Studie Goed en Kwaad

Goed en kwaad is één van de grote thema’s in de Bijbel. Het is aan ons om het goede te doen en niet het kwaad.

Maar, waar moeten we ons precies naar richten. Wat is goed en wat is kwaad. En zijn er ook aanwijzingen hoe je tot het goede komt en het kwaad kunt afleggen. En hoe je tegen het kwaad van anderen kunt verweren en nog verder of we een taak hebben om het kwaad te bestrijden.

Zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament komt het kwade voor. In ruime mate. In de verhalen en in de beschrijving van de geschiedenis. En in allerlei geboden en spreuken worden de woorden goed en kwaad worden genoemd.

Het is ondoenlijk om alle teksten die over goed en het kwaad gaan te belichten. Daarvoor komt het onderwerp teveel voor.

Er is voornamelijk aandacht voor teksten waar goed en kwaad in één tekst staan. En teksten, die het goede en het kwade omschrijven. Die dus duidelijk maken wat het goede en het kwade is. De studie is nog in ontwikkeling.

De teksten zijn uit de NBV vertaling tenzij anders vermeld.

Goed en kwaad (OT)

De woorden goed en kwaad komen samen meer dan duizend keer voor in de Bijbel. Hier staan de gegevens van het Oude Testament.

 WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1רַע  ra`Bijvoeglijk
naamwoord
en ook
zelfstandig naamwoord.
H7451Het kwaad.
Komt 663 keer voor in 623 verzen.
KJV: evil (442x), wickedness (59x), wicked (25x), mischief (21x), hurt (20x), bad (13x), trouble (10x), sore (9x), affliction (6x), ill (5x), adversity (4x), ill favoured (3x), harm (3x), naught (3x), noisome (2x), grievous (2x), sad (2x), miscellaneous (34x).
2רָעַע  ra`a`WerkwoordH7489Het kwaad zijn of kwaad doen.
Komt 83 keer in 80 verzen voor.
KJV: evil (20x), evildoer (10x), hurt (7x), wickedly (5x), worse (5x), afflict (5x), wicked (4x), break (3x), doer (3x), ill (3x), harm (3x), displease (2x), miscellaneous (13x).
3טוֹב towbBijvoeglijk
naamwoord
en ook
zelfstandig naamwoord.
H2896Goed.
Komt 559 keer voor in 517 verzen.
KJV: good (361x), better (72x), well (20x), goodness (16x), goodly (9x), best (8x), merry (7x), fair (7x), prosperity (6x), precious (4x), fine (3x), wealth (3x), beautiful (2x), fairer (2x), favour (2x), glad (2x), miscellaneous (35x).

Goed en kwaad wordt dikwijls tegenover elkaar gezet. De woorden goed en kwaad, woordnummers H2896 en H7451, komen in het Hebreeuwse deel van de Bijbel 82 keer in één zin voor. Een goede ingang om te leren wat het onderscheid tussen goed en kwaad is.

De oorzaak van het kwaad

De tegenstelling goed en kwaad komen we al in het begin van de Bijbel tegen. Namelijk in de hoofdstukken 2 en 3 van het boek Genesis. Daar gaat het over de levensboom en over de boom van de kennis van goed en kwaad.

De mens mag wel van de levensboom eten, maar de mens mag niet eten van de boom van de kennis van goed en kwaad. Dit heeft een beeldende betekenis. Het ‘eten’ duidt op zich eigen maken. De mens kan zich het onderscheid tussen goed en kwaad niet op eigen kracht eigen maken. Anders gezegd de mens bepaalt niet wat goed en kwaad is, maar dat bepaalt God.

Hier de teksten waar het om gaat.
Genesis 2:9. Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten. In het midden van de tuin stonden de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad.
Genesis 2:17. …. maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.’
Genesis 3:5. ‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden  zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.’
Genesis 3:22. Toen dacht God, de HEER: Nu is de mens aan ons gelijk geworden, nu heeft hij kennis van goed en kwaad. Nu wil ik voorkomen dat hij ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven.

Verklaring: in deze paar teksten wordt meer uitgebeeld, dan hier als tekst op te nemen is. Het eten van de vruchten van de levensboom samen met de vruchten van die andere boom maakt de mens onkwetsbaar en onoverwinnelijk. Een concurrent van God. Daarom wordt de pas naar de levensboom afgesneden.

Als de mens gaat eten van de boom van kennis van goed en kwaad, dus dat de mens zelf bepaalt wat goed en kwaad is komt hij zonder de vruchten van de levensboom op een doodlopende weg. Op de weg naar de dood.

Als je het bepalen van wat goed en kwaad is aan God over laat is er voor jou genade. Dan krijg je uit genade, omdat je voor dit onderwerp gehoorzaam bent, het leven.

Helaas zijn er veel mensen, die zelf bepalen wat goed en kwaad is. Zij zitten op de weg van de dood. Neem afstand van deze weg. Doe dit niet na.

Hoe moeten we met het kwaad omgaan?

Er staan in de Bijbel allerlei aanwijzingen hoe we met goed en kwaad kunnen omgaan.

Noem het kwade niet goed

Door de profeet Jesaja wordt een vloek uitgesproken over mensen, die het kwade goed noemen en het licht duister. Dus niet goedpraten, geen mooie zalvende woorden voor de lieve vrede.

Jesaja 5:20. Wee degenen die het kwade goed noemen en het goede kwaad, die het licht tot duisternis maken en het duister tot licht, die van zoet bitter maken en van bitter zoet.

Een belangrijke waarschuwing!!!!

Mijdt het kwaad.

Er staat vier keer in het boek Job dat Job het kwaad mijdt. Goed voorbeeld doet goed volgen. Waarom meed Job het kwaad? Uit ontzag voor God.

Job 1:1. In het land Us woonde een man die Job heette. Hij was rechtschapen en onberispelijk, hij had ontzag voor God en meed het kwaad.

Job 1:8. De HEER vroeg aan Satan: ‘Heb je ook op mijn dienaar Job gelet? Zoals hij is er niemand op aarde: hij is rechtschapen en onberispelijk, hij heeft ontzag voor God en mijdt het kwaad.’

Job 2:3. De HEER vroeg aan Satan: ‘Heb je ook op mijn dienaar Job gelet? Zoals hij is er niemand op aarde: hij is rechtschapen en onberispelijk, hij heeft ontzag voor God en mijdt het kwaad. Ja, hij is nog even onberispelijk als altijd, en jij hebt mij ertoe aangezet hem zonder reden te gronde te richten.’

Job 28:28. En hij sprak tot de mens: ‘Ontzag voor de Heer – dat is wijsheid; het kwaad mijden – dat is inzicht.’

Hoe gaat God met het kwaad om?

Het gevolg van het kwaad is groot.
Deuteronomium 1:34-35. Toen de HEER u hoorde klagen, ontstak hij in woede. Hij zwoer: ‘Niemand van deze verdorven generatie zal het goede land zien dat ik jullie voorouders onder ede heb beloofd.

Het boek van de Psalmen.
Psalmen 5:5. U bent een God die zich niet verheugt in het kwaad, bij u is de misdaad niet welkom.
Psalmen 7:12. God is een rechtvaardige rechter, hij bestraft het kwaad, elke dag.

Uit het boek van de Spreuken
In het boek Spreuken over goed een kwaad veel wijsheid te vinden. Dit zijn alle teksten uit het Spreuken boek waar het woord kwaad en goed in één zin staat

Spreuken 11:27. Wie het goede zoekt, zal waardering vinden, wie het kwade zoekt, wordt door het kwaad getroffen.

Spreuken 13:21. Zondaars treft ellende, rechtvaardigen wacht een beloning.

Spreuken 14:19. Slechte mensen moeten buigen voor goede, goddelozen kloppen op de poorten van rechtvaardigen.
Spreuken 14:22. Wie kwaad smeden, komen zij niet op een dwaalweg? Wie goeddoen, oogsten zij geen liefde en trouw?

Spreuken 15:3. De ogen van de HEER zijn overal, zowel de goeden als de kwaden houdt hij in het oog.
Spreuken 15:15. Alle dagen van een ellendige zijn slecht, maar een blijmoedig hart is als een voortdurende maaltijd. [HSV]

Spreuken 17:13. Als je telkens goed met kwaad vergeldt, verdwijnt het kwaad nooit uit je huis.
Spreuken 17:20. Wie onbetrouwbaar is, vindt geen geluk, wie een valse tong heeft, stort zichzelf in het verderf.

Spreuken 28:10. Wie oprechte mensen op het slechte pad brengt, komt in zijn eigen val terecht; de oprechten vinden geluk.

Spreuken 31:10-12. Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? Zij is meer waard dan edelstenen. Haar man vertrouwt op haar en zal daar rijkelijk bij winnen. Ze brengt hem voorspoed, geen ellende, alle dagen van haar leven.

Kan het kwade ook van God komen?

En deze teksten zeggen duidelijk dat het kwaad bij Hem vandaan komt en door Hem wordt gestuurd <<gekregen van Ilse Pardoen Kwint>>

Genesis 3:14, 11:7, 9; 41:27.

Exodus 4:21. Toen zei de HEER tegen ​Mozes: ‘Nu je teruggaat naar Egypte, moeten jullie daar de ​farao​ alle wonderen laten zien waartoe ik je de macht heb gegeven. Ik zal ervoor zorgen dat hij hardnekkig weigert het volk te laten gaan.

1 Samuel 16:14. De ​geest van de HEER​ had ​Saul​ verlaten; in plaats daarvan stuurde de HEER hem een kwade geest, die hem kwelde.

Numeri 22:22. Bileam, maar dat is juist om het volk Israël te beschermen. Deuteronomium 28:20, dat zijn de vloeken als je je niet houdt aan de wet. En verder nog: Psalm 64:7, 81:12, 94:23, Prediker 7:14,  Jeremia 46:15-16 en Ezechiël 3:7-9, 5:16, 14:9 <nog niet bekeken>

Zo moet u het kwaad in de kiem smoren

Tenslotte aandacht van de Bijbel om het kwaad in de kiem te smoren. Negen teksten in het boek Deuteronomium geven een zonde aan, die bestraft moet worden, waarbij dan de toevoeging staat: “Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren” .

1) Deuteronomium 13: 6. En die profeet of droomuitlegger moet ter dood gebracht worden omdat hij u wilde opzetten tegen de HEER, uw God, die u uit Egypte heeft weggehaald en u uit de slavernij heeft bevrijd. Die man heeft immers geprobeerd u af te brengen van de weg die de HEER, uw God, u had gewezen. [gaat over een profeet, die een wonder doet en daarmee zegt dat je onbekende goden moet dienen]

2) Deuteronomium 17:7. De getuigen moeten, samen met de rest van het volk, de dader stenigen tot de dood erop volgt, en zelf moeten zij de eerste steen werpen. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren. [iemand uit het volk die anderen goden gaat dienen]

3) Deuteronomium 17:12. Degene die de euvele moed heeft om de woorden van de rechter of van de priester die daar voor de HEER, uw God, dienstdoet in de wind te slaan, moet ter dood gebracht worden. Zo moet u het kwaad dat zich bij de Israëlieten aandient in de kiem smoren. [iemand die de rechtspraak niet serieus neemt]

4) Deuteronomium 19:19. .. dan moet u hem de straf opleggen die hij de ander had toebedacht. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren. [als je onder valse voorwendselen een ander ten val wil brengen]

5) Deuteronomium 21:21. De inwoners van de stad moeten hem dan stenigen tot de dood erop volgt. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren. Het hele volk van Israël moet erdoor worden afgeschrikt. [een onhandelbare zoon]

6) Deuteronomium 22:21. .. moet zij naar haar ouderlijk huis worden teruggebracht en daar voor de deur door de andere inwoners van de stad worden gestenigd tot de dood erop volgt. Want zij heeft onder het volk van Israël een schanddaad begaan door met iemand te slapen terwijl ze nog bij haar vader thuis woonde. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren. [leugen en bedrog over maagdelijkheid]

7) Deuteronomium 22:22. Als een man wordt betrapt met een getrouwde vrouw moeten beiden ter dood gebracht worden, zowel de man als de vrouw met wie hij geslapen heeft. Zo moet u het kwaad dat zich bij de Israëlieten aandient in de kiem smoren. [ontrouw in het huwelijk]

8) Deuteronomium 22:24. .. dan moet u hen allebei mee de stad uit nemen en hen stenigen tot de dood erop volgt. Want het meisje heeft nagelaten om hulp te roepen, en de man heeft zich vergrepen aan de bruid van een ander. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren. [de toekomst van twee mensen en eventueel hun nageslacht roven]

9) Deuteronomium 24:7. Als wordt ontdekt dat iemand een van zijn volksgenoten, een Israëliet, heeft ontvoerd en hem als slaaf behandelt of verkoopt, moet die mensendief ter dood gebracht worden. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren. [mensenhandel]]

Goed en kwaad (NT)

In het Griekse deel van de Bijbel komen diverse woorden voor het kwaad voor.

Wat het nieuwe Testament min of meer toevoegt is het betrekken op de persoon en hoe dat gaat met zijn innerlijk.

Het Nieuwe Testament gebruikt diverse woorden voor goed en kwaad. Dit zijn de belangrijkste vijf, twee voor goed en drie voor kwaad.

 WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1ἀγαθός agathosBijvoeglijk
naamwoord
G18
SB9
Goede
Komt 102 keer voor in 90 verzen.
KJV: good (77x), good thing (14x), that which is good (with G3588) (8x), the thing which is good (with G3588) (1x), well (1x), benefit (1x).
2καλός  kalosBijvoeglijk
naamwoord
G2570
SB2281
Goede.
Komt 102 keer voor in 91 verzen.
KJV: good (83x), better (7x), honest (5x), meet (2x), goodly (2x), miscellaneous (3x).
3πονηρός ponērosBijvoeglijk
naamwoord
G4190
SB3657
Kwade
Komt 76 keer voor in 71 verzen.
KJV: evil (51x), wicked (10x), wicked one (6x), evil things (2x), miscellaneous (7x).
4κακός  kakosBijvoeglijk
naamwoord
G2556
SB2268
Kwade.
Komt 51 keer voor in 46 verzen.
KJV: evil (40x), evil things (3x), harm (2x), that which is evil (with G3458) (2x), wicked (1x), ill (1x), bad (1x), noisome (1x).
5σαπρός saprosBijvoeglijk
naamwoord
G4550Corrupt
Komt acht keer voor in zes verzen.
KJV: corrupt (7x), bad (1x).

Men noemt het agathos als het tot zijn bestemming komt, als het ethisch goed is. Er zijn ook nog woorden voor

Men noemt het kalos als het mooi is, fraai van uiterlijk aan zijn doel beantwoord: een goede boom, goede vruchten, goede wijn, goede werken, goede aarde, goed zaad, mooi parels, goede herder.

Tegenover agathos en kalos staat kakos. Een woord dat aangeeft dat het goede ontbreekt. Het woord komt in 46 teksten voor.

Er zijn nog een hele rij woorden van deze kakos familie: voor het zelfstandig naamwoord slechtheid kakia, SB nummer 2261. Komt 11 keer voor. En verder. Een woord voor kwaadaardigheid. Een woord voor kwaadspreken. Een woord voor het onderdaan van het kwaad. Een woord voor het kwaad ondergaan, lijden. Een woord voor kwaad doen. Een woord voor het kwaad doende. Een woord voor kwaaddoeners, Een woord slecht behandelen. Een woord voor kwaad doen. Een woord voor slecht. Allemaal van dezelfde woord familie.

Tegenover agathos staat poneros. Het kwaad is dan heftiger dan bij kakos. Het gaat om moeite en strijd.

Goed en kwaad

De woorden goed en kwaad agathos en poneros komen in elf teksten beiden voor.

Mat 5:43-45. Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

Matteüs 7:11. Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan het goede geven aan wie hem daarom vragen.
Opmerking: slechte mensen zijn hen, die niet aan hun doel beantwoorden, niet willen leren, eigenwijs zijn, negatief etc.

Matteüs 7:17-18.
Matteüs 12:34-35
Matteüs 20:15
Matteüs 22:10
Lukas 6:45
Lukas 11:13
Romeinen 12:9

De woorden goed en kwaad, kalos en kakos, woordnummers G2556 en G2570 komen slechts vier keer in één zin voor.

Romeinen 7:18-21. Immers, ik besef dat in mij, in mijn eigen natuur, het goede niet aanwezig is. Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik. Maar wanneer mijn daden in strijd zijn met mijn wil, ben ik daar niet zelf de oorzaak van, maar de zonde die in mij heerst. Ik ontdek in mij de wetmatigheid dat het kwade zich aan mij opdringt, ook al wil ik het goede doen.

Opmerking: naast kalos en kakos komt hier ook twee keer het woord agathon voor dat je met ‘het goede’ kunt vertalen.

2 Korintiërs 13:5-7. Onderzoek bij uzelf of u vast op God vertrouwt, stel uzelf op de proef. U weet toch van uzelf dat Jezus Christus in u is? Als dat niet zo is, dan hebt u de proef niet doorstaan. Hopelijk begrijpt u dat dit wel voor ons geldt. Wij bidden God dat u het kwade nalaat, niet om te bewijzen dat wij geslaagd zijn, maar omdat u het goede moet doen, ook al zouden wij mislukt zijn.

Hebreeën 5:11-14. Hierover valt nog veel te zeggen, maar het is moeilijk aan u uit te leggen, omdat u traag van begrip bent geworden. Werkelijk, u had toch inmiddels allemaal leraar moeten zijn! In plaats daarvan hebt u er zelf een nodig om u opnieuw de grondslagen van het woord van God bij te brengen; het is met u zover gekomen dat u weer aangewezen bent op melk in plaats van op vast voedsel. Wie melk drinkt is nog een klein kind en heeft geen weet van de draagwijdte van de verkondigde gerechtigheid. Vast voedsel is voor volwassenen; hun zintuigen zijn door ervaring geoefend en zij zijn in staat onderscheid te maken tussen goed en kwaad.

Opmerking: hier komt ook de gave van onderscheid

Goede en kwade bomen en vruchten

Een bekend begrip in de Bijbel, goede vruchten en kwade vruchten. In deze tekst komt vier van de vijf woorden van hierboven voor.
Matteüs 7:17-19. Zo draagt elke goede boom goede vruchten, maar een slechte boom draagt slechte vruchten. Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, evenmin als een slechte boom goede vruchten dragen kan. Elke boom die geen vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.

Het gaat hier om corrupte bomen (sapros). Het enten is niet goed gegaan. De boom is niet tot zijn doel gekomen. Je kunt zo’n boom beter omhakken en opstoken in het vuur, dan ben je er van af.

Opmerking: als het om goede bomen gaat dan wordt het woord agatos gebruikt en als het om goede vruchten gaat dat dan het woord kalos wordt gebruikt. Waarom? Dat weet ik niet.

In het onderwijs van Jezus komt het nog een keer terug.
Matteüs 12:33. Wanneer een boom goed is, dan zijn ook zijn vruchten goed. Is een boom daarentegen slecht, dan zijn ook zijn vruchten slecht. Want aan de vruchten herkent men de boom.

Hier hanteert men zowel voor de boom als voor de vruchten het woord ‘kalon’ en voor de slechte boom en de slechte vruchten ‘sapron’.

Goede en kwade werken

Goede werken, een populair onderwerp bij Katholieken en wellicht daarom juist een niet populair onderwerp bij de Protestanten.

De uitdrukking ‘goede en kwade werken’ komt 18 keer voor in de Bijbel. Hieronder twee voorbeelden.

Het goede werk is in dit geval licht geven, dat duidt op wijsheid. De NBV vertaalt trouwens met ‘goede daden’.
Matteüs 5:14-16. Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.

Goede werken zijn die zaken, die je door de kracht van de Geest doet. Jezus deed ook goede werken, zie in de tekst hieronder. De NBV vertaalt met ‘veel goeds’ en ‘goede daad’. De goede werken van Jezus in die tijd waren vooral genezingen en bevrijdingen.

Johannes 10:31-33. Toen de Joden weer stenen opraapten omdat ze hem wilden stenigen, zei Jezus: ‘Ik heb door de Vader veel goeds voor u gedaan; waarom wilt u me stenigen?’ ‘Voor een goede daad zullen we u niet stenigen,’ antwoordden ze, ‘maar wel voor godslastering: u bent een mens, maar u beweert dat u God bent!’

Opmerking: voor de goede werken wilde men Jezus niet stenigen wel voor wat ze vonden godslastering.

Kwade werken.

In zes teksten wordt gesproken over kwade werken, in het Grieks staan de woorden ‘poneros’, zie de tabel, en ‘ergon’, Strong 2041 dat je met werk kunt vertalen.

Johannes 3:19. Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht
Opmerking: als je daden slecht zijn, dan haat je het licht.

Johannes 7:7. De wereld kan jullie niet haten, maar mij haat ze wel, omdat ik verklaar dat wat ze doet slecht is.
Opmerking: als je daden slecht zijn dan haat je iemand, die je er op wijst dat je daden slecht zijn.

Kolossenzen 1:21-22. Eerst was u van hem vervreemd en was u hem in al het kwaad dat u deed vijandig gezind, maar nu heeft hij u door de dood van zijn aardse lichaam met zich verzoend om u heilig, zuiver en onberispelijk bij zich te brengen.
Opmerking: wat was het kwaad van de werken?

2 Timoteüs 4:16-18. Bij mijn eerste verdediging heeft niemand mij bijgestaan, ze hebben mij allemaal in de steek gelaten. Moge het hun niet worden aangerekend. Maar de Heer heeft me terzijde gestaan en me kracht gegeven, zodat ik de verkondiging tot een goed einde heb gebracht en alle volken de boodschap hebben gehoord. Ik ben gered uit de muil van de leeuw. De Heer zal me van alle kwaad redden en me veilig naar zijn hemels koninkrijk brengen. Hem komt de eer toe tot in alle eeuwigheid. Amen.
Opmerking: er staat in het Grieks ‘alle kwade werken’, dat maakt de tekst praktischer dan ‘alle kwaad’. Dat lijkt mij gevaarlijke aanvallen van de tegenstanders van christenen.

1Johannes 3:12. … en niet moeten doen zoals Kaïn, die voortkwam uit hem die het kwaad zelf is, en zijn broer doodsloeg. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn eigen daden slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig.
Opmerking: wat was slecht aan de daden van Kaïn? Hij gaf niet met zijn hart iets aan God?

2 Johannes 1:7 en 11. 7Want er zijn veel misleiders in de wereld gekomen, die niet belijden dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Dat is de misleider en de antichrist. 11Want wie hem begroet, die heeft deel aan zijn slechte werken.
Opmerking: als je contact met iemand heeft, die niet belijd dat Jezus in het vlees gekomen is, die heeft deel aan zijn kwade werken.

De strijd van het kwaad in de mens

Een mens kan het kwaad doen. Er is ook sprake van het kwaad in een mens. Hier staan de teksten over dat onderwerp.

Marcus 7:15. Niets dat van buitenaf in de mens komt kan hem onrein maken, het zijn de dingen die uit de mens naar buiten komen die hem onrein maken.’
Marcus 7:21-22. Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord, overspel, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, laster, hoogmoed, dwaasheid; al deze slechte dingen komen van binnenuit, en die maken de mens onrein.’

Romeinen 7:14-21. Wij weten dat de wet het werk van de Geest is, maar door mijn natuur ben ik uitgeleverd aan de zonde. Wat ik doe, doorzie ik niet, want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat. Maar wanneer mijn daden in strijd zijn met mijn wil, dan erken ik dat de wet goed is. Dan ben ik het niet die handelt, maar de zonde die in mij heerst. Immers, ik besef dat in mij, in mijn eigen natuur, het goede niet aanwezig is. Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik. Maar wanneer mijn daden in strijd zijn met mijn wil, ben ik daar niet zelf de oorzaak van, maar de zonde die in mij heerst. Ik ontdek in mij de wetmatigheid dat het kwade zich aan mij opdringt, ook al wil ik het goede doen.

Corrupte communicatie.

In de brief aan de gemeente van Efeze schrijft Paulus over ‘corrupte woorden’ (sapros logos) door de NBV vertaalt als ‘vuile taal’.

Efeziërs 4:29-31. Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goeddoen aan wie ze hoort. Maak Gods heilige Geest niet bedroefd, want hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing. Laat alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadaardigheid.

Uitleg: als je begint met corrupte woorden en daarmee verder gaat, dan gaat dat leiden tot wrok, boosheid en tenslotte tot kwaadaardigheid.

Het kwaad leidt tot doof- en blindheid.

Een van de gevolgen als je het kwade doet is een apart soort blind- en doofheid. Het is geestelijk blind en doof. Je kunt dingen niet meer zien en niet meer horen, tot je nemen. Er is dan een wonder nodig of bekering en volharding om weer te gaan zien.

Jezus vertelt daarvan en de evangelist Matteüs verhaalt daar van.
Matteüs 13:10-17. De leerlingen kwamen naar hem toe en vroegen: ‘Waarom spreekt u in gelijkenissen tot hen?’ Hij antwoordde: ‘Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van de hemel kennen, hun is dat niet gegeven. Want wie heeft zal nog meer krijgen, en het zal overvloedig zijn; maar wie niets heeft zal zelfs het laatste worden ontnomen. Dit is de reden waarom ik in gelijkenissen tot hen spreek: omdat zij ziende blind en horende doof zijn en niets begrijpen. In hen komt deze profetie van Jesaja tot vervulling: “Jullie zullen goed luisteren maar niets begrijpen, en jullie zullen goed kijken maar geen inzicht hebben. Want het hart van dit volk is afgestompt, hun oren zijn doof en hun ogen houden zij gesloten. Met hun ogen willen ze niets zien, met hun oren niets horen, met hun hart niets begrijpen. Want anders zouden ze tot inkeer komen en zou ik hen genezen.” Gelukkig jullie ogen omdat ze zien, en jullie oren omdat ze horen! Want ik verzeker jullie: vele profeten en rechtvaardigen hebben ernaar verlangd te zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien, en te horen wat jullie horen, maar ze kregen het niet te horen. (Parallelle teksten staan in Markus 4:12 en Lukas 8:10).

Andere bronnen

Een boek, die een beschouwing of een studie geeft over het thema goed en kwaad van de Bijbel heb ik nog niet gevonden. Wel die over een specifiek onderwerp het goede en het kwade belicht.

In tegenstelling daarmee is het goede en vooral het kwade in romans dikwijls het grote thema. Niet alleen detectives, maar ook in liefdesgeschiedenissen. Een onrecht, een kwaad, is dikwijls de plot van een roman.

Dit geldt ook voor films series of toneelstukken. Daarmee is goed een kwaad een thema wat iedereen bijna dagelijks bezig houdt.

Ik ken wel een boek waarin een deel van het boek over een deel van dit thema gaat. <<welke ook alweer?>>

Samenvatting

Als het een onderwerp is dat iedereen bijna dagelijks bezig houdt is het ook goed om er veel van te weten.

Het belangrijkste is dat wij mensen niet beslissen wat goed en kwaad is maar dat de Schepper van hemel en aarde dat doe. Als jij mens wel gaat beslissen wat goed en kwaad is, is dat de weg naar de dood.

Werkvorm

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.