Studie Bijbel

De eerste mensen leefden met God en maakten van alles mee. Je kunt je voorstellen dat ze op gegeven moment de behoefte kregen om wat ze mee maakten dat op een of andere manier vast te houden. Voor zichzelf en voor latere geslachten. Soms gaf God opdracht aan mensen om iets op te schrijven. Dat deden ze dan ook. Zo ontstonden de boeken van de Bijbel.

Om uit al die boeken een Bijbel samen te stellen, is, zover wij weten, een initiatief van mensen geweest. Ik denk wel onder inspiratie van de Heilige Geest. Het was natuurlijk een geweldig initiatief. Dat initiatief noemen we de canonisatie. Men legde een canon – maatstaf aan voor boeken waar ze aan moesten voldoen.

Aangezien God, de mensen en de schepping niet wezenlijk veranderden kunnen we, van al die ervaringen van mensen en de teksten van God zelf, veel leren voor ons eigen leven.

Zegt de Bijbel eigenlijk zelf iets over wat wij mensen aan de Bijbel hebben? Zeker, heel veel zelfs. Wat de Bijbel zelf zegt over wat we aan de Bijbel hebben, daar gaat het in deze studie over.

Dit is dus geen studie wat geleerde mensen over de Bijbel zeggen maar wat de Bijbel zelf zegt over de Bijbel.

Inleiding

Ieder boek van de Bijbel straalt autoriteit en gezag uit. Het begint al met Genesis 1:1. In het begin schiep God de hemel en de aarde. Er staat niet dat het een bewering van iemand is. Dat het mogelijk zo is gegaan. Nee, het staat er zoals het is.

Net zoals ook Jezus sprak. Hij sprak over de dingen zoals ze waren, met gezag dus, niet zoals de schriftgeleerden. Bij hen ging het meer zo van: die zegt dit en die zegt dat. Zie Matteüs 7:28-29.

Natuurlijk kunnen wij mensen wel twijfelen of het juist is en er kanttekeningen bij zetten. Wij mensen hebben de ruimte voor ongeloof en ongehoorzaamheid. Dat is aan ons. Echter, de teksten van de Bijbel zijn duidelijk.

Dus in de boeken kom je tegen zoals het is. Zo is het gegaan. Dit zijn de geboden. Dit is wat God zei. En dit is wat God heeft gedaan. En deze dingen hebben de mensen toen gedaan. Etc.

Naast het gezag dat ieder boek uitstraalt spreken de boeken in de Bijbel ook over elkaar. Er zijn een aantal boeken in de Bijbel, die iets zeggen over een ander boeken of over een verzameling van boeken in de Bijbel. Zoals de wet, dat zijn de eerste vijf boeken. Of de profeten, dat zijn een hele rij boeken.

Wat we zullen merken is dat de boeken uit de Bijbel zonder uitzondering de autoriteit en zeggingskracht van de andere boeken erkennen.

Waaruit bestaan de boeken van de Bijbel?

De christenen spreken over het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Bij het Nieuwe Testament horen die boeken, die na de komst van Jezus zijn ontstaan. Bij het Oude Testament horen die boeken die van oudsher in het volk Israël zijn ontstaan. De nieuwste boeken daarvan zijn toch wel zo’n 500 jaar ouder van de boeken van het Nieuwe Testament.

De benamingen Oude Testament en Nieuwe Testament komen als zodanig niet in de Bijbel voor. Wel woorden als oude en nieuwe verbond en het woord erfenis. In een testament gaat het tenslotte over een erfenis. In het Oude Testament gaat het over het Oude Verbond met God en in het Nieuwe Testament gaat het over het nieuwe verbond met God.

De Joodse mensen hebben vooral oog voor wat christenen het Oude Testament noemen. Zij hebben daar ook een naam voor. De TeNaCH. De T staat voor Torah, waarmee ze de vijf boeken van Mozes bedoelen. De N staat voor Nebiëm waarmee ze de profetische boeken bedoelen. En de Ch staat voor Chetoebim, dat je als Geschriften zou kunnen vertalen, dat zijn de overige boeken zoals de Spreuken en de Psalmen.

Het woord Tenach komt ook niet in de Bijbel voor. Het woord ‘Torah’ wel, hoewel dat over meer of minder kan gaan dan de vijf boeken van Mozes. Hierover verder op meer. Het woord ‘Profeten’ komt ook in de Bijbel voor en het woord ‘Geschiften’ ook.

Wel goed om te beseffen dat wat wij de Bijbel noemen, dat men dat destijds de Schrift noemde. Men sprak ook wel over de Wet, of over de Profeten, beiden een deel van de Schrift. Of men sprak over de Wet en de Profeten. En dan had je ook nog de Geschriften, zoals de Psalmen bijvoorbeeld, maar men kon met dit woord ook het geheel aanduiden.

De verwijzingen naar de Schrift, de Wet en de Profeten zullen successievelijk in deze studie aan de orde komen. Eerst de heel algemene verwijzing: de Schrift of de geschriften en daarna de specifieke verwijzingen zoals de wet en de profeten.

Naast de verwijzingen in de boeken van het Nieuwe Testament naar de boeken van het Oude Testament verwijzen de boeken van het Oude Testament ook naar elkaar. Daar gaat ook een hoofdstuk over.

En tenslotte is het nog goed om te vermelden dat er ook nog talloze teksten, beelden en voorbeelden van vroegere boeken wordt gebruikt in nieuwe boeken. De Bijbel is een soort bouwwerk waar steeds weer nieuwe verdiepingen zijn opgebouwd.

De geschriften en het geschrevene

In de boeken van het Nieuwe Testament verwijst men naar wat al eens is opgeschreven. De Griekste woorden, die daarvoor worden gebruikt staan hier in de tabel.

Grieks woordSoort woordStrongOpmerkingen:
1γραφή grapheZelfstandig
naamwoord vrouwelijk
G1124 SB997Schriften, geschriften.
Komt 51 keer voor in 51 teksten.
KJV: scripture (51x).
2γράφω graphōWerkwoordG1125
SB998
Schrijven.
Komt 195 keer voor in 183 verzen.
KJV: write (206x), writing (1x), describe (1x), variations of ‘write’ (1x).

Geschrift en geschriften

In het Nieuwe Testament gaat het 51 keer over graphe in het enkelvoud of meervoud. In dertien boeken wordt dit woord genoemd.

Je kunt met schrift of geschrift, schriften of geschriften vertalen. De vertalingen vertalen niet consequent met hetzelfde woord. Zo vertaalt de NBV 26 keer met het woord ‘de Schrift’, 16 keer met ‘de Schriften’ en vijf keer met ‘Geschriften’. En blijkbaar ook nog vier keer met een andere woord. Waarom drie verschillende namen voor hetzelfde woord? Ik weet het niet.

Wat is er af te leiden als over de Schrift of de Schriften wordt gesproken? In ieder geval welke boeken tot de ertoe worden gerekend. Ten tweede wat ze voor ons geloof betekenen. Ten derde wat de kwaliteit is van de geschriften. En dan staat er nog 32 keer een verwijzing naar een uitspraak van de Schrift of de Schriften. Deze teksten heb ik hieronder niet vermeld. De anderen wel.

Welke boeken horen bij de graphe.

Er zijn in ieder geval twee teksten, die duidelijk maken om welke boeken het gaat als er over de geschriften wordt gesproken.

Het woord graphe komt het eerst voor in het boek van Matteüs.
Matteüs 21:42. Daarop zei Jezus tegen hen: ‘Hebt u dit nooit in de Schriften gelezen: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden. Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien.”
Opmerking: het gaat hier om een tekst uit Psalm 118. Die hoorde dus tot de geschriften.

En hier in Lucas kunnen we lezen wat onderdeel was van de Schiften.
Lucas 24:27. Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Uit deze tekst is af te leiden dat in ieder geval de boeken van Mozes, dat is de wet en vervolgens ook de profeten onder de geschriften vallen.

Maar ook andere boeken horen bij de geschriften. Uit de eerste tekst is op te maken dat ook de Psalmen tot de Schriften horen.

Als middel voor je geloof

Van de 51 teksten waar het woord de Schrift of de Schriften in voorkomt gaan deze dertien over het belang van ons persoonlijk geloofsleven.

Dit is een tekst uit een twistgesprek met de Sadduceeën.
Marcus 12:24. Jezus antwoordde: ‘Dwaalt u niet? U kent blijkbaar de Schriften niet en evenmin de macht van God.
Opmerking 1: dit is bijna dezelfde tekst als in Matteüs 22:29.
Opmerking 2: als je de Schriften niet kent kun je gaan dwalen.

De teksten komen uit het verhaal van de Emmaüsgangers.
Lucas 24:32. Daarop zeiden ze tegen elkaar: ‘Brandde ons hart niet toen hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’
Lucas 24:45. Daarop maakte hij hun verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften.
Opmerking: voor het begrijpen van de Bijbel is een bovennatuurlijk wonder nodig.

Jezus had met zijn discipelen gesproken dat zijn tempel zou worden afgebroken en dat Hij de tempel weer zou laten verrijzen.
Johannes 2:22. Na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn leerlingen zich dat hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat Jezus gezegd had.
Opmerking: blijkbaar had Jezus deze woorden geciteerd uit de Schrift, daarom geloofden ze niet alleen Jezus maar ook de Schrift, die over dit onderwerp ging.

Dit is wat Jezus zei in een lange toespraak.
Johannes 5:39. U bestudeert de Schriften en u denkt daardoor eeuwig leven te hebben. Welnu, de Schriften getuigen over mij,
Opmerking: eeuwig leven hebben we door te vertrouwen op Jezus, niet door de Schrifen te bestuderen.

Handelingen 18:24. Intussen arriveerde er in Efeze een uit Alexandrië afkomstige Jood, die Apollos heette. Hij was een ontwikkeld man, die goed onderlegd was in de Schriften.
Opmerking: het goed onderlegd zijn in de Schiften is een pré.

Romeinen 15:4. Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen.
Opmerking: de Schrift is voor onderwijs en vervolgens ook om die te doen en dat geeft o.a. troost.

Romeinen 16:25-27. Aan hem die bij machte is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is, maar dat nu is geopenbaard en op bevel van de eeuwige God door de geschriften van de profeten bij alle volken bekend is geworden om ze tot gehoorzaamheid en geloof te brengen aan hem, de enige, alwijze God, komt de eer toe, door Jezus Christus, tot in eeuwigheid. Amen.
Opmerking: de Schriften helpen ons als gelovigen uit de volken om gehoorzaam en gelovig te zijn.

2 Timoteüs 3:15. … en bent van kindsbeen af vertrouwd met de heilige geschriften die je wijsheid kunnen geven, zodat je wordt gered door het geloof in Christus Jezus.
Opmerking: de Schrift geeft je wijsheid en dat is tot redding.

2 Petrus 1:20-21. Besef daarbij vooral dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat, want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest.
Opmerking: je mag bij een profetie niet zelf iets verzinnen, je moet het proberen uit te leggen zoals het is bedoeld.

Wat kunnen we leren van deze teksten?
De geschriften helpen je om om de juiste en goede weg in het leven te kennen. Marcus 12:24.

Om de juiste weg uit de geschriften te leren kennen moeten ze wel voor je worden ontsloten en je verstand ontvankelijk worden gemaakt. Lucas 24:32 en 45.

Een wonder kan helpen om de geschriften en alles wat Jezus zegt te geloven. Johannes 2:22.

Het onderzoeken van de Schriften levert niet het eeuwige leven op, maar het leven met Jezus. Johannes 5:39.

Goed onderlegd zijn in de geschriften helpt heel goed om het werk in het Koninkrijk te doen. Handelingen 18:24.

De geschriften helpen ons om troost te putten. Romeinen 15:4.

De geschriften van de profeten ontsluiten de geheimen, die tot heil van de volken kan zijn. Romeinen 16: 25-27.

De geschriften geven je wijsheid voor je redding. 2 Timoteüs 3:15.

De uitleg uit de geschriften van de profeten is alleen mogelijk onder leiding van de Heilige Geest. 2 Petrus 1:20-21.

Over de kwaliteit van de geschriften

Er zijn ook vier teksten, die iets zeggen over de kwaliteit van de geschriften zelf.

Er was eens een heftige discussie van Jezus met de schriftgeleerden van die tijd of Jezus zichzelf de zoon van God mocht noemen. De schriftgeleerden waren daar verontwaardigd over. Maar Jezus haalt een woord uit de Schrift aan. En zegt dan dit, wat het twistgesprek direct beëindigde.

Johannes 10:35. De Schrift blijft altijd van kracht.

Dat zegt de Bijbel dus over de Bijbel: de Schrift blijft altijd van kracht.

De NBG vertaling van 1951 vertaalt met: ‘kan niet gebroken worden’. In het Grieks staat een woord dat je met losmaken kunt vertalen of met ontbinden. Dat losmaken of ontbinden kan niet met de woorden uit de Bijbel. Ze blijven altijd van kracht.

In deze tekst staat ook iets algemeens over de Schrift, namelijk dat de Schrift in vervulling gaat.
Johannes 13:18. Wat in de Schrift staat zal in vervulling gaan: “Hij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd.”
Opmerking: in de HSV en NBG staat: moet vervuld worden.

En dan hier een bijzonder tekst van Paulus in 2 Timoteüs 3:16. Ik laat het derde woord even onvertaald.
Er staat hier letterlijk: iedere schrift theopneustos en nuttig voor instructie voor overtuiging voor correctie en voor training in rechtvaardigheid zodat compleet mag zijn de God mens tot ieder werk goed geoefend.

In ’theopneutos’ zit het woord voor God, theos en pneustos duidt op geest, adem of wind. ‘God breathed’ vertaalt de interlinear bible.

Dit zijn de verschillende vertalingen van de eerste drie woorden:
SV:  Al de Schrift is van God ingegeven,
HSV: Heel de Schrift is door God ingegeven 
NBG: Elk van God ingegeven schriftwoord
NBV21: Elke schrifttekst is door God geïnspireerd
BGT: Alles wat in de heilige boeken staat, komt van God. 

Het is belangrijk om precies te vertalen. Maak je er minder van, dan doe je de tekst van de Bijbel te kort, maar als je er meer van maakt dan er staat, dan doe je de Bijbel ook te kort. SV en HSV overdrijven. NBG maakt het te klein. De NBV is ook niet ideaal, want waarom de toevoeging van het woord tekst bij het woord schrifttekst.

Hier de NBV21 vertaling.
2 Timoteüs 3:16-17. Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven. zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust.

Opmerking: wat van de NBV21 dan wel weer heel kneuterig is, dat ze de ‘God mens’ vertalen met ‘de dienaar van God’. Het gaat hier om ‘de nieuwe mens’ nota bene.
Andere vertalen:
SV en NBG: de mens Gods
HSV: de mens die God toebehoort

In deze tekst van Petrus staan twee zaken om te benadrukken. Het verdraaien van de geschriften, vers 16. Dat leidt tot je ondergang. En er wordt iets gezegd over het geschrevene van de apostel Paulus. De enige tekst in het Nieuwe Testament waar het ene boek iets over het geschrevene van een schrijver iets zegt.

2 Petrus 3:15-16. Bedenk dat het geduld van onze Heer uw redding is. Dat heeft ook onze geliefde broeder Paulus u geschreven met de wijsheid die hem is geschonken. Hij schrijft dit overigens in alle brieven waarin hij dit onderwerp ter sprake brengt. Daarin staat een en ander dat moeilijk te begrijpen is en dat door onwetende en onstandvastige mensen steevast wordt verdraaid, tot hun eigen ondergang; dat doen ze trouwens ook met de overige geschriften.

Wat kunnen we leren van deze teksten?
De Schrift blijft altijd van kracht en zal in vervulling gaan. Johannes 10:35 en 13:18.

De door God geïnspireerde teksten zijn er om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven. 2 Timoteüs 3:16.

Als je de geschriften verdraait leidt dit tot je ondergang. 2 Petrus 3:15-16.

Er staat geschreven …

Als het werkwoord schrijven in het Nieuwe Testament staat, kan het gaan om wat in die tijd gebeurde, een verhaal over iemand, die iets schrijft of over Paulus, die over het schrijven van een brief schrijft.

Van de 195 keer dat het werkwoord schrijven voorkomt gaat het 85 keer gaat over wat er vroeger is geschreven. Dit is dan de uitdrukking: ‘Er staat geschreven’, en dan volgt het citaat. Hieronder staan maar vier voorbeelden van die uitdrukking, alleen de eerste vier.

De eerste tekst waar dit woord voorkomt is als koning Herodus een vraag stelt.
Matteüs 2:4-5. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de messias geboren zou worden. ‘In Betlehem in Judea,’ zeiden ze tegen hem, ‘want zo staat het geschreven bij de profeet.

De volgende drie keer bij het verhaal van de verzoeking van Jezus in de woestijn waarbij Jezus steeds antwoord met ‘er staat geschreven’.
Matteüs 4:4. Maar Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.”’

Matteüs 4:7. Jezus antwoordde: ‘Er staat ook geschreven: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’

Matteüs 4:10. Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’ Daarna liet de duivel hem met rust, en meteen kwamen er engelen om voor hem te zorgen.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Voor de schriftgeleerden was, wat er al was geschreven in de geschriften, de hoogste autoriteit. Zoals de Messias wordt in Bethlehem geboren.

Voor Jezus waren de woorden van de geschriften niet alleen woorden om er zelf ontzag voor te hebben, maar ook woorden, die gezaghebbend waren voor de machten van het rijk van de duisternis.

Wat is er verder te zeggen over ‘er staat geschreven …’
Er zijn nog 81 andere teksten, die verwijzen naar iets wat geschreven is in de boeken van het Oude Testament.

Een belangrijk deel gaat over wat geschreven is over het leven en sterven en de opstanding van Jezus.

Ook andere onderwerpen komen aan de orde: over Johannes de Doper, namelijk een bode voor mijn aangezicht. Verder over de tempel: een bedehuis. En over de schriftgeleerden: huichelaars. En over de scheidbrief. Etc.

Al deze uitspraken komen hopelijk wel ergens in een studie aan de orde.

Verwijzingen naar specifieke delen.

In het Nieuwe Testament wordt dikwijls verwezen naar de Wet als deel van het Oude Testament. Soms wordt verwezen naar ‘Mozes’. Dat lijkt vergelijkbaar met ‘de Wet’. En ook naar ‘de Profeten’ wordt verwezen.

Hier eerst de verwijzingen naar ‘de Wet’ en ‘Mozes’, daarna naar ‘de Profeten’. En daarna als de combinatie wordt gebruikt: ‘de Wet én de Profeten”.

Verwijzing naar de Wet en Mozes.

Het Nieuwe Testament spreekt regelmatig over de wet. Hoe dikwijls eigenlijk. En waar verwijst dit woord naar?

Grieks woordSoort woordStrongOpmerkingen
1νόμος
nomos
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
G3551
SB3037
Torah, wet.
Komt 197 keer voor in 185 verzen.
KJV: law (197x).
2Μωϋσῆς
mōysēs
EigennaamG3475
SB0386
SB0387
Mozes
Komt 80 keer voor in 79 verzen.
KJV: Moses (80x).

Het woord nomos is het Griekse woord voor ‘de wet’. Soms wordt de wet als de wet van Mozes genoemd en soms alleen maar Mozes. Hij was de grote man van de wet. De wet van Mozes zijn de eerste vijf boeken van de Bijbel: de boeken Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium.

Van die veelheid van keren dat het over de wet gaat, lijkt mij dat het altijd of bijna altijd een verwijzing is naar die eerste vijf boeken van het Oude Testament. Daarin is ook het verbond beschreven wat het volk Israël met God is aangegaan. Namelijk dat het volk de wet zou houden. Dan zou God zegen geven en als ze dat niet houden dan zou het volk de vloek accepteren.

In de tijd van Jezus hier op aarde en de nieuwe gemeente na Pinksteren was de wet uitermate belangrijk en actueel. De wet was een levend onderdeel van het leven.

Soms wordt gesproken over de wet en de profeten, dan gaat het over het hele of bijna het hele Oude Testament.

Als het in de evangeliën over de wet gaat, dan gaat het meestal over Jezus, die met diverse joden het gesprek over de geboden van God aangaat, zoals hieronder.

We zullen de eerste twee teksten, die over de wet gaan in de evangeliën bekijken en het eerste tekstgedeelte dat over de wet gaat in de brieven van Paulus. Dat om een indruk te krijgen over de plaats van de wet in het Nieuwe Testament.

Hier de eerste tekst in het Nieuwe Testament, die over de wet gaat.
Matteüs 12:1-5. In die tijd liep Jezus op een sabbat door de korenvelden. Zijn leerlingen hadden honger en begonnen aren te plukken en ervan te eten. Toen de farizeeën dat zagen, zeiden ze tegen hem: ‘Kijk, uw leerlingen doen iets dat op sabbat niet mag.’ Hij antwoordde: ‘Hebt u niet gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen honger hadden, hoe hij het huis van God binnenging en er met hen van de toonbroden at, terwijl noch hij noch zijn mannen daarvan mochten eten, alleen de priesters? En hebt u niet in de wet gelezen dat de priesters die op sabbat in de tempel dienstdoen en zo de sabbat ontwijden, onschuldig zijn? 

Opmerking 1: In dit voorbeeld gelijk een moment voor verdieping. Voor de joden hoorde bij de wet ook wat er door de tijd als uitleg bij was gemaakt. ‘Geen aren plukken op de sabbat’ staat niet in de wet, het is een interpretatie van de Joodse schriftgeleerden. Je mag geen voedsel verzamelen. Maar is een paar aren plukken en die opeten ook voedsel verzamelen. Dat is wel een strenge uitleg.

Opmerking 2: En wat Jezus zegt over de priesters. Inderdaad moesten ze ook op sabbat allerlei werk doen in de tempel. Dat ze voor dat werk onschuldig zijn is logisch, want het was een opdracht van God. Het feit dat ze onschuldig zijn wordt door Jezus aan de tekst van het Oude Testament toegevoegd. Dat is een interpretatie van Jezus.

Hier de tweede tekst, die over de wet gaat.
Matteüs 22:35-40. Om hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde: ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

Opmerking: Dit lijkt een letterlijk citaat uit de wet, maar is dat niet. Jezus voegt een tweetal teksten, die niet in de wet bij elkaar staan samen en presenteert ze in een nieuw jasje.

In de brieven van Paulus gaat het ook over de wet, maar dan gaat het om het doel, de functie en de problematische kant van de wet, namelijk ook over de vloek van de wet.

Direct al in Romeinen 2.
Romeinen 2:12-16. Allen die gezondigd hebben zonder de wet te kennen, zullen ook zonder de wet verloren gaan; en allen die gezondigd hebben terwijl ze de wet wel kennen, zullen door de wet worden veroordeeld. Niet wie de wet slechts aanhoort zal voor God rechtvaardig zijn, maar wie de wet naleeft. Wanneer namelijk heidenen, die de wet niet hebben, de wet van nature naleven, dan zijn ze zichzelf tot wet, ook al hebben ze hem niet. Ze bewijzen door hun daden dat wat de wet eist in hun hart geschreven staat; en hun geweten bevestigt dit, omdat ze zichzelf met hun gedachten beschuldigen of vrijpleiten. Dit alles zal blijken op de dag waarop, volgens het evangelie dat ik verkondig, God door Christus Jezus oordeelt over wat er in de mens verborgen is.

Opmerking: je bent rechtvaardig voor God als je de wet naleeft. Ongeacht of je de wet nu wel of niet kent. En daarbij zal de HEER vooral denken, verwacht ik, aan het gebod van de liefde.

Mozes
Regelmatig wordt in de boeken van het Nieuwe Testament gesproken over ‘Mozes’ als de verpersonificatie van ‘de wet’. De uitdrukking de wet van Mozes kom je trouwens ook tegen.

Van de tachtig keer dat de naam van Mozes in het Nieuwe Testament wordt genoemd gaat het een aantal keer over de persoon van Mozes zelf. Maar een veertig tal keer wordt verwezen naar wat er in de wet van Mozes is geschreven.

Hier vier teksten om een idee te krijgen hoe de verwijzing naar ‘Mozes’ gaat.

Dit zegt Jezus na de genezing van een melaatse.
Matteüs 8:4. Jezus zei tegen hem: ‘Denk erom dat u er met niemand over praat, maar ga u aan de priester laten zien en breng als getuigenis voor de mensen het offer dat Mozes heeft voorgeschreven.’
Opmerking: hiermee werden de geboden van Mozes om een melaatse weer gezond te verklaren wellicht voor het eerst werkzaam.

En dit zegt Jezus tijdens het onderwijs over het huwelijk en echtsheiding.
Matteüs 19:7-8. Toen vroegen ze hem: ‘Waarom heeft Mozes dan voorgeschreven haar een scheidingsbrief te geven en haar zo te verstoten?’ Hij antwoordde: ‘Omdat u harteloos en koppig bent, daarom heeft Mozes u toegestaan uw vrouw te verstoten. Maar dat is niet vanaf het begin zo geweest.

En hier citeren de schriftgeleerden ‘Mozes’ om daarna Jezus een strikvraag te stellen.
Matteüs 22:24. ‘Meester, Mozes heeft gezegd: “Indien iemand kinderloos sterft, moet zijn broer met de weduwe trouwen omdat hij haar zwager is, en voor zijn broer nakomelingen verwekken.”

En dit zegt Jezus als hij iets over de schriftgeleerden en farizeeën zegt.
Matteüs 23:2. … en zei: ‘De schriftgeleerden en de farizeeën hebben plaatsgenomen op de stoel van Mozes.
Opmerking: het bezwaar van Jezus is niet dat ze zich het gezag van Mozes toeeigenen, maar het bezwaar van Jezus is dat hun leven niet overeenkomstig is wat ze de mensen opleggen.

Verwijzing: Het onderwerp ‘met de studie de adviezen van God’ gaat nader in op het belang van de wet en Gods geboden voor ons nu nog.

Verwijzing naar de Profeten

In het Nieuwe Testament wordt regelmatig over de ‘Profeet’ of over de ‘Profeten’ gesproken.

Grieks woordSoort woordStrongOpmerkingen:
1προφήτης prophētēsZelfstandig
naamwoord mannelijk
G4396 SB3853Profeet of de profeten.
Komt 149 keer voor in 143 verzen
KJV: prophet (149x).

Over welke profeten gaat het dan? Die van oude tijden of van die tijd dat de boeken van het Nieuwe Testament werden geschreven?

Om beiden. Het gaat 56 keer over de profeten van die nieuwe tijd gaat. Zo wordt Jezus een profeet genoemd. Ook Johannes de Doper wordt een profeet genoemd. En de profeten van de gemeenten in die tijd.

Als het om die van vroeger gaat, gaat het dan om hun boeken of specifieke woorden, die ze hebben gezegd of over hen persoonlijk?

Het gaat 34 keer over een profeet of over de profeten van het Oude Testament wat ze als mens meemaakten. Bijvoorbeeld dat ze werden vervolgd. Of dat de mensen in de tijd van Jezus het teken van de profeet Jona zou krijgen (namelijk drie dagen en nachten in de buik van de vis). Of dat de profeten hadden willen zien wat in de tijd van Jezus werd geopenbaard.

Een vijftal keer lijkt het over de profeten in het algemeen te gaan. Of ze nu van het Oude of Nieuwe Testament zouden zijn.

Een twaalftal keer gaat het over de ‘Wet en de Profeten’. Hier is een apart, zie het hoofdstuk na dit hoofdstuk. En 36 keer gaat het om de boeken van de profeten of boodschappen uit de boeken van de profeten.

Hier de eerste zeven keer dat het over ‘de profeet’ of de ‘profeten’ gaat.

Matteüs 1:22. Dit alles is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd”.
Opmerking: Wat de profeet had gezegd was, dat de maagd zwanger zal worden en een zoon baren.

En hier gaat het over Jezus.
Matteüs 2:23. Hij ging wonen in de stad Nazaret, en zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeten: ‘Hij zal Nazoreeër genoemd worden.’

Opmerking: niet te verwarren met het Joodse begrip Nazorener. Nazoreër is iemand die uit Nazareth komt en dat verwijst naar de wortel van Isaï. Zie studie over Jezus.

In de volgende drie teksten gaat het niet om uitspraken van een profeet maar om de lijn van de boodschappen, die de profeten brachten.

Hier een stukje geschiedenis over de arrestatie van Jezus, wat zou leiden tot de dood aan het kruis.
Matteüs 26:55-56. Toen zei Jezus tegen de omstanders: ‘Met zwaarden en knuppels bent u uitgetrokken om mij te arresteren, alsof ik een misdadiger ben! Dagelijks was ik in de tempel om onderricht te geven, en toen hebt u me niet gevangengenomen. Maar dit alles gebeurt opdat de geschriften van de profeten in vervulling gaan.’ Daarop lieten alle leerlingen hem in de steek en vluchtten weg.

Lukas 18:31. Hij nam de twaalf apart en zei tegen hen: ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, en alles wat door de profeten is geschreven zal men de Mensenzoon laten ondergaan. 

Lukas 24:25-27. Toen zei hij tegen hen: ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’ Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten.

Bij de volgende tekst gaat het over het wonder als mensen door genade geestelijke zaken gaan begrijpen. En de tweede tekst, het tegendeel als ze juist de dingen van God niet meer gaan begrijpen doordat ze niet naar God willen luisteren.

Johannes 6:43-45. Jezus zei: ‘Ik hoor u bezwaren maken. Toch kan niemand bij mij komen, tenzij de Vader die mij gezonden heeft hem bij me brengt, en ik zal hem op de laatste dag tot leven wekken. Het staat geschreven in de Profeten: “Zij zullen allemaal door God onderricht worden.” Iedereen die naar de Vader luistert en van hem leert komt bij mij. 

Handelingen 7:42. Maar God keerde zich van hen af en liet hen de sterren en hemelgoden aanbidden, zoals in het boek van de Profeten geschreven staat: “Hebben jullie mij soms dierenoffers en brandoffers gebracht toen jullie veertig jaar door de woestijn trokken, volk van Israël? 

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Net zoals bij de geschriften of bij de wet het geval is, is het ook bij de profeten het geval. Geen enkele keer is er ook maar een zweem van kritiek op de woorden van de profeten. Bij Jezus, de evangelisten en de apostelen tref je alleen maar respect aan voor de boeken en de woorden van de profeten.

En inhoudelijk wordt naar voren gehaald wat de apostelen voor de lezers van belang leek.

En tenslotte hoe het werkt in de geestelijke wereld. Gehoorzaamheid leidt tot begrijpen en niet gehoorzaamheid tot het steeds minder begrijpen.

De Wet én de Profeten.

Elf keer komen we in het Nieuwe Testament de uitdrukking ‘de Wet en de Profeten’ tegen. Met ‘de Wet en de Profeten’ wordt zo’n beetje het hele Oude Testament bedoeld. Hier staan alle elf teksten.

Hier gaat het over de relatie van Jezus met de Wet en de Profeten.
Matteüs 5:17. Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.
Opmerking: We zagen bij de genezing van de melaatse al dat die regels voor de goedkeruring van de genezing eindelijk eens konden worden gebruikt. Er zijn ook veel andere zaken tot vervulling gekomen tijdens en na het leven van Jezus. En de vervulling zal nog verder doorgaan.

Hier gaat het om wat Jezus visie is over de grote lijn van de Wet en de Profeten.
Matteüs 7:12. Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten.
Matteüs 22:40. ‘Deze twee geboden (God liefhebben boven alles en de naast als jezelf) zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat’.

Hier gaat het over de Wet en Profeten als tijdperk.
Matteüs 11:13. Want de profetieën van alle profeten en van de wet reiken tot de dagen van Johannes.
Lucas 16:16. De Wet en de Profeten gaan tot aan Johannes: sindsdien wordt het koninkrijk van God verkondigd, en iedereen wordt met klem genodigd binnen te komen.

Opmerking: er is dus een grote scheidslijn. Wat nu vooral werkzaam zou moeten zijn is het koninkrijk van God.

Hier gaat het er over, dat de Wet en de Profeten over Jezus spreken.
Lucas 24:44. ‘Hij zei tegen hen: ‘Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.’
Johannes 1:45. Hij kwam Natanaël tegen en zei tegen hem: ‘We hebben de man gevonden over wie Mozes in de wet geschreven heeft en over wie ook de profeten spreken: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret!’
Opmerking: Lukas 24 voegt de Psalmen toe aan de Wet en de Profeten.

Paulus probeert de mensen voor Jezus te winnen op grond van de Wet en de Profeten.
Handelingen 28:23. Ze maakten een afspraak en kwamen op de vastgestelde dag in groten getale naar hem toe. Van de ochtend tot de avond legde Paulus getuigenis af en sprak hij uitvoerig met hen over het koninkrijk van God, terwijl hij hen op grond van de Wet van Mozes en de Profeten voor Jezus probeerde te winnen.

Deze tekst gaat er over wat in de synagoge gebruikelijk was.
Handelingen 13:15. Na de voorlezing uit de Wet en de Profeten werd hun namens de leiders van de synagoge gezegd: ‘Broeders, als u voor de mensen een bemoedigend woord hebt, ga dan uw gang.’

Opmerking: lijkt me een mooie gewoonte om gasten aan het woord te laten in de bijeenkomst. Zouden we ook bij onze kerkdiensten moeten doen.

Dit is Paulus houding t.a.v. de inhoud van de Wet en de Profeten.
Handelingen 24:14. Maar wel wil ik hier verklaren dat ik overeenkomstig de Weg, die zij een sekte noemen, de God van onze voorouders dien en dat ik geloof in alles wat in de Wet en de Profeten geschreven staat.

En dit is nog een stukje inhoud van de Wet en de Profeten.
Romeinen 3:21. Gods gerechtigheid, waarvan de Wet en de Profeten al getuigen, wordt nu ook buiten de wet zichtbaar. 
Opmerking 1: gerechtigheid is standvastige goedheid.
Opmerking 2: die goedheid wordt nu ook zichtbaar door het werk van de Heilige Geest.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Jezus kwam niet om de Wet en de Profeten af te schaffen maar om ze te vervullen, waar te maken. Bij vervullen denk ik aan de wat ze met de mensen beoogden, die mooie beloften en vergezichten. En dat was o.a. de liefde tot God en de onderlinge liefde. Dat maakt Jezus ook waar. Zie de eerste drie genoemde teksten.

Na het tijdperk van de Wet en de Profeten komt het tijdperk van het Koninkrijk van God. Niet om het oude af te schaffen maar te vervullen. Alleen helaas, dat hebben we ons als kerken voor een groot deel uit de handen laten glippen. Laten we de wet en de profeten opnieuw waarderen en vandaar uit verder zoeken naar het Koninkrijk van God.

De Wet en de Profeten getuigen van Jezus. Paulus probeerde dan ook om op grond van de Wet en de Profeten de mensen voor Jezus te winnen. Dat kunnen wij nog steeds zo met mensen doen, die de Wet en de Profeten als belangrijkste zien en Jezus nog niet kennen. Dat zullen de orthodoxe Joodse mensen zijn.

Paulus geloofde alles wat in de Wet en de Profeten staat. Dat lijkt een goed voorbeeld om na te volgen.

Naast de liefde tot God en de onderlinge liefde laten de Wet en de Profeten ook Gods gerechtigheid zien. Dat is dat als je doet wat God van je vraagt, dat dan zijn goedheid, zijn zegen over je komt. Die goedheid van God kan nu trouwens ook op een andere manier over ons komen.

Verwijzing naar specifieke boeken

Er wordt ook naar andere boeken verwezen in het Nieuwe Testament, bijvoorbeeld naar het boek van de Psalmen en het boek van Jesaja. Er zijn trouwens ook nog andere boeken, die worden genoemd.

Grieks woordSoort woordStrongOpmerkingen
1ψαλμός
psalmos
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
G5568
SB4880
Psalmen
Komt 7 keer voor in 7 verzen.
KJV: psalm (5x), Psalm (2x).
2Ἠσαΐας
ēsaias
EigennaamG2268
SB
Jesaja.
Komt 21 keer voor in 21 verzen.
KJV: Esaias (21x).

Psalmen
Van de zeven keer dat Psalmen worden genoemd wordt vier keer verwezen naar het boek van de Psalmen, drie keer daarvan met een citaat. Zie hieronder.

Lucas 20:42. Want David zelf zegt in het boek van de Psalmen: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand,

Handelingen 1:20. In het boek van de Psalmen staat namelijk geschreven: “Laat zijn woonplaats een woestenij worden en laat niemand daar meer verblijven.” En ook: “Laat een ander zijn taak overnemen.”

Handelingen 13:32-33. Wij verkondigen u het goede nieuws dat God zijn belofte aan onze voorouders in vervulling heeft doen gaan ten behoeve van hun kinderen – ten behoeve van ons – doordat hij Jezus tot leven heeft gewekt. Daarover staat in de tweede psalm geschreven: “Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt.”

Jesaja
In het Nieuwe Testament wordt 21 keer over Jesaja gesproken. Steeds worden zijn woorden geciteerd.

Hier de eerste drie keer dat ze in teksten van het Nieuwe Testament worden genoemd.
Matteüs 3:3. Dit was de man over wie de profeet Jesaja sprak toen hij zei: ‘Luid klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden.”’

Matteüs 4:14-16. Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jesaja: Land van Zebulon en Naftali, gebied aan de weg naar zee en aan de overkant van de Jordaan, Galilea van de heidenen, luister: Het volk dat in duisternis leefde, zag een schitterend licht, en zij die woonden in de schaduw van de dood werden door het licht beschenen.’

Matteüs 8:17. … opdat in vervulling ging wat gezegd is door de profeet Jesaja: ‘Hij was het die onze ziekten wegnam en onze kwalen op zich heeft genomen.’

En hier de citaten van Jesaja in de brief aan de Romeinen.
Romeinen 9:27-29. En Jesaja roept over Israël uit: ‘Al zou het volk van Israël zo talrijk zijn als zandkorrels aan de zee, slechts een klein deel zal worden gered. Want de Heer zal zijn woord op aarde gestand doen, onvoorwaardelijk en onverkort.’ En zoals Jesaja al heeft gezegd: ‘Had de Heer van de hemelse machten ons geen nageslacht gelaten, het zou ons zijn vergaan als Sodom en Gomorra.’

Romeinen 10:16. Toch hebben slechts weinigen aan het evangelie gehoor gegeven, want Jesaja vraagt: ‘Heer, heeft iemand geloofd wat wij hebben gezegd?’

Romeinen 10:20-21. En bij Jesaja staat zelfs: ‘Ik heb me laten vinden door wie mij niet zochten, ik heb me bekendgemaakt aan wie niet naar mij hebben gevraagd.’ Maar bij Jesaja staat over Israël: ‘Heel de dag heb ik mijn handen uitgestrekt naar mijn ongehoorzaam en opstandig volk.’

Romeinen 15:12. En verder zegt Jesaja: ‘Isaï zal een telg voortbrengen: hij die komt om over de heidenen te heersen; op hem zullen zij hun hoop vestigen.’
Opmerking: waarom wordt hier speciaal Isaï genoemd? Omdat Jezus uit Nazareth komt en die plaats verwijst naar de wortel van Isaï.

Hergebruik van woorden en beelden

De boeken van het Nieuwe Testament zijn enorm vervlochten met de boeken van het Oude Testament.

Dat komt naar voren in namen van personen uit het Oude Testament, de name van koningen zoals David en Salomo, de namen van de aartsvaders Abram, Isaac en Jacob en de namen van profeten.

Ook allerlei geschiedenissen, geboden, wijsheden en beelden worden aangehaald. Neem bijvoorbeeld het beeld vam de herder met zijn schapen.

Het kan in het Nieuwe Testament ook gaan om een uitdrukking of een beeld uit een ander Joods Geschrift dat niet in het Oude Testament voorkomt, zoals de twist over het lichaam van Mozes, dat waarschijnlijk uit een oud Joods geschrift komt, zie hieronder.
Judas 1:9. Zelfs de aartsengel Michaël waagde het niet de duivel te beschuldigen en te veroordelen toen hij met hem twistte over het lichaam van Mozes. Hij zei alleen: ‘Moge de Heer u straffen.

Trouwens, toch wel opvallend, dat er zo weinig in het Nieuwe Testament terugkomt vanuit die Joodse Geschriften, want er waren er zeer veel van die Geschriften in die dagen.

Wat zeggen de boeken van OT over elkaar?

In de boeken van het Oude Testament wordt ook naar andere boeken van het Oude Testament verwezen. Daar worden de volgende woorden voor gebruikt.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen
1סֵפֶר cepherZelfstandig naamwoord
mannelijk of vrouwelijk
H5608Boek, rol, brief.
Komt 184 keer voor in 174 verzen
KJV: book (138x), letter (29x), evidence (8x), bill (4x), learning (2x), register (1x), learned (with H3045) (1x), scroll (1x).
2תּוֹרָה tôrâ Zelfstandig naamwoord
vrouwelijk
H8451Wet of torah
Komt 222 keer voor in 213 verzen.
KJV: law (219x).

Het ‘schrijven’ in oude tijden kon op allerlei manieren gebeuren. Graveren in steen of schrijven op papier (paryrus) of huiden (perkament).

Er staat men ‘schreef de woorden’ kathab dabar woordnummers H3789 H1697. Deze combinatie komt 93 keer voor.

Hier enkele voorbeelden.

2 Kronieken 9:29. Verdere bijzonderheden over Salomo zijn van begin tot eind opgetekend in de geschriften van de profeet Natan, in de profetie van Achia uit Silo en in de visioenen van de ziener Jedo over Jerobeam, de zoon van Nebat.

2 Kronieken 12:15. De geschiedenis van Rechabeam is van begin tot eind opgetekend in de geschriften van de profeet Semaja en in de geslachtsregisters van de ziener Iddo.

Wat men vastlegde waren de woorden van God of men legde bepaalde gebeurtenissen vast. Zo ontstonden de boeken van de Bijbel. Lang niet alles wat is opgeschreven is ook in de Bijbel terecht gekomen.

Er is van het schrijven ook wel in de Bijbel teredht gekomen. Ik heb alleen niet uitgezocht of die geschriften ook iets over elkaar zeggen.

Waar zeker wel over wordt teruggegrepen is de torah, de wet, de boeken van Mozes. Over de wet wordt met veel respect bijvoorbeeld in de Psalmen gesproken.

Psalm 1:1-2. Gelukkig de mens die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt, bij spotters niet aan tafel zit, maar vreugde vindt in de wet van de HEER en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.

En hier ongeveer een derde van de teksten in Psalm 119, die een lofzang op de wet zijn.
Psalmen 119:1. Gelukkig wie de volmaakte weg gaan en leven naar de wet van de HEER ,
Psalmen 119:18. Neem de sluier van mijn ogen – dan zal ik zien hoe wonderlijk mooi uw wet is.
Psalmen 119:29. Houd mij ver van bedrieglijke wegen en leer mij genadig uw wet.
Psalmen 119:34. Geef mij inzicht, en ik zal uw wet volgen, hem onderhouden met heel mijn hart.
Psalmen 119:44. Ik zal mij houden aan uw wet, voor eeuwig en altijd.
Psalmen 119:51. Al lachen de hoogmoedigen mij ook uit, ik wijk niet af van uw wet.
Psalmen 119:53. Ik ben ontzet over de zondaars, die uw wet verlaten.
Psalmen 119:55. Zelfs in de nacht denk ik aan uw naam, HEER , en houd ik mij aan uw wet.
Psalmen 119:61. Al zetten rondom mij zondaars hun strikken, uw wet vergeet ik niet.

Kerkgeschiedenis

In de eerste eeuwen van de kerk ontstond weerstand tegen het Oude Testament. Er zijn vVoor die ontwikkeling diverse oorzaken aan te wijzen.

Zoals de vervolging van christenen door het Joodse Sanhedrin. De aversie in het Romeinse rijk tegen de rebellerende joden. Het feit dat veel joden Jezus niet als hun Heer wilde aannemen en hun eigen Joodse leven wilden voortzetten. En Joodse mensen, die wel Jezus als hun Heer aannamen maar toch vasthielden aan hun stricte tradities en daardoor de ontwikkeling in de jonge kerken bemoeilijkten.

De bewogenheid en de liefde voor het Joodse volk smolt weg. Er ontstond weerzin tegen alles wat Joods was, zoals het Oude Testament.

Die ontwikkeling was niet goed, zoals we in deze studie kunnen lezen leidt zo’n houding tot blindheid en doofheid voor geestelijke zaken. En er ontstond inderdaad daardoor duisternis in de kerk.

Inmiddels spelen de meeste oorspronkelijke oorzaken geen rol meer, maar die eeuwenlange aversie tegen het Oude Testament is ons onder de huid gaan zitten. Het is goed om te beseffen dat die aversie een duistere oorsprong heeft.

Een volgende stap in de ontwikkeling in de kerk was dat de leer van de kerk belangrijk werd. Kerkvaders ontwikkelden een theologie. Men kreeg theologische geschillen. Er kwamen synodes om over die geschillen knopen door te hakken. Tenslotte werd de leer van de kerk dominanter dan de Bijbel.

In de praktijk vierde men na die eerste eeuwen vooral de mis. Dat is prachtig. Maar het gewone volk en ook de priesters verloren steeds meer het zicht op de Bijbel. Dat duurde zo de gehele middeleeuwen.

In de tijd van de boekdrukkunst en de reformatie was er een wending. Men kreeg weer oog voor de Bijbel. Maar de leer van de kerk, ook bij die van de reformatie bij, bleef dominant. In kerken, die daarna ontstonden was hun specifieke invulling van de leer in hun kerkgenootschap dominant.

Naast de leer van de kerk zijn er de gegroeide overtuigingen in een kerk en de gewoonte om voorbij te zien aan een aantal onderwerpen in de Bijbel.

Daar komt nog bij dat men de laatste eeuwen de Bijbel kritisch is gaan lezen en bestuderen. De boeken wel zullen wel in een andere tijd geschreven zijn, dan wij altijd dachten. De genoemde schrijvers zullen wel niet degenen, die de uiteindelijke redactie hebben gedaan. Voor mij maakt dit die boeken niet minder belangrijk omdat je aan de boeken de inspiratie van de Heilig Geest proeft.

Andere vragen werden ingegeven door ongeloof. Het is onmogelijk dat een profeet van te voren weet wat God gaat doen. Dat kunnen mensen niet. Dat er iets gebeurt buiten de natuurwetten, dat kan ook niet. Voor die gebeurtenis is vast een andere verklaring.

Zo dacht men in de vorige eeuw ook dat de teksten door het vele overschrijven volkomen onbetrouwbaar zouden zijn. Er zouden miljoenen fouten in moeten zitten. Helaas voor deze opvattingen. Toen de Dode Zee rollen in de vijftiger jaren van de vorige eeuw werden ontdekt, ontdekte men ook dat die veel oudere teksten goed overeenkwamen met onze jongere handschriften.

Maar al dat onbelangrijk maken van de Bijbel en al die kritiek op de Bijbel heeft blindheid en doofheid en daardoor duisternis gebracht in de kerk.

Overwegingen

Voor ieder die dit leest zeg ik: lees de boeken van de Bijbel. Of ze nu van het Oude of Nieuwe Testament zijn. Die brengen leven. Op deze hele site wil ik ruimte geven aan de boeken van de Bijbel.

Andere boeken zijn soms best aardig, best interessant of zelfs heel boeiend. Maar niet meer dan dat.

Nog een persoonlijk advies. Doe nooit iets af van de boodschap van de Bijbel. Als je iemand van de weg van de Bijbel afhaalt, door kritische opmerkingen over de Bijbel, dan beneem je hem wellicht de mogelijkheid om het leven binnen te gaan.

En weet dan: Je kunt iemand het aardse leven benemen. Dat is heel slecht, je hoort dan in de gevangenis thuis. Je kunt ook iemand het hemelse leven benemen. Dat is nog erger. Wees gewaarschuwd.

Natuurlijk gaan de ervaringen van ieder mens met God nog door. Als God nu tot je speekt is dat het levende woord. In deze studie gaat het om de opgeschreven woorden van God. Voor sommige mensen zijn het dode letters, maar voor anderen komen ze tot leven onder invloed van de Heilige Geest. En dat is mijn gebed voor iedere lezer, dat het lezen van de letters van de Bijbel je tot leven brengen.

Samenvatting

Ik ben maar één voorbeeld tegengekomen dat een boek in het Nieuwe Testament verwijst naar een ander boek in het Nieuwe Testament. Dat voorbeeld is in 2 Petrus 3:15 waar Petrus lovent schrijft over wat de apostel Paulus schrijft.

In de boeken van het Nieuwe Testament wordt zonder uitzondering, meer dan 400 keer met name, waarderend gesproken over de vroegere boeken in het Oude Testament.

Het gaat om meer dan waardering. Teksten zijn maatgevend voor je leven. Geven troost omdat je leest dan er recht kwam en vervulling van beloften. Ze geven ook verwachting omdat er gaat gebeuren wat nog niet is gebeurd.

Is er kritiek te vinden bij die verwijzingen? Of relativering? Of relativerende opmerkingen? Nee. Niet eenmaal kom ik in die honderden verwijzingen een kritische noot tegen. Een heel enkele keer gaat het over aanvullende inzichten over een tekst. Maar de oude teksten zijn het fundament voor de nieuwere teksten.

De Bijbel is zoals een bouwwerk, de oudste boeken leggen de basis en door andere boeken wordt er verder op doorgebouwd. Het is één aan elkaar passend groot geheel geworden.

De geschriften van het Oude Testament worden allerlei kenmerken meegegeven. Je kunt ze niet breken. Ze zijn voor je redding. Ze worden vervuld. Als je ze serieus neemt ga je steeds meer het leven begrijpen.

Als je dit onderwerp bestudeert kun je wel stellen dat de boeken van het Nieuwe Testament hun gezag ontlenen aan uitspraken van het Oude Testament.

Joodse geleerden noemen het Nieuwe Testament een midrash, een uitleg, een toepassing, van het Oude Testament. Daarmee doe je het Nieuwe Testament wel fundamenteel tekort.

Het leven van Jezus, zijn geboorte, zijn veroordeling tot het kruis, de kruisdood en zijn opstanding kun je moeilijk een uitleg noemen. Dat geldt ook voor de wonderen en het overvloedige werk van de Geest na dat bijzondere Pinksterfeest.

De tekst van het Nieuwe Testament kan bij een eerste lezing het meest aanspreken. Maar je zult ontdekken dat de bron en de basis van het Nieuwe Testament, het Oude Testament is. Als je dan het Oude Testament gaat bestuderen dan begrijp je vervolgens het Nieuwe Testament beter.

Is er uit al die verwijzingen te halen welke boeken van het Oude Testament vooral belangrijk zijn? Het zijn vooral die teksten, die bol staan van de inspiratie van de Heilige Geest en daarbij ook die teksten die in de tijd van Jezus relevant waren. Mooi om de parels van het Oude Testament te ontdekken en te verzamelen.

Het verwijzen naar de geschriften van het Oude Testament heeft diverse doelen:
1. Om op de inhoud van de geschriften verder te bouwen. Je hoeft niet van voren af aan te beginnen.
2. Om aan te geven dat wat in de geschriften staat ook in vervulling is gegaan. Dat heeft dikwijls betrekking op het leven van Jezus.
3. De geschiften helpen ons voor wijsheid en inzicht en daardoor onze redding.
4. En tenslotte maakt het ook duidelijk dat de geschriften onkreukbar zijn. Ze kunnen niet worden gebroken.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.