehoord hoe zwaar je het te verduren had.

Opmerking 1: de engel van de HEER zegt haar ook dat ze haar zoon Ismaël  moet noemen. In de naam zit het woord ‘sjama’ dat horen betekent en het woord ‘el’ dat verwijst naar God. God heeft gehoord. Namelijk hoe zwaar je het te verduren had. In het woord horen zit ook luisteren, gehoorzamen. Dat is ook de betekenis van het woord islam.

Opmerking 2: dit zijn de gegevens van de Bijbel

Hebreeuws
woord
Soort woordStrongOpmerkingen:
1יִשְׁמָעֵאל
yišmāʿē’l
EigennaamH3458Ismaël
Komt 48 keer voor in 44 verzen.
KJV: Ishmael (48x).

Opmerking 3: er komen in het Oude Testament wel vijf personen voor met de naam Ismaël. Zo’n 20 keer gaat het over Ismaël de zoon van Abraham, die teksten zijn hieronder allemaal geciteerd. Deze Ismaël komt ook voor in het Nieuwe Testament maar dan wordt zijn naam niet genoemd. Dan gaat het over hem als één van de zonen van Abraham. Zie Galaten 4:22 en 31.

Let op: de medeklinkers in de naam Ismaël zijn de J, de S, de M en de L. Dat zijn dezelfde letters in de woorden Islam en Moslim.

De engel spreekt ook uit wat voor iemand Ismaël zal zijn.
Genesis 16:12. Een wilde ezel van een mens zal hij zijn: hij schopt iedereen, iedereen schopt hem. Met al zijn verwanten zal hij in onmin leven.

Opmerking: een wilde ezel is niet een aangenaam dier om mee om te gaan. Wat de engel zegt klinkt als een soort vloek.

Genesis 16:13-14. Toen riep zij de HEER, die tot haar had gesproken, zo aan: ‘U bent een God van het zien. Want,’ zei ze, ‘heb ik hier niet Hem gezien die naar mij heeft omgezien?’ Daarom noemt men de bron daar Lachai-Roï; hij ligt tussen Kades en Bered.

Opmerking: de put Lachai-Roï is de punt van het levende zien.

Genesis 16:15-16. Hagar bracht een zoon ter wereld, en Abram noemde de zoon die zij hem gebaard had Ismaël. Abram was zesentachtig jaar toen Hagar hem Ismaël baarde.

Opmerking: Abram gaf de jongen de naam waarvan de engel aangaf aan aan Hagar die zij hem zo zou moeten noemen. Het is dus een naam met een boodschap van God.

Abraham, Sara, Ismaël en Isaak

In dit hoofdstuk is Abram dertien jaar ouder dan in Genesis 16:16. Volgens Genesis 17:1 is hij nu 99 jaar oud.

Genesis 17:5. U zult niet meer Abram heten, maar uw naam zal Abraham zijn, want Ik zal u vader van een menigte van volken maken.

Opmerking: de naamsveranderingen van Abram is een promotie. Ab is vader. Am is volk. Vader van een volk. Abram krijgt er de letter ‘Hé’ er bij, vader van vele volken. <<onderbouwing van de betekenis van de letter Hé nog opzoeken>>

Genesis 17:15-16. Verder zei God tegen Abraham: ‘Wat je vrouw Sarai betreft, voortaan moet je haar niet meer Sarai noemen maar Sara. Ik zal haar zegenen en jou bij haar een zoon geven. Ik zal haar zo rijk zegenen dat er volken uit haar zullen voortkomen en koningen van haar zullen afstammen.’

Opmerking: Saraï wordt Sara. Een ‘ie’ achter een woord in het Hebreeuws betekent ‘van mij’. Zo komt het ook in het Nederlands voor. Liefie, mijn lief. Saraï is niet meer ‘mijn Sara’, maar Sara. Het woord sara betekent zoiets als vorst. Sara niet meer de vorst van of voor Abram maar zelf een vorst. Emancipatie voor Sara dus. Ze werd gezien door de Schepper van hemel en aarde.

Genesis 17:17-19. Abraham boog zich diep neer, maar lachte en dacht: Hoe zou iemand van honderd nog een kind kunnen krijgen? En Sara, zou zij op haar negentigste nog een kind ter wereld kunnen brengen? En hij antwoordde God: ‘Al zou Ismaël maar onder uw bescherming mogen staan.’ Maar God zei: ‘Nee, je vrouw Sara zal je een zoon baren, die je Isaak moet noemen, en met hem zal Ik mijn verbond voortzetten. Het zal een eeuwigdurend verbond zijn, dat ook voor zijn nakomelingen zal gelden

Opmerking: Abraham zou het prima vinden als Ismaël de zoon zou zijn, die een groot volk zou worden. Maar dat waren niet Gods plannen. God wil een verbond aangaan met de zoon uit Abraham en Sara, zoals God al eerder hen had laten weten. In Gods ogen is de rol van Sara net zo belangrijk als de rol van Abraham.

Genesis 17:20. En wat Ismaël betreft, ik verhoor je: ik zal hem zegenen, hem vruchtbaar maken en hem veel, heel veel nakomelingen geven. Twaalf stamvorsten zal hij verwekken en er zal een groot volk uit hem voortkomen.

Opmerking: God kondigt opnieuw iets aan over Ismaël: hij krijgt veel nakomelingen en twaalf stamvorsten. In Genesis 25:13 worden ze genoemd. Ismaël is steeds eerder in de tijd. Hijzelf krijgt twaalf stamvorsten. Isaak, die dertien jaar later werd geboren krijgt twaalf kleinzonen, die stammen van het volk Israël zouden worden.

Toen kwamen drie mannen bij Abraham.
Genesis 18:9-15. Toen zeiden zij tegen hem: Waar is Sara, uw vrouw? Hij zei: Zie, zij is in de tent. En Hij zei: Ik zal over een jaar zeker bij u terugkomen; en zie, dan zal Sara, uw vrouw, een zoon hebben! Sara hoorde dat bij de ingang van de tent, die achter Hem was. Nu waren Abraham en Sara oud en op dagen gekomen; het ging Sara niet meer naar de wijze van de vrouwen. Daarom lachte Sara in zichzelf: Zal ik nog liefdesgenot hebben, nu ik oud geworden ben en ook mijn heer oud is?
En de HEERE zei tegen Abraham: Waarom heeft Sara toch gelachen en gezegd: Zou ik ook werkelijk baren, nu ik oud geworden ben? Zou er iets voor de HEERE te wonderlijk zijn? Op de vastgestelde tijd, over een jaar, zal Ik bij u terugkomen, en Sara zal een zoon hebben! Maar Sara ontkende het en zei: Ik heb niet gelachen; want zij was bevreesd. Maar Hij zei: Nee, u hebt wél gelachen. [HSV]

Isaak en Ismaël

In Genesis 21 wordt Isaak geboren. Hij wordt een aantal keer in het Oude Testament genoemd.

Hebreeuws
woord
Soort woordStrongOpmerkingen:
1יִצְחָק
yiṣḥāq
EigennaamH6726Isaak
Komt 108 keer voor in 101 verzen.
KJV: Isaac (108x).

De Hebreeuwse naam is Jitschak zoals in de naam Jitschak Rabin een voormalige president van Israël.

Genesis 21:1-7. De HEER zag om naar Sara zoals Hij had beloofd, Hij gaf haar wat Hij had toegezegd: Sara werd zwanger en baarde Abraham op zijn oude dag een zoon, op de vastgestelde tijd, die God hem had genoemd. Abraham noemde de zoon die hij gekregen had en die Sara hem gebaard had, Isaak, en hij besneed Isaak toen deze acht dagen oud was, zoals God hem had opgedragen. Abraham was honderd jaar toen zijn zoon Isaak werd geboren. ‘God maakt dat ik kan lachen,’ zei Sara, ‘en iedereen die dit hoort zal met mij mee lachen. Wie had Abraham durven voorspellen dat ik ooit een kind de borst zou geven? En toch heb ik hem op zijn oude dag nog een zoon gebaard!’

De naam Isaak komt van het Hebreeuwse werkwoord ’tsahaq’ dat lachen betekent. De naam verwees naar de gebeurtenis dat zowel Abram als Saraï hadden gelachen toen de engel de geboorte van een zoon aankondigde. Uiteindelijk kon Sara lachen van blijdschap.

Opmerking: in het woord Isaak zit het woord lachen. <<>>. Destijds had Sara schamper gelachen maar nu lachte ze van blijdschap.

Genesis 21:8-13. Het kind groeide voorspoedig op, en toen de dag gekomen was dat het van de borst werd genomen, gaf Abraham een groot feest. Sara zag dat de zoon die Abraham bij Hagar, haar Egyptische slavin, had gekregen, spottend lachte. Daarom zei ze tegen Abraham: ‘Jaag die slavin en haar zoon weg, want ik wil niet dat de zoon van die slavin straks deelt in de erfenis die mijn zoon Isaak krijgt.’ Dit voorstel beviel Abraham allerminst; het ging immers om zijn eigen zoon. Maar God zei tegen hem: ‘Je hoeft je niet bezwaard te voelen vanwege de jongen of je slavin. Alles wat Sara je vraagt moet je doen, want alleen de nakomelingen van Isaak zullen gelden als jouw nageslacht. Maar ook uit de zoon van je slavin zal Ik een volk doen voortkomen, omdat ook hij een kind van je is.’

Opmerking: ook hier komt het woord lachen weer voor. Nu een spottende lachen van Ismaël. Dat wordt de aanleiding van zijn wegzenden.

Genesis 21:14-19. De volgende morgen vroeg nam Abraham brood en een zak water, legde die op Hagars schouder, gaf haar ook het kind mee en stuurde haar weg. Ze trok de woestijn van Berseba in en doolde daar rond. Toen het water uit de zak op was, liet ze haar kind onder een struik achter. Zelf ging ze een eindje verderop zitten, op een boogschot afstand, omdat ze niet kon aanzien hoe haar kind stierf. En terwijl ze daar zo zat, huilde ze bittere tranen. Maar God hoorde de jongen kermen, en de engel van God riep Hagar vanuit de hemel toe: ‘Wat is er, Hagar? Wees gerust: God heeft je jongen, die daar ligt te kermen, gehoord. Sta op, help de jongen overeind en ondersteun hem. Ik zal een groot volk uit hem doen voortkomen.’ Toen opende God haar de ogen en zag ze een waterput. Ze liep ernaartoe, vulde de waterzak en gaf de jongen te drinken.

Opmerking: het is de tweede keer dat God Hagar en Ismaël redt.

Genesis 21:20-21. God beschermde de jongen, zodat hij voorspoedig opgroeide. Hij leefde als boogschutter in de woestijn. Hij ging in de woestijn van Paran wonen, en zijn moeder koos een Egyptische vrouw voor hem uit.

Opmerking 1: dat boogschutter zijn is nog steeds een gewoonte van de Arabische volken. Het volk Israël bestoken met raketten als pijlen. Opmerking 2: Paran is het schiereiland Sinaï. Destijds wellicht wat vruchtbaarder dan nu.

De begrafenis van Abraham.
Genesis 25:9. Zijn zonen Isaak en Ismaël begroeven hem in de grot van Machpela.

Opmerking: hier komen ze samen, de beide halfbroers.

Genesis 25:12-18. Dit zijn de nakomelingen van Ismaël, de zoon die Hagar, de Egyptische slavin van Sara, aan Abraham had gebaard. Hier volgen de namen van de zonen van Ismaël, in volgorde van geboorte: Nebajot, zijn eerstgeborene, Kedar, Adbeël, Mibsam, Misma, Duma, Massa, Chadad, Tema, Jetur, Nafis en Kedema. Dit waren de zonen van Ismaël, dit waren hun namen – twaalf stamvorsten, elk met hun eigen nederzetting en hun eigen tentenkamp. Ismaël leefde honderdzevenendertig jaar. Toen blies hij de laatste adem uit en werd hij verenigd met zijn voorouders. Zijn nakomelingen woonden in een gebied dat zich uitstrekte van Chawila tot Sur, dat ten oosten van Egypte ligt, in de richting van Assur. Ze vestigden zich in de buurt van hun verwanten en leefden in onmin met hen.

In Genesis 28:9 en 36:3 staat dat Ezau, de eerste zoon van Isaak, trouwde met een dochter van Ismaël. Ze wordt met twee verschillende namen genoemd. Mij onbekend waarom dat is.

Tenslotte gaat het voor het laatst over Ismaël in deze tekst over de stamboom van Abraham.
1 Kronieken 1:28-31. Zonen van Abraham: Isaak en Ismaël. Dit zijn hun nakomelingen: Nebajot, Ismaëls eerstgeborene, Kedar, Adbeël, Mibsam, Misma, Duma, Massa, Chadad, Tema, Jetur, Nafis en Kedema. Dit waren de zonen van Ismaël.

Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament verwijst soms naar teksten in het Oude Testament. De naam Ismaël komt in het Nieuwe Testament niet voor. De naam van Isaak komt zowel in het Oude als Nieuwe Testament voor.

Grieks
woord
Soort woordStrongOpmerkingen:
1Ἰσαάκ
isaak
EigennaamG2464Isaak
Komt 20 keer voor in 18 verzen.
KJV: Isaac (20x).

Hieronder alle teksten waarin de naam Isaak voorkomt.

Matteüs 1:2. Abraham verwekte IsaakIsaak verwekte Jakob, Jakob verwekte Juda en zijn broers,

Matteüs 8:11. Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen bij het feestmaal in het koninkrijk van de hemel, maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.’ 

Matteüs 22:32. “Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.” Hij is geen God van doden, maar van levenden.’

Marcus 12:26. Wat betreft de opwekking van de doden, hebt u in het boek van Mozes in het gedeelte over de doornstruik niet gelezen dat God tegen hem zei: “Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob”?

Lucas 3:34. …. de zoon van Jakob, de zoon van Isaak, de zoon van Abraham, de zoon van Terach, de zoon van Nachor,

Lucas 13:28. Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten in het koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten wordt.

Lucas 20:37. Dat de doden opgewekt worden, dat heeft ook Mozes al duidelijk gemaakt in het verhaal over de doornstruik, waar hij spreekt over de Heer als de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.

Handelingen 3:13. Dit kon gebeuren omdat de God van Abraham, Isaak en Jakob, de God van onze voorouders, aan Jezus, zijn dienaar, de hoogste eer heeft bewezen. Het is deze Jezus die door u is uitgeleverd en verstoten, ook toen Pilatus bereid was Hem vrij te laten.

Handelingen 7:8. God sloot met Abraham het verbond van de besnijdenis, en daarom besneed Abraham zijn zoon Isaak, acht dagen na diens geboorte, en Isaak deed hetzelfde met Jakob, en Jakob met de twaalf stamvaders.

Handelingen 7:32. “Ik ben de God van je voorouders, de God van Abraham, Isaak en Jakob.” Bevend van schrik wendde Mozes zijn blik af.

Galaten 4:21-23. Vertelt u eens, u wilt aan de wet onderworpen zijn, maar luistert u wel naar de wet? Er staat immers geschreven dat Abraham twee zonen had: één van zijn slavin en één van zijn vrijgeboren vrouw. De zoon van de slavin werd geboren volgens de loop van de natuur, maar die van de vrijgeboren vrouw dankte zijn geboorte aan de belofte.

Opmerking: Isaak werd geboren omdat God het had aangekondigd. Dat hij werd geboren is een wonder. Ismaël werd op een natuurlijke wijze geboren.

Galaten 4:24-27. Dit heeft een diepere betekenis: de vrouwen staan voor twee verbonden. Het ene is het verbond van de Sinai in Arabië, dat slaven baart – dat is Hagar. Als beeld van dat verbond staat Hagar voor het huidige Jeruzalem, dat met haar kinderen in slavernij leeft. Maar het hemelse Jeruzalem is vrij, en dat is onze moeder, want er staat geschreven: ‘Wees verheugd, onvruchtbare vrouw, jij die niet baart. Jubel en juich, jij die geen weeën kent. Want de kinderen van de eenzame vrouw zullen talrijker zijn dan die van de gehuwde.’

Opmerking: hier spreekt Paulus zelfs van kinderen van een vrouw die niet heeft gebaard. Het zijn dus geestelijke kinderen.

Galaten 4:28-31. En u, broeders en zusters, bent net als Isaak kinderen van de belofte. Maar zoals destijds de zoon die krachtens de natuur geboren werd de zoon vervolgde die krachtens de Geest geboren werd, zo worden nu ook wij vervolgd. Maar wat zegt de Schrift? ‘Jaag de slavin en haar zoon weg, want de zoon van de slavin mag niet met de zoon van de vrijgeboren vrouw delen in de erfenis.’ Kortom, broeders en zusters, wij zijn geen kinderen van de slavin, maar van de vrijgeboren vrouw.

Opmerking: de mensen uit Galatië waren oorspronkelijk van een Keltische stam en spraken in die tijd ook nog Keltisch (bron Wikipedia). Maar omdat ze volgelingen van Jezus werden zijn ze ook kinderen van de aankondiging.

Romeinen 9:1-5. Omdat ik één ben met Christus spreek ik de waarheid, en mijn geweten, geleid door de heilige Geest, is mijn getuige dat ik niet lieg: ik ben diepbedroefd en word voortdurend door verdriet gekweld. Bijna zou ik bidden zelf vervloekt te worden en van Christus gescheiden te zijn, omwille van mijn volksgenoten, de broeders en zusters met wie ik mijn afkomst deel. Dat zijn de Israëlieten, die God als zijn kinderen heeft aangenomen en aan wie Hij zijn nabijheid, de verbonden, de wet, de tempeldienst en de beloften heeft geschonken. Het is het volk dat van de aartsvaders afstamt en waaruit Christus is voortgekomen – Hij die God is, boven alles verheven, zij geprezen tot in eeuwigheid. Amen.

Opmerking: in dit gedeelte gaat het om aankondigingen van God in het algemeen. Dat doet God soms, van die aankondigingen, voor die zaken die niet kunnen. Denk ook aan de engel Gabriël aan Maria dat ze een zoon van de Heilige Geest zal krijgen.

Romeinen 9:6-9. Ik zeg dit niet alsof het Woord van God vervallen is, want niet allen die uit Israël voortgekomen zijn, zijn Israël. Ook niet omdat zij Abrahams nageslacht zijn, zijn zij allen kinderen. Maar: Alleen dat van Izak zal uw nageslacht genoemd worden. Dat is: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen van God, maar de kinderen van de belofte worden als nageslacht gerekend. Want dit is het woord van de belofte: Rond deze tijd zal Ik komen, en dan zal Sara een zoon hebben. [HSV]

Hebreeën 11:9. Door zijn geloof trok hij naar het land dat hem beloofd was maar hem nog niet toebehoorde. Samen met Isaak en Jakob, mede-erfgenamen van de belofte, woonde hij daar in tenten.

Hebreeën 11:17-18. Door zijn geloof kon Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, Isaak als offer opdragen. Hij die de beloften had ontvangen, was bereid zijn enige zoon te offeren. Terwijl er tegen hem gezegd was: ‘Alleen door Isaak zul je nageslacht krijgen,’

Hebreeën 11:20. Door zijn geloof zegende Isaak Jakob en Esau, ook met het oog op de toekomst.

Jakobus 2:21. Werd onze voorvader Abraham niet rechtvaardig verklaard om wat hij deed toen hij zijn zoon Isaak op het altaar wilde offeren?

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Isaak is onderdeel van de stamboom van Jezus. Matteüs 1:2, Lucas 3:34.

In de toekomst zullen Abraham, Isaak en Jacob onderdeel zijn van het koninkrijk van de hemel. Matteüs 8:11. Ze zullen te zien zijn door mensen die er niet bij zullen horen. Lucas 13:28

God is een god van levende Abraham, Isaak en Jacob. Matteüs 22:32, Marcus 12:26. Ze zullen in ieder geval worden opgewekt. Lucas 20:37.

God is de god van Abraham, Isaak en Jacob. Handelingen 3:13 en 7:32.

Als onderdeel van het verbond met God is Isaak besneden en zelf besneed hij zijn zonen. Handelingen 7:8.

Isaak is een kind dat door God speciaal is aangekondigd. De kinderen van Isaak zullen Gods nageslacht worden genoemd. Romeinen 9:6-9.

Abraham ging op aangeven van de HEER naar een land dat hem was beloofd maar hem nog niet toebehoorde. Samen met Isaak en Jacob. Hebreeën 11:9.

De zegen van Isaak was een daad van geloof. Hebreeën 11:17, 18 en 20

Abraham was toen hij op de proef werd gesteld gehoorzaam door op bevel van God zijn zoon te willen offeren. Jakobus 2:21.

Bronnen van de moslims

En dan nu vanuit de bronnen van de moslims. Geciteerd uit Engelse versie van Wikipedia. Abram wordt hier Ibrahim genoemd. Men ziet Ibrahim als een profeet.

Volgens de moslims is Ismaël de voorvader van Mohammed. Ismaël is ook de aartsvader van de Noordelijke Arabische stammen. De zonen van Ishmaël moesten bij het geloof van hun voorvaderen Ibrahim, Ishmaël en Isaac blijven.

De koran stelt dat Ibrahim, samen met zijn zoon Ishmaël, de fundamenten legde van een huis [Koran 2:127] dat door de meeste commentatoren wordt geïdentificeerd als de Ka’aba. De Ka’aba is het centrale heiligdom van de islam en het staat in de Grote Moskee in het bedevaartsoord Mekka

Allah had Ibrahim de exacte locatie laten zien, heel dicht bij de bron van Zamzam, waar Ibrahim en Ismaël begonnen te werken aan de bouw van de Ka’aba in circa 2130 voor Christus.

Nadat Ibrahim de Ka’aba had gebouwd, bracht een engel hem de Zwarte Steen, een hemelse steen die volgens de overlevering uit de hemel was gevallen op de nabijgelegen heuvel Abu Qubays.

Volgens een aan Mohammed toegeschreven gezegde was de Zwarte Steen “witter dan melk uit het Paradijs neergedaald, maar de zonden van de zonen van Adam hadden hem zwart gemaakt”. Aangenomen wordt dat de zwarte steen het enige overblijfsel is van de oorspronkelijke structuur die door Ibrahim is gemaakt.

Na het plaatsen van de zwarte steen in de oostelijke hoek van de Ka’aba, ontving Ibrahim een ​​openbaring, waarin Allah de bejaarde profeet Ibrahim vertelde dat hij nu de bedevaart aan de mensheid moest gaan verkondigen, zodat mannen zowel uit Arabië als uit verre landen per kameel en te voet konden komen. [Koran 22:27]

Afgaand op de data die aan de aartsvaders zijn toegeschreven, wordt aangenomen dat Ismaël rond 2150 voor Christus is geboren, terwijl Isaak honderd jaar later werd geboren.

Daarom hebben islamitische geleerden over het algemeen aangenomen dat de Ka’aba rond 2130 voor Christus door Ibrahim werd gebouwd. Daarom wordt door moslims aangenomen dat de Ka’aba meer dan een millennium ouder is dan de tempel van Salomo in Jeruzalem, waarvan wordt aangenomen dat deze in 1007 voor Christus voltooid is.

Deze data sluiten aan bij het moslimgeloof dat de Ka’aba de eerste en dus oudste moskee in de geschiedenis is.

<<er zou een tekst zijn in de bijbel waar je uit zou kunnen afleiden dat Abraham in Arabië is geweest? Zie CIB bijbeluitleg?>>

Overwegingen

Er zijn twee verschillende versies van de geschiedenis. Die van de Bijbel en die van de Koran van de moslims. Wat is de waarheid en wat is niet de waarheid?

De versie van de moslims heeft drie zwakke kanten. Ten eerste zijn de boeken van de Bijbel veel ouder. Er is een Griekse versie van de Bijbel van het jaar 300 voor Christus, de Septuaginta. De Dode Zee rollen zijn ook heel oud. Dat terwijl de Koran van eind zevende eeuw na Christus. Ten tweede zeggen de moslims dat er valsheid in geschrifte is gepleegd, de Bijbel heeft men zwaar aangepast. Maar daar is geen bewijs voor. Een uitspraak die niet te onderbouwen is, bewijst juist het tegendeel. Ten derde is de tekst van de Bijbel gedetailleerd en overzichtelijk, bij de Koran is dat niet zo.

Die profetische uitspraak over Ismaël: “Een wilde ezel van een mens zal hij zijn: hij schopt iedereen, iedereen schopt hem. Met al zijn verwanten zal hij in onmin leven”, is ook wel bij zijn nakomelingen te zien. Er zijn veel ruzies en er is veel stammenstrijd onder de Arabische bevolking in het Midden Oosten.

In Genesis 21:20 staat dat Ismaël een boogschutter is. Iemand wees er op dat wat de Arabieren vanuit Gaza doen is inderdaad pijlen, raketten afschieten. Heeft heel oude wortels dus.

Lessen

Hier antwoorden op de vragen die in het begin bij Studievragen zijn gesteld.

Wat zegt de Bijbel over de bestemming van God voor Abraham en Saraï?
Abraham zal een vader van vele volken zijn. En Sara zal een vorst zijn.
Er zijn inmiddels veel volken die Abraham als vader hebben.

Heeft God hun houding en gedrag kwalijk genomen?
<<nog niet gevonden>>

Wat Saraï en Abram hadden in plaats van te wachten op het vooruitzicht dat God hen had gegeven, besloten dat ze zelf maatregelen te zouden nemen. Dat is tot een groot probleem in de geschiedenis gaan leiden.

Ook werd Hagar twee keer weggestuurd door Abraham en Sara. Toen ze zwanger was van Ismaël en toen het Ismaël dertien jaar oud was. Beide keren ontfermt God zich over Hagar en Ismaël. Ze zijn immers afstammelingen van Abraham.

Wat zegt de Bijbel over de bestemming van God voor Ismaël en Isaak?

Isaak werd destijds geboren omdat hij door God was aangekondigd. Hij was niet op een natuurlijke manier gekomen, want zijn ouders waren al lange tijd niet meer vruchtbaar. Daardoor ligt er een bijzondere bestemming op zijn leven.

De naam Isaak heeft een diepere betekenis. Het heeft met lachten te maken. Schamper lachen bij de aankondiging van de zwangerschap van Saraï. Lachen van blijdschap bij de geboorte. En spottend lachen om je kleine broertje.

Vader Isaak is net zoals vader Abraham niet in staat om problemen in zijn huisgezin te voorkomen. Zoon Ezau maakt de fout door met belangrijke dingen uit het leven lomp om te gaan. Zoals het verkwanselen van zijn eerstgeboorte recht.

De nakomelingen zijn nu met veel meer mensen, gebieden en bezittingen. Hoewel destijds Abraham alles aan Isaak gaf. De oorlogen van de laatste tijd laten echter zien, dat Isaak nog steeds opgewassen is tegen de overmacht van Ismaël.

Heeft het onderwerp Ismaël en Isaak relaties met andere onderwerpen?

Hebben de Nederlandse vertalingen de woorden rond het Ismaël en Isaak goed vertaald?
Lijkt me wel.

Wat zou de bedoeling van God zijn om de nakomelingen van Ismaël en Isaak en de mensheid in zijn geheel te leren?

Ismaël wordt eerst geboren. Toch word hij uitgesloten van de erfenis van Abraham als het gaat om materiële dingen. Anderzijds kondigt God aan dat hij rijk zal worden gezegend. Zijn twaalf zonen zullen vorsten zijn.

De geschiedenis van het volk Israël en de noordelijke Arabische volken is helaas een pijnlijke geschiedenis geworden. Niet alleen in de tijden van het Oude en Nieuwe Testament, maar heden ten dage zeker ook. Boogschutter Ismaël lijkt steeds Isaak onder vuur te nemen.

Het is ook lastig. De eerstgeborene zijn en dat niet krijgen. Twee keer vernederend worden weggestuurd. Ook bij God de tweede viool moeten spelen terwijl je veel succes hebt.

Hebben de kerken en christelijke gemeenten het onderwijs van de Bijbel over dit onderwerp ter harte genomen?

Velen kiezen voor de natuurlijke nakomelingen en niet voor de nakomelingen van de belofte, de aankondiging.

Er is in ieder geval voorbede van de kerk nodig. Voor verzoening tussen hen die afkomstig zijn van Isaak en die afkomstig zijn van Ismaël is een groot wonder nodig.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.