Studie Nephilim, Reuzen

Zo nu en dan duiken er verhalen op over reuzen die vroeger zouden hebben geleefd. Zouden zij het zijn geweest die de pyramiden en andere wonderbaarlijke dingen hebben gebouwd?

Er zijn filmpjes op YouTube over deze bijzondere wezens. Zouden die enigszins realistisch zijn?

Ook zijn er mensen die de overtuiging hebben dat ook in onze tijd door goden ontstane geboorten zijn geweest en dat die nu onder ons wonen? Zou dat mogelijk zijn?

In deze studie gaan we op zoek naar informatie uit de Bijbel. Alle verzen in de Bijbel waar het over kinderen van zonen van goden gaat en over reuzen gaat zijn bekeken.

De citaten zijn uit de NBV21 vertaling tenzij anders aangegeven.

Studievragen

Over dit onderwerp zijn de volgende vragen te stellen.

Zijn er aanwijzingen dat geestelijke wezens met mensen geslachtelijke omgang hadden en dat daar kinderen uit werden geboren?
Zijn er aanwijzingen dat daar kinderen uit werden geboren die reuzen werden?
Wat waren die reuzen voor wezens?

Wat gebeurde er als die reuzen overleden, ze waren tenslotte van een aparte soort. Leefden ze op een of andere manier verder?

Zal er nu ook nog seks tussen goden zonen en vrouwen zijn waardoor ook nu nog reuzen worden geboren?
Hoe verliep dat contact tussen de zonen van God en de vrouwen van mensen? Hoe ging die seks?

Heb je persoonlijk het idee dat je nu alles van dit onderwerp weet?

Hoe kun je onderwijs geven over dit onderwerp?

In het laatste hoofdstuk lessen staan antwoorden op deze vragen.

Oude Testament

Er wordt heel wat verteld en uitgelegd over de kwalijke praktijken van goden met mensen waardoor de nephilim, de reuzen, kwamen, die uit die praktijken ontstonden.

Nephilim, reuzen

Dit zijn de gegevens van het woord naphil, het meervoud van dit woord is nephilim.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1 נָפִיל
nāp̄îl
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H5303Naphil, gigant, reus, held
Komt 3 keer voor in 2 verzen
KJV: giant (3x)

De wortel van het zelfstandig naamwoord naphil is het werkwoord naphal dat een duidelijke betekenis toevoegt aan het woord naphil. Zie het volgende hoofdstuk.

Hieronder de twee teksten in het Oude Testament waar het woord naphil in voorkomt.

Genesis 6:1-4. En het gebeurde, toen de mensen zich op de aardbodem begonnen te vermenigvuldigen en er dochters bij hen geboren werden, dat Gods zonen de dochters van de mensen zagen dat zij mooi waren, en zij namen zich vrouwen uit allen die zij uitgekozen hadden. Toen zei de HEERE: Mijn Geest zal niet voor eeuwig met de mens twisten, omdat ook hij vlees is, maar zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn. In die dagen, en ook daarna, waren er reuzen op de aarde, toen Gods zonen bij de dochters van de mensen waren gekomen en die kinderen voor hen baarden; dit zijn de geweldenaars van oude tijden af, mannen van naam. [HSV]

Opmerking 1: er staat letterlijk ‘de zonen van elohim’. Dit kun je met ‘zonen van God’ vertalen zoals de HSV doet. Je kunt het ook met ‘zonen van de goden’ vertalen zoals de NBV21 doet. Niet alle goden in de hemel waren gehoorzaam aan God.
Opmerking 2: het Hebreeuwse woord nephilim is met reuzen vertaald.
Opmerking 3: het woord ‘gibburim’ vertaalt de NBV21 met ‘giganten’ en spreekt van befaamde helden. De HSV vertaalt dit woord met ‘geweldenaars’.
Opmerking 3: dit ontstaan van de nephilim is de aanleiding tot de zondvloed, zie vers 5 en verder.

Genesis 6:5-8. De HEER zag dat de mensen op aarde zeer slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht. Hij kreeg er spijt van dat Hij mensen had gemaakt; Hij was tot in het hart gegriefd. ‘Ik zal de mensen die Ik geschapen heb van de aarde wegvagen,’ zei Hij, ‘en met de mensen ook het vee, de kruipende dieren en de vogels, want Ik heb er spijt van dat Ik ze heb gemaakt.’ Alleen Noach was Hij goedgezind.

Opmerking 1: het lijkt er op dat de tekst zegt dat de mensen iets uitdachten dat vrouwen van de mensen kinderen van de zonen van de goden kregen.
Opmerking 2: de HSV heeft bij vers 5 deze vertaling. ‘Toen kreeg de HEERE er berouw over dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het bedroefde Hem in Zijn hart’. Een heel andere tekst t.o.v. de NBV 21 vertaling. De Statenvertaling heeft een vertaling die lijkt op de NBV21 vertaling. “En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel van de gedachten zijns harten te allen dage alleen boos was”.

Numeri 13:33. We hebben daar zelfs reuzen gezien, de Enakieten. Vergeleken bij dat volk van reuzen voelden wij ons maar nietige sprinkhanen, en veel meer zullen we in hun ogen ook niet geweest zijn.’

Opmerking: hier is twee keer nephilim met reuzen vertaalt. Enakieten is een synoniem voor nephilim?

Zonen van God?
Nog even over de zonen van God of de zonen van de goden. Die uitdrukking komt in het boek Deuteronomium 32:8 in de versie van de Qumran rollen en de Septuaginta ‘zonen van God voor. De Masoretische tekst heeft ‘zonen van Israël’. Het verschil is klein ‘bene el’ en ‘el jisra’el’. Hier deze drie vertalingen.

Overigens hebben in 8:43 de Masoreten t.o.v. de Septuaginta “Verheugt u, o hemelen, met hem, en aanbidt hem, alle kinderen van God. Verheugt u, o volken, met zijn volk, en verheerlijkt hem, alle engelen van God”. De Qumran rollen voegen alleen toe ‘buig voor Hem goden’. Vers 43 wordt deels in Romeinen 15:10 geciteerd door Paulus.

Wat doe je met een tekst de Bijbel die niet correct lijkt te zijn? Er zijn geen goden rond God toch? Zelfs de precieze Masoreten pasten aan.

Van de Nederlandse vertalingen kiezen de Willibrord, Bijbel in Gewone Taal en Groot Nieuws Bijbel voor de Qumran/LXX versie.

Deuteronomium 32:8. Toen de Allerhoogste bezit toewees aan de volken en Hij de mensen ieder hun deel gaf, heeft Hij de grenzen van de volken bepaald naar het getal van Gods zonen. [Willibrord vertaling]

Deuteronomium 32:8. De allerhoogste God gaf alle volken een gebied, hij verdeelde de mensen over de hele aarde. Voor elk volk bepaalde hij de grenzen, hij gaf elk volk een engel om hen te beschermen. De Heer koos Israël als zijn eigen volk, zij zouden voor altijd bij hem horen. [Bijbel in Gewone Taal]

Deuteronomium 32:8. De allerhoogste God verspreidde de mensen over de aarde. Aan elk volk gaf hij een eigen gebied, hij stelde hun grenzen vast en vertrouwde hen toe aan engelen. Maar Jakobs kinderen koos hij voor zichzelf, zij werden zijn volk, hem behoorden zij toe. [Groot Nieuws Bijbel]

Opmerking: als de goede vertaling is dat God het volk Israël uitkoos als zijn eigen volk, dan is het ook te begrijpen dat Hij hen de kracht gaf om de reuzen te bestrijden.

En verder komt de uitdrukking ‘zonen God’ of ‘zonen van de goden’ drie keer in het boek Job voor. Dit zijn ze.

Job 1:6. Op zekere dag nu kwamen de zonen Gods om zich voor de Here te stellen, en onder hen kwam ook de satan. [HSV]

Job 2:1. Op zekere dag kwamen de zonen Gods om zich voor de Here te stellen, en onder hen kwam ook de satan om zich voor de Here te stellen. [HSV]

Job 38:6-7. Waar zijn haar sokkels verankerd, wie heeft haar hoeksteen gelegd, terwijl de morgensterren samen jubelden, de hemelbewoners juichten van vreugde?

Opmerking 1: het gaat hier over de schepping door God, de zonen van de goden jubelden daarbij. Ze zijn verbonden met God.
Opmerking 2: waar de HSV vertaalt met zonen Gods, vertaalt de NBV21 met hemelbewoners.
Opmerking 3: de zonen Gods en ook de satan komen in aanwezigheid van God. Wij denken wel eens dat er grote afstand is, maar in het boek Job is dat niet zo.

Naphal, vallen

De wortel van het zelfstandig naamwoord naphil, waarvan het meervoud nephilim is is naphal. Zou dit werkwoord de betekenis van nephilim verduidelijken? Dit zijn de gegevens van het woord naphal.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1נָפַל
nāp̄al
WerkwoordH5307Vallen, neervallen.
Komt 434 keer voor in 403 verzen.
KJV: fall (318x), fall down (25x), cast (18x), cast down (9x), fall away (5x), divide (5x), overthrow (5x), present (5x), lay (3x), rot (3x), accepted (2x), lie down (2x), inferior (2x), lighted (2x), lost (2x), miscellaneous (22x)

Hier de eerste zes verzen dat het werkwoord naphal in het Oude Testament. Zou er een relatie te ontdekken zijn met de godenzonen die gemeenschap hadden met de dochters van de aarde?

Genesis 2:20-23. De mens gaf namen aan al het vee, aan alle vogels en alle wilde dieren, maar hij vond geen helper die bij hem paste. Toen liet de HEER God de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl de mens sliep nam Hij een van zijn ribben weg, en Hij sloot het lichaam weer op die plaats. Uit de rib die Hij bij de mens had weggenomen, bouwde de HEER God een vrouw en Hij bracht haar bij de mens. 

Opmerking: dit is een met Genesis 6:4 vergelijkbare gebeurtenis. Deze gebeurtenis zou veel later worden herhaald bij Maria als de Heilige Geest over haar komt.

Genesis 4:4-6. Ook Abel bracht een offer, van de eerstgeborenen van zijn kleinvee en van hun vet. De HEERE nu sloeg acht op Abel en op zijn offer, maar op Kaïn en op zijn offer sloeg Hij geen acht. Toen ontstak Kaïn in grote woede en liet hij zijn hoofd zakken. En de HEERE zei tegen Kaïn: Waarom bent u in woede ontstoken en waarom heeft u uw hoofd laten zakken? [HSV]

Opmerking 1: in deze tekst komt twee keer het woord vallen voor. Kaïn liet zijn hoofd vallen. Zoals er rond de nephilim ook sprake is van vallen.
Opmerking 2: de vertaling de NBV21 legt uit dat het vallen om boosheid van Kaïn gaat. “Dat maakte Kaïn woedend, zijn blik werd donker”. Het is de vraag of dat de goede uitleg is.

Genesis 14:10. Het Siddimdal nu was vol asfaltputten; de koningen van Sodom en Gomorra vluchtten en vielen daarin, en de overgeblevenen vluchtten naar het bergland. [HSV]

Genesis 15:12. En het gebeurde, toen de zon bijna onderging, dat er een diepe slaap op Abram viel. En zie, een grote, schrikwekkende duisternis viel op hem. [HSV]

Genesis 17:3. Toen wierp Abram zich met het gezicht ter aarde en God sprak met hem: Wat Mij betreft, zie, Mijn verbond is met u! U zult vader worden van een menigte volken. [HSV]
Genesis 17:17. Toen wierp Abraham zich met zijn gezicht ter aarde en lachte. Hij zei in zijn hart: Zal bij een honderdjarige een kind geboren worden en zal Sara, die negentig jaar is, baren? [HSV]

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Het vallen heeft in al deze teksten betrekking op zowel leven als dood. Net zoals de nephilim het leven werd gegeven en ze zorgden voor dood en verderf..

Het vallen van een diepe slaap van de mens leidde tot de bouw van de vrouw. Genesis 2:20-23.

Het vallen van het hoofd van Kaïn zorgde voor de dood van Abel. Genesis 4:4-6. De koningen van Sodom en Gomorra vielen in asfaltputten. Genesis 14:10.

In de diepe slaap die op Abraham viel makte God duidelijk dat op termijn die Abraham het land zal krijgen dat toen nog behoorde tot tien volken die in Kanaän woonden. Genesis 15. Tot die volken hoorde o.a. het volk van de Refaïeten.

Het vallen van Abraham is had ook met zijn nageslacht te maken. Eerst van een menigte van volken. Daarna van zijn eerste zoon. Genesis 17:3 en 17.

Overweging. Men spreekt wel eens over gevallen engelen. In deze hoofdstukken gaat om hemelse wezens van de goede weg gevallen zijn.

Anakim, volk van of met reuzen

Dit zijn de gegevens rond het woord Anak.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1עֲנָק
ʿănāq
EigennaamH6061Anak
Komt 9 keer voor in 8 verzen
KJV: Anak (9x)
2עֲנָקִים
ʿănāqîm
Bijvoeglijk
naamwoord
H6062Enakieten
Komt 9 keer voor in 9 verzen.
KJV: Anakims (9x)

Ad. 1. Anaq.
Hieronder alle teksten waar het woord anak in voorkomt.

Numeri 13:22. Ze trokken door de Negev en kwamen daarna in de buurt van Hebron, waar de Enakieten Achiman, Sesai en Talmai woonden. (Hebron is zeven jaar eerder gebouwd dan Soan in Egypte.)

Numeri 13:28. Maar daar staat tegenover dat de bevolking van dat land sterk is. De steden zijn versterkt en heel groot, en ook hebben we er Enakieten gezien.

Numeri 13:33. We hebben daar zelfs reuzen gezien, de Enakieten. Vergeleken bij dat volk van reuzen voelden wij ons maar nietige sprinkhanen, en veel meer zullen we in hun ogen ook niet geweest zijn.’

Opmerking: deze tekst staat ook in het eerste hoofdstuk.

Deuteronomium 9:1-2. Luister, Israël! U gaat heden de Jordaan oversteken om het land binnen te gaan en in bezit te nemen van volken die groter en machtiger zijn dan u, met grote en hemelhoog versterkte steden; een groot en lang volk, de Enakieten (H6062), die u zelf kent en over wie u zelf gehoord hebt: Wie kan standhouden tegenover de Enakieten? [HSV]

Opmerking 1: er staat de kinderen van Enak.
Opmerking 2: er staat aan het eind van de tekst als vraag wie kan standhouden? Daar geeft de volgende tekst antwoord op.

Deuteronomium 9:3:5. Weet dan heden, dat de Here, uw God, zelf voor u uit gaat als een verterend vuur; Hij zal hen verdelgen en voor uw ogen onderwerpen; zo zult gij in korte tijd hun gebied in bezit nemen en hen vernietigen, zoals de Here tot u gesproken heeft. Zeg niet bij uzelf, wanneer de Here, uw God, hen voor u uit gejaagd heeft: wegens mijn gerechtigheid heeft de Here mij dit land in bezit doen nemen; want wegens hun goddeloosheid drijft de Here deze volken voor u weg. Niet wegens uw gerechtigheid noch wegens de oprechtheid van uw hart gaat gij hun land in bezit nemen, maar wegens hun goddeloosheid drijft de Here, uw God, deze volken voor u weg en om het woord gestand te doen, dat de Here uw vaderen, Abraham, Isaak en Jakob, gezworen heeft. 

Jozua 15:13-14. Jozua wees, zoals de HEER hem had opgedragen, een deel van Juda’s grondgebied toe aan Kaleb, de zoon van Jefunne: hij kreeg Hebron, dat toen nog Kirjat-Arba heette, naar Arba, de vader van Enak. Kaleb verdreef er de drie zonen van Enak: Sesai, Achiman en Talmai;

Jozua 21:11. Kirjat-Arba met de omliggende weidegronden, in het bergland van Juda. (Arba was de vader van Enak; Kirjat-Arba is het huidige Hebron.)

Rechters 1:20. Hebron werd, overeenkomstig de woorden van Mozes, toegewezen aan Kaleb, die de drie zonen van Enak uit de stad verdreef.

Opmerking: het woord arba is het getal vier. De vader van Enak heette Arba en Enak had drie zonen. Kabel verdreef deze drie zonen uit Hebron.

Ad. 2. Anaqim, enakitische
Hieronder alle teksten waarin het bijvoeglijk naamwoord anaqim voorkomt.

Deuteronomium 1:28. Waar gaan we eigenlijk heen? De angst sloeg ons om het hart toen onze verkenners vertelden dat de mensen daar sterker en langer zijn dan wij, dat ze in grote steden met hemelhoge versterkingen wonen en dat ze daar zelfs Enakieten hebben gezien.’

Deuteronomium 2:10-11. (Vroeger woonden daar de Emieten, een groot en machtig volk; ze waren zo lang als de Enakieten. Evenals de Enakieten worden zij tot de Refaïeten gerekend; in Moab worden ze Emieten genoemd.

Deuteronomium 2:19b-21. Ook van het land van de Ammonieten geef Ik je niets in bezit; Ik heb het aan de nakomelingen van Lot in eigendom gegeven.’ (Ook dat wordt beschouwd als land van de Refaïeten, die daar vroeger woonden; in Ammon worden ze Zamzummieten genoemd. Het was een groot en machtig volk. Ze waren zo lang als de Enakieten. De HEER heeft hen uitgeroeid, zodat de Ammonieten zich meester konden maken van hun land en zich daar in hun plaats konden vestigen.

Opmerking: in Deuteronomium 2 wordt en overzicht gegeven van allerlei volken.

Deuteronomium 9:1-2. Luister, Israël! U staat op het punt de Jordaan over te steken om het land van die andere volken binnen te gaan en het in bezit te nemen. Zij zijn groter en machtiger dan u en hebben grote steden met hemelhoge versterkingen. Onder hen zijn ook de beruchte Enakieten, een volk van mensen zo sterk en lang dat volgens de verhalen niemand tegen hen opgewassen is.

Jozua 11:21-22. Jozua roeide in die tijd ook de Enakieten uit die in het bergland van Juda woonden, in Hebron, Debir en Anab, en in het bergland van Israël. Hij doodde hen en vernietigde hun steden. Er bleven in het land van Israël geen Enakieten meer over, behalve in Gaza, Gat en Asdod.

Jozua 14:12-15. Geef me dus dit bergland dat de HEER me indertijd heeft beloofd. U hebt toen toch gehoord dat er Enakieten wonen, in grote en versterkte steden? Als de HEER me maar bijstaat zal ik ze wel verdrijven, zoals Hij heeft beloofd.’ Nadat Kaleb dit had gezegd, zegende Jozua hem en gaf hem Hebron als grondgebied. Hebron heette destijds Kirjat-Arba, naar Arba, de allergrootste van de Enakieten. Omdat Kaleb, de zoon van de Kenizziet Jefunne, op de HEER , de God van Israël, was blijven vertrouwen, kregen hij en zijn nageslacht Hebron als grondgebied, tot op de dag van vandaag. Hiermee eindigde de oorlog.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Israël krijgt de opdracht om het gebied aan de west kant van de Jordaan in bezit te nemen. Deuteronomium 9:1-2.

Mozes zegt erbij “Weet dan heden, dat de Here, uw God, zelf voor u uit gaat als een verterend vuur; Hij zal hen verdelgen en voor uw ogen onderwerpen; zo zult gij in korte tijd hun gebied in bezit nemen en hen vernietigen, zoals de Here tot u gesproken heeft. Deuteronomium 9:3:5.

Waarom kwam dit onheil over deze volken? Om twee redenen: wegens hun goddeloosheid, het staat er twee keer in deze tekst, én om het woord gestand te doen, dat de Here uw vaderen, Abraham, Isaak en Jakob, gezworen heeft. Deuteronomium 9:3:5.

De mensen waren sterker en langer en zelfs waren er Enakieten. Deuteronomium 1:28. Die waren helemaal speciaal. De verspieders voelden zich bij hen als nietige spinkhanen. Numeri 13:33

De Enakieten woonden in het bergland van Juda , in Hebron, Debir en Anab, en in het bergland van Israël. Jozua 11:21-22.

In Hebron woonden de drie kinderen van Enak. Een stad die nog eerder dan Soan werd gebouwd. Numeri 13:22. De steden waren groot en sterk. Numeri 13:28. Er waren grote steden met hemelhoge versterkingen. Deuteronomium 1:28. Deuteronomium 9:1-2. Het lijkt er op dat die sterke mensen die hebben gebouwd.

De Enakieten worden tot de Refaïeten gerekend. Deuteronomium 2:10-11.

De Enakieten waren berucht en volgens de verhalen was niemand tegen hen opgewassen. Deuteronomium 9:1-2

De Ammonieten, nakomelingen van neef Lot van Abraham hebben ook al met hulp van de HEER de Zamzummieten uitgeroeid. Deuteronomium 2:19b-21.

Jozua roeide de Enakieten uit, er bleven in het land van Israël geen Enakieten meer over, behalve in Gaza, Gat en Asdod. Jozua 11:21-22. In de tijd van koning David werden die aangepakt.

Jozua vernietigden hun steden. Jozua 11:21-22.

Verspieder Kaleb kreeg het gebied rond Hebron, dat eerst van de grootste Enakiet was. Jozua 14:12-15. Jozua 15:13-14. Jozua 21:11. Hij verdreef de drie zonen van Enak. Rechters 1:20.

Refaim, volk van of met reuzen

Dit zijn de gegevens rond de naam van degenen die Refaïeten worden genoemd.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1רְפָאִים
rᵊp̄ā’îm
EigennaamH7497Reus, Refaïm
Komt 25 keer voor in 24 verzen
KJV: giant (17x), Rephaim (8x).

Hieronder alle teksten waar het woord Refaïm in voorkomt.  i

Genesis 14:5. In het veertiende jaar rukte Kedorlaomer op, samen met de koningen die zijn bondgenoten waren, en zij versloegen de Refaïeten in Asterot-Karnaïm, de Zuzieten in Ham, de Emieten in Sawe-Kirjataïm.

Genesis 15:18-21. Die dag sloot de HEER een verbond met Abram. ‘Dit land,’ zei Hij, ‘geef Ik aan jouw nakomelingen, van de rivier van Egypte tot aan de grote rivier de Eufraat: het gebied van de Kenieten, Kenizzieten en Kadmonieten, de Hethieten, Perizzieten en Refaïeten, de Amorieten, Kanaänieten, Girgasieten en Jebusieten.’

Deuteronomium 2:9-11. Toen zei de HEER tegen mij: ‘Je mag de Moabieten niet vijandig bejegenen en hen niet uitdagen, want Ik geef je van hun land niets in bezit; Ik heb Ar immers aan de nakomelingen van Lot in eigendom gegeven.’ (Vroeger woonden daar de Emieten, een groot en machtig volk; ze waren zo lang als de Enakieten. Evenals de Enakieten worden zij tot de Refaïeten gerekend; in Moab worden ze Emieten genoemd.

Deuteronomium 2:19-20. Je zult dan in de buurt komen van de Ammonieten. Bejegen ook hen niet vijandig en daag hen niet uit. Ook van het land van de Ammonieten geef Ik je niets in bezit; Ik heb het aan de nakomelingen van Lot in eigendom gegeven.’ Ook dat wordt beschouwd als land van de Refaïeten, die daar vroeger woonden; in Ammon worden ze Zamzummieten genoemd.

Deuteronomium 3:11-13. (Koning Og van Basan was de enig overgebleven afstammeling van de Refaïeten. Zijn bed – te zien in Rabba, de hoofdstad van Ammon – is van ijzer en maar liefst negen el lang en vier breed, gemeten in de gewone el.) Wij hebben dat land in bezit genomen, en ik heb het gebied met alle steden vanaf Aroër op de rand van het Arnondal tot halverwege het bergland van Gilead toegewezen aan de stammen Ruben en Gad. De rest van Gilead en heel Basan, het rijk van Og, het hele gebied van Argob, heb ik aan de helft van de stam Manasse toegewezen. (Heel Basan wordt ook wel het land van de Refaïeten genoemd.)

Jozua 12:4. … die een natuurlijke grens vormden. En koning Og van Basan, die nog van de Refaïeten afstamde en in Astarot en Edreï zetelde.
Jozua 13:12. …. kortom het hele rijk van koning Og van Basan, die regeerde in Astarot en Edreï en nog van de Refaïeten afstamde. Mozes had de Amorieten verslagen en verdreven.

Jozua 15:8. Vervolgens ging hij via het Ben-Hinnomdal om het zuiden van de heuvelrug waarop Jebus lag (het huidige Jeruzalem) en van daar omhoog naar de top van de berg die westelijk van het Hinnomdal en noordelijk van de vallei van Refaïm ligt.

Opmerking: het dal van de Refaïeten of Refaïm, loopt vanaf Jeruzalem’s zuidwestzijde af naar het zuiden. In ’t Grieks word het ook genoemd: het dal der Titanen, en in de Vulgata: het dal der Reuzen. Aan het eind van het dal is naar het oosten het dal van Hinnom. Het dal van Hinnom gaat vandaar in zuidoost richting onder Jeruzalem langs. Zo’n kilometer ten zuiden van de oude stad Jeruzalem. Op de huidige Engelstalige kaart staat een Gay Ben Hinnom street, loodrecht aan weg 60 en de Emek Refaïm street parallel aan weg 60 naar het zuiden.

Jozua 17:15. Jozua antwoordde hun: ‘Als het bergland van Efraïm te klein voor u is omdat u met zovelen bent, ga dan naar de bossen van de Perizzieten en de Refaïeten. Daar kunt u voor uzelf land ontginnen.’

Opmerking: dit zei Jozua tegen de stammen Manasse en Efraïm omdat ze meer gebied nodig hadden.

Jozua 18:15-16. De zuidgrens begon boven Kirjat-Jearim en liep van daar via Ijjim naar de bron van Me-Neftoach, daalde naar de voet van de berg die westelijk van het Ben-Hinnomdal en noordelijk van de vallei van Refaïm ligt, en van daar verder naar het Hinnomdal. Via dat dal liep hij zuidelijk langs de heuvelrug waarop Jebus lag en daalde naar de Rogelbron.

2 Samuel 5:17-25. Toen de Filistijnen hoorden dat David tot koning van Israël was gezalfd, rukten ze met al hun troepen uit omdat ze hem wilden overmeesteren. Zodra David dit vernam, verschanste hij zich in de bergvesting. De hele vallei van Refaïm stond al vol Filistijnen. David wendde zich tot de HEER en vroeg: ‘Zal ik de Filistijnen aanvallen? Zult U ze aan mij uitleveren?’ De HEER antwoordde: ‘Ga op hen af! Ik verzeker je dat Ik de Filistijnen aan je zal uitleveren.’ David ging naar Baäl-Perasim. Daar versloeg hij hen, en sprak de woorden: ‘De HEER is voor mij door de vijandelijke linies gebroken zoals plotseling opkomend water zich een baan breekt.’ Daarom wordt die plaats Baäl-Perasim genoemd. De godenbeelden die door de Filistijnen waren achtergelaten, werden door David en zijn mannen meegenomen. De Filistijnen waagden nog een tweede aanval. Opnieuw stond de hele vallei van Refaïm vol. Opnieuw wendde David zich tot de HEER, en deze zei: ‘Ga niet recht op hen af. Maak een omtrekkende beweging tot bij de moerbeibomen en val hen in de rug aan. Zodra je in de boomkruinen het geluid van een aanstormend leger hoort, moet je toeslaan, want dan gaat de HEER voor je uit om het leger van de Filistijnen te verslaan.’ David deed wat de HEER hem had bevolen en sloeg de Filistijnen terug van Geba tot Gezer.

2 Samuel 23:13. Drie van de dertig hoofdmannen gingen eens op weg en kwamen tijdens de oogst bij David, in de grot van Adullam; een groep Filistijnen had zijn kamp opgeslagen in het dal Refaïm. (HSV)

1 Kronieken 11:15. Drie van de dertig hoofdmannen gingen eens op weg naar de rots, naar David, in de grot van Adullam; en het leger van de Filistijnen had zijn kamp opgeslagen in het dal Refaïm. (HSV)

2 Samuel 21:16-22. Tijdens een van de veldslagen tussen Israël en de Filistijnen trok David met zijn leger ten strijde en vocht tegen de Filistijnen tot hij uitgeput raakte. Jisbibenob, een Refaïet die een nieuwe wapenrusting droeg met een bronzen speer die wel driehonderd sjekel woog, dreigde dat hij David zou doden. Abisai, de zoon van Seruja, kwam David te hulp. Hij sloeg de Filistijn neer en doodde hem. Daarop bezwoeren de soldaten David: ‘Trek niet meer met ons ten strijde, opdat het licht van Israël niet wordt gedoofd.’ Enige tijd later, tijdens een veldslag tegen de Filistijnen bij Gob, werd de Refaïet Saf gedood door Sibbechai uit Chusa. Tijdens een andere veldslag tegen de Filistijnen, opnieuw bij Gob, werd Goliat uit Gat gedood door Elchanan, de zoon van Jari, uit Betlehem. De schacht van Goliats speer was zo dik als de boom van een weefgetouw. Tijdens weer een andere veldslag, ditmaal bij Gat, was er een vechtersbaas die aan elke hand zes vingers had en aan elke voet zes tenen: vierentwintig in totaal. Ook hij was een Refaïet. Hij hoonde Israël en werd gedood door Jonatan, een zoon van Davids broer Sima. Dit waren de vier Refaïeten uit Gat die werden geveld door David en zijn soldaten.

1 Kronieken 14:8-15 lijkt dezelfde tekst als 2 Samuel 5:17-24, alleen de afsluiting van deze geschiedenis is anders verwoord.
1 Kronieken 14:16-17. David deed wat God hem had bevolen, en het Filistijnse leger werd van Gibeon tot Gezer teruggeslagen. Zo verwierf David roem in alle landen en maakte de HEER alle volken beducht voor hem.

1 Kronieken 20:4-8. Enige tijd later was er een veldslag tegen de Filistijnen, bij Gezer. Maar Sibbechai uit Chusa doodde de Refaïet Sippai, en daarop gaven de Filistijnen zich gewonnen. Tijdens een andere veldslag tegen de Filistijnen werd Lachmi, de broer van Goliat uit Gat, gedood door Elchanan, de zoon van Jaïr. De schacht van Lachmi’s speer was zo dik als de boom van een weefgetouw. Tijdens weer een andere veldslag, ditmaal bij Gat, was er een reus die aan elke kant zes vingers en zes tenen had: vierentwintig in totaal. Ook hij was een Refaïet. Hij hoonde Israël en werd gedood door Jonatan, een zoon van Davids broer Sima. Dit waren de Refaïeten uit Gat die werden geveld door David en zijn soldaten.

Jesaja 17:5. Het is of men de rijpe oogst binnenhaalt en met de hand de aren afsnijdt, het is als aren lezen in het dal van Refaïm.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
In de tijd van Abraham bestonden de Refaieten al. Ze werden verslagen. Genesis 14:5. Abraham zou van God o.a. het gebied van de Refaieten krijgen. Genesis 15:18-21.

Reus koning Og van Basan stamde nog van de Refaieten af. Jozua 12:4. Hij was de enig overgeblevene van de Refaieten. Deuteronomium 3:11-13.

Het dal van Refaieten is te vinden op de kaart. Jozua 15:8. De stammen Manasse en Efraïm mochten daar gaan wonen. Jozua 17:15.

Het dal werd door de Filistijnen gebruikt om koning David aan te vallen. 2 Samuel 5:17-25. 2 Samuel 23:13. 1 Kronieken 11:15. 2 Samuel 21:16-22.

Onder de Filistijnen die aanvielen was Jisbibenob, een Refaïet die een nieuwe wapenrusting droeg met een bronzen speer die wel driehonderd sjekel woog. 2 Samuel 21:16-22.

Enige tijd later, tijdens een veldslag tegen de Filistijnen bij Gob, werd de Refaïet Saf gedood door Sibbechai uit Chusa. 2 Samuel 21:16-22. In 1 Kronieken 20:4-8 wordt de Refaïet Sippai genoemd.

Tijdens een andere veldslag tegen de Filistijnen, opnieuw bij Gob, werd Goliat uit Gat gedood door Elchanan, de zoon van Jari, uit Betlehem. De schacht van Goliats speer was zo dik als de boom van een weefgetouw. 2 Samuel 21:16-22. In 1 Kronieken 20:4-8. wordt hij Lachmi de broer van Goliat uit Gt genoemd.

Tijdens weer een andere veldslag, ditmaal bij Gat, was er een vechtersbaas die aan elke hand zes vingers had en aan elke voet zes tenen: vierentwintig in totaal. Ook hij was een Refaïet. Hij hoonde Israël en werd gedood door Jonatan, een zoon van Davids broer Sima. 2 Samuel 21:16-22. 1 Kronieken 20:4-8.

Goliat, de reus

Hier de gegevens over de naam Goliath

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1גָּלְיַת
gālyaṯ
EigennaamH1555Goliat
Komt 6 keer voor in 6 verzen
KJV: Goliath (6x)

Hier de teksten waar de naam van Goliat in voorkomt en ook een deel van de overwinning van David op Goliat.

1 Samuel 17:1-7. De Filistijnen bereidden opnieuw een oorlog voor. Ze verzamelden zich in Socho in Juda en sloegen hun kamp op in Efes-Dammim, tussen Socho en Azeka. Saul riep het leger van Israël op en sloeg zijn kamp op in de Terebintenvallei. Daar stelden ze zich op tegenover de Filistijnen: 3op de ene helling stonden de Filistijnen en op de andere de Israëlieten; het dal lag tussen hen in. Uit de gelederen van de Filistijnen trad een kampvechter naar voren, een zekere Goliat uit Gat, een man van zesenhalve el lang. Hij had een bronzen helm op zijn hoofd en droeg een bronzen schubbenpantser, dat wel vijfduizend sjekel woog. Ook zijn scheenplaten waren van brons, evenals het kromzwaard dat over zijn schouder hing. De schacht van zijn speer was zo dik als de boom van een weefgetouw en de punt was gemaakt van zeshonderd sjekel ijzer. Een schildknecht ging voor hem uit. 

1 Samuel 17:8-11. In het dal bleef de Filistijn staan en riep het leger van Israël toe: ‘Waarom zouden jullie optrekken en slag leveren? Ik ben de trots van de Filistijnen, en jullie zijn maar slaven van Saul! Kies iemand uit jullie midden en laat hem hier beneden komen. Als hij me aankan en me verslaat, zullen wij aan jullie onderworpen zijn, maar als ik hem aankan en hem versla, zullen jullie aan ons onderworpen zijn en ons als slaven dienen. Hierbij daag ik het leger van Israël uit: stuur iemand hierheen voor een tweegevecht!’ Bij het horen van deze woorden stonden Saul en het leger van Israël verlamd van schrik.

1 Samuel 17:16. Ondertussen trad de Filistijn elke ochtend en elke avond naar voren, veertig dagen lang, en dan stelde hij zich op in het dal.

1 Samuel 17:23-27. Terwijl hij met ze aan het praten was, trad uit de Filistijnse gelederen de kampvechter naar voren, Goliat uit Gat, en David hoorde hem de Israëlieten uitdagen zoals hij dat elke dag deed. Bij het zien van Goliat deinsden de Israëlieten van schrik achteruit. ‘Zien jullie die man daar?’ zeiden ze tegen elkaar. ‘Israël honen, daar is het hem om te doen! Wie hem verslaat, zal door de koning met rijkdommen worden overladen. Bovendien krijgt hij de koningsdochter tot vrouw en wordt zijn familie vrijgesteld van schatting en herendienst.’ David vroeg aan de soldaten die in zijn buurt stonden: ‘Wat gebeurt er met degene die die Filistijn daar verslaat en Israël van deze schande bevrijdt? Wat denkt die onbesneden Filistijn wel, dat hij de gelederen van de levende God durft te beschimpen!’ De soldaten herhaalden tegen hem wat ze zojuist gezegd hadden. 

1 Samuel 17:41-50. Met zware stappen kwam de Filistijn op David af, voorafgegaan door zijn schildknecht. Hij nam David, een knappe jongen met rossig haar, geringschattend op en zei: ‘Ben ik soms een hond, dat je met een stok op me afkomt?’ En hij vervloekte David in de naam van zijn goden. ‘Kom maar op,’ zei hij, ‘dan maak ik jou tot aas voor de roofvogels en de wilde dieren.’ ‘Jij daagt me uit met je zwaard en je speer en je kromzwaard,’ antwoordde David, ‘maar ik daag jou uit in de naam van de HEER van de hemelse machten, de God van de gelederen van Israël, die jij hebt beschimpt. Maar vandaag zal de HEER je aan mij uitleveren: ik zal je verslaan en je hoofd afhouwen, en ik zal de lijken van de Filistijnen aan de roofvogels en de wilde dieren ten prooi geven, zodat de hele wereld weet dat Israël een God heeft. Dan zal iedereen hier beseffen dat de HEER geen zwaard of speer nodig heeft om te overwinnen, want Hij is degene die de uitslag van de strijd bepaalt en Hij zal jullie aan ons uitleveren.’ Toen de Filistijn aanstalten maakte om David aan te vallen, was David hem te snel af. Hij rende hem tegemoet, stak zijn hand in zijn tas en haalde er een steen uit, slingerde die weg en trof de Filistijn zo hard tegen het voorhoofd dat de steen naar binnen drong en de Filistijn voorover stortte. Zo overwon David de Filistijn met een slinger en een steen; hij trof hem dodelijk zonder dat hij daar een zwaard bij nodig had. 

1 Samuel 21:9. Toen zei de priester: Het zwaard van Goliath, de Filistijn, die door u verslagen is in het Eikendal, zie, dat ligt hier, in een kleed gewikkeld, achter de efod. Als u dat mee wilt nemen, neem het mee, want er is hier geen ander dan dat. David zei: Zoals dat is er geen tweede , geef het mij.

1 Samuel 22:10. Die raadpleegde vervolgens de HEERE voor hem en gaf hem proviand. Hij gaf hem ook het zwaard van Goliath, de Filistijn.

De Goliat hieronder is een ander dan die koning David versloeg.

2 Samuel 21:19. Er was opnieuw oorlog met de Filistijnen in Gob, en Elhanan, de zoon van Jaäre-Oregim, versloeg Beth-halachmi, die met Goliath uit Gath was. De schacht van zijn speer was als een weversboom.

1 Kronieken 20:5. Er was opnieuw oorlog met de Filistijnen, en Elhanan, de zoon van Jaïr, versloeg Lachmi, de broer van Goliath uit Gath. De schacht van zijn speer was als een weversboom.

Iesj mida, man van formaat

Dit zijn de gegevens van de uitdrukking ‘iesj mida’.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1 אִישׁ ‘îš
מִדָּה midâ
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
en vrouwelijk
H376
H4060
Man van formaat
Komt 4 keer voor in 4 verzen
KJV: a man of great stature (2x) men of great stature (1x), men of stature (1x)

Numeri 13:32. En ze vertelden de Israëlieten allerlei ongunstigs over het land dat ze verkend hadden. ‘Het land dat wij op onze verkenningstocht doorkruist hebben,’ zeiden ze, ‘verslindt zijn inwoners, en alle mensen die we er gezien hebben waren uitzonderlijk lang.

Opmerking 1: let op de uitdrukking ‘verslind zijn inwoners’.
Opmerking 2: je kunt deze tekst ook verstaan als, van de mensen die we zagen waren er veel uitzonderlijk lang.

1 Kronieken 11:23. Hij versloeg ook een Egyptenaar, een man van grote lengte, vijf el lang. In de hand van de Egyptenaar was een speer als een weversboom, maar Benaja ging op hem af met een staf, rukte de speer uit de hand van de Egyptenaar en doodde hem met diens eigen speer. [HSV]

Opmerking: dit is een tekst over de helden en de heldendaden van koning David. Zij waren mannen met uitzonderlijke waarschijnlijk door de Geest van God, ontstane kracht.

1 Kronieken 20:6. Er was opnieuw oorlog in Gath. Er was een man van grote lengte die aan beide kanten zes vingers en zes tenen had, vierentwintig in totaal. Ook deze was bij Rafa geboren. [HSV]

Opmerking: zie ook de tekst bij 2 Samuel 21:16-22 over een man met zes vingers en zes tenen.

Jesaja 45:14. Zo zegt de HEERE: De arbeidsopbrengst van de Egyptenaren en de koophandel van de Cusjieten, en de Sabeeërs, mannen van grote lengte, zullen naar u overgaan en zullen van u zijn. Zíj zullen u navolgen, in boeien zullen zij overkomen en voor u zullen zij zich buigen, zij zullen u smeken en zeggen: Voorzeker, God is bij u, en niemand anders; er is geen andere God. [HSV]

Opmerking: de tekst lijkt te melden dat in de tijd van Jesaja nog steeds mannen waren van grote lengte.

Amorieten

Amos 2:9-11. En toch heb Ik ter wille van jullie de Amorieten uitgeroeid, die zo groot waren als ceders en zo sterk als eiken: met wortel en tak roeide Ik ze uit. Ik heb jullie uit Egypte weggeleid, Ik heb jullie veertig jaar lang door de woestijn gevoerd, opdat jullie het land van de Amorieten in bezit konden nemen. Sommigen van jullie maakte Ik profeet, anderen nazireeër – zo is het toch, Israëlieten? – spreekt de HEER.

Opmerking: tegenover de krachtpatserij van de Amorieten zette God profeten en nazireeërs. Een verrassende reactie.

Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament lezen we van demonen en ook van mensen die zich als die geweldenaren van oude tijden lijken te gedragen. Zoals die mannen van Gardera.

Daimonion, demonen

Zie studie Demonen. zie link.

Andere bronnen

Er zijn naast de Bijbel nog andere bronnen voor dit onderwerp. De archeologie is een bron uit de wetenschap. De boeken van Henoch en het boek van de Jubileeën zijn boeken uit het Jodendom. Griekse en Oosterse mythologieën. Verder circuleren er allerlei filmpjes op YouTube.

Archeologie
Wat hebben de archeologen aan ontdekkingen gedaan over de reuzen uit lang vervlogen tijden?

De archeologie staat kritisch tegenover het idee van reuzen. “Archeologen hebben geen wetenschappelijk geaccepteerd bewijs gevonden voor het bestaan van mythische reuzen zoals die in legendes voorkomen. Verhalen over reuzen zijn onderdeel van folklore en mythologie in diverse culturen wereldwijd”. Bron AI.

Men denkt bij skeletten van reuzen dat het mensen waren met een hormonale aandoening. De enorme bouwwerken zijn gemaakt door mensen van vroegere beschavingen met de toenmalige technieken.

Hier een film van een archeoloog die er anders over denkt. Hij schenkt aandacht aan speerpunten die gevonden zijn die bijzonder groot zijn, zie https://www.youtube.com/watch?v=dlUJxNFyRBM

Deze enorme speerpunten zijn te zien in het Israël museum. De verklaring van archeologen is dat deze grote speerpunten zouden zijn gemaakt voor decoratie doeleinden. Dat is wel vreemd want de speerpunten zien er uit als gebruikt.

Boek van Henoch
In het bij het Jodendom bekende boek van Henoch staat ook een en ander over de reuzen. Dit boek in geen onderdeel van de Bijbel, maar er is vanuit de Bijbel wel een verwijzing naar dit boek. In Judas 1:14-15. staat een citaat uit het boek van Henoch. Misschien werd de gedachte in 2 Petrus 2:4 dat de gevallen engelen in de Tartaros werden geworpen ook aan het boek van Henoch ontleend. Het is dus wel een min of meer gezaghebbend boek.

Hieronder citaten uit dit boek die over reuzen gaan.

Henoch 7:1-6. En alle anderen met hen namen zichzelf vrouwen, en ieder koos er een voor zich, en zij begonnen in hen te gaan en zich met hen te verontreinigen, en zij leerden hen tovenarij en banspreuken, en het insnijden van wortels, en maakten hen vertrouwd met kruiden. En zij werden zwanger, en zij baarden grote reuzen, wier grootte drieduizend(?) el was; Dezen verorberden alles wat de mensen voortbrachten. En toen de mensen ze niet langer konden onderhouden, keerden de reuzen zich tegen hen en aten mensen op. En zij begonnen te zondigen tegen vogels, en dieren, en reptielen, en vissen, en eenieder de ander zijn vlees te eten, en het bloed te drinken. Daarna klaagde de aarde de wettelozen aan.

Henoch 9:1-4. En zij (twee hemelse wezens) zijn naar de dochters van de mens op aarde gegaan, en hebben geslapen met de vrouwen, en hebben zich verontreinigd, en hen allerlei soorten zonden geopenbaard. En U weet alle dingen voordat ze gaan gebeuren, en U ziet deze dingen en U ondergaat het, en U zegt ons niet wat wij ten aanzien ervan moeten doen’. En de vrouwen hebben reuzen gebaard, en de gehele aarde is daarop vervuld geraakt van bloed en onrechtvaardigheid.

Henoch 9:9. En de vrouwen hebben reuzen gebaard, en de gehele aarde is daarop vervuld geraakt van bloed en onrechtvaardigheid.

Henoch 15:3. Waarom hebt gij de hoge, heilige, en eeuwige hemel verlaten, en bij vrouwen gelegen, en uzelf met de dochters der mensen verontreinigd en uzelf vrouwen toegeëigend, en gelijk de kinderen der aarde gedaan, en reuzen (als uw) zonen verwekt?

Henoch 15:8. En nu zullen de reuzen die voortgekomen zijn uit geest en vlees kwade geesten genoemd worden op de aarde, en op de aarde zal hun verblijfplaats zijn.

Henoch 15:11. En de geesten der reuzen teisteren, onderdrukken, vernietigen, vallen aan, strijden, en bewerken de afbraak van de aarde, en veroorzaken moeilijkheden: zij nemen geen voedsel, maar hongeren en dorsten desondanks, en geven beroeringen.

De pdf-file van het boek is van internet te downloaden.

Boek Jubileeën
In dit boek komt vier keer het woord reus voor: in hoofdstuk 5, 7, 20 en 29. Er staat wel enige aanvulling in t.o.v. de Bijbel. Dat de reuzen verschillend in grootte waren. Van zeven tot tien el. Dat ze kwaadaardig waren. Elkaar bestreden. Bloed vergoten. Onrecht. Dat ze zondigden tegen de beesten en de vogels (. Dat God hun levensduur beperkte tot 120 jaar.

Het boek spreekt ook vier keer over demonen.
Hoofdstuk 1 vers 10. “En zij zullen voor zich hoogten maken, en bossen en gesneden beelden, en zij zullen die aanbidden, ieder zijn eigen (gesneden beeld) en zo afdwalen, en zij zullen hun kinderen offeren aan demonen en aan al de werken van de afwijking van hun hart”

Hoofdstuk 7:27. Want ik zie, en zie, de demonen zijn begonnen met (hun) verleiding tegen u en uw kinderen, en nu vrees ik voor u, dat u na mijn dood het bloed der mensen op aarde zult vergieten en dat u ook van het oppervlak van de aarde zult worden vernietigd.

Hoofdstuk 10:1-2. En in de derde jaarweek van deze jubeljaarperiode begonnen de onreine demonen de kinderen van de zonen van Noach te verleiden om af te dwalen om hen te vernietigen. En in de derde jaarweek van deze jubeljaarperiode begonnen de onreine demonen de kinderen van de zonen van Noach te verleiden om af te dwalen om hen te vernietigen.

De pfd file van het boek is van internet te downloaden zowel een Nederlandse als een uitgebreide Engelse versie.

Griekse en Oosterse mythologieën
Er zijn Griekse mythologieën waarin goden seks hadden met mensen. Huwelijken tussen goden en mensen zijn in de oosterse mythologie volop bekend, bijv. bij Gilgamesj, de zondvloedheld.

Hieronder een citaat van een tekst uit de Studiebijbel bij Numeri 13:33

Uit de periode rond 1850 v.Chr. zijn Egyptische vervloekingsteksten bewaard gebleven. De Egyptenaren schreven de namen van hun vijanden op voorwerpen (zoals beeldjes) die vervolgens kapot gegooid werden, met de bedoeling dat dit lot hun tegenstanders zou treffen. Een aparte vervloeking is gericht tegen Iy-‘Anaq (= het land van Anak), waarmee waarschijnlijk de Enakieten aangeduid worden.

De priester Manetho (ca. 250 v.Chr.) heeft de geschiedenis van de farao’s in Egypte op schrift gesteld. Hij beschrijft ook twee vroegere farao’s met grote lengte: Sesochris (van de tweede dynastie): 5 el en 3 palm (bijna 2,5 m); en Sesostris (Senoeseret III van de twaalfde dynastie): 4 el, 3 palm en 2 vinger (ruim 2 m).

Ook de Assyriërs kennen reuzen. Op de Zwarte Obelisk van Salmanasser III, waarop ook de Judese koning Jehu genoemd wordt, staan een paar mensen afgebeeld die boven een olifant uitkomen. Twee panelen daarboven staan twee mannen met kamelen. De eerste man heeft een normale lengte, de tweede is is zo groot dat hij over de kameel kijkt. Ook zijn er wereldwijd veel overleveringen bewaard van vroegere reuzen.

Filmpjes op You Tube
Er zijn allerlei filmpjes op You Tube zoals deze https://youtube.com/shorts/inArb70CQ78?si=DCQOU2kqpMl5Egpg

De filmpjes zijn informatief maar ook speculatief. Soms ook fantasievol. De grootste reus in de Bijbel had een bed van vier meter. In filmpjes komen wel reuzen voor van meer dan tien meter. https://youtu.be/yYl9CSA_pT4?si=i4wuweHgcKLI1hUX

What Satan Did in Every Book of the Bible

Overwegingen

Hier t.a.v. drie vragen nog allerlei overwegingen.

Is er een patroon in de problematische verhouding van God met de mensen?
Deze studie gaat over een groot probleem van God met de mensen. Er was al een eerder een groot probleem en er zouden na deze nog twee grote problemen volgen. Zie overzicht in de tabel hieronder, bron is de Studiebijbel.

TekstHandelingDoor mensen Gehoopt resultaatGods ingrijpen
1Genesis 3:6Eten van de kennisboomEeuwig leven, als God zijnVerdrijving uit het paradijs
2Genesis 6:1-8 Seks van de goden met de dochters van de mensen Machtige nakomelingen om andere volken te overwinnenDe zondvloed om de slechte mensheid te vernietigen. Leeftijdsbeperking tot 120 jaar
3Genesis 11:6-8Toren van Babel om bij elkaar te blijvenWij kunnen alles. Geen voornemen zal onmogelijk zijnVerwarring van de taal
4Jozua, 1 en 2 Samuel etc.Na de zondvloed opnieuw seks van de goden met de dochters van de mensen Machtige nakomelingen om andere volken te overwinnenHet volk Israël o.l.v. Jozua en David vernietigen de reuzen.

Het ontstaan van de reuzen roept veel vragen op. 1. Hoe ging die seks van de goden met de vrouwen van de mensen? 2. Leefde die reuzen langer zodat God een maximale leeftijd vast stelde? 3. Werden er ook vrouwelijke reuzen geboren? 4. Konden die reuzen ook kinderen krijgen?

Op vraag 1 heb ik wel aanwijzingen maar omdat de Bijbel daar over zwijgt, schrijf ik dit hier ook niet op. Het lijkt mij dat in die tijd vrouwen wellicht onder druk van mannen moeite deden om een kind van een god te krijgen. Ik denk dat er allerlei rituelen waren bedacht voor contact met een godenzoon.

Wat vraag 4 betreft: Anak had drie zonen. Maar wellicht hadden die geen kinderen.

Hoe zagen die Nephilim er uit?
In ieder geval lang, zo’n twee tot drie keer de lengte van de normale mensen. Wellicht ook twee tot drie keer zo omvangrijk.

Verder waarschijnlijk vrij normaal, want eenmaal staat in beschrijvingen dat een reus zes vingers en tenen aan ieder hand en voet had. Dat zijn geen grote afwijkingen.

Worden er ook nu nog Nephilim geboren?
De vraag is of ook heden ten dage ook nog Nephilim worden geboren. We weten dat er verborgen voor het grote publiek er allerlei nare dingen gebeuren. Of dit ook nu nog gebeurt heb ik geen aanwijzingen over. Wellicht is er iets bedacht waardoor zo nu niet zo opvallend groot zijn.

Waar ging de geest/ziel van de nephilim heen als ze stierven?
Daar geeft de Bijbel geen informatie over. Het Joodse boeken Henoch en het Boek der Jubileeën veronderstellen dat de geesten van de overleden Nephilim veranderen in demonen of onreine geesten die op aarde ronddwalen. Zie de citaten bij het hoofdstuk andere bronnen.

Lessen

Hier staan antwoorden die in het eerste hoofdstuk Studievragen zijn gesteld.

Zijn er aanwijzingen dat geestelijke wezens met mensen geslachtelijke omgang hadden en dat daar kinderen uit werden geboren?
Zeker. Heel direct in Genesis 6:1-4 en Numeri 13:33 daar gaat het over Nephilim. En verder zijn er veel teksten die gaan over reuzen.

De wortel van het woord ‘nephil’ is het werkwoord naphal dat vallen betekent. De goden die vielen op mensen. <<nog tekst toevoegen>>

Wat waren die reuzen voor wezens?
In ieder geval groot, lang en bijzonder sterk. Ze waren ook kwaadaardig. Ze werden daarom vooral ingezet in in het leger als wapen tegen de vijand. We lezen ook dat ze een hekel hadden aan het volk Israël en de God van Israël.

Wat gebeurde er als die reuzen overleden, ze waren tenslotte van een aparte soort?
Bij mijn weten geeft de Bijbel hier geen informatie over.

Zal er nu ook nog seks tussen goden zonen en vrouwen zijn waardoor ook nu nog reuzen worden geboren?
Na dat tijdperk van die reuzen waar het volk Israël en hun leider Jozua en waar later koning David nog bij betrokken was om de laatste reuzen rond Israël te doden horen we niet meer van die reuzen.

Hoe verliep dat contact tussen de zonen van God en de vrouwen van mensen? Hoe ging die seks?
Bij mijn weten geeft de Bijbel hier geen informatie over. Uit informatie van musea die spullen hebben uit die tijd krijg je wel een bepaalde indruk van hoe het gegaan zou kunnen zijn.

Wat is juist en niet juist bij allerlei verhalen over de nephilim?
Juist is dat de nephilim lang waren, De grootste maat die in de Bijbel is genoemd was een meter of vier lang en ook nog 1,5 meter breed. Nog langer en breder geeft de Bijbel niet aan.

Juist is dat er in de tijd van de nephilim indrukwekkend versterkte steden waren. Het is niet duidelijk, maar m.i. wel waarschijnlijk dat de nephilim die (mede) hebben gebouwd.

Niet juist is dat David de laatste reus, de reus Goliath doodde. Na deze dood van deze reus werden er nog andere reuzen gedood door helden van David.

Niet juist is lijkt mij dat alle reuzen 6 vingers en tenen hadden aan iedere hand en voet. Het wordt bij één reus namelijk speciaal genoemd.

Heb je persoonlijk het idee dat je nu alles van dit onderwerp weet?
Nee, er zijn nog allerlei vragen over gebleven.

Hoe kun je onderwijs geven over dit onderwerp?
Je kunt de volgende lijn aanhouden.
Geef de aanleiding aan voor dit onderwerp. Een vraag of iets dergelijks.
Begin met de situatie voor de zondvloed. Uitleg Genesis 6:1-12.
Na de zondvloed ging het opnieuw fout. Dat bleek toen de verspieders van het volk Israël het land Kanaän gingen bezoeken. Uitleg Numeri 13:28-33.
Geef aandacht aan het binnentrekken van het volk Israël in Kanaän o.l.v. Jozua.
Geef aandacht aan het werk van koning David, zijn gevecht tegen Goliath en het werk van de helden van David.
Boodschap: met de HEER aan je zijde kun je giganten overwinnen.

Belangrijke boodschap. Het is goed om dit onderwerp te kennen omdat het antwoord geeft op het waarom van de zondvloed en het waarom van het uitroeien van de volken die in Kanaän woorden. Maar ga je er niet teveel in verdiepen. Er zijn allerlei speculatieve filmpjes.

We willen opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.