Studie Pasen Pesach

Het paasfeest is vooral een feest voor thuis. Het is de voorbereiding van de maaltijd, de maaltijd zelf en het afronden van de maaltijd. Later lezen we ook nog dat men offerde in de tempel.

Ik noem het hier feest maar dit feest heeft een ernstige ondertoon. Het is een gedenkfeest.

Ons feest van Goede Vrijdag lijkt het meest op het Paasfeest van de Bijbel. Jezus, het lam van God, die sterft aan het kruis. Zoals het lam van het Pesachmaal sterft en zijn bloed op de deurposten en de latei werd gesmeerd als bescherming tegen de dood bij het volk Israël. Zo redt het bloed van Jezus ons van de dood als straf van God.

Overigens ging het in de Bijbel niet om een lam, maar om een volwassen eenjarige ram of bok. Jezus is dan ook niet het lam Gods, maar de ram of bok Gods. Het was een dier in de kracht van zijn leven. De gebroeders van Eyck laten met hun wereldberoemde schilderij zien dat ze dit had begrepen. Hier een klein fragment van dit schilderij.

View image on Twitter

Het duurde lang voordat het Pesachfeest bij het volk Israël vaste grond kreeg. Er was veel strijd rond dit feest. En die strijd is er tot op vandaag.

Het Pesachfeest leert ons verlossing en bevrijding. Uit de slavernij, gevangenis, onderdrukking. Zowel geestelijk als fysiek. Degenen, die onderdrukken willen geen bevrijding. De Egyptische farao was de eerste tegenstander.

Pas vanaf enkele eeuwen voor Christus tot nu toe wordt het trouw en nauwgezet door de Joodse gemeenschap gevierd. De kerk heeft in de loop van de tijd gemeend het feest op een eigen manier te mogen vieren. De protestante reformatie heeft daar geen verandering in gebracht. Evenmin de latere baptistische, evangelische en pinkstergemeenten.

Maar misschien staat er nog een keer een groot leider op, zoals de koning Hizkia en koning Josia, die ons leidt in het herstel van dit feest.

In de tijd van die koningen Hizkia en Josia ging dat gepaard met een opwekking.

1. Pesach in de Bijbel

In zowel het Oude als het Nieuwe Testament wordt slechts één woord voor dit feest gebruikt. Zie de tabel hieronder.

Nr.Woord Soort woord Strong Opmerkingen:
1.פֶּסַח pesach Zelfstandig naamwoord mannelijk H6453 Pesach.
Komt 49 keer voor in 46 verzen. KJV: passover (46x), passover offerings (3x).
2.πάσχα pascha Zelfstandig naamwoord onzijdig G3957 SB3433 Pascha.
Komt 29 keer voor in 27 verzen. KJV: Passover (28x), Easter (1x).

Het woord Pesach
Het Hebreeuws zelfstandig naamwoord Pesach komt van een werkwoord dat voorbijgaan betekent. De engel van de dood ging voorbij aan die huizen waar het bloed van het lam op de deurposten en de latei was gesmeerd.

Eerst werd het woord Pesach alleen gebruikt voor de maaltijd op de avond van Pesach. Later werden ook de zeven dagen erna, de tijd dat men ongezuurde broden at, Pesach genoemd.

Het woord Pascha
Pascha is de Aramese vorm van het Hebreeuwse woord Pesach. Maar dan met Griekse letters geschreven.

Het woord wordt in drie betekenissen gebruikt. Ten eerste als aanduiding van het feest. Ten tweede als aanduiding van wat men at. Er staat ‘het Pascha eten’ en ten derde als aanduiding van de hele maaltijd. Er staat ‘het Pascha gereed maken’.

2. Toen Pesach werd ingesteld

We kunnen over de instelling van Pesach lezen in Exodus 12. Je kunt dit hoofdstuk opdelen in vijf delen.

Deel 1: de eerste instructie. Hieronder in vijf onderdelen.
Exodus 12:1. De HEER zei tegen ​Mozes​ en ​Aäron, nog in ​Egypte: ‘Voortaan moet deze maand bij jullie de eerste maand van het jaar zijn. [tot dan toe was wat nu de zevende maand is, de eerste maand van het jaar. De jaarkalender wordt hier op zijn kop gezet]

Exodus 12:2-10. Zeg tegen de hele gemeenschap van Israël: “Op de tiende van deze maand moet elke ​familie​ een lam of een bokje uitkiezen, elk gezin één. Gezinnen die te klein zijn om een heel dier te eten, nemen er samen met hun naaste buren een, rekening houdend met het aantal personen en met wat ieder nodig heeft. Het mag het jong van een schaap zijn of het jong van een ​geit, als het maar een mannelijk dier van één jaar oud is zonder enig gebrek. Houd dat apart tot de veertiende van deze maand; die dag moet de voltallige gemeenschap van Israël de dieren in de avondschemer slachten. Het ​bloed​ moeten jullie bij elk ​huis​ waarin een dier gegeten wordt, aan de beide deurposten en aan de bovendorpel strijken. Rooster het vlees en eet het nog diezelfde nacht, met ongedesemd brood en bittere kruiden. Het dier mag niet halfgaar of gekookt worden gegeten, maar uitsluitend geroosterd, en in zijn geheel: met kop, poten en ingewanden. Zorg dat er de volgende morgen niets meer van over is. Mocht er toch iets overblijven, dan moet je dat verbranden.

Het eerste deel van de tekst, vers 1 tot en met 10 gaat over het afzonderen, gereed maken en eten van de eenjarige jong van een schaap of een geit. Een eenjarig jong is in staat om zelf al lammeren te krijgen. Een eenjarig jong heeft de vier seizoenen meegemaakt. Ook Jezus was volwassen toen Hij als lam werd geslacht.

Wat hier opvalt is de relatie met Jezus.
Op de tiende van de maand koos het volk Jezus uit. Als hun Messias. Wat wij palmzondag noemen. [bron Wikipedia Goede Week]
Het dier dat werd geofferd was in de kracht van zijn leven. Net als Jezus.
Men moest het lam met ongedesemd brood eten, zonder gist dat verwijst naar de zonde. Jezus was ook zonder zonde.
Men moest het eten met bittere kruiden. Jezus dood was bitter.
Het dier moest in zijn geheel blijven. Net als Jezus. Zijn botten werden niet gebroken.

Exodus 12:11. Zo moeten jullie het eten: met je ​gordel​ om, je ​sandalen​ aan en je staf in de hand, in grote haast. Dit is een maaltijd ter ere van de HEER, het pesachmaal.

Hier staat een bijzondere uitdrukking. In het Hebreeuws staat het er heel beknopt: pesah hu la JHWH. De Statenvertaling vertaalt: “het is des HEEREN pascha”.

Exodus 12:12-13. Ik zal die nacht rondgaan door ​Egypte, en ik zal daar alle eerstgeborenen doden, zowel van de mensen als van het ​vee, en ik zal alle Egyptische ​goden​ van hun voetstuk stoten, want ik ben de HEER. Maar jullie zal ik voorbijgaan: aan het ​bloed​ zal ik jullie ​huizen​ herkennen, en door dat merkteken zal de dodelijke plaag waarmee ik ​Egypte​ straf, jullie niet treffen.

Exodus 12:14. Die dag moet voortaan een gedenkdag zijn, die je moet vieren als een feest ter ere van de HEER. Dit voorschrift blijft voor altijd van kracht, alle komende generaties moeten die dag vieren.

Deel 2: de instelling van het feest van de ongezuurde broden Exodus 12:15-20. Dit is het onderwerp van de volgende studie,

Deel 3: wat Mozes zegt tegen de oudsten van het volk Israël over Pesach. Daar zijn aanvullingen bij t.o.v. de teksten onder deel 1. De aanvullingen heb ik onderstreept.

Exodus 12:21-28. Toen riep ​Mozes​ de ​oudsten​ van Israël bij elkaar. ‘Elke ​familie​ moet een lam of een bokje kiezen,’ zei hij, ‘en dat moet worden geslacht als pesachoffer. Laat ieder daarna een bos majoraantakken nemen, die in de schaal met ​bloed​ dopen en het ​bloed​ aan de bovendorpel en aan de beide deurposten strijken. Ga dan tot de morgen de deur niet uit, want de HEER zal door ​Egypte​ heen gaan om het te straffen. Maar ziet hij bij een deur ​bloed​ aan de bovendorpel en aan de posten, dan zal hij die deur voorbijgaan, hij zal de doodsengel geen toestemming geven om uw ​huizen​ binnen te gaan en u te treffen. Dit voorschrift blijft voor u en uw ​kinderen​ voor altijd van kracht. Ook als u eenmaal in het land bent dat de HEER u zal geven, zoals hij heeft beloofd, moet u dit gebruik in ere houden. En als uw ​kinderen​ dan vragen: “Wat betekent dit gebruik?” antwoord dan: “Wij brengen de HEER een pesachoffer omdat hij de ​huizen​ van de Israëlieten voorbij is gegaan toen hij de ​Egyptenaren​ strafte; ons heeft hij gespaard.”’ Toen knielden de Israëlieten en bogen ze zich diep neer, en ze deden wat de HEER aan ​Mozes​ en ​Aäron​ had bevolen.

Deel 4: Exodus 12:29-42 gaat over de ramp die plaatsvindt in Egypte. Vers 42 geeft nog aan wat het volk Israël spontaan ging doen. Met de HEER samen waken.
Exodus 12:42. Die nacht waakte de HEER om hen uit ​Egypte​ weg te leiden. Daarom waken de Israëlieten nog altijd in deze nacht ter ere van de HEER, elke generatie opnieuw.

Deel 5: de HEER geeft aanvullende regels aan Mozes en Aäron. De aanvullingen zijn onderstreept.
Exodus 12:43-50. De HEER zei tegen ​Mozes​ en ​Aäron: ‘Voor het pesachmaal gelden deze voorschriften: Er mag geen enkele ​vreemdeling​ aan deelnemen. Een ​slaaf​ die door iemand gekocht is, mag er echter aan deelnemen zodra hij ​besneden​ is. Een ​vreemdeling​ die tijdelijk bij je verblijft of een dagloner mag er niet aan deelnemen. Het maal moet worden gebruikt in het ​huis​ waarin het is klaargemaakt, je mag niets van het vlees buitenshuis brengen; de botten mag je niet breken. Ieder die tot de gemeenschap van Israël behoort, is verplicht dit maal te bereiden. Wil een ​vreemdeling​ die bij jullie woont het pesachmaal ter ere van de HEER bereiden, dan mag dat pas nadat hij en al zijn mannelijke familieleden ​besneden​ zijn, want alleen dan kan hij op één lijn worden gesteld met een geboren Israëliet. Maar een ​onbesnedene​ mag er niet aan deelnemen. Voor geboren Israëlieten en voor ​vreemdelingen​ geldt een en dezelfde regel.’ De Israëlieten deden wat de HEER aan ​Mozes​ en ​Aäron​ had bevolen.

Het is niet zomaar een feest. Als je wilt deelnemen en van het resultaat genieten, moet je wel betrokken zijn. Daarom moet je besneden zijn. Besneden zijn staat voor het gezag van de HEER erkennen. Dat is een voorwaarde om mee te mogen doen.

Nog enkele aanvullende opmerkingen
In het boek Exodus komt openbaring of inspiratie over het te vieren feest. Daarna komen er nog allerlei toevoegingen. Zo werkt de openbaring van God meestal.

In dit feest is God als rechter duidelijk te zien. Egypte wilde het eerstgeboren volk van de HEER niet vrijlaten. Daarom wilde de rechter van hemel en aarde Egypte straffen. Daar moest wel een daad van het volk Israël tegenover staan. Daarom moesten ze een ram of bok kiezen als plaatsvervanger voor henzelf.

Er zijn ook eenmalige dingen aan dit feest. Het rondgaan van de engel van de dood en het smeren van bloed op de deurposten en de bovendorpel is eenmalig. De voorbereiding en het houden van de maaltijd dat blijft doorgaan.

Vers 14 benadrukt het belang van Pesach. ‘Die dag moet voortaan een gedenkdag (yom zikron) zijn, die je moet vieren als een feest ter ere van de HEER (chag la jhwh). Dit voorschrift (chuqqat) blijft voor altijd (olam) van kracht, alle komende generaties moeten die dag vieren’.

De ram of de bok moet worden geslacht als “Pesach”staat er. Een mysterieuze uitdrukking, die ik nog niet begrijp.

2.1 Aanvullende teksten van de Torah

In de Torah komen nog in vijf hoofdstukken aanvullende teksten voor over Pesach. Hieronder staan ze.

Een extra verwijzing in Exodus 34.
Exodus 34:25. ‘…. en het offer van het Pascha mag niet tot de volgende morgen overblijven. [HSV].

Hier wordt Pesach als eerste van de hoogtijdagen genoemd.
Leviticus 23:4-5. Dit zijn de feestdagen van de HEERE, de ​heilige​ samenkomsten, die u op hun vastgestelde tijd moet uitroepen. In de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, tegen het vallen van de avond (letterlijk tussen twee avonden), is het Pascha voor de HEERE. [HSV. Dit staat ook in Numeri 28:17]

Een jaar na de instelling van het Pesach feest richt de HEER zich tot Mozes met de opdracht om opnieuw het Pesachfeest te vieren.
Numeri 9: 1-5. In de eerste maand van het tweede jaar na de uittocht uit ​Egypte​ richtte de HEER zich in de Sinaiwoestijn tot ​Mozes. Hij zei: ‘De Israëlieten moeten op de daarvoor vastgestelde tijd het pesachoffer bereiden. Dat moet gebeuren op de veertiende dag van deze maand, in de avondschemer, op de vastgestelde tijd, met inachtneming van alle voorschriften en regels die ervoor gelden.’ Mozes​ droeg de Israëlieten op het pesachoffer te bereiden, en zo vierden ze op de veertiende dag van de eerste maand, in de avondschemer, in de Sinaiwoestijn het pesachfeest; ze vierden het precies zoals de HEER het ​Mozes​ geboden had.

Er wordt hier het probleem genoemd van het onrein zijn van enkele mensen. Daarvoor wordt een aanvullende regel gegeven: laten zij het een maand later vieren.
Numeri 9:6-14. Nu waren sommigen ​onrein​ doordat ze met een lijk in aanraking waren geweest, zodat ze die dag geen ​Pesach​ konden vieren. Ze wendden zich nog dezelfde dag tot ​Mozes​ en ​Aäron. ‘Wij zijn ​onrein​ doordat we met een dode in aanraking zijn geweest,’ zeiden ze. ‘Moet dat echt een beletsel zijn om samen met de andere Israëlieten op de vastgestelde tijd ons ​offer​ aan de HEER te brengen?’ ‘Wacht hier,’ antwoordde ​Mozes, ‘dan ga ik vragen wat de HEER van u verlangt.’ Toen zei de HEER tegen ​Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Wanneer iemand van u of van uw nakomelingen ​onrein​ is doordat hij met een lijk in aanraking is geweest of wanneer iemand een verre ​reis​ maakt, en hij wil toch ter ere van de HEER het pesachoffer bereiden, dan moet hij dat doen in de tweede maand, op de veertiende dag, in de avondschemer. Hij moet er ongedesemd brood en bittere kruiden bij eten. Er mag van het ​offerdier​ niets overblijven tot de volgende morgen, en de botten mogen niet gebroken worden. Alle voorschriften voor het pesachfeest moeten nauwkeurig in acht genomen worden. 

Het niet vieren van het Pesach feest is voor iemand van het volk Israël niet toegestaan.
Numeri 9:13. Maar wie ​rein​ is en niet op ​reis​ en desondanks nalaat het pesachoffer te bereiden, moet ​uit de gemeenschap​ gestoten worden omdat hij de HEER niet op de vastgestelde tijd zijn ​offer​ heeft gebracht. Zo iemand moet de gevolgen van zijn ​zonde​ dragen. 

De vreemdeling, die ter ere van de HEER het feest wil vieren, mag daar aan meedoen als hij zich houdt aan de voorschriften. Zie ook Exodus 12:43-50.
Numeri 9:14. Wil een ​vreemdeling​ die bij u woont ter ere van de HEER een pesachoffer bereiden, dan moet hij dat doen met inachtneming van de voorschriften en regels die voor ​Pesach​ gelden. Voor ​vreemdelingen​ en voor geboren Israëlieten geldt een en dezelfde wet.”’

In Deuteronomium wordt de instelling van het Pascha en het feest van de ongezuurde broden opnieuw genoemd. De maand heet nu abib, de Babylonische naam voor de maand Nisan.
In Deuteronomium 16:1-8. Ieder jaar in de maand ​abib​ moet u voor de HEER, uw God, het pesachoffer bereiden. Hij heeft u immers op een nacht in die maand uit ​Egypte​ weggeleid. Voor het pesachoffer ter ere van de HEER moet u ​geiten, schapen of runderen slachten op de plaats die hij zal ​kiezen​ om er zijn naam te laten wonen. Bij dat vlees mag u geen gedesemd brood eten, maar alleen ongedesemd brood, gedurende zeven dagen. Het is het tranenbrood dat u, zolang u leeft, zal herinneren aan de dag waarop u wegtrok uit ​Egypte, aan dat overhaaste vertrek. Zeven dagen lang mag er in het hele land bij u geen stukje ​zuurdesem​ te vinden zijn. En van het vlees dat de slacht van de eerste avond oplevert, mag niets tot de volgende dag bewaard worden. U mag de dieren voor het pesachoffer niet slachten in elk van de steden die de HEER, uw God, u zal geven, maar u moet dat op de ene plaats doen die hij zal ​uitkiezen​ om er zijn naam te laten wonen, en wel ’s avonds, bij zonsondergang, het tijdstip waarop u uit ​Egypte​ vertrok. Daar moet u het vlees bereiden en eten; de volgende morgen kunt u weer naar uw eigen woonplaats terugkeren. Zes dagen lang moet u ongedesemd brood eten, en de zevende dag is er een feestelijke samenkomst voor de HEER, uw God; dan mag u niet werken.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Ik proef in de teksten voor Pesach verwijzingen naar Jezus.
Ongedesemd brood. -> Jezus was zonder zonde.
Bittere kruiden. -> Het was een bittere dood voor Jezus.
Het offer mag niet tot de volgende morgen overblijven. -> Jezus werd in het graf gelegd.
Het bereiden van het lam in de avondschemer. -> Het moment dat Jezus zal sterven.
Tussen twee avonden. -> daartussen vierde Jezus het avondmaal en stierf hij voor het pesachmaal.
Het niet breken van de botten. -> Dat gebeurde ook niet met Jezus, terwijl het bij de andere gekruisigden wel gebeurde.

Voor de mensen van het volk is het belangrijker om mee te vieren, dan dat het op die precieze dag gebeurde.

Het hele volk Israël dient het Pesachfeest te vieren. Vreemdelingen mogen het Pesachfeest ook mee vieren als ze zich aan de regels van het Pesach feest houden. We mogen meedoen. Er staat niet dat vreemdelingen alleen mee mogen doen als ze zich aan alle regels van de wet moeten houden.

In Numeri 9:14 worden de ‘voorschriften en regels” van het Pesachfeest genoemd. Dat geeft de indruk dat er meer regelingen zijn, dan die paar, die in de Torah staan .

In Deuteronomium worden ook runderen genoemd, die mogen worden geofferd. En nog een toevoeging, het offeren moet op een gemeenschappelijke plaats gebeuren.

2.2 Pesach bij de intocht in het land Kanaän

Bij de intocht van het volk Israël in het land Kanaän wordt opnieuw het Pesachfeest gevierd. Was dit de derde keer? Die veertig jaar in de woestijn werd er geen Pesach gevierd? Een geestelijk droge tijd.

Wat er in ieder geval niet werd gedaan in de woestijn was het besnijden van de mannen. Hier wordt opnieuw beiden gedaan, zowel Pesach als de besnijdenis. Door de mannen te besnijden en het Pesach te vieren worden de banden met Egypte opnieuw verbroken. Maar ook het leven in de woestijn werd achtergelaten.

En wat er dan wel weer was in de woestijn, het manna dat uit de hemel kwam, dat stopt vanaf het moment van deze viering.

Jozua 5:2-9. Na de overtocht zei de HEER tegen ​Jozua: ‘Maak messen van vuursteen en ​besnijd​ de Israëlieten opnieuw.’ Jozua​ maakte die messen en hij ​besneed​ de Israëlieten opnieuw bij de Voorhuidenheuvel. Hij ​besneed​ hen omdat alle weerbare mannen die uit ​Egypte​ waren weggetrokken, na de uittocht waren gestorven, onderweg in de woestijn. Van het volk dat weggetrokken was waren alle mannen ​besneden​ geweest, maar de mannen die na de uittocht waren geboren, toen het volk onderweg was in de woestijn, waren niet ​besneden. Want Israël trok veertig jaar door de woestijn, totdat alle weerbare mannen die uit ​Egypte​ waren weggetrokken, gestorven waren. Ze hadden niet geluisterd naar de HEER, en daarom had de HEER hun gezworen dat hij hun niet het land zou laten zien dat hij ons zou geven, zoals hij onze voorouders had beloofd: het land dat overvloeit van melk en honing. Maar hij liet hun zonen hun plaats innemen. Dus ​besneed​ ​Jozua​ deze zonen, omdat dit onderweg niet gedaan was. Nadat ze allemaal waren ​besneden, moesten ze in hun ​tenten​ blijven tot ze waren genezen. En de HEER zei tegen ​Jozua: ‘Vandaag heb ik de schande van ​Egypte​ van jullie afgewenteld,’ en ​Jozua​ noemde die plaats Gilgal. Zo heet die plaats tot op de dag van vandaag. [Het woord Gilgal verwijst naar een woord dat afwentelen betekent en naar steenkring. Denk aan de messen]

Jozua 5: 10-12. Toen de Israëlieten in hun kamp bij Gilgal waren, op de vlakte van ​Jericho, bereidden ze in de avond van de veertiende dag van die eerste maand het pesachoffer. Al één dag na het pesachoffer aten ze ongedesemd brood en geroosterd graan van de opbrengst van het land. Er kwam die dag geen manna meer; de Israëlieten kregen vanaf toen nooit meer manna. Ze aten dat jaar van de opbrengst van de akkers van ​Kanaän. [In het Hebreeuws staat pesach, waarom de NBV het woord offer toevoegt is verwarrend. Het lijkt mij te gaan over de pesach maaltijd]

Het ongedesemde brood was niet beschikbaar in de woestijn, maar nu bij het binnenvallen in het land al we. Bijzonder. Gods bijzondere zorg voor het volk.

2.3 Herstel Pesachviering door koning Hizkia.

Koning Hizkia begon aan zijn regering als koning van Juda in het jaar 718 voor Christus. Een kleine 350 jaar nadat koning David afgetreden was.

Hij begon met de reiniging van de tempel,. Toen hij gereed was wilde hij het Pesach feest gaan vieren, maar was net te laat om dat in de juiste maand te gaan doen.

In 2 Kronieken 29 kunnen we lezen dat Hizkia, in de NBV Jechizkai genoemd, koning werd en de dienst aan de HEER in de tempel weer ging herstellen. Wat een bemoediging voor hen, die de HEER liefhadden in die tijd. De tempel was namelijk door voorgaande koningen voor duisteren rituelen gebruikt.

Het Noordelijk Rijk was in die tijd al gevallen en de toplaag van de bevolking was naar Assyrië, het hedendaagse Noord Irak afgevoerd. Er woonden nog veel mensen van het volk Israël in het land. Koning Hizkia kon nu de mensen van het Noorden uitnodigen, tot dan toe verboden de koningen van Israël namelijk hun mensen om naar Jeruzalem voor de feesten te gaan. Was het een poging van koning Hizkia om de mensen van het Noordelijke Israël weer bij God en de andere stammen te betrekken?

Het hoofdstuk na hoofdstuk 29 beschrijft hoe koning Hizkia het Pesachfeest weer in ere ging herstellen. Hieronder de tekst van het hele hoofdstuk 30.

2 Kronieken 30:1-5. Jechizkia​ stuurde boden rond in heel Israël en Juda en schreef ook brieven naar Efraïm en Manasse, waarin hij iedereen opriep naar de tempel van de HEER in ​Jeruzalem​ te komen om aan de HEER, de God van Israël, het pesachoffer op te dragen. De ​koning​ had zich, samen met zijn raadsheren en de volksvergadering van ​Jeruzalem, gebogen over de mogelijkheid om ​Pesach​ te vieren in de tweede maand. Het was namelijk niet mogelijk geweest ​Pesach​ te vieren op de vastgestelde tijd, omdat zich toen niet genoeg ​priesters​ ​geheiligd​ hadden en het volk niet in ​Jeruzalem​ bijeen was. Nadat dit voorstel door de ​koning​ en de volksvergadering was aangenomen, besloten ze om in heel Israël, van Berseba tot Dan, te laten omroepen dat men naar ​Jeruzalem​ moest komen om aan de HEER, de God van Israël, het pesachoffer op te dragen. Voor die tijd hadden ze dat namelijk niet gezamenlijk gedaan, hoewel het zo was voorgeschreven.

2 Kronieken 30: 6-9. De boden gingen met de brieven van de ​koning​ en zijn raadsheren heel Israël en Juda rond en verspreidden in opdracht van de ​koning​ de volgende oproep: ‘Israëlieten, keer terug naar de HEER, de God van ​Abraham, ​Isaak​ en Israël, dan zal hij terugkeren naar u die aan de greep van de ​koning​ van ​Assyrië​ ontkomen bent. Wees niet zoals uw voorouders en uw verwanten die hun plicht tegenover de HEER, de God van uw voorouders, verzaakten. Hen heeft hij, zoals u uit ondervinding weet, tot afschrikwekkend voorbeeld gemaakt. Wees dus niet langer halsstarrig, zoals uw voorouders dat waren, maar betuig de HEER trouw en kom naar zijn ​heiligdom, dat hij voor eeuwig heeft ​geheiligd, om de HEER, uw God, te dienen. Dan zal hij zijn toorn van u afwenden. Want als u terugkeert tot de HEER, zullen uw verwanten en uw ​kinderen​ ​genadig​ behandeld worden door degenen die hen hebben weggevoerd, en zullen ze weer naar dit land mogen terugkeren. De HEER, uw God, is immers ​genadig​ en liefdevol; als u naar hem terugkeert, zal hij zich niet van u afwenden.’

2 Kronieken 30:10-12. Met deze boodschap gingen de boden in het gebied van Efraïm en Manasse van stad tot stad, tot aan Zebulon toe, maar ze werden uitgelachen en bespot. Slechts enkelen uit Aser, Manasse en Zebulon bogen het hoofd en kwamen naar ​Jeruzalem. In Juda echter gaf men, door toedoen van God, eensgezind gehoor aan de oproep die de ​koning​ en de raadsheren op gezag van de HEER hadden doen uitgaan.

2 Kronieken 30:13-20. Een grote menigte verzamelde zich in ​Jeruzalem​ om in de tweede maand het ​feest van het Ongedesemde brood​ te vieren; ze kwamen in groten getale. Eerst verwijderden ze de ​altaren​ die in ​Jeruzalem​ stonden, ook alle reukofferaltaren, en gooiden die in de bedding van de Kidron. Daarna slachtten ze op de veertiende dag van de tweede maand de dieren voor het pesachoffer. Beschaamd hadden de ​priesters​ en de ​Levieten​ zich ​geheiligd​ en ​brandoffers​ gebracht in de tempel van de HEER. Ze namen hun vaste plaatsen in, zoals beschreven in de wet van ​Mozes, de ​godsman, en de ​priesters​ goten het ​bloed​ uit dat de ​Levieten​ hun aanreikten. Een groot aantal deelnemers had zich niet voor de ​heilige​ plechtigheid gereedgemaakt. Daarom hadden de ​Levieten​ tot taak het pesachlam te slachten voor iedereen die niet ​rein​ was en het dus niet zelf aan de HEER kon ​wijden. Een groot aantal mensen, uit onder andere Efraïm, Manasse, Issachar en Zebulon, had zich dus niet gereinigd maar toch van het pesachoffer gegeten, hoewel dat eigenlijk verboden was. Maar ​Jechizkia​ had voor hen ​gebeden​ met de woorden: ‘Moge de HEER in zijn goedheid ​vergeving​ schenken aan ieder wiens ​hart​ gericht is op God, de HEER, de God van zijn voorouders, ook aan degenen die zich niet hebben gehouden aan de ​reinheidsvoorschriften​ die in het ​heiligdom​ gelden.’ En de HEER verhoorde ​Jechizkia​ en vergaf het volk.

De NBV vertaalt met vergaf, maar in het Hebreeuws staat rapha: de HEER genas het volk!!! De HEER genas het volk van nadat ze vergeving hadden gevraagd over het feit dat ze zich niet eerst hadden gereinigd. Dit is dus de weg: je reinigen, de pesach maaltijd en dan genezen. Je ziet dit terugkomen bij de vieren van de maaltijd van de Heer. Je reinigen, meedoen met de maaltijd en genezen worden.

2 Kronieken 30: 21-27. Vol vreugde vierden de in ​Jeruzalem​ bijeengekomen Israëlieten zeven dagen lang het ​feest van het Ongedesemde brood. Dag aan dag loofden de ​Levieten​ en de ​priesters​ de HEER door klankvolle instrumenten voor de HEER te bespelen. Jechizkia​ prees de ​Levieten​ om de kundigheid waarmee ze de HEER dienden. Gedurende de zeven dagen van het feest werden er vredeoffers gebracht en beleed men trouw aan de HEER, de God van de voorouders. Vervolgens besloot de volksvergadering om nog zeven feestdagen af te kondigen, en vol vreugde vierde men nog zeven dagen feest. Jechizkia, ​koning​ van Juda, had aan de gemeenschap nog duizend stieren en zevenduizend schapen en ​geiten​ ter beschikking gesteld en de raadsheren gaven nog eens duizend stieren en tienduizend schapen en ​geiten, en opnieuw had een groot aantal ​priesters​ zich ​geheiligd. De hele gemeenschap van Juda vierde feest met de ​priesters​ en de ​Levieten, samen met de hele gemeenschap die uit Israël was gekomen, en met de ​vreemdelingen​ uit Israël en Juda. Er heerste grote vreugde in ​Jeruzalem, want sinds de tijd dat ​Salomo, de zoon van ​David, in Israël regeerde, had iets dergelijks in ​Jeruzalem​ niet meer plaatsgevonden. De Levitische ​priesters​ zegenden het volk en hun stem werd gehoord, want hun ​gebed​ steeg op tot in Gods ​heilige​ woning, de hemel.

Wat hier te leren is: intentie is beter dan regels. Het is niet goed als de mensen slordig zijn, maar als we die zonden belijden dan kan de Heer daar over heen zien. De rechtvaardige koning Hizkia is een goede bemiddelaar tussen God en mensen.

2.4 Herstel Pesachviering door koning Josia

Koning Josia begon zijn koningschap in 641 voor Christus, zo’n 57 jaar na Hizkia’s koningschap. Hij was toen acht jaar oud. Er zal die eerste tijd wel een regent de macht hebben gehad. Toen Koning Josia 20 jaar oud was begon hij grote schoonmaak van het land. Dat was nodig omdat na Hizkia de koningen zich weer met duistere praktijken gingen bezig houden. De schoonmaak werd ook uitgevoerd in Noord Israël waar hij ook invloed kreeg.

In het 18de jaar van de regering van Josia, hij was toen 26 jaar oud, gaf hij opdracht om het Pesachfeest weer te gaan vieren.

2 Kronieken 35:1-9. Josia​ vierde in ​Jeruzalem​ ​Pesach​ ter ere van de HEER. Op de veertiende dag van de eerste maand werden de dieren voor het pesachoffer geslacht. Hij liet de ​priesters​ aantreden om hun taken uit te voeren en spoorde hen aan hun dienst in de tempel van de HEER plichtsgetrouw te volbrengen. En de ​Levieten, die heel Israël onderwijzen en voor de dienst van de HEER ​geheiligd​ zijn, droeg hij op: ‘Zet de ​heilige​ ​ark​ neer in de tempel die ​koning​ ​Salomo​ van Israël, de zoon van ​David, heeft gebouwd. U hoeft de ​ark​ niet meer op uw schouders mee te dragen. Voortaan kunt u zich volledig wijden aan de dienst van de HEER, uw God, en zijn volk Israël. Neem per ​familie​ en afdeling uw plaatsen in, overeenkomstig de voorschriften van ​koning​ ​David​ van Israël en zijn zoon ​Salomo. Voor elke groep families van uw volksgenoten moet in het ​heiligdom​ een afdeling van de Levitische families gereedstaan. Slacht de dieren voor het pesachoffer. ​Heilig​ u en bereid voor uw volksgenoten het pesachoffer zoals de HEER het bij monde van ​Mozes​ heeft bevolen.’ Koning​ ​Josia​ had voor alle aanwezigen van het gewone volk uit zijn eigen vermogen dieren voor het pesachoffer ter beschikking gesteld, dertigduizend lammeren en geitjes <<zie hieronder>>, en bovendien nog drieduizend runderen <<idem>>. Ook de raadsheren van de ​koning​ stelden met gulle hand bijdragen ter beschikking van het volk, de ​priesters​ en de ​Levieten. Chilkia, Zecharja en Jechiël, die in de tempel van God de leiding hadden, schonken aan de ​priesters​ zesentwintighonderd dieren die als pesachoffer geschikt waren en driehonderd runderen. De ​leiders​ van de ​Levieten, Konanjahu en zijn broers Semaja en Netanel, Chasabja, Jeïël en Jozabad, stelden vijfduizend lammeren en geitjes en vijfhonderd runderen ter beschikking van de ​Levieten.

De lammeren en geitjes zijn het kleinvee. De lammeren zullen wel ouder dan een jaar zijn geweest. Het Hebreeuwse woord dat met geit is vertaald is de vrouwelijke geit. De runderen is een aanduiding voor het grotere vee. Zo was in die tijd de verdeling: allerlei kleinvee en groter vee.

2 Kronieken 35:10- Toen alles voor de dienst in gereedheid was gebracht, de ​priesters​ hun vaste plaatsen hadden ingenomen en de ​Levieten​ zich per afdeling hadden opgesteld, zoals de ​koning​ had bevolen, werden de dieren voor het pesachoffer geslacht. De ​priesters​ goten het ​bloed​ uit en de ​Levieten​ vilden de offerdieren. Zij verwijderden ook de delen die verbrand moesten worden en deelden die uit aan de families van het gewone volk, zodat die ze aan de HEER konden aanbieden zoals in het ​boek​ van ​Mozes​ is voorgeschreven. Hetzelfde gebeurde met de runderen. Het vlees voor het pesachoffer werd, anders dan dat voor de overige ​offers, dat in ​kookpotten, ​pannen​ en ​schalen​ werd bereid, boven het vuur geroosterd, zoals de regel voorschrijft, en meteen onder het volk uitgedeeld. Daarna maakten de ​Levieten​ ook voor zichzelf en voor de ​priesters​ het pesachmaal klaar. De ​priesters, de nakomelingen van ​Aäron, waren namelijk tot in de nacht bezig de vette delen van de ​offers​ te verbranden. Daarom bereidden de ​Levieten​ behalve voor zichzelf ook voor de ​priesters​ het pesachoffer. Ook de zangers, de nakomelingen van Asaf, konden op hun post blijven, zoals ​koning​ ​David​ en zijn zieners aan Asaf, Heman en Jedutun bevolen hadden, evenals de ​poortwachters​ die bij alle ​poorten​ stonden opgesteld. Er was niets dat hen ervan weerhield hun plicht te vervullen, want hun verwanten, de ​Levieten, bereidden voor hen het pesachoffer.

2 Kronieken 35:16-19. Zo herstelde men die dag op bevel van ​koning​ ​Josia​ de dienst aan de HEER in ere door ​Pesach​ te vieren en ​offers​ te brengen op het ​altaar​ van de HEER. Alle aanwezige Israëlieten vierden ​Pesach​ en daarna het ​feest van het Ongedesemde brood, zeven dagen lang. Sinds de dagen van de ​profeet​ ​Samuel​ was ​Pesach​ in Israël niet meer op deze manier gevierd. Geen van Israëls koningen had ​Pesach​ gevierd zoals ​Josia​ nu deed met de ​priesters​ en de ​Levieten​ en allen die uit Juda en Israël waren gekomen en de inwoners van ​Jeruzalem. Het was in het achttiende regeringsjaar van ​Josia​ dat ​Pesach​ weer op deze manier gevierd werd.

2 Koningen 23: 21-23 geeft een samenvatting van dit hoofdstuk.

Het Pascha was sinds de tijd van de richter Samuel, zo’n vierhonderd jaar eerder, niet meer op deze manier gevierd staat er in de tekst hierboven. Ten tijden van koning Hizkia was het ook gevierd, maar toen niet helemaal volgens de regels en met wellicht ook een kleiner deel van het volk.

2.5 Herstel van het Pesach feest na de ballingschap

Na de herbouw van de tempel in opdracht van koning Darius werd in de twaalfde maand de tempel ingewijd. Daarna ging men het Pesachfeest weer vieren.

Ezra 6:19-22. De teruggekeerde ballingen vierden ​Pesach​ op de veertiende dag van de eerste maand. De ​priesters​ en de ​Levieten​ hadden zich allemaal gereinigd, zij allen waren ​rein. Ze slachtten het pesachlam voor alle ballingen, voor hun medepriesters, en voor zichzelf. De Israëlieten die teruggekeerd waren uit de ​ballingschap​ aten het pesachlam, en ook allen die zich hadden afgekeerd van de ​onreinheid​ van de plaatselijke bevolking en zich bij de Israëlieten hadden aangesloten om de HEER, de God van Israël, te vereren. Ze vierden vrolijk het ​feest van het Ongedesemde brood, zeven dagen lang, want de HEER had hen met vreugde vervuld: hij had de ​koning​ van ​Assyrië​ op andere gedachten jegens hen gebracht, zodat de ​koning​ hen krachtig steunde bij het werk aan de tempel van God, de God van Israël.

2.6 Pesachfeest in de toekomst

In het boek Ezechiël staat in de hoofdstukken 40 tot en met 48 een visioen voor de toekomst. Uitleggers gaan er algemeen van uit dat dit over een tijd gaat, die ook voor ons nu nog moet komen.

Het vieren van Pesach en het feest van het ongezuurde brood komt ook in dat visioen voor. Het zijn feesten, die blijven dus.

Ezechiël 45:21-25. Op de veertiende dag van de eerste maand moeten jullie ​Pesach​ vieren, het feest waarop er zeven dagen lang ongedesemd brood gegeten wordt. Op die dag moet de vorst een stier als ​reinigingsoffer​ brengen, voor zichzelf en voor de hele bevolking van het land. En op alle zeven dagen van het feest moet hij een ​brandoffer​ aan de HEER brengen, elke dag zeven stieren en zeven rammen zonder enig gebrek, zeven dagen lang, en elke dag een bok als ​reinigingsoffer. Als ​graanoffer​ moet hij bij elke stier en bij elke ram een efa graan doen, en bij elke efa graan een ​hin​ olie. Vanaf de vijftiende dag van de zevende maand, op het feest, moet hij hetzelfde doen: zeven dagen lang moet hij dezelfde reinigingsoffers, ​brandoffers, graanoffers en olieoffers brengen.

2.7 Voorafschaduwing van het Pesachfeest

Het Pesachfeest werd ingesteld bij de bevrijding van het volk Israël uit Egypte. Maar er waren al eerder gebeurtenissen, die op Pesach leken. Als Abraham bijna zijn zoon Isaak gaat offeren, voorziet de Heer in een bok/schaap in de struik die in plaats van Isaak kan worden geofferd.

Genesis 22:9-13. Toen ze waren aangekomen bij de plaats waarover God had gesproken, bouwde ​Abraham​ daar een ​altaar, schikte het hout erop, bond zijn zoon ​Isaak​ vast en legde hem op het ​altaar, op het hout. Toen pakte hij het mes om zijn zoon te slachten. Maar een ​engel​ van de HEER riep vanuit de hemel: ‘Abraham, ​Abraham!’ ‘Ik luister,’ antwoordde hij. ‘Raak de jongen niet aan, doe hem niets! Want nu weet ik dat je ​ontzag​ voor God hebt: je hebt mij je zoon, je enige, niet willen onthouden.’ Toen ​Abraham​ opkeek, zag hij een ram die met zijn horens verstrikt was geraakt in de struiken. Hij pakte het dier en offerde dat in de plaats van zijn zoon

3. Pascha in het Nieuwe Testament

Alle teksten waarin het van het Aramees afgeleide Griekse woord Pascha voorkomt worden in dit hoofdstuk 3 genoemd.

Ik heb de teksten in drie delen gesorteerd. Teksten, die gaan over de situatie voor het lijden en sterven van Jezus (3.1), die gaan over dat bijzondere Pascha waar Jezus stierf als het lam dat ons redt van de dood (3.2) en teksten, die gaan over de situatie na dat bijzondere Pascha (3.3).

3.1 De aanloop voor dat bijzondere feest.

Drie keer wordt over Pascha gesproken voorafgaand aan het Pascha waarop Jezus als eenjarig ram zou worden geslacht. Hieronder de teksten en een toelichting. De NBV vertaalt Pascha in Pesach of pesachfeest.

De eerste tekst gaat over de 12 jarige Jezus, die met zijn ouders voor het feest naar Jeruzalem ging. De afstand Nazareth, waar ze woonden, naar Jeruzalem is via de route aan de andere kant van de Jordaan, wel zo’n 160 kilometer. Daar wandel je wel een week over. Met zo’n feest was je wel drie weken bezig. Een week heen, een week in Jeruzalem en een week terug wandelen.

Lukas 2:41. Zijn (Jezus) ouders gingen jaarlijks voor het pesachfeest naar Jeruzalem. [Jezus zou aan het eind van het feest in de tempel achterblijven om de dingen van zijn Vader te leren]

Als volwassene reisde Jezus ook naar Jeruzalem voor Pesach. Het staat in het begin van het evangelie van Johannes.
Johannes 2:13-23. Kort voor ​Pesach, het Joodse paasfeest, reisde ​Jezus​ naar ​Jeruzalem. Daar trof hij op het tempelplein de handelaars in runderen, schapen en duiven aan, en de geldwisselaars die daar altijd zaten. Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de ​tempel​ uit, met hun schapen en runderen. Hij smeet het ​geld​ van de wisselaars op de grond, gooide hun tafels omver en riep tegen de duivenverkopers: ‘Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!’ Zijn ​leerlingen​ dachten aan wat er geschreven staat: ‘De hartstocht voor uw huis zal mij verteren.’ Maar de ​Joden​ vroegen: ‘Met welk teken kunt u bewijzen dat u dit mag doen?’ Jezus​ antwoordde hun: ‘Breek deze ​tempel​ maar af, en ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.’ ‘Zesenveertig jaar heeft de bouw van deze ​tempel​ geduurd,’ zeiden de ​Joden, ‘en u wilt hem in drie dagen weer opbouwen?’ Maar hij sprak over de ​tempel​ van zijn lichaam. Na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn ​leerlingen​ zich dat hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat ​Jezus​ gezegd had. Toen ​Jezus​ op ​Pesach​ in ​Jeruzalem​ was, kwamen veel mensen tot geloof in zijn naam, omdat ze de wondertekenen zagen die hij deed. 

In de andere evangeliën staat ook de geschiedenis van het reinigen van de tempel. Daar is het vlak voor dat bijzondere Pascha waarop Jezus zal sterven. Hij noemt de tempel dan een rovershol. Een plek waar het voor hem gevaarlijk is. Het lijkt mij en met mij ook Reinier van de Berg van bijbelseplaatsen.nl dat de evangelist Johannes een tweede tempelreiniging, die eerder plaatsvond beschrijft.

De verontreiniging van de tempel was een pijnlijk punt voor God de Vader en dus ook voor Zijn Zoon. De verontreiniging gebeurde door zijn eigen volk in de tijd voor de koningen Hizkia en Josia, zie de verhalen hiervoor. In 168 voor Christus wijdde Antiochus Epiphanes een Seleucidische koning de tempel in voor Zeus en ging er varkens slachten. Door een opstand van de joden kon de tempel in 164 voor Christus weer worden gereinigd. En werd door Joodse handelaren de tempel onheus gebruikt.

Het derde tekstgedeelte gaat over een Pesach waarbij Jezus niet naar Jeruzalem gaat maar in Galilea blijft.
Johannes 6:1-5. Daarna ging ​Jezus​ naar de overkant van het ​Meer van Galilea​ (ook wel het ​Meer van Tiberias​ genoemd). Een grote menigte mensen volgde hem, omdat ze gezien hadden welke wondertekenen hij bij zieken deed. Jezus​ ging de berg op, en ging daar met zijn ​leerlingen​ zitten. Het was kort voor het Joodse pesachfeest. Toen ​Jezus​ om zich heen keek en zag dat die menigte naar hem toe kwam, vroeg hij aan ​Filippus: ‘Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?’ [en dan volgt het verhaal van de wonderbare spijziging. Mijn vraag: heeft deze gebeurtenis een relatie met Pesach? Die zal er wel zijn,maar die zie ik nog niet]

Opvallend is dat een feest als Pesach hier in de Griekse tekst van de Bijbel een Joods feest wordt genoemd. Dat is samen met Johannes 11:55, hieronder een uitzondering. De feesten worden in het algemeen in de Bijbel de feesten van God genoemd.

3.2 Het meest bijzondere Pascha aller tijden

Alle evangelisten maken melding over dat Pascha feest waar Jezus zal sterven. Hier eerst de evangelist Matteüs.
Matteüs 26:1-2. Toen Jezus deze laatste rede had uitgesproken, zei hij tegen zijn leerlingen: ‘Over twee dagen is het, zoals jullie weten, Pesach. Dan wordt de Mensenzoon uitgeleverd om gekruisigd te worden.’

In de volgende zin meldt Matteüs dat de leiders van het volk bijeenkomen. Dan komt het verhaal van de zalving van Jezus door Maria in Betanië, waarbij Judas naar de leiders vertrekt om te overleggen over de gevangenneming van Jezus. Hij ging een moment zoeken om Jezus over te leveren aan die leiders. En dan komt deze tekst:
Matteüs 26:17-19. Op de eerste dag van het feest van het Ongedesemde brood kwamen de leerlingen naar Jezus toe en vroegen: ‘Waar wilt u dat wij voorbereidingen treffen zodat u het pesachmaal kunt eten?’ Hij zei: ‘Ga naar de stad en zeg tegen de persoon die jullie bekend is: “De meester zegt: ‘Mijn tijd is nabij, bij jou wil ik met mijn leerlingen het pesachmaal gebruiken.’ De leerlingen deden wat Jezus hun had opgedragen en bereidden het pesachmaal.

Die avond houden ze de maaltijd. Matteüs noemt in de beschrijving van de avond niet meer Pesach, maar dat ‘ze aten’. En verder gaat het verhaal over het verraad, het verhoor en de veroordeling, de kruisiging en de begrafenis. Tot en met Matteüs 27:61.

De evangelist Marcus opent met deze tekst en verhaalt verder dezelfde gebeurtenissen.
Markus 14:1. De volgende dag zou het feest van Pesach en het Ongedesemde brood beginnen.

Markus 14:12-16. Op de eerste dag van het feest van het Ongedesemde brood, wanneer het pesachlam wordt geslacht, zeiden zijn leerlingen tegen hem: ‘Waar wilt u dat wij voorbereidingen gaan treffen zodat u het pesachmaal kunt eten?’ Hij stuurde twee van zijn leerlingen op pad en zei tegen hen: ‘Ga naar de stad. Daar zal een man die een kruik water draagt jullie tegemoet komen; volg hem, en wanneer hij ergens binnengaat, moeten jullie tegen de heer des huizes zeggen: “De meester vraagt: ‘Waar is het gastenvertrek waar ik met mijn leerlingen het pesachmaal kan eten?’” Hij zal jullie een grote bovenzaal wijzen, die al is ingericht en waar alles gereedstaat; maak daar het pesachmaal voor ons klaar.’ De leerlingen vertrokken naar de stad, en alles gebeurde zoals hij gezegd had, en ze bereidden het pesachmaal.

Die avond houden ze de maaltijd. Ook Marcus noemt in de beschrijving van de avond niet meer Pesach, maar spreekt over ‘neerliggen en eten’. En verder gaat het verhaal over het verraad, het verhoor en de veroordeling, de kruisiging en de begrafenis. Tot en met Marcus 15 het laatste vers, vers 47.

In Lukas 22:1-20 gaat het zes keer over Pascha. Lukas volgt dezelfde lijn als Matteüs en Marcus alleen voegt hij nog een gesprek bij de maaltijd toe, vers 22 tot en met 30. En ….., hij noemt de maaltijd wel Pascha.

Lukas 22:14-16. En toen het uur gekomen was, ging Hij aan tafel ​aanliggen, en de twaalf ​apostelen​ met Hem. En Hij zei tegen hen: Ik heb er vurig naar verlangd dit Pascha met u te eten, voordat Ik ga lijden. Want Ik zeg u dat Ik daar zeker niet meer van zal eten, totdat het vervuld is in het ​Koninkrijk van God. [HSV]

De afsluiting van Jezus kruisiging, zijn sterven en begrafenis eindidt met Lucas 23 het laatste vers, vers 56.

De evangelist Johannes heeft een andere opzet van zijn evangelie, dat blijkt ook uit de beschrijving van Pascha. Johannes gaat over de over de zalving van Jezus door Maria schrijven en legt verband met het feest.

Uit de beschrijving blijkt ook dat men al enkele dagen voor het Paasfeest in Jeruzalem aankwam en dan tijd nam voor reiniging.

Johannes 11:55. “Het was kort voor Pesach, het Joodse paasfeest, en veel mensen uit de omgeving gingen al vóór het feest naar Jeruzalem om zich te reinigen”.

Wat zou het reinigen hebben ingehouden? Bezinning, uit je leven wegdoen wat aan zonde doet denken. En de afsluiting met een bad, een onderdompeling, een doop in de mikweh.

Johannes 12:1. Zes dagen voor Pesach ging Jezus naar Betanië, naar Lazarus die hij uit de dood had opgewekt.

Johannes 13:1. Het was kort voor het pesachfeest”. En dan volgt het verhaal van de maaltijd, die ook Lukas 22 beschrijft. Het gaat hier alleen om een maaltijd. Johannes gebruikt hier twee keer het woord voor een feestelijke maaltijd δεῖπνον (deipnon) dat 16 keer wordt gebruikt in het NT, Strong nummer G1173. Het is het woord voor een feestelijke maaltijd. Johannes noemt het dus niet het Pesachmaal. Johannes zelf had de maaltijd meegemaakt. Hij is net als Matteüs een ooggetuige.

Johannes 18:28. Jezus werd van Kajafas naar het pretorium gebracht. Het was nog vroeg in de morgen. Zelf gingen ze niet naar binnen, om zich niet te verontreinigen voor het pesachmaal. [Men veronderstelde bij de joden dat als je het huis van een niet-jood binnenging dat je dan verontreinigd werd. Later zou Petrus daar een visioen over krijgen]

Vraag van Pilatus.
Johannes 18:39. Maar het is bij u gebruikelijk dat ik met Pesach iemand vrijlaat – wilt u dat ik de koning van de Joden vrijlaat?

Johannes 19:14. Het was rond het middaguur op de voorbereidingsdag van Pesach. [Toen stond Jezus voor Pilatus en werd hij veroordeeld tot het kruis]

3.3 Pascha een jaar of jaren later.

En dan hier nog een spannend verhaal. Wat een samenloop van omstandigheden. Zou Petrus net als Jezus moeten lijden en sterven tijdens het Pesachfeest?
Handelingen 12:4. Na de arrestatie sloot hij (Herodus) hem (Petrus) op in de gevangenis, waar hij hem door vier groepen soldaten van steeds vier man liet bewaken, met de bedoeling hem na het pesachfeest ten overstaan van het volk te berechten. [We weten hoe het vervolgf is geweest. De gemeente ging bidden en Petrus werd door een engel uit de gevangenis bevrijd]

1 Korintiërs 5:7. U bent immers als ongedesemd brood omdat ons pesachlam, Christus, is geslacht. [Wat betekent deze beeldtaal? Het lijkt mij dit: de verzoening van Christus leidt tot een leven zonder het kwade in ons. De NBG51 vertaling is mooi: Want ook ons paaslam is geslacht: Christus. NBG51.

Hebreeën 11:28. Door zijn (Mozes) geloof liet hij het pesachfeest vieren, en de deurposten met bloed besprenkelen opdat de doodsengel hun eerstgeborenen geen haar zou krenken.

Ook de Heer vierde dit feest. Zijn laatste maaltijd op de avond voor Pesach is ons Heilig Avondmaal geworden. De beker der dankzegging, die we dankzeggend zegenen bij de maaltijd van de Heer was de beker die ook tijdens het Pesach maal werd gedankt en gebruikt. Zie verder de studie Heilig Avondmaal.

4. Discussie over de data van het feest

Wij gaan er van uit dat Jezus destijds op een donderdagavond de maaltijd hield met zijn discipelen, dat Jezus op vrijdagmiddag stierf, later die middag werd begraven. Op zaterdag in het graf lag en en dat zondagmorgen vroeg Jezus opstond. We noemen dat Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Stille Zaterdag en Pasen.

Met ‘wij’ bedoel ik de christelijke wereld in het Westen en waar het Westen invloed had en heeft. In de Oosterse kerk valt het op andere dagen vanwege hun vasthouden aan de Juliaanse kalender. Wij zijn in de 16 de eeuw overgestapt op de Gregoriaanse kalender. En de Messiaanse kerk heeft ook andere data, want die houden zich aan de kalender van de Bijbel.

Er is na te gaan op welke dagen het Pesach feest in Israël viel in welk jaar. In het jaar 33 viel het Pesachfeest op vrijdagavond en zaterdag overdag. De voorbereiding voor Pesach de dagen er voor.

Een probleem met deze ‘agenda’ is dat Jezus maar twee nachten in het graf heeft gelegen voor hij opstond. En de drie dagen is eigenlijk maar één dag en twee stukjes van een dag. En dat terwijl Jezus had gezegd dat hij drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde zou verblijven volgens deze tekst.
Matteüs 12:40. Want zoals ​Jona​ drie dagen en drie nachten in de buik van een grote ​vis​ zat, zo zal de ​Mensenzoon​ drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde verblijven.

Waar moeten we van uit gaan? Volgens onze vertalingen van de Bijbel is Jezus op de eerste dag van de week opgestaan. Een probleem is dat in het Hebreeuws het woord ‘week’ niet bestaat. Men spreekt over sabbatten.

Ook feesten bevatten rustdagen, sabbatten. De eerste dag van het Pesach feest, en dat viel ieder jaar weer op een andere dag, was een rustdag, een sabbat. Je kunt dus in een periode van zeven dagen wel twee sabbatten hebben.

Hieronder wat in onze vertalingen staat en wat in het Grieks staat. Behoorlijk verschillend.

TekstNBVGrieks
Matteüs 28.1… toen de ochtend van de eerste dag van de week gloordetoen na de sabbatten het ochtend werd naar de eerste dag van de sabbatten
Marcus 16:1Toen de sabbat voorbij was.hebbende gepasseerd de sabbat ging … specerijen kopen
Marcus 16:9Toen hij vroeg op de eerst dag van de week was opgestaanopgestaan nu vroeg eerste sabbat
Lukas 24:1Maar op de eerste dag van de weekToen eerste van de sabbatten vroeg naar het graf.
Johannes 20:1Vroeg op de eerste dag van de weekNu de eerste van de sabbatten

De Griekse tekst lijkt mij te zeggen dat Jezus is opgestaan op de eerste sabbat of wat je ook kunt zeggen op de eerste van de serie sabbatten. Er zijn namelijk tot Pinksteren een reeks van zeven sabbatten.

Kun je bewust vertalen volgens de traditie en niet naar de betekenis van de tekst fraude noemen?

Als je in Israël het over de eerste dag van de week wil hebben dan is dat ‘yom achad’, oftewel ‘dag eerste’. Zoals in Genesis 1:5. “God zag dat het goed was, de eerste dag”. In de teksten hierboven komt het woord voor dag niet voor, alleen het woord sabbat.

Na het Pesachfeest ging men de sabbatten tellen. De eerste sabbat na Pesach, de tweede sabbat na Pesach. Tot aan de zevende toe. De dag na die sabbat was Shavoeot, het Pinksterfeest.

Verklaarders van de Bijbel zeggen: in dat jaar viel het Pesachfeest en de gewone sabbat op dezelfde dag, daarom noemde men het een grote sabbat. Johannes 19:31. “De dag van die sabbat was groot’. Alleen dat klopt niet. Er kunnen allerlei redenen zijn om de sabbat groot te noemen. Zie studie sabbat.

Als je in Google “de dag van die sabbat was groot” intikt kom je in de discussie terecht over deze kalender.

Een mogelijkheid waarbij Jezus wel drie nachten in het graf zou hebben gelegen is het jaar 34. Er zijn heel wat mensen, die aan deze mogelijkheid aandacht hebben gegeven.

Bij deze mogelijkheid zou Jezus zijn gestorven op woensdag, de voorbereidingsdag. De eerste nacht en dag, de donderdag, is daarbij de Grote Sabbat de eerste dag van het ongezuurde brood. De tweede nacht en dag, vrijdag is de zesde dag van week, de tweede dag van het ongezuurde brood en de eerste dag van het schoof offer. Dan de derde nacht, de eerste sabbat na Pesach en s’ morgens vroeg de opstanding van Jezus. Op zaterdagmorgen. Jezus is daarbij dus op de sabbat opgestaan. En heeft daarbij dus inderdaad drie dagen en drie nachten in het graf gelegen.

Het is niet zomaar een dwaas idee van iemand. Als je bij ‘resurrection sabbat’ op Google kijkt, krijg je een uitgebreide lijst met bronnen. Er heeft ook al iemand een dik boek over geschreven.

Dit is niet zomaar een klein discussiepunt. Keizers en pausen hebben grote moeite gedaan om de kerk de zondag te laten vieren. Het grote argument was dat Jezus op de eerste dag van de week is opgestaan. Maar als Jezus niet op de eerste dag van de week is opgestaan, dan vervalt dit argument en dan kunnen we weer samen met Israël de sabbat gaan vieren. Zou een enorme doorbraak zijn om het heil weer in de wereld te laten komen.

5. Zoals de Joodse mensen het vieren

De maaltijd zoals die in de Bijbel staat gaat om het eten van het lam met ongezuurde broden en bittere kruiden. De tekst in Deuteronomium geeft de indruk dat er meer afgesproken was. Wat weten we niet precies, maar zoals het hieronder staat, wordt het nu gevierd in de Joodse gemeenschap. Mooi om mee te maken.

Het Pesachmaal is men de Sedermaaltijd gaan noemen. Seder betekent orde. De goede orde is bij deze maaltijd van belang.

Allereerst gaat het om een feestelijk gedekte tafel met in ieder geval deze ingrediënten:
– twee Sjabbat kaarsen, omdat elke Hoogtijdag begint met een Sjabbat viering en daar horen natuurlijk de kaarsen bij. Deze herinneren aan het gebod van God: onderhoud en gedenk. De kaarsen worden aangestoken door de vrouw des huizes, waarna zij de zegenbede uitspreekt.

– Er staat een kom water op of bij de tafel met een gastendoekje. Die worden  doorgegeven op het moment dat de maaltijd begint. (Urchatz = Handenwassing) Het wassen van de handen is een teken dat we rein voor God willen staan. ‘Wie mag de berg des Heren beklimmen, wie mag staan in Zijn heilige stede? Hij die rein is van handen en zuiver van hart’. Psalm 24: 3-4a.

– Er worden Matses  (= ongezuurde broden) gegeten. Er worden drie matses in een speciale hoes gedaan: een Matse Cover, met 3 afzonderlijke segmenten die allemaal een aparte betekenis hebben tijdens de rituelen. Vaak wordt er ook gebruik gemaakt van een Afikoman etui (Afikoman = gebroken) om een deel van de middelste matse in te verstoppen. Denk hierbij aan het lichaam van Yeshua dat voor ons verbroken, in doeken gewikkeld, begraven en opgewekt werd. Aan het eind van de maaltijd wordt de Afikoman door de kinderen opgezocht. Messiasbelijdende gelovigen wijzen erop dat met de instelling van het avondmaal, in Lucas 14:20, Yeshua de beker ‘na de maaltijd’ nam. Er van uitgaande dat aan de orde van de maaltijd in 2000 jaar niet veel veranderd is, betekent dit dat het ‘brood’ dat Yeshua nam en brak, de Afikoman was. Daarmee is de verwijzing naar het verlossingswerk van de HaMashiach Yeshua compleet. De middelste matse, die de priester voorstelt, wordt niet alleen gebroken en begraven maar staat ook weer op, aan het einde van de maaltijd komt de matse weer te voorschijn. En het mooiste is, dat Yeshua dit stukje matse heeft gebruikt, toen hij tegen zijn discipelen zei: “Dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt, doet dit tot mijn gedachtenis.” De beker die Hij vervolgens nam, is de beker ‘na de maaltijd’, de derde beker. Deze beker draagt als betekenis verlossing.

Actueel - Viering sedermaaltijd (vol) - VEZ
De Sederschotel

Er is een Sederschotel met een zestal speciale ingrediënten, die in het centrum van de tafel staat binnen handbereik van degene die de leiding over de maaltijd op zich neemt. Elke gast heeft ook de speciale gerechtjes op zijn eigen bord.

Bij elke gast worden maar liefs 4 glazen naast het bord klaargezet, voor de  4 bekers wijn met speciale betekenis tijdens het rituele gedeelte van de maaltijd. (een slokje is genoeg, en druivensap mag ook)

Elke gast heeft een kommetje met zout water waar sommige gerechten in gedoopt worden voordat men ze nuttigt.

Midden op tafel staat verder nog een gevulde beker wijn, een zogenaamde Kiddush beker, die met de Shabbatviering ook gebruikt wordt, maar bij deze maaltijd dient die als beker voor Elia en blijft onaangeroerd.

Op de Sederschotel:
Karpas (= peterselie), doet denken aan de lente. Dit wordt gedoopt in water met zout, als herinnering aan de tranen in Egypte en het feit dat het leven niet altijd vreugde inhoudt. Ook herinnert de peterselie aan de bundel hysop die gebruikt werd om de deurposten in te smeren met bloed van het pesachlam.
Zeroah (= een bot van een lam), dit is symbolisch en er wordt ook vaak een kippenbotje voor gebruikt. Herinnert aan het lam dat geslacht werd in de nacht van de Exodus, maar ook aan het lijden van Yeshua.
Baytzah (= een ei, hard gekookt en daarna gebraden), als symbool voor het nieuwe leven. Denk hierbij ook aan Yeshua, die als Pesachlam geslacht werd maar opstond uit de dood. Het ei wordt ook vaak gedoopt in het zoute water als herinnering aan de tranen in Egypte, maar ook aan de tranen van Yeshua in de hof van Getsemane.
Maror (= bittere kruiden), vaak geraspte mierikswortel, vanwege de bitterheid van de slavernij in Egypte, maar ook het bittere lijden van Yeshua.
Chazeret (= rauwe hele mierikswortel, maar ook wel radijs, ook een bitter kruid), als het jong is, is het zoet met zachte bladeren, later wordt het hard en bitter. Zoals de houding van de Egyptenaren: eerst zoet tegen de vaderen, later hard en bitter tegen de kinderen Israëls.
Charoset (= zoet), een mengsel van appels, noten, gember, kaneel en wijn.  (Soms ook dadels, rozijnen, granaatappel, enz.) De zoetheid van het gerecht staat voor het geluk na de bevrijding uit Egypte en onze bevrijding van zonden en dood door Yeshua, terwijl de kleur doet denken aan klei en aan de stenen en het cement uit de slaventijd in Egypte.

De betekenis van de 4 bekers wijn:
Ik zal jullie uitleiden: beker der heiliging, Kos Kadesh
Ik zal jullie redden: beker der plagen, Kos Hamakot
Ik zal jullie verlossen: beker der vrijkoping, verlossing, of dankzegging, Kos Hage’oelah
Ik zal jullie aannemen: beker der aanneming en lofprijzing, Kos Hallel

Tijdens de maaltijd wordt de aandacht van de kinderen vastgehouden door ze al vertellend bij het verhaal te betrekken. Het jongste kind stelt vier vragen over de bijzondere betekenis van de maaltijd.
1. Waarom eten wij op deze avond anders dan op alle andere avonden matses?
2. Waarom zitten wij anders dan alle andere avonden niet rechtop maar leunen wij op de tafel?                                                                     
3. Waarom is deze avond zo anders dan alle andere avonden?
4. Waarom eten we vanavond, anders dan op alle andere avonden bittere kruiden?

Tijdens het pesachmaal leest men Psalmen. Men leest Psalm 113 tot en met 115. En daarna Psalm 116 tot en met Psalm 118.

6. Wat leert ons dit feest?

Het Pesachfeest leert ons verschillende dingen. Allereerst dat verlossing en bevrijding het startmoment is voor een leven met God.

Ten tweede over de taakverdeling. Het volk Israël moest het doen. De hulp van God was onontbeerlijk. God nam initiatief en zorgde ook voor wat er nodig was. Leiders, die door Hem werden voorbereid. Leiders, die ook wonderen konden doen. God zorgde ook voor tien plagen om Egypte op de knieën te krijgen. God zorgde voor de route. En verder voor eten en drinken en alles wat er verder nodig was.

En als we het meer betrekken op de mensen persoonlijk, dan zie je dat voorbereiding belangrijk is. En dan heb ik de maaltijd op het oog. Ze moesten luisteren naar wat ze moesten doen en dat dan ook precies gehoorzamen. Anders kwamen er grote ongelukken van.

Met alles van je deelnemen is belangrijk. De verschillende gerechten eten. En vooral ook het eten van die eenjarige ram of bok, die voor ons is geslacht. Voor ons is dat dagelijks tot je nemen van de woorden en de aanwezigheid van de Heer.

En dan volgt ook de verlossing en bevrijding. Maar, let op, je kunt een grote stap hebben gemaakt, maar er is nog een lange weg om de slavernij uit je hoofd te krijgen. Het volk Israël ging uit de slavernij. Maar de slavernij nog niet uit het volk Israël. De HEER had daar maanden voor bedacht, maar voor het volk duurde dat uiteindelijk veertig jaar.

Dat kunt u vast sneller. 🙂

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.