studie Vrij Worden

Je kunt gebonden zijn, in een gevangenis zitten, maar je kunt worden verlost, losgelaten worden en vrijkomen. Daar gaat het in deze studie over.

Je kunt ook als volk vrij worden. Het volk Israël maakt dat mee toen ze bevrijd werden uit Egypte. Nederland m

Er is niet alleen bevrijding mogelijk van individuen maar ook van groepen mensen. Ons land kent de bevrijding na de tweede wereldoorlog. Op 5 mei vieren we Bevrijdingsdag. Op die dag van bevrijding op 5 mei 1945 waren de mensen uitzinnig blij.

Vrij worden in de Bijbel

Er komen de volgende woorden voor over vrij, vrijheid en bevrijding.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1ἐλευθερία
eleutheria
Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
G1657
SB1501
Vrijheid
Komt 11 keer voor in 10 verzen
KJV: liberty (11x)
2ἐλεύθερος eleutherosBijvoeglijk
naamwoord
G1658
SB1502
Vrij
Komt 23 keer voor in 23 verzen.
KJV: free (18x), free woman (3x), at liberty (1x), free man (1x).
3ἐλευθερόω eleutheroōWerkwoordG1659
SB1503
vrij worden.
Komt 7 keer voor in 7 verzen.
KJV: make free (6x), deliver (1x).
4ῥύομαι
rhyomai
WerkwoordG4506
SB3946
Bevrijden, verlossen
Komt 18 keer voor in 16 verzen
KJV: deliver (17x), Deliverer (1x).
5δουλεύω douleuōWerkwoordG1398Dienen, gebonden zijn
Komt 25 keer voor in 23 verzen.
KJV: serve (18x), be in bondage (4x), do service (3x).
6φυλακή
phylakē
Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
G5438Gevangenis
Komt 47 keer voor in 45 verzen.
KJV: prison (36x), watch (6x), imprisonment (2x), hold (1x), cage (1x), ward (1x).
7 δέω
deō
WerkwoordG1210Binden
Komt 44 keer voor in 41 verzen
KJV: bind (37x), tie (4x), knit (1x), be in bonds (1x), wind (1x).
8αἰχμαλωτίζω aichmalōtizōWerkwoordG163Gevangen
Komt 3 keer voor in 3 verzen.
KJV: bring into captivity (2x), lead away captive (1x).
9ζωγρέω
zōgreō
WerkwoordG2221Komt 2 keer voor in 2 verzen
KJV: catch (1x), take captive (1x).

Zo’n veertig keer gaat het over vrij, vrij maken en vrijheid in het Nieuwe Testament. Zie de teksten in het volgende hoofdstuk.

Het woord rhyomai heeft in het Grieks de betekenis van beschermen en behoeden, maar in het Nieuwe Testament en in de Septuagint heeft het vooral de betekenis van bevrijden, verlossen of redden.

Het woord douleuō komt van doulos, is slaaf. Het kan slaan op zowel vrijwillig als verplicht dienen oftewel gebonden zijn. Je zou ook kunnen zeggen verslaafd zijn.

Bij de gevangenis kan het ook gaan om meer dan een fysieke gevangenis. Veel meer dan de vertalingen ons doen willen geloven.

Het woord aichmalōtizō komt twee keer voor in de zin van geestelijk gebonden zijn of er juist vrij van komen. Het woord zōgreō komt ook voor in twee betekenissen. Zie hieronder. Lukas 5:11 en 2 Timoteüs 2:26.

Vrij zijn, in vrijheid leven.

Er zijn veertig verzen, die over vrijheid, vrij en vrijmaken of bevrijden gaan. Hierbij komen een zevental verschillende onderwerpen voor. En dan zijn er nog drie teksten, die daar niet in onder te brengen zijn

(1) Een vrije ten opzichte van iemand, die een slaaf is.
Dit gaat er over als iedereen erbij hoort. Als je vrij bent, maar ook als je een slaaf bent.

Efeziërs 6:8. … want u weet dat allen door de Heer beloond worden voor het goede dat ze doen, zowel slaven als vrije mensen.

(2) Dat je vrij van een belofte kan zijn

(3) Dat je een vrije plek kan hebben in het Koninkrijk van God

(4) In Galaten staan enkele verzen of de vrije Sara en de slavin Hagar.

Galaten 4:22-25. Zeg mij, u die onder de wet wilt zijn, luistert u niet naar de wet? Want er staat geschreven dat Abraham twee zonen had, een van de slavin, en een van de vrije. Maar hij die van de slavin was, is naar het vlees geboren, hij echter die van de vrije was, door de belofte. Deze dingen hebben een zinnebeeldige betekenis; want deze vrouwen zijn de twee verbonden: het ene, dat van de berg Sinaï, dat kinderen voortbrengt voor de slavernij, dat is Hagar. Want deze Hagar is de berg Sinaï in Arabië, en komt overeen met het huidige Jeruzalem, dat met haar kinderen in slavernij is.
Galaten 4:26-31. Maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en dat is de moeder van ons allen. Want er staat geschreven: Wees vrolijk, onvruchtbare, die niet baart, breek uit in gejuich en roep, u die geen barensnood kent, want de kinderen van de eenzame zijn veel talrijker dan die van haar die de man heeft. Wij nu, broeders, zijn kinderen van de belofte, net zoals Izak. Maar zoals destijds hij die naar het vlees geboren was, hem vervolgde die naar de Geest geboren was, zo is het ook nu. Wat zegt de Schrift echter? Jaag de slavin en haar zoon weg, want de zoon van de slavin zal beslist niet erven met de zoon van de vrije. Daarom, broeders, wij zijn geen kinderen van de slavin, maar van de vrije.

(5) Dat je vrij bent als je in Christus bent.

Romeinen 8:20b-21. Maar ze (de schepping) heeft hoop gekregen, omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt.

1 Korintiërs 10:29.
2 Korintiërs 3:17.
Galaten 2:4.
Galaten 5:1, 13
Jakobus 1:25.
Jakobus 2:12.
1 Petrus 2:16.

Galaten 5:13. Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde,

1 Petrus 2:16. Leef als vrije mensen, en verschuil u niet achter uw vrijheid om u te misdragen, maar handel als dienaren van God.

(6) Dat je vrij kunt worden.

(7) En dat dat vrij worden allerlei gevolgen heeft.

Vrijheid G1657

2 Petrus 2:19

Johannes 8:30-36. Toen hij deze dingen zei, kwamen velen tot geloof in hem. En tegen de Joden die in hem geloofden zei Jezus: ‘Wanneer u bij mijn woord blijft, bent u werkelijk mijn leerlingen. U zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u bevrijden.’ Ze zeiden: ‘Wij zijn nakomelingen van Abraham en we zijn nooit iemands slaaf geweest – hoe kunt u dan zeggen dat wij bevrijd zullen worden?’ Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: iedereen die zondigt is een slaaf van de zonde. Nu blijft een slaaf niet voor eeuwig in huis, maar de Zoon blijft wel voor eeuwig. Dus wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn.

Galaten 5:1. Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.

Bevrijden en verlossen

De NBV vertaalt steeds met redden, de HSV meestal met verlossen. Dat vind ik beter passen. Je kunt in de meeste gevallen ook het woord bevrijden er in lezen, zoals in de eerste tekst: … en bevrijd ons van de boze.

Mattheüs 6:13. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen. [HSV]

Mattheüs 27:43. Hij heeft op God vertrouwd; laat Die Hem nu verlossen als Hij Hem welgezind is, want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon. [HSV]

Lukas 1:74. … dat wij, verlost uit de hand van onze vijanden, Hem zouden dienen zonder vrees. [HSV]

Romeinen 7:24. Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? [HSV]

Romeinen 11:26. En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob. [HSV]

Romeinen 15:31. … dat ik verlost mag worden van de ongehoorzamen in Judea en dat mijn dienstbetoon, namelijk dat aan Jeruzalem, de heiligen welgevallig is. [HSV]

2 Korintiërs 1:10. Hij heeft ons uit zo’n groot doods gevaar verlost, en Hij verlost ons nog . Op Hem hebben wij de hoop gevestigd dat Hij ons ook verder verlossen zal. [HSV]

Kolossenzen 1:13. Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde. [NBG]

1 Tessalonicenzen 1:10. … en Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Die Hij uit de doden heeft opgewekt, namelijk Jezus, Die ons verlost van de komende toorn. [HSV]

2 Tessalonicenzen 3:1-2. Voorts, broeders, bidt voor ons, dat het woord des Heren snelle voortgang hebbe en verheerlijkt worde, evenals bij u, en dat wij bewaard blijven voor de wargeesten en slechte mensen; want trouw vindt men niet bij allen. [NBG. Waarom met wargeesten vertaald? Er staat zoiets als kwade en slechte mensen]

2 Timoteüs 3:11. … in mijn vervolgingen en lijden zoals die mij overkomen zijn in Antiochië, in  Ikonium en in Lystre. Wat heb ik al niet aan vervolgingen doorstaan, en uit die alle heeft de Heere mij verlost.

2 Timoteüs 4:17b-18.  En ik ben uit de muil van de leeuw verlost. [HSV] En de Heer zal me blijven beschermen tegen alle slechte daden van mensen. Hij zal me veilig naar de hemel brengen, waar hij koning is. Alle eer aan hem voor altijd en eeuwig! Amen. [BGT]

2 Petrus 2:7-9. … en als God de rechtvaardige Lot, die leed onder de losbandige levenswandel van normloze mensen, verlost heeft – want deze rechtvaardige, die in hun midden woonde, heeft dag in dag uit zijn rechtvaardige ziel gekweld bij het zien en horen van hun wetteloze daden – dan weet de Heere ook nu de godvruchtigen uit de verzoeking te verlossen, maar de onrechtvaardigen te bewaren tot de dag van het oordeel, om gestraft te worden. [HSV]

Gevangen zijn

Matteüs 25:36,39,43 en 44.

Hebreeën 11:36

Gebonden zijn

Johannes 8:33.

Handelingen 7:6-7. God zei tegen Abraham dat zijn nakomelingen vierhonderd jaar in een vreemd land zouden wonen, waar ze in slavernij zouden leven en slecht behandeld zouden worden. “Maar,” zo luidden Gods woorden, “het volk dat ze als slaaf zullen dienen, zal ik straffen, en daarna zullen ze wegtrekken en mij vereren op de heilige plaats.”

Romeinen 6:6. Immers, we weten dat ons oude bestaan met hem gekruisigd is omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven: we mochten niet langer slaven van de zonde zijn.

Romeinen 7:25. Dat doet God! Dank aan hem door Jezus Christus, onze Heer. Met mijn verstand onderwerp ik mij aan de wet van God, maar door mijn natuur onderwerp ik mij aan de wet van de zonde.

Galaten 4:8-9. Toen u God nog niet kende, was u onderworpen aan goden die helemaal geen goden zijn. Hoe is het dan toch mogelijk dat u die God hebt leren kennen, meer nog, door God gekend bent, u opnieuw tot die zwakke, armzalige machten wendt en u daaraan als slaven onderwerpen wilt?

Galaten 4:25. Want deze Hagar is de berg Sinaï in Arabië, en komt overeen met het huidige Jeruzalem, dat met haar kinderen in slavernij is. [HSV]

Titus 3:3. Want ook wij waren voorheen onverstandig, ongehoorzaam, dwalend, verslaafd aan allerlei begeerten en hartstochten, levend in slechtheid en afgunst, hatelijk en elkaar hatend. [HSV]

Strijd vanaf het begin

Het boek Genesis spreek van een strijd tussen het nageslacht van de vrouw en het nageslacht van de slang. Eerst gaat de slang de vrouw verleiden tot ongehoorzaamheid, dat staat in Genesis 3:1-7. Let op de listen van de slang: twijfel, leugen, verdacht maken. Daarna volgt het oordeel van God, waaronder deze tekst:
Genesis 3:15. Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop, jij bijt hen in de hiel.’

Dit vers in Genesis wordt wel de moederbelofte en het Proto evangelie genoemd. Waar komt het woord moederbelofte vandaan? Ik heb niet kunnen vinden. Wie ermee is begonnen? Het staat niet in de Heidelbergse Catechismus of in de belijdenis geschriften, maar ik heb het wel in allerlei preken gehoord van dominees in mijn kerk. Mijn kerk is een gemeente, die zich verbonden voelt met de Gereformeerde Bond binnen de PKN kerken.

Er is een theologie die bij ‘nageslacht’ verwijst naar Jezus, die op het kruis voor onze zonden is gestorven en zo satans hoofd vermorzelde. Het bijten in de hiel duidt op het lijden van Jezus.

De strijd is, denk ik, beter breder op te vatten. De New International Version (NIV) heeft als tekstverwijzing Handelingen 13:10. Dat is de uitbrander en de straf die Elymas van de apostel Paulus kreeg. Hij werd blind. De andere tekstverwijzingen van de NIV zijn Johannes 8:44, dat gaat over de duivel en Efeze 2:2, 1 Johannes 3: 8. <<nog uitwerken>>

In de Joodse Chumash, Stone edition, staat bij deze tekst. “De slang verleidt de joden om de geboden met de hiel te vertrappen, maar de jood kan overwinnen door zijn hoofd te gebruiken voor de Torah studie”. Wel een hele andere insteek voor deze tekst dan de insteek van de preken in de kerk.

De strijd van het nageslacht van de vrouw en de slang is op allerlei plekken in de boeken van de Bijbel te lezen. Bij de strijd tussen Jezus en de duivel na de doop in de woestijn ging over verleiding. Doordat Jezus niet op de verleiding inging werd de macht van de satan gebroken. <<verder uitwerk>>

Jezus zendt tweeënzeventig volgelingen uit en dan lezen we Lukas 10:17-20. De tweeënzeventig keerden vol vreugde terug en zeiden: ‘Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam.’ Hij zei tegen hen: ‘Ik heb Satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen! Bedenk wel: ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden. Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.

Efeziërs 6:12.  … want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. [deze tekst staat ook hierboven]

Net als bij Jezus in de woestijn over de verleiding kennen wij ook die innerlijke strijd tegen de duisternis. Hier enkele voorbeelden:
Romeinen 13:12. De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts!
Galaten 5:19-21. Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn: hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, veten, twist, afgunst, uitbarstingen van toorn, zelfzucht, tweedracht, partijschappen, nijd, dronkenschap, brasserijen en dergelijke, waarvoor ik u waarschuw, zoals ik u gewaarschuwd heb, dat wie dergelijke dingen bedrijven, het Koninkrijk Gods niet zullen beërven.
Efeziërs 5:11. En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer …

Vrij komen van boze geesten.

<<eerst het algemene>>

Zoals wel duidelijk is, houden boze geesten niet van bevrijdingen. Ze ervaren dit zelfs als pijniging. Matteüs 8:29. En zie, zij schreeuwden, zeggende: Wat hebt Gij met ons te maken, Zoon van God? Zijt Gij hier gekomen om ons voor de tijd te pijnigen? [NBG]

Als een kind van God met veel gezag in de buurt van boze geesten komt en als de boze geesten bij iemand worden aangesproken dan kunnen die geesten gaan reageren. We noemen dat manifesteren van boze geesten. Het kan zijn dat ze niet anders kunnen of dat ze proberen de bevrijding te verhinderen of beide. Vormen van manifesteren zijn: diep ademen, geeuwen, hoesten, of in andere gevallen beven, schudden en trappelen. We lezen meer dan eens in de Bijbel, dat de boze geest met een luide schreeuw de persoon verlaat. Bijvoorbeeld Matteüs 9:26.

Als er manifestaties zijn, is het belangrijk om rustig te blijven. Sta ten alle tijde in de autoriteit van Jezus. Ook het bidden in nieuwe tongen is hierbij een machtig wapen, zie Markus 16: 17. Het kan zijn dat we onvoldoende autoriteit hebben om de duisternis te verdrijven. Het is daarom goed om vooral te bedenken of we voldoende autoriteit hebben voor het uitdrijven.

Het kan zijn dat er meer geesten in het spel zijn. Dat is zelfs meestal het geval. Bij meer geesten is er dan meestal een “sterke” (leider/aanvoerder) aanwezig. Bind deze en pak de andere geesten één voor één aan. Men zegt weleens; “neem de koninginbij weg en de rest zal volgen”. Vertrouw hierin op de leiding en de hulp van de Heilige Geest. Matteüs 12: 29. Of hoe kan iemand het huis van de sterke binnengaan en zijn huisraad roven, als hij niet eerst die sterke heeft gebonden? Dan zal hij zijn huis plunderen.

In de periode van de moord op Pim Fortuijn werd er over gesproken dat mensen hem hadden gedemoniseerd. Volgens de Bijbel kunnen mensen dat niet doen, je kunt alleen maar worden gedemoniseerd door demonen.

Bevrijding van het volk Israël

Het boek Exodus geeft een verhaal van een collectieve bevrijding

Van de Bijbel kennen we ook een enorme bevrijding van het volk Israël uit de slavernij van Egypte. We kunnen daar over lezen in het boek Exodus. Eerst was er de vraag van Mozes aan de Farao van Egypte. Toen de Farao het volk niet wilde vrijlaten volgden een tiental grote rampen. Tenslotte liet hij het volk gaan.

De Farao bedacht zich een aantal dagen later en achtervolgde het volk. Het volk Israël stond voor de Rode Zee. Door een groot wonder splitste het water van de Rode Zee zich en ontstond er een pad door de Rode Zee. Het volk Israël trok er door heen. Maar toen het leger van de Farao ook door dat pad ging stortte de muren van water ineens in en het leger van de Farao verdronk. Dit was een dermate indrukwekkend gebeurtenis dat lange tijd later de volken rond Israël zich deze gebeurtenis nog steeds herinnerden.

Jozua wordt de nieuwe leider na Mozes. Bijna altijd als het over Jozua gaat in de Bijbel wordt eraan toegevoegd dat hij de zoon van Nun is. Het Hebreeuwse woord Nun betekent o.a. vrijheid.

Het zou mooi zijn als volken onder nare dictaturen zoals in Syrië of Noord Korea ook zouden worden bevrijd van hun duistere leiders.

Bevrijding bij Jezus

Hieronder staan vier voorbeelden van bevrijdingen, die door Jezus plaatsvonden.

Voorbeeld 1: De onreine geest, die de start van Jezus bediening wilde verstoren.
Marcus 1: 23-27. Er was in de synagoge ook een man die bezeten was door een onreine geest, en hij schreeuwde: ‘Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie je bent, de heilige van God.’ Jezus sprak hem streng toe en zei: ‘Zwijg en ga uit hem weg!’ De onreine geest deed de man stuiptrekken en verliet hem met een luide schreeuw. Iedereen was zo verbijsterd dat ze tegen elkaar zeiden: ‘Wat is dit allemaal? Een nieuwe leer met groot gezag! Zelfs als hij onreine geesten een bevel geeft, wordt hij gehoorzaamd.’

Er vallen een paar dingen op:
1. De eerste heling van Jezus waarvan we in het NT lezen was een bevrijding.
2. Jezus vraagt niets aan God maar treedt namens God op. Jezus beveelt: ga uit.
3. Reactie van de mens: stuiptrekken en geschreeuw.
4. Men ontdekt dat Jezus gezag heef. Autoriteit is belangrijk.

Een vrouw die al achttien jaar bezeten was
Lukas 13:11-13. Er was daar ook een vrouw die al achttien jaar bezeten was door een geest die haar ziek maakte. Ze was helemaal krom en kon met geen mogelijkheid rechtop staan. Toen Jezus haar zag, riep hij haar bij zich en zei tegen haar: ‘U bent verlost van uw ziekte,’ en hij legde haar de handen op. Meteen ging ze rechtop staan en loofde God.

Wat valt op:
1. Het is een geest die haar ziek maakte. NBG vertaling: “Een geest van zwakheid”.
2. Dit werkte uit in haar lichaam.
3. De wijze waarop Jezus haar beter maakte: spreken en handen opleggen.
4. De handeling wordt ‘verlossing van de ziekte’ genoemd.
5. Jezus legde haar de handen op. Voor genezing en vervulling met de Geest. Dat dit zo is, zie je aan haar reacties. Rechtop staan en loven van God.

Zo gaat het verhaal verder.
Lucas 13: 14-17. Maar de leider van de synagoge werd boos omdat Jezus op sabbat genas en zei tegen de menigte: ‘Er zijn zes dagen om te werken. Kom dus op die dagen om u te laten genezen en niet als het sabbat is!’ Maar de Heer zei: ‘Huichelaars! Maakt niet ieder van jullie op sabbat zijn os of ezel los van de voederbak om hem te laten drinken? Mocht deze vrouw, die een dochter is van Abraham en al achttien jaar door Satan geboeid werd gehouden, mocht zij op sabbat niet uit deze boeien worden losgemaakt?’ Toen hij dat zei, stonden al zijn tegenstanders beschaamd, maar de hele menigte was verheugd over de machtige daden die door hem werden verricht.

Er zijn twee soorten reacties:
1. De menigte gaat God gaat loven (vers 17).
2. De leider van de synagoge ergert zich aan Jezus (vers 14-15).

En nog meer:
1. Zowel de Lukas als de leider van de synagoge noemt deze verlossing een genezing.
2. Jezus kiest ervoor om te genezen. Een zuster in moeite genezen is belangrijker dan een goede relatie met de leider van de synagoge. Dan een sabbat gebod van mensen.
3. Jezus noemt hem een huichelaar (vers 16). Ik denk met de bedoeling hem een spiegel voor te houden opdat hij zich gaat bekeren.

De genezing van de bezeten Gerasener.
Marcus 5: 1-7. Ze kwamen aan de overkant van het meer, in het gebied van de Gerasenen. Toen hij uit de boot gestapt was, kwam hem meteen vanuit de grafspelonken een man tegemoet die door een onreine geest bezeten was en in de spelonken woonde. Zelfs als hij vastgebonden was met een ketting kon niemand hem in bedwang houden. Hij was al dikwijls aan handen en voeten geketend geweest, maar dan trok hij de kettingen los en sloeg hij de boeien stuk, en niemand was sterk genoeg om hem te bedwingen. En altijd, dag en nacht, liep hij schreeuwend tussen de rotsgraven en door de bergen en sloeg hij zichzelf met stenen. Toen hij Jezus in de verte zag, rende hij op hem af en viel voor hem neer, en luid schreeuwend zei hij: ‘Wat heb ik met jou te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer je bij God: doe me geen pijn!’ 

Marcus 5: 8-10. Want hij had tegen hem gezegd: ‘Onreine geest, ga weg uit die man.’ Jezus vroeg hem: ‘Wat is je naam?’ En hij antwoordde: ‘Legioen is mijn naam, want we zijn met velen.’ Hij smeekte hem dringend om hen niet uit deze streek te verjagen. 

Marcus 5: 11-13. Nu liep er op de berghelling een grote kudde varkens te grazen. De onreine geesten smeekten hem: ‘Stuur ons naar die varkens, dan kunnen we bij ze intrekken.’ Hij stond hun dat toe. Toen de onreine geesten de man verlaten hadden, trokken ze in de varkens, en de kudde van wel tweeduizend stuks stormde de steile helling af, het meer in, en verdronk in het water.

Wat valt op:
1. De bezeten man had grote kracht.
2. Jezus had gezegd ‘ga weg uit die man’, maar de geest was nog niet verdwenen (vers 8). De actie van Jezus heeft niet in één keer het gewenste effect. Dat kan bij ons ook gebeuren.
3. Jezus stelt de boze geest een vraag: wat is je naam? Dat kun je dus blijkbaar vragen.
4. De geest heette legioen, een soort leider van een hele groep met geesten.
5. Jezus wist nog niet, dat hij zo heette.
6. Jezus is coulant voor de onreine geest.

Het derde deel van de tekst, vers 11 tot en met 13, is moeilijk te begrijpen. Waarom vraagt de onreine geest in de varkens te mogen intrekken? Het zou kunnen zijn omdat het onreine dieren zijn.

Waarom kunnen die varkens daar niet tegen en zoeken ze hun ondergang? Het zou kunnen dat het geesten waren die zichzelf hadden gecommitteerd met de dood. Ze probeerden de Gerasener immers ook de dood in te jagen.

In de parallelle tekst in Lukas 8: 31 staat er nog dat de onreine geesten Jezus smeekten niet naar de afgrond, in het Grieks abusson, de NBV vertaalt met ‘onderwereld’,  te hoeven. Waarom is Jezus zo aardig om deze nare geesten een gunst te verlenen? <<ik heb geen idee>>

Deze geschiedenis van de storm op het meer gaat vooraf aan deze geschiedenis. Was toen de natuur onder invloed van de doodsgeesten, die ook de Gerasener kwelde? Na deze geschiedenis volgde de opwekking uit de dood van de dochter van Jaïrus. Hadden daar de doodgeesten ook een rol in? Het lijkt er op dat je dat verband kan leggen.

De evangeliën noemen deze plaats het gebied van de Gerasenen of Gaderenen. Het is het gebied aan de Zuid Oost kant van het meer. Hier woonden weinig of geen joodse mensen. Dat blijkt ook wel uit de aanwezigheid van de varkens. Nu is er een vrij brede strook tussen het water en de steile berghellingen. Maar in de tijd van Jezus stond het water, denk ik hoger, waardoor de varkens vanaf de helling gelijk in het water terecht kwamen.

Pijnlijk falen van de discipelen.
Matteüs 17:14-18. Toen ze zich weer bij de mensenmassa voegden, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel en zei: ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder; hij valt dikwijls in het vuur of in het water. Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.’  Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie nog verdragen? Breng hem bij me.’ Daarop sprak Jezus de demon op strenge toon toe. Deze ging uit de jongen weg, en vanaf dat moment was hij genezen.

Wat valt op:
1. In dit deel gaat het vooral om wat de leerlingen doen.
2. Jezus noemt de falende leerlingen ongelovig en dwars. Jezus heeft even grote moeite met hen.

Als ik dit zo lees, dan denk ik: “Wat zou Jezus van onze kerk vinden”? Ook een ontaard en verkeerd geslacht? Daar is moeilijk een ander antwoord op te geven, dan “ja”.

De opmerking van Jezus hier is een tekst die ook al in het Oude Testament voorkomt (zie Studiebijbel). De HSV vertaalt i.p.v. “dwars” met het woord “ontaard” en de SV en NBG met “verkeerd”. De Jewish Bible vertaalt vers 17 als: Yeshua answered, “Perverted people, without any trust! How long will I be with you? How long must I put up with you? Bring him here to me!”

Bevrijding door de discipelen.

Hieronder staat een voorbeeld beschreven van een bevrijding van de apostel Paulus en een voorbeeld van een poging van een bevrijding door de zonen van Skevas. Die bevrijding liep verkeerd af.

Een bevrijding door Paulus.
Handelingen 16:16-18. Een andere keer, toen we weer op weg waren naar de gebedsplaats, kwamen we een jonge slavin tegen die bezeten was door een geest en zo de toekomst kon voorspellen. Met haar waarzeggerij verdiende ze veel geld voor haar eigenaars. Terwijl ze achter Paulus en ons aan liep, schreeuwde ze aan één stuk door: ‘Deze mensen zijn dienaren van de allerhoogste God en verkondigen u hoe u gered kunt worden!’ Dat ging verscheidene dagen zo door. Toen Paulus er genoeg van kreeg, sprak hij de geest als volgt toe: ‘Ik beveel je in de naam van Jezus Christus: verlaat haar!’ En op datzelfde moment ging de geest uit haar weg.

Wat valt op:
1. Paulus laat het verschillende dagen duren. Waarom? Hij lijkt mij vanwege zijn geduld en zijn liefde.
2. Paulus doet de bevrijding in de naam van Jezus, onder het gezag van Jezus.

De zonen van Skevas.
Handelingen 19: 13-20. Ook enkele rondtrekkende Joodse geestenbezweerders probeerden boze geesten uit te drijven door het uitspreken van de naam van de Heer Jezus. Ze zeiden: ‘Ik bezweer jullie bij Jezus, die door Paulus wordt verkondigd!’ Het waren de zeven zonen van Skevas, een Joodse hogepriester, die dit deden. Maar de boze geest gaf hun ten antwoord: ‘Jezus ken ik, en Paulus ook, maar wie zijn jullie?’ De man die door de boze geest bezeten was, sprong op hen af en ging hen met zo veel geweld te lijf dat ze naakt en gewond uit het huis wegvluchtten. Alle Joodse en Griekse inwoners van Efeze hoorden van dit voorval, dat hen met diep ontzag vervulde; allen prezen en eerden de naam van de Heer Jezus. Veel nieuwe gelovigen kwamen in het openbaar hun praktijken opbiechten. Onder hen waren ook velen die magie hadden bedreven, maar die nu hun boekrollen verzamelden en publiekelijk verbrandden. Toen de waarde ervan werd berekend, kwam men uit op een bedrag van vijftigduizend zilverstukken. Zo zegevierde het woord van de Heer en vond het steeds meer gehoor.

Wat valt op:
1. Het is gevaarlijk als je demonen uitdrijft zonder voldoende autoriteit.
2. Bij Paulus lees je dat ze hun praktijken opbiechten en hun boekrollen verbranden. Dat lijkt voldoende te zijn.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.