Deze studie wil een zo getrouw mogelijk beeld geven van wat in de Bijbel staat over cherubs, serafs, engelen en andere geestelijke wezens die trouw aan God de schepper zijn. In een andere studie gaat het over geestelijke wezens die rebelleren.
Voor mensen geldt dat ze in hun leven wellicht hooguit ooit een engel zullen zien. De andere wezens zijn slechts door enkele mensen ooit gezien. Maar ze zijn er zeker wel. Daarom goed om er meer van te weten.
Dit onderwerp is een veel voorkomend onderwerp in de Bijbel. Zo’n 400 keer worden engelen genoemd, 150 keer cherubs en serafs en dan nog zo’n twintig keer de vier levende wezens of vier dieren.
De citaten zijn van de NBV21 vertaling tenzij anders aangegeven.
Studievragen
Bij dit onderwerp zou je de volgende vragen kunnen stellen.
Wat is er te zeggen over cherubs en serafs? Wat is hun functie?
Hebben de cherubs en de serafs ook ooit contact gehad met mensen?
Wie zijn de vier levende wezens die in Ezechiël zijn genoemd en de vier dieren die in Openbaring zijn genoemd. Wat is hun functie?
Welke taken vervullen de engelen van God zoal?
Is er verschil qua functie van het Oude en Nieuwe Testament?
Wat doen boodschappers die geen boodschappers zijn van God?
In het laatste hoofdstuk Lessen staan antwoorden op deze vragen.
Oude Testament
In het Oude Testament kom je als geestelijke wezen die bij God horen er een viertal soorten voor: de cherubs, de levende wezens, de serafs en de engelen. In onderstaande hoofdstukken is aandacht gegeven aan al deze vier soorten.
Keruwb, cherub
Hier de gegevens van het woord cherub.
| Woord | Soort woord | Strong | Opmerkingen: | |
| 1 | כְּרוּב kĕruwb | Zelfstandig naamwoord mannelijk | H3742 | Cherub Komt 91 keer in 66 verzen voor KJV: cherubims (64x), cherub (27x). |
Het is niet duidelijk van welk werkwoord dit woord is afgeleid. Het woord komt zowel in meervoud als in enkelvoud voor.
Boeken van de Torah
Het woord kĕruwb komt 19 keer voor in de Torah, eenmaal in Genesis, 17 keer in Exodus en eenmaal in het boek Numeri. De teksten zijn hieronder geciteerd.
Genesis 3:24. En nadat hij hem had weggejaagd, plaatste hij ten oosten van de tuin van Eden de cherubs en het heen en weer flitsende, vlammende zwaard. Zij moesten de weg naar de levensboom bewaken.
Opmerking: volgens de HSV zijn het cherubs mét een vlammend zwaard. In de Hebreeuwse tekst staat echter het voegwoord en. Dat zwaard is dus ook een geestelijk iets.
Exodus 25:18-19. Maak aan de beide uiteinden daarvan een cherub, eveneens van goud, één aan het ene uiteinde en één aan het andere uiteinde. Het moet drijfwerk zijn, de twee cherubs moeten één geheel met de plaat vormen.
Exodus 25:22. Daar zal ik je ontmoeten, en vanaf die plaats, boven de verzoeningsplaat, tussen de twee cherubs op de ark met de verbondstekst, zal ik met je spreken en je alles zeggen wat ik van de Israëlieten verlang.
Exodus 26:31. Maak een voorhangsel van blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol en getwijnd linnen garen. Het moet vakkundig geweven worden, met een patroon van cherubs.
Exodus 36:8. De vaklieden die bij de uitvoering van het werk betrokken waren, maakten van tien geweven banen de tabernakel. Ze weefden de banen op vakkundige wijze van getwijnd linnen garen en van blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol, met een patroon van cherubs.
Exodus 36:35. Het voorhangsel werd gemaakt van blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol en getwijnd linnen garen. Het werd vakkundig geweven, met een patroon van cherubs.
Exodus 37:6-9. Vervolgens maakte hij een verzoendeksel van zuiver goud. Zijn lengte was tweeënhalve el en zijn breedte anderhalve el. Ook maakte hij twee cherubs van goud; als gedreven werk maakte hij ze uit de beide uiteinden van het verzoendeksel, één cherub uit het uiteinde aan de ene kant, en één cherub uit het uiteinde aan de andere kant. Uit het verzoendeksel maakte hij de cherubs, uit de beide uiteinden ervan. En de cherubs hielden hun beide vleugels naar boven uitgespreid, terwijl ze met hun vleugels het verzoendeksel bedekten. Hun gezichten waren naar elkaar toe gericht; de gezichten van de cherubs waren naar het verzoendeksel gericht. [HSV]
Numeri 7:89. Telkens als Mozes de ontmoetingstent binnenging om met de HEER te spreken, hoorde hij een stem die tot hem sprak vanaf een plaats boven de verzoeningsplaat op de ark met de verbondstekst, tussen de twee cherubs. Zo sprak de HEER tot hem.
Uit het boek van de profeet Ezechiël
In het boek van de profeet Ezechiël komt het woord cherub het meest voor namelijk 31 keer in vijf hoofdstukken. De teksten van de hoofdstukken 9 en 10 zijn geciteerd, de teksten van de hoofdstukken 11, 28 en 41 (nog) niet
Ezechiël 9:3. De stralende verschijning van de God van Israël bewoog zich van de cherubs waarboven hij troonde naar de ingang van de tempel,
Het hele hoofdstuk van Ezechiël 10 gaat over cherubs, hier de eerste tien verzen.
Ezechiël 10:1-10. Daarna zag ik dit: boven de koepel boven de cherubs was iets te zien dat leek op een troon van saffier. De HEER zei tegen de in linnen geklede man: ‘Ga het raderwerk waarop de cherubs rusten binnen en vul er je handen met gloeiende kolen; die moet je uitstrooien over de stad.’ Ik zag hoe de man naar binnen ging. De cherubs stonden op dat moment aan de zuidkant van de tempel, en een wolk vulde de binnenhof. Toen de stralende verschijning van de HEER zich verplaatste van de cherubs naar de tempelingang, vulde die wolk de tempel, en de hele hof was vol van de gloed van de verschijning van de HEER. Tot in de buitenhof was het geluid te horen van de vleugels van de cherubs; het was een geluid als wanneer God, de Ontzagwekkende, spreekt. Toen beval hij de man met de linnen kleren: ‘Haal nu wat vuur weg uit het raderwerk onder de cherubs.’ De man ging verder naar binnen en ging naast een wiel staan. Een van de cherubs strekte zijn hand uit naar het vuur dat zich tussen hen in bevond en legde daar wat van in de handen van de in linnen geklede man, die ermee naar buiten ging. Onder de vleugels van de cherubs was iets zichtbaar dat de vorm had van een mensenhand. Ook zag ik vier wielen naast de cherubs staan, naast elke cherub één. De wielen glansden als turkoois en hadden alle vier dezelfde vorm: ze leken op een wiel midden in een ander wiel.
Opmerking: boven de cherubs een troon van saffier (vers 1), cherubs rusten op raderwerk (vers 2 en 6), ze stonden op gegeven moment aan de zuidkant van de tempel (vers 3), de vleugels van de cherubs maakten geluid (vers 5), een cherub legde vuur in de handen van de in linnen geklede man (vers 7), onder de cherubs iets als de vorm van een hand (vers 8), naast de cherubs wielen, die alle kanten op konden gaan (vers 9 en 11).
Ezechiël 10:11-20. Als ze bewogen, konden ze zonder te zwenken alle vier de kanten op gaan; zonder om te draaien volgden ze het voorste wiel in de richting waarheen dat zich wendde. 12 De lichamen van de cherubs, hun rug, handen en vleugels, en ook de wielen, waren helemaal bezet met ogen; dit gold voor de vier cherubs en voor hun wielen. 13 Het waren de wielen die ik eerder het raderwerk had horen noemen. 14 Iedere cherub had vier gezichten: bij de eerste was het gezicht van een cherub te zien en bij de tweede dat van een mens, bij de derde de muil van een leeuw en bij de vierde de bek van een adelaar. 15 De cherubs stegen op; het waren de wezens die ik bij het Kebarkanaal al had gezien. 16 Als de cherubs zich bewogen, gingen de wielen met hen mee, en ook als ze hun vleugels uitspreidden om van de grond op te stijgen, bleven de wielen bij hen. 17 Als de cherubs stilstonden, stonden ook de wielen stil, en als ze opstegen bleven de wielen bij hen, want een en dezelfde geest leidde de wezens en de wielen.18 Toen ging de stralende verschijning van de HEER weg bij de tempelingang en Hij kwam tot stilstand boven de cherubs. 19 Ik zag dat ze hun vleugels spreidden, in beweging kwamen en van de grond opstegen met de wielen naast zich. Ze gingen bij de oostelijke poort van de tempel van de HEER staan, en de stralende verschijning van de God van Israël rustte op hen. 20 Dit waren de wezens die ik al bij het Kebarkanaal had gezien, de wezens waar de God van Israël ook toen op rustte, en nu begreep ik dat het cherubs waren. 21 Ze hadden elk vier gezichten en vier vleugels, en onder elk van die vleugels was iets zichtbaar dat de vorm had van een mensenhand. 22 Ook hun gezichten leken op de gezichten die ik bij het Kebarkanaal had gezien: ze zagen er net zo uit, het waren dezelfde wezens. Ze bewogen zich steeds recht vooruit.
Opmerking: De lichamen van de cherubs, hun rug, handen en vleugels, en ook de wielen waren bezet met ogen (vers 12), de wielen werden eerst raderen genoemd (vers 13), ieder cherub had tien gezichten (vers 14), de cherubs stegen op (vers 15) als ze hun vleugels uitspreiden gingen de wielen mee (vers 16), de cherubs werden geleid door een geest (vers 17), de stralende verschijning kwam tot boven de cherubs (vers 18), ze gingen naar de oostelijke poort (vers 19)
Uit de overige boeken.
1 Samuel 4:4. Het leger liet de ark van het verbond uit Silo overbrengen, de ark van de HEER van de hemelse machten, die op de cherubs troont. Chofni en Pinechas, de beide zonen van Eli, kwamen met de ark mee.
2 Samuel 6:2. Hij ging met zijn gevolg op weg om de ark van God op te halen uit Baäla in Juda, de ark waaraan een bijzondere naam verbonden is: die van de HEER van de hemelse machten, die op de cherubs troont.
2 Samuel 22:11. … Hij besteeg de cherub en vloog – daar verscheen hij op vleugels van de wind.
Psalm 18:11. … Hij besteeg de cherub en vloog, zwevend op de vleugels van de wind.
Opmerking: is een deel van een lied van David die door HEER werd gered. Dit staat zowel in 2 Samuel als in Psalm 18. De context laat indrukwekkende gebeurtenissen zien.
1 Koningen 6:23-28. Van het hout van de aleppo-den liet hij twee cherubs maken van tien el hoog, die bestemd waren voor de achterzaal. Elk van hun vleugels mat vijf el; de afstand van vleugelspits tot vleugelspits bedroeg tien el. Dat gold voor beide cherubs, ze waren gelijkvormig en even groot, allebei tien el hoog en met een spanwijdte van tien el. Ze werden zo in de achterzaal geplaatst dat de vleugel van de ene cherub de ene muur raakte en de vleugel van de andere de andere muur. Hun andere vleugels raakten elkaar precies in het midden van de zaal. Ook de cherubs liet hij vergulden.
1 Koningen 6:29-35. Alle wanden van de tempel, van zowel de voorste als de achterste zaal, liet hij rondom versieren met houtsnijwerk van cherubs, bloemenranken en palmetten. De vloeren werden bedekt met een laagje goud, zowel in de voorste als in de achterste zaal. De toegang tot de achterzaal liet hij afsluiten met deuren van aleppohout, die waren opgehangen in deurkozijnen met vijfhoekige stijlen. Die twee deuren liet hij versieren met houtsnijwerk van cherubs, palmetten en bloemenranken, en met bladgoud bedekken; ook het houtsnijwerk werd verguld. De deurposten van de toegang tot de grote zaal werden eveneens van het hout van de aleppo-den gemaakt, met vierhoekige stijlen. Hierin werden twee deuren van cipressenhout gehangen, die elk twee scharnierende panelen hadden. Ook deze deuren liet hij versieren met houtsnijwerk van cherubs, palmetten en bloemenranken, dat vervolgens werd verguld.
In de volgende teksten is ook nog spraken van teksten waarin het woord cherub voorkomt. Allen m.b.t. hun aanwezigheid in de tempel. 1 Koningen 7:29, 36 en 8:6-7 en 2 Koningen 19:15 en 1 Kronieken 13:6 en 28:18 en 2 Kronieken. 3:7, 10-14 en 5:7-8.
Psalm 80:2. Hoor ons, herder van Israël, die Jozef leidt als een kudde. U die troont op de cherubs, verschijn in luister.
Psalm 99:1. De HEER is koning – volken, beef! Hij troont op de cherubs – aarde, sidder!
Jesaja 37:14-16. Toen Hizkia de brief had gelezen die de boden hem overhandigd hadden, ging hij naar de tempel van de HEER en legde de brief daar open voor hem neer. En hij bad tot de HEER: ‘HEER van de hemelse machten, God van Israël, u die op de cherubs troont, u alleen bent God van alle koninkrijken op aarde, u hebt de hemel en de aarde gemaakt.
Wat valt op bij deze teksten?
Cherubs bewaken de toegang tot de boom van het leven. Genesis 3:24. Zouden ze dat nog steeds doen?
De beelden van twee cherubs op het verzoendeksel in het meest heilige van de ark waren één geheel met het verzoendeksel. Exodus 25:18-19. Ze bewaken als het ware de verzoening.
God sprak met Mozes vanuit de plek tussen de twee cherubs op de verzoeningsplaat. Exodus 25:22 en Numeri 7:89.
In het wollen en linnen voorhangsel van de tabernakel zat een patroon van cherubs geweven. Exodus 26:31 en Exodus 36:35.
De tentkleden die het terrein waar de tabernakel stond afgrensden waren ook van wol en linnen en hadden ook een patroon van cherubs. Exodus 36:35.
Op het verzoendeksel stonden aan ieder uiteinde een beeld van een cherub. Hun gezichten waren naar elkaar toegewend maar ze keken naar het deksel. Ze hadden vleugels omhoog en ook vleugels richting het deksel. Exodus 37:6-9.
Het volk Israël nam de ark mee in een strijd met de Filistijnen omdat ze de gedachte hadden dat ze dan wel zouden overwinnen. 1 Samuel 4:4. Dat liep niet goed af.
De HEER troont op de cherubs. Psalm 80:2, 99:1, Jesaja 37:14-16 en Ezechiël 9:3. Hij bestijgt een cherub. 2 Samuel 22:11 en Psalm 16:11.
In de tempel die Salomo bouwde waren ook de cherubs, maar dan wel een flinke maart groter. 1 en 2 Koningen en 1 en 2 Kronieken.
Cherubs rustten op een raderwerk. Onder dat raderwerk was vuur. Naast iedere cherub was er een wiel en een wiel in een wiel. Ze stonden op gegeven moment aan de zuidkant van de tempel. De vleugels van de cherubs maken geluid zoals wanneer God de ontzagwekkende spreekt. Een cherub kan zijn hand uitstrekken. Ezechiël 10:1-10.
Ezechiël 10:11-20 geeft nog een verder beschrijving van de cherubs die hij zag.
Arba chaiot, vier die leefden
Dit zijn de gegevens van het woord chai. Chaiot is het meervoud.
| Woord | Soort Woord | Strong | Opmerkingen: | |
| 1 | חַי cḥay | Bijvoeglijk naamwoord Zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk | H2416 | Levend wezens. Komt 503 keer voor in 450 verzen. KJV: live (197x), life (144x), beast (76x), alive (31x), living creature (15x), running (7x), living thing (6x), raw (6x), miscellaneous (19x). |
Het woord chai komt 59 keer voor in het boek Ezechiël waarvan 15 keer de KJV vertaalt met ‘living creatures’ of ‘living creature’, 9 keer in het meervoud en 6 keer in het enkelvoud. In Ezechiël hoofdstuk 1 (8x mv en 2x ev), in hoofdstuk 3 (1x in mv) en in hoofdstuk 10 (3x in enkelvoud).
In het eerste hoofdstuk van Ezechiël komt voor het eerst het woord chai voor in de betekenis van geestelijke levende wezens. Het blijken later cherubs te zijn. De ‘wezens’ zijn de vertaling van het woord chai, Strong H2416, een woord dat leven betekent. Je zou kunnen vertalen met ‘iets levends’. Een vage uitdrukking. De profeet kan het blijkbaar niet concreter beschrijven wat het is.
De teksten waarbij dat de KJV met ‘living creature(s)’ vertaalt zijn hieronder geciteerd.
Ezechiël 1:2-6. Op de vijfde van de maand – het was het vijfde jaar van de ballingschap van koning Jojachin kwam het woord van de HEERE uitdrukkelijk tot Ezechiël, de zoon van Buzi, de priester, in het land van de Chaldeeën bij de rivier de Kebar, en de hand van de HEERE was daar op hem. Toen zag ik, en zie, een stormwind kwam uit het noorden, een grote wolk, flitsend vuur en een lichtglans eromheen. En uit het midden ervan kwam iets als de schittering van edelmetaal, uit het midden van het vuur. Uit het midden daarvan kwam een gedaante van vier levende wezens. Dit was hun uiterlijk: zij hadden de gedaante van een mens. Ieder afzonderlijk had vier gezichten en ieder afzonderlijk van hen had vier vleugels. [HSV]
Ezechiël 1:13-15. Wat de gedaante van de levende wezens betreft: hun uiterlijk was als brandende kolen in het vuur, als het uiterlijk van fakkels. Dat vuur ging heen en weer tussen de levende wezens. Het vuur had lichtglans en uit het vuur schoot een bliksem. En de levende wezens schoten heen en weer als een bliksemschicht. Toen ik die levende wezens zag, zie, er was een wiel op de grond naast die levende wezens, bij alle vier aan de voorkant ervan. [HSV]
Ezechiël 1:19-22.Wanneer de levende wezens gingen, gingen die wielen naast hen mee, en wanneer de levende wezens werden opgeheven van de aarde, werden ook de wielen opgeheven. Waar de Geest heen wilde gaan, daarheen gingen zij, zij gingen waar de Geest heen wilde gaan. De wielen werden tegelijk met hen opgeheven, want de Geest van de levende wezens was in die wielen. [HSV]
Ezechiël 3:13. En ik hoorde het geluid van de vleugels van de levende wezens die elkaar raakten, het geluid van de wielen vlak bij hen en het geluid van een groot gedreun
Ezechiël 10:15-20. Toen verhieven de cherubs zich. Dit was hetzelfde levende wezen dat ik bij de rivier de Kebar gezien had. Wanneer de cherubs gingen, gingen de wielen naast hen mee. Wanneer de cherubs hun vleugels ophieven om zich van de aarde te verheffen, draaiden die wielen ook niet bij hen vandaan. Wanneer zij stilstonden, stonden die ook stil, en wanneer zij verheven werden, verhieven die zich ook, want de geest van de levende wezens was in hen. Toen ging de heerlijkheid van de HEERE weg, van boven de drempel van het huis, en bleef boven de cherubs staan. En de cherubs hieven hun vleugels op, en verhieven zich voor mijn ogen bij hun vertrek van de aarde, en de wielen tegelijk met hen. Ieder stond stil bij de ingang van de Oostpoort van het huis van de HEERE, met de heerlijkheid van de God van Israël van bovenaf boven hen. Dit is het levende wezen dat ik gezien had onder de God van Israël
bij de rivier de Kebar. Toen wist ik dat het cherubs waren. [HSV]
Opmerking: in alle teksten vertaalt de NBV21 met wezens.
Wat kunnen we van deze teksten leren?
De vier levende wezens hadden de gedaante van een mens, maar wel een mens met vier gezichten en met vier vleugels. Ezechiël 1:2-6.
Hun uiterlijk was als brandende kolen en er waren tussen die vier bliksemschichten. Ezechiël 1:13-15.
Er waren wielen naast die wezens en die gingen met hen mee. Ezechiël 1:19-22.
De vleugels van de levende wezens maken geluid, evenals de wielen die elkaar raakten en tevens was er een geluid van groot gedreun. Ezechiël 3:13.
De levende wezens hebben een geest. De profeet ontdekt dat die levende wezens cherubs waren. De levende wezens bevinden is onder de God van Israël. Ezechiël 10:15-20.
Saraph, seraf
Er zijn wel een vijftal woorden, die met slang, draak en o.a. met seraf kunnen worden vertaald. Serafs zijn dus niet lieflijke hemelse wezens maar lijken eerder de hemelse orde troepen te zijn. Dit zijn de gegevens van deze woorden.
| Woord | Soort Woord | Strong | Opmerkingen: | |
| 1 | שָׂרָף saraph | Zelfstandig naamwoord mannelijk | H8314 | Vurige slang/draak. Komt 7 keer voor in 7 verzen. KJV: fiery serpent (3x), fiery (2x), seraphim (2x). |
| 2 | נָחָשׁ nāḥāš | Zelfstandig naamwoord mannelijk | H5175 | Slang Komt 31 keer voor in 28 verzen. KJV: serpent (31x). |
| 3 | תַּנִּין tannîn | Zelfstandig naamwoord mannelijk | H8577 | Draak Komt 26 keer voor in 26 verzen. KJV: dragon (21x), serpent (3x), whale (3x). |
| 4 | פֶּתֶן peṯen | Zelfstandig naamwoord mannelijk | H6620 | Adder Komt 6 keer voor in 6 verzen KJV: asp (4x), adder (2x). |
| 5 | צֶפַע ṣep̄a’ | Zelfstandig naamwoord mannelijk | H6848 | Adder Komt 5 keer voor in 5 verzen. KJV: cockatrice (4x), adder (1x). |
Ad.1. Saraph, vurige slang.
Het zelfstandig naamwoord saraph komt van een werkwoord dat branden betekent. Het woord komt in zeven teksten voor. In de vertalingen legt men de relatie met een slang. Maar voor dat dier is er ook een ander Hebreeuws woord. Als je het woord met ‘slang’ vertaalt, dan moet je het zeker een vurige slang noemen.
Een vurige slang is een geestelijke wezen, die er zou kunnen uitzien als een slang. Zie de teksten hieronder.
Numeri 21:6-8. Toen zond de Here vurige slangen onder het volk; die beten het volk, zodat er velen van Israël stierven. Daarop kwam het volk tot Mozes en zeide: Wij hebben gezondigd, want wij hebben tegen de Here en tegen u gesproken; bid tot de Here, dat Hij de slangen van ons wegdoe. Toen bad Mozes ten gunste van het volk. De Here dan zeide tot Mozes: Maak een vurige slang en plaats die op een staak; ieder, die daarnaar ziet, wanneer hij gebeten is, zal in leven blijven. [NBG]
Opmerking: de NBV vertaalt met eerst met giftige slang en daarna met slang, die vertaling gaat voorbij aan de geestelijke betekenis. De SV en de NBG hebben ook vurige slang.
Deuteronomium 8:15. … die u deed gaan door de grote en vreselijke woestijn, met vurige slangen en schorpioenen en dorstig land zonder water; die uit de harde rots voor u water te voorschijn deed komen,
Opmerking: deze tekst geeft een overzicht achteraf van de tocht van het volk Israël door de woestijn met o.a. vurige slangen.
Jesaja 6:2. Boven hem stonden serafs. Elk van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om mee te vliegen.
Jesaja 6:6. Toen nam een van de serafs met een tang een gloeiende kool van het altaar en vloog daarmee op mij af.
Jesaja 14:29. Verblijd u niet, heel Filistea, want de staf die u sloeg, is wel gebroken, maar uit de wortel van de slang (nahas) zal een gifslang (sepa) voortkomen, en haar vrucht zal een vurige, vliegende draak zijn. [HSV]
Opmerking 1: deze tekst is de eerste zin van de profetie van Jesaja over Filistea, in het Hebreeuws is dat Palesjet genoemd.
Opmerking 2: in dit vers worden nog twee woorden gebruikt, die beiden met slang zijn vertaald.
Opmerking 3: het woord seraf is met vurige draak vertaald. De NBV spreekt in plaats van over een draak over “een vliegensvlugge cobra”. Daarmee is het wel heel alledaags. Het ziet voorbij aan de geestelijke betekenis, die het boek Jesaja er in legt.
Jesaja 30:6 Profetie over de dieren van het Zuiden. Door een land van ellende en ontbering – het domein van leeuwin en leeuw, van adder (‘ep̄ʿê, H660) en vliegende gifslang –vervoeren zij hun schatten op ezelsruggen, hun rijkdommen op kamelenbulten, naar een volk dat niets te bieden heeft.
Opmerking: de HSV vertaalt met vurige vliegende draak.
Ad.2. Nāḥāš, slang
Dit gaat over de slang in de hof van Eden. Ook een slang die Mozes de Egyptenaren tevoorschijn kon toveren.
Ad.3. Tannîn, draak.
Genesis 1:21. En God schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en alle soorten vogels, alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was.
Opmerking: de HSV vertaalt met zeedieren,
Exodus 7:812. En de HEERE zei tegen Mozes en tegen Aäron: Als de farao tot u spreekt: Doe voor uzelf een wonderteken, dan moet u tegen Aäron zeggen: Neem je staf en werp die neer voor de farao; en de staf zal tot een slang worden. Toen kwamen Mozes en Aäron bij de farao en deden precies zoals de HEERE geboden had. Aäron wierp zijn staf neer voor de farao en voor zijn dienaren en hij werd tot een slang. Maar de farao op zijn beurt riep de wijzen en de tovenaars, en ook zij, de Egyptische magiërs, deden met hun bezweringen hetzelfde. Want ieder wierp zijn staf neer en zij werden tot slangen, maar de staf van Aäron verslond hun staven. [HSV]
Deuteronomium 32:33. Hun wijn is slangenvergif, en een venijnig gif van adders.
Opmerking: het gaat om een vloek voor de volken die Israël aanvallen.
In Nehemia 2:13 is de drakenpoort genoemd.
Job 7:12. Ben ik de zee of het zeemonster? Moet U mij daarom bewaken?
Opmerking: dit is wat Job over zichzelf zegt.
Job 30:29. Ik ben den draken een broeder geworden, en een metgezel der jonge struisen. {Statenvertaling]
Opmerking: NBV21 en HSV vertalen met jakhalzen. Het woord dat met struisvogel is vertaald heeft een onbekende betekenis volgens Outline Biblical Usage.
Psalm 44:19. Hoewel Gij ons verpletterd hebt in een plaats der draken, en ons met een doodsschaduw bedekt hebt. {Statenvertaling]
Opmerking: NBV21 en HSV vertalen ook hier met jakhalzen.
Psalm 74:13-14. Gij hebt door Uw sterkte de zee gespleten; Gij hebt de koppen der draken in de wateren verbroken. Gij hebt de koppen des Leviathans verpletterd; Gij hebt hem tot spijs gegeven aan het volk in dorre plaatsen. [Statenvertaling]
Opmerking: NBV21 en HSV vertalen hier resp. met monsters en zeemonsters.
Psalm 91:13. Op den fellen leeuw en de adder zult gij treden, gij zult den jongen leeuw en den draak vertreden. [Statenvertaling]
Opmerking: NBV21 en HSV vertalen hier met slang.
Psalm 148:7. Loof de HEER, bewoners van de aarde, zeemonsters en oceanen,
Opmerking: de Statenvertaling vertaalt hier met walvissen.
Jesaja 13:22. In de verlaten burchten klinkt het gehuil van hyena’s, jakhalzen janken in de weelderige paleizen van weleer. Voor Babel is de tijd nabij, zijn dagen zijn geteld.
Isa 27:1
Isa 34:13
Isa 35:7
Isa 43:20
Isa 51:9
Jer 9:11
Jer 10:22
Jer 14:6
Jer 49:33
Jer 51:34, 37
Eze 29:3
Mic 1:8
Ad.4. Peṯen, adder.
Hier citaten van de teksten met dit woord.
Deuteronomium 32:33. Hun wijn is slangenvergif, en een venijnig gif van adders.
Job 20:14-16. … dan zal zijn voedsel in zijn ingewanden veranderen; gif van adders zal het in zijn binnenste zijn. Hij heeft vermogen verslonden, maar zal het uitspuwen; God zal het uit zijn buik verdrijven. Hij zal vergif van adders zuigen; de tong van de slang (‘ep̄ʿê, Strong H660) zal hem doden. [HSV]
Psalm 58:4. Zij hebben vurig vergif, het lijkt op vurig slangengif; zij zijn als een dove adder, die zijn oren dichtstopt, [HSV]
Psalm 91:13. Op de felle leeuw en de adder zult u trappen, u zult de jonge leeuw en de slang vertrappen. [HSV]
Jesaja 11:8. Bij het hol van een adder speelt een zuigeling, een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang.
Ad.5. Tsep̄a’, adder.
De KJV vertaalt vier van de vijf keer met cockatrice, dat is een mythisch dier, ze heeft het lichaam van een slang en de kop en de vleugels van een haan. Ik weet niet of de KJV daarmee een goede vertaling geeft van dit woord.
Spreuken 23:31-33. Laat je niet verleiden door de glans van wijn, wanneer hij fonkelt in de beker. Hij glijdt zo makkelijk over de tong, maar later bijt hij als een slang, spuit hij gif als een adder. Dan zie je vreemde dingen en begin je wartaal uit te slaan.
Jesaja 11:8. Bij het hol van een adder speelt een zuigeling, een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang.
Jesaja 14:29. Verblijd u niet, heel Filistea, want de staf die u sloeg, is wel gebroken, maar uit de wortel van de slang (nahas) zal een gifslang voortkomen, en haar vrucht zal een vurige, vliegende draak (saraph) zijn. [HSV]
Jesaja 59:5. Zij broeden eieren van een gifslang uit en zij weven spinnenwebben. Wie van hun eieren eet, sterft; is er een kapotgedrukt, dan perst er zich een adder (‘ep̄ʿê, Strong H660) uit.
Opmerking: het gaat over zondige mensen in het volk.
Jeremia 8:17. Voorzeker, zie, Ik ga slangen (nahas), gifslangen op u af sturen, waartegen geen bezwering is, en die zullen u bijten, spreekt de HEERE.
Wat kunnen van deze teksten leren?
De HEER zond vurige slangen onder het volk. Toen Mozes een vurige slang had gemaakt op een stang moesten de mensen daar naar kijken, dan werden ze genezen. Numeri 21:6-8. Dit begrijp ik nog niet.
Mal’ak, engel, boodschapper
Er is één woord in het Oude Testament dat je met engel kunt vertalen. Hier de gegevens.
| Woord | Soort woord | Strong | Opmerkingen: | |
| 1 | מַלְאָךְ mal’ak | Zelfstandig naamwoord mannelijk | H4397 | Engel, boodschapper. Komt 214 keer voor in 197 verzen. KJV: angel (111x), messenger (98x), ambassadors (4x), variant (1x). |
Het onderwerp engel of engelen is een heel onderwerp op zich.
Het boek Genesis
We komen engelen voor het eerst in de Bijbel tegen bij het verhaal van Hagar, die op de vlucht slaat voor Sara. En voor de tweede keer als Hagar en Ismaël worden weggestuurd. En voor de derde keer als Abraham zijn zoon Isaak moet offeren.
Genesis 16:7-9. Een engel van de HEER trof haar in de woestijn aan bij een waterbron, de bron die aan de weg naar Sur ligt. Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je heen?’ vroeg hij. ‘Ik ben gevlucht voor Sarai, mijn meesteres,’ antwoordde ze. ‘Ga naar je meesteres terug,’ zei de engel van de HEER , ‘en wees haar weer gehoorzaam.’
Genesis 21:17-19. Maar God hoorde de jongen kermen, en een engel van God riep Hagar vanuit de hemel toe: ‘Wat is er, Hagar? Wees niet bezorgd: God heeft je jongen, die daar ligt te kermen, gehoord. Sta op, help de jongen overeind en ondersteun hem. Ik zal een groot volk uit hem doen voortkomen.’ Toen opende God haar de ogen en zag ze een waterput. Ze liep ernaartoe, vulde de waterzak en gaf de jongen te drinken.
Genesis 22:11. Maar een engel van de HEER riep vanuit de hemel: ‘Abraham, Abraham!’ ‘Ik luister,’ antwoordde hij.
Genesis 22:15. Toen sprak de engel van de HEER opnieuw vanuit de hemel tot Abraham.
Boek Exodus
In het boek Exoduys komt het woord mal’ak zes keer voor. Hier alle teksten.
Exodus 3:2. Daar verscheen de engel van de HEER aan hem in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde. Mozes zag dat de struik in brand stond en toch niet door het vuur werd verteerd.
Exodus 14:19. De engel van God, die steeds voor het leger van de Israëlieten uit was gegaan, stelde zich nu achter hen op. Ook de wolkkolom, die eerst voor hen uit ging, stelde zich achter hen op,
Exodus 23:20. Ik stuur een engel voor jullie uit om je op je tocht te beschermen en je naar de plaats te brengen die Ik voor jullie bestemd heb.
Exodus 23:23. Mijn engel zal voor jullie uit gaan naar het gebied van de Amorieten, de Hethieten, Perizzieten, Kanaänieten, Chiwwieten en Jebusieten, en Ik zal die volken uitroeien.
Exodus 32:34. Leid het volk nu naar de plaats die Ik je heb genoemd; mijn engel zal voor je uit gaan. Maar op de dag van de verantwoording zal Ik hen voor hun zonde ter verantwoording roepen.’
Exodus 33:2-3. een land dat overvloeit van melk en honing. Ik zal een engel voor je uit sturen en Ik zal de Kanaänieten, de Amorieten, Hethieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten verdrijven. Maar Ik trek niet met jullie mee, want jullie zijn een onhandelbaar volk en Ik zou jullie daarom onderweg kunnen doden.’
Boek Deuteronomium
In dit boek komt het woord mal’ak eenmaal voor.
Deuteronomium 2:26-27. Ik stuurde toen vanuit de woestijn van Kedemot gezanten naar koning Sichon van Chesbon met woorden van vrede. Ik vroeg hem: ‘Sta mij toe door uw land te trekken. Ik verzeker u dat ik de hoofdweg zal volgen en er niet van zal afwijken, naar links noch naar rechts.
Boek van de Psalmen
In het boek van de Psalmen komt het woord mal’ak acht keer voor. Hier alle teksten.
Psalmen 34:8. De engel van de HEER waakt over wie Hem vrezen, en bevrijdt hen.
Psalmen 35:5-6. Laat hen verwaaien als kaf in de wind wanneer de engel van de HEER hen opjaagt, laat hun weg donker en glad zijn wanneer de engel van de HEER hen vervolgt.
Psalm 78:48-49. Ook leverde Hij hun dieren aan de hagel over, hun vee aan de vurige bliksemflitsen. Hij zond Zijn brandende toorn op hen af, verbolgenheid, gramschap, benauwdheid, Hij zond een menigte boden van rampen.
Opmerking: waren dat boden van God?
Psalm 91:11. Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven dat zij u bewaren op al uw wegen. Zij zullen u op de handen dragen, zodat u uw voet aan geen steen stoot. Op de felle leeuw en de adder zult u trappen, u zult de jonge leeuw en de slang vertrappen. [HSV]
Opmerking: het lijkt hier te gaan over de komende Messias.
Psalm 103:20. Loof de HEERE, u, Zijn engelen, sterke helden, die Zijn woord uitvoeren, gehoorzaam aan het woord dat Hij spreekt.
Psalm 104:4. Hij maakt Zijn engelen tot hulpvaardige geesten, Zijn dienaren tot vlammend vuur. [HSV]
Opmerking: de NBV benadert de tekst andersom: “U maakt van de winden uw boden, van vlammend vuur uw dienaren”.
Psalm 148:2. Loof Hem, herauten van de HEER, loof Hem, hemelse legermacht.
Ad. 2. Mal’ak in het Aramees,
Dit woord komt in twee teksten voor. Hier die teksten.
Daniel 3:28. Nebukadnessar nam het woord. Hij zei: ‘Geprezen zij de God van Sadrach, Mesach en Abednego, die zijn engel heeft gezonden en zijn dienaren gered. Zij hebben op Hem vertrouwd, zij hebben het bevel van de koning genegeerd en hun lichaam prijsgegeven, omdat zij voor geen andere dan hun eigen God willen neerknielen of buigen
Daniel 6:22-23. En Daniël zei tegen de koning: ‘Majesteit, leef in eeuwigheid! Mijn God heeft zijn engel gezonden en de leeuwenmuilen gesloten. Ze hebben mij geen kwaad gedaan, omdat Hij mij onschuldig acht; maar ook u, majesteit, heb ik niets misdaan.’
Wat kunnen we van deze teksten leren?
Nieuwe Testament
In het Nieuwe Testament worden ook de drie verschillende soorten geestelijke wezen genoemd, die in het Oude Testament voorkomen.
Cheroub, cherub
Dit zijn de gegevens van het woord Cheroub.
| Woord | Soort woord | Strong | Opmerkingen: | |
| 1 | Χερούβ Cheroub | Zelfstandig naamwoord onzijdig | G5502 | Cherub Komt eenmaal voor. KJV: cherubim (1x). |
In het Nieuwe Testament komt het woord cherub slechts eenmaal voor en wel in het boek van de Hebreeën.
Hebreeën 9:5. .. daarop staan de cherubs als teken van Gods majesteit, zij bedekken de verzoeningsplaat met hun schaduw. Op dit alles kunnen we nu niet in detail ingaan.
Tessera zoa, vier dieren
Dit zijn de gegevens rond tessera zoa,
| Woord | Soort Woord | Strong | Opmerkingen: | |
| 1 | τέσσαρες ζῷον tessares zōon | Bijvoeglijk en zelfstandig naamwoord onzijdig | G5064 G2226 | Vier dieren of wezens Komt 11 keer voor in 11 verzen. KJV: four beasts (11x). |
Tessera is het getal vier. Het woord ‘zoa’ is een breed begrip, kan dier betekenen of beest, iets wat leeft maar niet menselijk is een levend wezen.
Openbaring 4:4-8. Om de troon heen stonden vierentwintig andere tronen, waarop vierentwintig oudsten zaten. Ze droegen witte kleren en hadden een gouden krans op hun hoofd. Van de troon gingen bliksemschichten uit en donderslagen en groot geraas. Voor de troon brandden zeven vurige fakkels; dat zijn de zeven geesten van God. Ook lag er voor de troon iets als een zee van glas, van kristal. Midden voor de troon en eromheen waren vier wezens, die van voren en van achteren een en al oog waren. Het eerste wezen zag eruit als een leeuw en het tweede als een jonge stier; het derde had een gezicht als een mens en het vierde leek een vliegende adelaar. Elk van de vier wezens had zes vleugels, met overal ogen aan de buiten- en de binnenkant. Dag en nacht, zonder ophouden, roepen ze: ‘Heilig, heilig, heilig is God, de Heer, de Almachtige, die was, die is en die komt.’
Opmerking: 3 is het getal dat bij God hoort, 4 het getal dat bij de mens hoort, denk aan de vier windstreken, 7 is de optelling van beiden. De geesten horen zowel bij God als bij de mens. 12 is 3 keer 4 God en mensen vermenigvuldigt. De oudsten vertegenwoordigen de mens. Waarom 2×12? Het getuigenis van 2 is waar.
Openbaring 5:6-8. Toen zag ik midden voor de troon een lam staan, tussen de vier wezens en de oudsten. Het zag eruit als een lam dat geslacht was en het had zeven hoorns en zeven ogen; dat zijn de zeven geesten van God, die over de hele wereld zijn uitgestuurd. Het lam ging naar degene die op de troon zat en ontving de boekrol uit zijn rechterhand. Op hetzelfde moment wierpen de vier wezens en de vierentwintig oudsten zich voor het lam neer. Ieder van hen had een lier en een gouden schaal vol wierook; dat zijn de gebeden van de heiligen.
Openbaring 5:14. De vier wezens antwoordden: ‘Amen,’ en de oudsten wierpen zich in aanbidding neer.
Openbaring 6:1. Toen zag ik dit: het lam verbrak een van de zeven zegels en ik hoorde een van de vier wezens roepen met een geluid als een donderslag: ‘Kom!’
Openbaring 6:6. Ik hoorde iets als een stem te midden van de vier wezens zeggen: ‘Een dagloon voor een portie tarwe en een dagloon voor drie porties gerst. Maar laat wijn en olijfolie ongemoeid.’
.Openbaring 7:11-12. Alle engelen stonden om de troon en de oudsten en de vier wezens heen. Ze wierpen zich neer voor de troon en aanbaden God met de woorden: ‘Amen! Lof, majesteit en wijsheid, dank en eer en macht en kracht komen onze God toe, tot in eeuwigheid. Amen.’
Openbaring 14:3. Er werd voor de troon en voor de vier wezens en de oudsten iets gezongen dat leek op een nieuw lied. Niemand kon het lied begrijpen, behalve de honderdvierenveertigduizend mensen die van de aarde zijn vrijgekocht.
Openbaring 15:7. Toen gaf een van de vier wezens aan alle zeven engelen een gouden offerschaal, vol met de woede van de God die leeft tot in eeuwigheid
Openbaring 19:4. De vierentwintig oudsten en de vier wezens wierpen zich neer voor God, die op de troon zit, en aanbaden Hem met de woorden: ‘Amen! Halleluja!’
Overwegingen
Waarom vier wezens? Het is het getal van volledigheid en compleetheid met betrekking tot de schepping. De vier dieren lijken vooral voor de aarde te zijn. Zo kennen wij de vier windstreken: Oost, West, Noord en Zuid. De engelen zullen t.z.t. worden uitgestuurd naar de vier windstreken om de uitverkorenen op te halen. Matteüs 24:31/
De vier dieren (of levende wezens) uit Openbaring en de vier wezens uit het visioen van Ezechiël, zie hierboven zijn nauw aan elkaar verwant en stellen dezelfde geestelijke werkelijkheid voor. Beide groepen bevinden zich bij de troon van God en bezitten dezelfde vier hoofdvormen: een leeuw, een stier/rund, een mens en een adelaar. Zowel in Ezechiël als in Openbaring zijn de wezens vol ogen.
Er zijn ook verschillen tussen deze twee visioenen. Bij Ezechiël heeft elk afzonderlijk wezen tegelijkertijd vier gezichten (van een mens, een leeuw, een rund en een adelaar). In Openbaring 4:7 heeft elk van de vier wezens slechts één gezicht: het eerste lijkt op een leeuw, het tweede op een stier, het derde op een mens en het vierde op een vliegende adelaar.
De wezens bij Ezechiël hebben vier vleugels (Ezechiël 1:6), terwijl de wezens in Openbaring 4:8 zes vleugels hebben (wat overeenkomt met de serafijnen in het visioen van Jesaja 6:2).
In de christelijke traditie zijn deze vier gestalten later ook gebruikt als symbolen voor de vier evangelisten, Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Men vond dat zij leken op deze vier wezens..
Ophis, seraf
Dit zijn de gegevens van het woord ophis.
| Woord | Soort Woord | Strong | Opmerkingen: | |
| 1 | ὄφις ophis | Zelfstandig naamwoord mannelijk | G3789 | Vurige slang/draak Komt 14 keer voor in 14 verzen. KJV: serpent (14x). |
Van de 14 verzen waarbij het Griekse woord ophis voorkomt, hier een citaat van de teksten.
De apostel Paulus roept de geschiedenis van Numeri in herinnering. Het zou nog wel eens kunnen voorkomen.
1 Korintiërs 10:9. En laten we Christus niet tarten, zoals anderen deden, want daardoor werden ze door slangen doodgebeten.
Deze twee teksten geven de autoriteit aan die de discipelen van Jezus hebben gekregen in de geestelijke wereld:
Lucas 10:19. Bedenk wel: ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden.
Marcus 16:18. .. met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.
Mat 7:10
Mat 10:16
Mat 23:33
Mar 16:18
Luk 10:19
Luk 11:11
Jhn 3:14
1Co 10:9
2Co 11:3
Rev 9:19
Rev 12:9, 14-15
Rev 20:2
Angelos, engel
Dit zijn de gegevens van het woord angelos.
| Woord | Soort woord | Strong | Opmerkingen: | |
| 1 | ἄγγελος angelos | Zelfstandig naamwoord mannelijk | G32 | Engel Komt 186 keer voor in 181 verzen. KJV: angel (179x), messenger (7x). |
In het Nieuwe Testament komen engelen vooral voor in de evangeliën en in het boek Openbaring. In Openbaring wel 72 keer. Hieronder van citaten van alle teksten die in het evangelie van Matteüs voorkomen.
Matteüs 1:20. Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest.
Matteüs 1:24. Jozef werd wakker en deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen: hij nam haar bij zich als zijn vrouw.
Opmerking: wat opvalt is dat er aan ‘engel’ is toegevoegd ‘van de Heer’. Er zijn ook boodschappers uit het rijk van de duisternis.
Matteüs 2:13. Nadat zij op die manier de wijk genomen hadden, verscheen er aan Jozef in een droom een engel van de Heer, die zei: ‘Maak je gereed en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte. Blijf daar tot ik je weer roep, want Herodes is naar het kind op zoek en wil het ombrengen.’
Matteüs 2:19. Nadat Herodes gestorven was, verscheen er in een droom aan Jozef in Egypte een engel van de Heer,
Matteüs 4:6. … en zei tegen Hem: ‘Als U de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal Hij opdracht geven om U op hun handen te dragen, zodat U uw voet niet zult stoten aan een steen.”’
Matteüs 4:11. Daarna liet de duivel Hem met rust, en meteen kwamen er engelen om Hem te dienen.
Matteüs 11:10. Hij is degene over wie geschreven staat: “Let op, Ik zend mijn bode voor Je uit, hij zal een weg voor Je banen.”
Opmerking: dit gaat over Johannes de Doper.
Matteüs 13:39. … de vijand die het zaait is de duivel, de oogst staat voor de voltooiing van deze wereld en de maaiers zijn de engelen.
Matteüs 13:41. … de Mensenzoon zal zijn engelen eropuit sturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk al wat ten val brengt en al wie onrecht pleegt bijeenbrengen.
Matteüs 13:49. Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen eropuit trekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden,
Matteüs 16:27. Wanneer de Mensenzoon komt, in gezelschap van zijn engelen en bekleed met de stralende luister van zijn Vader, dan zal Hij iedereen naar zijn daden belonen.
Matteüs 18:10. Waak ervoor ook maar een van deze geringe mensen te verachten. Want Ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader.
Matteüs 22:30. Want bij de opstanding trouwen de mensen niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, ze zijn dan als engelen in de hemel.
Matteüs 24:31. Dan zal Hij zijn engelen uitzenden, en onder luid bazuingeschal zullen zij zijn uitverkorenen uit de vier windstreken bijeenbrengen, van het ene uiteinde van de hemelkoepel tot het andere.
Matteüs 24:36. Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het.
Matteüs 25:31. Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal Hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon.
Matteüs 25:41. Daarop zal Hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen.
Matteüs 26:53. Je weet toch dat Ik mijn Vader maar te hulp hoef te roepen of Hij stelt Mij onmiddellijk meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking.
Matteüs 28:2. Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel, liep naar het graf, rolde de steen weg en ging erop zitten.
Matteüs 28:5. De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: ‘Wees niet bang, ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken.
Wat kunnen we van deze teksten leren?
Andere bronnen
Informatie
Natuurlijk interessant wat bronnen uit de Joods-Christelijke wereld melden over dit onderwerp. Achtereenvolgens de Joodse (1), RK (2), Protestants Calvijn (3) en H. Berkhof (4) en Evangelisch/Charismatisch (5).
| Bron: | Opmerkingen: | |
| 1 | Kitsoer Sjoechan Aroech | Is geen onderwerp in deze bron |
| 2 | RK Katechismus | Regel 328 tot en met 336 (2 bladzijden) gaan over de engelen. Regel 335 verwijst naar de Byzantijnse hymne van de cherubijnen. |
| 3 | Institutie van Calvijn | Hoofdstuk 1.14 over de schepping gaat van 1.14.3. tot 1.14.12. over engelen. Bladzijde 88 tot en met 92 in mijn versie van de Institutie. Dit geeft een mooi overzicht over de engelen. |
| 4 | Christelijk Geloof van H. Berkhof | 176 -178. Hij laat merken geen zicht te hebben op dit onderwerp. Hij vind dat een leer van engelen niet zo past in de christelijke theologie |
| 5 | CD Wilkin van der Kamp Boek Maria Basilea Schlink | Engelen in de bevrijding De onzichtbare wereld van engelen en demonen |
Zowel 2 als 3 geven nuttige informatie over engelen. Bron 2 verwijst naar de Byzantijnse hymne van de cherubijnen. Die begint als volgt in het Trisagiongebed, het tiende onderdeel van liturgie (van de pakweg 30 onderdelen) als volgt: Priester: Heilige God, die te midden der Heiligen rust: de Serafijnen zingen U het driemaal heilig toe; de Cherubijnen verheerlijken U en alle Hemelse Krachten aanbidden U. Zie ook link. Er staat nog meer over de cherubijnen in deze liturgie.
Bron 5 het boek van Schlink geeft een mooi overzicht. Het boek is helaas niet meer verkrijgbaar. CD van Wilkin moet ik nog beluisteren.
Kunst
Beeldhouwers en schilders beelden deze geestelijke wezen in overvloed uit. Vooral al het gaat om de kunst tot de Reformatie.
Kunstenaars van kerkelijke kunst beelden cherubs af als os, leeuw, adelaar en mens. Italiaanse kunstenaars maken er een kinderkopje van met vleugels.
Overwegingen
Wat zie je als je iets van de geestelijke wereld ziet?
Als een mens iets van de geestelijke wereld ziet is het niet zoals dat er in onze werkelijkheid uitziet. Uit wat je ziet kun je wel iets afleiden. Als iets groot, zoals een grote engel, dat betekent dat dat die engel veel kan doen, veel kracht en macht heeft.
Als iets eruit ziet als een mens, een leeuw, een rund of een arend dan zit daar een boodschap in. Alle vier gaat het om wezens die macht hebben, de mens over de aarde, de adelaar over de lucht, de leeuw en de rund over de dierenwereld. Bij een rund moeten we niet denken aan zo’n koe in de wei, maar die runderen die met hele kuddes over de prairies en de savannes gaan en die gezamenlijk enorme macht hebben.
Waarom spreekt men van cherubijntjes en serafijntjes?
In de christelijke wereld en daarmee ook in de kunst worden wel gesproken over cherubijntjes en serafijntjes, afgebeeld als baby jongetjes. Verkleinwoordjes dus. Klopt dat wel? Nee, de beschrijvingen in de Bijbel geven juist aan dat cherubs en serafs indrukwekkend zijn. Ik weet niet hoe die ideeën zijn ontstaan in de christelijke wereld.
Lessen
Hier staan antwoorden op de vragen, die bij Studievragen zijn gesteld.
Wat is er te zeggen over cherubs en serafs? Wat is hun functie?
Een cherub is een geestelijk wezen die er speciaal lijkt te zijn voor de aarde. Ze zijn zelden voor mensen zichtbaar geweest. Ze zijn indrukwekkend.
Een seraf …..
Hebben de cherubs en de serafs ook ooit contact gehad met mensen?
Cherubs doen bij de troon van God samen dingen met de 24 oudsten.
Wie zijn de vier levende wezens die in Ezechiël zijn genoemd en de vier dieren die in Openbaring zijn genoemd. Wat is hun functie?
Volgens Ezechiël zelf zijn de vier levende wezens cherubs. Omdat die in Openbaring op die van Ezechiël lijken zullen het ook wel cherubs zijn.
Hoe zijn de verschillen in beschrijving tussen Ezechiël en Openbaring te verklaren?
Welke taken vervullen de engelen van God zoal? Is er verschil qua functie van het Oude en Nieuwe Testament?
Wat doen boodschappers die geen boodschappers zijn van God?