Studie Voedsel

Dat er voedsel is voor de mens, dat was noodzakelijk, de mens had zonder niet kunnen bestaan en ontstaan. Maar er is ook allerlei voedsel.

Uit het enorme palet van de natuur is er ook wat voor de mens geschikt is om te eten. Niet alleen om daarmee voort te bestaan, maar ook om er van te genieten.

Een waarschuwing uit de Bijbel: niet al het voedsel is geschikt. Eet het ongeschikte voedsel dan ook niet.

Destijds was de keus voor de mens om van alle bomen in de hof van Eden te eten, behalve die van de boom van de kennis van goed en kwaad. Zie Genesis 3. Die keus komt in allerlei varianten terug. Hier gaat het over voedsel. Wat gaat u doen?

Woorden in het Oude Testament

Voedsel dat voor de mens is bestemd

In de Bijbel wordt gesproken over voeding voor de mens.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1אָכְלָה
‘oklah
Zelfstandig naamwoord
vrouwelijk
H402Voedsel
Komt 18 keer voor in 18 verzen.
KJV: meat (8x), devour (3x), fuel (3x), eat (2x), consume (1x), food (1x).
2לֶחֶם lechemZelfstandig naamwoord
mannelijk
H3899Brood, spijzen.
Komt 297 keer voor in 277 verzen
KJV: bread (237x), food (21x), meat (18x), shewbread (with H6440) (5x), loaves (5x), shewbread (with H4635) (3x), shewbread (2x), victuals (2x), eat (1x), feast (1x), fruit (1x), provision (1x).

In Genesis 1 gaat het al om over Gods zorg voor de voeding van de mens. Hij zorgt voor planten en bomen met vruchten.
Genesis 1:11-12. God zei: ‘Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was.

En die zijn er voor het voedsel van de mens.
Genesis 1:29-30. Ook zei God: ‘Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn.
Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde het.

In de ark van Noach kwamen vele dieren en voor hen werd ook voedsel meegenomen. De ark in.
Genesis 6:20-22. Van alle soorten vogels, van alle soorten vee en van alles wat op de aardbodem rondkruipt, zullen er twee naar je toe komen; die zullen in leven blijven. Leg ook een voorraad aan van alles wat eetbaar is, zodat jullie allemaal te eten hebben.’ Noach deed dit; hij deed alles zoals God het hem had opgedragen.

Na in een latere fase worden ook de dieren ter beschikking gesteld voor voedsel.
Genesis 9:3. Alles wat leeft en beweegt zal jullie tot voedsel dienen; dit alles geef ik je, zoals ik je ook de planten heb gegeven.

In Exodus 16:15 gaat het over het manna, dat Israël als voedsel kreeg. En in Leviticus 11:39 wordt nog gaat het om dieren, die voor ons als voedsel mogen dienen, dat we die niet mogen eten als ze dood worden aangetroffen. Een mens is geen aaseter.

In deze tekst gaat het de verfijning en cultivering, die een mens met voedsel kan bereiken.
Genesis 49:20. Aser, rijk aan de fijnste spijzen, voedsel voor koningen brengt hij voort.
[in het Hebreeuws staat er ‘lechem’ wat je met brood of met spijzen kunt vertalen]

En hier nog een advies voor zegen.
Exodus 23:25. Vereer de HEER , jullie God, dan zal hij je voedsel en je water zegenen en jullie vrijwaren voor ziekten.
[in het Hebreeuws staat er brood of spijzen en niet voedsel]

Hier wordt de verbinding gelegd tussen brood of spijzen en tussen het woord van God.
Deuteronomium 8:3. U hébt zijn macht leren kennen: hij liet u honger lijden en gaf u toen manna te eten, voedsel dat u nooit eerder had gezien en uw voorouders evenmin. Zo maakte hij u duidelijk dat een mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat de mond van de HEER voortbrengt.

Toelichting: het zichtbare brood of spijzen, die wij eten is een deel van het geheel wat van God komt. Het grotere zou je ‘Jezus’ kunnen noemen. Hij is het levende brood.

Dieren die wel of niet geschikt zijn om te eten.

Dit onderwerp komt op diverse plaatsen terug in de instructies die God aan het volk Israël gaf.

Leviticus 11

In Leviticus 11 gaat het 46 verzen lang over dieren, die wel of niet of helemaal niet geschikt zijn om te eten. Het gaat ook over het onderwerp rein en onrein. Van voedsel kun je onrein worden. Zie daar het betreffende onderwerp.

Er worden namen van dieren genoemd, maar ook dieren met algemene kenmerken, zodat niet alle namen van dieren aan de orde hoeven te komen.

Voorbeelden van landdieren, die in het algemeen geschikt zijn om te eten:
Leviticus 11:1-3. De HEER zei tegen Mozes en Aäron: ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Dit zijn de dieren die jullie mogen eten: Van alles wat op het land leeft, mogen jullie de dieren eten die gespleten hoeven hebben – dus hoeven die helemaal gedeeld zijn – en bovendien hun voedsel herkauwen. Die mag je eten.

Voorbeelden van landdieren, die niet geschikt zijn om te eten.
Leviticus 11:4-7. Maar dieren die alleen herkauwen of alleen gespleten hoeven hebben, mag je niet eten. Kamelen zijn herkauwers maar hebben geen gespleten hoeven en gelden daarom voor jullie als onrein. Klipdassen zijn herkauwers maar hebben geen gespleten hoeven en gelden daarom voor jullie als onrein. Hazen zijn herkauwers maar hebben geen gespleten hoeven en gelden daarom voor jullie als onrein. Zwijnen hebben wel volledig gespleten hoeven maar herkauwen niet en gelden daarom voor jullie als onrein. Eet geen vlees dat van zulke dieren afkomstig is en raak hun kadavers niet aan. Ze gelden voor jullie als onrein.
Toelichting: onder ‘zwijnen’ gelden ook varkens.

Hier over wat er in het water leeft:
Leviticus 11:9-11. Alles wat in het water leeft, in de zee of in de rivieren, en vinnen en schubben heeft, mag je eten. Maar alle kleine en grote waterdieren zonder vinnen of schubben gelden voor jullie als oneetbaar. Je mag er niet van eten; ook hun kadavers moet je als weerzinwekkend beschouwen. Alle waterdieren zonder vinnen en schubben gelden voor jullie als oneetbaar.

Hier over de vogels:
Leviticus 11:13-19. De volgende vogelsoorten gelden voor jullie als oneetbaar; je mag er niet van eten en moet ze als weerzinwekkend beschouwen: de vale gier, de lammergier, de zwarte gier, de rode wouw en de verschillende soorten buizerds, alle soorten kraaien en raven, de struisvogel, de velduil, de bosuil, alle soorten valken, de steenuil, de visuil, de ransuil, de katuil, de dwergooruil, de visarend, de ooievaar, de verschillende soorten reigers, de hop en de vleermuis.

Toelichting: ik weet niet of alle Hebreeuwse namen voor volgens goed zijn vertaald. Er zitten verschillen tussen de vertalingen. De algemene lijn is te zien. Roofvogels zijn ongeschikt om te eten. Hier staat niet wat wel geschikt is, maar dat zijn bijvoorbeeld kippen en kalkoenen. Ook de duif was geschikt.

Let op: hier staat de vleermuis met name genoemd. Het voedsel wat op de markt in Wuhan werd aangeboden en die wellicht de corona virus heeft doen overslaan op de mens.

Hier over de insecten:
Leviticus 11:20-23. Ook gevleugelde insecten gelden voor jullie als oneetbaar. Van deze dieren mag je alleen die eten die ook een stel springpoten hebben. Dat zijn de verschillende soorten veldsprinkhanen, sabelsprinkhanen, krekels en dwergsprinkhanen. Die mag je wel eten. Alle andere gevleugelde insecten gelden voor jullie als oneetbaar.

Dan zijn er enkele teksten, die over dode dieren gaan.

Na vers 26 worden nog drie groepen dieren genoemd die ook niet geschikt zijn.
Leviticus 11:27. Ook alle zoolgangers onder de viervoetige dieren gelden voor jullie als onrein.
Leviticus 11:29-31. Van de kruipende dieren gelden de volgende voor jullie als onrein: blindmuizen, ratten en muizen, de verschillende soorten padden, gekko’s, varanen, hagedissen, skinken en kameleons. Deze kruipende dieren gelden voor jullie als onrein.
Leviticus 11:41-43. Alle dieren die op de grond rondkruipen gelden voor jullie als oneetbaar; je mag er niet van eten. Of ze nu op hun buik kruipen, op vier poten lopen of veelpotig zijn, je moet ze als weerzinwekkend beschouwen en mag ze niet eten. Jullie mogen je keel niet verontreinigen met deze kruipende dieren, je mag je niet met zulke dieren verontreinigen en zodoende onrein worden.

Dat dit serieuze aanbevelingen zijn is wel de lezen in de afsluiting van dit hoofdstuk.
Leviticus 11:44-47. Ik ben de HEER, jullie God. Jullie moeten heilig zijn. Wees heilig, want ik ben heilig. Verontreinig je keel niet met dieren die op de grond rondkruipen. Ik ben de HEER, die jullie uit Egypte heeft geleid om jullie God te zijn. Wees heilig, want ik ben heilig.”’ Tot zover de voorschriften omtrent de dieren die op het land leven, de vogels, alle levende wezens in het water en alle dieren die over de grond kruipen. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen wat rein is en wat onrein en tussen dieren die wel en dieren die niet gegeten mogen worden.

Andere hoofstukken in de Bijbel

Hier een toevoeging over dieren, die een natuurlijk dood zijn gestorven.
Leviticus 17:15. Een dier dat je eet dat het een natuurlijke dood is gestorven. Je kleren en jezelf wassen, dan ben je tot de avond onrein. Wie het wassen nalaat moet de gevolgen van zijn zonden dragen.

Hier wordt de uitdrukking gebruikt: je keel verontreinigen.
Leviticus 20: 24-26. Ik ben de HEER, jullie God, die jullie van alle andere volken heeft onderscheiden. Daarom moeten jullie onderscheid maken tussen reine dieren en onreine, tussen onreine vogels en reine, opdat je je keel niet verontreinigt met lopende dieren, vogels of kruipende dieren die ik voor jullie heb onderscheiden als ​onrein. Wees ​heilig​ omwille van mij, want ik, de HEER, ben ​heilig​ en ik heb jullie van de andere volken onderscheiden om mijn volk te zijn.

In Deuteronomium 14 wordt van vers 3 tot 20 de opsomming van Leviticus 11 herhaald en enigszins samengevat. De vleermuis wordt hier nogmaals als niet eetbaar genoemd.

Er staat ook een uitbreiding in van dieren, die geschikt zijn.
Deuteronomium 14:4-5. De volgende dieren mag u eten: runderen, schapen, geiten, herten, gazellen, reeën, steenbokken, spiesbokken, antilopen, wilde schapen, en alle andere dieren die gespleten hoeven hebben – dus hoeven die helemaal gedeeld zijn – en bovendien hun voedsel herkauwen. Dat zijn de dieren die u wel mag eten.

Dieren die al dood waren

Hier gaat het om vlees dat voor je lichaam niet direct ongeschikt is, maar waar toch iets mee aan de hand is. Het past namelijk niet bij je doelstelling als mens. Je verbind je dan teveel aan de dood. En bij een mens hoort het leven.

Deuteronomium 14:21a. U mag geen vlees eten van dieren die dood gevonden zijn. Laat het aan de vreemdelingen die bij u in de stad wonen, of verkoop het aan een buitenlander. Want u bent een volk dat aan de HEER, zijn God, gewijd is.

Met respect met de slacht omgaan.

De Bijbel heeft wel een speciale manier om tegen ons als mensen te zeggen dat we met respect met de slacht van dieren om horen te gaan. Hier is de tekst, die er over gaat. Er zit mededogen in.

Het gaat om drie keer die zin ‘Ja mag een geitenbokje niet koken in de melk van zijn moeder’. In Exodus staat het twee keer als afsluiting van een tekst over offeren.

Exodus 23:19. De allereerste opbrengst van je akker moet je naar het heiligdom van de HEER, je God, brengen. Je mag een geitenbokje niet koken in de melk van zijn moeder.

Exodus 34:26. De allereerste opbrengst van je akker moet je naar het heiligdom van de HEER, je God, brengen. Een geitenbokje mag je niet koken in de melk van zijn moeder.’

In feite gaat het om respect voor God. Je kunt dat respect laten zien door het eerste van de opbrengst van je werk te offeren aan God. En het gaat om respect voor de dieren, die God geschapen heeft. Een geitenbokje mag je eten, maar dan wel met respect voor zijn moeder.

In Deuteronomium komt de tekst nog een keer voor. Maar dan als afsluiting van tekst, die gaat over dieren, die geschikt of ongeschikt zijn om te eten.

Deuteronomium 14:21. U mag geen vlees eten van dieren die dood gevonden zijn. Laat het aan de vreemdelingen die bij u in de stad wonen, of verkoop het aan een buitenlander. Want u bent een volk dat aan de HEER, zijn God, gewijd is. U mag een geitenbokje niet koken in de melk van zijn moeder.

In de Joodse traditie is begrepen dat in de keuken het bereiden en klaar maken van vlees en het bereiden en klaar maken van zuivel gescheiden moet plaatsvinden. Andere bewaarplek, ander keukengerei, ander kooktoestel etc.

De gelovigen uit de volken moeten zelf bedenken hoe ze dit respect tot uiting brengen. Ik heb voor mezelf gekozen om vlees en zuivel producten op een ander laatje in de koelkast te leggen. En als ik dat dan doe, dan is dat voor mij een daad van respect voor de dieren. Daar kan ik dan op die manier handen en voeten aangeven.

Geen bloed eten

Het woord bloed is een veel gebruikt woord in het Oude Testament. Dat geeft wel aan dat het een belangrijk onderwerp is.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1דָּם damZelfstandig
naamwoord
mannelijk
H1818Bloed.
Komt 361 keer voor in 295 verzen
KJV: blood (342x), bloody (15x), person (with H5315) (1x), bloodguiltiness (1x), bloodthirsty (with H582) (1x), variations of ‘blood’ (1x).

In het boek Leviticus gaat hoofdstuk 17 over het eten van bloed. Het gaat om eten van bloed omdat het over vlees gaat waar het bloed niet uit is gelopen. Wellicht staan er ook teksten in de Bijbel over het drinken van bloed. Dat is nog erger als je dat doet.

Leviticus 17:10-12. Wanneer een Israëliet of een vreemdeling die bij jullie woont bloed eet, zal ik mij tegen hem keren en hem uit de gemeenschap stoten. Want het bloed is de levenskracht van een levend wezen. Ik heb het jullie gegeven om er op het altaar de verzoeningsrite mee te voltrekken, want bloed kan, als levenskracht, verzoening bewerken. Daarom heb ik tegen de Israëlieten gezegd: ‘Niemand van jullie mag bloed eten, ook de vreemdelingen die bij jullie wonen niet.’ 13

Leviticus 17:13-15. En als een Israëliet of een vreemdeling die bij jullie woont wilde dieren of vogels jaagt die gegeten mogen worden, moet hij het bloed laten weglopen en het met droge aarde bedekken, want het bloed is de levenskracht van elk levend wezen. Daarom heb ik tegen de Israëlieten gezegd: ‘Vlees met bloed erin mag je niet eten, want het bloed is de levenskracht van elk levend wezen, en ieder die ervan eet zal worden uitgestoten.’

In Handelingen 15 wordt naar deze adviezen verwezen als het gaat om wat de gelovigen uit de volken het eerst moet worden voorgehouden om dat niet te doen.

Ook geen dierlijk vet eten

Er wordt in de Bijbel ook dikwijls over vet gesproken.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1חֵלֶב chelebZelfstandig
naamwoord
mannelijk
H2459Vet
Komt 92 keer voor in 69 verzen.
KJV: fat (79x), fatness (4x), best (5x), finest (2x), grease (1x), marrow (1x).

Leviticus 3:16-17. De priester doet dit alles op het altaar in rook opgaan, als voedsel, als een geurige gave. Al het vet is bestemd voor de HEER. Vet en bloed mogen jullie niet eten. Deze bepaling blijft voor de Israëlieten en hun nakomelingen voor altijd van kracht, waar ze ook wonen.”’

Let op de laatste zin. Deze bepaling blijft voor altijd van kracht voor het volk Israël.

Leviticus 7:23-25. ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Vet van een rund, een schaap of een geit mogen jullie niet eten. Het vet van een dier dat een natuurlijke dood is gestorven en het vet van een doodgebeten dier mag overal voor worden gebruikt, maar het mag niet worden gegeten. Wie vet eet van een dier dat als offergave aan de HEER mag worden aangeboden, zal uit de gemeenschap worden gestoten.

Vet is wat je aan de HEER kunt offeren. Vet is voor ons ongezond. Bij vader God is het veilig. Je moet het in ieder geval niet eten.

Overigens was er voor iemand van het volk Israël als je wat voor bestemd was voor God je toe-eigende een strenge straf. Was een soort diefstal van God.

Inmiddels weten we ook vanuit de wetenschap dat dierlijk vet voor een mens ongezond is.

Varkens

Hierboven zijn de zwijnen of de varkens al twee genoemd. Zij gelden als het voorbeeld in de Bijbel van ongeschikt en waar blijkbaar geestelijke verleiding was om dat toch te eten.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1חֲזִיר
chaziyr
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H2386Zwijn, varken.
Komt zeven keer voor in zeven verzen.
KJV: swine (6x), boar (1x).

In de laatste twee hoofdstukken van het boek Jesaja gaat het over vlees en bloed van zwijnen. Het staat symbool voor afgoderij. Het gaat hier over het volk, dat allerlei duistere praktijken er op na houdt.

Jesaja 65:4. Ze zitten in graven en slapen op geheime plaatsen, ze eten vlees van zwijnen, hun vaatwerk is gevuld met onrein vleesnat.

Hier gaat het over het oordeel van de HEER. Als je zowel goed als kwaad doet is er een streng oordeel.
Jesaja 66:1-4. Dit zegt de HEER: De hemel is mijn troon, de aarde mijn voetenbank. Waar zouden jullie een huis voor mij kunnen bouwen? En wat zou mij als rustplaats dienen? Dit alles heb ik met eigen handen gemaakt, zo is dit alles ontstaan – spreekt de HEER. Toch sla ik acht op wie verdrukt wordt, op mensen met een gebroken geest, op ieder die huivert voor mijn woorden. Wie echter een stier slacht maar ook een mens doodt, wie een schaap offert maar ook een hond de nek breekt,
wie een graanoffer brengt mét het bloed van een zwijn, wie wierook brandt als deel van het graanoffer maar tegelijk een afgod looft – zoals zo iemand zijn eigen wegen kiest en van zulke gruwelijkheden geniet, zo zal ik kiezen hoe ik hem zal kwellen, zijn grootste angsten laat ik uitkomen.

Jesaja 66:17. Zij die zich wijden en reinigen om zich naar de tuinen te begeven, iemand uit de kring achterna, en zij die vlees van zwijnen en muizen of ander onrein gedierte eten, samen zullen zij ten onder gaan – spreekt de HEER.

Inmiddels weten we ook vanuit de wetenschap dat het eten van varkensvlees voor een mens ongezond is. Zoek maar op varkensvlees ongezond. Teveel slecht cholesterol, bevat histamine, zorgt voor ontstekingen en allergische reacties, door de slechte hygiëne van het beest raken ze gemakkelijk besmet. Het vet van varkensvlees is nog het meest slecht.

Nieuwe Testament

Er zijn mensen, die vinden dat de adviezen van God over voedsel niet meer van deze tijd zijn. Jezus heeft ze afgeschaft. Of door het leven van Jezus zijn ze niet meer nodig. Of dergelijke opmerkingen.

Wel apart is dat we de meeste onderdelen van de voedsel adviezen wel aanhouden. Zoals het eten en drinken van bloed. Het niet eten van dieren, die een natuurlijke dood zijn gestorven. En ook eten we de meeste dieren niet waarvan God heeft geadviseerd ze niet te eten.

Men ziet in diverse teksten uit het Nieuwe Testament van de Bijbel daar ondersteuning voor. We lopen al die teksten langs.

En zo verklaarde hij alle spijzen rein??

In Marcus 7:1-23 gaat het om een discussie tussen wat bij Jezus discipelen gebruikelijk is en de strenge Joodse variant van de Joodse traditie. Wat bij Jezus discipelen gebruikelijk was, waren de leefregels uit de Bijbel en nog zo het één en ander de Joodse traditie.

Wat bij ons nu normaal is, maar wat toen tot de strenge variant van de Joodse traditie behoorde, was het handen wassen. In de Bijbel wordt dat alleen gevraagd van de priesters, die de tempeldienst deden.

De discipelen deden dat handenwassen toen niet. Ook niet al die andere wassingen, die de mensen van de strenge variant deden. Jezus legt uit dat je met ongewassen handen je voedsel niet onrein maakt en maakt dan dit statement.
Marcus 7:18-20. Hij zei tegen hen: ‘Begrijpen ook jullie het dan nog niet? Zien jullie dan niet in dat niets dat van buitenaf in de mens komt, hem onrein kan maken omdat het niet in zijn hart, maar in zijn maag komt en in de beerput weer verdwijnt?’ Zo verklaarde hij alle spijzen rein. Hij zei: ‘Wat uit de mens komt, dat maakt hem onrein. [Dit is tekst uit de NBV, ook de NBG heeft de zin “En zo verklaarde Hij alle spijzen rein. 

Maar, in de Bijbel, die in het Grieks is geschreven, daar staat die zin, die er als conclusie staat “Zo verklaarde hij alle spijzen rein” er helemaal niet! Deze zin lijkt mij te zijn ontstaan door de overtuiging van de vertalers. Hieronder de tekst in het Grieks met de vertaling in het Engels er onder.

De Statenvertaling [SV] en de Herziene Statenvertaling [HSV] vertalen de Grieks tekst als volgt en m.i. correct:
Marcus 7:19 Want het gaat niet in zijn hart, maar in de buik, en gaat in de heimelijkheid uit, reinigende al de spijzen. [SV]
Want het komt niet in zijn hart maar in zijn buik en gaat in de afzondering naar buiten. Zo wordt al het voedsel gereinigd. [HSV]

Dit woord heeft de betekenis van: “Mochten er bacteriën naar binnen komen door ongewassen handen dan worden ze in de maag en de darmen wel weer afgebroken.”

Er wordt hier helemaal niet gesproken over onreine oftewel ongeschikte dieren. In die dieren kunnen ingrediënten zitten, die voor ons schadelijk zijn. Die niet worden afgebroken door de maag en de darmen.

Als Jezus hier had gebroken met de geboden van God uit de Bijbel, dan zou hier een enorme onrust zijn ontstaan. Voor Joodse mensen, ook in die tijd, stonden de voedsel geboden centraal in hun leven.

(Meer over onrein voedsel staat in Jewish New Testament Commentary van David H. Stern bladzijde 93).

Het visioen van Petrus

Ook het visioen van Petrus wordt naar voren gebracht om aan te tonen dat de voedsel adviezen zijn afgeschaft.

Wat men zich bij dit gedeelte niet realiseert was dat in die dagen van Petrus de Joodse mensen het onrein vonden om met mensen uit de andere volken om te gaan. Je kwam zeker niet bij hen thuis en helemaal zeker ging je niet bij hen eten. Dat was onrein in hun ogen.

Voor zover ik weet staat dit niet in de Bijbel. Er wordt wel gewaarschuwd dat met wie je omgaat, dat dat je ook beïnvloed. Trouwen met iemand uit een ander volk is wel een punt in het Oude Testament.

Het gaat om dit visioen dat Petrus krijgt
Handelingen 10:10-17. Maar hij (Petrus) kreeg honger en wilde iets eten. Terwijl er eten voor hem werd klaargemaakt, werd hij gegrepen door een visioen. Hij zag hoe vanuit de geopende hemel een voorwerp dat op een groot linnen kleed leek aan vier punten op de aarde werd neergelaten. Op het kleed bevonden zich alle lopende en kruipende dieren van de aarde en alle vogels van de hemel. Hij hoorde een stem zeggen: ‘Ga je gang, Petrus, slacht en eet.’ Maar Petrus antwoordde: ‘Nee, Heer, in geen geval, want ik heb nog nooit iets gegeten dat verwerpelijk of onrein is.’ En voor de tweede maal hoorde hij de stem: ‘Wat God rein heeft verklaard, zul jij niet als verwerpelijk beschouwen.’ Tot driemaal toe hoorde hij de stem, en direct daarna werd het voorwerp weer in de hemel opgenomen. Petrus vroeg zich verbijsterd af wat de betekenis kon zijn van het visioen dat hij had gezien.

Opvallend is dat Petrus zich verbijsterd afvraagt wat hij had gezien. Dit sluit aan bij de opmerking hierboven dat het voor Joodse mensen “nicht im frage’ was of je wel of niet onreine dieren zou mogen eten. Natuurlijk niet.

Wat hier aan de orde is, dat moest Petrus ook gaan begrijpen, dat mensen uit de volken, die volgeling van Jezus wilde worden niet onrein zijn. Ze konden zelfs de Heilige Geest ontvangen.

Handelingen 15.

In Handelingen 15 gaat het over het overleg van de apostelen over hoe met de gelovigen uit de volken om te gaan in relatie met Gods geboden.

Er worden vier regels bepaald, waarvan men eerste zou moeten aangeven dat ze die in hun nieuwe leven anders moeten doen. Hier zijn ze genoemd. De laatste twee gaan over bloed eten en drinken. Die zijn komen direct na afgoderij en ontucht.

Handelingen 15:19. Daarom ben ik van mening dat we de heidenen die zich tot God bekeren geen al te zware lasten moeten opleggen, maar dat we hun moeten schrijven dat ze zich dienen te onthouden van wat door de afgodendienst bezoedeld is (1), van ontucht (2), van vlees waar nog bloed in zit (3) en van het bloed zelf (4). In haast elke stad wordt de wet van Mozes immers al sinds mensenheugenis verkondigd en op iedere sabbat in de synagogen voorgelezen.’

Apostel Paulus

Ergens in Handelingen of in de brieven staat dat de apostel Paulus zich nog steeds aan de geboden van God houdt, zoals hij als jood ook gewend was. Ik moet nog uitzoeken welke tekst dat is. Daarmee geeft hij ook aan zich nog steeds de houden aan de geboden over voeding. <<tekst zoeken>>

Andere bronnen

Er is in Joodse kringen een hele uitwerking beschikbaar van de voedsel wetten en het gescheiden koken.

Er zijn ook allerlei boeken over de zorg van God als schepper om ons van goed voedsel te voorzien. Bijvoorbeeld Het Genesis dieet van Gorden S. Tessler.

Dit staat er op internet als o.a. omschrijving van de inhoud.
“Wie weet beter wat we moeten eten om gezond te blijven dan de Schepper die ons gemaakt heeft? In de Bijbel vinden we vele adviezen, waardoor onze gezondheid en vitaliteit hersteld kan worden. Van Genesis tot Openbaring zijn heilzame voeding en geneeskrachtige kruiden gebruikt om de mens tot zegen te zijn”.

Overwegingen/samenvatting

Wat je leest in de Bijbel is dat de gelovigen uit de volken wordt aangeraden zich te houden aan Gods geboden. Zie ook onderwerp 62 wet en geboden voor onze tijd.

Als je gewend bent om Gods geboden serieus te nemen, dan geeft de Bijbel geen aanleiding om een uitzondering te maken voor de voedingsgeboden.

Omdat het niet serieus nemen van een deel van het geboden een eeuwenlange gewoonte is geworden in onze samenleving is het best lastig om tegen deze stroom in te roeien.

Doe dat ook met wijsheid. Als ik ergens kom en er wordt varkensvlees geserveerd dan accepteer ik dat. Maar wanneer er wordt gevraagd bij een conferentie bijvoorbeeld heeft iemand nog wensen bij de maaltijd, dan zeg ik: “Liever geen varkensvlees”.

Overigens zijn een groot deel van de voedingsgeboden wel in onze samenleving geaccepteerd. Wij eten niet allerlei dieren wat ze in andere werelddelen wel doen. Wij drinken ook geen bloed en dierlijk vet heeft inmiddels ook geen goede naam meer om dat te eten.

Er staat nergens in de Bijbel dat ook de extra regels voor voeding en voedsel klaar maken van het Jodendom voor de gelovigen uit de volken belangrijk is. Het lijkt me zelfs dat het gevaar dan is om teveel gericht te zijn op voeding, zodat je wellicht te weinig oog hebt voor andere onderwerpen.

Werkvorm

Bekijk na lezing van deze studie of er aanpassingen nodig zijn in wat je eet. En hoe je daarmee omgaat.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.