Studie Geestelijk wezens (1)

In deze studie deel 1 gaat het over de geestelijke wezens van het rijk van het licht. In deel 2 gaat het over geestelijke wezens van het rijk van de duisternis.

God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn geestelijke wezens, die al in een eerdere studie zijn besproken. Het gaat hier om geestelijke wezens, waar daarnaast nog over wordt gesproken in de Bijbel.

Er komen allerlei namen voor van geestelijke wezens.

Cherubs

Hier de informatie wat er over het woord cherub in de Bijbel voorkomt.

Hebr. of Grieks woordSoort woordStrongOpmerkingen
1כְּרוּב kĕruwbZelfstandig naamwoord mannelijkH3742Cherub.
Komt 91 keer in 66 verzen voor. Slechts eenmaal duidt het op de duisternis.
KJV: cherubims (64x), cherub (27x).
2Χερούβ CheroubZelfstandig naamwoord
onzijdig 
G5502Idem in de Griekse overzetting.
Komt alleen in Hebreeën 9:5 voor.  
KJV: cherubim (1x).

Dit lijkt mij een hoog soort misschien wel de hoogste soort geestelijk wezen in de hemel. Ze staan naast Gods troon. Ze staan bij de ark van het verbond en ze staan bij de poort van de tuin van Eden.

Ze worden afgebeeld als een samenstelling van os, leeuw, adelaar en mens en symboliseren kracht en wijsheid (bron Genesius; Hebrew-Chaldee lexicon). Italiaanse kunstenaars maken er een kinderkopje van met vleugels <<plaatje toevoegen>>. De vier evangelisten worden ook als os, leeuw, adelaar en mens afgebeeld. Samen het niveau van een cherub?

Eenmaal komt het woord cherub voor in de boek Genesis. Elf keer in het boek Exodus in de hoofdstuk 25, 26 (deze zijn geciteerd) en in 36 en 37.

In het boek van de profeet Ezechiël komt het woord het meest voor namelijk in de hoofdstukken 9, 10 (deze zijn geciteerd) en in de hoofdstukken 11, 28 en 41. En dan nog een enkele keer in andere boeken, die zij ook deels geciteerd. Totaal komt het woord 66 keer voor.

Genesis 3:24. En nadat hij hem had weggejaagd, plaatste hij ten oosten van de tuin van Eden de cherubs en het heen en weer flitsende, vlammende zwaard. Zij moesten de weg naar de levensboom bewaken.

Exodus 25:18-19. Maak aan de beide uiteinden daarvan een cherub, eveneens van goud, één aan het ene uiteinde en één aan het andere uiteinde. Het moet drijfwerk zijn, de twee cherubs moeten één geheel met de plaat vormen.

Exodus 25:22. Daar zal ik je ontmoeten, en vanaf die plaats, boven de verzoeningsplaat, tussen de twee cherubs op de ark met de verbondstekst, zal ik met je spreken en je alles zeggen wat ik van de Israëlieten verlang.

Exodus 26:31. Maak een voorhangsel van blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol en getwijnd linnen garen. Het moet vakkundig geweven worden, met een patroon van cherubs.

Numeri 7:89. Telkens als Mozes de ontmoetingstent binnenging om met de HEER te spreken, hoorde hij een stem die tot hem sprak vanaf een plaats boven de verzoeningsplaat op de ark met de verbondstekst, tussen de twee cherubs. Zo sprak de HEER tot hem.

Dit is een deel van een lied over de HEER die vanuit de hemel David redde. Dit staat zowel in 2 Samuel als in Psalm 18.
2 Samuel 22:11. .. hij besteeg de cherub en vloog – daar verscheen hij op vleugels van de wind.
Psalm 18:11. .. hij besteeg de cherub en vloog, zwevend op de vleugels van de wind.

1 Koningen 6:23-28. Van het hout van de aleppo-den liet hij twee cherubs maken van tien el hoog, die bestemd waren voor de achterzaal. Elk van hun vleugels mat vijf el; de afstand van vleugelspits tot vleugelspits bedroeg tien el. Dat gold voor beide cherubs, ze waren gelijkvormig en even groot, allebei tien el hoog en met een spanwijdte van tien el. Ze werden zo in de achterzaal geplaatst dat de vleugel van de ene cherub de ene muur raakte en de vleugel van de andere de andere muur. Hun andere vleugels raakten elkaar precies in het midden van de zaal. Ook de cherubs liet hij vergulden.

Psalm 80:2. Hoor ons, herder van Israël, die Jozef leidt als een kudde. U die troont op de cherubs, verschijn in luister.

Psalm 99:1. De HEER is koning – volken, beef! Hij troont op de cherubs – aarde, sidder!

Jesaja 37:14-16. Toen Hizkia de brief had gelezen die de boden hem overhandigd hadden, ging hij naar de tempel van de HEER en legde de brief daar open voor hem neer. En hij bad tot de HEER: ‘HEER van de hemelse machten, God van Israël, u die op de cherubs troont, u alleen bent God van alle koninkrijken op aarde, u hebt de hemel en de aarde gemaakt.

Ezechiël 9:3. De stralende verschijning van de God van Israël bewoog zich van de cherubs waarboven hij troonde naar de ingang van de tempel,

Het hele hoofdstuk van Ezechiël 10 gaat over cherubs, hier de eerste tien verzen.
Ezechiël 10:1-10. Daarna zag ik dit: boven de koepel boven de cherubs was iets te zien dat leek op een troon van saffier. De HEER zei tegen de in linnen geklede man: ‘Ga het raderwerk waarop de cherubs rusten binnen en vul er je handen met gloeiende kolen; die moet je uitstrooien over de stad.’ Ik zag hoe de man naar binnen ging. De cherubs stonden op dat moment aan de zuidkant van de tempel, en een wolk vulde de binnenhof. Toen de stralende verschijning van de HEER zich verplaatste van de cherubs naar de tempelingang, vulde die wolk de tempel, en de hele hof was vol van de gloed van de verschijning van de HEER. Tot in de buitenhof was het geluid te horen van de vleugels van de cherubs; het was een geluid als wanneer God, de Ontzagwekkende, spreekt. Toen beval hij de man met de linnen kleren: ‘Haal nu wat vuur weg uit het raderwerk onder de cherubs.’ De man ging verder naar binnen en ging naast een wiel staan. Een van de cherubs strekte zijn hand uit naar het vuur dat zich tussen hen in bevond en legde daar wat van in de handen van de in linnen geklede man, die ermee naar buiten ging. Onder de vleugels van de cherubs was iets zichtbaar dat de vorm had van een mensenhand. Ook zag ik vier wielen naast de cherubs staan, naast elke cherub één. De wielen glansden als turkoois en hadden alle vier dezelfde vorm: ze leken op een wiel midden in een ander wiel.

Hebreeën 9:5. .. daarop staan de cherubs als teken van Gods majesteit, zij bedekken de verzoeningsplaat met hun schaduw. Op dit alles kunnen we nu niet in detail ingaan.

Wat valt op bij deze teksten?
De cherubs zijn wezens in de hemel. Ze staan of stonden bij het paradijs. Ze komen in de profetische vergezichten van koning David voor. Ze komen in de visoenen van Ezechiël voor.

Ze worden ook afgebeeld bij de aardse heiligdom, bij de tabernakel en bij de tempel. Er stonden er twee op het verzoendeksel van de ark.

Hoe worden ze in onze wereld voorgesteld dat ze er uit zien?

Seraf Saraph

En dit over het woord seraf.

Hebr. of Grieks woordSoort WoordStrongOpmerkingen
1שָׂרָף  saraphZelfstandig naamwoord mannelijkH8313Vurige slang/draak.
Komt negen keer voor in zeven verzen.
KJV:

Het zelfstandig naamwoord Saraph komt van een werkwoord dat branden betekent. Het woord komt in zeven teksten voor. In de vertalingen legt men de relatie met een slang. Met voor dat dier is er ook een ander Hebreeuws woord. Als je het woord met ‘slang’ vertaalt, dan moet je het zeker een vurige slang noemen.

Een vurige slang is een geestelijke wezen, die er zou kunnen uitzien als een slang. Zie de teksten hieronder.

Numeri 21:6-8. Toen zond de Here vurige slangen onder het volk; die beten het volk, zodat er velen van Israël stierven. Daarop kwam het volk tot Mozes en zeide: Wij hebben gezondigd, want wij hebben tegen de Here en tegen u gesproken; bid tot de Here, dat Hij de slangen van ons wegdoe. Toen bad Mozes ten gunste van het volk. De Here dan zeide tot Mozes: Maak een vurige slang en plaats die op een staak; ieder, die daarnaar ziet, wanneer hij gebeten is, zal in leven blijven. [NBG]

De NBV vertaalt met giftige slang en slang. De SV en de NBG hebben vurige slang.  

Deze tekst geeft een overzicht achteraf van de tocht van het volk Israël door de woestijn.
Deuteronomium 8:15. … die u deed gaan door de grote en vreselijke woestijn, met vurige slangen en schorpioenen en dorstig land zonder water; die uit de harde rots voor u water te voorschijn deed komen,

Jesaja 6:2. Boven hem stonden serafs. Elk van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om mee te vliegen.

Jesaja 6:6. Toen nam een van de serafs met een tang een gloeiende kool van het altaar en vloog daarmee op mij af.

Jesaja 14:29. Verblijd u niet, heel Filistea, want de staf die u sloeg, is wel gebroken, maar uit de wortel van de slang zal een gifslang voortkomen, en haar vrucht zal een vurige, vliegende draak zijn. [HSV]

Deze tekst is de eerste zin van de profetie van Jesaja over Filistea, in het Hebreeuws Palesjet. De NBV spreekt in plaats van over een draak over “een vliegensvlugge cobra”. Daarmee is het wel heel alledaags. Het ziet voorbij aan de geestelijke betekenis, die de Bijbel er in legt.

Jesaja 30:6 gaat ook over de vliegende draak in een, voor mij niet veelzeggende profetie over Egypte.

De apostel Paulus roept de geschiedenis van Numeri in herinnering. Het zou nog wel eens kunnen voorkomen.
1 Korintiërs 10:9. En laten we Christus niet tarten, zoals anderen deden, want daardoor werden ze door slangen doodgebeten.

Deze twee teksten geven de autoriteit aan die de discipelen van Jezus hebben gekregen in de geestelijke wereld:
Lucas 10:19. Bedenk wel: ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden.

Marcus 16:18. .. met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.

מַלְאָךְ  mal’ak engel

En dit over het woord malak, boodschapper, engel.

Hebr. of Grieks woordSoort woordStrongOpmerkingen
1מַלְאָךְ
mal’ak
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H4397Engel, boodschapper.
Momt 214 keer voor in 197 verzen.
KJV: angel (111x), messenger (98x), ambassadors (4x), variant (1x).
 מַלְאַךְ  mal’ak (Aramaic)Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H4398Idem in het Aramees. Komt alleen in Daniel 3:28 en 6:22 voor.
2ἄγγελος
angelos
Zelfstandig naamwoord mannelijkG32Engel
Komt 186 keer voor in 181 verzen.
KJV: angel (179x), messenger (7x).

Het onderwerp engel of engelen is een heel onderwerp op zich.

We komen engelen voor het eerst in de Bijbel tegen bij het verhaal van Hagar, die op de vlucht slaat voor Sara.
Genesis 16:7-9. Een engel van de HEER trof haar in de woestijn aan bij een waterbron, de bron die aan de weg naar Sur ligt. Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je heen?’ vroeg hij. ‘Ik ben gevlucht voor Sarai, mijn meesteres,’ antwoordde ze. ‘Ga naar je meesteres terug,’ zei de engel van de HEER , ‘en wees haar weer gehoorzaam.’

En voor de tweede keer als Hagar en Ismaël worden weggestuurd.
Genesis 21:17-19. Maar God hoorde de jongen kermen, en een engel van God riep Hagar vanuit de hemel toe: ‘Wat is er, Hagar? Wees niet bezorgd: God heeft je jongen, die daar ligt te kermen, gehoord. Sta op, help de jongen overeind en ondersteun hem. Ik zal een groot volk uit hem doen voortkomen.’ Toen opende God haar de ogen en zag ze een waterput. Ze liep ernaartoe, vulde de waterzak en gaf de jongen te drinken.

Voor de derde keer als Abraham zijn zoom Isaak moet offeren.
Genesis 22:11. Maar een engel van de HEER riep vanuit de hemel: ‘Abraham, Abraham!’ ‘Ik luister,’ antwoordde hij.
Genesis 22:15
Toen sprak de engel van de HEER opnieuw vanuit de hemel tot Abraham.

In het Nieuwe Testament komen engelen vooral voor in de evangeliën en in het boek Openbaringen. In dit boek wel 72 keer.

Matteüs 1:20. Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest.

Matteüs 1:24. Jozef werd wakker en deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen: hij nam haar bij zich als zijn vrouw.

Wat opvalt is dat er is toegevoegd ‘engel van de Heer’. Er zijn ook boodschappers uit het rijk van de duisternis.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.