Studie Hoop

In deze studie gaat het over de christelijke hoop. In de Bijbel komt het woord hoop zo’n tweehonderd keer voor. Het christelijk geloof is dan ook een geloof van hoop, van hoop voor de toekomst.

Het tegengestelde van hoop, moeite, neerslachtigheid, depressie komt ook in de Bijbel voor. Het staat in een aparte studie.

Hopen in oude tijden

Er komt wel een negental woorden voor in het Oude Testament, die je met hopen of hoop kunt vertalen. Hieronder staan ze.

Woord Soort
woord
Strong Opmerkingen:
1יָחַל
yachal
Werkwoord H3176Hopen
Komt 42 keer voor
in 41 verzen.
KJV: hope (22x), wait
(12x), tarry (3x), trust
(2x), variant (2x), stayed (1x).
תּוֹחֶלֶת
towcheleth
Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
H8431Hoop. Komt van yachal hierboven.
Komt 6 keer voor
in 6 verzen.
KJV: hope (6x).
2תִּקְוָה
tiqvah
Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
H8615 Hoop
Komt 34 keer voor
in 33 verzen.
KJV: hope (23x),
expectation (7x), line
(2x), the thing that I long for
(1x), expected (1x).
3קָוָה
qavah
WerkwoordH6960Wachten op.
Komt 49 keer voor in
45 verzen.
KJV: wait (29x), look (13x), wait for (1x), look for (1x), gathered (1x), miscellaneous (4x).
4כֶּסֶל
kecel
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H3689Hoop, vertrouwen.
Komt 13 keer voor
in 13 verzen.
KJV: flank (6x), hope (3x),
folly (2x), loins (1x),
confidence (1x).
5שָׂבַר
śāḇar
WerkwoordH7663Hopen, wachten.
Komt 8 keer voor in 8 verzen.
KJV: hope (3x), wait (2x), view (2x), tarry (1x).
שֵׂבֶר
seber
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H7664Hoop. Komt van sjabar hierboven.
Komt 2 keer voor in 2 verzen
KJV: hope (2x).
6בִּטָּחוֹן
bittachown
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H986 Vertrouwen. Hoop.
Komt 3 keer voor
in 3 verzen.
KJV: confidence (2x),
hope (1x).
7 מַבָּט 
mabbat
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H4007Verwachting.
Komt 3 keer voor
in 3 verzen.
KJV: expectation (3x).
8מִקְוֶה
miqveh
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H4723Hoop.
Komt 12 keer voor
in 10 verzen.
KJV: linen yarn (4x), hope
(4x), gathering together
(1x), pool (1x), plenty (1x),
abiding (1x).

Bij alle woorden, die hier in de tabel voorkomen zal hieronder bekeken wat er over hoop wordt gezegd in het Oude Testament.

Yachal (Hopen of Wachten)

Dit woord komt in 41 verzen voor, het gaat over hopen of wachten. Hieronder staan alle teksten. Sommigen teksten gaan over een menselijke hoop.

Uit de eerste boeken van de Bijbel:
Genesis 8:12. Weer wachtte hij (Noach) zeven dagen en daarna liet hij de duif nogmaals los. Ze kwam niet meer bij hem terug. [in die tijd hoopte Noach]

1 Samuel 10:8. Ga daarna door naar Gilgal en wacht daar zeven dagen op mij. Ik zal u achterna ​reizen​ om ​brandoffers​ en vredeoffers op te dragen. Daarna zal ik u laten weten wat u verder doen moet.’
1 Samuel 13:8. Hij wachtte daar zeven dagen op ​Samuel, zoals de afspraak was, maar toen ​Samuel​ niet kwam opdagen, begonnen zijn ​soldaten​ hem in de steek te laten.

2 Samuel 18:14. Toen zei ​Joab: Ik blijf zo niet bij u wachten. Hij nam drie ​speren​ en stak ze in het ​hart​ van ​Absalom, terwijl hij nog levend in het midden van de eik hing. [het gaat hier om menselijke hoop]

2 Koningen 6:33. Elisa​ was nog niet uitgesproken, of daar kwam de bode van de ​koning​ al aan. ‘De HEER heeft deze ellende over ons gebracht,’ zei hij. ‘Waarom zou ik mijn hoop dan nog op hem vestigen?’

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Het gaat hier om hoopvol wachten van Noach dat de aarde weer bewoonbaar is. Koning Saul lukte het niet om hoopvol te wachten. Hij ging zelf doen wat de richter Samuel moest doen. Dit had als gevolg dat koning Saul de zegen kwijtraakte.

Het boek van de Spreuken heeft op dit lang wachten tot er vervulling komt een uitdrukking: een langgerekt hopen maakt het hart ziek. Spreuken 13:12. Zie de tekst verderop.

Koning Joram van Israël had de hoop op redding verloren. Dat was niet nodig. De koning had met hulp van de profeet Elisa wonderlijke reddingen meegemaakt in de oorlog met Aram. Zie 2 Koningen 6:8-23. En ook nu kon de koning naar de profeet Elisa luisteren.

Teksten uit het boek Job:
Job 6:11. Wat is mijn kracht, dat ik nog zou kunnen hopen? Of wat is het doel waarvoor ik mijn leven zou willen verlengen? [HSV]
Job 13:15. Zie, al zou Hij mij doden, zou ik niet hopen? Maar toch zal ik mijn wegen voor Zijn aangezicht verdedigen. [HSV]
Job 14:14. Als een man gestorven is, zal hij dan weer levend worden? Dan zou ik alle dagen van mijn strijd hopen, totdat er voor mij verandering zou komen. [HSV]
Job 29:21-23. Zij luisterden vol verwachting naar mij, ze zwegen om te horen wat ik hun zou raden. Wanneer ik had gesproken waren ze stil, mijn woorden daalden zacht op hen neer. En ze keken naar mij uit als naar de regen, ze openden hun mond als voor de lentedruppels.
Job 30:26. Ik hoopte op het goede, maar het kwade kwam, het licht verwachtte ik, maar de duisternis brak aan.
Job 32:11. Ik heb gewacht totdat jullie waren uitgesproken; ik heb jullie redenaties aangehoord, tot het jullie aan woorden begon te ontbreken.
Job 32:16. Zou ik dan wachten, nu zij niets meer zeggen en hun zwijgen steeds langer voortduurt?

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Het hele boek Job gaat over hoop en teleurstelling. Als je het moeilijk hebt, tref je in dit boek een gelijkgestemde geest.

Teksten uit het boek van de Psalmen:
Psalm 31:25. Allen die uw hoop vestigt op de HEER: wees sterk en houd moed.
Psalm 33:18. Het oog van de HEER rust op wie hem vrezen en hopen op zijn trouw.
Psalm 33:22. Schenk ons uw trouw, HEER, op u is al onze hoop gevestigd.
Psalm 38:16. Want op u, HEER, hoop ik, van u komt antwoord, mijn Heer en mijn God.
Psalm 42:6. Wat ben je bedroefd, mijn ziel, en onrustig in mij. Vestig je hoop op God, eens zal ik hem weer loven, mijn God die mij ziet en redt.
Psalm 42:12. Wat ben je bedroefd, mijn ziel, en onrustig in mij. Vestig je hoop op God, eens zal ik hem weer loven, mijn God die mij ziet en redt.
Psalm 43:5. Wat ben je bedroefd, mijn ziel, en onrustig in mij. Vestig je hoop op God, eens zal ik hem weer loven, mijn God die mij ziet en redt.
Psalm 69:4. Uitgeput ben ik van het roepen, mijn keel is schor geschreeuwd, mijn ogen zijn verzwakt van het uitzien naar mijn God.
Psalm 71:14. Ik blijf naar u uitzien, altijd, u lof brengen, meer en meer.
Psalm 119:43. Neem de waarheid nooit weg uit mijn mond, in uw voorschriften stel ik mijn hoop.
Psalm 119:49. Denk aan het woord, tot uw dienaar gesproken, waarmee u mij hoop hebt gegeven.
Psalm 119:74.Wie u vrezen zien mij met blijdschap, in uw woord heb ik mijn hoop gesteld.
Psalm 119:81. Mijn ziel smacht naar de redding die u brengt, in uw woord heb ik mijn hoop gesteld.
Psalm 119:114. Bij u schuil ik, u bent mijn schild, in uw woord stel ik mijn hoop.
Psalm 119:147. Nog voor het morgenlicht roep ik om hulp, in uw woord stel ik mijn hoop.
Psalm 130:5-7. Ik zie uit naar de HEER, mijn ziel ziet uit naar hem en verlangt naar zijn woord, mijn ziel verlangt naar de Heer, meer dan wachters naar de morgen, meer dan wachters uitzien naar de morgen. Israël, hoop op de HEER! Bij de HEER is genade, bij hem is bevrijding, altijd weer. [vers 5 vertaalt de NBG meer letterlijk: Ik verwacht de Here, mijn ziel verwacht en ik hoop op zijn woord]
Psalm 131:3. Israël, hoop op de HEER, van nu tot in eeuwigheid.
Psalm 147:10-11. Niet de kracht van paarden verheugt hem, niet de sterkte van ​soldaten​ geeft hem vreugde, vreugde vindt de HEER in wie hem eren en in wie hopen op zijn ​liefde​ en trouw.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Op wie hopen we? Op de HEER. Psalm 31, 33 en 38. Op God. Psalm 42.
Op wat hopen we? Op de trouw van God. Psalm 33. Op antwoord. Psalm 38. God ziet en redt ons Psalm 42. Op zijn liefde en trouw. Psalm 147.
Soms worden we moe van het onze hoop uitspreken. Psalm 69 en 71.
Hoe kunnen we hopen? Via de voorschriften. Psalm 119. Gods woorden geven ons hoop. Psalm 119. 

Psalm 131 is een oproep aan het volk Israël om te blijven hopen.

Psalm 130 is een lied om te zingen, waarbij je uitspreekt om te blijven hopen. Zie lied Opwekking 780

Teksten uit de boeken van de profeten:
Jesaja 42:4. Ongebroken en vol vuur zal hij het recht op aarde vestigen; de eilanden zien naar zijn onderricht uit.
Jesaja 51:4-5. Mijn volk, luister aandachtig naar mij, mijn natie, leen mij je oor. De wet vindt zijn oorsprong in mij, en mijn recht zal een licht zijn voor alle volken. In een oogwenk breng ik de zege nabij, de hulp die ik bied is al onderweg; ik zal krachtig rechtspreken over de volken. De eilanden hebben hun hoop op mij gevestigd, ze zien uit naar mijn krachtig optreden.

Jeremia 4:19. O bonzend ​hart! O razend ​hart! Ik krimp ineen van pijn! Ik kan niet zwijgen, tot in mijn ziel voel ik het hoorngeschal, hoor ik het krijgsgeschreeuw. [waarom deze vertaling?]

Klaagliederen 3:21-24. Toch geef ik de hoop niet op, want hieraan houd ik vast: Genadig​ is de HEER: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen grenzen. Elke morgen schenkt hij nieuwe weldaden. – Veelvuldig blijkt uw trouw! Ik besef: mijn enig bezit is de HEER, al mijn hoop is op hem gevestigd.

Ezechiël 13:6. Hun visioenen zijn bedrieglijk, hun voorspellingen zijn vals. Ze zeggen: ‘Zo ​spreekt de HEER​ …,’ terwijl ze niet door de HEER gezonden zijn. En dan verwachten ze nog dat er iets van hun woorden bewaarheid wordt!
Ezechiël 19:5. Toen zij zag dat haar wachten vergeefs en haar hopen zinloos was, koos zij een andere van haar welpen uit. Ook hij werd een sterke leeuw.

Micha 5:6. En wat er van ​Jakob​ is overgebleven, te midden van machtige volken, zal zijn als dauw die van de HEER komt, als regendruppels op het groen, dat niets verwacht van een mens en niet naar mensenkinderen uitziet.
Micha 7:7. Maar ik, ik blijf uitzien naar de HEER, ik blijf hopen op de God die mij redding zal brengen. Hij zal mij horen, mijn God.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Wie gingen of gaan hopen? De eilanden. <mij niet bekend waar die voor staan> Jesaja. Waarop hopen ze? Op een krachtig optreden van God.

Klaagliederen 3:21-24 geeft een mooi rijtje waarop de hoop was gevestigd. Ook dit is te zingen als lied.

Je kunt ook valse hoop hebben op God. Ezechiël. Of hoop op mensen. Ezechiël.

In Micha gaat het om een moeilijke tijd waarin de mensen toch hoop houden op God.

Tikvah (Hoop)

Dit woord komt in 33 verzen voor, hier staan ze allemaal.

Jozua 2:18 en 21. 18 Wanneer we dit land binnentrekken, moet je dit rode koord aan het venster binden waardoor je ons hebt laten zakken. Zorg er dan voor dat je vader en moeder, je broers en je hele verdere ​familie​ bij je in huis zijn. 21 Rachab stemde hiermee in en liet de mannen gaan. En ze bond het rode koord aan het venster. [het woord heeft de betekenis van lijn of koord maar ook van hoop. In dit geval was het koord ook een teken van hoop. Het zou best kunnen dat er voor een koord is gekozen vanwege die dubbele betekenis]

Ruth 1:12. Ga toch terug, want ik ben te oud voor een man. Zelfs al zou ik nog hoop koesteren, zelfs al sliep ik vannacht nog met een man en al bracht ik nog zonen ter wereld –

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Dat koord van Rachab was een beeld van hoop voor haar en doordat ze het in het openbaar liet zien werd het ook werkelijkheid.

Uit het boek Job:
Job 4:6. Vertrouw je niet op je ontzag voor God, geeft je onbesproken levenswandel je geen hoop?
Job 5:16. Er is hoop voor de weerlozen – het kwaad wordt de mond gesnoerd.
Job 6:8. Laat toch gebeuren waar ik om vraag, laat God mijn hoop verwerkelijken.
Job 7:6. Mijn dagen gaan sneller dan een weversspoel, ze haasten zich naar een einde zonder hoop.
Job 8:13. Dat is het lot van hem die God vergeet, de hoop van de trouweloze gaat teloor.
Job 11:18. Je zult vol vertrouwen zijn, er is hoop, je zult je veilig weten, je kunt rustig slapen.
Job 11:20. Maar de ogen van de goddelozen doven, zij vinden nergens meer een toevlucht; hun enige vooruitzicht is de dood.’
Job 14:7. Voor een boom is er altijd hoop: als hij wordt omgehakt, loopt hij weer uit, er blijven nieuwe loten komen.
Job 14:19. water slijpt stenen tot stof, aarde wordt door regens weggespoeld. Zo doet u de hoop van de mens teniet.
Job 17:15. En waar is dan mijn hoop, mijn hoop, wie kan die nog bespeuren?
Job 19:10. Hij heeft mij omvergehaald, ik lig terneer; mijn hoop heeft hij ontworteld als een boom.
Job 27:8. Waarop kan de misdadiger hopen, wanneer God zijn levensdraad afsnijdt en hem de stilte van de dood oplegt?

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Daar wil ik nog verder over nadenken.

Uit het boek van de Psalmen:
Psalm 9:19. Maar God vergeet de armen niet, voor de zwakken is niet alle hoop verloren.
Psalm 62:6. Waarlijk, mijn ziel, keer u stil tot God, want van Hem is mijn verwachting. [NBG]
Psalm 71:5.U bent mijn enige hoop, HEER, mijn God, van jongs af vertrouw ik op u.

Spreuken 10:28. Een rechtvaardige heeft vreugde te verwachten, een goddeloze hoeft op niets te hopen.
Spreuken 11:7. Wanneer een goddeloze sterft, gaat al zijn hoop verloren, van zijn rijkdom hoeft hij niets te verwachten.
Spreuken 11:23. Wat een rechtvaardige verlangt, brengt niets dan goeds, wat een goddeloze hoopt, veroorzaakt rampspoed.
Spreuken 19:18. Tuchtig je zoon, dan is er hoop, zorg ervoor dat hij niet sterft.
Spreuken 23:17-18. Wees niet jaloers op zondaars, heb altijd ​ontzag​ voor de HEER. Dan heb je een toekomst, je hoop gaat niet verloren.
Spreuken 24:14. Zie wijsheid als de honing voor je leven. Als je wijsheid vindt, heb je een toekomst, je hoop gaat niet verloren.
Spreuken 26:12. Ken je iemand die zichzelf veel wijsheid toedicht? Voor een dwaas is er meer hoop dan voor hem.
Spreuken 29:20. Heb je wel eens iemand gezien die altijd met zijn woorden klaarstaat? Voor een dwaas is er meer hoop dan voor hem.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Wat iemand zonder God hoopt brengt rampspoed. Spreuken 11.

Hoop kan ook gaan over een beter leven als mens. Door tuchtiging als kind, niet jaloers zijn op zondaren en ontzag voor de HEER en wijsheid heb je hoop op een beter leven.

Als je jezelf veel wijsheid toedicht of altijd met je woorden klaar staat is de hoop juist minder.

Uit de profetenboeken:
Jeremia 29:11. Mijn plan met jullie staat vast – ​spreekt de HEER. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik zal je een hoopvolle toekomst geven.
Jeremia 31:17. Je hebt een hoopvolle toekomst, je ​kinderen​ keren naar hun eigen land terug – ​spreekt de HEER.

Klaagliederen 3:29. Laat hij zich neerwerpen en stof likken, misschien is er hoop.

Ezechiël 19:5. Toen zij zag dat haar wachten vergeefs en haar hopen zinloos was, koos zij een andere van haar welpen uit. Ook hij werd een sterke leeuw. [dit is onderdeel van een gelijkenis over koningen van Juda]
Ezechiël 37:11. En hij zei tegen mij: ‘Mensenkind, deze beenderen zijn het volk van Israël. Het zegt: “Onze botten zijn verdord, onze hoop is vervlogen, onze levensdraad is afgesneden.”

Hosea 2:17. Daar zal ik haar wijngaarden aan haar teruggeven, het Achordal maak ik tot een poort van hoop. En zij zal mijn liefde beantwoorden als in de tijd van haar jeugd, als op de dag dat ze wegtrok uit Egypte.

Zacharia 9:12. Keer terug naar de burcht, gevangenen. Jullie hoop is niet vergeefs geweest, want ook nu geldt de toezegging aan Sion: ik zal je dubbel schadeloosstellen.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
De belofte van een hoopvolle toekomst, die God wil geven aan het volk Israël is er, denken wij, ook voor de mensen, die bij God samen met het volk Israël willen horen. Jeremia.

Aan de profeet Ezechiël geeft God een beeld dat doodsbeenderen, die in het dal liggen weer tot leven zullen komen. Een soort opstanding van de doden, maar dan van een heel volk.

In het dal van Achor had Israël de goede relatie met God verknoeid doordat iemand had gestolen van wat aan God toebehoorde. God werd woedend op het volk Israël. Zie het boek Jozua hoofdstuk 7. Maar God zal dit tot een deur van hoop maken.

In Zacharia gaat het over de komst van de koning in Jeruzalem, die vrede over heel de aarde zal brengen. Bij dat beeld van hoop geldt ook een dubbele schadeloosstelling. Zacharia.

Kecel

Dit woord komt dertien keer voor, drie keer in de betekenis van ‘hoop’.

Job 8:14. Dat is het lot van hem die God vergeet, de hoop van de trouweloze gaat teloor.
Job 31:24. Heb ik mijn hoop gevestigd op goud, van het fijnste goud gezegd: “Daarop vertrouw ik”?

Psalm 78:7. Dan zouden zij op God vertrouwen, Gods grote daden niet vergeten en zich richten naar zijn geboden.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Als je niet trouw bent, dan zal je hoop vervliegen. Hoop vestigen op goud is ook onverstandig.

Het overdenken van wat God heeft gedaan en kijken en doen wat God heeft geboden, deze zaken geven hoop.

4. Kavah.
Dit woord komt in 45 verzen voor. Het betekent vooral ‘wachten op’. Hier staan de enkele verzen, die in de NBV met ‘hoop’ zijn vertaald.

Psalm 25:21. Onschuld en oprechtheid mogen mij bewaren, op u is mijn hoop gevestigd.
Psalm 37:34. Vestig je hoop op de HEER en blijf op de weg die hij wijst, hij zal je aanzien geven en grondbezit, je zult beleven dat zondaars worden verdelgd.
Psalm 39:8. Wat heb ik dan te verwachten, Heer? Mijn hoop is alleen op u gevestigd.

Jesaja 8:17. Ik stel mijn vertrouwen in de HEER, hoewel hij zich voor het volk van Jakob verborgen houdt; ik heb mijn hoop op hem gevestigd.
Jesaja 25:9. Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God! Hij was onze hoop: hij zou ons redden. Hij is de HEER, hij was onze hoop. Juich en wees blij: hij heeft ons gered!’
Jesaja 33:2. O HEER, wees ons genadig, op u vestigen wij onze hoop. Wees ons tot steun, iedere dag opnieuw, red ons in tijden van nood.
Jesaja 60:9. De kustlanden hebben hun hoop op mij gevestigd. De schepen uit Tarsis gaan voorop om je kinderen van verre terug te brengen; ze hebben zilver en goud bij zich ter ere van de HEER, je God, de Heilige van Israël, die jou deze luister heeft verleend.

Jeremia 14:22. Brengen die nietige goden van andere volken soms regen, of schenkt de hemel buien uit zichzelf? U, de HEER, onze God, doet dat toch? Wij vestigen onze hoop op u, want u hebt alles gemaakt.’

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Wij hopen op de HEER. Psalmen en Jesaja.

5. Towlechet
Dit zelfstandig naamwoord, waarvan de wortel het eerste woord, yachal is, komt zes keer voor in de Bijbel. Hier alle zes verzen.

Job 41:9. 411De hoop van elke aanvaller wordt beschaamd, alleen al bij zijn aanblik wordt hij teruggeworpen. [in de NBV is het Job 41:1]

Psalm 39:7. Wat heb ik dan te verwachten, Heer? Mijn hoop is alleen op u gevestigd. [in de NBV is dit vers 8]

Spreuken 10:28. Een rechtvaardige heeft vreugde te verwachten, een goddeloze hoeft op niets te hopen.
Spreuken 11:7. Wanneer een goddeloze sterft, gaat al zijn hoop verloren, van zijn rijkdom hoeft hij niets te verwachten.
Spreuken 13:12. Almaar onvervulde hoop maakt ziek, vervuld verlangen is een levensboom.

Klaagliederen 3:18. Steeds denk ik: Verdwenen is mijn glans, vervlogen mijn hoop op de HEER.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Iemand, die niet met God leeft, heeft niets aan rijkdom als hij overlijdt. Spreuken.

Spreuken 13:12 geeft een nieuw onderwerp namelijk onvervulde hoop. Die maakt namelijk ziek.

Hopen, wachten (sjabar)

Dit zijn de teksten waarin het woord hopen of wachten voorkomt.

Rth 1:13
Neh 2:13, 15
Est 9:1
Psa 104:27
Psa 119:166
Psa 145:15
Isa 38:18

Er is ook een zelfstandig naamwoord van dit woord dat twee keer voorkomt.
Psalm 119:116. Steun mij zoals u hebt beloofd, en ik zal leven, beschaam mijn verwachting niet.
Psalm 146:5. Gelukkig wie de God van Jakob tot hulp heeft, wie zijn hoop vestigt op de HEER, zijn God.

7. Bittachown
Dit zelfstandig naamwoord komt van het werkwoord batach H982 dat vooral vertrouwen betekent. Het woord komt drie keer voor in de Bijbel. Hier alle drie teksten.

2 Koningen 18:19. De rabsake zei tegen hen: ‘Zeg tegen ​Hizkia: “Dit zegt de grote ​koning, de ​koning​ van ​Assyrië: ‘Waarop berust toch dat vertrouwen van u?

Prediker 9:4. Voor wie nog leven mag, is er nog hoop; beter een levende hond dan een dode leeuw.

Jesaja 36:4. Zelfde tekst als 2 Koningen.

8. Mabbat
Dit woord komt drie keer voor in de Bijbel en alle keren in de betekenis van verwachting.

Jesaja 20:5. De mensen zullen verbijsterd en beschaamd staan vanwege Nubië, waarop hun hoop gevestigd was, en vanwege Egypte, hun trots.
Jesaja 20:6. Dan zullen de bewoners van de kuststreek verzuchten: “Als het hun al zo vergaat, onze hoop, bij wie wij onze toevlucht hebben gezocht om aan de koning van Assyrië te ontkomen, hoe kunnen wij dan gered worden?”’

Zacharia 9:5. Wanneer Askelon dat ziet, zal het schrikken, en Gaza zal beven van angst. Zo ook Ekron, dat zijn hoop in rook ziet opgaan. Uit Gaza verdwijnt de koning, Askelon raakt ontvolkt.

Wat kunnen we van de teksten van deze drie woorden leren?
We kunnen bij God pleiten op zijn beloften.
Psalm 119:116. Steun mij zoals u hebt beloofd, en ik zal leven, beschaam mijn verwachting niet.

Het is belangrijk als je als mens een goede keus maakt om je vertrouwen op te stellen. Psalm 146:5. Gelukkig wie de God van Jakob tot hulp heeft, wie zijn hoop vestigt op de HEER, zijn God.

Hoop op belangrijke mensen, andere landen of hoop op eigen kracht kan zomaar onterecht zijn.

Er is ook een mooi spreekwoord dat klinkt als ‘zolang er leven is, is er hoop’. Prediker 9:4.

Mikveh


Het woord mikveh komt in tien verzen voor. In de tijd van Jezus was dit het woord voor het reinigingsbad dat de joden o.a. gebruikten om zich geestelijk te reinigen voor de feesten. En wat de christenen gebruikten om de nieuwe christenen te dopen.

Een mikveh was van oorsprong een poel met water. In de Joodse traditie ging men eigen poelen maken. Een soort van wat groot uitgevallen badkuipen.

Net als het scharlaken koord van Rachal werden deze badkuipen ook een teken van en het woord voor hoop.

Ezra 10:2. Toen nam Sechanja, de zoon van Jechiël, een van de zonen van Elam, het woord. Hij zei tegen ​Ezra: ‘Wij zijn onze God ontrouw geweest, wij zijn getrouwd met uitheemse vrouwen, afkomstig uit de bevolking van het land. En toch, ondanks dat, is er hoop voor Israël.

Jeremia 14:8. Bron van hoop voor Israël, redder in tijden van nood, waarom bent u als een vreemdeling in dit land, als een reiziger die maar één nacht blijft?
Jeremia 17:13. HEER, bron van Israëls hoop, wie u verlaten, zullen te schande staan, wie van u weggaan, zullen in het stof worden geschreven, want ze hebben de HEER, de bron van levend water, verlaten.
Jeremia 50:7. Voor wie hun pad kruisten, waren ze een prooi. Hun belagers zeiden: “Wij maken ons niet schuldig, zijzelf hebben gezondigd tegen de HEER, hun ware weidegrond, tegen de HEER, de bron van hoop voor hun voorouders.” [de NBV vertaalt mikveh hier steeds met ‘bron van hoop’. Andere vertalingen alleen met ‘hoop’. Maar in dat vertaalde woord zit niet de dubbele betekenis]

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Het volk Israël ontdekte na de ballingschap, toen ze weer in Israël waren, dat het tegen Gods gebod was, dat ze met buitenlandse vrouwen waren getrouwd. Ondanks deze overtreding had men de moed en de hoop om een rigoureuze maatregel te nemen om de relatie met God te herstellen. Ze zonden namelijk hun vrouwen en kinderen weg. Hoe afschuwelijk ook.

God is onze bron van hoop. Wat een mooie uitdrukking. Hij is als de doop in het reinigingsbad. Dat geeft hoop.

Hopen in de nieuwe tijden

Er komt in het Nieuwe Testament maar één werkwoord en één zelfstandig naamwoord voor dat je met hoop kan vertalen. Dat zijn de woorden elpizo en elpis. Deze woorden komen 89 keer voor in 79 verzen. Zie in de tabel hieronder.

WoordSoort
woord
StrongOpmerkingen:
1ἐλπίς
elpis
Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
G1680Hoop.
Komt 54 keer voor in 48 verzen.
KJV: hope (53x), faith (1x).
2ἐλπίζω
elpizō
WerkwoordG1679Hopen.
Komt 35 keer voor in 31 verzen.
KJV: trust (18x), hope (10x),
hope for (2x), things hoped
for (1x), variations of ‘hope’
(1x).
3προσδοκάω prosdokaōWerkwoordG4328Verwachten.
Komt 16 keer voor in 15 verzen.
KJV: look for (8x), waited for (with G2258) (2x), expect (1x), be in expectation (1x), look (1x), look when (1x), waiting for (1x), tarry (1x).
4ἀπεκδέχομαι apekdechomaiWerkwoordG553Uitkijken
Komt 7 keer voor in zeven verzen.
KJV: wait for (5x), look for (2x).
5ἀναμένω anamenōWerkwoordG362Komt eenmaal voor
KJV: wait for (1x).

Hieronder eerste aandacht voor het zelfstandig naamwoord hoop en daarna voor het werkwoord hopen.

Elpis is het Griekse woord voor toekomstverwachting. Je kunt hoop hebben voor allerlei dingen, maar de mooiste hoop is Jezus. Met Jezus ziet de toekomst er mooi uit.

Hieronder staan alle verzen, 48 over de hoop en 31 over het werkwoord hopen, die in het Nieuwe Testament voorkomen.

Hopen in de evangeliën

In de evangeliën kom je alleen het werkwoord elpizo, dat je met hopen kunt vertalen voor.

Matteüs 12:21. Op zijn naam zullen alle volken hun hoop vestigen. Opmerking: Matteüs citeert hier een profetie van Jesaja, die hij toepast op Jezus.

Dit gaat over wat mensen heel menselijk kunnen hopen.
Lucas 6:34. En als u leent aan hen van wie u hoopt terug te ontvangen, wat voor dank komt u daarvoor toe? Immers, ook de zondaars lenen aan zondaars, om hetzelfde terug te ontvangen.

En de laatste teksten van deze paragraaf gaat het er om dat mensen van Jezus dingen kunnen hopen, die hij niet zal doen.

Lucas 23:8. Herodes was bijzonder blij toen hij Jezus zag, want hij wilde hem al heel lang ontmoeten omdat hij veel over hem gehoord had. Bovendien hoopte hij hem een wonder te zien doen.
Opmerking: Jezus is niet de man van de trucjes. Er gebeuren alleen wonderen als mensen in nood zijn, als God daarom wil helpen.

Lucas 24:21. Wij leefden in de hoop dat hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeurd is.

Johannes 5:45. U moet niet denken dat ik u bij de Vader zal aanklagen; Mozes, op wie u uw hoop hebt gevestigd, klaagt u aan.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Jezus is de hoop van de volken. Zie Matteüs. Als gelovige uit de volken erken ik dat. Zeker dat is zo.

De mensen in de tijd van Jezus hoopten dat hij Israël zou bevrijden. Dat gebeurde ook, maar op een andere manier. Lukas.

Velen hadden hun hoop op Mozes, dat is de wet, gevestigd. Dat het volledig naleven van die wet hun het goede leven zou geven. Maar dat is niet zo. Je kunt veel beter op Jezus hopen. Zie Johannes 5:45.

Hopen in het boek Handelingen

Dit is uit de toespraak van Petrus op die beroemde Pinksterdag. Hij verwijst naar Psalm 16:8-11.
Handelingen 2:25-28. Want ​David​ zegt van Hem: Ik zag de Here te allen tijde voor mij; want Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet wankelen zou. Daarom is mijn ​hart​ verheugd en mijn tong verblijd, ja, ook mijn vlees zal nog een schuilplaats vinden in hope, omdat Gij mijn ziel niet aan het dodenrijk zult overlaten, noch uw ​heilige​ ontbinding doen zien. Gij hebt mij wegen ten leven doen kennen; Gij zult mij vervullen met verheuging voor uw aangezicht. [NBG]

Opmerking: David had er al hoop op dat God zijn ziel niet aan het dodenrijk zal overlaten. Dat zijn ziel niet voor altijd in het dodenrijk zou moeten blijven. En dat hijzelf niet zal ontbinden.

En dit gaat over hoop, die zakenlieden wel hebben als ze investeren. Ze hopen op een mooie omzet en op winst.
Handelingen 16:19. Toen haar meesters zagen dat hun hoop op inkomsten verdwenen was, grepen zij ​Paulus​ en Silas en sleurden hen mee naar de markt, voor de stadsbestuurders. [HSV]

Handelingen 23:6. En Paulus, die wist dat het ene deel bestond uit Sadduceeën en het andere uit Farizeeën, riep in de Raad: Mannenbroeders, ik ben een Farizeeër en zoon van een Farizeeër. Ik word geoordeeld over de hoop en de opstanding van de doden. [HSV]
Opmerking: De Farizeeën geloofden ook in de opstanding van de doden zo ook Paulus.

Handelingen 24:15. … en evenals mijn aanklagers hoop en verwacht ik dat God zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen uit de dood zal doen opstaan.

Hier hoopte … op steekpenningen van Paulus, hoop op corruptie dus.
Handelingen 24:26. Maar intussen hoopte hij dat Paulus hem geld zou aanbieden; daarom liet hij hem telkens weer komen voor een gesprek.

Handelingen 26:6-7. Nu sta ik terecht omdat ik hoop op de vervulling van de belofte die God aan onze voorouders heeft gedaan. Ook de twaalf stammen van ons volk hopen daarop en dienen God volhardend, dag en nacht. Omwille van deze hoop word ik door de Joden aangeklaagd, majesteit!
Opmerking: De Studiebijbel geeft aan dat de hoop op de komst van de Messias is bedoeld, met zijn vrederijk.

Handelingen 27:20. Dagenlang waren de zon noch de sterren te zien en bleef de storm in alle hevigheid woeden, zodat we ten slotte elke hoop op redding verloren.

Handelingen 28:20. Dat is de reden waarom ik u verzocht heb hier met mij te komen spreken, want het is juist omwille van de hoop die Israël koestert dat ik deze boeien draag.
Opmerking: hier gaat het ook om de hoop op de Messias.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Als christenen hebben we de hoop dat onze ziel niet tot ontbinding overgaat en ook niet in dodenrijk wordt overgelaten. Handelingen 2. We hebben zelfs hoop op de opstanding uit de doden. Dat is inclusief ons lichaam. Handelingen 23. Dat niet alleen de rechtvaardigen opstaan uit de dood, maar ook de onrechtvaardigen. Handelingen 24. Waarom zou Paulus daar op hopen? Hoop op gerechtigheid, op verffening denk ik.

Paulus hoopt ook op de vervulling van de belofte, die aan zijn voorouders is gedaan. Zou dat de belofte van overvloed zijn en van leidend zijn van Israël t.o.v. andere volken? Zeker ook de belofte van leven en die gaat verder dat het leven in deze tijd hier op aarde. Handelingen 26 en 28.

Er wordt ook over de menselijke hoop gesproken. Hoop op inkomsten, die verloren ging. Handelingen 9. En de hoop op redding, die de mensen opgaven maar er uiteindelink wel kwam. Handelingen 27.

Hopen in de brieven van Paulus

Abraham bleef geloven en hopen dat wat God tegen hem had gezegd zou gaan gebeuren, ook al moest hij daar lang op wachten.

De hoop van Abraham was nakolingen zoals God had gezegd.
Romeinen 4:18. Hoewel het eigenlijk niet kon, bleef Abraham hopen en geloven dat hij de vader van vele volken zou worden, zoals hem was beloofd: ‘Zo talrijk zullen je nakomelingen zijn.’

De hoop voor ons is dat we door het geloof toegang krijgen tot Gods genade en dat we in de luister van Jezus mogen delen.
Romeinen 5:2. Dankzij hem hebben we door het geloof toegang gekregen tot Gods genade, die ons fundament is, en in de hoop te mogen delen in zijn luister prijzen we ons gelukkig.
Opmerking: hier is de hoop van Gods heerlijkheid (doxa). Is dat iets voor de toekomst? Ik denk in dit leven, het kan je zomaar ineens overkomen.

Als er verdrukkingen zijn, moeilijke momenten.
Romeinen 5:4-5. … volharding tot betrouwbaarheid, en betrouwbaarheid tot hoop. Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is.
Opmerking: door moeiijke momenten heen kunnen we weer ineens Gods luister of heerlijkheid ontvangen. [Studiebijbel] Zie ook de vorige tekst.

In deze tekst komt het werkwoord en zelfstandignaamwoord hopen en de hoop voor en ook drie het Griekse woord apekdechomai verwachten, die woorden zijn schuin gedrukt.
Romeinen 8:19-25. De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods ​kinderen​ zijn. Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door hem die haar daaraan heeft onderworpen. Maar ze heeft hoop gekregen, omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods ​kinderen​ geschonken wordt. Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt. En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we ​kinderen​ van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan. In deze hoop zijn we gered. Als we echter nu al zouden zien waarop we hopen, zou het geen hoop meer zijn. Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien? Maar als wij hopen op wat nog niet zichtbaar is, blijven we in afwachting daarvan volharden.

Opmerking: speciaal is hier dat de schepping verwacht en hoopt op het zichtbaar worden van de kinderen van God.

Romeinen 12:12. Wees verheugd door de hoop die u hebt, wees standvastig wanneer u tegenspoed ondervindt, en bid onophoudelijk.
Opmerking: ook hier weer de hoop op de heerlijkheid van God [Studiebijbel]

Romeinen 15:4. Want alles wat eertijds geschreven is, is tot onze onderwijzing eerder geschreven, opdat wij in de weg van volharding en vertroosting door de Schriften de hoop zouden behouden. [HSV]
Opmerking: de hoop is op de Messsias [Studiebijbel]

Romeinen 15:12-13. En verder zegt Jesaja: ‘Isaï zal een telg voortbrengen: hij die komt om over de heidenen te heersen; op hem zullen zij hun hoop vestigen.’ Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest.
Opmerking: ook hier gaat het om de komst van de Messias en Zijn Koninkrijk [Studiebijbel]

En hier gaat om wat we kunnen hopen in ons dagelijks leven.
Romeinen 15:24. … hoop ik dat te doen wanneer ik naar Spanje ga. Ik hoop u op weg daarheen te ontmoeten om mijn reis daarna met uw hulp voort te zetten, maar niet voordat ik enige tijd van uw gezelschap genoten heb.

1 Korintiërs 9:10. Of zegt hij dit om ons? Om ons natuurlijk, want het is ook om ons dat er staat: ‘Een ploeger en een dorser werken beiden in de hoop op een aandeel in de oogst.’

Dit staat in het hoofdstuk over de liefde.
1 Korintiërs 13:7. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.
1 Korintiërs 13:13. Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

1 Korintiërs 15:19. Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zijn wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn. [wij hopen namelijk op opwekking uit de dood voor een nieuw leven]
1 Korintiërs 16:7. Ik wil u dus niet alleen op doorreis bezoeken, maar hoop wat langer bij u te blijven, als de Heer het toestaat. [menselijk verkeer]

2 Korintiërs 1:7. De hoop die wij voor u hebben is gegrond: we weten dat zoals u deelt in ons lijden, u ook deelt in de troost die ons gegeven wordt.

2 Korintiërs 1:10. … die ons heeft gered en ons opnieuw zal redden uit eenzelfde doodsgevaar. Op hem hebben we onze hoop gevestigd: hij zal ons altijd redden. [‘die’ is God, die de doden opwekt]
2 Korintiërs 1:13. Wat u in onze brieven leest en eruit begrijpt, hebben we ook precies zo bedoeld. Ik hoop dat u eens ten volle zult begrijpen.

2 Korintiërs 3:12. Dit is onze hoop, en daarom handelen we in alle openheid. [bij dit gaat het over de overweldigende luister, die de Geest brengt]

2 Korintiërs 5:11 Vervuld van ontzag voor de ​Heer, proberen we iedereen te overtuigen. God weet precies wie en wat wij zijn; hopelijk weet u het ook wanneer u te rade gaat bij uw geweten.

2 Korintiërs 8:5. En zij deden niet alleen zoals wij gehoopt hadden, maar zij gaven zich eerst aan de Heere en daarna aan ons, door de wil van God. [HSV]

2 Korintiërs 10:15. En wij beroemen ons niet onbegrensd op de inspanningen van anderen, maar wij hebben hoop dat, wanneer uw geloof gegroeid zal zijn, ons werkterrein onder u overvloedig uitgebreid zal worden, overeenkomstig wat God ons toegewezen heeft. [HSV]

2 Korintiërs 13:5-6. Onderzoek bij uzelf of u vast op God vertrouwt, stel uzelf op de proef. U weet toch van uzelf dat Jezus ​Christus​ in u is? Als dat niet zo is, dan hebt u de proef niet doorstaan. Hopelijk begrijpt u dat dit wel voor ons geldt.

Galaten 5:5. Want wij verwachten door de Geest, uit het geloof, de hoop van de ​gerechtigheid. [HSV]

Efeziërs 1:18. … namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn ​erfenis​ in de ​heiligen … [HSV]

Efeziërs 2:12. bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus, geen deel had aan het burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden. U leefde in een wereld zonder hoop en zonder God.

Efeziërs 4:4. … één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping,

Kolossenzen 1:3-5. Wij danken de God en Vader van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ altijd wanneer wij voor u ​bidden, omdat wij gehoord hebben van uw geloof in ​Christus​ ​Jezus​ en van de ​liefde​ die u hebt voor alle ​heiligen, vanwege de hoop die voor u is weggelegd in de hemelen. Hiervan hebt u eerder gehoord door het Woord van de waarheid, namelijk van het ​Evangelie.
Kolossenzen 1:23. Maar dan moet u blijven geloven, onwrikbaar gegrondvest zijn in de hoop die het evangelie brengt, het evangelie dat u gehoord hebt en dat aan alle schepselen onder de hemel verkondigd is, en waarvan ik, Paulus, de dienaar ben geworden.
Kolossenzen 1:27. Aan hen heeft God bekend willen maken hoe glorierijk dit mysterie is voor alle volken: Christus is in u, hij is uw hoop op goddelijke luister.

1 Tessalonicenzen 1:2-3. Wij danken God altijd voor u allen, wanneer wij aan u denken in onze ​gebeden, en zonder ophouden denken aan het werk van uw geloof, de inspanning van uw ​liefde​ en de volharding van uw hoop op onze Heere ​Jezus​ ​Christus, voor het aangezicht van onze God en Vader.
1 Tessalonicenzen 2:19. Want wie is onze hoop en vreugde? Wie is onze erekrans wanneer we voor Jezus, onze Heer, staan bij zijn komst? Wie anders dan u?
1 Tessalonicenzen 4:13. Broeders en zusters, wij willen u niet in het ongewisse laten over de doden, zodat u niet hoeft te treuren, zoals zij die geen hoop hebben.
1 Tessalonicenzen 5:8. … maar laten wij, die toebehoren aan de dag, op onze hoede zijn, omgord met het harnas van geloof en liefde, en getooid met de helm van de hoop op redding.

2 Tessalonicenzen 2:16. Mogen onze Heer Jezus Christus en God, onze Vader, die ons zijn liefde heeft getoond en ons door zijn genade blijvende steun en goede hoop gegeven heeft,

Filippenzen 1:20. Het is mijn stellige hoop en verwachting dat ik mij nergens voor zal hoeven te schamen, maar dat Christus bij alles wat mij overkomt in alle openheid geëerd zal worden, of ik nu in leven blijf of moet sterven.

Filippenzen 2:19. In vertrouwen op de Heer Jezus hoop ik dat ik Timoteüs snel naar u toe kan sturen; het zal mij goeddoen te weten hoe het met u gaat. [menselijk verkeer]
Filippenzen 2:23. Hem hoop ik dus te sturen, zodra het duidelijk is wat er met me zal gebeuren. [menselijk verkeer]

1 Timoteüs 1:1. Van Paulus, apostel van Christus Jezus in opdracht van God, onze redder, en van Christus Jezus, onze hoop.

1 Timoteüs 3:14. Hoewel ik hoop spoedig naar je toe te komen, schrijf ik je dit alles. [menselijk verkeer]
1 Timoteüs 4:10. Hiervoor zwoegen en strijden wij, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die de redder is van alle mensen, bovenal van de gelovigen.
1 Timoteüs 5:5. Een weduwe die helemaal alleen staat, houdt haar hoop op God gevestigd en blijft smeken en bidden, dag en nacht.
1 Timoteüs 6:17. Draag de rijken van deze wereld op niet hoogmoedig te zijn en hun hoop niet in zoiets onzekers te stellen als rijkdom, maar op God, die ons rijkelijk van alles voorziet om ervan te genieten.

Titus 1:2. … die hoop geeft op het eeuwige leven dat God, die niet liegt, vóór alle tijden heeft beloofd.
Titus 2:11-13. Want de zaligmakende ​genade​ van God is verschenen aan alle mensen, en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, ​rechtvaardig​ en godvruchtig te leven, terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, ​Jezus​ ​Christus. [HSV]
Titus 3:6-7. Die (de Heilige Geest) heeft Hij in rijke mate over ons uitgegoten door Jezus ​Christus, onze Zaligmaker, opdat wij, gerechtvaardigd door Zijn ​genade, erfgenamen zouden worden, overeenkomstig de hoop van het eeuwige leven. [HSV]

Filemon 1:22. Ten slotte: maak voor mij een kamer in orde, want ik heb goede hoop dat ik dankzij de gebeden van u allen aan u teruggegeven word.

Wat kunnen we van deze teksten leren?

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Abraham bleef ondanks de omstandigheden, die het tegendeel vertelden, hopen op een talrijk nageslacht. Romeinen 4.

We hopen dat we zullen delen in de luister van Jezus. De Heilige Geest helpt ons om daar op te blijven hopen. Romeinen 5.

De schepping, mag hoop hebben op onvergankelijkheid en ook dat ze mag delen in de vrijheid en luister van de kinderen van God. En wij hopen op de verlossing van ons sterfelijk bestaan. Romeinen 8.

De hoop helpt ons om blij en standvastig te zijn. Romeinen 12.

De boeken van het Oude Testament en de kracht van de Heilige Geest helpen ons met de hoop. De hoop geeft ons vreugde en vrede. Romeinen 15.

Hoop is een oorzaak voor liefde. Maar andersom ook. Liefde geeft ook hoop. En: we hopen op een opwekking uit de dood. 1 Korintiërs <<>>

De arbeiders zoals wij hopen op meedelen in de oogst. “Geloof, hoop en liefde”, de klassieker. 1 Korintiërs 13.

We zullen ook delen in de troost, die ook Paulus en zijn metgezellen werd gegeven. 2 Korintiërs 1.

We hopen op God, die uit de doden opwekt is onze hoop gevestigd. 2 Korintiërs. We hopen op de levende God. 1 Timoteüs.

De overweldigende luister, die de Geest brengt is onze hoop. Wij hopen ook dat ons werkterrein overvloedig uitgebreid zal worden, overeenkomstig wat God ons toegewezen heeft . 2 Korintiërs 3 en 10.

Onze hoop is hoop op gerechtigheid. Galaten 5.

Een leven zonder verbonden te zijn met God, en dat gaat via zijn oude en zijn nieuwe volk, is een leven zonder hoop. Efeziërs 2. Dan heb je ook geen hoop als er mensen om je heen overlijden. 2 Tessalonicenzen.

Je krijgt als persoon of als gemeente een roeping van God. En dat is ook je hoop. Efeziërs.

Het was de hoop van de apostel Paulus dat bij alles wat hem nog zou overkomen, en de vooruitzichten waren niet best, dat Christus daarin geëerd zou worden. Filippenzen.

Paulus spreekt in Kolossenzen over “de hoop die voor u is weggelegd in de hemelen”. En dat is niet alleen voor later, maar ook voor nu. De hemel kan voor je huidige leven dingen rechtzetten. Het evangelie brengt hoop. Als preken die niet brengen, is het niet het evangelie. Christus is in ons, is de hoop op goddelijke luister. Kolossenzen.

Voor de gemeente van Tessalonica is Christus de hoop in hun leven. En voor Paulus is de gemeente waar hij voor werkte de erekrans, dat gaf hem hoop en vreugde.

In 1 Tessalonicenzen 5:8 staat een variant op de wapenrusting van Efeziërs 6:10-17. Hier staat “omgord met het harnas van geloof en liefde en getooid met de helm van hoop op redding”.

Je kunt ook bidden om hoop. Of een ander zegenen met hoop. 2 Tessalonicenzen 2:16.

Jezus is onze hoop. 1 Timoteüs.

De hoop is onder andere de hoop op het eeuwige leven. Dat is hoop op een goed leven en dat het duurt ook als ons lichaam is gestorven. Titus. We hopen ook op het verschijnen van onze Heer Jezus Christus. Nog meer nabijheid met hem, dan nu al. Paulus noemt dat zelfs de zalige hoop. Titus.

De gebeden van de groep rond Filemon gaven de apostel Paulus hoop dat hij naar hen toe kon komen. Filemon.

Hopen in de overige brieven

Hier allereerst de verzen uit de brief aan de Hebreeën.

Dit is een aanmoediging, de hoop helpt ons om de beloften te ontvangen.
Hebreeën 6:11-12. Maar wij verlangen ernaar dat ieder van u dezelfde inzet toont, tot volle zekerheid van de hoop, tot het einde toe, opdat u niet traag wordt, maar navolgers bent van hen die door geloof en geduld de beloften beërven.

De hoop van God helpt ons in dit leven.
Hebreeën 6:18-20. Met deze twee onomkeerbare daden – die uitsluiten dat God liegt – heeft hij ons krachtig moed in willen spreken. Onze toevlucht is het vast te houden aan de hoop op wat voor ons in het verschiet ligt. Die hoop is als een betrouwbaar en zeker ​anker​ voor onze ziel, en gaat ons voor tot voorbij het voorhangsel, waar ​Jezus​ als voorloper al is binnengegaan, ten behoeve van ons: hij is ​hogepriester​ voor eeuwig, zoals ook ​Melchisedek​ dat was.

Hier over de relatie met de wet, die kwamen we al eerder tegen.
Hebreeën 7:19. – de wet heeft trouwens in geen enkel opzicht de volmaaktheid gebracht –, maar de hoop op iets beters treedt ervoor in de plaats, waardoor wij weer dichter tot God kunnen naderen.

Hebreeën 10:23. Laten wij de belijdenis van de hoop onwrikbaar vasthouden, want Hij Die het beloofd heeft, is getrouw.

Hebreeën 11:1. Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.
Opmerking: andere woorden voor grondslag zijn vaste grond en verzekering.

1 Petrus 1:3. Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop.

1 Petrus 1:21. Door hem gelooft u in God, die hem uit de dood heeft opgewekt en hem laat delen in zijn luister, zodat uw geloof tevens hoop is op God.

1 Petrus 3:15. … erken Christus als Heer en eer hem met heel uw hart. Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden.

1 Johannes 3:2-3. Geliefden, nu zijn wij ​kinderen​ van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is. En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij ​rein​ is.

1 Petrus 1:13. Laat uw geest daarom voortdurend paraat zijn, wees waakzaam en vestig al uw hoop op de genade die u ontvangen zult wanneer Jezus Christus zich openbaart.

1 Petrus 3:5. Daarmee tooiden zich vroeger ook de heilige vrouwen die hun hoop op God vestigden en het gezag van hun man erkenden.

2 Johannes 1:12. Hoewel ik u nog veel te zeggen heb, wil ik dat niet doen met inkt op papyrus. Ik hoop naar u toe te komen en persoonlijk met u te spreken; dan zal onze vreugde volkomen zijn.

3 Johannes 1:14. Ik hoop u spoedig te zien; dan kunnen we elkaar persoonlijk spreken. [beide teksten zijn zaken in het menselijk verkeer]

Wat kunnen we van deze teksten leren?

Geloof is de grondslag, vaste grond, verzekering voor de hoop. Hebreeën 11:1.

De hoop geeft onze ziel vastigheid. En dat heeft onze ziel nodig. Hebreeën 6:19.

Doordat we opnieuw geboren zijn, leven we in hoop. 1 Petrus 1:3

Ons geloof is tevens hoop op God (die ons helpt) 1 Petrus 1:10.

Waarop hopen we? We hopen op de genade die we ontvangen als Jezus zich openbaart. 1 Petrus 1.

Als mensen er naar vragen, wees bereid om van je hoop te vertellen. 1 Petrus 3:15.

Dit is de balans voor getrouwde vrouwen. Hoop op God en erkenning van de plaats van de man. 1 Petrus 3.

Wat is de inhoud van de hoop? Als Jezus wordt geopenbaard zullen we Hem gelijk zijn. 1 Johannes.

Prosdokaō, verwachten

Het woord prosdokao naar kijken, uitkijken, uitzien, verwachten komt zestien keer voor in vijftien verzen.

We zien uit of we verwachten omdat we op iets hopen. Als we naar een bijzonder persoon uitzien of een bijzondere gebeurtenis, dan geeft dat hoop.

Matteüs 11:3. … met de vraag: ‘Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?’

Matteüs 24:45-51. Wie is die betrouwbare en verstandige dienaar die de heer heeft aangesteld over zijn huispersoneel om hun op tijd te eten te geven? Gelukkig de dienaar die daarmee bezig is wanneer zijn heer komt. Ik verzeker jullie: hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit. Slecht is echter de dienaar die bij zichzelf zegt: Mijn heer blijft voorlopig nog weg, en die zijn mededienaren begint te slaan en het met dronkaards op een slempen zet. Dan zal de heer van die dienaar komen op een dag waarop hij het niet verwacht en op een tijdstip dat hij niet kent, en hij zal hem straffen met zijn zwaard en hem het lot van de huichelaars laten ondergaan; daar zal hij met hen jammeren en knarsetanden.

In Lukas 1:21 gaat het er op dat ze uitkeken naar het verschijnen van priester Zacharias.

Dit gebeurde bij de prediking van Johannes de Doper.
Lukas 3:15-16. Het volk was vol verwachting, en allen vroegen zich af of Johannes misschien de messias was, maar Johannes zei tegen hen: ‘Ik doop jullie met water, maar er komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om de riemen van zijn sandalen los te maken. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur;

Deze tekst gaat over Johannes de Doper.
Lukas 7:18-20. Johannes kreeg van zijn leerlingen bericht over al deze gebeurtenissen. Hij riep twee van zijn leerlingen bij zich en stuurde hen naar de Heer, aan wie ze moesten vragen: ‘Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?’ Toen de mannen bij hem gekomen waren, zeiden ze: ‘Johannes de Doper heeft ons naar u gezonden om u te vragen: “Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?”’

In Lukas 8:40 keken de mensen naar de komst van Jezus uit.

Lukas 12:45-46. Maar als die dienaar bij zichzelf zegt: Mijn heer komt maar niet, en als hij de knechten en dienstmeisjes gaat slaan, zich volvreet en zich bedrinkt, dan komt de heer van die dienaar op een dag waarop hij het niet verwacht en op een tijdstip dat hij niet kent, en dan zal hij hem straffen met zijn zwaard en hem het lot van de trouwelozen doen ondergaan.

In Handelingen 3:5. Een bedelaar keek uit om iets te ontvangen.
In Handelingen 10:24 kijkt Cornelius uit naar de komst van Petrus.
In Handelingen 27:33 wachten de mensen met eten om ze met en schip in hefitig weer verzeild zijn geraakt.
In Handelingen 28:6 verwachtten de Maltezers dat Paulus na een beet van een slang dood zou neervallen.

Hier kijken de gelovigen naar uit.
2 Petrus 3:12-14 . … u die uitziet naar de dag van God en het aanbreken daarvan bespoedigt! Die dag gaan de hemelsferen in vlammen op, en de elementen vatten vlam en smelten weg. Maar wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. Omdat u hiernaar uitziet, geliefde broeders en zusters, moet u zich inspannen om smetteloos, onberispelijk en in vrede door hem te worden aangetroffen

De tekst 2 Petrus 3:13 zou je als volgt uit je hoofd kunnen leren: Wij verwachten naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar Gods recht woont.

Wat kunnen we leren van deze teksten?
Naast allerlei alledaagse teksten over uitkijken is er het uitkijken van Cornelius om het evangelie te horen. Daar had hij hoop op. Handelingen 10:24.

Er werd ook uitgekeken naar Jezus toen hij op aarde was. Lukas 7 en 8.

En we kijken uit naar de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde waarop Gods recht wonen zal. 3 Petrus 3:13

En tenslotte is het heel onverstandig om het eind van de tijd niet te verwachten en maar raak te leven. Matteüs 24:50. Lukas 12:45-46.

Apekdechomai wachten op, verwachten

Dit woord komt zeven keer voor.

Uitkijken

Rom 8:19, 23, 25.


1 Korintiërs 1:4-7. Ik dank mijn God altijd voor u, omdat hij u in Christus Jezus zijn genade heeft geschonken. Door hem bent u in elk opzicht rijk geworden. Alles wat u zegt en al uw kennis bewijst dat het getuigenis over Christus bij u verankerd is, en hierdoor ontbreekt het u terwijl u op de komst van onze Heer Jezus Christus wacht, aan geen enkele gave van de Geest.

Galaten 5:5. Want door de Geest hopen en verwachten wij dat we op grond van geloof als rechtvaardigen worden aangenomen.


Filippenzen 3:20. Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van daar verwachten wij onze redder, de Heer Jezus Christus.

Hebreeën 9:28. Net zo zeker is het dat Christus, die eenmaal is geofferd om de zonden van velen te dragen, voor een tweede maal zal verschijnen om te redden wie hem verwachten, maar dan gaat het niet meer om de zonde.

Anameno

1 Tessalonicenzen 1:10. … en om zijn Zoon te verwachten uit de hemel: Jezus, die hij uit de dood heeft doen opstaan en die ons zal redden van het komende oordeel.

Andere bronnen

Het nationale volkslied van Israël heet Hatikva, de hoop.

Dit is de Nederlandse vertaling van de tekst:

Zolang in het hart, van binnen,
Een joodse ziel levendig is
En naar het oosten, vooruit,
Het oog naar Zion kijkt
Is onze hoop nog niet verloren
De hoop die al tweeduizend jaren leeft
Een vrij volk te zijn in ons land
Het land van Zion en Jeruzalem

In de christelijke wereld gaan er allerlei liederen over de hoop. Hier een kleinge greep.

Jezus hoop van de volken. (hope of the nations). Opwekking 618.
Mijn hoop is op U HEER. Opwekking 337.

You Tube filmpje van Elly en Rikkert. Er is Hoop.
O.a. dee tekst. Er is geen hoop zeggen de mensen. Er is hoop zegt de Heer Jezus als je doet wat ik heb gedaan.

Samenvatting.

Onderling als mensen hopen en verwachten we van alles van elkaar. Dat is ook in teksten van de Bijbel vastgelegd. Niet echt interessant voor dit onderwerp.

We kunnen ook allerlei dingen van God verwachten en hopen mee te maken of te ontvangen wat ijdele hoop kan zijn, omdat God dat niet heeft beloofd. Hier wat voorbeelden van wat in de Bijbel wordt genoemd.
<<>>

Er waren ook mensen, die op grond van inspiratie van de Heilige Geest een hoop hadden opgebouwd.
Zoals David, die hoopte dat God zijn ziel niet aan het dodenrijk zou overlaten, noch dat hij als ​heilige​ ontbinding zou zien. Handelingen 2:25-28.

Zoals Paulus en de Farizeeën, die hoop hadden op de opstanding van de doden. Handelingen 23:6. Dat God zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen uit de dood zal doen opstaan. Handelingen 24:15

En dan is er natuurlijk de hoop op wat God heeft beloofd. Sommige beloften zijn al voldaan zoals de komst van Jezus in de wereld. Maar andere beloften moeten nog worden voldaan. Hier een rijtje met voorbeelden:
Psalm 37:34. Vestig je hoop op de HEER en blijf op de weg die hij wijst, hij zal je aanzien geven en grondbezit, je zult beleven dat zondaars worden verdelgd.

<<>>

Er wordt ook in de Bijbel aangegeven wat het met je doet als de hoop in je is. Ook hier voorbeelden.
Psalm 146:5. Gelukkig wie de God van Jakob tot hulp heeft, wie zijn hoop vestigt op de HEER, zijn God.

En hier een rijtje met teksten over als wat je hoopt uitblijft.
<<>>

Het is goed om te beseffen dat de christelijke hoop zich vooral richt op een persoon. God wordt genoemd. Of de God van Jacob. Of de levende God. Of de HEER. Ook Jezus wordt genoemd. God is onze bron van hoop.

Hoe kunnen we de christelijke hoop ontvangen?

Net zo zeker is het dat Christus, die eenmaal is geofferd om de zonden van velen te dragen, voor een tweede maal zal verschijnen om te redden

Wie hem verwachten, zal Christus redden. Hebreeën 9:28.

+++++

Je moet soms lang wachten op het werkelijkheid worden van wat is beloofd. Zoals koning Saul, die op Samuël moest wachten. Mensen van geloof houden hoop. Zoals Noach, toen het water begon te zakken. Koning Joram mist het geloof in God en zijn profeten om te wachten. Soms worden we moe van het onze hoop uitspreken. Psalm 69 en 71.

Spreuken 13:12 geeft een nieuw onderwerp namelijk onvervulde hoop. Die maakt namelijk ziek. Maar anderen lukte het om te blijven hopen. Zoals Abraham. Abraham bleef ondanks de omstandigheden, die het tegendeel vertelden hopen op een talrijk nageslacht. Romeinen 4. En In Micha gaat het om een moeilijke tijd waarin de mensen toch hoop houden op God.

Hoe kunnen we leren hopen? Via de voorschriften. Psalm 119. Gods woorden geven ons hoop. Psalm 119.  Het overdenken van wat God heeft gedaan en kijken en doen wat God heeft geboden, deze zaken geven hoop.

Omdat we opnieuw geboren zijn leven we in hoop. 1 Petrus 1. Ons geloof is ook hoop op God. 1 Petrus 1. Liefde geeft hoop.

Soms moeten we rigoureuze maatregelen nemen om weer echte en terechte hoop te hebben. Ezra.

We kunnen bij God pleiten op zijn beloften.
Psalm 119:116. Steun mij zoals u hebt beloofd, en ik zal leven, beschaam mijn verwachting niet.

Klaagliederen 3:21-24 geeft een mooi rijtje waarop de hoop was gevestigd. Ook dit is te zingen als lied. Even zoeken op internet “lied het zijn de gunstbewijzen des heren”. Het is geen lied uit de Opwekking bundel.

Psalm 131 is een oproep aan het volk Israël om te blijven hopen. Psalm 130 is een lied om te zingen, waarbij je uitspreekt om te blijven hopen. Als mensen er naar vragen, wees bereid om van je hoop te vertellen. 1 Petrus 3.

Wie gingen of gaan hopen? De eilanden. <mij niet bekend waar die voor staan> Jesaja. Naast de ‘eilanden’ hiervoor genoemd, hebben ook de ‘kustlanden’ hun hoop op God. Waar zou kustlanden voor staan?

Je kunt ook valse hoop hebben op God. Als er sprake is van een valse profetie, waardoor je op iets hoopt wat God niet heeft beloofd. Ezechiël 13:6. Of als je hoopt op mensen. Ezechiël 19:5. Hoop vestigen op goud is ook onverstandig.

Er is ook een mooi spreekwoord dat klinkt als ‘zolang er leven is, is er hoop’. Prediker 9:3. Beter een levende hond dan een dode leeuw.

Hoop op belangrijke mensen, andere landen of hoop op eigen kracht kan zomaar onterecht zijn.

Je kunt ook hoop kwijt raken door eigen toedoen. Als je niet trouw bent, dan zal je hoop vervliegen. Iemand, die niet met God leeft, heeft niets aan rijkdom als hij overlijdt. Spreuken.

Zonder verbonden te zijn met God en zijn volk ben je zonder hoop. Dat is de stelling van de Bijbel

Tenslotte, wat je echt moet onthouden:
Als christenen hebben we de hoop dat onze ziel niet tot ontbinding overgaat en ook niet in dodenrijk wordt overgelaten. Handelingen 2. We hebben zelfs hoop op de opstanding uit de doden. Dat is inclusief ons lichaam. Handelingen 23.

We hopen dat we zullen delen in de luister van Jezus. De Heilige Geest helpt ons om daar op te blijven hopen. Romeinen 5.

De schepping, mag hoop hebben op onvergankelijkheid en ook dat ze mag delen in de vrijheid en luister van de kinderen van God. En wij hopen op de verlossing van ons sterfelijk bestaan. Romeinen 8.

De overweldigende luister, die de Geest brengt is onze hoop. Wij hopen ook dat ons werkterrein overvloedig uitgebreid zal worden, overeenkomstig wat God ons toegewezen heeft . 2 Korintiërs 3 en 10.

Je krijgt als persoon of als gemeente een roeping van God. En dat is ook je hoop. Efeziërs.

Wat is de inhoud van de hoop: Als Jezus wordt geopenbaard zullen we Hem gelijk zijn. 1 Johannes.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.