Studie Het Huwelijk

Dit is een studie over ‘het huwelijk’. Ik heb het zo genoemd omdat het een ingeburgerd begrip is in de kerk en ook daarbuiten.

Opmerkelijk is, dat er in het Oude Testament geen woord is, dat je met ‘het huwelijk’ kunt vertalen. In het Nieuwe Testament is er wel een woord dat in die richting gaat, maar dat woord wijst op de bruiloft, de huwelijkssluiting. Het huwelijk is een abstract begrip en de Bijbel is niet zo van de abstracte begrippen.

Waar het in de Bijbel wel uitgebreid over gaat, is, hoe een man aan zijn vrouw komt. Uithuwelijken bijvoorbeeld. En hoe een man met zijn vouw om zou moeten gaan. En een vrouw met haar man. En wat de gedachte is achter de bruiloft. En dat je trouw moet blijven aan elkaar. En ook, dat als het helemaal niet gaat, hoe je kunt scheiden.

In het geval van het onderwerp ‘het huwelijk’ zijn er hele hoofdstukken of delen van hoofdstukken in de Bijbel, die daar onderwijs over geven. Deze studie brengt deze delen van de Bijbel als eerste naar voren.

Seksualiteit, kinderen gezin en familie zijn onderwerpen van studies, die op dit onderwerp volgen.

Hoe is het idee van man en vrouw gekomen?

In het boek Genesis, de hoofdstuk 2 en 3 gaat het over de gedachte van een man en een vrouw en hoe die zich aan elkaar verbinden.

Hoe deze tekst over dit onderwerp aan het begin van de mensheid is ontstaan weten we niet. De grote leider Mozes heeft het een plek gegeven in de eerste vijf boeken van de Bijbel.

Wellicht een bekende tekst, die onder inspiratie van de Heilige Geest door Mozes vorm heeft gekregen.

De man krijgt een helper (Genesis 2).

In het begin was er maar één mens, zo lezen we in Genesis 2. Die mens leefde in nauw contact met God en had taken gekregen op de aarde. Zie onderwerp de mens.

Toch was de situatie niet ideaal. Eerst valt God dit op.
Genesis 2:18. God, de HEER, dacht: ‘Het is niet goed dat de mens alleen is, ik zal een helper voor hem maken die bij hem past’.
En daarna ontdekt de mens het ook.
Genesis 2:20 ‘…., maar hij vond geen helper die bij hem paste’.

In de vertaling van het NBV gaat het om een ‘helper die bij hem past’. Het is de vertaling van het Hebreeuwse ‘ezer kenegdo’. Dit zijn woorden met Strong nummers H5828 en H5048. We kijken even verder wat deze woorden betekenen.

Het woord ‘ezer’ betekent helper. Dat is een eretitel. Zo wordt in Psalmen 33:20 God de Heer onze ‘ezer’, onze helper genoemd. Het gaat dus niet om een onbetekenend ‘hulpje’ maar om iemand van minstens gelijke hoogte.

Het woord ‘neged’, de kern van het woord ‘kenegdo, kun je vertalen met ‘overeenkomstig’ of ‘corresponderend’. Er staat eigenlijk een hulp ‘tegen’ hem. Het vers betekent letterlijk dat er tijden kunnen zijn dat de vrouw de man het best kan helpen door ‘tegen’ hem te zijn (Chumas Stone edition bladzijde 13 commentaar bij vers 18).

De NBV vertaalt met ‘iemand die bij je past’, maar dat is te soft geformuleerd. Het is pittiger bedoeld. ‘Een hulp tegenover’ zoals de Statenvertaling vertaalt, is beter. Iemand die iets kan, wat jij niet kan. Je vult elkaar aan. Voor die moeilijke dingen op weg in je leven. Om er samen iets moois van te maken.

Zo is het bedacht en gemaakt door de schepper. Zal voor sommige mannen lastig zijn om dit te accepteren. Zij willen misschien een vrouw, die hen helpt bij al hun plannen.

We kunnen bidden voor de mannen om dit gegeven van de schepping te accepteren en dankbaar te zijn voor alle hulp, die ze van hun vrouw krijgen van welke soort dan ook.

We kunnen bidden voor vrouwen dat ze een goede balans vinden in mee- en tegenwerken. En vooral die vrouwen die hetzelfde willen zijn als mannen. Zo is het niet bedacht en ontworpen.

In  het licht van deze tekst is het raar als je van je man dingen verwacht, die hij niet kan zien of niet kan doen. Dit kan een punt zijn waar echtgenotes anders moeten gaan denken, zich van zouden moeten bekeren. Wees dankbaar en dank God voor wat je man allemaal kan.

In het pastoraat kom je singles tegen, die het zo zeggen: ‘ik zoek een maatje’. Terecht noemen ze het zo. Ik heb de indruk dat bij de getrouwde stellen ‘het maatje zijn voor elkaar’ minder leeft. Een maatje: hij kan iets wat zij niet kan en zij kan iets wat hij niet kan. En daar help je elkaar mee.

De man hecht zich aan zijn vrouw in drie stappen

Het hechten van een man aan zijn vrouw gaat in drie stappen. Ze worden in Genesis 2 genoemd.

Genesis 2:22-25. Uit de rib die hij bij de mens had weggenomen, bouwde God, de HEER, een vrouw en hij bracht haar bij de mens. Toen riep de mens uit: ‘Eindelijk een gelijk aan mij, mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees, een die zal heten: vrouw, een uit een man gebouwd.’ 24 Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt. Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar.

In deze tekst wordt het woord huwelijk niet genoemd, maar dat ‘een man zich hecht aan zijn vrouw’. Het woord huwelijk is een abstract woord, de Hebreeuwse taal is nogal concreet.

Genesis 2 vers 24 geef de drie stappen in het proces van de verbinding aan.

Stap 1: ‘ Los komen van je ouders’.
Genesis 2 gaat verder met ‘God, de HEER bouwde een vrouw en hij bracht haar bij de mens’. De mens reageert verheugd op de vrouw en roept uit:  ‘Eindelijk één gelijk aan mij, mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees, een die zal heten: vrouw, een uit een man gebouwd.’ En dan komt er een opmerking van de schrijver van Genesis bij, vers 24: ‘Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt’.

Deze tekst van Genesis 2:24 is een sleuteltekst, die later Jezus en Paulus nog zullen gebruiken in hun onderwijs over het huwelijk. Matteüs 19:5, Marcus 10: 7-8 en Efeziërs 5:31.

Laten we wat dieper in deze tekst duiken. Er staan enkele trefwoorden in deze tekst, die vragen om nadere uitleg. Om te beginnen de Hebreeuwse woorden ‘iesj’ en ‘isja’, die ‘man’ en ‘vrouw’ betekenen in hun partnerrelatie. Dit zijn woorden met Strong nummers H376 en H802, zie verderop in deze studie.

Het woord ‘iesj’ komt voor het eerst in de bijbel in vers 23 voor en het woord ‘isja’ voor het eerst in vers 22. De Chumash, Stone edition, wijst er op dat in deze namen letters van God verborgen zijn. De jod in iesj en de a in isja. De jod en de a is de korte naam van God: ‘ja’. Zo blijft de naam van God verbonden met de man en de vrouw. (zie derde alinea bij commentaar voor vers 18-25 op bladzijde 13. De naam iesj komt van het woord voor vuur).

Dat zien we het woord ‘azav’ staan in Genesis 2:24. Dit woord heeft de NBV vertaalt met losmaken, andere vertalingen kiezen voor verlaten wat je ook zou kunnen zien als ‘in de steek laten’. Het is het woord met Strong nummer H5800.

De Gesenius’ Hebrew-Chaldee Lexicon verwijst naar Exodus 23:5 om de betekenis van azav goed te begrijpen. Het gaat in deze tekst om het helpen van een ezel die dreigt onder zijn last te bezwijken. In deze tekst komt het woord azav in twee betekenissen voor. Je mag een ezel in problemen niet in de steek laten, maar je moet de ezel helpen losmaken.

De SV, NBG en HSV kiezen in hun vertalingen voor het woord ‘verlaten’, maar dat woord kan een verkeerde indruk geven. Meestal bleef de man juist in de eigen omgeving wonen en ‘verliet’ juist de vrouw haar familie. De NBV kiest hier, ik denk terecht, voor het woord losmaken. De man moet zich losmaken van zijn vader en moeder.

Het losmaken is overigens een heel proces in het leven van een opgroeiende man. Over de opgroeiende vrouw spreekt de Bijbel niet, maar daar geldt, lijkt mij toch, hetzelfde voor. Ouders van volwassen kinderen hebben dat proces al meegemaakt als het goed is. Het gebeurde bij mijn zoons toen ze op kamers gingen wonen en bij mijn dochter, toen ze haar toekomstige echtgenoot leerde kennen. Toen gingen zich van ons ‘losmaken’.

Het losmaak proces is een zegen van God. Er zijn ouders, die het proces van losmaken willen blokkeren. Hier is bekering van die ouders nodig en misschien ook wel een gebed voor bevrijding. Kinderen die niet los zijn geworden hebben een ernstige handicap. Hier is het gebed voor heling nodig. Er zijn ook kinderen, die graag willen blijven leunen op de ouders, ook hier is bekering nodig.

Stap 2 ‘Aankleven’
In Genesis 2:24 staat ook het woord ‘davak’, dat betekent aankleven zoals bij lijm je spullen aan elkaar laat kleven. De SV vertaalt met aankleven, de NBG met aanhangen en de HSV en NBV met hechten aan. ‘Gehecht raken’ klinkt voor mij vaag. Mij spreekt ‘aankleven’ van de SV het meest aan. Davak is het woord met Strong nummer H1692 en komt 54 keer voor in 52 verzen.

Het woord davak’ wordt in de bijbel ook gebruikt voor het kwaad of ziektes waar we aan kunnen kleven, Genesis 19:19 en Deut 28:21 en voor het kleven aan God zoals in Deut 10:20 en vele andere plaatsen. Er is ook een vergelijkbare situatie waar het gaat om het samen komen van een man en een vrouw namelijk in Genesis 34:2-3 waar Sichem de zoon van de heerser van dat land ‘kleefde’ aan Dina de dochter van Jacob nadat hij haar had verkracht.

Het kleefproces is ook een zegen van God, in de schepping opgenomen. Maar het is net als met lijm als het een keer is losgescheurd, dan kleeft het de tweede keer minder goed. En derde en daaropvolgende keren steeds minder. Het is dan ook tussen een man en een vrouw het beste als het in één keer goed is. Als een man en een vrouw elkaar ontmoeten en kennis maken, lijkt het mij het beste als je na een paar weken weet of je ermee stop of verder gaat. Bij twijfel: niet verder gaan. Zeker ook niet verder gaan uit medelijden met de ander.

Vraag raad aan je omgeving. Een eerste relatie die een blijvende relatie wordt is een grote zegen. In het pastoraat kunnen we bidden met de man of de vrouw of een verdere kennismaking verstandig is.

Stap 3 ‘Één lichaam’
Tenslotte komt in Genesis 2:24 het begrip ‘achad baasar’ voor. ‘achad’ betekent één en baasar staat voor lichaam, zodat je met één lichaam kunt vertalen. Het woord basaar heeft Strong nummer H1320 en komt 269 keer voor in de Bijbel.

De SV, NBG en HSV vertalen steeds met één vlees. De NBV vertaalt met één lichaam. In de geciteerde teksten in het Nieuwe Testament vertaalt de NBV in de brief aan Efeziërs met één lichaam en in de evangeliën Matteüs en Marcus met dat de man en de vrouw ‘één’ zijn. <is hier nog een onderscheid te zien? Uitzoeken>

De man en de vrouw zullen één lichaam zijn. Dit gaat verder dan de geslachtsgemeenschap. Het huwelijk verbindt een man en een vrouw op allerlei terreinen emotioneel, mentaal maar ook qua gezondheid etc.

Volgens mij ook je geest. Als het geestelijk met de één goed gaat, dan ook met de ander. Het aankleven moet gaan leiden tot het één lichaam worden.

Als man en vrouw ben je één in een huwelijk. Dat betekent dat als jij een hekel hebt aan je vrouw dat je ook hekel hebt aan jezelf. Als je boos bent op je partner, ben je ook boos op jezelf. Als je je partner waardeert, waardeer je ook jezelf. Etc.

In het Nieuwe Testament kom je teksten tegen die de indruk geven dat het nog verder gaat dan één lichaam worden, namelijk ook één geest met elkaar worden.

Als Paulus praat over het huwelijk wat een geheimenis is, dan zal hij juist dit aspect bedoelen, neem ik aan.

Gevolg: een transparante relatie
In de laatste tekst van dit gedeelte uit Genesis, vers 25, komen we nog een aspect tegen van het huwelijk.
Genesis 2:25. Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar. 

Vind u dit niet mooi? Wetenschappers zouden er een heel boek voor nodig hebben om deze waarheid te beschreven, maar in de Bijbel is het samengevat in één poëtische zin, die ons het beeld geeft dat alles duidelijk maakt. De mensen waren nog puur en eerlijk. Zonder dingen die ze moesten verzwijgen, zonder geheimen. Wat een eenheid. Opperste vreugde om zó samen te zijn.

Een kink in de kabel (Genesis 3)

We kennen het verhaal. God maakt uit de mens een vrouw. En zo werden ze een stel: een man en een vrouw. Maar als koppel gingen ze het verkeerde pad op. Ze werden ongehoorzaam.

Genesis 3:6. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan. Zo kwam de vloek over de mens, de man en de vrouw.

Een onderdeel van de vloek voor de vrouw is dit.
Genesis 3:16. Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.

De onderlinge verhoudingen tussen de man en de vrouw zullen scheef groeien. De vrouw zal op een bepaalde manier van de man afhankelijk worden, waardoor de man des te eerder misbruik kan maken van zijn positie en op negatieve wijze zal heersen. In het nieuwe verbond worden vloeken verbroken. De taak van de man is om dat heersen met liefde en een zachte hand te doen, zoals Paulus dat in Efeze 5 zal verwoorden, ‘mannen heb u vrouwen lief’.

Maar wat betekent ‘je zult je man begeren’? Hier geeft de Studiebijbel Oude Testament van Centrum van Bijbelonderzoek een mooie toelichting. De begeerte is de vertaling van het Hebreeuwse woord ‘tesuqa’, het woord met Strong nummer H8669. Dit woord komt verder alleen nog in Genesis 4:7 en Hooglied 7:10 voor. Het woord kan op twee manieren worden uitgelegd: a)  de man voert heerschappij, de vrouw voelt zich afhankelijk en voelt zich ook tot hem aangetrokken; b) omdat de man de heerschappij voert, voelt de vrouw de begeerte onafhankelijk te zijn en te heersen over de man (noot 24 van bladzijde 53 uit de Studiebijbel deel Genesis/Exodus).

Dat laatste is steeds weer een grote verleiding om meer te willen zijn dan de plek die God ons heeft gegeven. En dat levert steeds grote problemen op. De satan wilde meer zijn en dat werd zijn val. De mens wilde meer zijn en dat werd de zondeval. En nu wil de vrouw ook meer zijn en dat ruïneert huwelijken. Je komt het ook bij de volken tegen, die willen meer zijn dan het volk Israël en verliezen daardoor de zegen van God. Blijkbaar is dit één van onze grootste zonden. Meer willen zijn. Laten we er afstand van nemen!! Voor de vrouwen schrijft Paulus erken het gezag van jullie man.

Het onderwijs van Jezus

Jezus focust zich in zijn onderwijs en in wat hij doet vooral ‘de bruiloft’. De bruiloft is namelijk ook een beeld van het samenkomen van God met zijn volk. En Jezus heeft het over praktische zaken zoals de echtscheiding en de eindigheid van ‘het huwelijk’.

De bruiloft van Kana

In het evangelie van Johannes is de geschiedenis vermeld van het wonder van de bruiloft in Kana. Jezus ‘support’ het bruiloftsfeest.

Johannes 2:1-11. Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er, en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ ‘Wat wilt u van me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.’ Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete. Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water.’ Ze vulden ze tot de rand. Toen zei hij: ‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze. En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel – riep hij de bruidegom en zei tegen hem: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’ Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste wonderteken; hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in hem.

De vriend van de bruidegom.

Johannes de Doper ziet zich als de vriend van de bruidegom. Dat is een prachtige positie.

Johannes 3:22-29. Daarna ging Jezus met zijn leerlingen naar Judea. Daar bleef hij enige tijd en hij doopte er. Johannes doopte toen ook, in Enon, dicht bij Salim, een waterrijk gebied. Daar kwamen de mensen naartoe om zich te laten dopen. Johannes was immers nog niet gevangengezet. Er ontstond een discussie tussen de leerlingen van Johannes en een Jood over het reinigingsritueel. Ze gingen naar Johannes en zeiden tegen hem: ‘Rabbi, de man die bij u aan de overkant van de Jordaan was, over wie u een getuigenis afgelegd hebt, is aan het dopen en iedereen gaat naar hem toe!’ Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt. Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de messias niet, maar ik ben voor hem uit gezonden.” De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde. 

Zijn discipelen als bruiloftsgasten

Jezus zag zijn discipelen als zijn gasten op zijn bruiloft. Wat een feestelijk en innig beeld.

Hij vertelt dit als antwoord op een vraag van de discipelen van Johannes de Doper. Het antwoord komt in drie evangeliën voor.

Matteüs 9:15. Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet treuren zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, dan zullen ze vasten.

Marcus 2:19-20. Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet vasten zolang de bruidegom bij hen is? Nee, zolang ze de bruidegom bij zich hebben, kunnen ze niet vasten. Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten.

Lucas 5:34-35. Jezus zei: ‘U kunt toch niet verlangen dat de bruiloftsgasten vasten zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten.’

In dit en het vorige hoofdstuk portretteren eerst Johannes de Doper en daarna Jezus zichzelf als bruidegom. De vraag is dan, wie is de bruid?

Onderwijs over echtscheiding

Het onderwijs van Jezus over huwelijk en echtscheiding is het meest uitgebreid geschreven in het evangelie van Matteüs. Het onderwijs van Jezus staat hieronder in drie delen.

Hieronder het eerste deel van het onderwijs.
Matteüs 19:1-9. Nadat Jezus deze rede had uitgesproken, verliet hij Galilea en ging hij langs de overkant van de Jordaan naar Judea. Grote massa’s mensen volgden hem, en hij genas hen ter plekke. Toen kwamen er farizeeën op hem af om hem op de proef te stellen. Ze vroegen: ‘Mag een man zijn vrouw om willekeurig welke reden verstoten?’ Hij zei: ‘Hebt u niet gelezen dat de schepper de mens bij het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt?’ En hij vervolgde: ‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één worden; ze zijn dan niet langer twee, maar één. Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’

Wat kunnen we van de tekst leren?
Hier is te zien dat een daad met een kwade opzet ook tot iets moois kan leiden. Door de strijdvraag was van het publiek alle aandacht op het antwoord van Jezus gericht.

Jezus verwijst met zijn antwoord naar Genesis 1:27 en Genesis 2:24. Jezus voegt er nog twee dingen aan toe, ‘Ze zijn dan niet langer twee, maar één’ en ‘Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’

De eerste opmerking benadrukt het niet meer twee zijn, maar het één zijn. God is een god van intense verbondenheid. Zoals bij de drie-eenheid. Dat principe is er ook voor mensen.

De tweede is bijzonder. Mensen huwelijken uit of kiezen een partner. Toch staat er ‘Wat God heeft verbonden’. Wat wij als mensen doen om een huwelijk te vormen, dat bekrachtigt God. In volle vertrouwen in onze keuze. Wel met de consequentie, dat Hij niet wil dat wij scheiden.

En dan het tweede gedeelte van het onderwijs van Jezus.
Matteüs 19:7-9. Toen vroegen ze hem: ‘Waarom heeft Mozes dan voorgeschreven haar een scheidingsbrief te geven en haar zo te verstoten?’ Hij antwoordde: ‘Omdat u harteloos en koppig bent, daarom heeft Mozes u toegestaan uw vrouw te verstoten. Maar dat is niet vanaf het begin zo geweest. Ik zeg u: wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel, tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbintenis.’

Wat kunnen we van deze tekst leren?
De scheidingsbrief heeft God ons gegeven vanwege ons onvermogen om het goed te doen. In de praktijk zie je dat soms met partners door karakter issues of innerlijke verwonding moeilijk of helemaal niet is samen mee te leven.

Het daarna met een ander trouwen is overspel tenzij sprake is van ‘een ongeoorloofde verbintenis’. Wat zouden voorbeelden zijn van een ongeoorloofde verbintenis? Als ze getrouwd waren met een niet-Jood? Zijn er ook andere voorbeelden? <ik weet het niet>

Overspel was een misdaad bij het volk Israël, waar de doodstraf op stond.

En dan het derde gedeelte van het onderwijs.
Matteüs 19:10-12. Hierop zeiden zijn leerlingen: ‘Als het met de verhouding tussen man en vrouw zo gesteld is, kun je maar beter niet trouwen.’ Hij zei tegen hen: ‘Niet iedereen kan deze kwestie begrijpen, alleen degenen aan wie het gegeven is: er zijn mannen die niet trouwen omdat ze onvruchtbaar geboren werden, andere omdat ze door mensen onvruchtbaar gemaakt zijn, en er zijn mannen die niet trouwen omdat ze zichzelf onvruchtbaar gemaakt hebben met het oog op het koninkrijk van de hemel. Laat wie bij machte is dit te begrijpen het begrijpen!’

Wat kunnen we van deze tekst leren?
De discipelen werden bang om te trouwen. Als je niet trouwde betekende dat onthouding van seksuele gemeenschap. Want zodra er gemeenschap was tussen een man en een vrouw, dan moest je met elkaar trouwen.

Jezus noemt drie voorbeeld van mensen, die niet gaan trouwen. DE voorbeelden zijn algemeen geformuleerd. Het is dus meer dan mensen, die geen aanleg hebben voor het huwelijk. Of die niet mogen of kunnen trouwen of die kiezen voor het celibaat. .

De opmerking van Jezus dat niet iedereen die kwestie kan begrijpen geldt in ieder geval ook voor mij.

En dan tenslotte een toevoeging uit de parallelle tekst in het boek van Marcus.
Marcus laat Jezus vragen naar het middel dat Mozes had ingebracht, namelijk de scheidbrief.
Marcus 10: 1-4. Hij vertrok uit Kafarnaüm naar Judea en het gebied aan de overkant van de Jordaan, en de mensen verzamelden zich weer in groten getale om hem heen; hij onderwees hen zoals hij gewoon was te doen. Er kwamen ook farizeeën op hem af. Ze vroegen hem of een man zijn vrouw mag verstoten. Zo wilden ze hem op de proef stellen. Hij vroeg hun: ‘Hoe luidt het voorschrift van Mozes?’ Ze zeiden: ‘Mozes heeft de man toegestaan een scheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten.’

5-9. Jezus zei tegen hen: ‘Hij heeft dat voor u opgeschreven omdat u zo harteloos en koppig bent. Maar al bij het begin van de schepping heeft God de mens mannelijk en vrouwelijk gemaakt; daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één worden, ze zijn dan niet langer twee, maar één. Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’

10-12. In huis stelden de leerlingen hem hier weer vragen over. Hij zei tegen hen: ‘Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel; en als zij haar man verstoot en met een ander trouwt, pleegt zij overspel.’

Wat Marcus hier extra weergeeft is, dat de discipelen Jezus toen ze in huis waren nog allerlei aanvullende vragen gingen stellen, vers 10. Gezien de antwoorden van Jezus ging het nader in op echtscheidingen.

In deze tekst ook een wijze les voor de vrouw. Als zij haar man verstoot en met een ander trouwt dan pleegt ze ook overspel. Blijkbaar kwam dat ook voor.

De koninklijke bruiloft

De NBV vertaling houdt zich niet aan de Griekse tekst? <<>>

Matteüs 22:1-5. Daarop vertelde Jezus hun opnieuw een gelijkenis: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. Hij stuurde zijn dienaren eropuit om de bruiloftsgasten uit te nodigen, maar die wilden niet komen. Daarna stuurde hij andere dienaren op pad met de opdracht: “Zeg tegen de genodigden: ‘Ik heb een feestmaal bereid, ik heb mijn stieren en het mestvee laten slachten. Alles staat klaar, kom dus naar de bruiloft!’”

6-9. Maar ze negeerden hen en vertrokken, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel. De overigen namen zijn dienaren gevangen, mishandelden en doodden hen. De koning ontstak in woede en stuurde zijn troepen eropaf, hij liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. Vervolgens zei hij tegen zijn dienaren: “Alles staat klaar voor het bruiloftsfeest, maar de gasten waren het niet waard genodigd te worden. Ga daarom naar de toegangswegen van de stad en nodig voor de bruiloft iedereen uit die je tegenkomt.”

10-14. De dienaren gingen de straat op en brachten zo veel mogelijk mensen samen, zowel goede als slechte. En de bruiloftszaal vulde zich met gasten voor de maaltijd. Toen de koning binnenkwam om te zien wie er allemaal aanlagen, zag hij iemand die zich niet in bruiloftskleren gestoken had, en hij vroeg hem: “Vriend, hoe ben je hier binnengekomen terwijl je niet eens een bruiloftskleed aanhebt?” De man wist niets te zeggen. Daarop zei de koning tegen zijn hofdienaars: “Bind zijn handen en voeten vast en gooi hem eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt. Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren.”’

<<uitzoeken feest, gasten, feest, zaal, kleren, kleed>>

De eindigheid van het huwelijk.

Het huwelijk is een instelling voor dit leven, niet voor het toekomende leven.

Matteüs 22:23-30 . Diezelfde dag kwamen er sadduceeën, die beweren dat er geen opstanding uit de dood is, naar hem toe. Ze stelden hem deze vraag: ‘Meester, Mozes heeft gezegd: “Indien iemand kinderloos sterft, moet zijn broer met de weduwe trouwen omdat hij haar zwager is, en voor zijn broer nakomelingen verwekken.” Nu kennen wij een geval met zeven broers. De eerste trouwde, maar stierf kinderloos en liet zijn vrouw na aan zijn broer. Hetzelfde gebeurde met de tweede en de derde broer, tot aan de zevende toe. Het laatst van allen stierf de vrouw. Wiens vrouw zal zij dan bij de opstanding zijn? Alle zeven zijn ze immers met haar getrouwd geweest.’

29-30. Jezus gaf hun ten antwoord: ‘U dwaalt, blijkbaar kent u de Schriften niet, en de macht van God evenmin! Want bij de opstanding trouwen de mensen niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, ze zijn dan als engelen in de hemel.

Het evangelie van Marcus 12:18-25 heeft bijna dezelfde tekst. Net als Lukas 20 vanaf vers 27, alleen de afsluiting is in het evangelie van Lukas meer uitgebreid.
Lukas 20:34-35. Jezus zei tegen hen: ‘De kinderen van deze wereld huwen en worden uitgehuwelijkt, maar wie waardig bevonden is deel te krijgen aan de komende wereld en aan de opstanding van de doden, huwt niet en wordt niet uitgehuwelijkt.

De wijze en dwaze meisjes

Dit is het verhaal van de wijze en de dwaze meisjes. Als je weet hoe in Israël de huwelijksceremonie ging en nog steeds gaat, dan begrijp je dit verhaal beter. Zie over deze ceremonie in het hoofdstuk andere bronnen.

Matteüs 25:1-13. Dan zal het met het koninkrijk van de hemel zijn als met tien meisjes die hun olielampen hadden gepakt en eropuit trokken, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dwaas, de andere vijf waren wijs. De dwaze meisjes hadden wel hun lampen gepakt, maar geen extra olie. De wijze meisjes hadden behalve hun lampen ook olie in kruiken bij zich. Omdat de bruidegom op zich liet wachten, werden ze allemaal slaperig en dommelden ze in. Midden in de nacht klonk er luid geroep: “Daar is de bruidegom! Kom, ga hem tegemoet.” Dat wekte de meisjes en ze brachten hun olielampen in orde. De dwaze meisjes zeiden tegen de wijze: “Geef ons wat van jullie olie, want onze lampen gaan al uit.” De wijze meisjes antwoordden: “Nee, straks is er nog te weinig voor ons en jullie samen. Zoek liever een verkoper en koop zelf olie.” Terwijl zij op olie uit waren, arriveerde de bruidegom, en zij die klaarstonden gingen met hem naar binnen voor het bruiloftsfeest, waarna de deur gesloten werd. Enige tijd later kwamen ook de andere meisjes. Ze riepen: “Heer, heer, laat ons binnen!” Maar hij antwoordde: “Ik ken jullie werkelijk niet.” Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip hij komt.

Het onderwijs van de apostelen

Zowel de apostel Paulus als de apostel Petrus geven onderwijs in hun brieven over het huwelijk. Blijkbaar hard nodig voor de mensen die uit de Grieks-Romeinse wereld kwamen waar de ideeën over het huwelijk zo anders waren dan bij het volk Israël.

In de Grieks-Romeinse wereld hadden de vrouwen onderling hun eigen wereld, zij waren het die het huishouden runde en de kinderen opvoedde en hadden verder ook contact met elkaar. Ook de mannen hadden vooral contact met elkaar. Voor de mannen was, wat wij ‘vreemd gaan’ zouden noemen, een gewone zaak. Vaak ook verbonden aan de Grieks-Romeinse godsdienst.

De apostelen konden putten uit het onderwijs van Mozes en van Jezus, maar ze voegen daar nog dingen aan toe.

Efeziërs 5:21-33.

Paulus geeft in zijn brief aan de gemeente van Efeze onderwijs over het huwelijk. Hij legt bij het onderwijs ook de relatie met Christus. Dat kwamen we nog niet eerder tegen.

Hier het eerste deel van hoofdstuk 5 van deze brief.
Efeziërs 5: 21-24. Aanvaard elkaars gezag uit eerbied voor Christus. Vrouwen, erken het gezag van uw man als dat van de Heer, want een man is het hoofd van zijn vrouw, zoals Christus het hoofd is van de kerk, het lichaam dat hij gered heeft. En zoals de kerk het gezag van Christus erkent, zo moeten vrouwen in ieder opzicht het gezag van hun man erkennen.
Opmerkelijk: we moeten het gezag t.o.v. elkaar erkennen en vrouw het gezag van de man.

Het tweede deel van hoofdstuk 5 gaat over elkaar liefhebben.
Efeziërs 5:25-30. Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven om haar te heiligen, haar te reinigen met water en woorden en om haar in al haar luister bij zich te nemen, zodat ze zonder vlek of rimpel of iets dergelijks zal zijn, heilig en zuiver. Zo moeten mannen hun vrouw liefhebben, als hun eigen lichaam. Wie zijn vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief.

Het derde deel gaat over het lichaam, dat is voor Christus de kerk.
Efeziërs 5:30-31. Niemand haat ooit zijn eigen lichaam, integendeel: men voedt en verzorgt het, zoals Christus de kerk, want dat is zijn lichaam en wij zijn de ledematen. ‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één lichaam zijn.’

En tenslotte een soort samenvatting.
Efeziërs 5:32-33. Dit mysterie is groot – en ik betrek het op Christus en de kerk. Maar ook voor elk van u geldt dat ieder zijn vrouw moet liefhebben als zichzelf, en dat een vrouw ontzag moet hebben voor haar man.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Paulus schrijft dat een man en een vrouw één lichaam zullen zijn, dat dat een mysterie is. Paulus schrijft wat hij heeft ontdekt vanuit dit geheimenis.

Voor de relatie is onderlinge liefde belangrijk. De man moet hierin het voortouw nemen.

Respect voor elkaar is belangrijk. Een aandachtspunt ook voor de vrouw.

1 Korintiërs 7

Dit hele hoofdstuk gaat over het huwelijk.

1 Korintiërs 7:1-7. Dan nu de punten waarover u mij geschreven hebt.
U zegt dat het goed is dat een man geen gemeenschap met een vrouw heeft. 2Maar om ontucht te vermijden moet iedere man zijn eigen vrouw hebben en iedere vrouw haar eigen man. 3En een man moet zijn vrouw geven wat haar toekomt, evenals een vrouw haar man. 4Een vrouw heeft niet zelf de zeggenschap over haar lichaam, maar haar man; en ook een man heeft niet zelf de zeggenschap over zijn lichaam, maar zijn vrouw. 5Weiger elkaar de gemeenschap niet, of het moest zijn dat u er wederzijds mee instemt u enige tijd aan het gebed te wijden. Kom daarna echter weer samen; anders zal Satan uw gebrek aan zelfbeheersing gebruiken om u te verleiden. 6Ik zeg u dit niet om u iets op te leggen, maar om u tegemoet te komen. 7Ik zou liever zien dat alle mensen waren zoals ik, maar iedereen heeft van God zijn eigen gave gekregen, de een deze, de ander die.

Over celibatair leven als weduwe of weduwnaar.
1 Korintiërs 7:8-9. Wat de weduwen en weduwnaars betreft, zeg ik dat het goed voor hen zou zijn alleen te blijven, zoals ik. Maar wanneer ze dat niet kunnen opbrengen, moeten ze trouwen, want het is beter te trouwen dan te branden van begeerte.

Over scheiden.
1 Korintiërs 7:10-11. Degenen die getrouwd zijn geef ik, nee, niet ik – de Heer geeft hun het volgende gebod: een vrouw mag niet scheiden van haar man 11(is ze al gescheiden, dan moet ze dat blijven of zich met haar man verzoenen), en een man mag zijn vrouw niet wegsturen.

Over een relatie met een ongelovige partner.
1 Korintiërs 7:12- Verder geef ik zelf nog – niet de Heer – het volgende voorschrift: wanneer een broeder een ongelovige vrouw heeft die bij hem wil blijven, mag hij niet van haar scheiden. 13Dit geldt ook voor een zuster: wanneer ze een ongelovige man heeft die bij haar wil blijven, mag ze niet van hem scheiden. 14Want de ongelovige man behoort dankzij zijn vrouw God toe en de ongelovige vrouw dankzij haar man eveneens. Zou dat niet zo zijn, dan zouden uw kinderen onrein zijn. Maar nu zijn ze geheiligd. 15Maar als de ongelovige partij wil scheiden, moet dat maar gebeuren; in dat geval is de broeder of zuster niet gebonden. Bedenk echter dat u door God geroepen bent om in vrede te leven. 16Wie weet, u zou uw man toch kunnen redden? En wie weet, u kunt uw vrouw toch redden?

1 Korintiërs 7:17In het algemeen: laat ieder in de positie blijven die de Heer hem heeft gegeven, blijven wat hij was toen God hem riep. Dat schrijf ik voor aan alle gemeenten. 18 Iemand die besneden was toen God hem riep, moet het niet ongedaan laten maken. Iemand die onbesneden was toen God hem riep, moet zich niet laten besnijden. 19

Het is volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is, belangrijk is dat men de geboden van God in acht neemt. 20Laat ieder blijven wat hij was toen hij geroepen werd.

21Wanneer u als slaaf geroepen bent, moet u dat niets kunnen schelen (hoewel u de kans om vrij te worden zeker moet benutten). 22Want een slaaf die door de Heer geroepen is, is een vrijgelatene van de Heer, zoals degene die als vrij man geroepen is een slaaf van Christus is. 23 U bent gekocht en betaald, dus wees geen slaven van mensen. 24Laat, broeders en zusters, ieder voor God blijven wat hij was toen hij geroepen werd.

Voor mensen, die nog ongehuwd zijn.
1 Korintiërs 7:25- Voor de ongehuwden heb ik geen voorschrift van de Heer, dus ik geef mijn eigen mening, als iemand die door de barmhartigheid van de Heer betrouwbaar is. 26Ik meen dat het vanwege de huidige beproevingen voor een mens goed is te blijven wat hij is.

27-28. Hebt u een vrouw beloofd met haar te trouwen, verbreek die belofte dan niet; bent u niet gebonden aan een vrouw, zoek er dan ook geen. Het is weliswaar niet zo dat u door te trouwen zondigt, en ook wanneer een meisje trouwt zondigt ze niet, maar het huwelijk wordt een zware belasting die ik u graag zou besparen.

29-31. Wat ik bedoel, broeders en zusters, is dat er maar weinig tijd rest. Laat daarom ieder die een vrouw heeft zo leven dat het hem niet in beslag neemt, ieder die verdriet heeft zo dat hij er niet door wordt beheerst, ieder die vreugde voelt zo dat hij er niet in opgaat, ieder die bezit verwerft alsof het niet zijn eigendom is, ieder die in deze wereld leeft alsof ze voor hem niet meer van belang is. Want de wereld die wij kennen gaat ten onder.

Een pleidooi voor ongehuwd blijven van Paulus, maar voel je vrij.
1 Korintiërs 7:32-35. Ik zou willen dat u geen zorgen hebt. Een ongetrouwde man draagt zorg voor de zaak van de Heer en wil de Heer behagen. Een getrouwde man draagt zorg voor aardse zaken en wil zijn vrouw behagen, dus zijn aandacht is verdeeld. Een ongetrouwde vrouw en een meisje dat nog niet getrouwd is, dragen zorg voor de zaak van de Heer, en wel zo dat ze God met heel hun lichaam en geest zijn toegewijd. Maar een getrouwde vrouw draagt zorg voor aardse zaken en wil haar man behagen. Ik zeg dit in uw eigen belang, niet om u aan banden te leggen, maar om u tot onberispelijk gedrag en onverminderde toewijding aan de Heer te brengen.

Een vervolg op het pleidooi van Paulus.
36-38. Maar wanneer iemand bang is zich tegenover zijn toekomstige vrouw te misdragen, omdat zijn verlangen naar haar te groot wordt, laat hij dan gevolg geven aan zijn wens met haar te trouwen. Dat dient dan te gebeuren. Het is geen zonde. Iemand echter die uit overtuiging, dus zonder dwang en uit vrije wil, voor zichzelf besloten heeft niet met haar te trouwen, handelt uitstekend. Dus iemand die met haar trouwt handelt goed, maar iemand die niet met haar trouwt handelt beter.

39-40. Een vrouw is gebonden aan haar man zolang hij leeft, maar wanneer hij is gestorven, is ze vrij om te trouwen met wie ze wil, mits het een huwelijk is in verbondenheid met de Heer. Maar ze is gelukkiger wanneer ze ongetrouwd blijft. Dat is althans mijn mening, en ik meen dat ook ik de Geest van God bezit.

1 Korintiërs 11

In de brief van Paulus aan de gemeente van Korinthe geeft hij onderwijs over de man vrouw relatie in het huwelijk in relatie tot de hoofdbedekking. Een belangrijk punt in de Joodse gemeenschap.

1 Korintiërs 11:2-3. Ik prijs het in u dat u mij bij alles als voorbeeld neemt en u aan de voorschriften houdt die ik u gegeven heb. Ik moet u echter nog het volgende zeggen. Christus is het hoofd van de man, de man het hoofd van de vrouw en God het hoofd van Christus.

Het hoofd bedekken was in de tijd van Paulus een erkenning van gezag. Dat kon bestaan uit iets op je hoofd doen, maar ook je haren zijn een vorm van bedekking. Als je profeteert, dan doe je dat in verbondenheid en in naam van God, dan vertegenwoordigt je het hoogste gezag.

1 Korintiërs 11:4-6. Iedere man die met bedekt hoofd bidt of profeteert, maakt zijn hoofd te schande. Maar een vrouw maakt haar hoofd te schande wanneer ze met onbedekt hoofd bidt of profeteert, want ze is in dat geval precies hetzelfde als een kaalgeschoren vrouw. Een vrouw die haar hoofd niet bedekt, kan zich maar beter laten kaalknippen. Wanneer ze dat een schande vindt, moet ze haar hoofd bedekken.

7-10. Een man mag zijn hoofd niet bedekken omdat hij Gods beeld en luister is. De vrouw is echter de luister van de man. (De man is immers niet uit de vrouw voortgekomen, maar de vrouw uit de man; en de man is niet omwille van de vrouw geschapen, maar de vrouw omwille van de man.) Daarom, en omwille van de engelen, moet een vrouw zeggenschap over haar hoofd hebben. 

En dit gedeelte gaat over de gelijkheid van de man en de vrouw.
1 Korintiërs 11:11. Echter, in hun verbondenheid met de Heer is de vrouw niets zonder de man, en ook de man niets zonder de vrouw. Want zoals de vrouw uit de man is voortgekomen, zo bestaat de man door de vrouw – en alles is ontstaan uit God.

1 Timoteüs 5.

Hier geeft de apostel Paulus allerlei adviezen aan de gemeente over hoe je de ondersteuning moet regelen voor mensen, die hulp nodig hebben. Het zijn praktische adviezen en de context van de tijd van Paulus.

De context was dat je mensen al dan niet aannam om voor hen te zorgen. En ook dat mensen een belofte deden om alleen Jezus te dienen, dus celibatair te leven. Maar die belofte is moeilijk, dus bedenk goed wat je doet vooral als je jong bent.

1 Timoteüs 5:11-15. Wijs jongere weduwen af. Wanneer hun hartstocht hen van Christus vervreemdt, zullen ze weer willen trouwen, en dan wordt het hun aangerekend dat ze hun belofte aan hem breken. Bovendien zullen ze er een gewoonte van maken hun tijd te verdoen door overal op bezoek te gaan; en dat niet alleen, in hun bemoeizucht praten ze ook over dingen die geen pas geven. Daarom wil ik dat jonge weduwen hertrouwen, kinderen krijgen, het huishouden regelen en onze tegenstanders geen aanleiding geven om kwaad van ons te spreken. Sommigen van hen zijn immers al van het rechte pad afgeweken, Satan achterna.

Het lijkt de apostel Paulus praktisch goed als jonge weduwen hertrouwen en hun leven weer verder oppakken, kinderen krijgen en het huishouden doen.

Erkennen van gezag

In de relatie van man en vrouw in een huwelijk komt erkennen van gezag aan de orde. Dat is niet zo vreemd omdat het een algemeen punt is in het Koninkrijk van God. Zie ook het onderwerp autoriteit.

In drie teksten staat de oproep vrouwen het gezag van hun man erkennen, zoals deze.
Efeziërs 5:22 Vrouwen, erken het gezag van uw man als dat van de Heer.

De oudere vertalingen en de HSV hanteren in de vertaling het woord onderdanig. In de HSV vertaling.
Efeziërs 5:22. Vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig, zoals aan de Heere.
Het woord onderdanig roept het gevoel van onderdrukking op en dat is met dit woord niet bedoeld.

Het woord dat er in het Grieks staat is ‘hupotasso’. Dat bestaat uit hupo wat je met ‘onder’ en ‘tasso’ wat je met ‘ordenen’ kunt vertalen. Zeg maar je ‘ordenen onder’.

Zo erkende Jezus het gezag van zijn ouders. Hij ordende zich onder hen. Lukas 2:51.

Gezag erkennen is een teken van kracht, het erkent de waardigheid van de mens. Als een vrouw zegt ‘ ik wil je onderdanig zijn’ klinkt dat in het Nederlands niet goed. Als ze zegt tegen haar man: ‘Ik wil je gezag erkennen is dat juist een reken van kracht’. 

Zowel Paulus als Petrus doen de oproep aan vrouwen om het gezag van hun man te erkennen. Naast bovengenoemde tekst uit Efeze 5:22, staat dit ook in vers 24, Kolossenzen 3:18, Titus 2:5 en 1 Petrus 3:1 en 5.

Overigens komt gezag erkennen ook in andere relatie voor namelijk slaven aan meesters (Titus 2:9 en 1 Petrus 2:18), de gemeenten aan Christus Efeze 5:24, van on aan de overheid (Romeinen 13: 1-5) en van onze Heer Jezus de Gezalfde aan zijn vader en moeder (Lukas 2:51)

Het huwelijk in het Oude Testament

We hebben het onderwijs van Mozes als gezien. Hierboven staan teksten uit Genesis 2 en 3. Een ultieme conceptuele benadering. Maar er staat meer in de Bijbel.

Nemen van een vrouw

In de oude tijden werd het aangaan van een verbintenis tussen een man en een vrouw beschreven als: ‘De man neemt een vrouw’.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1לָקַח
lāqaḥ
WerkwoordH3947Nemen
Komt 965 keer voor
KJV: take (747x)
2אִשָּׁה ‘ishshahZelfstandig naamwoord
vrouwelijk
H802Echtgenote, vrouw
Komt 780 keer voor
KJV: wife (425x), woman (324x),

Waar men over spreekt is dat ‘een man een vrouw neemt’. Het woord nemen is in het Hebreeuws een vergelijkbaar woord in het Nederlands. Een heel algemeen woord.

Het Hebreeuwse woord voor vrouw is ook van ongeveer dezelfde betekenis als het Nederlandse woord. Het zijn de woorden met  Strong nummer H802.

Er zijn wel 116 verzen waar deze Strong nummers in één zin staan. In een groot aantal gevallen gaat het om het nemen van een vrouw in de zin van wat wij een huwelijk zouden noemen. In de lijst hieronder die gevallen, die ik heb opgezocht tot en met Genesis 30. Om een indruk te geven van het woordgebruik.

Man en vrouw door bemiddeling

Opvallend is dat er soms bemiddeling is. In onze cultuur is dat zeldzaam.

In Genesis 21 neemt een moeder een vrouw voor haar zoon. In Genesis 24 zorgt een knecht van de vader voor een vrouw. In Genesis 16 en 30 geeft een vrouw aan haar man een slavin tot vrouw.

Genesis 16:3. Toen nam Sarai, de vrouw van Abram, Hagar, de Egyptische, haar slavin, nadat Abram tien jaar in het land Kanaän gewoond had, en gaf haar aan Abram, haar man, als vrouw voor hem. [HSV]

Genesis 21:21. Hij woonde in de woestijn Paran en zijn moeder nam een vrouw voor hem uit het land Egypte. [HSV; het gaat over Ismaël. Zijn moeder neemt een vrouw voor haar zoon]

Genesis 24:3. Ik wil u laten zweren bij de HEERE, de God van de hemel en de God van de aarde, dat u voor mijn zoon geen vrouw zult nemen uit de dochters van de Kanaänieten te midden van wie ik woon [blijkbaar heeft de knecht van Abram de taak om een vrouw te nemen voor Isaak.

Genesis 30:9. Toen Lea merkte dat zij ophield met kinderen baren, nam zij haar slavin Zilpa en gaf haar aan Jakob tot vrouw. [HSV]

Een man neemt een vrouw op eigen initiatief

Maar ook neemt een man op eigen initiatief een vrouw. Zie de teksten hieronder.

Genesis 4:19. Lamech nam twee vrouwen; de ene heette Ada, de andere Silla.

Genesis 11:29. En Abram en Nahor namen zich vrouwen; de naam van Abrams vrouw was Sarai, en de naam van Nahors vrouw was Milka, een dochter van Haran, de vader van Milka en Jiska. [HSV, de NBV gebruikt het woord trouwen]

En tot tweemaal toe lezen we van een heerser, die de vrouw van Abraham neemt tot vrouw omdat hij denkt dat ze vrij is. Genesis 12 en 20.
Genesis 12:19. Waarom hebt u gezegd dat ze uw zuster is? Nu heb ik haar tot vrouw genomen. Hier is uw vrouw weer, neem haar mee en verdwijn!’
Genesis 20:2. Toen nu Abraham van Sara, zijn vrouw, gezegd had: Zij is mijn zuster, zo zond Abimélech, de koning van Gerar, en nam Sara weg. [SV; het woord weg staat er niet. Er staat: nam Sara]

In Genesis 24:4, 7, 37, 38, 40, 51 gaat het steeds om het nemen van een vrouw, waarna tenslotte Isaak de vrouw, die voor hem bemiddeld werd, Rebecca, tot vrouw. Het staat er zelfs twee keer.
Genesis 24:66-67. De knecht vertelde Isaak wat hij allemaal gedaan had. Daarna bracht Isaak Rebekka naar de tent van Sara, zijn moeder. Hij nam haar tot vrouw en ging van haar houden. Zo vond Isaak troost na de dood van zijn moeder.
Zie ook Genesis 25: 20. Izak was veertig jaar oud, toen hij Rebekka, de dochter van Bethuel, de Syriër, uit Paddan-Aram, en de zuster van Laban, de Syriër, voor zich tot vrouw nam.

Genesis 25:1. Abraham nam een andere vrouw, Ketura.

Genesis 26:34-35. Toen Ezau veertig jaar oud was, nam hij Judith, de dochter van Beëri, de Hethiet, en Basmath, de dochter van Elon, de Hethiet, tot vrouw. Zij waren een bittere kwelling voor Izak en Rebekka. [HSV. De NBV vertaalt met ‘trouwen’.]

Allerlei

Aparte voorbeelden lezen we hier van zonen van God (of god), de Nephilim, tot zich vrouwen nemen.
Genesis 6:2. .. dat Gods zonen de dochters van de mensen zagen dat zij mooi waren, en zij namen zich vrouwen uit allen die zij uitgekozen hadden. [HSV]

Hier geeft vader Laban aan zijn schoonzoon de waarschuwing goed voor zijn dochters te zorgen.
Genesis 30:50. Als jij mijn dochters vernedert of vrouwen neemt naast mijn dochters, is er niemand bij ons; zie, God zal getuige zijn tussen mij en jou. [HSV. Dit is wat Laban aan Jacob meegeeft als ze uit elkaar gaan]

Ondertrouw en bruidschat

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1אָרַשׂ ‘āraśWerkwoordH781Verloven, in ondertrouw gaan.
Komt 11 keer voor in 10 verzen.
KJV: betroth (10x), espouse (1x).
2מֹהַר mōharZelfstandig
naamwoord
mannelijk
H4119Bruidschat
Komt 3 keer voor in 3 verzen
KJV: dowry (3x)

Uit de vertalingen blijkt dat er een verschillende kijk is op hoe het gaat met een jonge vrouw, die voorbestemd is om met een man te trouwen. De NBV noemt het uithuwelijken. De HSV en SV: ‘is ondertrouwd’.

De Groot Nieuws Bijbel en de Willibrord vertaling gebruiken ook wel het woord verloofd.

Exodus 22:16-17. Wanneer iemand een meisje dat nog niet uitgehuwelijkt is verleidt, moet hij de volle bruidsprijs betalen en met haar trouwen. Mocht haar vader weigeren haar aan hem uit te huwelijken, dan moet hij een bedrag betalen dat overeenkomt met de bruidsprijs voor een maagd.

Deu 20:7
Deu 22:23, 25, 27-28
Deu 28:30
2Sa 3:14
Hos 2:19-20

De mohar was gebruikelijk bij het uithuwelijken. De NBV noemt het een bruidsprijs, de HSV een bruidsschat.

Dit is een voorbeeld van de onverkwikkelijke affaire van de Sichem de zoon van een vorst van het land met de dochter van Jacob.
Genesis 34:12. Vraag gerust een hoge bruidsprijs van me en grote geschenken, ik geef u alles wat u verlangt, als u mij het meisje maar tot vrouw wilt geven.’

Dit is een gebod uit de torah. Als een meisje seksuele gemeenschap met een man heeft gehad, dan zou men niet meer bereid kunnen zijn om een bruidsschat te betalen.

Exodus 22:15-16. Wanneer iemand een meisje dat nog niet uitgehuwelijkt is verleidt, moet hij de volle bruidsprijs betalen en met haar trouwen. Mocht haar vader weigeren haar aan hem uit te huwelijken, dan moet hij een bedrag betalen dat overeenkomt met de bruidsprijs voor een maagd.

1 Samuel 18:25. zei hij: ‘Zeg tegen David dat de koning niet aan een bruidsprijs hecht en dat hij genoegen neemt met de voorhuiden van honderd Filistijnen, als wraak op zijn vijanden.’ Het was zijn bedoeling dat David op die manier zou sneuvelen in de strijd tegen de Filistijnen.

In Israël gaf men om met een meisje te mogen trouwen een bruidsschat. Hier een voorbeeld van de farao, die zijn dochter een cadeau meegeeft. In het Hebreeuws wordt dit ook niet een mohar genoemd, maar een woord, dat voor een cadeau wordt gebruikt.
1 Koningen 9:16. De farao, de koning van Egypte, was indertijd tegen Gezer opgetrokken, had de stad ingenomen en in de as gelegd en alle Kanaänieten die er woonden gedood, en toen zijn dochter met Salomo trouwde, had hij haar deze stad als bruidsschat meegegeven.

Toelichting: het gaat hier dus om een cadeau vanwege het feit dat zijn dochter met Salomo trouwde.

Trouwen, bezitten.

Het Hebreeuwse woord voor trouwen is baal.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1בָּעַל  ba`alWerkwoordH1166Trouwen, huwen
Komt 16 keer voor in 14 verzen.
KJV: marry (8x), husband (3x), dominion (2x), wife (1x), married wife (1x), Beulah (1x)

Het werkwoord baal betekent trouwen, huwen, bezitten, regeren over, toe-eigenen.

Het woord komt vier keer in de Torah voor:
Genesis 20:3
Deuteronomium 21:13
Deuteronomium 22:22 komen beide woorden voor.
Deuteronomium 24:1

Echtgenoten

Ook is er een woord voor de heer des huizes, dat is baäl (met de letters beth, ain en lamech). Of voor een getrouwde vrouw, dat is hetzelfde woord, dezelfde letter iets anders uitgesproken.

En natuurlijk er is een woord voor vader en moeder, maar die bespreken we bij het onderwerp kinderen.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1אִישׁ  ‘iysh  Zelfstandig naamwoord mannelijkH376Man, echtgenoot.
Komt 1,639 keer voor in 1,432 verzen.
KJV: man (1,002x), men (210x), one (188x), husband (69x), any (27x), miscellaneous (143x).
2אִשָּׁה ‘ishshahZelfstandig
naamwoord vrouwelijk
H802Echtgenoot, vrouw, vrouw van. Komt 780 keer voor in 686 verzen.
KJV: wife (425x), woman (324x), one (10x), married (5x), female (2x), miscellaneous (14x).

Iesj betekent echtgenoot, in een bepaalde woordvorm is dat haar man.

Iesja, Strong H802 vrouw, in een bepaalde vorm is dat zijn vrouw.

Een meneer(tje)

Het Hebreeuwse zelfstandig naamwoord Baal komt voor. Iemand, die was getrouwd, een hele meneer.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1בַּעַל  ba`alZelfstandig
naamwoord mannelijk
H1167Eigenaar, echtgenoot, heer.
Komt 83 keer voor in 78 verzen.
KJV: man (25x), owner (14x), husband (11x), have (7x), master (5x), man given (2x), adversary (1x), archers (1x), babbler (with H3956) (1x), bird (with H3671) (1x), captain (1x), confederate (with H1285) (1x), miscellaneous (12x). We treffen wel aan: baal baal en. ‘A man’s wife’ vertaalt de KHV. De wortel van H1167 is H1166.

Het zelfstandig naamwoord baäl betekent heer, echtgenoot, maar ook eigenaar. Het komt ook in het meervoud voor, de heren van Sichem bijvoorbeeld. Of een heel meneertje, zoals toen zijn broers Jozef zagen aankomen. Strong 1167. <uitzoeken hoe zit het met de god Baal>

H1166 een getrouwde vrouw, een vrouw, die aan een man toebehoord of een vrouw die bij een man hoort.

Jesaja 54:1 jullie zijn meer dan de kinderen van een echtgenoot, een getrouwde vrouw.
Jesaja 54:5 onze echtgenoot, onze heer is de Heer van de hemelse machten.

De vrouw van een man
H1167 H802 de vrouw van een man. Iesj baal komt tien keer voor.

Exodus 21:22. Wanneer mannen vechten en daarbij een zwangere vrouw zó treffen dat haar kind geboren wordt, maar er geen dodelijk letsel is, dan moet de schuldige zeker een boete betalen, zo groot als de echtgenoot van de vrouw hem oplegt. Hij moet die betalen via de rechters. [HSV]

Deuteronomium 22:22. Wanneer ergens een man aangetroffen wordt terwijl hij met een vrouw slaapt die met een andere man getrouwd is, dan moeten zij beiden sterven, de man die met de vrouw geslapen heeft, en de vrouw. Zo moet u het kwaad uit Israël wegdoen.

Het huwelijk in het Nieuwe Testament

Woorden rond het huwelijk in het Nieuwe Testament. In het Grieks komt het woord huwelijk wel voor.

Grieks woordSoort woordStrongOpmerkingen:
1ἐκγαμίζω ekgamizōWerkwoordG1547Uithuwelijken. Het woord komt 6 keer voor in 4 verzen. KJV: give in marriage (5x).
ἐκγαμίζω ekgamizōWerkwoordG1548Uithuwelijken
Komt twee keer voor
KJV: give in marriage (2x).
2γαμέω gameōWerkwoordG1060Huwen, trouwen. Het woord komt 29 keer voor in 25 verzen. KJV: marry (24x), married (3x), marry a wife (2x).
3γάμος gamosZelfstandig naamwoord mannelijkG1062Bruiloft, huwelijk. Het woord komt 16 keer voor in 16 verzen. KJV: marriage (9x), wedding (7x).
4νυμφίος nymphiosZelfstandig naamwoord mannelijkG3566Bruidegom. Het woord komt 16 keer voor in 12 verzen.
5νύμφη nymphēZelfstandig naamwoord vrouwelijkG3565Bruid en schoondochter. Komt 8 keer voor in 7 verzen. 
KJV: bride (5x), daughter in law (3x).

Uithuwelijken.

Het Grieks heeft twee woorden voor uithuwelijken. Beide zijn het werkwoorden. ekgamizo en enkamisko. Het eerste woord komt in vier teksten voor en de tweede in twee teksten.

Het woord komt voor bij het onderwijs van Jezus over de eindigheid van het huwelijk.

Ook bij het verhaal over de zondvloed. In de tijd huwden en werden ze uitgehuwelijkt en toen ineens kwam de zondvloed. Matteüs 24:38 en Lukas 17:27.

Het komt ook voor bij het onderwijs van de apostelen.
1 Korintiërs 7:38. Wie dus zijn jongedochter uithuwelijkt, doet wèl, en wie haar niet uithuwelijkt, doet beter.

Enkamisko komt in Lucas 20 vers 34 en 35 voor. Zie het onderwijs van Jezus over de eindigheid van het huwelijk.

Bruiloft en huwelijk

Het werkwoord trouwen, huwen komt 29 keer voor in 26 teksten

Het komt trouwen komt voor in het onderwijs van Jezus over echtscheiding. En verder komt het woord trouwen en huwen ook nog voor in de volgende teksten.
Lukas 14:20. Wordt het getrouwd zijn als argument gebruikt om niet te komen.
Lukas 17:27. Over de tijd van Noach.
Matteüs 24:38. bij de oordelen. Trouwen is zoals we dit doen in het leven.
Marcus 6:17. Herodus was gaan trouwen met de vrouw van zijn broer.

Trouwen en huwen komen we tegen in het onderwijs van de apostelen bij 1 Korintiërs 7 en 1 Timoteüs 5. Verder nog een enkele opmerking in 1 Timoteüs 4:3. <<>>

Het woord voor bruiloft, gamos, kom je tegen in het onderwijs van Jezus op diverse plaatsen. Bij de bruiloft in Kana, bij gelijkenis van de koninklijke bruiloft, bij de gelijkenis van de dwaze en wijze meisjes,

Het woord voor bruiloft kom je ook tegen in dit stukje waarbij het thema waakzaamheid is.
Lukas 12: 35-37. Sta klaar, doe je gordel om en houd de lampen brandend, en wees als knechten die hun heer opwachten wanneer hij terugkeert van een bruiloft, zodat ze direct voor hem opendoen wanneer hij aanklopt. Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft. Ik verzeker jullie: hij zal zijn gordel omdoen, hen aan tafel nodigen en hen bedienen.

Lukas 14:7-9. Hij vertelde de genodigden een gelijkenis, want hij had gezien hoe ze de ereplaatsen voor zichzelf kozen. Hij zei tegen hen: ‘Wanneer u door iemand wordt uitgenodigd voor een bruiloft, kies dan niet de ereplaats, want misschien is er wel iemand uitgenodigd die voornamer is dan u, en dan moet uw gastheer tegen u zeggen: “Sta uw plaats aan hem af.” Dan zult u beschaamd de minste plaats moeten innemen.

Hebreeën 13:4. Houd het huwelijk in ere, in alle omstandigheden, en houd het echtelijk bed zuiver, want overspeligen en echtbrekers zal God veroordelen.

Openbaringen 19:7-9. Laten we blij zijn en jubelen, laten we hem de eer geven! Want de bruiloft van het lam is gekomen en zijn bruid staat klaar. Zij mag zich kleden in zuiver, stralend linnen.’ Want dit linnen staat voor al het goede dat gedaan is door de heiligen. Toen zei hij tegen mij: ‘Schrijf op: “Gelukkig zijn zij die voor het bruiloftsmaal (met G1173) van het lam zijn uitgenodigd.”’ En hij vervolgde: ‘Wat God hier zegt, is betrouwbaar.’

Wat kunnen we van deze teksten leren?

Trouwen lijkt op een vrouw nemen. Je neemt een vrouw, ze gaat bij je wonen, je hebt seksuele gemeenschap met haar.

Bruid en Bruidegom.

Bij het onderwijs van Jezus komt je dit tegen bij de bruiloft van Kana, bij de opmerking van Johannes de Doper dat hij slechts de vriend is van de bruidegom, bij de vraag van de discipelen van Johannes de Doper en bij het verhaal van de wijze en dwaze meisjes.

Over de bruid, maar dan meer in de vorm van schoondochter komt het woord voor in Marcus 10:35 en Lucas 12:53. Het gaat dan er over dat Jezus ook strijd veroorzaak, bijvoorbeeld tussen schoondochter en schoonmoeder.

De gedachte van bruid en bruidegom komt verder dan nog in het boek Openbaringen voor.

Openbaring 18:23. … het licht van de lamp nooit meer in je schijnen. Het feestgedruis rond bruid en bruidegom zal in jou nooit meer te horen zijn. Eens waren je handelaars de groten der aarde, alle volken bezweken voor je verleidende toverij.

Openbaring 21:2. Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht.

Openbaring 21:9. Een van de zeven engelen met de offerschalen die gevuld waren met de laatste zeven plagen kwam op me af en zei: ‘Ik wil je de bruid laten zien, de vrouw van het lam.

Openbaring 22:17. De Geest en de bruid zeggen: ‘Kom!’ Laat wie luistert zeggen: ‘Kom!’ Laat wie dorst heeft komen; laat wie dat wil vrij drinken van het water dat leven geeft.

Echtscheiding

In de hele Tora, de eerste vijf boeken van Mozes, gaan er vier teksten over het huwelijk zelf en dan wel de regels voor een echtscheiding. Daarnaast staan er allerlei regels over hoe we met elkaar omgaan binnen het huwelijk. Misschien iets voor een volgende versie van deze studie.

Deuteronomium 24: 1-4 Het volgende kan zich voordoen: Iemand heeft een vrouw getrouwd, maar om een of andere reden is hij ontevreden over haar. Hij schrijft een scheidingsbrief, die hij bij haar vertrek aan haar meegeeft. Ze gaat bij hem weg en wordt de vrouw van een ander. Maar dan krijgt die tweede man een afkeer van haar, en ook hij schrijft een scheidingsbrief en geeft haar die bij haar vertrek mee; of de man die als tweede met haar is getrouwd, komt te overlijden. In zo’n geval mag de eerste man, die van haar gescheiden is, haar niet opnieuw tot vrouw nemen, nu zij voor hem onrein geworden is. Want de HEER verafschuwt zulke dingen. Wanneer u zoiets doet, werpt u een smet op het land dat de HEER, uw God, u in eigendom zal geven.

Centraal bij de echtscheiding staat de zogenaamde scheidingsbrief, de ‘cepher keriythuwth’. Een ‘cepher’ is een schrijven en komt meer dan honderd keer in het Oude Testament voor in allerlei verbindingen. Het woord ‘keriythuwth’ betekent de scheiding, de echtscheiding. De ‘cepher keriythuwth’ komt tweemaal in Deuteronomium voor en verder één keer in het boek van de profeet Jesaja en één keer in het boek van de profeet Jeremia.

In Jesaja en Jeremia gaat het over het volk Israël dat van God een scheidingsbrief heeft gekregen.

Jesaja 50, 1 Dit zegt de HEER: Waar is de scheidingsbrief waarmee ik jullie moeder heb weggestuurd? Of waar is de schuldeiser aan wie ik jullie heb verkocht? Nee, vanwege jullie zonden zijn jullie verkocht, vanwege je wandaden is je moeder weggestuurd. (Is dit Juda of Israël? In ieder geval ze zijn kinderen van een vrouw die gescheiden is).
Jeremia 3: 7b-8 Haar afvallige zuster Juda zag dat ik ontrouw Israël verstoten had en haar een scheidingsbrief gegeven had, juist omdat ze overspel had gepleegd.

Vanuit Deuteronomium weten we dat als je een scheidingsbrief hebt gegeven, je deze vrouw niet meer als je echtgenoot mag aannemen. Dat is voor de Heer en gruwel staat er. Maar zal God zelf dat dan wel weer doen? Zou niet de eerste keer zijn dat de Heer zijn eigen gebod overtreed om de mensen te helpen. Maar deze zaak is niet het onderwerp van deze studie maar hoort bij de studie over het volk Israël.

In het verslag van het onderwijs van Jezus in het Nieuwe Testament wordt drie keer de scheidingsbrief genoemd, in de Griekse taal de ‘bilblion apostasion’, het boek van de scheiding. In alle drie gevallen gaat het om een verwijzing naar de scheidingsbrief van Mozes[1].


[1] Matteüs 5: 31-32 en 19:7 en Marcus 10:4.

Andere bronnen

Naast de Hebreeuwse en Griekse tekst van de boeken wat wij de Bijbel noemen zijn er ook allerlei vertalingen, die soms door het vertalen ook nieuwe dingen inbrengen.

Zo komt het zelfstandig naamwoord ‘huwelijk’ wel voor in vertalingen van het Oude Testament, terwijl het niet voorkomt in de Hebreeuwse tekst. Vijftien keer in de NBV vertaling, drie keer in de NBG vertaling en twee keer in de HSV vertaling. De Statenvertaling kent het woord ‘huwelijk’niet maar vertaalt dan met woorden als trouw, (on)getrouwd of getrouwde. En dat negen keer.

In de Joodse traditie was een uitgebreid huwelijksceremonie ontstaan. Daar spreekt de Bijbel niet over in het Oude Testament. Maar Jezus sluit daar in het verhaal van de wijze en dwaze maagden wel bij aan. Dat geeft toch wel een geestelijk belang aan van die ceremonie. Het boek Wake Up van Arno Lamm en Emile- Andre Vanbeckevoort beschrijft die huwelijksceremonie in de bladzijden 438 tot 500. Omdat naar hun idee aan het eind van de tijd op die manier ook de gemeente van Christus met Hemzelf wordt verbonden.

Wat kunnen we van de Bijbel leren?

Dit is de oorsprong van de man/vrouw relatie.
Genesis 2:18. God, de HEER, dacht: ‘Het is niet goed dat de mens alleen is, ik zal een helper voor hem maken die bij hem past’.

Vanuit dat idee is ook nageslacht ontstaan.
Genesis 4:1. De mens, Adam, had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en bracht Kaïn ter wereld. ‘Met de hulp van de HEER,’ zei ze, ‘heb ik het leven geschonken aan een man!’

En als gevolg daarvan zijn ook gezinnen, families en nog grotere verbanden ontstaan.

Het idee is dat een man en een vrouw hun levenlang elkaar trouw blijven. Dat zorgt voor rust in de relatie. Ook als één van de partners het moeilijk heeft. Dat zorgt voor rust bij de kinderen. Dat zorgt voor rust in de gezinnen. Rust in de families en rust in de hele gemeenschap.

Je hoeft je energie niet te steken in wisselende relaties, maar je kunt je energie steken in de dingen van het leven. En daar hebben we onze handen al vol aan.

Het boek Genesis beschrijft ook het proces van de man/vrouw relatie. Loskomen van je ouders. Gehecht raken aan, elkaar aankleven en zo een eenheid gaan vormen: één lichaam.

Jezus voegt aan het onderwijs van het Oude Testament de openbaring toe dat het man/vrouw verbond een beeld is van het verbond van God met de mensen. De bezegeling van die relatie is de bruiloft.

Jezus geeft ook praktische richtlijnen bij echtscheiding.

De jonge christelijke gemeenten ontstonden in een Grieks Romeinse wereld die wat man/vrouw relatie betrof totaal anders was. Mannen en vrouwen hadden vooral hun eigen wereld. Huwelijkse trouw voor mannen was niet in beeld. Het is dan ook begrijpelijk dat de apostelen allerlei onderwijs gaven over de man/vrouw relaties.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.