#104 Hoe de kerk begon

De nieuwe gemeente van God begon op die bijzonder Pinksterdag met de uitstorting van de Heilige Geest.

Die uitstorting van de Heilige Geest veranderde de mensen, die toen aanwezig waren en het wilden ontvangen. Hun leven werd door de Geest op God gericht en door de Geest ook op de anderen gericht. Zowel, die ook de Geest hadden ontvangen als degenen voor wie dat nog niet gold.

Ze hadden zoveel compassie dat ze een goede naam kregen, zodat er werd gezegd ‘ze stonden in de gunst bij het gehele volk’.

Vanuit Jeruzalem kwam deze beweging in de omgeving van Jeruzalem. Enkele tientallen jaren waren er in het hele Romeinse Rijk op vele plaatsen kleine groepjes van mensen die op deze weg wandelden zoals dat werd genoemd.

Ook buiten het Romeinse Rijk kwamen de boodschappers van het evangelie. Een groot deel van de wereld kwam ermee in aanraking.

Hoe kwam het evangelie in Nederland?

Er is een verhaal van ene Egistus, die in het jaar 60 in ‘Nederland’ zou hebben geëvangeliseerd. Hij zou één van de 72 door Jezus uitgezonden discipelen zijn geweest. Maar hij is de geschiedenis boeken uitgeschreven omdat men behalve het verhaal geen bewijs heeft gevonden van zijn bestaan. [Bron: Hoe God verscheen in Friesland van Dirk Otten, bladzijde 45 onderaan].

Het is ook goed om te beseffen dat tot de 16de eeuw er niet zoiets was als ‘Nederland’. Er leefden in wat nu Nederland is verschillende volken en dat ook nog in kleine aantallen.

Ook het landschap was ingrijpend anders. In de eerste eeuwen van onze jaartelling was er een groot gebied bij het huidige Zeeland, Friesland en Groningen dat bij eb droog stond en bij vloed onder water liep. En wat nu het IJsselmeer is was veel kleiner. Er was veel moeras. Hier en daar was het gebied geschikt voor bewoning. En al deze dingen veranderden door de eeuwen heen.

Zo rond de vierde en vijfde eeuw van onze jaartelling woonden er drie volken. De Franken onder de grote rivieren. De Friezen in het Westen en Noorden. En de Saksen in het Oosten van ons land.

De Frankisch koning Clovis ging in het jaar 498/499 over naar het christendom, daarmee werd zijn rijk een christelijk rijk. De adel zou hem vanzelfsprekend gaan volgen en de vrije mensen, de horigen en de slaven op de langere termijn ook. De kerk was aanwezig met kerkgebouwen priesters en bisschoppen. De kerk leek op wat nu de Rooms Katholieke kerk is.

In de kerk waren mensen, die gegrepen werden door de woorden van God. Ze maakten van hun geloof hun levenswerk. Besteden veel tijd aan zingen, lezen , bidden en meedoen aan missen, ze leefden celibatair, ze trouwden niet, ze kregen geen kinderen. Deze bekwaamden zich en vatten moed om het geloof verder uit te dragen.

Zo ging men vanuit het rijk van de Franken naar de streken waar de Friezen woonden. De eerste van wie dat zeker is, is Eligius. Hij was een bijzonder mooi mensen met een enorme staat van dienst aan het hof van het Frankische rijk, maar niet te beroerd om naar die Friezen te gaan om te evangeliseren. [bron: Wikipedia].

Eligius was tussen 630 en 650 actief in het gebied ten noorden van de monding van de Schelde. In Zeeland zeg maar. Het was toen onder invloed van de Frankische koning, maar toen het weer onder invloed van de Friezen kwam werd het werk stopgezet.

Het is goed om te weten dat er een periode was dat groepen van Friezen en Saksen overstoken naar Engeland waar ze in contact kwamen met christenen. De christelijke kerk in Engeland had haar wortels in Ierland, waar de kerk meer in vuur en vlam was voor het evangelie dan in de voormalige Romeinse gebieden. Ook Eligius was geïnspireerd door christenen uit Ierland.

Van de Friese koning Aldgisl weten we dat hij in 678 een halfjaar een adellijke bisschop Wilfried van York uit het bevriende Engeland met een heel gezelschap liet evangeliseren in Noord West Friesland. Er zouden duizenden Friezen zich hebben bekeerd volgens een geschiedschrijver.   

In het jaar 680 ging monnik Wigbert met een heel gezelschap vanuit Ierland naar Friesland. Hij wilde een ‘peregrinus pro Christo’ zijn. Iemand die van het op pad voor Christus zijn levenswerk maakt. Wigbert had weinig succes. Geschiedschrijvers denken voor het uitblijven van succes aan de volgende twee redenen, die ook daarna steeds van belang waren.

Bij de Germanen had de adel de leiding, anderen volgden. En de adel had contact met de adel van andere volken. Wigbert was niet van adel.

En de tweede reden was dat de Germaanse godsdienst tot in alle haarvaten van de levens van mensen was opgenomen. Je hele leven had te maken met de godsdienst. Het was dan ook een levensgrote overgang om christen te worden.

Daarna Wulfram had in het jaar 689 bijna de Friese koning Radboud zover gekregen dat hij zich zou bekeren. Wanneer hij al met één voet in het doopvont staat wil hij Wulfram nog een vraag stellen: ‘Zou door zijn doop zijn voorouders ook recht krijgen op een plaats in de hemel van de christenen’. Wulfram moet daarover eerlijk zijn, hij maakt de koning duidelijk dat dat niet het geval is. Daarop zegt Radboud dat hij dan liever in het hiernamaals bij zijn eigen vorstelijke voorouders wil zijn en laat zich niet dopen.

Het voorval geeft wel aan dat in het christelijk geloof van die tijd het hiernamaals heel belangrijk is geworden. In het boek Handelingen gaat het vooral om het leven op aarde.

Vervolgens landde Willibrord in het jaar 690 vanuit Engeland bij de monding van de Schelde. Willibrord werkte vanuit het land van de Franken onder de Friezen. Het werd door de paus benoemd tot de aartsbisschop van de Friezen.

Daarna kwam de Angelsaks Winfried, die van de paus de naam Bonifatius had gekregen naar Friesland. Hij was een man, die soms stevig optrad richting de Franken. Hij was meer de man van de paus. Het conflict kan hem wel eens de geestelijke bescherming hebben gekost. Hij werd in 754 met vijftig metgezellen bij Dokkum vermoord.

Bonifatius had Gregorius als zijn opvolger aangewezen. Zijn standplaats werd Utrecht. Hij deed een soort functie als bisschop maar vanwege de weerzin van de Franken werd hij niet benoemd als bisschop van Utrecht. Verder leidde Gregorius de abdijschool op een voortreffelijke manier. Na zijn dood in 775 werd Alberik als eerste bisschop van Utrecht gewijd.

Zo werd West en Noord Nederland, Friesland, langzamerhand steeds meer christelijk. Oost Nederland volgde later. En Zuid Nederland was dat al langer. De omslag van de Germaanse godsdienst naar de christelijke godsdienst duurde vervolgens eeuwen. En ook nu nog zijn sporen van de Germaanse godsdienst te vinden.

Wat was eigenlijk de Germaanse godsdienst? Er is daarover geen eigen schriftelijke vastlegging. We weten wel van anderen dat er goden waren en godenbeelden, ook tempels. Er waren rituelen bij huwelijk en de dood. Er waren gewijde bronnen en heilige bomen. Er was waarzeggerij zoals de maanlezen uit de hersenen van een dier, en tovenarij, amuletten en toverspreuken. En dieren offers. Processies, de goden beelden werden over de velden gedragen. Eigenlijk wat je wereldwijd bij de volken aan godsdienst vindt.

Voor het christelijke geloof was de Bijbel belangrijk. Ook belangrijk waren het tonen en eer geven aan relikwieën, gewaden, mooie kerken, fraaie gebedenboeken. Kloosters en abdijen.

In die tijd gebeurden er allerlei wonderen. Genezingen, plotselinge verplaatsingen, verschijningen en andere wonderen. Zoals bekend is het opschrijven van wonderen lastig omdat ze niet passen in het normale leven. Er zijn nog wel wat verhalen, die te wonderlijk lijken. Er is waarschijnlijk meer opgeschreven dan feitelijk is gebeurd.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.