Studie Pesach Pasen

Het Pesach feest is vooral een feest voor thuis, de familie en het gezin. Het is een feest om iets moois te leren.

Het feest bestaat uit de voorbereiding van een maaltijd, de maaltijd zelf en het afronden van de maaltijd. Lange tijd offerde men ook nog extra in de tempel tijdens dit feest.

Het is een feest met een ernstige ondertoon, een gedenkfeest. Zoiets als onze 4 en 5 mei feesten.

Het Pesach feest is nogal verweven met twee andere feesten. Het Matse feest en het feest van de eerstelingen.

Als je deze feesten vergelijkt met de feesten van de christelijke kerken, dan lijkt Goede Vrijdag het meest op het Pesach feest van de Bijbel. Jezus, het lam van God, sterft aan het kruis. Zoals het lam van het Pesachmaal sterft en zijn bloed op de deurposten en de latei werden gesmeerd als bescherming van de eerstelingen tegen de dood. Zo redt ook het bloed van het lam Jezus ons van de dood als straf van God en maakt ons vrij.

De opstanding van de dood, die wij met het Paasfeest gedenken, hoort bij het feest van de eerstelingen. En het matsefeest lijkt nog het meest op onze vastentijd.

Overigens ging het in de Bijbel niet om een pasgeboren lam, maar om een net volwassen eenjarige ram of bok. Jezus is dan ook niet het pasgeboren lam van God, maar de éénjarige ram of bok Gods. Het is een dier in de kracht van zijn leven.

View image on Twitter

In de kerk in Gent hangt het wereldberoemde schilderij van de gebroeders van Eyck: het lam Gods.

Dit fragment van het schilderij laat zien dat ze hadden begrepen dat het om een éénjarig lam gaat.

De door God ingestelde feest hebben allemaal een thema. Het thema van het Pesachfeest is vrij worden en vrij zijn. Vrij uit slavernij, gevangenis, onderdrukking of wat dan ook.

Het duurde lang voordat het Pesachfeest bij het volk Israël vaste grond kreeg. Het is ook een thema wat wij als mensen moeilijk leren. Vrij worden en vrij zijn.

De kern van het feest is een jaarlijkse maaltijd met allerlei door God voorgeschreven beelden. Dat helpt om vrij worden en vrij zijn een plek in je leven te geven.

Door deze maaltijd te vieren laat je je omgeving zien, zowel het rijk van de duisternis als menselijke onderdrukkers, dat God vrijmaakt.

Pesach en Pasen in de Bijbel

In zowel het Oude als het Nieuwe Testament wordt slechts één woord voor dit feest gebruikt. Zie de tabel hieronder.

Met het Strongnummer kunt u zelf in de Blue Letter Bible op internet de teksten opzoeken, waarin deze woorden voorkomen. Met het SB nummer kun je het woord in de Studiebijbel opzoeken. In deze tabel ook de woorden, die de King James Version gebruikt om de woorden te vertalen. Dat kan extra inzicht geven.

Nr.Woord Soort woord Strong Opmerkingen:
1.פֶּסַח pesach Zelfstandig naamwoord mannelijk H6453 Pesach.
Komt 49 keer voor in 46 verzen. KJV: passover (46x), passover offerings (3x).
2.πάσχα pascha Zelfstandig naamwoord onzijdig G3957 SB3433 Pascha.
Komt 29 keer voor in 27 verzen. KJV: Passover (28x), Easter (1x).

Het woord Pesach
Het Hebreeuws zelfstandig naamwoord Pesach komt van een werkwoord dat voorbijgaan betekent. De engel van de dood ging voorbij aan die huizen waar het bloed van het lam op de deurposten en de latei was gesmeerd.

Het woord Pesach wordt aan diverse andere woorden verbonden. Zo komt voor Pesach en feest (Exodus 34:25), het eten van Pesach (2 Kronieken 30:18), Pesach en offer (Exodus 12:46 en 34:25). Pesach en slachten komt zes keer voor. Zo hebben vertalers woorden bedacht als Pesachfeest, Pesachmaaltijd, Pesachoffer en Pesachlam.

Pesach en de HEER komt dertien keer voor (Strongs H3068 en H6453). Pesach van de HEER is in de NBV met allerlei woorden omschreven, zoals ‘het feest ter ere van’ en ‘Pesach bereiden’. Bij de teksten hieronder heb ik daarom informatie van de Bijbel zelf toegevoegd. Het Pesach van de HEER is een belangrijk begrip in de Bijbel. De Statenvertaling vertaalt een keer met ‘des Heeren pascha’ en een keer met ‘het pascha des Heeren’.

De Bijbel zelf schuift ook met de omvang van het feest. In latere boeken noemt men ook wel de hele periode van zeven dagen Pesach. Dat is dan het Pesach én de zeven dagen dat men matses, ongezuurde broden at.

Het woord Pascha
Pascha is de Aramese vorm van het Hebreeuwse woord Pesach. Maar dan met Griekse letters geschreven.

Het woord wordt in drie betekenissen gebruikt. Ten eerste als aanduiding van het feest. Ten tweede als aanduiding van wat men at. Er staat ‘het Pascha eten’ en ten derde als aanduiding van de hele maaltijd. Er staat ‘het Pascha gereed maken’.

Het Pesach van de HEER

Het woord Pesach komt voor het eerst voor in Exodus 12. In dit hoofdstuk kunnen we over de instelling van het Pesach feest lezen.

In Exodus 12 kun je zes delen onderscheiden. Hieronder staan ze.

Deel 1: het moment in de tijd.

Exodus 12:1. De HEER zei tegen ​Mozes​ en ​Aäron, nog in ​Egypte: ‘Voortaan moet deze maand bij jullie de eerste maand van het jaar zijn.

De HEER maakt een nieuw begin. Een grootschalige ingreep in de kalender. Wat tot dan toe de eerste maand was, werd vanaf dit moment de zevende maand. En wat de zevende maand was werd de eerste maand. Nog steeds is die ingreep zichtbaar. Want nieuwjaar wordt nog steeds gevierd op de eerste van de zevende maand. Zo worden we ieder jaar weer aan Gods bijzondere ingreep herinnerd.

Deel 2: de instructie voor de maaltijd

Exodus 12:2-10. Zeg tegen de hele gemeenschap van Israël: “Op de tiende van deze maand moet elke ​familie​ een lam of een bokje uitkiezen, elk gezin één. Gezinnen die te klein zijn om een heel dier te eten, nemen er samen met hun naaste buren een, rekening houdend met het aantal personen en met wat ieder nodig heeft. Het mag het jong van een schaap zijn of het jong van een ​geit, als het maar een mannelijk dier van één jaar oud is zonder enig gebrek. Houd dat apart tot de veertiende van deze maand; die dag moet de voltallige gemeenschap van Israël de dieren in de avondschemer slachten. Het ​bloed​ moeten jullie bij elk ​huis​ waarin een dier gegeten wordt, aan de beide deurposten en aan de bovendorpel strijken. Rooster het vlees en eet het nog diezelfde nacht, met ongedesemd brood en bittere kruiden. Het dier mag niet halfgaar of gekookt worden gegeten, maar uitsluitend geroosterd, en in zijn geheel: met kop, poten en ingewanden. Zorg dat er de volgende morgen niets meer van over is. Mocht er toch iets overblijven, dan moet je dat verbranden.

In dit deel gaat het over het afzonderen, gereed maken en eten van het éénjarige jong van een schaap of van een geit.

Het is een gebeuren van een gezin, in die tijd ook met opa en oma en van buren eventueel.

Een eenjarig jong is in staat om zelf al lammeren te krijgen. Een eenjarig jong heeft de vier seizoenen meegemaakt. Ook Jezus was volwassen toen Hij als lam werd geslacht. Hij had net de tijd bereikt dat hij als rabbi mocht optreden.

Er was een tijd van apart houden van het dier. Vanaf de tiende van de maand tot de avond van de 13de, dan werd het geslacht. Die periode zal extra pijn gegeven hebben bij het slachten. Het dier had men immers vier dagen van dichtbij meegemaakt. En in die tijd slachtte de mensen de dieren zelf. Dat slachten lijkt alleen het doodbloeden in te houden. Het moest in zijn geheel worden geroosterd.

Het bloed moest op de deurposten en de latei worden gesmeerd. Door het bloed hoefden het volk niet de straf van de onderdrukkers te ondergaan. Dit werd eenmalig gedaan, later niet meer. Hoewel we nog steeds weten. Voor onderdrukkers is de dood het oordeel.

Het dier moest met matses, ongezuurde broden en bittere kruiden worden gegeten. De Joodse traditie voegde er later nog allerlei elementen aan toe.

Het dier moest in zijn geheel worden gegeten, met ingewanden en al. Lijkt mij heel onprettig. Maar goed, mijn Nederlandse cultuur zal daar wel iets mee te maken hebben.

Wat hier opvalt is de relatie met Jezus.
Op de tiende van de maand koos het volk Jezus uit. Als hun Messias. Wat wij palmzondag noemen. [bron Wikipedia Goede Week]
Het dier dat werd geofferd was in de kracht van zijn leven. Net als Jezus.
Men moest het lam met ongedesemd brood eten, zonder gist dat verwijst naar de zonde. Jezus was ook zonder zonde.
Men moest het eten met bittere kruiden. Jezus dood was bitter.
Het dier moest in zijn geheel blijven. Net als Jezus. Zijn botten werden niet gebroken.

Dan gaat het over de haast waarmee men het destijds moest eten. Ze moesten immers op weg de vrijheid tegemoet. Daar moet je niet bij talmen.
Exodus 12:11. Zo moeten jullie het eten: met je ​gordel​ om, je ​sandalen​ aan en je staf in de hand, in grote haast. Dit is een maaltijd ter ere van de HEER, het pesachmaal.

De laatste zin in de tekst zou je als de titel kunnen zien van dit hele onderwerp. In het Hebreeuws staat hier, heel beknopt: pesah hu la JHWH. De Statenvertaling vertaalt: “het is des HEEREN pascha“.

En dan die dramatische gebeurtenis bij het eerste pascha van de HEER.
Exodus 12:12-13. Ik zal die nacht rondgaan door ​Egypte, en ik zal daar alle eerstgeborenen doden, zowel van de mensen als van het ​vee, en ik zal alle Egyptische ​goden​ van hun voetstuk stoten, want ik ben de HEER. Maar jullie zal ik voorbijgaan: aan het ​bloed​ zal ik jullie ​huizen​ herkennen, en door dat merkteken zal de dodelijke plaag waarmee ik ​Egypte​ straf, jullie niet treffen.

En de afsluiter. Het gebod om vrij te komen en vrij te zijn. In de meest krachtige bewoordingen geeft God dit gebod.
Exodus 12:14. Die dag moet voortaan een gedenkdag zijn, die je moet vieren als een feest ter ere van de HEER. Dit voorschrift blijft voor altijd van kracht, alle komende generaties moeten die dag vieren.

Deel 3: de instelling van het feest van de ongezuurde broden.
In het volgende deel van Exodus, Exodus 12:15-20 gaat het om de instelling van het feest van de matses, van de ongezuurde broden.

Het vrij worden is verbonden met het afleggen van de zonde. Vandaar in dit hoofdstuk, maar ook een apart feest. Het is het onderwerp van een aparte studie.

Deel 4: wat Mozes zegt tegen de oudsten van het volk Israël over Pesach.

Ik neem aan dat wat de HEER tegen Mozes zei, dat Mozes dat ook heeft overbracht aan het volk Israël.

Maar hier vult de door de Geest van God geïnspireerde Mozes nog aan met praktische instructies. De aanvullingen heb ik in de tekst hieronder onderstreept.

Exodus 12:21-28. Toen riep ​Mozes​ de ​oudsten​ van Israël bij elkaar. ‘Elke ​familie​ moet een lam of een bokje kiezen,’ zei hij, ‘en dat moet worden geslacht als pesachoffer. Laat ieder daarna een bos majoraantakken nemen, die in de schaal met ​bloed​ dopen en het ​bloed​ aan de bovendorpel en aan de beide deurposten strijken. Ga dan tot de morgen de deur niet uit, want de HEER zal door ​Egypte​ heen gaan om het te straffen. Maar ziet hij bij een deur ​bloed​ aan de bovendorpel en aan de posten, dan zal hij die deur voorbijgaan, hij zal de doodsengel geen toestemming geven om uw ​huizen​ binnen te gaan en u te treffen. Dit voorschrift blijft voor u en uw ​kinderen​ voor altijd van kracht. Ook als u eenmaal in het land bent dat de HEER u zal geven, zoals hij heeft beloofd, moet u dit gebruik in ere houden. En als uw ​kinderen​ dan vragen: “Wat betekent dit gebruik?” antwoord dan: “Wij brengen de HEER een pesachoffer omdat hij de ​huizen​ van de Israëlieten voorbij is gegaan toen hij de ​Egyptenaren​ strafte; ons heeft hij gespaard.”’ Toen knielden de Israëlieten en bogen ze zich diep neer, en ze deden wat de HEER aan ​Mozes​ en ​Aäron​ had bevolen. [op de plaats “wij brengen de HEER een pesachoffer” staat letterlijk “het is het offer van het Pesach van de HEER]

Deel 5 gaat over de ramp die plaatsvindt in Egypte.

Exodus 12:29-42 beschrijft die enorme ramp voor de onderdrukkers en hun volk.

Vers 42 geeft nog aan wat het volk Israël spontaan ging doen. Of moet ik zeggen, door de Geest van God geïnspireerd. Ze gingen, met de HEER samen, waken.
Exodus 12:42. Die nacht waakte de HEER om hen uit ​Egypte​ weg te leiden. Daarom waken de Israëlieten nog altijd in deze nacht ter ere van de HEER, elke generatie opnieuw.

De Paaswake, die ook wel in de christelijke kerken voorkomt, komt denk ik hier vandaan.

Deel 6: de HEER geeft aanvullende regels aan Mozes en Aäron.

Nu is het de HEER, die nog aanvullingen geeft. Antwoorden op vragen, die naar voren zouden kunnen komen, zoals: “Mogen mijn slaven en vreemdelingen ook deelnemen aan het Pesachmaal”.

De aanvullingen zijn onderstreept.
Exodus 12:43-50. De HEER zei tegen ​Mozes​ en ​Aäron: ‘Voor het pesachmaal gelden deze voorschriften: Er mag geen enkele ​vreemdeling​ aan deelnemen. Een ​slaaf​ die door iemand gekocht is, mag er echter aan deelnemen zodra hij ​besneden​ is. Een ​vreemdeling​ die tijdelijk bij je verblijft of een dagloner mag er niet aan deelnemen. Het maal moet worden gebruikt in het ​huis​ waarin het is klaargemaakt, je mag niets van het vlees buitenshuis brengen; de botten mag je niet breken. Ieder die tot de gemeenschap van Israël behoort, is verplicht dit maal te bereiden. Wil een ​vreemdeling​ die bij jullie woont het pesachmaal ter ere van de HEER bereiden, dan mag dat pas nadat hij en al zijn mannelijke familieleden ​besneden​ zijn, want alleen dan kan hij op één lijn worden gesteld met een geboren Israëliet. Maar een ​onbesnedene​ mag er niet aan deelnemen. Voor geboren Israëlieten en voor ​vreemdelingen​ geldt een en dezelfde regel.’ De Israëlieten deden wat de HEER aan ​Mozes​ en ​Aäron​ had bevolen. [Op de plaats van “het pesachmaal ter ere van de HEER bereiden” staat letterlijk “wil houden het Pesach van de HEER”]

Het is niet zomaar een feest. Een slaaf en een vreemdeling mogen deelnemen. Maar als je wilt deelnemen en van het resultaat genieten, dan moet je wel betrokken zijn. Daarom moet je besneden zijn. Besneden zijn staat voor het gezag van de HEER erkennen. Dat is een voorwaarde om mee te mogen doen.

Volgens mij is de besnijdenis voor gelovigen uit de volken niet meer nodig, maar het gezag van God van Israël erkennen is een strikte voorwaarde om aan dit feest mee te mogen doen.

Toevoegingen in andere hoofdstukken en boeken

In het boek Exodus komt ook in hoofdstuk 34 nog een tekst over Pesach voor.
Exodus 34:25. ‘…. en het offer van het Pascha mag niet tot de volgende morgen overblijven. [HSV].
Toelichting: nog een keer de nadruk dat je de resten van het lam moet verbranden voor de nieuwe dag. Is blijkbaar een belangrijk onderdeel. De naam Pascha herinnert nog een keer aan het gebod van Pesach.

Het boek Leviticus noemt Pesach als eerste van de hoogtijdagen.
Leviticus 23:4-5. Dit zijn de feestdagen van de HEERE, de ​heilige​ samenkomsten, die u op hun vastgestelde tijd moet uitroepen. In de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, tegen het vallen van de avond (letterlijk tussen twee avonden), is het Pascha voor de HEERE. [HSV]
Deze tekst staat ook in het boek Numeri. Hoofdstuk 28:17.

In Numeri 33 staat een overzicht van de reizen en rustplaatsen van het volk Israël. Als eerste noemt het boek de uittocht op de 15de van de maand.
Numeri 33:1-4. Dit zijn de rustplaatsen van de Israëlieten, die uit het land Egypte vertrokken zijn, ingedeeld naar hun legers, door de dienst van Mozes en Aäron. Mozes schreef hun vertrekpunten op, van rustplaats tot rustplaats, op bevel van de HEERE. Dit nu zijn hun rustplaatsen, ingedeeld naar hun vertrekpunten. Zij braken op van Rameses; in de eerste maand, op de vijftiende dag van de eerste maand, de dag na het Pascha, vertrokken de Israëlieten door een opgeheven hand, voor de ogen van alle Egyptenaren, terwijl de Egyptenaren hen begroeven die de HEERE onder hen getroffen had, alle eerstgeborenen; ook had de HEERE strafgerichten voltrokken over hun goden. [HSV]

Pesach een jaar later

In de eerste helft van hoofdstuk 9 van het boek Numeri richt de HEER zich tot Mozes met de opdracht om het tweede jaar opnieuw het Pesachfeest te vieren. De HEER ging er blijkbaar van uit dat het voor het volk niet vanzelfsprekend was om na die opdracht een jaar eerder het opnieuw te vieren.

Numeri 9: 1-5. In de eerste maand van het tweede jaar na de uittocht uit ​Egypte​ richtte de HEER zich in de Sinaiwoestijn tot ​Mozes. Hij zei: ‘De Israëlieten moeten op de daarvoor vastgestelde tijd het pesachoffer bereiden. Dat moet gebeuren op de veertiende dag van deze maand, in de avondschemer, op de vastgestelde tijd, met inachtneming van alle voorschriften en regels die ervoor gelden.’ Mozes​ droeg de Israëlieten op het pesachoffer te bereiden, en zo vierden ze op de veertiende dag van de eerste maand, in de avondschemer, in de Sinaiwoestijn het pesachfeest; ze vierden het precies zoals de HEER het ​Mozes​ geboden had.

Vervolgens komt er een vraag naar voren. Wat te doen als je onrein bent? De regel wordt: vier het een maand later.
Numeri 9:6-14. Nu waren sommigen ​onrein​ doordat ze met een lijk in aanraking waren geweest, zodat ze die dag geen ​Pesach​ konden vieren. Ze wendden zich nog dezelfde dag tot ​Mozes​ en ​Aäron. ‘Wij zijn ​onrein​ doordat we met een dode in aanraking zijn geweest,’ zeiden ze. ‘Moet dat echt een beletsel zijn om samen met de andere Israëlieten op de vastgestelde tijd ons ​offer​ aan de HEER te brengen?’ ‘Wacht hier,’ antwoordde ​Mozes, ‘dan ga ik vragen wat de HEER van u verlangt.’ Toen zei de HEER tegen ​Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Wanneer iemand van u of van uw nakomelingen ​onrein​ is doordat hij met een lijk in aanraking is geweest of wanneer iemand een verre ​reis​ maakt, en hij wil toch ter ere van de HEER het pesachoffer bereiden, dan moet hij dat doen in de tweede maand, op de veertiende dag, in de avondschemer. Hij moet er ongedesemd brood en bittere kruiden bij eten. Er mag van het ​offerdier​ niets overblijven tot de volgende morgen, en de botten mogen niet gebroken worden. Alle voorschriften voor het pesachfeest moeten nauwkeurig in acht genomen worden. [op de plaats van “ter ere van de HEER het pesachoffer bereiden” staat “wil houden het Pesach van de HEER”]

Trouwens iemand, die het Pesach feest niet viert, die moet de gevolgen van zijn zonden dragen. Vrij worden en vrij zijn is essentieel voor het volk van God.
Numeri 9:13. Maar wie ​rein​ is en niet op ​reis​ en desondanks nalaat het pesachoffer te bereiden, moet ​uit de gemeenschap​ gestoten worden omdat hij de HEER niet op de vastgestelde tijd zijn ​offer​ heeft gebracht. Zo iemand moet de gevolgen van zijn ​zonde​ dragen. 

De vreemdeling, die ter ere van de HEER het feest wil vieren, mag daar aan meedoen als hij zich houdt aan de voorschriften.
Numeri 9:14. Wil een ​vreemdeling​ die bij u woont ter ere van de HEER een pesachoffer bereiden, dan moet hij dat doen met inachtneming van de voorschriften en regels die voor ​Pesach​ gelden. Voor ​vreemdelingen​ en voor geboren Israëlieten geldt een en dezelfde wet. [op de plaats van “ter ere van de HEER een pesachoffer bereiden” staat “wil houden het Pesach van de HEER]
Toelichting: In het boek Exodus hoofdstuk 12 van 43 tot 50 staat ook nog dat vreemdelingen zich moeten besnijden. Dat staat er hier niet bij.

Pesach aan het eind van de woestijnreis

Aan het eind van de woestijnreis geeft Mozes het volk als laatste nog een samenvatting van het onderwijs. Hier komt ook een passage over het Pesach feest voor.

In Deuteronomium 16 wordt de instelling van het Pascha en het feest van de ongezuurde broden opnieuw genoemd. De maand heet nu abib, de Babylonische naam voor de eerste maand. Dit is de tekst.

Deuteronomium 16:1-8. Ieder jaar in de maand ​abib​ moet u voor de HEER, uw God, het pesachoffer bereiden. Hij heeft u immers op een nacht in die maand uit ​Egypte​ weggeleid. Voor het pesachoffer ter ere van de HEER moet u ​geiten, schapen of runderen slachten op de plaats die hij zal ​kiezen​ om er zijn naam te laten wonen. Bij dat vlees mag u geen gedesemd brood eten, maar alleen ongedesemd brood, gedurende zeven dagen. Het is het tranenbrood dat u, zolang u leeft, zal herinneren aan de dag waarop u wegtrok uit ​Egypte, aan dat overhaaste vertrek. Zeven dagen lang mag er in het hele land bij u geen stukje ​zuurdesem​ te vinden zijn. En van het vlees dat de slacht van de eerste avond oplevert, mag niets tot de volgende dag bewaard worden. U mag de dieren voor het pesachoffer niet slachten in elk van de steden die de HEER, uw God, u zal geven, maar u moet dat op de ene plaats doen die hij zal ​uitkiezen​ om er zijn naam te laten wonen, en wel ’s avonds, bij zonsondergang, het tijdstip waarop u uit ​Egypte​ vertrok. Daar moet u het vlees bereiden en eten; de volgende morgen kunt u weer naar uw eigen woonplaats terugkeren. Zes dagen lang moet u ongedesemd brood eten, en de zevende dag is er een feestelijke samenkomst voor de HEER, uw God; dan mag u niet werken. [in vers 1 en 2 staat ook het Pesach van de HEER, dat is meer dan bereiden zoals in de NBV staat]

Samenvatting instelling van Pesach

In het boek Exodus komt openbaring voor het te vieren feest. Daarna komen er nog allerlei toevoegingen bij. Het komt vaker voor dat de openbaring van God op die manier zich steeds verder ontwikkeld.

In dit feest is God als rechter duidelijk te zien. Egypte wilde het eerstgeboren volk van de HEER niet vrijlaten. Daarom wilde de rechter van hemel en aarde Egypte dwingen om het vrij te laten. Het volk Israël moest wel laten zien dat ze vrij wilde zijn. Ze moesten de instructie van God opvolgen. Nauwgezet. Het eenjarige lam of bok was, wat zij moesten opofferen.

Een deel van het feest was eenmalig, zoals het smeren van bloed op de deurposten en de bovendorpel. Dat werd vervolgens jaarlijks herdacht. Een ander deel van het feest komt ieder jaar terug. De maaltijd. Het blijft nodig om vrij te worden, vrij te zijn en vrij te blijven

De HEER laat het volk Israël geen ruimte om het feest niet te vieren. ‘Die dag moet voortaan een gedenkdag (yom zikron) zijn, die je moet vieren als een feest ter ere van de HEER (chag la jhwh). Dit voorschrift (chuqqat) blijft voor altijd (olam) van kracht, alle komende generaties moeten die dag vieren’.

Ik proef in de teksten voor Pesach verwijzingen naar Jezus.
Ongedesemd brood. -> Jezus was zonder zonde.
Bittere kruiden. -> Het was een bittere dood voor Jezus.
Het offer mag niet tot de volgende morgen overblijven. -> Jezus werd in het graf gelegd.
Het bereiden van het lam in de avondschemer. -> Het moment dat Jezus zal sterven.
Tussen twee avonden. -> daartussen vierde Jezus het avondmaal en stierf hij voor het pesachmaal.
Het niet breken van de botten. -> Dat gebeurde ook niet met Jezus, terwijl het bij de andere gekruisigden wel gebeurde.

Voor de mensen van het volk is het belangrijker om mee te vieren, dan dat het op die precieze dag gebeurde.

Het hele volk Israël dient het Pesachfeest te vieren. Vreemdelingen mogen het Pesachfeest ook mee vieren als ze zich aan de regels van het Pesach feest houden. Mocht je met het volk Israël het Pesach van de HEER mee willen vieren, dan is dat voor de gelovigen uit de volken een mogelijkheid.

Op die ene plaats staat dat de mannen dan besneden moeten zijn, op een andere plaats is dat er niet bij vermeld. Er staat niet dat vreemdelingen alleen mee mogen doen als ze zich aan alle regels van de wet houden. Hoewel de meeste regels heel verstandig zijn om daar aan mee te doen.

In Numeri 9:14 worden de ‘voorschriften en regels’ van het Pesachfeest genoemd. Dat geeft de indruk dat er meer regelingen zijn, dan die paar, die in de Torah staan .

In Deuteronomium worden ook runderen genoemd, die mogen worden geofferd. En nog een toevoeging, het offeren moet op een gemeenschappelijke plaats gebeuren.

Opnieuw Pesach bij de intocht land Kanaän

Bij de intocht van het volk Israël in het land Kanaän wordt opnieuw het Pesachfeest gevierd. Was dit de derde keer? Die veertig jaar in de woestijn werd er geen Pesach gevierd? Een geestelijk droge tijd.

Wat er in ieder geval niet werd gedaan in de woestijn, was het besnijden van de mannen. Hier wordt opnieuw beiden gedaan, zowel de besnijdenis als Pesach. Door de mannen te besnijden en het Pesach te vieren worden de banden met Egypte opnieuw verbroken. Ook het leven in de woestijn wordt achtergelaten.

En wat er dan wel weer was in de woestijn, het manna dat uit de hemel kwam, dat stopt vanaf het moment van deze viering.

Jozua 5:2-9. Na de overtocht zei de HEER tegen ​Jozua: ‘Maak messen van vuursteen en ​besnijd​ de Israëlieten opnieuw.’ Jozua​ maakte die messen en hij ​besneed​ de Israëlieten opnieuw bij de Voorhuidenheuvel. Hij ​besneed​ hen omdat alle weerbare mannen die uit ​Egypte​ waren weggetrokken, na de uittocht waren gestorven, onderweg in de woestijn. Van het volk dat weggetrokken was waren alle mannen ​besneden​ geweest, maar de mannen die na de uittocht waren geboren, toen het volk onderweg was in de woestijn, waren niet ​besneden. Want Israël trok veertig jaar door de woestijn, totdat alle weerbare mannen die uit ​Egypte​ waren weggetrokken, gestorven waren. Ze hadden niet geluisterd naar de HEER, en daarom had de HEER hun gezworen dat hij hun niet het land zou laten zien dat hij ons zou geven, zoals hij onze voorouders had beloofd: het land dat overvloeit van melk en honing. Maar hij liet hun zonen hun plaats innemen. Dus ​besneed​ ​Jozua​ deze zonen, omdat dit onderweg niet gedaan was. Nadat ze allemaal waren ​besneden, moesten ze in hun ​tenten​ blijven tot ze waren genezen. En de HEER zei tegen ​Jozua: ‘Vandaag heb ik de schande van ​Egypte​ van jullie afgewenteld,’ en ​Jozua​ noemde die plaats Gilgal. Zo heet die plaats tot op de dag van vandaag.

Toelichting: het woord Gilgal heeft als wortel een woord dat o.a. verwijst naar steenkring. Denk aan toen wellicht nog stenen mes.

Jozua 5: 10-12. Toen de Israëlieten in hun kamp bij Gilgal waren, op de vlakte van ​Jericho, bereidden ze in de avond van de veertiende dag van die eerste maand het pesachoffer. Al één dag na het pesachoffer aten ze ongedesemd brood en geroosterd graan van de opbrengst van het land. Er kwam die dag geen manna meer; de Israëlieten kregen vanaf toen nooit meer manna. Ze aten dat jaar van de opbrengst van de akkers van ​Kanaän.

Toelichting: In het Hebreeuws staat niet pesachoffer maar alleen pesach. Het lijkt mij ook eerder te gaan over een maaltijd.

Het ongedesemde brood was niet beschikbaar in de woestijn, maar nu al wel bij het binnenvallen in het land. Bijzonder. Gods bijzondere zorg voor het volk.

Opnieuw Pesach door koning Hizkia.

Koning Hizkia begon aan zijn regering als koning van Juda in het jaar 718 voor Christus. Een kleine 350 jaar nadat koning David afgetreden was.

Hij begon met de reiniging van de tempel,. Toen hij gereed was wilde hij het Pesach feest gaan vieren, maar was net te laat om dat in de juiste maand te gaan doen.

In 2 Kronieken 29 kunnen we lezen dat Hizkia, in de NBV Jechizkai genoemd, koning werd en de dienst aan de HEER in de tempel weer ging herstellen. Wat een bemoediging voor hen, die de HEER liefhadden in die tijd. De tempel was namelijk door voorgaande koningen voor duisteren rituelen gebruikt.

Het Noordelijk Rijk was in die tijd al gevallen en de toplaag van de bevolking was naar Assyrië, het hedendaagse Noord Irak afgevoerd. Er woonden nog veel mensen van het volk Israël in het land. Koning Hizkia kon nu de mensen van het Noorden uitnodigen, tot dan toe verboden de koningen van Israël namelijk hun mensen om naar Jeruzalem voor de feesten te gaan. Was het een poging van koning Hizkia om de mensen van het Noordelijke Israël weer bij God en de andere stammen te betrekken?

Het hoofdstuk na hoofdstuk 29 beschrijft hoe koning Hizkia het Pesachfeest weer in ere ging herstellen. Hieronder de tekst van het hele hoofdstuk 30.

2 Kronieken 30:1-5. Jechizkia​ stuurde boden rond in heel Israël en Juda en schreef ook brieven naar Efraïm en Manasse, waarin hij iedereen opriep naar de tempel van de HEER in ​Jeruzalem​ te komen om aan de HEER, de God van Israël, het pesachoffer op te dragen. De ​koning​ had zich, samen met zijn raadsheren en de volksvergadering van ​Jeruzalem, gebogen over de mogelijkheid om ​Pesach​ te vieren in de tweede maand. Het was namelijk niet mogelijk geweest ​Pesach​ te vieren op de vastgestelde tijd, omdat zich toen niet genoeg ​priesters​ ​geheiligd​ hadden en het volk niet in ​Jeruzalem​ bijeen was. Nadat dit voorstel door de ​koning​ en de volksvergadering was aangenomen, besloten ze om in heel Israël, van Berseba tot Dan, te laten omroepen dat men naar ​Jeruzalem​ moest komen om aan de HEER, de God van Israël, het pesachoffer op te dragen. Voor die tijd hadden ze dat namelijk niet gezamenlijk gedaan, hoewel het zo was voorgeschreven.

Toelichting: tot tweemaal toe staat in het Hebreeuws niet pesachoffer, maar Pesach van de HEER.

2 Kronieken 30: 6-9. De boden gingen met de brieven van de ​koning​ en zijn raadsheren heel Israël en Juda rond en verspreidden in opdracht van de ​koning​ de volgende oproep: ‘Israëlieten, keer terug naar de HEER, de God van ​Abraham, ​Isaak​ en Israël, dan zal hij terugkeren naar u die aan de greep van de ​koning​ van ​Assyrië​ ontkomen bent. Wees niet zoals uw voorouders en uw verwanten die hun plicht tegenover de HEER, de God van uw voorouders, verzaakten. Hen heeft hij, zoals u uit ondervinding weet, tot afschrikwekkend voorbeeld gemaakt. Wees dus niet langer halsstarrig, zoals uw voorouders dat waren, maar betuig de HEER trouw en kom naar zijn ​heiligdom, dat hij voor eeuwig heeft ​geheiligd, om de HEER, uw God, te dienen. Dan zal hij zijn toorn van u afwenden. Want als u terugkeert tot de HEER, zullen uw verwanten en uw ​kinderen​ ​genadig​ behandeld worden door degenen die hen hebben weggevoerd, en zullen ze weer naar dit land mogen terugkeren. De HEER, uw God, is immers ​genadig​ en liefdevol; als u naar hem terugkeert, zal hij zich niet van u afwenden.’

2 Kronieken 30:10-12. Met deze boodschap gingen de boden in het gebied van Efraïm en Manasse van stad tot stad, tot aan Zebulon toe, maar ze werden uitgelachen en bespot. Slechts enkelen uit Aser, Manasse en Zebulon bogen het hoofd en kwamen naar ​Jeruzalem. In Juda echter gaf men, door toedoen van God, eensgezind gehoor aan de oproep die de ​koning​ en de raadsheren op gezag van de HEER hadden doen uitgaan.

2 Kronieken 30:13-20. Een grote menigte verzamelde zich in ​Jeruzalem​ om in de tweede maand het ​feest van het Ongedesemde brood​ te vieren; ze kwamen in groten getale. Eerst verwijderden ze de ​altaren​ die in ​Jeruzalem​ stonden, ook alle reukofferaltaren, en gooiden die in de bedding van de Kidron. Daarna slachtten ze op de veertiende dag van de tweede maand de dieren voor het pesachoffer. Beschaamd hadden de ​priesters​ en de ​Levieten​ zich ​geheiligd​ en ​brandoffers​ gebracht in de tempel van de HEER. Ze namen hun vaste plaatsen in, zoals beschreven in de wet van ​Mozes, de ​godsman, en de ​priesters​ goten het ​bloed​ uit dat de ​Levieten​ hun aanreikten. Een groot aantal deelnemers had zich niet voor de ​heilige​ plechtigheid gereedgemaakt. Daarom hadden de ​Levieten​ tot taak het pesachlam te slachten voor iedereen die niet ​rein​ was en het dus niet zelf aan de HEER kon ​wijden. Een groot aantal mensen, uit onder andere Efraïm, Manasse, Issachar en Zebulon, had zich dus niet gereinigd maar toch van het pesachoffer gegeten, hoewel dat eigenlijk verboden was. Maar ​Jechizkia​ had voor hen ​gebeden​ met de woorden: ‘Moge de HEER in zijn goedheid ​vergeving​ schenken aan ieder wiens ​hart​ gericht is op God, de HEER, de God van zijn voorouders, ook aan degenen die zich niet hebben gehouden aan de ​reinheidsvoorschriften​ die in het ​heiligdom​ gelden.’ En de HEER verhoorde ​Jechizkia​ en vergaf het volk.

De NBV vertaalt met vergaf, maar in het Hebreeuws staat rapha: de HEER genas het volk!!! De HEER genas het volk van nadat ze vergeving hadden gevraagd over het feit dat ze zich niet eerst hadden gereinigd. Dit is dus de weg: je reinigen, de pesach maaltijd en dan genezen. Je ziet dit terugkomen bij de vieren van de maaltijd van de Heer. Je reinigen, meedoen met de maaltijd en genezen worden.

2 Kronieken 30: 21-27. Vol vreugde vierden de in ​Jeruzalem​ bijeengekomen Israëlieten zeven dagen lang het ​feest van het Ongedesemde brood. Dag aan dag loofden de ​Levieten​ en de ​priesters​ de HEER door klankvolle instrumenten voor de HEER te bespelen. Jechizkia​ prees de ​Levieten​ om de kundigheid waarmee ze de HEER dienden. Gedurende de zeven dagen van het feest werden er vredeoffers gebracht en beleed men trouw aan de HEER, de God van de voorouders. Vervolgens besloot de volksvergadering om nog zeven feestdagen af te kondigen, en vol vreugde vierde men nog zeven dagen feest. Jechizkia, ​koning​ van Juda, had aan de gemeenschap nog duizend stieren en zevenduizend schapen en ​geiten​ ter beschikking gesteld en de raadsheren gaven nog eens duizend stieren en tienduizend schapen en ​geiten, en opnieuw had een groot aantal ​priesters​ zich ​geheiligd. De hele gemeenschap van Juda vierde feest met de ​priesters​ en de ​Levieten, samen met de hele gemeenschap die uit Israël was gekomen, en met de ​vreemdelingen​ uit Israël en Juda. Er heerste grote vreugde in ​Jeruzalem, want sinds de tijd dat ​Salomo, de zoon van ​David, in Israël regeerde, had iets dergelijks in ​Jeruzalem​ niet meer plaatsgevonden. De Levitische ​priesters​ zegenden het volk en hun stem werd gehoord, want hun ​gebed​ steeg op tot in Gods ​heilige​ woning, de hemel.

Wat hier te leren is: intentie is beter dan regels. Het is niet goed als de mensen slordig zijn, maar als we die zonden belijden dan kan de Heer daar over heen zien. De rechtvaardige koning Hizkia is een goede bemiddelaar tussen God en mensen.

Opnieuw Pesach door koning Josia

Koning Josia begon zijn koningschap in 641 voor Christus, zo’n 57 jaar na Hizkia’s koningschap. Hij was toen acht jaar oud. Er zal die eerste tijd wel een regent de macht hebben gehad. Toen Koning Josia 20 jaar oud was begon hij grote schoonmaak van het land. Dat was nodig omdat na Hizkia de koningen zich weer met duistere praktijken gingen bezig houden. De schoonmaak werd ook uitgevoerd in Noord Israël waar hij ook invloed kreeg.

In het 18de jaar van de regering van Josia, hij was toen 26 jaar oud, gaf hij opdracht om het Pesachfeest weer te gaan vieren.

2 Kronieken 35:1-9. Josia​ vierde in ​Jeruzalem​ ​Pesach​ ter ere van de HEER. Op de veertiende dag van de eerste maand werden de dieren voor het pesachoffer geslacht. Hij liet de ​priesters​ aantreden om hun taken uit te voeren en spoorde hen aan hun dienst in de tempel van de HEER plichtsgetrouw te volbrengen. En de ​Levieten, die heel Israël onderwijzen en voor de dienst van de HEER ​geheiligd​ zijn, droeg hij op: ‘Zet de ​heilige​ ​ark​ neer in de tempel die ​koning​ ​Salomo​ van Israël, de zoon van ​David, heeft gebouwd. U hoeft de ​ark​ niet meer op uw schouders mee te dragen. Voortaan kunt u zich volledig wijden aan de dienst van de HEER, uw God, en zijn volk Israël. Neem per ​familie​ en afdeling uw plaatsen in, overeenkomstig de voorschriften van ​koning​ ​David​ van Israël en zijn zoon ​Salomo. Voor elke groep families van uw volksgenoten moet in het ​heiligdom​ een afdeling van de Levitische families gereedstaan. Slacht de dieren voor het pesachoffer. ​Heilig​ u en bereid voor uw volksgenoten het pesachoffer zoals de HEER het bij monde van ​Mozes​ heeft bevolen.’ Koning​ ​Josia​ had voor alle aanwezigen van het gewone volk uit zijn eigen vermogen dieren voor het pesachoffer ter beschikking gesteld, dertigduizend lammeren en geitjes <<zie hieronder>>, en bovendien nog drieduizend runderen <<idem>>. Ook de raadsheren van de ​koning​ stelden met gulle hand bijdragen ter beschikking van het volk, de ​priesters​ en de ​Levieten. Chilkia, Zecharja en Jechiël, die in de tempel van God de leiding hadden, schonken aan de ​priesters​ zesentwintighonderd dieren die als pesachoffer geschikt waren en driehonderd runderen. De ​leiders​ van de ​Levieten, Konanjahu en zijn broers Semaja en Netanel, Chasabja, Jeïël en Jozabad, stelden vijfduizend lammeren en geitjes en vijfhonderd runderen ter beschikking van de ​Levieten.

Toelichting: hier staat in vers 1 niet Pesach ter ere van de HEER, maar Pesach van de HEER.

De lammeren en geitjes zijn het kleinvee. De lammeren zullen wel ouder dan een jaar zijn geweest. Het Hebreeuwse woord dat met geit is vertaald is de vrouwelijke geit. De runderen is een aanduiding voor het grotere vee. Zo was in die tijd de verdeling: allerlei kleinvee en groter vee.

2 Kronieken 35:10- Toen alles voor de dienst in gereedheid was gebracht, de ​priesters​ hun vaste plaatsen hadden ingenomen en de ​Levieten​ zich per afdeling hadden opgesteld, zoals de ​koning​ had bevolen, werden de dieren voor het pesachoffer geslacht. De ​priesters​ goten het ​bloed​ uit en de ​Levieten​ vilden de offerdieren. Zij verwijderden ook de delen die verbrand moesten worden en deelden die uit aan de families van het gewone volk, zodat die ze aan de HEER konden aanbieden zoals in het ​boek​ van ​Mozes​ is voorgeschreven. Hetzelfde gebeurde met de runderen. Het vlees voor het pesachoffer werd, anders dan dat voor de overige ​offers, dat in ​kookpotten, ​pannen​ en ​schalen​ werd bereid, boven het vuur geroosterd, zoals de regel voorschrijft, en meteen onder het volk uitgedeeld. Daarna maakten de ​Levieten​ ook voor zichzelf en voor de ​priesters​ het pesachmaal klaar. De ​priesters, de nakomelingen van ​Aäron, waren namelijk tot in de nacht bezig de vette delen van de ​offers​ te verbranden. Daarom bereidden de ​Levieten​ behalve voor zichzelf ook voor de ​priesters​ het pesachoffer. Ook de zangers, de nakomelingen van Asaf, konden op hun post blijven, zoals ​koning​ ​David​ en zijn zieners aan Asaf, Heman en Jedutun bevolen hadden, evenals de ​poortwachters​ die bij alle ​poorten​ stonden opgesteld. Er was niets dat hen ervan weerhield hun plicht te vervullen, want hun verwanten, de ​Levieten, bereidden voor hen het pesachoffer.

2 Kronieken 35:16-19. Zo herstelde men die dag op bevel van ​koning​ ​Josia​ de dienst aan de HEER in ere door ​Pesach​ te vieren en ​offers​ te brengen op het ​altaar​ van de HEER. Alle aanwezige Israëlieten vierden ​Pesach​ en daarna het ​feest van het Ongedesemde brood, zeven dagen lang. Sinds de dagen van de ​profeet​ ​Samuel​ was ​Pesach​ in Israël niet meer op deze manier gevierd. Geen van Israëls koningen had ​Pesach​ gevierd zoals ​Josia​ nu deed met de ​priesters​ en de ​Levieten​ en allen die uit Juda en Israël waren gekomen en de inwoners van ​Jeruzalem. Het was in het achttiende regeringsjaar van ​Josia​ dat ​Pesach​ weer op deze manier gevierd werd.

Het boek 2 Koningen geeft een samenvatting van dit hoofdstuk.
2 Koningen 23:19-23. Josia liet ook de heiligdommen afbreken die de koningen van Israël op de offerhoogten in Samaria hadden gebouwd om de HEER te tergen. Hij deed daarmee hetzelfde als hij in Betel had gedaan. Op de altaren in Samaria bracht hij de priesters van de offerplaatsen ten offer en hij verbrandde er mensenbeenderen.
Terug in Jeruzalem beval de koning het volk: ‘Vier Pesach ter ere van de HEER, uw God, zoals het hier in het boek van het verbond beschreven staat.’ Sinds de tijd dat de rechters Israël bestuurden was Pesach namelijk niet meer op die manier gevierd, ook niet in de tijd van de koningen van Israël en Juda. Pas in het achttiende regeringsjaar van koning Josia werd in Jeruzalem weer op de juiste wijze Pesach gevierd ter ere van de HEER.

Toelichting: hier staat tweemaal niet vieren van Pesach ter ere van de HEER, maar het houden van Pesach van de HEER.

Toelichting op dit gehele stuk tekst:
Het Pascha was sinds de tijd van de richter Samuel, volgens 2 Kronieken 35:18, zo’n vierhonderd jaar eerder, niet meer op deze manier gevierd staat er in de tekst hierboven. Ten tijden van koning Hizkia was het ook gevierd, maar toen niet helemaal volgens de regels blijkbaar en met wellicht ook een kleiner deel van het volk.

Ook hierna raak het Pesach van de HEER weer in de vergetelheid.

Opnieuw Pesach na de ballingschap

Na de herbouw van de tempel in opdracht van koning Darius werd in de twaalfde maand de tempel ingewijd. Daarna ging men het Pesachfeest weer vieren.

Ezra 6:19-22. De teruggekeerde ballingen vierden ​Pesach​ op de veertiende dag van de eerste maand. De ​priesters​ en de ​Levieten​ hadden zich allemaal gereinigd, zij allen waren ​rein. Ze slachtten het pesachlam voor alle ballingen, voor hun medepriesters, en voor zichzelf. De Israëlieten die teruggekeerd waren uit de ​ballingschap​ aten het pesachlam, en ook allen die zich hadden afgekeerd van de ​onreinheid​ van de plaatselijke bevolking en zich bij de Israëlieten hadden aangesloten om de HEER, de God van Israël, te vereren. Ze vierden vrolijk het ​feest van het Ongedesemde brood, zeven dagen lang, want de HEER had hen met vreugde vervuld: hij had de ​koning​ van ​Assyrië​ op andere gedachten jegens hen gebracht, zodat de ​koning​ hen krachtig steunde bij het werk aan de tempel van God, de God van Israël.

Opnieuw Pesach in de toekomst

In het boek Ezechiël staan in de hoofdstukken 40 tot en met 48 visioenen voor de toekomst. Uitleggers gaan er algemeen van uit dat dit over een tijd gaat, die ook voor ons nu nog moet komen.

Het vieren van Pesach en het feest van het ongezuurde brood komt ook in dat visioen voor. Het zijn feesten, die blijven dus.

Ezechiël 45:21-25. Op de veertiende dag van de eerste maand moeten jullie ​Pesach​ vieren, het feest waarop er zeven dagen lang ongedesemd brood gegeten wordt. Op die dag moet de vorst een stier als ​reinigingsoffer​ brengen, voor zichzelf en voor de hele bevolking van het land. En op alle zeven dagen van het feest moet hij een ​brandoffer​ aan de HEER brengen, elke dag zeven stieren en zeven rammen zonder enig gebrek, zeven dagen lang, en elke dag een bok als ​reinigingsoffer. Als ​graanoffer​ moet hij bij elke stier en bij elke ram een efa graan doen, en bij elke efa graan een ​hin​ olie. Vanaf de vijftiende dag van de zevende maand, op het feest, moet hij hetzelfde doen: zeven dagen lang moet hij dezelfde reinigingsoffers, ​brandoffers, graanoffers en olieoffers brengen.

Schaduwen van het Pesach

De maaltijd van de Heer, die in kerken wordt gevierd en in de hele christenheid heeft een duidelijk verbinding met Pesach. Zie hieronder.

Een andere is als Abraham zijn zoon Isaak gaat offeren. De HEER voorziet in een bok/schaap in de struik die in plaats van Isaak kan worden geofferd.

Genesis 22:9-13. Toen ze waren aangekomen bij de plaats waarover God had gesproken, bouwde ​Abraham​ daar een ​altaar, schikte het hout erop, bond zijn zoon ​Isaak​ vast en legde hem op het ​altaar, op het hout. Toen pakte hij het mes om zijn zoon te slachten. Maar een ​engel​ van de HEER riep vanuit de hemel: ‘Abraham, ​Abraham!’ ‘Ik luister,’ antwoordde hij. ‘Raak de jongen niet aan, doe hem niets! Want nu weet ik dat je ​ontzag​ voor God hebt: je hebt mij je zoon, je enige, niet willen onthouden.’ Toen ​Abraham​ opkeek, zag hij een ram die met zijn horens verstrikt was geraakt in de struiken. Hij pakte het dier en offerde dat in de plaats van zijn zoon

Dat Unieke Pascha in het Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament wordt een unieke Pascha vermeld. Op drie van de 27 teksten na allemaal in de evangeliën. Alle teksten worden hieroder geciteerd.

Het woord dat wordt gehanteerd is een Vergriekste vorm van het Aramese woord voor Pesach namelijk Pascha.

De schrijvers van het Nieuwe Testament sluiten aan bij het woordgebruik van het Oude Testament. Ook hier verbinden de schrijver het Pascha met allerlei werkwoorden. Zo komt voor het Pascha eten, het Pascha houden, het Pascha gereedmaken, het Pascha slachten en het Pascha vieren.

Ik heb de teksten in drie delen gesorteerd. Eerst de teksten, die gaan over de tijd voor dat belangrijke Pascha. Dan teksten, die gaan over dat bijzondere Pascha zelf. Waar Jezus stierf als het lam dat ons redt van de dood. En dan de teksten, die gaan over de situatie na dat bijzondere Pascha.

In de tijd vooraf

Drie keer wordt over Pascha gesproken voorafgaand aan het Pascha waarop Jezus als eenjarig ram zou worden geslacht. Hieronder de teksten en een toelichting. De NBV vertaalt Pascha in Pesach of pesachfeest.

De eerste tekst gaat over de 12 jarige Jezus, die met zijn ouders voor het feest naar Jeruzalem ging. De afstand Nazareth, waar ze woonden, naar Jeruzalem is via de route aan de andere kant van de Jordaan, wel zo’n 160 kilometer. Daar wandel je wel een week over. Met zo’n feest was je wel drie weken bezig. Een week heen, een week in Jeruzalem en een week terug wandelen.

Lukas 2:41. Zijn ouders gingen jaarlijks voor het pesachfeest naar Jeruzalem.

Toelichting: Jezus zou, die keer toen hij twaalf jaar oud was achterblijven om de dingen van zijn Vader te leren.

Als volwassene reisde Jezus ook naar Jeruzalem voor Pesach. Het staat in het begin van het evangelie van Johannes.
Johannes 2:13-23. Kort voor ​Pesach, het Joodse paasfeest, reisde ​Jezus​ naar ​Jeruzalem. Daar trof hij op het tempelplein de handelaars in runderen, schapen en duiven aan, en de geldwisselaars die daar altijd zaten. Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de ​tempel​ uit, met hun schapen en runderen. Hij smeet het ​geld​ van de wisselaars op de grond, gooide hun tafels omver en riep tegen de duivenverkopers: ‘Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!’ Zijn ​leerlingen​ dachten aan wat er geschreven staat: ‘De hartstocht voor uw huis zal mij verteren.’ Maar de ​Joden​ vroegen: ‘Met welk teken kunt u bewijzen dat u dit mag doen?’ Jezus​ antwoordde hun: ‘Breek deze ​tempel​ maar af, en ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.’ ‘Zesenveertig jaar heeft de bouw van deze ​tempel​ geduurd,’ zeiden de ​Joden, ‘en u wilt hem in drie dagen weer opbouwen?’ Maar hij sprak over de ​tempel​ van zijn lichaam. Na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn ​leerlingen​ zich dat hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat ​Jezus​ gezegd had. Toen ​Jezus​ op ​Pesach​ in ​Jeruzalem​ was, kwamen veel mensen tot geloof in zijn naam, omdat ze de wondertekenen zagen die hij deed. 

In de andere evangeliën staat ook de geschiedenis van het reinigen van de tempel. Daar is het vlak voor dat bijzondere Pascha waarop Jezus zal sterven. Hij noemt de tempel dan een rovershol. Een plek waar het voor hem gevaarlijk is. Het lijkt mij en met mij ook Reinier van de Berg van bijbelseplaatsen.nl dat de evangelist Johannes een tweede tempelreiniging, die eerder plaatsvond beschrijft.

De verontreiniging van de tempel was een pijnlijk punt voor God de Vader en dus ook voor Zijn Zoon. De verontreiniging gebeurde door zijn eigen volk in de tijd voor de koningen Hizkia en Josia, zie de verhalen hiervoor. In 168 voor Christus wijdde Antiochus Epiphanes een Seleucidische koning de tempel in voor Zeus en ging er varkens slachten. Door een opstand van de joden kon de tempel in 164 voor Christus weer worden gereinigd. En werd door Joodse handelaren de tempel onheus gebruikt.

Het derde tekstgedeelte gaat over een Pesach waarbij Jezus niet naar Jeruzalem gaat maar in Galilea blijft.
Johannes 6:1-5. Daarna ging ​Jezus​ naar de overkant van het ​Meer van Galilea​ (ook wel het ​Meer van Tiberias​ genoemd). Een grote menigte mensen volgde hem, omdat ze gezien hadden welke wondertekenen hij bij zieken deed. Jezus​ ging de berg op, en ging daar met zijn ​leerlingen​ zitten. Het was kort voor het Joodse pesachfeest. Toen ​Jezus​ om zich heen keek en zag dat die menigte naar hem toe kwam, vroeg hij aan ​Filippus: ‘Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?’ [en volgt de tekst over de wonderbare spijziging]

Toelichting: De tekst van Johannes 6:4 ‘Het was kort voor het Joodse pesachfeest’ zouden na de 3de eeuw zijn toegevoegd. Er zijn twee oude handschriften MSS 472 en 850 waarin deze tekst niet voorkomt. De toevoeging is om drie redenen vreemd. Kort voor Pascha is de koudste tijd van het jaar in Israël. Meestal geen weer om gezellig in het gras te zitten. Ten tweede wordt er geen ongezuurd brood gegeten. Dat zou niet passen kort voor Pascha. Gezien de context van het boek Johannes lijkt het eerder de tijd te zijn van het vroeg najaar.

Nog even over de uitdrukking ‘Joodse Pascha’, dat de evangelist Johannes tot drie keer toe, Johannes 6:4 meegerekend, gebruikt. Wat de reden is dat Johannes dat doet en de andere evangelisten niet, is opvallend. In het Oude Testament wordt Pesach, het feest van de HEER genoemd. Heeft onze tegenstander verwarring proberen te zaaien?

Het meest bijzondere Pascha aller tijden

Alle evangelisten maken melding over dat Pascha waar Jezus zal sterven. Hier eerst de evangelist Matteüs.
Matteüs 26:1-2. Toen Jezus deze laatste rede had uitgesproken, zei hij tegen zijn leerlingen: ‘Over twee dagen is het, zoals jullie weten, Pesach. Dan wordt de Mensenzoon uitgeleverd om gekruisigd te worden.’

In de volgende zin meldt Matteüs dat de leiders van het volk bijeenkomen. Dan komt het verhaal van de zalving van Jezus door Maria in Betanië, waarbij Judas naar de leiders vertrekt om te overleggen over de gevangenneming van Jezus. Hij ging een moment zoeken om Jezus over te leveren aan die leiders. En dan komt deze tekst:
Matteüs 26:17-19. Op de eerste dag van het feest van het Ongedesemde brood kwamen de leerlingen naar Jezus toe en vroegen: ‘Waar wilt u dat wij voorbereidingen treffen zodat u het pesachmaal kunt eten?’ Hij zei: ‘Ga naar de stad en zeg tegen de persoon die jullie bekend is: “De meester zegt: ‘Mijn tijd is nabij, bij jou wil ik met mijn leerlingen het pesachmaal gebruiken.’ De leerlingen deden wat Jezus hun had opgedragen en bereidden het pesachmaal.

Die avond houden ze de maaltijd. Matteüs noemt in de beschrijving van de avond niet meer Pesach, maar dat ‘ze aten’. En verder gaat het verhaal over het verraad, het verhoor en de veroordeling, de kruisiging en de begrafenis. Tot en met Matteüs 27:61.

De evangelist Marcus opent met deze tekst en verhaalt verder dezelfde gebeurtenissen.
Markus 14:1. De volgende dag zou het feest van Pesach en het Ongedesemde brood beginnen.

Markus 14:12-16. Op de eerste dag van het feest van het Ongedesemde brood, wanneer het pesachlam wordt geslacht, zeiden zijn leerlingen tegen hem: ‘Waar wilt u dat wij voorbereidingen gaan treffen zodat u het pesachmaal kunt eten?’ Hij stuurde twee van zijn leerlingen op pad en zei tegen hen: ‘Ga naar de stad. Daar zal een man die een kruik water draagt jullie tegemoet komen; volg hem, en wanneer hij ergens binnengaat, moeten jullie tegen de heer des huizes zeggen: “De meester vraagt: ‘Waar is het gastenvertrek waar ik met mijn leerlingen het pesachmaal kan eten?’” Hij zal jullie een grote bovenzaal wijzen, die al is ingericht en waar alles gereedstaat; maak daar het pesachmaal voor ons klaar.’ De leerlingen vertrokken naar de stad, en alles gebeurde zoals hij gezegd had, en ze bereidden het pesachmaal.

Die avond houden ze de maaltijd. Ook Marcus noemt in de beschrijving van de avond niet meer Pesach, maar spreekt over ‘neerliggen en eten’. En verder gaat het verhaal over het verraad, het verhoor en de veroordeling, de kruisiging en de begrafenis. Tot en met Marcus 15 het laatste vers, vers 47.

In Lukas 22:1-20 gaat het zes keer over Pascha. Lukas volgt dezelfde lijn als Matteüs en Marcus alleen voegt hij nog een gesprek bij de maaltijd toe, vers 22 tot en met 30. En ….., hij noemt de maaltijd Pascha.

Lukas 22:14-16. En toen het uur gekomen was, ging Hij aan tafel ​aanliggen, en de twaalf ​apostelen​ met Hem. En Hij zei tegen hen: Ik heb er vurig naar verlangd dit Pascha met u te eten, voordat Ik ga lijden. Want Ik zeg u dat Ik daar zeker niet meer van zal eten, totdat het vervuld is in het ​Koninkrijk van God. [HSV]

De afsluiting van Jezus kruisiging, zijn sterven en begrafenis eindigt met Lucas 23 het laatste vers, vers 56.

De evangelist Johannes heeft een andere opzet van zijn evangelie, dat blijkt ook uit de beschrijving van Pascha. Johannes schrijft over de zalving van Jezus door Maria en legt een verband met het Pascha feest.

Uit de beschrijving blijkt ook dat men al enkele dagen voor het Paasfeest in Jeruzalem aankwam en dan tijd nam voor reiniging.

Johannes 11:55. “Het was kort voor Pesach, het Joodse paasfeest, en veel mensen uit de omgeving gingen al vóór het feest naar Jeruzalem om zich te reinigen”.

Wat zou het reinigen hebben ingehouden? Bezinning, uit je leven wegdoen wat aan zonde doet denken. En de afsluiting met een bad, een onderdompeling, een doop in de mikweh.

Johannes 12:1. Zes dagen voor Pesach ging Jezus naar Betanië, naar Lazarus die hij uit de dood had opgewekt.

Johannes 13:1. Het was kort voor het pesachfeest”. En dan volgt het verhaal van de maaltijd, die ook Lukas 22 beschrijft. Het gaat hier alleen om een maaltijd. Johannes gebruikt hier twee keer het woord voor een feestelijke maaltijd δεῖπνον (deipnon) dat 16 keer wordt gebruikt in het NT, Strong nummer G1173. Het is het woord voor een feestelijke maaltijd. Johannes noemt het dus niet het Pesachmaal. Johannes zelf had de maaltijd meegemaakt. Hij is net als Matteüs een ooggetuige.

Johannes 18:28. Jezus werd van Kajafas naar het pretorium gebracht. Het was nog vroeg in de morgen. Zelf gingen ze niet naar binnen, om zich niet te verontreinigen voor het pesachmaal. [Men veronderstelde bij de joden dat als je het huis van een niet-jood binnenging dat je dan verontreinigd werd. Later zou Petrus daar een visioen over krijgen]

Vraag van Pilatus.
Johannes 18:39. Maar het is bij u gebruikelijk dat ik met Pesach iemand vrijlaat – wilt u dat ik de koning van de Joden vrijlaat?

Johannes 19:14. Het was rond het middaguur op de voorbereidingsdag van Pesach. [Toen stond Jezus voor Pilatus en werd hij veroordeeld tot het kruis]

Pascha later

Eerst een een spannend verhaal. De apostel Petrus wordt gevangen genomen. Wat een samenloop van omstandigheden. Zou Petrus net als Jezus moeten lijden en sterven tijdens het Pesachfeest?
Handelingen 12:4. Na de arrestatie sloot hij (Herodus) hem (Petrus) op in de gevangenis, waar hij hem door vier groepen soldaten van steeds vier man liet bewaken, met de bedoeling hem na het pesachfeest ten overstaan van het volk te berechten.
Toelichting: We weten hoe het verder is gegaan. De gemeente ging bidden en Petrus werd door een engel uit de gevangenis bevrijd.

De apostel Paulus schrijft jaren later deze tekst aan de gemeente van Korinte.
1 Korintiërs 5:7. U bent immers als ongedesemd brood omdat ons pesachlam, Christus, is geslacht.
Uitleg: Wat betekent deze beeldtaal? Het lijkt mij dit: de verzoening van Christus leidt tot een leven zonder het kwade in ons. De NBG51 vertaling is mooi: Want ook ons paaslam is geslacht: Christus.

In dat bekende hoofdstuk van de Hebreeën komt ook Mozes voor. Dit wordt over hem gezegd.
Hebreeën 11:28. Door zijn geloof liet hij het pesachfeest vieren, en de deurposten met bloed besprenkelen opdat de doodsengel hun eerstgeborenen geen haar zou krenken.

Overwegingen over data

Jezus spreekt de volgende tekst uit.
Matteüs 12:40. Want zoals ​Jona​ drie dagen en drie nachten in de buik van een grote ​vis​ zat, zo zal de ​Mensenzoon​ drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde verblijven.

Wij gaan er van uit dat Jezus destijds op een donderdagavond de maaltijd hield met zijn discipelen, dat Jezus op vrijdagmiddag stierf, later die middag werd begraven. Op zaterdag in het graf lag en en dat zondagmorgen vroeg Jezus opstond. We noemen dat Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Stille Zaterdag en Pasen.

Er is na te gaan op welke dagen het Pesach feest in Israël viel in welk jaar. In het jaar 33 viel het Pesachfeest op vrijdagavond en zaterdag overdag. De voorbereiding voor Pesach de dagen er voor.

Een probleem met onze ‘agenda’ is dat Jezus maar twee nachten in het graf heeft gelegen voor hij opstond. En de drie dagen is eigenlijk maar één dag en twee stukjes van een dag. En dat terwijl Jezus had gezegd dat hij drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde zou verblijven volgens deze tekst.

Kunnen we het verschil verklaren of zijn de dagen in onze traditie niet in overeenstemming met de werkelijkheid? En als de werkelijkheid anders is geweest, dan is ook nog de vraag wat we er van zouden kunnen leren.

Een mooi ijkpunt is het moment van de opstanding van Jezus ‘s morgensvroeg. Als dat op de eerste dag van de week is. Dan zou drie dagen en nachten ervoor op woensdagavond het Pesach feest moeten zijn begonnen. Dat was overigens het geval in het jaar 34.

Of zou de opstanding niet op de eerste dag van de week zijn gegaan, maar op een andere dag?

Overigens is er in de kerkelijke traditie het een en ander met data gedaan. Tot in derde, vierde en vijfde eeuw vierde de christelijke gemeente Pesach of Pascha volgens de kalender van Israël. Toen de kerk steeds meer een staatskerk werd ging men over naar de kalender van het Romeinse rijk. Dat was toen de zogenaamde Juliaanse kalender, genoemd naar keizer Julius Caesar.

In de 16 de eeuw is Westerse kerk overgestapt op de Gregoriaanse kalender, genoemd naar een paus met die naam. De Oosterse kerk hield vast aan Juliaanse kalender. De Westerse en Oosterse kerken vieren de feesten nu op andere data.

De Messiaanse kerken, die de laatste tientallen jaren zijn ontstaan zijn zich overigens weer aan de oorspronkelijke Joodse kalender gaan houden.

<<Met ‘wij’ bedoel ik de christelijke wereld in het Westen en ook waar kerken zijn ontstaan van de wereld. Op welke data zou dat unieke Pascha in de geschiedenis hebben plaatsgevonden. Het denken daarover spitst zich toe op twee dingen. Welke dagen van de week en in welk jaar.>>

Als een mooi ijkpunt is de dag van de opstanding van Jezus, wat staat daar dan precies over in de Bijbel.

Een probleem om het goed te begrijpen is dat in het Hebreeuws het woord ‘week’ niet kent. Men spreekt over sabbatten. Tussen twee sabbatten zou je moeten zeggen als je het over een week wilt hebben.

Maar ook feesten bevatten sabbatten, rustdagen. Het Pesach feest valt ieder jaar op een andere dag. Je kunt dan in een periode van zeven dagen wel twee sabbatten hebben. Omdat Pesach een belangrijk feest werd de dag van Pesach ook wel een grote sabbat genoemd.

Nog iets wat belangrijk is om te weten is dat de eerste gewone sabbat na Pesach de eerste sabbat wordt genoemd. Dan zeven dagen later de tweede sabbat. Dit tot de zevende sabbat, want de dag daarna is het Pinksterfeest.

Er zijn wel zes teksten in de Bijbel waar de dag van de opstanding wordt genoemd. Maar wat staat er dan precies. Hieronder een poging om te kijken wat er letterlijk staat.

TekstNBVGrieks
Matteüs 28.1… toen de ochtend van de eerste dag van de week gloordetoen na de sabbatten het ochtend werd naar de eerste dag van de sabbatten
Marcus 16:1Toen de sabbat voorbij was.hebbende gepasseerd de sabbat ging … specerijen kopen
Marcus 16:9Toen hij vroeg op de eerst dag van de week was opgestaanopgestaan nu vroeg eerste sabbat
Lukas 24:1Maar op de eerste dag van de weekToen eerste van de sabbatten vroeg naar het graf.
Johannes 20:1Vroeg op de eerste dag van de weekNu de eerste van de sabbatten

De Griekse tekst lijkt mij te zeggen dat Jezus is opgestaan op de eerste sabbat of wat je ook kunt zeggen op de eerste van de serie van zeven sabbatten tot Pinksteren.

Wat je van de NBV vertaling kunt zeggen is, dat die vooral aansluit bij de traditie van de kerken.

Als je in Israël het over de eerste dag van de week wil hebben dan is dat ‘yom achad’, oftewel ‘dag eerste’. Zoals in Genesis 1:5. “God zag dat het goed was, de eerste dag”. In de teksten hierboven komt het woord voor dag niet voor, alleen het woord sabbat.

Verklaarders van de Bijbel zeggen: in dat jaar viel het Pesachfeest en de gewone sabbat op dezelfde dag, daarom noemde men het een grote sabbat. Johannes 19:31. “De dag van die sabbat was groot’. Alleen dat klopt niet. Er kunnen allerlei redenen zijn om de sabbat groot te noemen. Zie studie sabbat.

Als je in Google “de dag van die sabbat was groot” intikt kom je in de discussie terecht over deze kalender.

Een mogelijkheid waarbij Jezus wel drie nachten in het graf zou hebben gelegen is het jaar 34. Er zijn heel wat mensen, die aan deze mogelijkheid aandacht hebben gegeven.

Bij deze mogelijkheid zou Jezus zijn gestorven op woensdag, de voorbereidingsdag. De eerste nacht en dag, de donderdag, is daarbij de Grote Sabbat de eerste dag van het ongezuurde brood. De tweede nacht en dag, vrijdag is de zesde dag van week, de tweede dag van het ongezuurde brood en de eerste dag van het schoof offer. Dan de derde nacht, de eerste sabbat na Pesach en s’ morgens vroeg de opstanding van Jezus. Op zaterdagmorgen. Jezus is daarbij dus op de sabbat opgestaan. En heeft daarbij dus inderdaad drie dagen en drie nachten in het graf gelegen.

Het is niet zomaar een dwaas idee van iemand. Als je bij ‘resurrection sabbat’ op Google kijkt, krijg je een uitgebreide lijst met bronnen. Er heeft ook al iemand een dik boek over geschreven.

Dit is niet zomaar een klein discussiepunt. Keizers en pausen hebben grote moeite gedaan om de kerk de zondag te laten vieren. Het grote argument was dat Jezus op de eerste dag van de week is opgestaan. Maar als Jezus niet op de eerste dag van de week is opgestaan, dan vervalt dit argument en dan kunnen we weer samen met Israël de sabbat gaan vieren. Die eenheid met Israël lijkt mij een enorme doorbraak om het heil weer in de wereld te laten komen.

Andere bronnen

De maaltijd zoals die in de Bijbel staat gaat om het eten van het lam met ongezuurde broden en bittere kruiden. De tekst in Deuteronomium geeft de indruk dat er meer afgesproken was. Wat weten we niet precies, maar zoals het hieronder staat, wordt het nu gevierd in de Joodse gemeenschap. Mooi om mee te maken.

Het Pesachmaal is men de Sedermaaltijd gaan noemen. Seder betekent orde. De goede orde is bij deze maaltijd van belang.

Allereerst gaat het om een feestelijk gedekte tafel met in ieder geval deze ingrediënten:
– twee Sjabbat kaarsen, omdat elke Hoogtijdag begint met een Sjabbat viering en daar horen natuurlijk de kaarsen bij. Deze herinneren aan het gebod van God: onderhoud en gedenk. De kaarsen worden aangestoken door de vrouw des huizes, waarna zij de zegenbede uitspreekt.

– Er worden Matses  (= ongezuurde broden) gegeten. Er worden drie matses in een speciale hoes gedaan: een Matse Cover, met 3 afzonderlijke segmenten die allemaal een aparte betekenis hebben tijdens de rituelen. Vaak wordt er ook gebruik gemaakt van een Afikoman etui (Afikoman = gebroken) om een deel van de middelste matse in te verstoppen. Denk hierbij aan het lichaam van Yeshua dat voor ons verbroken, in doeken gewikkeld, begraven en opgewekt werd. Aan het eind van de maaltijd wordt de Afikoman door de kinderen opgezocht. Messiasbelijdende gelovigen wijzen erop dat met de instelling van het avondmaal, in Lucas 14:20, Yeshua de beker ‘na de maaltijd’ nam. Er van uitgaande dat aan de orde van de maaltijd in 2000 jaar niet veel veranderd is, betekent dit dat het ‘brood’ dat Yeshua nam en brak, de Afikoman was. Daarmee is de verwijzing naar het verlossingswerk van de HaMashiach Yeshua compleet. De middelste matse, die de priester voorstelt, wordt niet alleen gebroken en begraven maar staat ook weer op, aan het einde van de maaltijd komt de matse weer te voorschijn. En het mooiste is, dat Yeshua dit stukje matse heeft gebruikt, toen hij tegen zijn discipelen zei: “Dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt, doet dit tot mijn gedachtenis.” De beker die Hij vervolgens nam, is de beker ‘na de maaltijd’, de derde beker. Deze beker draagt als betekenis verlossing.

Er is een Sederschotel met een zestal speciale ingrediënten, die in het centrum van de tafel staat binnen handbereik van degene die de leiding over de maaltijd op zich neemt. Elke gast heeft ook de speciale gerechtjes op zijn eigen bord.

Bij elke gast worden maar liefs 4 glazen naast het bord klaargezet, voor de  4 bekers wijn met speciale betekenis tijdens het rituele gedeelte van de maaltijd. (een slokje is genoeg, en druivensap mag ook)

Elke gast heeft een kommetje met zout water waar sommige gerechten in gedoopt worden voordat men ze nuttigt.

Midden op tafel staat verder nog een gevulde beker wijn, een zogenaamde Kiddush beker, die met de Shabbatviering ook gebruikt wordt, maar bij deze maaltijd dient die als beker voor Elia en blijft onaangeroerd.

– Er staat een kom water op of bij de tafel met een gastendoekje. Die worden  doorgegeven op het moment dat de maaltijd begint. (Urchatz = Handenwassing) Het wassen van de handen is een teken dat we rein voor God willen staan. ‘Wie mag de berg des Heren beklimmen, wie mag staan in Zijn heilige stede? Hij die rein is van handen en zuiver van hart’. Psalm 24: 3-4a.

Op de Sederschotel:
Karpas (= peterselie), doet denken aan de lente. Dit wordt gedoopt in water met zout, als herinnering aan de tranen in Egypte en het feit dat het leven niet altijd vreugde inhoudt. Ook herinnert de peterselie aan de bundel hysop die gebruikt werd om de deurposten in te smeren met bloed van het pesachlam.
Zeroah (= een bot van een lam), dit is symbolisch en er wordt ook vaak een kippenbotje voor gebruikt. Herinnert aan het lam dat geslacht werd in de nacht van de Exodus, maar ook aan het lijden van Yeshua.
Baytzah (= een ei, hard gekookt en daarna gebraden), als symbool voor het nieuwe leven. Denk hierbij ook aan Yeshua, die als Pesachlam geslacht werd maar opstond uit de dood. Het ei wordt ook vaak gedoopt in het zoute water als herinnering aan de tranen in Egypte, maar ook aan de tranen van Yeshua in de hof van Getsemane.
Maror (= bittere kruiden), vaak geraspte mierikswortel, vanwege de bitterheid van de slavernij in Egypte, maar ook het bittere lijden van Yeshua.
Chazeret (= rauwe hele mierikswortel, maar ook wel radijs, ook een bitter kruid), als het jong is, is het zoet met zachte bladeren, later wordt het hard en bitter. Zoals de houding van de Egyptenaren: eerst zoet tegen de vaderen, later hard en bitter tegen de kinderen Israëls.
Charoset (= zoet), een mengsel van appels, noten, gember, kaneel en wijn.  (Soms ook dadels, rozijnen, granaatappel, enz.) De zoetheid van het gerecht staat voor het geluk na de bevrijding uit Egypte en onze bevrijding van zonden en dood door Yeshua, terwijl de kleur doet denken aan klei en aan de stenen en het cement uit de slaventijd in Egypte.

De betekenis van de 4 bekers wijn:
Ik zal jullie uitleiden: beker der heiliging, Kos Kadesh
Ik zal jullie redden: beker der plagen, Kos Hamakot
Ik zal jullie verlossen: beker der vrijkoping, verlossing, of dankzegging, Kos Hage’oelah
Ik zal jullie aannemen: beker der aanneming en lofprijzing, Kos Hallel

Tijdens de maaltijd wordt de aandacht van de kinderen vastgehouden door ze al vertellend bij het verhaal te betrekken. Het jongste kind stelt vier vragen over de bijzondere betekenis van de maaltijd.
1. Waarom eten wij op deze avond anders dan op alle andere avonden matses?
2. Waarom zitten wij anders dan alle andere avonden niet rechtop maar leunen wij op de tafel?                                                                     
3. Waarom is deze avond zo anders dan alle andere avonden?
4. Waarom eten we vanavond, anders dan op alle andere avonden bittere kruiden?

Tijdens het pesachmaal leest men Psalmen. Men leest Psalm 113 tot en met 115. En daarna Psalm 116 tot en met Psalm 118.

Samenvatting

Het Pesach of Pascha is van de HEER. Hij biedt het volk Israël aan om vrij te worden. Destijds van de onderdrukkers in Egypte. Door het feest te blijven vieren kan men dat gedenken en ook opnieuw worden geholpen om vrij te worden.

De invoering van het feest is bijzonder lastig geweest. Men vierde het lange tijd niet totdat er dan weer een richter of een koning kwam met visie voor dit feest. De laatste eeuwen voor Jezus komst raakte het echt in de genen van het volk. En dat is nog zo bij het Joodse volk tot op de dag van vandaag.

De gelovigen uit de volken deden in het begin mee met het feest, maar in de loop van de tijd werd zowel het moment van vieren als de inhoud van het feest anders. De nadruk kwam te liggen bij het vieren van de opgestane Heer op de eerste dag van de week. Bij de joodse gelovigen was dat de eerste dag van het feest van de eerstelingen.

Klopt het wel als Jezus zegt, Matteüs 12:40, “Want zoals ​Jona​ drie dagen en drie nachten in de buik van een grote ​vis​ zat, zo zal de ​Mensenzoon​ drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde verblijven”.

Ik denk dat het in de geschiedenis wel klopte, maar inderdaad het spoort niet met onze kerkelijke kalender. Het zou ook wel kunnen zijn dat Jezus op de eerste sabbat na het Pesach feest is opgestaan en niet op de eerste dag van de week.

In oude tijden als het Pesach feest werd hersteld, zoals onder de koningen Hizkia en koning Josia, dan kwam er voorspoed in het land en leidde dat tot genezing.

Pesachfeest leert ons inhoudelijk verschillende dingen. De eerste keer was het een zaak van leven of dood. De eerstgeborenen zouden het niet kunnen overleven. Het gedenken gebeurt met een maaltijd. Dat is vaker met het geloof. We denken aan de maaltijd van de Heer, het avondmaal, die we vieren.

De maaltijd zelf is ook heel inhoudelijk. De pijn van het slachten van het lam. Het eten van de bittere kruiden. Het eten van de matses als beeld van het zondeloos leven.

Mooi is te zien dat de maaltijd een schaduw was van het lam van God, dat eens zou sterven:
Ongedesemd brood. -> Jezus was zonder zonde.
Bittere kruiden. -> Het was een bittere dood voor Jezus.
Het offer mag niet tot de volgende morgen overblijven. -> Jezus werd in het graf gelegd.
Het bereiden van het lam in de avondschemer. -> Het moment dat Jezus zal sterven.
Tussen twee avonden. -> daartussen vierde Jezus het avondmaal en stierf hij voor het pesachmaal.
Het niet breken van de botten. -> Dat gebeurde ook niet met Jezus, terwijl het bij de andere gekruisigden wel gebeurde.

Ook de Heer vierde dit feest. Zijn laatste maaltijd op de avond voor Pesach is ons Heilig Avondmaal geworden. De beker der dankzegging, die we dankzeggend zegenen bij de maaltijd van de Heer was de beker die ook tijdens het Pesach maal werd gedankt en gebruikt. Zie verder de studie Heilig Avondmaal.

En dan volgt ook de verlossing en bevrijding. Maar, let op, je kunt een grote stap hebben gemaakt, maar er is nog een lange weg om de slavernij uit je hoofd te krijgen. Het volk Israël ging uit de slavernij. Maar de slavernij was nog niet uit het volk Israël. De HEER had daar maanden voor bedacht, maar voor het volk duurde dat uiteindelijk veertig jaar.

Dat kunt u vast sneller. 🙂

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.