Cherubs, serafs en engelen zijn geestelijke wezens die bij God horen. Die veronderstelling is bij engelen niet helemaal juist. De Hebreeuwse en Griekse woorden die wij met engel vertalen betekenen eigenlijk boodschapper.
Zeker er zijn boodschappers van God. Goed om daar dan ook meer van te weten te komen. Cherubs en serafs zijn de andere wezens die dichtbij God zijn. De geestelijke wezens die niet altijd gehoorzaam zijn aan God zijn onderwerp van een andere studie.
Deze studie probeert meer te weten te komen over cherubs, serafs en engelen. Veel plezier met het lezen toegewenst.
De citaten zijn van de NBV21 vertaling tenzij anders aangegeven.
Studievragen
Bij dit onderwerp zou je de volgende vragen kunnen stellen.
Wat is er te zeggen over cherubs en serafs? Wat is hun functie?
Hebben de cherubs en de serafs ook ooit contact gehad met mensen?
Welke taken vervullen de engelen van God zoal? Is er verschil qua functie van het Oude en Nieuwe Testament?
Wat doen boodschappers die geen boodschappers zijn van God?
In het laatste hoofdstuk Lessen staan antwoorden op deze vragen.
Cherubs
Hier het overzicht van het woord cherub in de Bijbel.
| Woord | Soort woord | Strong | Opmerkingen: | |
| 1 | כְּרוּב kĕruwb | Zelfstandig naamwoord mannelijk | H3742 | Cherub Komt 91 keer in 66 verzen voor KJV: cherubims (64x), cherub (27x). |
| 2 | Χερούβ Cheroub | Zelfstandig naamwoord onzijdig | G5502 | Cherub Komt alleen in Hebreeën 9:5 voor. KJV: cherubim (1x). |
Ad. 1, Kĕruwb, cherub
Het woord kĕruwb komt 19 keer voor in de Torah, eenmaal in Genesis, 17 keer in Exodus en eenmaal in het boek Numeri. Van de teksten van Exodus zijn teksten van de hoofdstukken 25 en 26 geciteerd, dat is elf keer dat het woord voorkomt. Het woord in de hoofdstukken 36 en 37 zijn niet geciteerd.
Boeken van de Torah
Genesis 3:24. En nadat hij hem had weggejaagd, plaatste hij ten oosten van de tuin van Eden de cherubs en het heen en weer flitsende, vlammende zwaard. Zij moesten de weg naar de levensboom bewaken.
Exodus 25:18-19. Maak aan de beide uiteinden daarvan een cherub, eveneens van goud, één aan het ene uiteinde en één aan het andere uiteinde. Het moet drijfwerk zijn, de twee cherubs moeten één geheel met de plaat vormen.
Exodus 25:22. Daar zal ik je ontmoeten, en vanaf die plaats, boven de verzoeningsplaat, tussen de twee cherubs op de ark met de verbondstekst, zal ik met je spreken en je alles zeggen wat ik van de Israëlieten verlang.
Exodus 26:31. Maak een voorhangsel van blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol en getwijnd linnen garen. Het moet vakkundig geweven worden, met een patroon van cherubs.
Numeri 7:89. Telkens als Mozes de ontmoetingstent binnenging om met de HEER te spreken, hoorde hij een stem die tot hem sprak vanaf een plaats boven de verzoeningsplaat op de ark met de verbondstekst, tussen de twee cherubs. Zo sprak de HEER tot hem.
Boek Ezechiël
In het boek van de profeet Ezechiël komt het woord cherub het meest voor namelijk. Hieronder citaten van de teksten in de hoofdstukken 9 en 10. Er zijn geen teksten hier opgenomen van de hoofdstukken 11, 28 en 41.
In het eerste hoofdstuk komt het woord chai voor. Dat blijkt later cherubs of cherubs te zijn. Hier de eerste tekst met dit woord.
Ezechiël 1:4-6. Dit is wat ik zag: een stormwind, komend uit het noorden, een grote gloeiende wolkenmassa, een vuur van bliksemflitsen. Daar middenin zag ik iets dat glansde als wit goud. In het midden van het vuur zag ik iets dat leek op een viertal wezens. Zo zagen ze eruit: ze leken op mensen maar ze hadden elk vier gezichten en vier vleugels.
Opmerking: ‘wezens’ zijn de vertaling van het woord chai, Strong H2416, een woord dat leven betekent. Je zou kunnen vertalen met ‘iets levends’. Een vage uitdrukking. De profeet kan het blijkbaar niet concreter beschrijven wat het is.
Het woord chai komt 59 keer voor in het boek Ezechiël waarvan 15 keer door de KJV met ‘living creature’ of ‘living creatures’ wordt vertaald: 9 keer in het meervoud en 6 keer in het enkelvoud in Ezechiël hoofdstuk 1 (8x mv en 2x ev), hoofdstuk 3 (1x in mv) en hoofdstuk 10 (3x in enkelvoud).
Ezechiël 9:3. De stralende verschijning van de God van Israël bewoog zich van de cherubs waarboven hij troonde naar de ingang van de tempel,
Het hele hoofdstuk van Ezechiël 10 gaat over cherubs, hier de eerste tien verzen.
Ezechiël 10:1-10. Daarna zag ik dit: boven de koepel boven de cherubs was iets te zien dat leek op een troon van saffier. De HEER zei tegen de in linnen geklede man: ‘Ga het raderwerk waarop de cherubs rusten binnen en vul er je handen met gloeiende kolen; die moet je uitstrooien over de stad.’ Ik zag hoe de man naar binnen ging. De cherubs stonden op dat moment aan de zuidkant van de tempel, en een wolk vulde de binnenhof. Toen de stralende verschijning van de HEER zich verplaatste van de cherubs naar de tempelingang, vulde die wolk de tempel, en de hele hof was vol van de gloed van de verschijning van de HEER. Tot in de buitenhof was het geluid te horen van de vleugels van de cherubs; het was een geluid als wanneer God, de Ontzagwekkende, spreekt. Toen beval hij de man met de linnen kleren: ‘Haal nu wat vuur weg uit het raderwerk onder de cherubs.’ De man ging verder naar binnen en ging naast een wiel staan. Een van de cherubs strekte zijn hand uit naar het vuur dat zich tussen hen in bevond en legde daar wat van in de handen van de in linnen geklede man, die ermee naar buiten ging. Onder de vleugels van de cherubs was iets zichtbaar dat de vorm had van een mensenhand. Ook zag ik vier wielen naast de cherubs staan, naast elke cherub één. De wielen glansden als turkoois en hadden alle vier dezelfde vorm: ze leken op een wiel midden in een ander wiel.
Opmerking: boven de cherubs een troon van saffier (vers 1), cherubs rusten op raderwerk (vers 2 en 6), ze stonden op gegeven moment aan de zuidkant van de tempel (vers 3), de vleugels van de cherubs maakten geluid (vers 5), een cherub legde vuur in de handen van de in linnen geklede man (vers 7), onder de cherubs iets als de vorm van een hand (vers 8), naast de cherubs wielen, die alle kanten op konden gaan (vers 9 en 11).
Ezechiël 10:11-20. Als ze bewogen, konden ze zonder te zwenken alle vier de kanten op gaan; zonder om te draaien volgden ze het voorste wiel in de richting waarheen dat zich wendde. 12 De lichamen van de cherubs, hun rug, handen en vleugels, en ook de wielen, waren helemaal bezet met ogen; dit gold voor de vier cherubs en voor hun wielen. 13 Het waren de wielen die ik eerder het raderwerk had horen noemen. 14 Iedere cherub had vier gezichten: bij de eerste was het gezicht van een cherub te zien en bij de tweede dat van een mens, bij de derde de muil van een leeuw en bij de vierde de bek van een adelaar. 15 De cherubs stegen op; het waren de wezens die ik bij het Kebarkanaal al had gezien. 16 Als de cherubs zich bewogen, gingen de wielen met hen mee, en ook als ze hun vleugels uitspreidden om van de grond op te stijgen, bleven de wielen bij hen. 17 Als de cherubs stilstonden, stonden ook de wielen stil, en als ze opstegen bleven de wielen bij hen, want een en dezelfde geest leidde de wezens en de wielen.18 Toen ging de stralende verschijning van de HEER weg bij de tempelingang en Hij kwam tot stilstand boven de cherubs. 19 Ik zag dat ze hun vleugels spreidden, in beweging kwamen en van de grond opstegen met de wielen naast zich. Ze gingen bij de oostelijke poort van de tempel van de HEER staan, en de stralende verschijning van de God van Israël rustte op hen. 20 Dit waren de wezens die ik al bij het Kebarkanaal had gezien, de wezens waar de God van Israël ook toen op rustte, en nu begreep ik dat het cherubs waren. 21 Ze hadden elk vier gezichten en vier vleugels, en onder elk van die vleugels was iets zichtbaar dat de vorm had van een mensenhand. 22 Ook hun gezichten leken op de gezichten die ik bij het Kebarkanaal had gezien: ze zagen er net zo uit, het waren dezelfde wezens. Ze bewogen zich steeds recht vooruit.
Opmerking: De lichamen van de cherubs, hun rug, handen en vleugels, en ook de wielen waren bezet met ogen (vers 12), de wielen werden eerst raderen genoemd (vers 13), ieder cherub had tien gezichten (vers 14), de cherubs stegen op (vers 15) als ze hun vleugels uitspreiden gingen de wielen mee (vers 16), de cherubs werden geleid door een geest (vers 17), de stralende verschijning kwam tot boven de cherubs (vers 18), ze gingen naar de oostelijke poort (vers 19)
De overige boeken.
De teksten uit de boeken 1 Samuel (1x) en 2 Koningen en 1 en 2 Kronieken heb ik niet geciteerd. Hier wel de teksten uit 2 Samuel, 1 Koningen(deels) en Psalmen en Jesaja.
En dan komt het woord cherub nog een enkele keer in andere boeken voor, deze zijn ook deels geciteerd. Totaal komt het woord in 66 verzen voor.
Dit is een deel van een lied over de HEER die vanuit de hemel David redde. Dit staat zowel in 2 Samuel als in Psalm 18.
2 Samuel 22:11. … hij besteeg de cherub en vloog – daar verscheen hij op vleugels van de wind.
Psalm 18:11. … hij besteeg de cherub en vloog, zwevend op de vleugels van de wind.
1 Koningen 6:23-28. Van het hout van de aleppo-den liet hij twee cherubs maken van tien el hoog, die bestemd waren voor de achterzaal. Elk van hun vleugels mat vijf el; de afstand van vleugelspits tot vleugelspits bedroeg tien el. Dat gold voor beide cherubs, ze waren gelijkvormig en even groot, allebei tien el hoog en met een spanwijdte van tien el. Ze werden zo in de achterzaal geplaatst dat de vleugel van de ene cherub de ene muur raakte en de vleugel van de andere de andere muur. Hun andere vleugels raakten elkaar precies in het midden van de zaal. Ook de cherubs liet hij vergulden.
Psalm 80:2. Hoor ons, herder van Israël, die Jozef leidt als een kudde. U die troont op de cherubs, verschijn in luister.
Psalm 99:1. De HEER is koning – volken, beef! Hij troont op de cherubs – aarde, sidder!
Jesaja 37:14-16. Toen Hizkia de brief had gelezen die de boden hem overhandigd hadden, ging hij naar de tempel van de HEER en legde de brief daar open voor hem neer. En hij bad tot de HEER: ‘HEER van de hemelse machten, God van Israël, u die op de cherubs troont, u alleen bent God van alle koninkrijken op aarde, u hebt de hemel en de aarde gemaakt.
Ad. 2 Cheroub, cherub.
In het Nieuwe Testament komt het woord cherub slechts eenmaal voor en wel in het boek van de Hebreeën.
Hebreeën 9:5. .. daarop staan de cherubs als teken van Gods majesteit, zij bedekken de verzoeningsplaat met hun schaduw. Op dit alles kunnen we nu niet in detail ingaan.
Wat valt op bij deze teksten?
De afbeeldingen van cherubs die stonden op het verzoendeksel op de ark leken op engelen. En die in de tempel idem alleen waren die een stuk groter.
Blijkbaar heeft Ezechiël een gezicht gekregen van een nadere aanduiding van hoe de cherubs in de hemel er uit zien.
De cherubs in Ezechiël zagen er heel anders uit. Hoe kwam de profeet Ezechiël aan die beelden?
De cherubs zijn wezens in de hemel. Ze staan of stonden bij het paradijs. Ze komen in de profetische vergezichten van koning David voor. Ze komen in de visoenen van Ezechiël voor.
Ze worden ook afgebeeld bij de aardse heiligdom, bij de tabernakel en bij de tempel. Er stonden er twee op het verzoendeksel van de ark.
Dit lijkt mij een hoog soort misschien wel de hoogste soort geestelijk wezen in de hemel. Ze staan naast Gods troon. Ze staan bij de ark van het verbond en ze staan bij de poort van de tuin van Eden.
Slechts eenmaal duidt een cherub op de duisternis. <<tekst toevoegen>>
Serafs
Dit zijn de gegevens van het woord seraf.
| Woord | Soort Woord | Strong | Opmerkingen: | |
| 1 | שָׂרָף saraph | Zelfstandig naamwoord mannelijk | H8314 | Vurige slang/draak. Komt 7 keer voor in 7 verzen. KJV: fiery serpent (3x), fiery (2x), seraphim (2x). |
| 2 | ὄφις ophis | Zelfstandig naamwoord mannelijk | G3789 | Vurige slang/draak Komt 14 keer voor in 14 verzen. KJV: serpent (14x). |
Het zelfstandig naamwoord saraph komt van een werkwoord dat branden betekent. Het woord komt in zeven teksten voor. In de vertalingen legt men de relatie met een slang. Met voor dat dier is er ook een ander Hebreeuws woord. Als je het woord met ‘slang’ vertaalt, dan moet je het zeker een vurige slang noemen.
Een vurige slang is een geestelijke wezen, die er zou kunnen uitzien als een slang. Zie de teksten hieronder.
Numeri 21:6-8. Toen zond de Here vurige slangen onder het volk; die beten het volk, zodat er velen van Israël stierven. Daarop kwam het volk tot Mozes en zeide: Wij hebben gezondigd, want wij hebben tegen de Here en tegen u gesproken; bid tot de Here, dat Hij de slangen van ons wegdoe. Toen bad Mozes ten gunste van het volk. De Here dan zeide tot Mozes: Maak een vurige slang en plaats die op een staak; ieder, die daarnaar ziet, wanneer hij gebeten is, zal in leven blijven. [NBG]
De NBV vertaalt met giftige slang en slang, die vertaling gaat voorbij aan de geestelijke betekenis. De SV en de NBG hebben ook vurige slang.
Deze tekst geeft een overzicht achteraf van de tocht van het volk Israël door de woestijn.
Deuteronomium 8:15. … die u deed gaan door de grote en vreselijke woestijn, met vurige slangen en schorpioenen en dorstig land zonder water; die uit de harde rots voor u water te voorschijn deed komen,
Jesaja 6:2. Boven hem stonden serafs. Elk van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om mee te vliegen.
Jesaja 6:6. Toen nam een van de serafs met een tang een gloeiende kool van het altaar en vloog daarmee op mij af.
Jesaja 14:29. Verblijd u niet, heel Filistea, want de staf die u sloeg, is wel gebroken, maar uit de wortel van de slang zal een gifslang voortkomen, en haar vrucht zal een vurige, vliegende draak zijn. [HSV]
Opmerking 1: deze tekst is de eerste zin van de profetie van Jesaja over Filistea, in het Hebreeuws is dat Palesjet genoemd. Opmerking 1: in dit vers worden twee verschillende woorden gebruikt, die beiden met slang zijn vertaald.
Opmerking 2: het woord seraf is met vurige draak vertaald. De NBV spreekt in plaats van over een draak over “een vliegensvlugge cobra”. Daarmee is het wel heel alledaags. Het ziet voorbij aan de geestelijke betekenis, die het boek Jesaja er in legt.
In Jesaja 30:6 gaat ook over de vliegende draak in een, voor mij niet veelzeggende profetie over Egypte.
Van de 14 verzen waarbij het Griekse woord ophis voorkomt, hier een citaat van de teksten.
De apostel Paulus roept de geschiedenis van Numeri in herinnering. Het zou nog wel eens kunnen voorkomen.
1 Korintiërs 10:9. En laten we Christus niet tarten, zoals anderen deden, want daardoor werden ze door slangen doodgebeten.
Deze twee teksten geven de autoriteit aan die de discipelen van Jezus hebben gekregen in de geestelijke wereld:
Lucas 10:19. Bedenk wel: ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden.
Marcus 16:18. .. met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.
Engelen
Er zijn twee woorden, die je met engel kunt vertalen in het Oude Testament en één in het Nieuwe Testament.
Oude Testament
Er is één woord in het Oude Testament dat je met engel kunt vertalen. Hier de gegevens.
| Woord | Soort woord | Strong | Opmerkingen: | |
| 1 | מַלְאָךְ mal’ak | Zelfstandig naamwoord mannelijk | H4397 | Engel, boodschapper. Komt 214 keer voor in 197 verzen. KJV: angel (111x), messenger (98x), ambassadors (4x), variant (1x). |
| 2 | מַלְאַךְ mal’ak (Aramaic) | Zelfstandig naamwoord mannelijk | H4398 | Engel Komt alleen in Daniel 3:28 en 6:22 voor. |
Het onderwerp engel of engelen is een heel onderwerp op zich.
Het boek Genesis
We komen engelen voor het eerst in de Bijbel tegen bij het verhaal van Hagar, die op de vlucht slaat voor Sara. En voor de tweede keer als Hagar en Ismaël worden weggestuurd. En voor de derde keer als Abraham zijn zoon Isaak moet offeren.
Genesis 16:7-9. Een engel van de HEER trof haar in de woestijn aan bij een waterbron, de bron die aan de weg naar Sur ligt. Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je heen?’ vroeg hij. ‘Ik ben gevlucht voor Sarai, mijn meesteres,’ antwoordde ze. ‘Ga naar je meesteres terug,’ zei de engel van de HEER , ‘en wees haar weer gehoorzaam.’
Genesis 21:17-19. Maar God hoorde de jongen kermen, en een engel van God riep Hagar vanuit de hemel toe: ‘Wat is er, Hagar? Wees niet bezorgd: God heeft je jongen, die daar ligt te kermen, gehoord. Sta op, help de jongen overeind en ondersteun hem. Ik zal een groot volk uit hem doen voortkomen.’ Toen opende God haar de ogen en zag ze een waterput. Ze liep ernaartoe, vulde de waterzak en gaf de jongen te drinken.
Genesis 22:11. Maar een engel van de HEER riep vanuit de hemel: ‘Abraham, Abraham!’ ‘Ik luister,’ antwoordde hij.
Genesis 22:15. Toen sprak de engel van de HEER opnieuw vanuit de hemel tot Abraham.
Boek Exodus
In het boek Exoduys komt het woord mal’ak zes keer voor. Hier alle teksten.
Exodus 3:2. Daar verscheen de engel van de HEER aan hem in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde. Mozes zag dat de struik in brand stond en toch niet door het vuur werd verteerd.
Exodus 14:19. De engel van God, die steeds voor het leger van de Israëlieten uit was gegaan, stelde zich nu achter hen op. Ook de wolkkolom, die eerst voor hen uit ging, stelde zich achter hen op,
Exodus 23:20. Ik stuur een engel voor jullie uit om je op je tocht te beschermen en je naar de plaats te brengen die Ik voor jullie bestemd heb.
Exodus 23:23. Mijn engel zal voor jullie uit gaan naar het gebied van de Amorieten, de Hethieten, Perizzieten, Kanaänieten, Chiwwieten en Jebusieten, en Ik zal die volken uitroeien.
Exodus 32:34. Leid het volk nu naar de plaats die Ik je heb genoemd; mijn engel zal voor je uit gaan. Maar op de dag van de verantwoording zal Ik hen voor hun zonde ter verantwoording roepen.’
Exodus 33:2-3. een land dat overvloeit van melk en honing. Ik zal een engel voor je uit sturen en Ik zal de Kanaänieten, de Amorieten, Hethieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten verdrijven. Maar Ik trek niet met jullie mee, want jullie zijn een onhandelbaar volk en Ik zou jullie daarom onderweg kunnen doden.’
Boek Deuteronomium
In dit boek komt het woord mal’ak eenmaal voor.
Deuteronomium 2:26-27. Ik stuurde toen vanuit de woestijn van Kedemot gezanten naar koning Sichon van Chesbon met woorden van vrede. Ik vroeg hem: ‘Sta mij toe door uw land te trekken. Ik verzeker u dat ik de hoofdweg zal volgen en er niet van zal afwijken, naar links noch naar rechts.
Boek van de Psalmen
In het boek van de Psalmen komt het woord mal’ak acht keer voor. Hier alle teksten.
Psalmen 34:8. De engel van de HEER waakt over wie Hem vrezen, en bevrijdt hen.
Psalmen 35:5-6. Laat hen verwaaien als kaf in de wind wanneer de engel van de HEER hen opjaagt, laat hun weg donker en glad zijn wanneer de engel van de HEER hen vervolgt.
Psalm 78:48-49. Ook leverde Hij hun dieren aan de hagel over, hun vee aan de vurige bliksemflitsen. Hij zond Zijn brandende toorn op hen af, verbolgenheid, gramschap, benauwdheid, Hij zond een menigte boden van rampen.
Opmerking: waren dat boden van God?
Psalm 91:11. Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven dat zij u bewaren op al uw wegen. Zij zullen u op de handen dragen, zodat u uw voet aan geen steen stoot. Op de felle leeuw en de adder zult u trappen, u zult de jonge leeuw en de slang vertrappen. [HSV]
Opmerking: het lijkt hier te gaan over de komende Messias.
Psalm 103:20. Loof de HEERE, u, Zijn engelen, sterke helden, die Zijn woord uitvoeren, gehoorzaam aan het woord dat Hij spreekt.
Psalm 104:4. Hij maakt Zijn engelen tot hulpvaardige geesten, Zijn dienaren tot vlammend vuur. [HSV]
Opmerking: de NBV benadert de tekst andersom: “U maakt van de winden uw boden, van vlammend vuur uw dienaren”.
Psalm 148:2. Loof Hem, herauten van de HEER, loof Hem, hemelse legermacht.
Ad. 2. Mal’ak in het Aramees,
Dit woord komt in twee teksten voor. Hier die teksten.
Daniel 3:28. Nebukadnessar nam het woord. Hij zei: ‘Geprezen zij de God van Sadrach, Mesach en Abednego, die zijn engel heeft gezonden en zijn dienaren gered. Zij hebben op Hem vertrouwd, zij hebben het bevel van de koning genegeerd en hun lichaam prijsgegeven, omdat zij voor geen andere dan hun eigen God willen neerknielen of buigen
Daniel 6:22-23. En Daniël zei tegen de koning: ‘Majesteit, leef in eeuwigheid! Mijn God heeft zijn engel gezonden en de leeuwenmuilen gesloten. Ze hebben mij geen kwaad gedaan, omdat Hij mij onschuldig acht; maar ook u, majesteit, heb ik niets misdaan.’
Wat kunnen we van deze teksten leren?
Nieuwe Testament
In het Nieuwe Testament komen engelen vooral voor in de evangeliën en in het boek Openbaring. In Openbaring wel 72 keer.
| Woord | Soort woord | Strong | Opmerkingen: | |
| 1 | ἄγγελος angelos | Zelfstandig naamwoord mannelijk | G32 | Engel Komt 186 keer voor in 181 verzen. KJV: angel (179x), messenger (7x). |
Matteüs 1:20. Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest.
Matteüs 1:24. Jozef werd wakker en deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen: hij nam haar bij zich als zijn vrouw.
Opmerking: wat opvalt is dat er aan ‘engel’ is toegevoegd ‘van de Heer’. Er zijn ook boodschappers uit het rijk van de duisternis.
Andere bronnen
Er zijn boeken die gaan over engelen. <<nog verder invullen>>
Kunstenaars van kerkelijke kunst beelden cherubs af als os, leeuw, adelaar en mens. Italiaanse kunstenaars maken er een kinderkopje van met vleugels.
<<De vier evangelisten worden ook als os, leeuw, adelaar en mens afgebeeld. Samen het niveau van een cherub?>>
Overwegingen
Cherubijnen?
In het boek Ezechiël komt het woord cherub het meest voor namelijk 31 van de 62 keer. In de kunst ging men ervan uit dat het wezen dat in Ezechiël 1:10 is beschreven dat vier gezichten heeft: dat van een mens, een leeuw, een rund en een arend een cherub is.
om een cherub ging wordt beschreven dat elk van de vier levende wezens vier gezichten had: een mensengezicht, een leeuwenkop (rechts), een ossenkop (links) en een adelaarskop.
Lessen
Hier staan antwoorden op de vragen.
Wat is er te zeggen over cherubs en serafs? Wat is hun functie?
Hebben de cherubs en de serafs ook ooit contact gehad met mensen?
Welke taken vervullen de engelen van God zoal? Is er verschil qua functie van het Oude en Nieuwe Testament?
Wat doen boodschappers die geen boodschappers zijn van God?