Studie Opstanding Uit de Dood

Voor mij was de opstanding uit de dood iets voor de verre toekomst als Jezus terugkomt. Of in dat uitzonderlijke geval als iemand, die pas is overleden weer gaat leven. Je leest daar wel eens van.

Als je in dit onderwerp verdiept dan ontdek je dat er nog meer mogelijkheden zijn. De Bijbel spreekt van ene Henoch. Henoch wandelde met God en hij was niet meer. Dat wil zeggen: hij was met lichaam en al naar de wereld van God gegaan. Hij ging niet dood. Hij veranderde alleen.

Van Jezus lezen we dat hij op de berg van de verheerlijking was en daar veranderde van gedaante. Hij was daar met Mozes en Elia, ook al mensen, van wie hun dode lichamen nooit zijn gevonden.

Als Jezus op die bijzondere Pasen opstaat uit de dood is dat met zijn lichaam, hoewel zijn lichaam wel anders was. Een verheerlijkt lichaam zou je kunnen zeggen.

Bij leerlingen van Jezus, die later apostelen werden genoemd, ging het, toen zij stierven niet op die manier. Van hen zijn de graven bekend waar hun dode lichamen liggen of hebben gelegen.

Hoe zou het met de discipelen zijn gegaan? Is hun onsterfelijke deel nu al bij Jezus en krijgen ze te zijner tijd een nieuw lichaam? En is dat dan net zo’n lichaam als bij Jezus na zijn opstanding?

Er zijn ook mensen, die worden opgewekt terwijl ze net zijn gestorven en die leven in hun kwetsbare lichaam weer verder. We denken aan het dochtertje van Jaïris, de jongeling van Naïn en van Lazarus.

Dit is een studie, die gaat over ‘opstaan’ en ‘opnieuw leven’. En daar zitten diverse kanten aan. Veel zegen bij de studie toegewenst.

Het Nieuwe Testament is met name het boek van de opstanding uit de dood, daarom bestuderen we dat eerst. En daarna het Oude Testament waar de opstanding zeker ook een onderwerp is. De citaten uit de vertalingen van de Bijbel komen uit de NBV tenzij anders is aangegeven.

Uit het Nieuwe Testament

Er wordt in het Nieuwe Testament best veel gesproken over de opstanding uit de doden. Wel zo’n tweehonderd keer. Een belangrijk onderwerp dus.

Welke woorden gebruikten ze?

Er worden twee soorten woorden gebruikt in het Grieks, zowel als zelfstandig naamwoord of als werkwoord. Je kunt beide vertalen met opstaan of opwekken of opwekking of opstanding. In een aantal gevallen worden ook de dood of de doden genoemd. Hieronder het overzicht van de woorden, die voorkomen.

Nog even een toelichting op de kolom ´Strong´. Meneer Strong heeft een woordenboek gemaakt van alle woorden die in de Bijbel voorkomen en aan al die woorden een nummer toegekend. De Hebreeuwse woorden met de letter ‘H’ vooraf en de Griekse woorden met de letter ‘G’ vooraf. De nummers met SB vooraf komen uit de concordantie van serie van de Studiebijbel van het Centrum van het Bijbelonderzoek. Hierdoor kun je de informatie zelf verder nazoeken.

  Woord Soort woord Strong Opmerkingen:
1 ἀνάστασις anastasis Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
G386
SB350
Opstanding
Komt 42 keer voor in 40 verzen.
KJV: resurrection (39x), rising again (1x), that should rise (1x), raised to life again (with G1537) (1x).
ἀνάστασις νεκρός anastasis nekros In
combinatie met het woord
´doden´
G386 G3498 Opstanding van de doden.
De combinatie komt in 16 verzen voor.
KJV: resurrection of the dead (10x), resurrection
from the dead (6x).
2ἀνίστημι anistēmi WerkwoordG450
SB412
Opstaan
Komt 123 keer voor in 111 verzen.
KJV: arise (38x), rise (19x), rise up (16x), rise again (13x), raise up (11x), stand up (8x), raise up again (2x), miscellaneous (5x).
ἀνίστημι νεκρός anistēmi
nekros  
In
combinatie met het woord
doden
G450 G3498Opstaan van de doden.
Komt 14 keer voor.
KJV: risen from the dead (14x) 3x is woord ‘again’
toegevoegd.
3ἔγερσις
egersis
Zelfstandig naamwoord vrouwelijkG1454
SB1305
Opwekken.
Komt in 1 tekst voor. Matteüs 27:53.
KJV: resurrection (1x).
4ἐγείρω
egeirō
WerkwoordG1453
SB1304
Opwekken.
Komt 161 keer voor in 135 verzen.
KJV: rise (36x), raise (28x), arise (27x), raise up (23x), rise up (8x), rise again (5x), raise again (4x), miscellaneous (10x).
ἐγείρω νεκρός egeirō
nekros
In combinatie met het woord
´doden´
G1453
G3498
Opwekken uit de dood
Komt 47 keer voor in 46 verzen
KJV: raised of/from the dead (diverse varianten)

Anastasis en anistemi
Het zelfstandig naamwoord anastasis gaat altijd over de opstanding van de doden. Van die 42 keer staan 16 keer letterlijk de doden er bij genoemd.

Het werkwoord anistemi is het algemene woord voor opstaan, van je zit of ligplaats bijvoorbeeld. In bijna de helft van de gevallen gaat het hier ook om opstaan van de doden namelijk 46 keer. En hiervan staat 14 keer letterlijk de doden erbij genoemd.

De KJV voegt aan ‘rise’ drie keer het woord ‘again’ is toegevoegd. Dat staat niet in het Grieks. Hoezo opnieuw? Veronderstelt dat we in ons leven staan, maar zijn gaan liggen toen we stierven en vervolgens weer gaan staan?

In het Nederlands is er ook het woord ‘wederopstanding’. Hoezo ‘weder’ oftewel ‘opnieuw’? Zou dit dezelfde reden hebben, die ik hierboven noemde?

Egersis en egeiro
Het zelfstandig naamwoord komt maar eenmaal voor, dat maakt het wel opvallend. Blijkbaar is het gebruikelijke woord voor opstanding ‘anastasis’. In Orthodoxe kerken verwijst de naam van het koor van de kerk naar dit woord.

De keer dat egersis is gebruikt gaat het om het bijzondere feit, dat na de dood van Jezus aan hetr kruis, de doden uit hun graven komen en de mensen in de stad bezoeken.

Het werkwoord egeiro komt juist heel vaak voor. Het bij 94 van de 161 keer opstaan of opwekken van de doden.

Gerubriceerd
Ik heb de teksten, die over de opstanding van de doden gaan gerubriceerd. Ik kwam tot de volgende rubrieken van teksten in het Nieuwe Testament.
– teksten over het debat over wel of niet bestaan van de opstanding van de doden
– teksten, die de opstanding van Jezus aankondigen
– teksten, die gaan over de opstanding van Jezus,
– teksten, die over een opstanding net als bij Jezus gaan
– teksten, die over de opstanding bij het laatste oordeel gaan
– teksten, die gaan over gewone mensen, die zijn opgestaan
– andere vormen van opstaan
– teksten, die gaan over de opdracht om doden op te wekken.

Het debat of opstanding uit de doden bestaat

Een deel van de teksten over de opstanding uit de doden gaat over het debat of het wel of niet zou bestaan.

In de tijd van Jezus was in Israël de opstanding uit de doden een nationaal discussiepunt. Een deel van de joden vond de opstanding van de dood onzin. Een andere deel verwachtte het juist.

In Nederland hebben we een vergelijkbaar discussiepunt, alleen spitst zich dat toe op de vraag of er leven is na de dood. Of is: dood = dood? Ik heb de indruk dat tegenwoordig meer mensen geloven in leven na de dood dan pakweg twintig jaar geleden.

Het leiderschap van de joden in die tijd werd gedomineerd door de Sadduceeën. Deze groep namen wel de boeken van Mozes serieus, logisch want dat is hun geschiedenis en hun wetgeving, maar ze namen niet de boeken van de profeten serieus. Engelen bestonden volgens hen ook niet en als mensen stierven was dat ook het einde: dood is dood. Misschien geloofden ze nog wel dat de ziel in het dodenrijk zou komen. Maar dat was het dan ook. Einde verhaal.

We lezen in de evangeliën één keer dat de sadduceeën met een listige vraag de confrontatie met Jezus opzoeken. Maar in alle drie evangeliën wordt er verslag van gedaan.

Matteüs 22:23-33. Diezelfde dag kwamen er ​sadduceeën, die beweren dat er geen opstanding uit de dood is, naar hem toe. Ze stelden hem deze vraag: ‘Meester, ​Mozes​ heeft gezegd: “Indien iemand kinderloos sterft, moet zijn broer met de ​weduwe​ trouwen omdat hij haar zwager is, en voor zijn broer nakomelingen verwekken.” Nu kennen wij een geval met zeven broers. De eerste trouwde, maar stierf kinderloos en liet zijn vrouw na aan zijn broer. Hetzelfde gebeurde met de tweede en de derde broer, tot aan de zevende toe. Het laatst van allen stierf de vrouw. Wiens vrouw zal zij dan bij de opstanding zijn? Alle zeven zijn ze immers met haar getrouwd geweest.’ Jezus​ gaf hun ten antwoord: ‘U dwaalt, blijkbaar kent u de Schriften niet, en de macht van God evenmin! Want bij de opstanding trouwen de mensen niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, ze zijn dan als ​engelen​ in de hemel. Hebt u niet gelezen wat God u over de opstanding van de doden heeft gezegd? Dit is wat hij zei: “Ik ben de God van ​Abraham, de God van ​Isaak​ en de God van ​Jakob.” Hij is geen God van doden, maar van levenden.’ Toen de talrijke omstanders dit hoorden, stonden ze versteld over zijn onderricht.

In vers 29 zegt Jezus: ‘U dwaalt, blijkbaar kent u de Schriften niet, en de macht van God evenmin! Hier heb ik wel een vraag over. Staat er ergens in het Oude Testament of andere Joodse geschriften staat dat bij de opstanding de mensen niet trouwen. Dat heb ik nog niet gevonden. <<>>

In dit deel Marcus 12:18-27 staat ook het debat. Ik citeer alleen vers 26 en 27 omdat die een ander licht geven op de tekst.
Marcus 12:26-27. Doch aangaande de doden, dat zij opgewekt zullen worden, hebt gij niet gelezen in het boek van Mozes, hoe God in het doornenbos tot hem gesproken heeft, zeggende: Ik ben de God van Abraham, en de God van Izak, en de God van Jakob? God is niet een God der doden, maar een God der levenden. Gij dwaalt dan zeer.

En in dit deel van Lucas staat ook het debat.
Lukas 20:35-38. Jezus​ zei tegen hen: ‘De ​kinderen​ van deze wereld huwen en worden uitgehuwelijkt, maar wie waardig bevonden is deel te krijgen aan de komende wereld en aan de opstanding van de doden, huwt niet en wordt niet uitgehuwelijkt. Zij kunnen ook niet meer sterven, want ze zijn als ​engelen​ en ze zijn ​kinderen​ van God omdat ze deel hebben aan de opstanding. Dat de doden opgewekt worden, dat heeft ook ​Mozes​ al duidelijk gemaakt in de tekst over de doornstruik, waar hij spreekt over de ​Heer​ als de God van ​Abraham​ en de God van ​Isaak​ en de God van ​Jakob. Hij is geen God van doden, maar van levenden, want voor hem zijn allen in leven.’

Na de opstanding van Jezus gaan de Sadduceeën nog een keer de strijd aan. Nu met de leerlingen van Jezus. En ook deze keer zonder succes voor hen.

Handelingen 4:1-4. Terwijl Petrus en Johannes de menigte nog toespraken, kwamen de priesters, het hoofd van de tempelwacht en de sadduceeën op hen af, hevig ontstemd omdat ze het volk onderrichtten en de opstanding uit de dood verkondigden op grond van wat er met Jezus was gebeurd. Ze grepen hen vast en zetten hen gevangen tot de volgende dag, omdat het al avond was. Maar van degenen die naar de toespraak hadden geluisterd, bekeerden velen zich, zodat het aantal gelovigen aangroeide tot ongeveer vijfduizend.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Na de opstanding zijn de mensen als engelen in de hemelen. Matteüs 22:30, Marcus 12:25 en Lukas 20:36.

Je moet waardig bevonden worden om deel te hebben aan de komende wereld en de opstanding van de doden. Het geldt dus niet voor iedereen. Lukas 20:35.

Als je deel hebt aan de opstanding ben je een kind van God. Lukas 20:36.

Bij de opstanding en de komende wereld trouwen mensen niet meer. Over bestaande huwelijksbanden spreekt de tekst niet. Matteüs 22:30 en Lukas 20:35

Na de opstanding kunnen we ook niet meer sterven. Lukas 20:36

Jezus, die zijn opstaan uit de dood aankondigt

Het bijzondere is dat Jezus zijn eigen opstanding uit de dood vooraf aankondigde. De discipelen hadden moeite om dat te begrijpen. Voor hen was wellicht de opstanding alleen iets wat aan het eind van de tijden zou gebeuren. Zoals ook de overtuiging van Marta was.

Ik heb onderstaande teksten in chrologische volgorde proberen te zetten, zodat we een ontwikkeling van de openbaring zouden kunnen zien.

Matteüs 16: 21-23. Vanaf die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden door toedoen van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, en dat hij gedood zou worden, maar op de derde dag uit de dood zou worden opgewekt. Petrus nam hem terzijde en begon hem fel terecht te wijzen: ‘God verhoede het, Heer! Dat zal u zeker niet gebeuren!’ Maar Jezus keerde hem de rug toe met de woorden: ‘Ga terug, achter mij, Satan! Je zou me nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.’

Marcus 8:31. Hij begon hun te leren dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden en door de oudsten van het volk, de hogepriesters en de schriftgeleerden verworpen zou worden, en dat hij gedood zou worden, maar drie dagen later zou opstaan.

Dit onderwijs gaf Jezus na de geschiedenis op de berg van de verheerlijking.
Matteüs 17:9. Toen ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.’
Marcus 9:9-10. Toen ze de berg afdaalden, zei hij tegen hen dat ze aan niemand mochten vertellen wat ze hadden gezien voordat de ​Mensenzoon​ uit de dood zou zijn ​opgestaan. Ze namen zijn woorden ter harte, maar vroegen zich onder elkaar wel af wat hij bedoelde met deze opstanding uit de dood.

Dit was onderwijs aan alleen de discipelen in Galilea.
Matteüs 17:22-23. Terwijl ze door Galilea trokken, zei Jezus tegen hen: ‘De Mensenzoon zal uitgeleverd worden aan de mensen. Die zullen hem doden, maar op de derde dag zal hij uit de dood worden opgewekt.’ Dit maakte hen zeer bedroefd.
Marcus 9:31. … want hij was bezig zijn leerlingen onderricht te geven. Hij zei tegen hen: ‘De Mensenzoon wordt uitgeleverd aan de mensen. Die zullen hem doden, maar na drie dagen zal hij uit de dood opstaan.’

Dit vertelde Jezus toen ze op weg waren naar Jeruzalem.
Matteüs 20:17-19. Onderweg naar Jeruzalem nam Jezus de twaalf leerlingen apart. Hij zei tegen hen: ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, die hem ter dood zullen veroordelen. Ze zullen hem uitleveren aan de heidenen, die de spot met hem zullen drijven en hem zullen geselen en kruisigen. Maar op de derde dag zal hij worden opgewekt uit de dood.’
Marcus 10:34. Ze zullen de spot met hem drijven en hem bespuwen en hem geselen en doden, maar na drie dagen zal hij opstaan.’
Lucas 18:33. En nadat hij is gegeseld, zal hij worden gedood, maar op de derde dag zal hij opstaan.’ [hier staat bij dat het bij Jericho was op weg naar Jeruzalem]

Dit zei Jezus toen hij op weg was naar Gethsemané.
Matteüs 26:32. Maar nadat ik uit de dood ben opgewekt, zal ik jullie voorgaan naar Galilea.

Deze twee teksten gaan erover dat men achteraf de aankondiging van Jezus herinnerde:
Matteüs 27:62-66. De volgende dag, dus na de voorbereidingsdag, gingen de hogepriesters en de farizeeën samen naar Pilatus. Ze zeiden tegen hem: ‘Heer, het schoot ons te binnen dat die bedrieger, toen hij nog leefde, gezegd heeft: “Na drie dagen zal ik uit de dood opstaan.” Geeft u alstublieft bevel om het graf tot de derde dag te bewaken, anders komen zijn leerlingen hem heimelijk weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: “Hij is opgestaan uit de dood,” en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de eerste.’ Pilatus antwoordde: ‘U kunt bewaking krijgen. Ga nu en regel het zo goed als u kunt.’ Ze gingen erheen en beveiligden het graf door het te verzegelen en er bewakers voor te zetten.

Johannes 2:22. Na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn leerlingen zich dat hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat Jezus gezegd had.

Dit is nog een heel verborgen aankondiging van de opstanding van Jezus. Het vindt plaats tijdens de discussie over de rustdag.
Matteüs 12:11. Hij antwoordde: ‘Stel dat u maar één schaap hebt en dat valt op sabbat in een kuil, wie van u zou het niet vastgrijpen en het er weer uit halen? [hier staat dus het Griekse woord voor opstanding]

Wat kunnen we van deze teksten leren?
De eerste openbaring gaat over het lijden, onder invloed van de oudsten van Israël, de dood en na drie dagen weer opstaan uit de dood. Er was bij de discipelen veel weerstand tegen deze openbaring.

Bij de tweede openbaring gaat het over verheerlijkte lichamen. Hier mochten ze pas later over spreken. Er waren alleen vragen bij de leerlingen.

Bij de derde openbaring gaat het er over dat zal worden uitgeleverd aan de mensen, die zullen hem doden. Nu zijn ze bedroefd.

Bij de vierde openbaring nog meer details hogepriesters en schriftgeleerden spelen een rol. Uitleveren aan mensen van de volken. Geselen en kruisigen. Nu staat er geen reactie van de discipelen er meer bij in de tekst.

Bij de vijfde openbaring over dit onderwerp komt nog naar voren dat Jezus hen zal voorgaan naar Galilea.

Het is gelijk een les hoe het gaat met openbaringen. Steeds nauwkeuriger en in detail. En als het dan juist blijkt te zijn, dan bouwt dat het geloof. Johannes 2:22. Zie ook hoe het proces bij hoorders van openbaringen gaat. Van weerstand naar vragen. Van vragen naar bedroefdheid. Van bedroefd zijn naar acceptatie. Van acceptatie naar geloof.

De laatste tekst, die van Matteus 12 is een doordenkertje. Wat vind jij er van?

Jezus, die opstaat uit de dood

Alle vier de evangeliën verhalen van de opstanding uit de dood van Jezus. Uit het boek Matteüs een volledig citaat. Van de andere evangeliën alleen de aanvullingen.

Matteüs
Matteüs 28:1-7. Na de ​sabbat, toen de ochtend van de eerste dag van de ​week​ gloorde, kwam ​Maria​ uit Magdala​ met de andere ​Maria​ naar het ​graf​ kijken. Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een ​engel​ van de ​Heer​ daalde af uit de hemel, liep naar het ​graf, rolde de steen weg en ging erop zitten. Hij lichtte als een bliksem en zijn ​kleding​ was wit als sneeuw. De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer. De ​engel​ richtte zich tot de vrouwen en zei: ‘Wees niet bang, ik weet dat jullie ​Jezus, de gekruisigde, zoeken. Hij is niet hier, hij is immers ​opgestaan, zoals hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar hij gelegen heeft. En ga nu snel naar zijn ​leerlingen​ en zeg hun: “Hij is ​opgestaan​ uit de dood, en dit moeten jullie weten: hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien.” Dat is wat ik jullie te zeggen had.’

Matteüs 28:8-10. Ontzet en opgetogen verlieten ze haastig het ​graf​ om het aan zijn ​leerlingen​ te gaan vertellen. Op dat moment kwam ​Jezus​ hun tegemoet en groette hen. Ze liepen op hem toe, grepen zijn voeten vast en bewezen hem eer. Daarop zei ​Jezus: ‘Wees niet bang. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan, daar zullen ze mij zien.’

Matteüs 28:11-15. Terwijl de vrouwen onderweg waren, gingen enkele van de bewakers naar de stad. Daar vertelden ze de hogepriesters alles wat er gebeurd was. Die vergaderden met de oudsten en besloten de ​soldaten​ een flinke som ​geld​ te geven en hun op te dragen: ‘Zeg maar: “Zijn ​leerlingen​ zijn ’s nachts gekomen en hebben hem heimelijk weggehaald terwijl wij sliepen.” En mocht dit de ​prefect​ ter ore komen, dan zullen wij hem wel bepraten en ervoor zorgen dat jullie buiten schot blijven.’ Ze namen het ​geld​ aan en deden zoals hun was opgedragen. En tot op de dag van vandaag doet dit verhaal onder de ​Joden​ de ronde.

Marcus
Marcus 16:5-8. Toen ze het ​graf​ binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk. Maar hij zei tegen hen: ‘Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit ​Nazaret​ die gekruisigd is. Hij is ​opgewekt​ uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. Ga terug en zeg tegen zijn ​leerlingen​ en tegen ​Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.”’ Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want ze waren bevangen door angst en schrik. Ze waren zo erg geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden.

De NBV en de HSV maken gebruik van verschillende versies van de Griekse basisteksten. De basistekst, die de NBV gebruikt stopt bij vers 8, de andere basistekst heeft nog vers 9 tot en met 20. Omdat dit deel heel bekend is heeft de NBV deze tekst toch maar opgenomen. Hieronder vers 9 uit de NBV.

Marcus 16:9. Toen ​hij vroeg op​ de eerste dag van de ​week​ uit de dood was ​opgestaan, verscheen hij eerst aan ​Maria uit Magdala, bij wie hij zeven demonen had uitgedreven. 

Lucas
Lucas 24:1-7. Maar op de eerste dag van de ​week​ gingen ze bij het ochtendgloren naar het ​graf​ met de ​geurige olie​ die ze bereid hadden. Bij het ​graf​ aangekomen, zagen ze echter dat de steen voor het ​graf​ was weggerold, en toen ze naar binnen gingen, vonden ze het lichaam van de ​Heer​ Jezus niet. Hierdoor raakten ze helemaal van streek. Plotseling stonden er twee mannen in stralende gewaden bij hen. Ze werden door schrik bevangen en sloegen de handen voor hun ogen. De mannen zeiden tegen hen: ‘Waarom zoekt u de levende onder de doden? Hij is niet hier, hij is uit de dood ​opgewekt. Herinner u wat hij u gezegd heeft toen hij nog in Galilea was: de ​Mensenzoon​ moest worden uitgeleverd aan zondaars en moest gekruisigd worden en op de derde dag opstaan.’ Toen herinnerden ze zich zijn woorden.

Johannes
In het evangelie van Johannes gaat het in hoofdstuk 20:1-18 over de opstanding van Jezus. Hier enkele teksten uit dit gedeelte.

Johannes 20:1. Vroeg op de eerste dag van de ​week, toen het nog donker was, kwam ​Maria uit Magdala​ bij het ​graf. Ze zag dat de steen van de opening van het ​graf​ was weggehaald. 

Johannes 20:8-9. Toen ging ook de andere ​leerling, die het eerst bij het ​graf​ gekomen was, het ​graf​ in. Hij zag het en geloofde. Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan.

In welke Schrifttekst zou te vinden zijn dat Jezus uit de dood zou opstaan? Misschien ook in een Joods geschrift? Dit komt aan de orde in het deel Oude Testament van deze studie.

Enige tijd na de opstanding.

Als Jezus na zijn opstanding verschijnt aan zijn leerlingen, dan legt Jezus e.e.a. uit.
Lucas 24:44-46. Hij zei tegen hen: ‘Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van ​Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.’ Daarop maakte hij hun verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften. Hij zei tegen hen: ‘Er staat geschreven dat de ​messias​ zal lijden en sterven, maar dat hij op de derde dag zal opstaan uit de dood.

Waar zou in de Schriften te vinden zijn dat Jezus op de derde dag uit de dood zou opstaan? Ook dit komt aan de orde in het deel Oude Testament van deze studie.

Vanaf deze gebeurtenis blijft de opstanding van Jezus een belangrijk onderwerp van gesprek. Dat blijkt wel uit teksten van het boek Handelingen. Zie hieronder.

Uit de toespraak van Petrus op de Pinksterdag twee delen uit de Schrift.
Handelingen 2:22-24. Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: ​Jezus​ uit ​Nazaret​ is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht. Deze ​Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten ​kruisigen​ en doden. God heeft hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over hem niet behouden. [het woord leven is door de vertaler toegevoegd]

Handelingen 2: 29-33. Broeders en zusters, u zult mij wel toestaan dat ik over de aartsvader ​David​ zeg dat hij gestorven en ​begraven​ is; zijn ​graf​ bevindt zich immers nog steeds hier. Maar omdat hij een ​profeet​ was en wist dat God hem onder ede beloofd had dat een van zijn nakomelingen zijn troon zou bestijgen, heeft hij de opstanding van de ​messias voorzien en gezegd dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan. Jezus​ is door God tot leven gewekt, daarvan getuigen wij allen. Hij is door God verheven, zit aan zijn rechterhand, en heeft van de Vader de ​heilige​ Geest, die ons beloofd is, ontvangen. [het woord leven is door de vertaler toegevoegd]

Uit het onderwijs van Petrus bij Cornelius.
Handelingen 10:39-41. Wij zijn de getuigen van alles wat hij gedaan heeft, in het land van de ​Joden​ en ook in ​Jeruzalem. Zeker, ze hebben hem gedood door hem aan een kruishout te hangen, maar God heeft hem op de derde dag weer tot leven gewekt en hem aan de mensen laten verschijnen, niet aan het hele volk, maar aan enkele getuigen die daartoe door God waren aangewezen, aan ons namelijk, die samen met hem gegeten en gedronken hebben nadat hij uit de dood was ​opgestaan.

Uit het onderwijs van Paulus over Jezus.
Handelingen 13:28-34. Ofschoon ze geen enkele grond voor een doodvonnis konden vinden, drongen ze er bij ​Pilatus​ op aan hem terecht te stellen. Toen ze alles ten uitvoer hadden gebracht wat er over hem geschreven staat, haalden ze hem van het kruishout en legden hem in een ​graf. Maar God heeft hem opgewekt uit de dood; gedurende ettelijke dagen is hij verschenen aan degenen die met hem van Galilea naar ​Jeruzalem​ waren getrokken en die nu onder het volk van hem getuigen. Wij verkondigen u het goede nieuws dat God zijn belofte aan onze voorouders in vervulling heeft doen gaan ten behoeve van hun ​kinderen​ – ten behoeve van ons – doordat hij ​Jezus​ tot leven heeft gewekt. Daarover staat in de tweede psalm geschreven: “Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt.” Dat hij ​Jezus​ uit de dood heeft doen opstaan en hem niet weer aan de ontbinding zal prijsgeven, heeft hij aangekondigd met deze woorden: “Ik zal jullie schenken wat ik ​David​ plechtig beloofd heb.” [de eerste is het werkwoord egerein]

Het onderwijs van Paulus samengevat ging over de opstanding.
Handelingen 17:1-3. Via Amfipolis en Apollonia reisden ze naar ​Tessalonica, waar de ​Joden​ een ​synagoge​ hadden. Zoals gewoonlijk ging ​Paulus​ naar hen toe, en drie sabbatdagen achtereen debatteerde hij met hen. Aan de hand van teksten uit de Schrift toonde hij aan dat de ​messias​ moest lijden en sterven en daarna uit de dood moest opstaan. ‘Deze ​messias,’ zo zei hij, ‘is ​Jezus, die ik u nu verkondig.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
De opstanding van Jezus uit de dood is dé gebeurtenis waardoor de nieuwe gemeente ontstond. Eerst alleen onder het Joodse volk maar daarna ook onder de andere volken. Dit is de begrijpen uit de uitgebreide verslaglegging in de evangeliën en ook uit het boek Handelingen waarbij bij belangrijke toespraken de opstanding uit de dood van Jezus wordt gememoreerd.

Opstanding direct na de dood?

Jezus stond drie dagen na zijn dood op. Hij was wel anders. Hij had niet meer het lichaam dat hij eerst had. Er waren nog wel kenmerken van zijn aardse lichaam te zien. De littekens in zijn handen en zijn zij. Toch hadden de leerlingen moeite om hem te herkennen.

Bij de opstanding van Jezus kwamen ook anderen uit de graven en gingen de heilige stad binnen. Een wel bijzonder bovennatuurlijk gebeuren. Ook dit waren mensen, denk ik, met een verheerlijkt lichaam.

Matteüs 27:50-53. Nog eens schreeuwde Jezus het uit, toen gaf hij de geest. Op dat moment scheurde in de ​tempel​ het voorhangsel van boven tot onder in tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten. De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven ​heiligen​ werden tot leven gewekt; na Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en maakten zich bekend aan een groot aantal mensen. [na het woord voor opwekken, hier het woord egersis dat eenmalig voorkomt]

Er zijn ook van andere mensen, heiligen, bekend dat ze verschenen aan andere mensen, terwijl ze gestorven waren. Zie bij Andere bronnen.

Er zijn nog andere teksten, die zouden kunnen duiden op een opstanding direct na het sterven.

De context van het vers hieronder is dat voedsel en seksualiteit met ons lichaam heeft te maken. Ook de opstanding heeft met ons lichaam te maken. Daarom is het goed om zuiver te leven als het om seksualiteit gaat.

1 Korintiërs 6:13-15. U zegt: ‘Het voedsel is er voor de buik en de buik is er voor het voedsel, en God zal aan beide een einde maken.’ Maar bedenk dat het lichaam er niet is om ontucht mee te plegen: het is er voor de Heer en de Heer is er voor het lichaam. God heeft de Heer opgewekt, en door zijn macht zal hij ook ons opwekken. Weet u niet dat uw lichaam een deel is van het lichaam van Christus? Zou ik dan van de delen van zijn lichaam de lichaamsdelen van een hoer maken? Dat nooit!

Jezus kreeg een verheerlijkt lichaam. Daarom is het wel bijzonder dat ook hier van een verheerlijkt lichaam wordt gesproken.
1 Korintiërs 6:19-20. Of weet gij niet, dat uw lichaam een ​tempel​ is van de ​Heilige​ Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt? Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam. [NBG]

In de eerste brief aan de Korintiërs ruimt Paulus een behoorlijk groot deel in voor de opstanding uit de dood.

1 Korintiërs 15-35-44. Nu zou iemand kunnen vragen: ‘Maar hoe worden de doden opgewekt? Hoe zou hun lichaam eruit moeten zien?’ Dwaas die u bent! Als u iets ​zaait, moet dat eerst sterven voordat het tot leven kan komen. En wat u ​zaait​ heeft nog niet de vorm die het later krijgt; het is nog maar een naakte korrel, een graankorrel misschien of iets anders. God geeft daaraan de vorm die hij heeft vastgesteld, en hij geeft elke zaadkorrel zijn eigen vorm. Elk aards lichaam is anders; het lichaam van een mens is enig in zijn soort, dat van een dier eveneens, dat van een vogel ook, en ook dat van een ​vis. Er zijn lichamen aan de hemel en lichamen op aarde, maar de schittering van een hemellichaam is anders dan die van een aards lichaam. De zon heeft een andere schittering dan de maan, de maan weer een andere dan de sterren, en de sterren onderling verschillen ook in schittering. Zo zal het ook zijn wanneer de doden opstaan. Wat in vergankelijke vorm wordt ​gezaaid, wordt in onvergankelijke vorm opgewekt, wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt ​gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt. Er wordt een aards lichaam ​gezaaid, maar een geestelijk lichaam opgewekt. Wanneer er een aards lichaam is, is er ook een geestelijk lichaam.

Paulus maakt twee opmerkingen in de brieven over zijn eigen leven, waar de woorden voor opstanding niet worden gebruikt, maar waar het wel over dit onderwerp gaat.

De eerste tekst spreekt over de grote dag, dat zal wel aan het eind zijn. De twee tekst geeft de indruk dat Paulus direct na zijn dood bij Jezus is.

2 Timoteüs 4:6-8. Mijn bloed wordt al als een offer uitgegoten, het moment waarop ik heenga nadert. Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden. Nu wacht mij de krans van de ​gerechtigheid​ die de ​Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien.

Filippenzen 1:20-26. Het is mijn stellige hoop en verwachting dat ik mij nergens voor zal hoeven te schamen, maar dat ​Christus​ bij alles wat mij overkomt in alle openheid geëerd zal worden, of ik nu in leven blijf of moet sterven. Want voor mij is leven ​Christus​ en sterven winst. Als ik blijf leven, kan ik vruchtbaar werk doen, maar toch weet ik niet wat ik moet kiezen. Ik word naar twee kanten getrokken: enerzijds verlang ik ernaar te sterven en bij ​Christus​ te zijn, want dat is het allerbeste; anderzijds is het omwille van u beter dat ik blijf leven. Omdat ik hiervan overtuigd ben, weet ik dat ik inderdaad voor u behouden zal blijven, zodat uw geloof groter en vreugdevoller wordt. Wanneer ik bij u terugkeer, hebt u des te meer reden om u op ​Christus​ ​Jezus​ te laten voorstaan.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Om met de laatste tekst te beginnen. Voor Paulus lijkt sterven dan ook direct bij Christus zijn. Filippenzen. Hoewel hij ook de opstanding op de laatste dag noemt. 2 Timoteüs.

De teksten van 1 Korintiërs zouden ook kunnen gaan over de opstanding bij de laatste dag.

Maar die van Matteüs is zonneklaar. Er is dus blijkbaar zoiets als een opstanding uit de dood, direct, door de opstandingskracht van Jezus.

Opstanding op de dag van het oordeel

Op de laatste dag zullen de mensen opstaan, weer opstaan? En dan zal de beoordeling plaatsvinden. Hier teksten dat dit zal gebeuren en hoe dit zal gebeuren.

Matteüs 12:41-42. Op de dag van het oordeel zullen de Ninevieten samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen; want zij hadden zich bekeerd na de prediking van Jona, en hier ziet u iemand die meer is dan Jona! Op de dag van het oordeel zal de koningin van het Zuiden samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen; want zij was van het uiteinde van de aarde gekomen om te luisteren naar de wijsheid van Salomo, en hier ziet u iemand die meer is dan Salomo! [zelfde tekst in Lucas 11:31-32]

Lucas 14:14. Dan zult u gelukkig zijn, zij kunnen voor u dan wel niets terugdoen, maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.

Johannes 5:28-29. Verwonder u daar niet over, want de tijd komt waarin allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen, en zij zullen eruitgaan: zij die het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, maar zij die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding ter verdoemenis (G2920). [HSV]

Het woord dat hier met verdoemenis is vertaald, is beter met oordeel te vertalen. Het gaat om het woord met Strong G2920. Zie verder de studie dag van het oordeel.

Johannes 6:39-40. Dit is de wil van hem die mij gezonden heeft: dat ik niemand van wie hij mij gegeven heeft verloren laat gaan, maar dat ik hen allen laat opstaan op de laatste dag. Dit wil mijn Vader: dat iedereen die de Zoon ziet en in hem gelooft, eeuwig leven heeft, en dat ik hen op de laatste dag uit de dood zal opwekken.’

Johannes 6:41-44. De ​Joden​ begonnen te protesteren omdat hij zei dat hij het brood was dat uit de hemel was neergedaald. ‘Dat is toch ​Jezus, de zoon van ​Jozef? We weten toch wie zijn vader en moeder zijn? Hoe kan hij dan zeggen dat hij uit de hemel is neergedaald?’ Jezus​ zei: ‘Ik hoor u bezwaren maken. Toch kan niemand bij mij komen, tenzij de Vader die mij gezonden heeft hem bij me brengt, en ik zal hem op de laatste dag tot leven wekken. [het woord leven is door de vertaler toegevoegd]

Johannes 6:52-55. Nu begonnen de ​Joden​ heftig met elkaar te discussiëren: ‘Hoe kan die man ons zijn lichaam te eten geven!’ Daarop zei ​Jezus: ‘Waarachtig, ik verzeker u: als u het lichaam van de ​Mensenzoon​ niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken. Mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank. [het woord dood heeft de vertaler toegevoegd]

Zie over dat oordelen de studie Dag van het Oordeel.

Opstaan van ziekten en dood

De eerste keren dat het over opstaan in verband met ziekte en dood gaat is dat bij een ziekte.

Hier gaat het over het opstaan vanuit een ziekte bij de schoonmoeder van Petrus.
Matteüs 8:14-15. Toen Jezus het huis van Petrus was binnengegaan, zag hij diens schoonmoeder met koorts in bed liggen. Hij raakte haar hand aan en de koorts verdween. Ze stond op en begon voor hem te zorgen.

En hier over een verlamde man.
Matteüs 9:1-8. Hij stapte weer in de boot en stak over, terug naar zijn eigen stad. Daar probeerden een paar mensen een verlamde bij hem te brengen die op een draagbed lag. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Wees gerust, uw zonden worden u vergeven.’ Daarop zeiden enkele schriftgeleerden bij zichzelf: Wat een godslasterlijke taal! Jezus doorzag hun gedachten en zei: ‘Waarom hebt u zulke boosaardige gedachten? Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op en loop”? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: ‘Sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ En hij stond op en ging naar huis. Bij het zien hiervan werden de mensen van ontzag vervuld en ze loofden God, om de macht die hij aan mensen heeft verleend.

We kunnen in de evangeliën drie keer lezen van mensen, die waren gestorven en weer terugkwamen in het leven op aarde. De eerste is de dochter van Jaïrus. De tweede de opwekking van een jongeman uit Naïn. De derde de opwekking van Lazarus, de vriend van Jezus.

Deze tekstdelen gaat over de opwekking uit de dood van de dochter van Jaïrus, die zojuist was gestorven.
Lucas 8:52-56. Alle aanwezigen waren aan het weeklagen en sloegen zich van verdriet op de borst. Hij zei: ‘Houd op met klagen, want ze is niet gestorven maar slaapt.’ Ze lachten hem uit, omdat ze wisten dat ze gestorven was. Hij nam haar hand vast en zei met luide stem: ‘Meisje, sta op!’ Haar levensadem keerde terug en ze stond meteen op. Hij gaf opdracht haar iets te eten te geven. Haar ouders waren verbijsterd; hij gebood hun tegen niemand te zeggen wat er was gebeurd.

Matteüs 9:23-26 en Marcus 5:38-43 geven dezelfde geschiedenis weer. Het Griekse woord dat hier is gebruikt is van de égeiro en niet van de anastasis familie. Daar is wel uit te zien dat beide woorden als synoniemen worden gebruikt.

In Marcus 5:41 staat in de Griekse tekst de originele Arameese woorden, die Jezus uitspreekt ‘Talitha kumi’. Het woord kumi wordt ook al in de Oude Testament voor opstaan gebruikt. Zie bij de studie van het Oude Testament hieronder.

En hier gaat het over de opwekking uit de dood van de jongeling van Naïn, die uren eerder, in het Oosten begraaft men de mensen snel, was gestorven.
Lukas 7:11-15. En het gebeurde op de volgende dag dat Hij naar een stad ging die Naïn heette, en veel van Zijn discipelen en een grote menigte gingen met Hem mee. Toen Hij nu de ​poort​ van de stad naderde, ziedaar, er werd een dode uitgedragen. Hij was de enige zoon van zijn moeder, en zij was ​weduwe, en een grote menigte uit de stad was bij haar. En toen de Heere haar zag, was Hij innerlijk met ontferming bewogen over haar, en zei Hij tegen haar: Huil niet. En Hij ging naar de baar toe en raakte die aan (de dragers nu stonden stil) en Hij zei: Jongeman, Ik zeg u, sta op! En de dode ging overeind zitten en begon te spreken. En Hij gaf hem aan zijn moeder.

En hier over de opwekking uit de dood van Lazarus, die al vier dagen in het graf lag.
Johannes 11:17-27. Toen ​Jezus​ daar aankwam, hoorde hij dat ​Lazarus​ al vier dagen in het ​graf​ lag. Betanië lag dicht bij ​Jeruzalem, op een afstand van ongeveer vijftien ​stadie, en er waren dan ook veel ​Joden​ naar ​Marta​ en ​Maria​ gekomen om hen te troosten nu hun broer gestorven was. Toen ​Marta​ hoorde dat ​Jezus​ onderweg was ging ze hem tegemoet, terwijl ​Maria​ thuisbleef. Marta​ zei tegen ​Jezus: ‘Als u hier was geweest, ​Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn. Maar zelfs nu weet ik dat God u alles zal geven wat u vraagt.’ Jezus​ zei: ‘Je broer zal uit de dood opstaan.’ ‘Ja,’ zei ​Marta, ‘ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan.’ Maar ​Jezus​ zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat?’ ‘Ja ​Heer,’ zei ze, ‘ik geloof dat u de ​messias​ bent, de ​Zoon van God​ die naar de wereld zou komen.’

Hierna wordt de optanding van de dood van Lazarus beschreven.

<<>>

Ook door Petrus wordt een vrouw Tabita uit de dood opgewekt.
Handelingen 9-40-41. Petrus​ stuurde iedereen weg, waarna hij knielde om te ​bidden. Na het ​gebed​ draaide hij zich om naar het lichaam en zei: ‘Tabita, sta op!’ Ze opende haar ogen, en toen ze ​Petrus​ zag ging ze rechtop zitten. Hij nam haar bij de hand en hielp haar overeind, en toen hij de ​heiligen​ en de ​weduwen​ weer binnengeroepen had, liet hij hun zien dat ze weer leefde.

Wat Petrus uitspreekt zijn de woorden Tabita, kumi. Net zoals Jezus bij de dochter van Jaïrus sprak: Talita, kumi. Meistje, sta op.

Wat kunnen we van deze tekst leren?

Er zijn mensen, die bij een opwekking uit de doden gesterkt worden in hun geloof of die in Jezus gaan geloven. Maar er zijn er ook die juist er boos van worden. Het was mede een aanleiding van de leiders in Israël om Jezus te willen doden.

We lezen van een paar opwekkingen uit de dood door Jezus, zoals de dochter van Jaïrus en de jongeling van Naïn. Maar er is één opwekking uit de doden, waar Jezus ook onderwijs geeft over de opstanding en dat is de opwekking uit de dood van Lazarus. Marta wist van de opstanding op de laatste dag, maar Jezus zegt het gaat verder. Wie in mij gelooft zal leven ook al is hij gestorven. Dit is ook een ondersteuning voor de gedacht dat we direct na onze dood opstaan in een verheerlijkt lichaam.

Zeggingskracht van opstanding uit de doden

Bij de opstanding van de dochter van Jaïrus waren de ouders ontzet. De opstanding van de dood bij de jongeling van Naïn maakte bijzonder veel indruk. Ze verheerlijkten God. Lucas 7:16-17. De opwekking van Lazarus leidde ertoe dat velen in Jezus gingen geloven, maar sommigen gingen tot de Farizeeën en zeiden wat Jezus had gedaan. Het maakt hen zeer boos. Johannes 11:45-46.

En hier een algemeen feit. Dit werd genoemd in het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus.
Lucas 16:31. Maar Abraham zei: “Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.”’

Ik denk dat het zo is. Als je naar Mozes en de profeten luistert dan is een opstanding uit de dood niet zo vreemd. Maar als je niet naar Mozes en de profeten wil luisteren, dan raak je ook niet overtuigd van Jezus bij een groot wonder. Dat geldt natuurlijk ook bij de leerlingen van Jezus.

Maar voor mensen, die er wat blanco in staan, is een groot wonder wel een reden om meer van Jezus te willen weten. Daardoor groeide de aanhang van Jezus.

Opstaan in de zin van voortouw nemen

Het opstaan kan ook betekenen, dat iemand met een speciale zalving het voortouw neemt. Dat is bij deze tekst het geval.
Lucas 2:34. Simeon zegende hen en zei tegen Maria, zijn moeder: ‘Weet wel dat velen in Israël door hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt.

Uit de toespraak van Petrus na de genezing van de bedelaar. Een profeet zal opstaan en een dienaar zal opstaan.
Handelingen 3:22-26. Mozes​ heeft al gezegd: “De ​Heer, uw God, zal in uw midden een ​profeet​ zoals ik laten opstaan; luister naar hem en naar alles wat hij u zal zeggen. Wie niet naar deze ​profeet​ luistert, zal uit het volk gestoten worden.” Samuel​ en alle profeten na hem hebben deze tijd aangekondigd. U bent de erfgenamen van de profeten; met uw voorouders heeft God zijn ​verbond​ gesloten toen hij tegen ​Abraham​ zei: “In jouw nageslacht zullen alle volken op aarde gezegend worden.” God heeft zijn dienaar allereerst voor u laten opstaan en hem naar u gezonden om ieder van u die zich afkeert van zijn slechte daden te ​zegenen.’

Die gedachte komt ook hier nog terug:
Handelingen 7:37. Mozes​ was het die tegen de Israëlieten zei: “God zal in uw midden een ​profeet​ zoals ik laten opstaan.”

Wellicht hoor deze tekst ook in deze rubriek.
Matteüs 3:9. … en denk niet dat je bij jezelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken!

Geruchten, voorbeelden

En dan zijn er geruchten over opwekkingen uit de dood of dat reeds lang gestorven personen weer waren opgestaan uit de dood.

Matteüs 14:1-2. In die tijd hoorde ook Herodes, de tetrarch, over Jezus vertellen, en hij zei tegen zijn hovelingen: ‘Dat moet Johannes de Doper zijn; hij is opgestaan uit de dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke krachten.’

Lucas 9:7-9. Herodes, de ​tetrarch, hoorde wat er allemaal gebeurde en raakte in grote verwarring omdat sommigen zeiden dat Johannes uit de dood was opgestaan, terwijl anderen beweerden dat ​Elia​ was verschenen, en weer anderen dat een van de oude profeten was opgestaan. Herodes​ zei: ‘Johannes heb ik laten onthoofden; wie is dan degene over wie ik dergelijke dingen hoor?’ Hij zocht naar een gelegenheid om hem te ontmoeten.

Lukas 9:18-19. Toen ​Jezus​ eens aan het ​bidden​ was en alleen de ​leerlingen​ bij hem waren, stelde hij hun de vraag: ‘Wie zeggen de mensen dat ik ben?’ Ze antwoordden: ‘Johannes de Doper, maar anderen zeggen ​Elia, en weer anderen beweren dat een van de oude profeten is opgestaan.’

Als opdracht

We lezen van twee momenten in de evangeliën dat de leerlingen van Jezus de opdracht krijgen om naast allerlei andere dingen ook doden te laten opstaan.

Matteüs 10:5-8. Deze twaalf zond Jezus uit, en hij gaf hun de volgende instructies: ‘Sla niet de weg naar de heidenen in en bezoek geen Samaritaanse stad. Ga liever op zoek naar de verloren schapen van het volk van Israël. Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.” Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!

Matteüs 11:2-5. Toen Johannes in de gevangenis over het optreden van de messias hoorde, stuurde hij enkele van zijn leerlingen naar hem toe met de vraag: ‘Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?’ Jezus antwoordde: ‘Zeg tegen Johannes wat jullie horen en zien: blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt.

Uit het Oude Testament

Hoewel het woord ‘opstanding’ in de vertalingen van het Oude Testament niet voorkomt, komt het idee dat mensen voortleven na de dood wel voor. Zo zegt God in Exodus 3: ‘Ik ben de God van Abraham, Isaak en Jacob’. En later verklaart Jezus over deze uitspraak. God is geen god van doden maar van levenden. Ze leefden dus nog.

Dit zijn woorden, die in verband met de opstanding worden gebruikt. Zij het maar een enkele keer voor de opstanding.

Leven en opstaan

Het Hebreeuws heeft woorden voor leven en opstaan, die ook worden gebruikt in verband met het onderwerp van deze studie.

  Woord Soort woord Strong Opmerkingen:
1חָיָה ḥāyâWerkwoordH2421Leven
Komt 265 keer voor in 239 verzen.
KJV: live (153x), alive (34x), save (13x), quicken (14x), revive (12x), surely (10x), life (9x), recover (8x), miscellaneous (9x).
2קוּם quwmWerkwoordH6965Opstaan
Komt 629 keer voor in 596 verzen
KJV: (stood, rise, etc…) up (240x), arise (211x), raise (47x), establish (27x), stand (27x), perform (25x), confirm (9x), again (5x), set (5x), stablish (3x), surely (3x), continue (3x), sure (2x), abide (1x), accomplish (1x), miscellaneous (19x).

Van de honderden keren dat de gewone werkwoorden voor leven en opstaan voorkomen, komt het een enkele keer voor met de betekenis van doden, die opstaan of juist niet.

Vooral als deze woorden worden gebruikt in combinatie met ‘mut’ de dood H4191 en ‘qeber’ dat graf betekent, H6913.

Haya leven
Het woord haya leven komt honderden keren voor, een enkele keer in verband met de dood of het graf.

De combinatie van haya leven en mut de dood

Uit de hoofdstukken zegen en vloek.
Deuteronomium 32:39. Zie het toch in: ik ben de enige, naast mij is er geen andere god. Ik laat sterven, ik geef leven, ik sla wonden en ik genees. Wanneer ik mijn macht laat gelden is er niemand die redding bieden kan.
Opmerkingen: door de volgorde eerst sterven en dan leven, geeft dit de indruk dat God na sterven ook weer het leven kan geven,

Uit het gebed van Hanna, de moeder van Samuël.
1 Samuel 2:6. De HEER doet sterven en doet leven, zendt naar het dodenrijk en leidt eruit omhoog.
Opmerking: idem.

Als Naäman een brief stuurt naar de koning vsn Israël.
2 Koningen 5:7. En het gebeurde, toen de koning van Israël de brief gelezen had, dat hij zijn kleren scheurde en zei: Ben ik dan God, om te doden en om levend te maken, dat deze man iemand naar mij toe stuurt om bij een man zijn melaatsheid weg te nemen? Want, voorwaar, besef toch en zie in dat hij een voorwendsel tegen mij zoekt.
Opmerking: God of een god kan beschikken over leven en dood. Van leven naar dood is voor iedere koning normaal. Alleen een god kan van dood naar leven bewerken.

2 Koningen 8:4-5. De koning was juist in gesprek met Elisa’s knecht Gechazi, aan wie hij gevraagd had om hem over de bijzondere daden van de godsman te vertellen. Net toen Gechazi aan het vertellen was hoe Elisa een dode tot leven had gewekt, kwam de moeder van het bewuste kind de hulp van de koning inroepen. ‘Dit is de vrouw over wie ik het had, mijn heer en koning,’ zei Gechazi, ‘en dat is de jongen die Elisa tot leven gewekt heeft.’ [HSV]

Opmerking: hierboven staat in het verhaal van de opwekking van jongen in Sunem. De knecht van Elisa gebruikt wel het woord haya.

Job vertelt wat de mensen kunnen denken.
Job 14:7-14. Voor een boom is er altijd hoop: als hij wordt omgehakt, loopt hij weer uit, er blijven nieuwe loten komen. Al wordt zijn wortel in de aarde oud, al gaat zijn stronk dood in de grond, zodra hij water ruikt, bot hij weer uit en vormt twijgen, als een jonge scheut.
Maar een mens sterft en hij ligt terneer. Hij blaast zijn laatste adem uit – waar is hij dan? Water van de zee verdampt, beddingen van rivieren worden dor en droog. Een mens gaat liggen en staat niet meer op (qum). Zolang de hemel zal bestaan, ontwaakt hij niet, hij wordt niet uit zijn slaap gewekt. O, geef mij een schuilplaats in het dodenrijk en verberg me daar totdat uw woede is geluwd, stel een tijd vast en kijk dan weer naar mij om. [NBV] Als een man gestorven is, zal hij dan weer levend worden? Dan zou ik alle dagen van mijn strijd hopen, totdat er voor mij verandering zou komen. [HSV]
Opmerkingen: het antwoord is, ja een mens kan weer levend worden.

Psalm 118:15-17. Hoor, gejubel om de overwinning in de tenten van de rechtvaardigen: de rechterhand van de HEER doet machtige daden, de rechterhand van de HEER verheft mij, de rechterhand van de HEER doet machtige daden. Ik zal niet sterven, maar leven en de daden van de HEER verhalen: de HEER heeft mij gestraft, maar mij niet prijsgegeven aan de dood.

Jesaja 26:19. Zie het citaat hieronder.

De combinatie van haya leven en qeber graf H6913.
2 Koningen 13:20-21. Elisa stierf en werd begraven. Het was het seizoen waarin elk jaar weer Moabitische benden het land binnenvielen. 21Toen de plunderaars eraan kwamen, werd er juist iemand begraven. Snel wierpen ze de dode in Elisa’s graf. Zodra hij in het graf in aanraking kwam met het gebeente van Elisa, kwam de dode weer tot leven (haya) en stond hij op (qum).

En hier nog een vraag. Zou met deze uitdrukking, die vaker voorkomt, dat de koning in eeuwigheid zal leven, mogelijk meer zijn bedoeld dan een wens?

Nehemia 2:3. Ik zei tegen de koning: Moge de koning in eeuwigheid leven! Waarom zou mijn gezicht niet verdrietig staan, als de stad, de plaats van de graven van mijn vaderen verwoest ligt en zijn poorten door vuur verteerd zijn? [HSV]

Kuwm opstaan

Het woord kuwm opstaan komt honderden keren voor. Die woorden in combinatie de mut, de dood en qeber, graf geven informatie over het onderwerp.

De combiantie kum en mut

Hier een andere kant van dit onderwerp. Dat de naam van een gestorvene voortleeft.
Ruth 4:5. Maar Boaz zei: Op de dag dat u het land van de hand van Naomi koopt, koopt u het ook van Ruth, de Moabitische, de vrouw van de gestorvene, om de naam van de gestorvene over zijn erfelijk bezit in stand te houden. [HSV]

Ruth 4:10. Daarmee neem ik ook Ruth tot vrouw, de Moabitische, de vrouw van Machlon, om de naam van haar overleden man te laten voortleven op zijn land. Zo zal zijn naam niet verloren gaan bij zijn verwanten en de inwoners van de stad.

Psalm 88:11. Zou U wonderen doen aan de doden? Of zouden gestorvenen opstaan en U loven? Sela [HSV. NBV heeft schimmen in plaats van gestorvenen]

Jesaja 26:14-18. Doden zullen niet herleven, schimmen niet opstaan. U bent tegen hen opgetreden, hebt hen vernietigd, elke herinnering aan hen hebt u uitgewist. Uw volk hebt u groot gemaakt, HEER,en zo voor uzelf roem verworven. U hebt uw volk groot gemaakt en het land naar alle kanten uitgebreid. HEER, in onze nood hebben wij u gezocht; toen u ons tuchtigde, riepen wij u aan. Zoals een zwangere vrouw in barensnood ineenkrimpt en schreeuwt in haar weeën, zo verschenen wij voor u, o HEER. Wij waren zwanger en krompen ineen, maar al wat we baarden was lucht; wij brachten het land geen uitkomst, op aarde werd geen mens meer geboren.
Jesaja 26:19. Jullie doden zullen herleven, de lijken opstaan (haya). Ontwaak, jullie daar in het stof, en jubel! Uw dauw is een dauw die leven geeft, de aarde brengt haar schimmen weer tot leven.

Combinatie kum en qeber

Hier een tekst over het opstaan van een dode door de botten van Elisa.
2 Koningen 13:20-21. Elisa​ stierf en werd ​begraven. Het was het seizoen waarin elk jaar weer ​Moabitische​ benden het land binnenvielen. Toen de plunderaars eraan kwamen, werd er juist iemand ​begraven. Snel wierpen ze de dode in ​Elisa’s ​graf. Zodra hij in het ​graf​ in aanraking kwam met het gebeente van ​Elisa, kwam de dode weer tot leven en stond hij op.

Opwekkingen uit de dood door Elia en Elisa

Elia ging na verloop van tijd na de droogte in het land Israël bij de weduwe van Sarfat wonen.

1 Koningen 17:17-24. Enige tijd later werd het kind van Elia’s gastvrouw ziek, en wel zo ernstig dat ten slotte alle leven uit hem week. Toen zei de vrouw tegen Elia: ‘Wat heb ik u misdaan, godsman? Bent u soms naar me toe gekomen om mijn zonden aan het licht te brengen en mijn zoon te doden?’ ‘Geef mij uw zoon,’ zei hij, en hij nam de jongen van haar schoot en droeg hem naar boven, naar de kamer die hij in gebruik had, en legde hem op zijn eigen bed. Toen riep hij de HEER aan en vroeg: ‘HEER, mijn God, waarom treft u juist deze weduwe, die mij gastvrijheid verleent, door haar zoon te doden?’ 
21-22. Hij strekte zich driemaal over het kind uit, daarbij de HEER aanroepend met de woorden: ‘HEER, mijn God, laat toch de levensadem in de borst van dit kind terugkeren.’ De HEER verhoorde Elia’s smeekbede: de levensadem keerde terug in de borst van het kind, en het leefde weer (haya). 
23-24. Elia nam het kind op, droeg het naar beneden en gaf het aan zijn moeder terug. ‘Kijk, uw zoon leeft,’ zei hij. Toen zei de vrouw tegen Elia: ‘Nu weet ik dat u door God gezonden bent en dat u werkelijk namens de HEER spreekt.’

De opwekking uit de dood van de jongeling in Sunem.

In deze tekst komen bovenstaande woorden niet voor, maar wordt de opstanding uit de dood met andere woorden beschreven.

2 Koningen 4:32-37. Toen Elisa zelf bij het huis aankwam, zag hij de jongen dood op zijn eigen bed liggen. Hij ging de kamer binnen en sloot de deur achter zich. Toen bad hij tot de HEER. Daarna liep hij naar het bed toe en ging boven op het kind liggen, met zijn mond op zijn mond, zijn ogen op zijn ogen en zijn handpalmen op zijn handpalmen. Zo bleef hij over het kind uitgestrekt liggen tot het lichaam weer warm werd. Toen kwam hij overeind, liep door de kamer heen en weer, en strekte zich nogmaals over het kind uit. Uiteindelijk niesde de jongen wel zeven keer, en opende zijn ogen. ‘Roep de moeder,’ riep Elisa tegen Gechazi. Gechazi waarschuwde haar, en toen ze boven kwam zei Elisa: ‘U kunt uw zoon meenemen.’ De vrouw kwam de kamer binnen, viel aan Elisa’s voeten neer en boog diep voorover. Toen nam ze haar zoon op en ging de kamer uit.

Dorre doodsbeenderen komen tot leven

Ezechiël
Door de profeet Ezechiël wordt ook een soort opstanding uit de dood beschreven in het hoofdstuk van de dorre doodsbeenderen.
Ezechiël 37:1-6. Ik werd opnieuw door de hand van de HEER gegrepen. Zijn geest voerde mij mee en hij zette mij neer in een dal vol beenderen. Ik moest er aan alle kanten omheen lopen, en zo zag ik dat er verspreid over het dal heel veel beenderen lagen, die helemaal waren uitgedroogd. De HEER vroeg mij: ‘Mensenkind, kunnen deze beenderen weer tot leven komen?’ Ik antwoordde: ‘HEER, mijn God, dat weet u alleen.’ Toen zei hij: ‘Profeteer, en zeg tegen deze beenderen: “Dorre beenderen, luister naar de woorden van de HEER! Dit zegt God, de HEER: Beenderen, ik ga jullie adem geven zodat jullie tot leven komen. Ik zal jullie pezen geven, vlees op jullie laten groeien en jullie met huid overtrekken. Ik zal jullie adem geven zodat jullie tot leven komen, en jullie zullen beseffen dat ik de HEER ben.”’

Ezechiël 37:12-14. Profeteer daarom en zeg tegen hen: “Dit zegt God, de HEER: Mijn volk, ik zal jullie graven openen, ik laat jullie uit je graven komen en ik zal jullie naar het land van Israël terugbrengen. Jullie zijn mijn volk, en jullie zullen beseffen dat ik de HEER ben als ik je graven open en jullie uit je graven laat komen. Ik zal jullie mijn adem geven zodat jullie weer tot leven komen, ik zal jullie terugbrengen naar je land, en jullie zullen beseffen dat ik de HEER ben. Wat ik gezegd heb, zal ik doen – ​zo ​spreekt de HEER.”’

Dit zijn de belangrijke woorden in deze gedeelten uit de Bijbel:
– ik laat jullie uit je graven komen
– ik zal jullie adem geven
– zodat jullie weer tot leven komen.

Na drie dagen opstaan uit de dood.

In drie teksten in het Nieuwe Testament zegt Jezus zegt dat hij na drie dagen moest opstaan uit de doden volgens de Schriften. Waar staat dat in de Schriften?

Het zou kunnen zijn dat het er verborgen in staat. Of via een profetisch leven. Zo verbleef Jona drie dagen en drie nachten in de vis. Jezus haalt dit feit aan in zijn onderwijs.

Ook deze heb ik gevonden in Israëls boetelied.
Hosea 6:1-3. ‘Kom, laten wij teruggaan naar de HEER! Hij heeft ons verscheurd, hij zal ons genezen; de hand die sloeg, zal ons verbinden. Hij redt ons na twee dagen van de dood, de derde dag doet hij ons opstaan (haya): in zijn nabijheid zullen wij leven. Dan zullen wij hem kennen, ernaar jagen om de HEER te kennen. Even zeker als de dageraad zal hij komen, hij komt naar ons als milde regen, als de lenteregen die de aarde drenkt.’

Getuigenis uit de brief aan de Hebreeën

En dan nog een getuigenis in het Nieuwe Testament van de tijd van het Oude Testament. In de brief aan de Hebreeën.
Hebreeën 11:35-37. Vrouwen kregen hun doden terug doordat die uit de dood opstonden. Anderen werden gemarteld tot de dood erop volgde en wilden van geen vrijlating weten, omdat ze uitzagen naar een betere opstanding. Weer anderen kregen te maken met bespotting en ​geseling, zelfs met arrestatie en gevangenschap. Ze werden gestenigd of doormidden gezaagd, of stierven door een moordend ​zwaard. Ze zwierven rond in schapenvachten of geitenvellen, berooid, vernederd en mishandeld. 

Ik heb maar van drie opstandingen uit de dood gelezen in het Oude Testament. Een keer van Elia, een keer van Elisa en nog een keer achreraf van Elisa. Het lijkt er op dat het boek van de Hebreeën duidelijk maakt dat het vaker is gebeurd. Die indruk krijg ik ook zeker als ik de teksten in het Oude Testament bestudeer.

Het boek 2 Makkabeeën

Het woord opstanding komt twee keer in het deuterocanonieke boek 2 Makkabeeën voor. Dit boek is ons in het Grieks bekend.

2 Makkabeeën 7:14. Toen hij op het punt stond te bezwijken, zei hij: ‘De dood door mensenhanden wordt begerenswaardig door de hoop die God ons geeft: dat hij ons weer zal opwekken. Voor u echter zal er geen opstanding tot nieuw leven zijn.’
Toelichting: in het Grieks staat hier anastasis.

2 Makkabeeën 12:43. Hij hield een inzameling onder al zijn mannen en stuurde de opbrengst, ongeveer tweeduizend zilveren drachmen, naar Jeruzalem om een zoenoffer te laten brengen. Deze goede en nobele daad verrichtte hij met het oog op de opstanding.
Toelichting: er zijn meer varianten van deze tekst. Mij niet duidelijk welke Grieks woord meest aannemelijk is. Deze tekst gebruikt de Rooms Katholieke kerk voor het thema bidden voor de doden.

Andere bronnen

De opstanding uit de dood is een geloofsovertuiging, die in belijdenis geschriften is vastgelegd.

Het is in de loop van de eeuwen van de kerk ook een praktijk gebleken. Veel mensen, die ziek of dood op bed lagen zijn weer opgestaan. Persoonlijk heb ik van dichtbij meegemaakt hoe iemand, die hersendood was, weer tot leven kwam.

Maar er zijn veel meer getuigenissen. Het probleem is, dat de meesten dit niet kunnen bevatten en daarom ook niet voor waar aan kunnen nemen.

Getuigen van de opstanding van Jezus

In Jeruzalem in de Graftuin is een graf waar Jezus in gelegen zou kunnen hebben. Dit lijkt mij aannemelijk. Het is dichtbij de verhoging, die de heuvel Golgotha zou kunnen zijn. Men plaatste in die tijd de kruisen langs een doorgaande weg. Het moest een afschrikwekkend voorbeeld zijn. En dit was langs de weg naar Damascus.

Dat het graf in de Heilige Grafkerk zou liggen in Jeruzalem lijkt mij niet aannemelijk. De moeder van de Romeinse keizer Constantijn heeft deze plek aangewezen. Er heeft ook een tempel van een Romeinse god gestaan.

In Turijn (Torino) in Italië bewaart men een lijkwade. Het zou de lijkwade, het linnen, kunnen zijn waar Jezus in was gewikkeld toen hij was gestorven. Het is indrukwekkend om te zien. Deze lijkt mij ook aannemelijk. Bij zowel de graftuin als bij de lijkwade kwam ik onder de indruk van de nabijheid van Jezus. Wat natuurlijk geen bewijs is.

Heilige levens

Van de heilige Franciscus van Assisi zijn ook getuigenissen bekend dat na zijn dood mensen hem ontmoette. In de kerk van Assisi is dat het thema van enkele fresco’s.

Franciscus is overigens op zijn sterfbed niet genezen. Daar zocht hij ook helemaal niet naar. Nee, bij hem was het zoals bij de opstanding van Jezus.

Getuigenissen van mensen

<<dikwijls te privé>> Alleen om persoonlijk te delen.

Geloofsbelijdenissen van de kerk

De twee meest gebruikte geloofsbelijdenissen zijn de Apostolische geloofsbelijdenis en de geloofsbelijdenis, de RK kerk noemt het credo, van Nicea – Constantinopel.

In beide geloofsbelijdenissen zit een deel over de opstanding van Jezus en over de opstanding van onszelf.

Opvallend is dat de versie van de RK kerk net iets verschilt van die van de PKN kerk. Hieronder beide versies van beide geloofsbelijdenissen.

Apostolische geloofsbelijdenis, de RK versie:
Ik geloof in Jezus:
die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, die nedergedaald is ter helle, de derde dag verrezen uit de doden. Die opgestegen is ten hemel, zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader, vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden.

De PKN versie:
die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven, en begraven die is neergedaald in de hel, op de derde dag opgestaan van de doden, opgevaren naar de hemel en zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader, vanwaar Hij zal komen om te oordelen de levenden en de doden;

En wat we over onszelf geloven, de RK versie:
de verrijzenis van het lichaam; en het eeuwig leven.

De PKN versie:
de wederopstanding des vleses, en het eeuwige leven.

Uit het credo/de geloofsbelijdenis van Nicea – Constantinopel, de RK versie:
Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften.  Hij is opgevaren ten hemel: zit aan de rechterhand van de Vader. Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden en aan zijn rijk komt geen einde. 

De PKN versie:
Jezus, die … en op de derde dag is opgestaan naar de Schriften; is opgevaren naar de hemelen en zit aan de rechterhand van de Vader, en die zal wederkomen in heerlijkheid, om te oordelen levenden en doden; en zijn rijk zal geen einde hebben.

En wat we over onszelf geloven, de RK versie:
Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van het komend rijk. 

De PKN versie:
Wij verwachten de opstanding der doden en het leven in de wereld die komt.

De verschillen.
Bij de Apostolische geloofsbelijdenis:
– RK verrezen uit de doden. PKN opgestaan van de doden (verrezen uit de dood staat er in de Bijbel. Dat begrijp ik. Verrezen uit de doden, dat zal zijn dat Jezus is verrezen terwijl de anderen doden bleven? Opstanding van de doden staat er in de Bijbel. Opgestaan van de doden zal zijn dat Jezus is opgestaan terwijl anderen doden bleven?)
– RK de verrijzenis van het lichaam; PKN de wederopstanding des vleses (wat is hier opnieuw oftewel ‘weder’. Zoals we dat bij de geboorte hebben gedaan?)
– RK eeuwig leven PKN eeuwige leven (Eeuwig leven is een apart soort leven. Daar geloof ik in. Eeuwige leven is leven waar geen einde aankomt. Zegt niets verder over de kwaliteit van leven)

En bij Nicea:
– RK verrezen. PKN opgestaan.
– RK ik. PKN wij.
– RK leven van het komend rijk. PKN leven in de wereld die komt.

Samenvatting

De opstanding uit de dood van Jezus is de aanzet en de reden van de gemeenten van God uit alle volken. Alle vier evangeliën spreken daar over. Als dat niet waar zou zijn, dan is het evangelie onzin.

De discussie of er nu wel of niet een voortbestaan is na de dood lijkt een discussie van onze tijd. Het was echter ook al een twistpunt in de tijd van Jezus. Een leven na de dood kan een benauwend idee zijn. Wellicht ontmoet je een rechter.

Laat het helder zijn zegt Jezus. Wat denk je nu wel. God is geen god van doden. Dat wil Hij niet. Daarvoor heeft Hij de mensheid niet geschapen. Abraham, Isaak en Jacob zijn bij Hem. Om er maar een paar te noemen.

In de tijd van Jezus geloofden velen in de opstanding van de doden aan het eind van de tijd, bij het laatste oordeel. Jezus gelooft dat zeker ook in. Hij vult die overtuiging aan met nieuwe openbaringen. Dat Hij, Jezus, mensen, die in nauwe relatie met Hem leven tot leven zal wekken. En dat anderen ook zullen opstaan, maar zij zullen worden beoordeeld. Nog wel door degenen van wie ze het niet zullen verwachten.

Jezus introduceert ook een soort opstanding van de dood, zoals hij zelf zal meemaken. Jezus kreeg bij de opstanding een verheerlijkt lichaam. Zijn lichaam veranderde. Op de berg van de verheerlijking hadden naast Jezus ook Mozes en Elia een verheerlijkt lichaam.

Zoals Jezus is opgestaan, zoiets verwacht ook de apostel Paulus. Ik had daar nog nooit van gehoord voordat ik deze studie deed.

Hoe zijn we als we uit de dood zijn opgestaan? Jezus zegt: “We zijn dan als engelen in de hemel”.

Op deze wereld kunnen doden ook weer levend worden in hun huidige lichaam. In de tijd van Jezus werden de dochter van Jaïrus, de jongeling van Naïn en Lazarus de broer van Martha en Maria opgewekt. En Petrus wekt Tabita op. En dan is er nog de opstanding van heiligen, die kwamen uit de graven toen Jezus opstond.

Van het Oude Testament weten we van opstandingen uit de dood door Elia en Elisa en door contact met de botten van Elisa.

Jezus werd na zijn opstanding uit de dood nog een aantal keer gezien. Er zijn ook getuigenissen van anderen, die na hun dood zijn gezien, zoals Franciscus van Assisi.

Overgebleven vragen

Door mijn studie van de Hebreeuwse teksten heb ik allerlei kennnis ontdekt van de geestelijke wereld, die destijds bekend was, maar die in onze Westerse wereld onbekend is.

In het Hebreeuws kom je sporen tegen van het voortleven van mensen of het weer terug komen in dit leven vanuit een andere situatie. Hier begrijp ik nog veel dingen niet.

Henoch, Elia en wellicht ook Mozes werden zonder dat ze stierven getransformeerd naar een geestelijk leven.

Jezus en wellicht ook heiligen stierven eerst en werden daarna gezien in een verheerlijkt lichaam.

In het Nieuwe Testament is ook sprake van profeten in het Oude Testament, die mogelijk weer opnieuw, na eeuwen hun taak hier op aarde oppakken.

Er zijn ook mensen, die zijn gestorven en dan toch weer met hun lichaam dat was gestorven of reeds tot ontbinding was overgegaan, weer verder leven.

Mijn vraag is: zou het nuttig zijn om hier meer van te weten?

Nog een triviale vraag: Zou het lichaam dat Adam en Eva voor de zondeval ook verheerlijkt zijn?

En de belangrijkste vraag. Hoe zou het met de gelovigen zijn, zoals jij en ik. Zijn wij als wij sterven ook al gelijk bij Jezus? Of moeten we wachten tot Jezus terugkomt? Zijn we dan als engelen in de hemel en of krijgen we dan een verheerlijkt lichaam?

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.