Studie Zalving

Bekend zijn de gaven en de vrucht van de Geest. In deze studie gaat het over de zalving die de Geest van God in ons uit kan werken.

Het gaat bij zalving om een bijzonder vermogen, kracht, vaardigheid uit de geestelijke wereld, uit de wereld van boven, uit de hemel, van God of hoe we dit ook willen noemen.

Deze studie laat zien wat er in de Bijbel staat over zalven en zalving. Wat opvalt is dat in het Oude Testament het vooral gaat over wat men moest zalven en dat het in het Nieuwe Testament vooral gaat over die grote gezalfde, Jezus Christus. Hij is het grote voorbeeld. En Hij is ook degene, die de zalving voor ons gewone mensen mogelijk maakte en maakt.

We kijken in deze studie eerst naar het Nieuwe Testament en dan naar het Oude Testament. De geciteerde teksten uit de Bijbel komen uit de NBV vertaling tenzij anders is vermeld.

1. Zalving in het Nieuwe Testament

In het Grieks worden twee verschillende woorden gebruikt, die je met zalven en zalving kunt vertalen, namelijk de woorden chrio en chrisma en het woord aleipho. En dan is er nog een woord dat eenmaal is gebruikt in het boek Openbaringen.

  Grieks woord Soort woordStrong Opmerkingen:
1χρίω  chrioWerkwoord G5548
SB4860
Smeren, zalven.
Komt 5 keer voor in 5 verzen.
KJV: anoint (5x).
2χρῖσμα
chrisma
Zelfstandig
naamwoord
onzijdig
G5545
SB4858
Zalving.
Komt 3 keer voor in 2 verzen
KJV: anointing (2x), unction (1x).
3ἐγχρίω egchriōWerkwoord G1472
SB1323
Insmeren.
Komt eenmaal voor nl. in Openbaringen 3:18.
KJV: anoint (1x).
4ἀλείφω aleiphōWerkwoord G218
SB191
Smeren, zalven.
Komt 10 keer voor in 8 verzen.
KJV: anoint (9x).
5ἔλαιον
elaion
Zelfstandig
naamwoord
onzijdig
G1637
SB1482
Olijfolie.
Komt 11 keer voor in 11 verzen.
KJV: oil (11x).

Chrio en chrisma zijn waarschijnlijk verwant aan het woord χράομαι chraomai, Strong G5530, dat gebruiken betekent. De zalving is er voor om te gebruiken. En wel om anderen te helpen. Men smeerde ook zakken in om vloeistof te bewaren en men smeerde schilden in. Waarom weet ik niet.

Het woord aleiphō komt overeen met chrio maar werd voor de dagelijkse verzorging van je huid gebruikt. Hoewel in de Bijbel het meestal ook een geestelijke betekenis heeft.

Olie komt eenmaal voor in combinatie met chrio, in de Hebreeën en driemaal in combinatie met aleipho. In Marcus 16, Lukas 7 en Jakobus 5. Twee keer gaat het hier over genezing.

1.1 Chrio zalven

Allereerst kijken we naar het woord chrio. Hieronder alle vijf verzen.

In het boek Lukas lezen we een citaat van Jezus van de profeet Jesaja. De Geest van God zalft Jezus.
Lukas 4:18-19. ‘De ​Geest van de ​Heer​ rust op mij, want hij heeft mij ​gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een ​genadejaar​ van de ​Heer​ uit te roepen.’

Uit het gebed van Stefanus. Jezus, die door de HEER is gezalfd.
Handelingen 4:26-27. De koningen van de aarde zijn aangetreden en de heersers spannen samen tegen de Heer en zijn gezalfde.” Want inderdaad, in deze stad hebben allen samengespannen tegen Jezus, uw heilige dienaar, die door u is gezalfd: Herodes, Pontius Pilatus, alle volken en ook de stammen van Israël.

Handelingen 10:37-38. U weet wat er in heel het Joodse land is gebeurd, hoe het begon in Galilea, hoe God, na de doop waartoe Johannes opriep, Jezus uit Nazaret met de heilige Geest heeft gezalfd en met kracht heeft bekleed. Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond hem bij.

God heeft allen in de gemeente van Korinthe in Christus gezalfd.
2 Korintiërs 1:21-22. Het is God die u en ons Christus als fundament geeft, die ons allen heeft gezalfd, heeft gewaarmerkt als zijn eigendom en ons als voorschot de Geest gegeven heeft.

Jezus de Zoon van God is gezalfd met vreugdeolie.
Hebreeën 1:8-9. Maar tegen de Zoon zegt hij: ‘God, uw troon houdt stand tot in alle eeuwigheid, en de scepter van het recht is de scepter van uw koningschap. Gerechtigheid hebt u liefgehad en onrecht gehaat; daarom, God, heeft uw God u gezalfd met vreugdeolie, als geen van uw gelijken.’

Vreugdeolie komt van de Griekse woorden voor olie en vreugde elaion
agalliaseōs, Strong nummers G1637 en G20. Bij agalliaseōs gaat het om extreme vreugde zegt “Thayers Greek Lexicon”.

Zalving chrisma regel 2 uit de tabel.
Het zelfstandig naamwoord ‘zalving’ of ‘het gezalfde’ komt drie keer voor in twee verzen. Beiden uit de eerste brief van de apostel Johannes.

Hier is de context belangrijk. En die context zijn de groep, die in de Bijbel de antichristenen worden genoemd. Wij gebruiken dit als een staande uitdrukking, maar je zou dat Grieks woord ook kunnen vertalen. En dan zou het zoiets zijn als ‘zij die tegen de zalving zijn’? Dan is zo’n begrip ineens iets van ons eigen leven.

1 Johannes 2:20. Kinderen, het laatste uur is aangebroken. U hebt gehoord dat de antichrist zal komen. Nu al treden er veel antichristen op, en daardoor weten we dat dit het laatste uur is. Ze zijn uit ons midden voortgekomen maar ze hoorden niet bij ons, want als ze werkelijk bij ons hadden gehoord, zouden ze bij ons gebleven zijn. Maar het moest aan het licht komen dat niemand van hen bij ons hoorde. U echter bent gezalfd door de heilige, u allen weet dat. [wat de laatste vier woorden betreft kun je ook vertalen volgens de toelichting van de NBV met ‘u allen bezit kennis’.]

1 Johannes 2:27. En wat u betreft, de ​zalving, die gij van Hem ontvangen hebt, blijft op u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar, gelijk zijn ​zalving​ u leert over alle dingen, en waarachtig is en geen leugen, blijft in Hem, gelijk zij u geleerd heeft. [NBG]

Zalven egchriō regel 3 uit de tabel.
Een variant van het werkwoord chrio, egchrio, komt eenmaal in de Bijbel voor. Het woord bestaat uit een voorzetsel ‘in’ en het werkwoord zalven. Je zou met ‘inzalven’ kunnen vertalen.

Openbaringen 3:18. Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande van uw naaktheid niet geopenbaard worde; en ​zalf​ uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt. [SV, omdat NBV en NBG het werkwoord vertalen met een zelfstandig naamwoord]

Het Griekse woord voor ogenzalf κολλούριο kollourion H2854 komt alleen in deze tekst in de Bijbel voor.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Jezus ontvangt zijn zalving van God zelf.

De zalving, die Jezus kreeg had betrekking op diverse aspecten van het leven. Lukas 4.
Als een heerser, een goede koning: armen helpen, mensen vrijlaten en vrijheid geven.
Als een genezer, als een priester: armen van Geest helpen, psychisch gebonden mensen helpen, blinden genezen, bevrijdingspastoraat.
Als een profeet: goed nieuws geven, blinden het herstel van hun zicht, vrijheid verkondigen.
Jezus krijgt dus zowel een koninklijke, een priesterlijke als een profetische zalving.

De zalving van Jezus maakte hem een weldoener, die genas en bevrijdde. Handelingen 10.

In de gemeente van Korinthe kreeg iedereen een zalving en wel de zalving met de Heilige Geest. Wat die zalving uitwerkte staat er niet bij.

Jezus werd gezalfd met vreugdeolie. Extreme vreugde. Zal als het levend water zijn. Het plezier, de vreugde borrelde uit hem omhoog. Hebreeën 1:8-9.

De mensen waar de apostel Johannes aan schrijft hebben ook de zalving van God ontvangen, terwijl er ook daar antichristen waren. Degenen, die tegen de zalving waren. De zalving bracht inzicht en kennis in het leven van de leden van de gemeente. 1 Johannes 2.

De tekst van Openbaringen sluit daarbij aan. Je gaat dingen zien, die je eerst niet zag. Door de zalving van de Heilige Geest.

1.2 Aleipho zalven

Het Griekse woord aleipho, regel 4 uit de tabel, duidt meer op de dagelijkse verzorging, het insmeren van je huid met, zoals je dat tegenwoordig noemt, crème of balsem. Nu heb je allerlei kwaliteiten van deze stoffen. Dat had je vroeger ook. Het top product was olie met mirre of nardus.

Hier alle acht verzen waar het woord aleipho in voorkomt.

Matteüs 6:17. Maar als jullie ​vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie [NBG en SV ‘zalf uw hoofd met olie. Dit is een handeling voor de dagelijks lichaamsverzorging. Het woord olie wordt veronderstelt in het Grieks maar staat er niet bij name]

Marcus 6:13. .. en ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen. [hier was het zalven onderdeel van het genezen van zieken. [In het Grieks staat het woord voor olie G1637]

Marcus 16:1. Toen de ​sabbat​ voorbij was, kochten ​Maria​ uit Magdala​ en ​Maria​ de moeder van Jakobus, en Salome ​geurige olie​ om hem te balsemen. [NBG en SV vertalen met ‘zalven’. De NBV noemt ‘olie, maar In het Grieks staat ‘aroma’ G759, de KJV vertaalt dat met ‘spices’]

Dan twee teksten die gaan over de geschiedenis van de zalving van Jezus door een zondares in het huis van Simon de Farizeeër.
Lukas 7:38. Ze ging achter ​Jezus​ staan, aan het voeteneinde van het ​aanligbed; ze huilde en zijn voeten werden nat door haar tranen. Ze droogde ze met haar haar, kuste ze en wreef ze in met de olie. [in het Grieks staat myron G3464 dat je lijkt me beter met mirre kan vertalen. Het is olijfolie met mirre]

Lukas 7:46. Je hebt mijn hoofd niet met olie ingewreven; maar zij heeft met ​geurige olie​ mijn voeten ingewreven. [NBG en SV hebben in beide teksten zalven i.p.v. inwrijven. Het eerstgenoemde olie is de gewone olie G1637. De geurige olie daarna heet in het Grieks myron  G3464. De NBG  vertaalt dat met mirre. De SV met zalf. Mirre was één van de ingrediënten van de heilige zalfolie zoals die bereid moest worden voor de zalving van de hogepriester. De daad van de zondares lijkt er één van geloof te zijn. Of was bijzondere leiding van God. Jezus kunnen we zien als de nieuwe hogepriester. Simon had nog niet eens ‘gewone olie’ voor Jezus over, maar die vrouw ‘speciale olie’]

Er wordt nog een tweede keer gesproken van een zalving van Jezus en wel in het evangelieboek van de apostel Johannes.
Johannes 11:2-3. .. dat was de Maria die Jezus met olie gezalfd heeft en zijn voeten met haar haar heeft afgedroogd; de zieke Lazarus was haar broer. Maria nam een kruikje kostbare, zuivere nardusolie, zalfde de voeten van Jezus en droogde ze af met haar haar. De geur van de olie trok door het hele huis.

Jakobus 5:14. Laat iemand die ​ziek​ is de oudsten van de ​gemeente​ bij zich roepen; laten ze voor hem ​bidden​ en hem met olie ​zalven​ in de naam van de ​Heer. [Olie is de gewone olie, G1637]

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Maria de zus van Lazarus, maar ook gewone mensen, een zondares zelfs, zalven Jezus. En Jezus is er blij mee. Het lijkt er op alsof bij zegt: “Als iemand het op zijn hart heeft om mij te zalven met olie, dan is die persoon bijzonder welkom om dat te doen”. Lukas 7 en Johannes 11.

Na de dood van Jezus hadden drie vrouwen het plan om zijn dode lichaam te zalven. Wat zou hun doel geweest zijn? Om hem op te wekken uit de doden? Deze drie vrouwen waren wel geloofsreuzen. Bij de begrafenis had Nicodemus gezorgd voor specerijen om die tussen het linnen te strooien bij het inwikkelen van het lichaam (Johannes 19:39 en verder) Marcus 16.

Voor Jezus en zijn discipelen was zalven met olie bij de bediening van genezing de normale praktijk. Zie Marcus 6.

Het is dan ook niet vreemd dan Jakobus die opmerking over zalven schrijft. Voor Jakobus een logische praktijk, misschien alleen opgeschreven om aan te geven dat er diverse onderdelen van zo’n gebed met zalving zijn.

2. Christus

Het woord Christus komt dikwijls voor en een enkele keer het vergriekste Hebreeuwse woord messias. En dan nog enkele woorden afgeleid van het woord Christus.

  Grieks
woord
Soort woord StrongOpmerkingen:
1.Χριστός
Christos
Bijvoeglijk naamwoord G5547 SB0581Gezalfde.
Komt 569 keer voor in 530 verzen.
KJV: Christ (569x).
2. Μεσσίας
Messias
Zelfstandig naamwoord
mannelijk
G3323
SB0377
Messias.
Komt 2 keer voor.
KJV: Messias (2x).
3. Χριστιανός ChristianosEigennaam mannelijk G5546 SB0580christenen.
Komt 3 keer voor in 3 verzen.
KJV: Christian (3x).
4. ἀντίχριστος antichristosZelfstandig naamwoord
mannelijk
G500
SB456
Antichrist.
Komt 5 keer voor in 4 verzen.
KJV: antichrist (5x).
5. ψευδόχριστος pseudochristosZelfstandig  naamwoord
mannelijk
G5580 SB4892Valse messias.
Komt 2 keer voor in 2 verzen.
KJV: false Christ (2x).

Het woord Χριστός, in onze letters Christos, komt 569 keer voor in de boeken van het Nieuwe Testament. Alleen het woord Jezus komt nog meer voor, namelijk 975 keer. Hij was en is de Gezalfde, Jeshua of Jehoshua, de man, die wij Jezus noemen. Met afstand is Jezus de Christus de belangrijkste persoon in het Nieuwe Testament.

De SV en HSV vertalen het woord Christos altijd met Christus. De NBV vertaalt 61 keer met Messias in plaats van Christus. Waarom? Jezus meer plaatsen in zijn Joodse context? Wel mooi idee.

De woorden van regel 4 en 5 uit de tabel staan hier voor de volledigheid er bij, maar worden behandeld bij het onderwerp toekomst.

De ‘antichrist’ is door boeken en sprekers een bekende term geworden. Je zou ook kunnen vertalen, ‘zij, die tegen zalving zijn’. En pseudochristos zou je kunnen vertalen met ‘zij, die zogenaamd gezalfd’ zijn. Als je het zo vertaalt dan zijn zij niet veraf in de boze buitenwereld, maar ineens dichtbij. Onder ons. Niet leuk maar is wel de werkelijkheid.

2.1 Christus en Messias

Als we de teksten uit de Bijbel lezen over Christus komen we dan te weten hoe hij aan de zalving kwam en wat het voor hem betekende?

Omdat er zoveel teksten zijn om allemaal te bekijken worden hier alleen de teksten over Christus uit het evangelie van Matteüs bekeken. Ik laat graag aan een ander over of andere teksten nog leerzame aanvullingen opleveren.

Matteüs 1:11. Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham. [Jezus had een voorgeslacht van gezalfden]
Matteüs 1:16-18. Jakob verwekte Jozef, de man van Maria. Bij haar werd Jezus verwekt, die Christus genoemd wordt. Van Abraham tot David telt de lijst dus veertien generaties, van David tot de Babylonische ballingschap veertien generaties, en van de Babylonische ballingschap tot Christus veertien generaties. De afkomst van Jezus Christus was als volgt. Toen zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem woonde, bleek ze zwanger te zijn door de heilige Geest. [Jezus kwam er door ingrijpen van de Heilige Geest]

Matteüs 2:4. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de messias geboren zou worden.

Matteüs 11:2. Toen Johannes in de gevangenis over het optreden van de messias hoorde, stuurde hij enkele van zijn leerlingen naar hem toe.

Matteüs 16:16. ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus.
Matteüs 16:20. Daarop verbood hij de leerlingen ook maar tegen iemand te zeggen dat hij de messias was.

Matteüs 22:41-42. Nu de farizeeën om hem heen stonden, stelde Jezus hun deze vraag: ‘Wat denkt u over de messias? Van wie is hij een zoon?’ ‘Van David,’ antwoordden ze. [de grote gezalfde zou een zoon zijn van die vroegere gezalfde koning]

Matteüs 23:8-10. Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één meester *, en jullie zijn elkaars broeders en zusters. En noem niemand op aarde vader, want jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel. Laat je ook niet leraar noemen, want jullie hebben maar één leraar, de ​messias. [* in sommigen handschriften staat er tussen ‘namelijk Christus‘]

Matteüs 24:5. Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben de messias,” en ze zullen veel mensen misleiden. [veel mensen proberen zich als de grote inspirator naar voren te schuiven]
Matteüs 24:23. Als iemand dan tegen jullie zegt: “Kijk, dit is de messias,” of: “Daar is hij,” geloof dat dan niet. [oefen je op de gave van onderscheid om te kunnen onderscheiden]

Matteüs 26:63. Maar Jezus bleef zwijgen. De hogepriester zei: ‘Ik bezweer u bij de levende God, zeg ons of u de messias bent, de Zoon van God.’ [tsja wat doe je als tegenstanders vragen of dat bijzondere van je van God is]
Matteüs 26:68. … en zeiden: ‘Profeteer dan maar eens voor ons, messias, wie is het die je geslagen heeft?’

Matteüs 27:17. En dus vroeg Pilatus hun, toen ze daar waren samengestroomd: ‘Wie wilt u dat ik vrijlaat, Jezus Barabbas of Jezus die de messias wordt genoemd?’
Matteüs 27:22. Pilatus vroeg hun: ‘Wat moet ik dan doen met Jezus die de messias wordt genoemd?’ Allen antwoordden: ‘Aan het kruis met hem!’

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Jezus stamde uit een geslacht van bijzondere gezalfden. 1:11 en 22:41-42.
De gezalfde Jezus kwam er door bijzonder ingrijpen van de hemel. 1:16-18. Dat lijkt me in het algemeen gelden voor iedere gezalfde.

Als je alleenheerschappij nastreeft is een grote gezalfde je vijand. De kerk in die dagen kwam niet voor een grote gezalfde op 2:4.

Voor mensen met geestelijk inzicht zijn gezalfden aantrekkelijk. 11:2.
Soms zie je ineens onder leiding van de Geest gezalfden van God. 16:16.
Gezalfden kunnen soms beter in het verborgen werken. 16:20.

Jezus als grote gezalfde is onze leermeester. 23:8-10.

Er zijn valse gezalfden. Paulus noemt ze pseudo christussen. 24:5.
Je hebt de gave van onderscheid nodig om gezalfden te onderscheiden. 24:23.

Het leven van een gezalfde kan moeilijk zijn. 26:63 en 68.
De wereld kiest niet voor de gezalfden van God. 27:17 en 22.

2.2 Messias

In de Griekse tekst van de Bijbel wordt twee keer het joodse woord Messias gebruikt. Het ging dan om de Joodse messias, die men verwachtte te komen. De apostel Johannes heeft het opgeschreven zoals de mensen het in het Aramees of Hebreeuws gezegd zullen hebben.

Johannes 1:41. Vlak daarna kwam hij (Andreas) zijn broer Simon tegen, en hij zei tegen hem: ‘Wij hebben de messias gevonden’ (dat is Christus, ‘gezalfde’).
Johannes 4:25. De vrouw zei: ‘Ik weet wel dat de messias zal komen’ (dat betekent ‘gezalfde’), ‘wanneer hij komt zal hij ons alles vertellen.’

Vooral die eerste tekst. Andreas doet een enorme uitspraak. Hij je tot zo’n uitspraak? Een wonder op zich.

Voor die Samaritaanse vrouw was de messiasverwachting ook bekend. Ze wist ook waarvoor hij kwam. Hij zal alles komen vertellen.

2.3 Christenen

Drie keer komt het woord christenen voor in de Bijbel. Hier staan ze.
Handelingen 11:26. Het was in Antiochië dat de ​leerlingen​ voor het eerst ​christenen​ werden genoemd. [dat werd daarna een algemeen voorkomende aanduiding van de volgelingen van Jezus]

Handelingen 26:28. Agrippa zei tegen ​Paulus: ‘Dadelijk krijgt u me nog zover dat ik me voor ​christen​ uitgeef.’

1 Petrus 4:16. Maar als u lijdt omdat u ​christen​ bent, schaam u dan niet en draag die naam tot eer van God.

Het was een naam, die de groep gelovigen in Jezus gegeven werd toen ze naar buiten gingen treden. Het lijkt er op dat deze naam door de Romeinen werd gegeven want het achtervoegsel ‘ianos’ van Christianos stamt niet uit het Grieks maar uit het Romeins.

Uit de tekst van de brief van Petrus blijkt dat men de aanduiding ook voor zichzelf is gaan gebruiken. Oorspronkelijk gebruikte men in de vroege kerk andere aanduidingen. We lezen in de boeken van het Nieuwe Testament over ‘mensen van de weg’, ‘discipelen’, ‘gelovigen’, ‘Nazareners’, ‘broeders’ en ‘heiligen’, maar dus ook over ‘christenen’.

Hoe kwamen die Romeinen ertoe om hen Christianos te noemen? Omdat ze steeds over Jezus spraken? Dan hadden ze hen wel “Jeshuanos” genoemd. Of omdat ze geestelijk in de ogen van de Romeinen raar deden? Geestelijk gezalfden?

3. Zalving in het Oude Testament

Totaal wordt er in het Oude Testament 136 keer over zalven of zalving gesproken en dat gebeurt in verschillende betekenissen en verbanden. Het Oude Testament verhaalt vooral de zichtbare handeling van olie strijken of uitgieten over een persoon of een voorwerp.

In de Bijbel staat er meestal niet bij waarom men zalfde. Het zal toen duidelijk zijn geweest, maar in onze zalf arme tijd, begrijpen we dat niet meer. Het doel van het zalven van een priester zal wel zijn om hem een geestelijke of goddelijke bediening te geven. Dat hij wijsheid, kennis en autoriteit krijgt. Maar waarom zalf je een steen?

HebreeuwsSoort woordStrong nr.Opmerkingen:
1משח mashachWerkwoordH4886Zalven.
Komt 69 keer voor in 66 verzen. 26 verzen in de boeken van de Torah.
KJV: : anoint (68x), painted (1x).
2משחה mishchahZelfstandig naamwoord vrouwelijkH4888Het zalven, zalving .
Komt 26 keer in 24 verzen voor, allemaal in de Torah. 14x Exodus 8x Leviticus 2x Numeri
KJV: anointing (24x), anointed (1x), ointment (1x).
3משיח mashiyachZelfstandig naamwoord
mannelijk
H4899Gezalfde, Messias.
Komt 39 keer voor in 38 verzen.
KJV anointed (37x), Messiah (2x).
4מְשַׁח mĕshach (Aramees)Zelfstandig naamwoordH4887Het zalven, zalving 
Komt 2 keer voor.
Alleen in Ezra 6:9 en 7:22. Het is in beide keren is dit woord voor zalving door de KJV met “oil” vertaald.??
5שֶׁמֶן shemenZelfstandig naamwoord
mannelijk
H8081Olie, olijfolie, vet.
Komt 193 keer voor in 176 verzen.
KJV: oil (165x), ointment (14x), olive (4x), oiled (2x), fat (2x), things (2x), miscellaneous (4x).
6יָצַק  yatsaqWerkwoordH3332Gieten.
Komt 53 keer voor in 51 verzen.
KJV: pour (21x), cast (11x), …out (7x), molten (6x), firm (2x), set down (1x), fast (1x), groweth (1x), hard (1x), overflown (1x), stedfast (1x).

De Griekse woorden, die je met zalven en zalving kunt vertalen komen 19 keer voor. In het Oude Testament komen deze woorden juist meer voor, wel 94 keer. Maar de gezalfde in het Hebreeuws, ‘de Messias’, komt maar 39 keer genoemd, terwijl de Christus in het Grieks 569 keer voorkomt.

De tekst in de Bijbel varieert in allerlei uitdrukkingen. Dat is om te verdiepen en te nuanceren is mijn indruk.

Twintig keer komt de combinatie zalving en olie voor, Strong H4888 en H8081, 12x in Exodus, 7x in Leviticus en 1x in Numeri. Waarvan drie keer nog de combinatie met het woord heilig Strong nr. H6944. Er staat dan heilige zalfolie. Olie, die als het ware uit de wereld van God komt.

Zeventien keer komt de combinatie zalven en olie voor, Strong H4886 en H8081.

Dertien keer komt in één tekst gieten en olie voor, Strong H3332 en H8081.
Vijf keer komt in één tekst gieten en zalven voor, Strong H3332 en H4886 genoemd. Je giet olie over iemand voor een zalving.

De teksten waar alleen het woord olie in voorkomt worden niet alle genoemd en zijn ook niet allen bestudeert.

3.1 Die ene zalving in Genesis.

In het boek Genesis komt het zalven in één geschiedenis voor. Een geschiedenis die de Heer later in herinnering roept. En die Jacob daarna nog weer herbevestigt.

Het gaat om Jacob, de kleinzoon van Abraham en zoon van Isaak. Hij was op de vlucht naar familie ver weg. Hij had het moeilijk. Hij krijgt een bijzondere droom waar hij gaat slapen. En giet olie over een steen. Waarom?

Hier de situatie.
Genesis 28:15-22. … En zie, Ik ben met u, Ik zal u beschermen overal waar u heen zult gaan, en Ik zal u terugbrengen in dít land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik tot u gesproken heb! Toen Jakob uit zijn slaap ontwaakte, zei hij: De HEERE is werkelijk op deze plaats, en ik heb het niet geweten. Daarom was hij bevreesd en zei hij: Hoe ontzagwekkend is deze plaats! Dit is niets anders dan het huis van God en de poort van de hemel. Daarna stond Jakob ‘s morgens vroeg op. Hij nam de steen waar hij zijn hoofdkussen van gemaakt had, zette die overeind als een gedenkteken en goot er olie op. Hij gaf die plaats de naam Bethel, hoewel de naam van de stad eerst Luz was. [HSV]

Wat zou voor Jacob de motivatie zijn geweest om de steen te zalven? Een eerbetoon. Inspiratie van de Heilige Geest?

Opvallend is dat de HEER het handelen van Jacob zalven noemt. Daarmee krijgt het een geestelijke, een bovennatuurlijke lading.
Genesis 31:13. Ik ben de God van Bethel, waar u een gedenkteken gezalfd hebt, waar u Mij een gelofte gedaan hebt. Welnu, sta op, vertrek uit dit land en keer terug naar het land van uw familiekring. [HSV]

Op deze plaats komt voor het eerst het woord zalven voor. Er is hier een min of meer alledaagse handeling: olie gieten. En die krijgt een bijzondere lading. De HEER noemt het zalven. Twee stappen dus.

De NBV vertalers hebben die twee stappen blijkbaar niet begrepen. Ze vertalen zowel Genesis 28 als Genesis 31 met dezelfde woorden.

Aan welke gelofte herinnert God Jacob in deze tekst? Je kunt het in Genesis 28 lezen. God doet Jacob de belofte van bescherming en bewaring. Zou Jacob aan God ook een gelofte doen? Om Betel als een huis van God te zien?

Waar in onze vertaling ‘steen’ staat vertaalt de KJV met “pillar”. Zou het een steen zijn geweest zoals die op allerlei archeologische plaatsen nog te vinden is, zoals in Carnac in Frankrijk?

Na jaren keert Jacob terug naar zijn land, hij overleeft de ontmoeting met zijn broer en vijand en overleeft ook een worsteling met een man. Jacob krijgt dan een nieuwe naam en de HEER zegt ook wie Hij voor Jacob zou zijn, namelijk El Shaddai, Machtige God, Genesis 35:11.

In die tijd doet Jacob het uitgieten van olie opnieuw. Nu ook met een wijnoffer.
Genesis 35:14. Daar, op die plaats, zette ​Jakob​ een steen rechtop, en hij wijdde hem door er een ​wijnoffer​ op te brengen en er olie over uit te gieten.

3.2 De instelling in Exodus

In negen hoofdstukken van het boek Exodus gaat het over zalven en zalving. Hieronder worden ze allemaal genoemd.

Hoofdstuk Exodus 25
In Exodus hoofdstuk 25 vraagt Mozes namens de HEER om een hele lijst met geschenken. Als laatste van deze opsomming vraagt de HEER vraagt om geurige specerijen voor de zalfolie.
Exodus 25:1-2. De HEER zei tegen ​Mozes: ‘Vraag de Israëlieten mij geschenken te geven; neem van ieder die daartoe bereid is een bijdrage in ontvangst.
Exodus 25:6. …. geurige specerijen voor de ​zalfolie … ​

Hoofdstuk Exodus 28
In Exodus 28 krijgt Mozes opdracht om kleding voor Aäron en zijn zonen te maken.
Exodus 28:41. En gij zult die uw broeder Aäron en ook zijn zonen aantrekken; en gij zult hen zalven, en hun hand vullen, en hen heiligen, dat zij Mij het priesterambt bedienen. [Statenvertaling]

De studiebijbel geeft aan dat met ‘hun hand vullen’ hier het de priesters voorzien van offergaven wordt bedoeld. Dat lijkt me aannemelijk, maar er is denk ik ook nog een diepere betekenis.

Er staat in het Hebreeuws וּמִלֵּאתָ ū·mil·lê·ṯā אֶת־יָדָ֛ם eth yadam. Het eerste woord betekent vullen. Het tweede woord eth is de eerste en laatste letter van het alfabet. Men denkt aan een verwijzing naar Jezus, die de ‘alpha en de omega’ wordt genoemd. Zie ook de studie over Jezus. Het woord yadam betekent ‘hand’. Betekenis: De naam van God of Jezus werd aan hun handen verbonden.

En dan nog het ‘heiligen’ wat in de tekst staat. De priester werden afgezonderd voor de wereld van God zou je kunnen zeggen. En daar moet de hele gemeenschap aan meewerken. Dat is het mooie idee van een dominee, een pastoor of een voorganger, die we apart zetten, zelf betalen om hen de taken van God te laten doen.

De NBG, HSV en de NBV vertalen ‘hun handen vullen’ met ´wijden`. Op zich een mooi woord. De betekenis van dit woord lijkt mij: ‘als wij doen wat God zegt, dat God zich aan ons verbindt’. Materialen en handelingen uit onze zichtbare wereld krijgen een hemelse geestelijke betekenis.

In de Rooms Katholieken hebben ze daar het woord consecreren voor. Zo wordt de wijding van een kerk of van een bisschop consecratie genoemd. De verandering van het brood en de wijn gaat nog een stapje verder, dit noemt men wel de transsubstantiatie. Brood en wijn veranderen volgens de leer van deze kerk echt in het lichaam en het bloed van Christus.

Hoofdstuk Exodus 29
Het hoofdstuk 29 gaat het over hoe dat zalven en wijden van de priesters in zijn werk gaat. Een reeks handelingen worden uitgevoerd zoals speciale kleding laten aantrekken, reinigen met water, dieren offeren en het bloed op hen besprenkelen en het eten van aan hun speciaal toegewijd brood.  Ook het zalven met zalfolie is een onderdeel.

De begrippen wijding en consecratie kent het Hebreeuws niet. Men geeft alleen de praktijk aan en wij hebben er dus een woord voor bedacht. Hier staan de handelingen.

Het begint met het zalven van ongedesemd brood, een beeld van de zondeloosheid.
Exodus 29:1-2. Doe het volgende om Aäron en zijn zonen te heiligen, zodat ze mij als priester kunnen dienen: Neem een stier en twee rammen zonder enig gebrek. Neem verder brood, dikke broden, met olijfolie bereid, en dunne broden, met olijfolie bestreken – alles ongedesemd en gebakken van tarwebloem.

Dit is een beeld van de zalving van Aäron. Dan ook nog met het woord uitgieten erbij. Is dus groter.
Exodus 29:7-9. Zalf​ Aäron door de ​zalfolie​ over zijn hoofd uit te gieten. Laat daarna zijn zonen komen, trek hun de tunieken aan en bind hun de hoofddoeken om. Doe zowel Aäron als zijn zonen een gordel om. Door hen op deze manier te wijden, verleen je Aäron en zijn zonen voor altijd het recht om het priesterschap uit te oefenen. [hier staat weer ‘de hand vullen’ dat de NBV met ‘wijden’ vertaalt]

Daarna zijn er de handelingen voor offers van dieren, dit sluit af met deze tekst. Eerst werd de olie gesmeerd of uitgegoten, maar hier wordt de zalfolie, die voor de zalving is bestemd, gesprenkeld.
Exodus 29:21. Dan moet u wat van het bloed nemen dat op het altaar is, en van de zalfolie, en dat sprenkelen op Aäron, op zijn kleding, op zijn zonen en op de kleding van zijn zonen met hem. Dan zal hij geheiligd zijn, hij, zijn kleding, zijn zonen en de kleding van zijn zonen met hem. [HSV]

Hier wordt aangegeven wat de handelingen zijn voor de opvolging van de zalving in volgende generaties.
Exodus 29:29-30. De heilige kleding van Aäron gaat over op zijn nakomelingen; daarin moeten zij gezalfd en gewijd worden. De zoon die hem als hogepriester opvolgt en die de ontmoetingstent binnengaat om in het heiligdom de priesterdienst te verrichten, moet deze kleding zeven dagen achtereen dragen.

Exodus 29:36. Elke dag moet je een stier als ​reinigingsoffer​ aanbieden om ​verzoening​ te bewerken. Het ​altaar​ moet je met een verzoeningsrite van ​zonde​ ​reinigen​ en je moet het ​zalven​ om het te ​heiligen.

Zoals hier is te lezen is de zalving één van de onderdelen om een priester te wijden. De vlees en de voedseloffers zijn ook een onderdeel. En de kleding is een onderdeel.

Die uitgebreide reeks handelingen geven ons de mogelijkheid om te tonen dat we gehoorzaam willen zijn. Gehoorzaamheid is een belangrijk element om meer gezalfd te worden.

Hoofdstuk Exodus 30
In hoofdstuk 30 worden vijf onderwerpen voor de tempeldienst besproken waaronder de bereiding van zalfolie.

Exodus 30:22-33. De HEER zei tegen ​Mozes: ‘Neem de fijnste specerijen: vijfhonderd sjekel dikvloeibare mirre, half zoveel geurige kaneel – tweehonderdvijftig sjekel dus –, tweehonderdvijftig sjekel geurige kalmoes en vijfhonderd sjekel kassia, alles volgens het ijkgewicht van het heiligdom, en een hin olijfolie, en bereid hieruit ​heilige​ ​zalfolie, een geurig mengsel zoals een reukwerker dat maakt. Met deze ​heilige​ ​zalfolie​ moet je de ​ontmoetingstent​ ​zalven, de ​ark​ met de verbondstekst, de tafel en de ​lampenstandaard​ met alle bijbehorende voorwerpen, het ​reukofferaltaar, het ​brandofferaltaar​ met het gerei, en het ​wasbekken​ en het onderstel ervan. Hierdoor wijd je deze voorwerpen en worden ze allerheiligst; alles wat ermee in aanraking komt wordt zelf ook ​heilig. Zalf​ ook Aäron en zijn zonen; zo ​heilig​ je hen om mij als ​priester​ te kunnen dienen. Tegen de Israëlieten moet je zeggen: “Dit is ​heilige​ ​zalfolie, hij is alleen voor de HEER bestemd, in alle komende generaties. Hij mag over niemands lichaam uitgegoten worden en u mag niets op dezelfde manier bereiden: deze olie is ​heilig​ en mag door u niet ontheiligd worden. Wie eenzelfde mengsel bereidt of er iets van gebruikt voor een onbevoegde, moet ​uit de gemeenschap​ gestoten worden.”’ [wat in vers 29 met wijden is vertaald, staat in het Hebreeuws heilig]

Er zijn vier ingrediënten voor de zalfolie. Daardoor krijgt de zalfolie een bijzondere reuk. Bijzonder is dat de namen voor de specerijen ook een diepere betekenis hebben:

  1. Mirre in het Hebreeuws מר  ‘more’, dat bitter betekent. Een zalving kan lijden betekenen. Denk aan Jezus leven.
  2. Kaneel, in het Hebreeuws קנמון  ‘qinnamown’ dat gloeien of branden betekent. Vurig van Geest.
  3. Kalmoes, in het Hebreeuws קנה  ‘qaneh’ komt van rechtstaan. Zoiets als in het midden van zonde en verdorvenheid.
  4. Kassie, het Hebreeuwse woord is קדה  ‘qiddah’ dat ‘buigen/vernederen’ betekent. Voor God natuurlijk.

Zowel kassie als kaneel komen van de kaneelboom. Kassie (cinnamomum cassia) komt van de ruwe schors van de kaneelboom en niet van de zoete, jonge spruiten zoals kaneel (cinnamomum verum).

Het maken en het gebruik van deze olie moest bijzonder blijven ‘Dit is heilige zalfolie voor Mij, al uw generaties door. Een mensenlichaam mag er niet mee gezalfd worden; ook mag u niet iets soortgelijks maken volgens de bereidingswijze van deze olie. ‘Ze is heilig, heilig moet ze voor u zijn’.

Door de zalfolie precies te maken zoals de HEER voorschreef kun je je gehoorzaamheid tonen. Gehoorzaamheid is belangrijk voor het ontvangen van de zegen van de HEER.

In het Nieuwe Testament lezen we ook van zalfolie, die men gebruikte. Met onder andere nardus als ingrediënt. Een ingrediënt, die hierboven niet is genoemd. Ik heb de indruk dat toen zowel het gebruik als de samenstelling vrijer was. Laat je leiden door de Geest.

Hoofdstukken Exodus 31 tot en met 39.
In verschillende hoofdstukken kom je fragmenten over het zalven opnieuw tegen. Dit laat zien: het onderwerp is belangrijk.

Exodus 31:11 wordt de zalfolie als onderdeel van het werk van de vaklieden genoemd.
Exodus 35:8 idem als onderdeel van de bijdragen van het volk de geurige specerijen voor de zalfolie.
Exodus 35:15 idem de zalfolie als onderdeel van het werk van de vaklieden genoemd.
Exodus 35:28. De vrouwen brachten de geurige specerijen voor de zalfolie.

Exodus 37:29. Ook bereidde men de ​heilige​ ​zalfolie, en fijn reukwerk zoals een reukwerker dat maakt. [er staan twee werkwoord: weken en mengen en dat is dan vertaalt door ‘zoals een reukwerken dat maakt’.  NBG vertaalt ‘zoals een ​zalfbereider​ die bereidt’. SV vertaalt kortweg met ‘apothekerswerk’. Dat doet de KJV ook.

Exodus 39:38. Is de zalfolie één van de onderdelen die gereed was.

Hoofdstuk Exodus 40
In hoofdstuk 40, het laatste hoofdstuk van het boek Exodus, gaat de tabernakel functioneren zoals het is bedoeld. Een onderdeel van het in gebruik nemen is de zalving. Nadat de onderdelen in de tabernakel zijn geplaatst is het eerste wat moet gebeuren de zalving.

Exodus 40:9-15. Neem dan de ​zalfolie​ en ​zalf​ de ​tabernakel​ en alles wat erin staat, om de ​tabernakel​ met alle toebehoren te wijden, zodat hij ​heilig​ is. Zalf​ ook het ​brandofferaltaar​ met alle bijbehorende voorwerpen om het te wijden, zodat het allerheiligst is. Zalf​ en wijd ook het ​wasbekken​ en het onderstel. Laat dan Aäron en zijn zonen naar de ingang van de ​ontmoetingstent​ komen en reinig hen met water. Trek Aäron de ​heilige​ kleding aan en ​zalf​ hem; zo ​heilig​ je hem om mij als ​priester​ te dienen. Ontbied zijn zonen, trek hun de tunieken aan en ​zalf​ hen zoals je hun vader ​gezalfd​ hebt; dan kunnen ook zij mij als ​priester​ dienen. Door deze ​zalving​ wordt hun voor altijd, voor alle komende generaties, het priesterschap verleend.’

Hierboven staat de opdracht van de HEER. We kunnen aannemen dat het ook is uitgevoerd, want in het volgende vers staat: “Mozes​ deed alles wat de HEER hem had opgedragen”.

En dit is het zegenrijke geestelijke gevolg van al die voorbereidingen.
Exodus 40:38. Zolang hun tocht duurde, rustte overdag de wolk van de HEER op de ​tabernakel, ’s nachts verscheen er een vuur in, dat voor alle Israëlieten zichtbaar was.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
De zalving van zowel voorwerpen als mensen is een belangrijke handeling voor de rijke zegen van God. 

Exodus 28, 29 en 40 spreken over de zalving van Aäron en zijn zonen. Let op dat ook zijn zonen worden gezalfd. Bij David is ook sprake dat zijn zonen worden gezalfd. Dit zijn voorbeelden van de het overdraagbaar zijn van zalving in de geslachtenlijn.

3.3 De aanvulling in Leviticus

In het boek Leviticus zijn nog allerlei aanvullingen te vinden. Het is het boek waar het woord shemen, olie het meest in voorkomt. En dan nog weer het meest in hoofdstuk 14, 15 keer. Daar gaat het over hoe melaatsen weer rein kunnen worden verklaard.

Leviticus 8 heeft gelijkenis met de priesterwijding van Exodus 29. De zalfolie is één van de elementen voor de inwijding. Het is een moment voor de hele gemeenschap om er bij te zijn.
Leviticus 8:1-2. De HEER zei tegen ​Mozes: ‘Ontbied Aäron en zijn zonen, haal de ​priesterkleding, de ​zalfolie, een stier voor het ​reinigingsoffer, twee rammen en een mand met ongedesemd brood, en roep het hele volk bijeen bij de ingang van de ​ontmoetingstent.’

Leviticus 8:10-12. Toen nam ​Mozes​ de ​zalfolie​ en zalfde daarmee de ​tabernakel​ en alles wat zich erin bevond, en heiligde dat. Hij besprenkelde het ​altaar​ zevenmaal met de olie en zalfde ook alles wat bij het ​altaar​ hoorde, evenals het ​wasbekken​ en het onderstel. Zo heiligde hij alles.  Hij goot een deel van de olie over het hoofd van Aäron en zo, door hem te ​zalven, heiligde hij hem.

Leviticus 8:30. Mozes​ besprenkelde Aäron en diens ​kleren​ met wat ​zalfolie​ en ​bloed​ van het ​altaar. Ook de zonen van Aäron en hun ​kleren​ besprenkelde hij ermee. Zo heiligde hij Aäron en zijn zonen, evenals hun ​kleren.

In Leviticus 10 brengen twee zonen van Aäron’s oom Uzziël vreemd vuur in hun vuurbak, dat was niet volgens de voorschriften van de HEER. Het werd hun dood.

Leviticus 10:4-7. Mozes​ riep Misaël en Elsafan bij zich, de zonen van Aärons oom Uzziël. Hij zei tegen hen: ‘Kom hier en draag jullie broeders bij het ​heiligdom​ vandaan en breng hen buiten het kamp.’ Ze droegen hen, nog gekleed in hun ​tuniek, het kamp uit, zoals ​Mozes​ hun had opgedragen. Mozes​ zei tegen Aäron en zijn zonen ​Eleazar​ en Itamar: ‘Jullie mogen je haar niet los laten hangen en je ​kleren​ niet scheuren, anders sterven jullie en ontsteekt de HEER in woede tegen de hele gemeenschap. Maar jullie broeders, de overige Israëlieten, mogen wel weeklagen over het vuur dat de HEER ontstoken heeft. Omdat jullie zijn ​gezalfd​ met de olie van de HEER, mogen jullie niet buiten de omheining van de ​ontmoetingstent​ komen, anders sterven jullie.’ Ze hielden zich aan wat ​Mozes​ hun had opgedragen.

Opmerkelijk: de olie van de zalving van de HEER. Een uitdrukking, die alleen hier voorkomt.
Ook opmerkelijk: Gezalfden dienen in de omgeving van de HEER te blijven.

Melaatsen rein verklaren gaat via het bloed en de olie. Hier zien we wat in het Nieuwe Testament symbool staat voor het offer van Jezus met zijn bloed en de olie van de Heilige Geest. Beiden zijn nodig om rein te worden. Melaatsheid staat symbool voor de mens in zonde. Daarom heeft het betrekking op ons allemaal.

Leviticus 14:1-4. De HEER zei tegen Mozes: ‘Dit zijn de voorschriften die van toepassing zijn wanneer iemand die door huidvraat getroffen is, weer rein kan worden verklaard. Zo iemand moet naar de priester worden gebracht, en de priester moet buiten het kamp onderzoeken of hij van zijn huidvraat genezen is. Als dat zo is, moet de priester opdracht geven om voor degene aan wie de reiniging moet worden voltrokken twee levende, reine vogels te halen, en cederhout, karmozijn en majoraan.

Leviticus 14:5-7. De ene vogel laat hij slachten boven een met bronwater gevulde aarden schaal. De andere, levende vogel moet hij, net als het cederhout, het karmozijn en de majoraan, in het bloed van de boven het bronwater geslachte vogel dopen, en met dat bloed moet hij degene die na zijn huidvraat moet worden gereinigd zevenmaal besprenkelen. Daarna verklaart hij hem rein.

En dan volgen verder tot en met vers 32 allerlei uit te voeren handelingen. Hieronder waar van het gebruik van olie sprake is.
Leviticus 14:15-18. Daarna giet de priester een klein deel van de olie in zijn linkerhandpalm, doopt zijn rechterwijsvinger in de olie en sprenkelt met zijn vinger zevenmaal wat olie in de richting van de ontmoetingstent. Vervolgens strijkt hij wat van de olie die hij in zijn handpalm heeft uitgegoten aan de rechteroorlel van de persoon in kwestie, op de duim van zijn rechterhand en op de grote teen van zijn rechtervoet, over het bloed van het hersteloffer heen. Wat er nog aan olie in zijn hand over is, strijkt hij op diens hoofd.

Het woord zalven of zalving valt niet in Leviticus 14 maar wat de priester doet is naast het offeren de zalving om mensen weer rein te verklaren. Benny Hinn, zie hoofdstuk andere bronnen noemt dit “the lepers annoiting”. Een zalving om zondaren rein te maken.

In Leviticus 16 gaat het over de bekendmaking, openbaring of instelling, hoe zullen we het noemen van de Grote Verzoendag. Degene, die de hoofdrol vertolkt is de hoge priester. Hij is het d.ie gezalfd is.
Leviticus 16:32. De priester die gezalfd is en tot opvolger van zijn vader is aangesteld, zal dan de verzoeningsrite voltrekken. Gehuld in zijn heilige linnen kleding

Leviticus 21:10-12. De ​priester​ die aan het hoofd van zijn verwanten staat, over wiens hoofd de ​zalfolie​ werd uitgegoten en die werd aangesteld om de ​heilige​ ​kleding​ te dragen, mag zijn haar niet los laten hangen en zijn ​kleren​ niet scheuren. Hij mag nooit in de nabijheid van een lijk komen, zelfs omwille van zijn vader of moeder mag hij zich niet verontreinigen. Hij mag het ​heiligdom​ niet verlaten, anders zou hij het ​heiligdom​ van zijn God ​ontwijden, hij is immers met de ​zalfolie​ van zijn God ​gewijd. Ik ben de HEER.

Wat kunnen we van de teksten leren?
Nog enkele toevoegingen aan de regels voor een priester die is gezalfd: heilige kleding blijven dragen, je haar niet los laten hangen, je kleren niet scheuren en niet in de nabijheid van een lijk.

En natuurlijk de ‘lepers annointing’ om mensen weer rein te laten worden. Wie heeft die zalving?

3.4 De aanvulling van Numeri

Ook in het boek Numeri komen er nog verschillende aanvullingen voor.

Numeri 3 is een hoofdstuk over de Levieten, daar nog een herinnering.
Numeri 3:3. Dit waren de namen van Aärons zonen; zij waren tot priester gezalfd, zij waren aangesteld om het priesterambt te bekleden.

De zalving had hun kracht gegeven om priester te zijn. In het Hebreeuws staat wat hier cursief staat letterlijk ‘de hand gevuld’, een begrip dat we eerder tegen kwamen. De interlinear bible vertaalt met ‘filled with strength’.

Hier gaat het om iemand, die toezicht heeft op allerlei heilige zaken zoals de zalfolie.
Numeri 4:16. Eleazar, de zoon van de ​priester​ Aäron, heeft het toezicht op de olie voor het licht, op het geurige reukwerk, het dagelijkse ​graanoffer​ en de ​zalfolie. Hij heeft het toezicht op de ​tabernakel​ en alles wat zich daarin bevindt, op het hele ​heiligdom​ en alle bijbehorende voorwerpen.’

Hier nog een opmerking over het gieten van olijfolie, die mag niet worden gebruikt in verband met zonden.
Numeri 5:15. Hij mag er geen olijfolie over gieten en er geen wierook op leggen, want het is een graanoffer dat uit jaloezie voortkomt, een graanoffer dat een zonde in herinnering brengt.

In Numeri 6:15 gaat het ook weer over broden met olijfolie gezalfd of bestreken hoe je het dan ook vertaalt.

Een bijzonder hoofdstuk in verband met zalving is Numeri 7. Het woord olie komt 12 keer voor en zalving vier keer. Hier gebeurt zoiets als in onze tijd bij nieuwe Room Katholieke kerken plaatsvindt een zalving van van alles en nog wat rond het nieuwe kerkgebouw. Hier gebeurt het bij de tabernakel.

Numeri 7:1. Op de dag waarop Mozes de laatste hand legde aan het opbouwen van de tabernakel, zalfde hij die, met alle toebehoren, en ook het altaar en het altaargerei; zo heiligde hij alles.
Numeri 7:10-11. De leiders van Israël brachten ook geschenken voor de inwijding van het altaar. Toen ze op de dag waarop het gezalfd werd met hun geschenken bij het altaar kwamen, zei de HEER tegen Mozes: ‘Laat elke dag een van hen zijn geschenken voor de inwijding van het altaar aanbieden.’

Hier komt twee keer het woord chanukka voor, dat wijding, inwijding, consecratie betekent. Dit is de eerste keer dat dit woord in de Bijbel voorkomt. Het komt verder nog voor in Numeri 7:84 en 88, hieronder en in 2 Kronieken 7:9 en Nehemia 12:27 2x en in Psalm 30:1.

Numeri 7:84-88. Dit waren de geschenken die de leiders van de Israëlieten voor de inwijding van het altaar aanboden op de dag dat het gezalfd werd: allereerst twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren offerschalen en twaalf gouden schalen. Gewicht per zilveren schotel: honderddertig sjekel; gewicht per offerschaal: zeventig; in totaal wogen deze zilveren voorwerpen vierentwintighonderd sjekel, volgens het ijkgewicht van het heiligdom. Gewicht van elk van de twaalf met reukwerk gevulde gouden schalen: tien sjekel, volgens het ijkgewicht van het heiligdom; in totaal wogen deze gouden schalen honderdtwintig sjekel. Verder in totaal twaalf jonge stieren, twaalf volwassen rammen en twaalf eenjarige rammen als dieren voor de brandoffers, met de bijbehorende graanoffers; twaalf bokken voor de reinigingsoffers, en in totaal vierentwintig jonge stieren, zestig volwassen rammen, zestig bokken en zestig eenjarige rammen als dieren voor de vredeoffers. Dat waren de geschenken die voor de inwijding van het altaar werden aangeboden, nadat het gezalfd was.

Numeri 18:8. De HEERE sprak tot Aäron: En Ik, zie, Ik heb u gegeven de taak van Mijn hefoffers. Met alle heilige gaven van de Israëlieten heb Ik ze aan u gegeven, omwille van de zalving, en aan uw zonen, als een eeuwige verordening. [HSV]

De NBV vertaalt niet zozeer deze tekst maar legt vooral de tekst uit: De HEER zei verder tegen Aäron: ‘Hierbij vertrouw ik de geschenken die mij gebracht worden aan jou toe. Alle heilige gaven die de Israëlieten mij brengen, geef ik aan jou en je zonen. Ze zijn voor jullie bestemd, jullie hebben daar voor altijd recht op.

Als laatste een tekst met een bijzonder doorkijkje naar de toekomst. Als iemand zonder opzet een ander had gedood, dan moest hij om te ontkomen naar een vrijplaats gaan. Hij mocht weer terug naar zijn woonplaats als de hogepriester overleden was. Zo mogen we na de dood van Jezus, die met de heilige zalfolie is gezalfd, ook weer terug naar huis.
Numeri 35:25. De gemeenschap moet de dader tegen de bloedwreker beschermen en hem laten terugkeren naar de vrijplaats waar hij zijn toevlucht had gezocht. Daar moet hij blijven tot de dood van de hogepriester, die met de heilige olie gezalfd is.

3.5 Zalving van Rechters tot Kronieken

In deze boeken komt het woord voor zalven מָשַׁח mashach 32 keer voor. O.a. gaat het om mensen zalven voor het koningschap. Niet alle teksten met het woord voor zalven worden hieronder belicht. Pakweg de helft komt aan de orde.

In Rechters 9 staat een parabel over de bomen die een koning voor zichzelf wilden zalven, zie vers 8 en vers 15.

Vier keer gaat het over de zalving van koning Saul. Eerst is er de aankondiging, daarna de uitvoering daarvan en daarna wordt twee keer herinnert aan de zalving.
Drie keer gaat het over de zalving van koning David door Samuel en daarna nog zes keer is er een vermelding van die zalving. Verder werd Absalom gezalfd en drie keer gaat het over de zalving van koning Salomo.

De zalving van Saul tot koning
1 Samuel 9:16. ‘Morgen om deze tijd stuur ik je een man uit Benjamin. Hem zul je ​zalven​ tot vorst over mijn volk Israël. Hij zal mijn volk bevrijden uit de greep van de Filistijnen, want ik heb me hun lot aangetrokken en hun roep om hulp gehoord.’

1 Samuel 10:1. Hij goot een ​kruikje​ olie over ​Sauls​ hoofd uit, kuste hem en zei: ‘Hierbij ​zalft​ de HEER u tot vorst over het volk dat hem toebehoort.

Opmerkelijk: God zegt tegen Samuel dat hij moet zalven, de handeling uitvoeren. En Samuel zegt dat de HEER Saul zalft. De handeling is het gieten van olie over Sauls hoofd. Maar de hemel geeft er een bovennatuurlijke betekenis aan.

Als je wordt gezalfd, dan geeft dat ook een verplichting. Je staat onder leiding van de HEER. Hij zorgt voor je, voor de gezalfde is de verplichting om gehoorzaam te zijn.
1 Samuël 15:1. Op een keer zei Samuel tegen Saul: ‘De HEER heeft mij destijds gezonden om u te zalven tot koning over zijn volk, over Israël. Luister dus nu naar wat de HEER te zeggen heeft.
1 Samuël 15:17-22. … en Samuel zei: ‘U mag dan in uw eigen ogen onbelangrijk zijn, toch staat u aan het hoofd van de stammen van Israël, nietwaar? De HEER heeft u gezalfd tot koning van Israël, en de HEER heeft u eropuit gestuurd met de opdracht om de Amalekieten, die zondaars, te vernietigen en ze te bestrijden tot ze volledig waren uitgeroeid. Waarom hebt u niet geluisterd naar wat de HEER u heeft gezegd? Waarom hebt u zich op de buit gestort en iets gedaan dat slecht is in de ogen van de HEER?’ ‘Maar ik heb toch geluisterd naar wat de HEER gezegd heeft!’ wierp Saul tegen. ‘Ik ben er toch op uit getrokken zoals de HEER me heeft opgedragen! Koning Agag heb ik gevangengenomen en de rest van de Amalekieten heb ik gedood. En de soldaten hebben de beste van de buitgemaakte schapen, geiten en runderen voor vernietiging gespaard om ze in Gilgal te offeren aan de HEER, uw God.’ Daarop zei Samuel: ‘Schept de HEER meer behagen in offers dan in gehoorzaamheid? Nee! Gehoorzaamheid is beter dan offers, volgzaamheid is beter dan het vet van rammen.

De zalving van David tot koning
Het is een lezenswaardige geschiedenis. Hier de highlights.

1 Samuel 16:3. Nodig ​Isaï​ uit voor het offermaal, dan zal ik je laten weten wat je doen moet. Wie ik je aanwijs, die moet je voor mij ​zalven.’

1 Samuel 16:12-13. Isaï​ liet hem halen. Het was een knappe jongen met rossig haar en sprekende ogen. En de HEER zei: ‘Hem moet je ​zalven. Hij is het.’ Samuel​ nam de ​hoorn​ met olie en ​zalfde​ hem te midden van zijn broers. Van toen af aan was ​David​ doordrongen van de ​geest van de HEER. In de NBG vertaling: ‘Van die dag af greep de Geest des HEREN David aan’].

Hier staat wat het gevolg is van de zalving. ‘Doordringen van de geest’ of ‘greep de Geest van de HEER hem aan’. Bij de laatste nadrukkelijke leiding van de Heilige Geest.

Dit is wat de profeet Natan zegt tegen David na de geschiedenis van Bathseba en Uria.
2 Samuel 12:7. Dit zegt de HEER, de God van Israël: Ik was het die je ​zalfde​ tot ​koning​ van Israël, ik was het die je redde uit de greep van ​Saul.

De zalving van Salomo tot koning
1 Koningen 1:39-40. De ​priester​ ​Sadok​ nam de ​hoorn​ met olie, die hij uit het ​heiligdom​ had meegenomen, en ​zalfde​ ​Salomo. Toen werd er op de ​ramshoorn​ geblazen en iedereen riep: ‘Leve ​koning​ ​Salomo!’ De hele menigte volgde hem terug naar het paleis. Ze bliezen op schalmeien en juichten zo luid, dat de aarde ervan dreunde.

De zalving door de profeet Elia
In 1 Koningen 19 geeft een mooi plaatje van een middelaar, in dit geva Eia, die een anderen kan zalven.

Elia bracht zijn eigen leven als een offer, zie vers 10 en 14, ‘ik heb me met volle overgave ingezet’zegt hij. En terecht zegt hij dat. Hij ging met gevaar voor eigen leven de strijd op de Karmel aan.

Dan is hij bij de berg Horeb en krijgt de opdracht om drie mensen te zalven: twee koningen en een profeet.
1 Koningen 19:15-16. De HEER zei tegen Elia: ‘Keer terug en ga naar de woestijn van Damascus. Daar aangekomen moet je Hazaël tot koning van Aram zalven. Jehu, de zoon van Nimsi, moet je zalven tot koning van Israël, en Elisa, de zoon van Safat, uit Abel-Mechola, moet je tot je eigen opvolger zalven.

3.6 Zalven in de Psalmen

Er zijn twee teksten in de Psalmen waar het werkwoord massjach zalven in staat. Het zijn deze twee teksten.

Psalmen 45:7-8. Uw ​troon​ is voor eeuwig en altijd, o god, de ​scepter​ van het recht is uw koningsscepter, u hebt ​gerechtigheid​ lief en haat het kwaad. Daarom heeft God, uw God, u ​gezalfd met vreugdeolie, als geen van uw gelijken. [ook de SV en NBG vertalen met vreugdeolie. Ik begrijp niet waarom. in de Hebreeuwse tekst staat heilige olie]

Psalmen 89:20. In ​David​ vond ik een dienaar, ik ​zalfde​ hem met ​heilige​ olie. [David was door Samuel gezalfd, maar het was alsof de HEER dat deed. En Samuël deed dat inderdaad in opdracht van de HEER]

En verder zijn er in de Psalmen nog een drietal Hebreeuwse woorden, die met zalven kan worden vertaald. Hieronder staan ze.

Als eerste noem ik hier het woord  דָּשֵׁן dashen, Strong H1878 dat met zalven wordt vertaald, maar dat vet maken betekent. Het woord komt verder nog 11 keer voor in 11 verzen. Dit is de tekst:
Psalm 23:5b. U zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over.

Als tweede noem ik het begrip שֶׁמֶן shemen טוֹב towb, woorden met Strong nummers H2896 en H8081. Een begrip dat letterlijk ‘goede olie’ betekent. Dit staat in de volgende tekst.
Psalm 133:1-3. Een pelgrimslied, van David. Zie, hoe goed en hoe lieflijk is het dat broeders ook eensgezind samenwonen. Het is als de kostelijke olie op het hoofd, die neerdruipt op de baard, de baard van Aäron, die neerdruipt op de zoom van zijn priesterkleed. Het is als de dauw van de Hermon die neerdaalt op de bergen van Sion. Want daar gebiedt de HEERE de zegen en het leven tot in eeuwigheid.

Er zijn nog vier teksten die gaan over deze goede/kostelijke olie. In 2 Koningen 20:13 waar koning Hizkia de schatten van de tempel laat zien, inclusief de goede olie. Die tekst staat ook in Jesaja 39:2.

En verder nog deze twee teksten.
Prediker 7:1. Beter is een goede naam, dan goede olie, en de dag des doods, dan de dag dat iemand geboren wordt. [SV. De NBV vertaalt met ‘kostbare geur’]

Hooglied 1:3. … heerlijk van geur zijn uw oliën, als uitgegoten olie is uw naam. Daarom hebben de jonge meisjes u lief. [NBG]

Als derde noem ik het woord בָּלַל balal, Strong H1101 dat verder nog 43 keer in 41 verzen voorkomt en dat gieten betekent. De KJV vertaalt één keer met ‘anoint’, dat zalven betekent. En als vierde noem ik het begrip שֶׁמֶן shemen רַעֲנָן ra`anan, Strong H7488 en H8081, dat je met verse olie kunt vertalen. Dit woord en dit begrip komen in deze tekst beiden voor.
Psalm 92: 11. U geeft mij de kracht van een wilde stier, met pure olie ben ik overgoten.

Je merkt dat in het boek van de Psalmen er meer vrijheid is als het om woorden gaat. Vandaar een meer uitgebreide woordenschat. Ik denk dat dit het gevolg is van bijzondere inspiratie van de Heilige Geest.

De teksten, die hierboven staan zijn door veel christenen ook opgevallen. Dat zal ook wel een werk zijn van de Heilige Geest. Als je vervuld ben met de Geest valt het bijzondere werk van de Geest eerder op.

3.7 In de boeken van de Profeten

In de boeken van de profeten komt vijf keer het woord mashach, dat is zalven of insmeren voor. Hieronder staan deze teksten. Het gaat zowel om aardse als geestelijke betekenissen. Om een evenwichtig beeld te geven, staan hieronder alle vijf teksten.

Jesaja 21:5. Het feestmaal is aangericht, de kleden zijn uitgespreid, er wordt gegeten en gedronken. Sta op, vorsten, vet uw ​schilden​ in! [schilden waren in vroeger tijd bedekt met dierenvellen, die met vet moesten worden ingesmeerd]

Jesaja 61:1-2. De ​geest van God, de HEER, rust op mij, want de HEER heeft mij ​gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan verslagen ​harten​ hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan geketenden hun bevrijding, om een ​genadejaar​ van de HEER uit te roepen

In Jeremia 22:14 gaat het om iets met rood insmeren. De NBV hanteert hier het woord ‘verven’, het paleis prachtig rood verven.

Daniel 9:24. Zeventig ​weken​ zijn bepaald over uw volk en uw ​heilige​ stad, om de ​overtreding​ te voleindigen, de ​zonde​ af te sluiten, de ongerechtigheid te verzoenen, en om eeuwige ​gerechtigheid​ te brengen, gezicht en ​profeet​ te bezegelen en iets allerheiligst te zalven. [NBG. Dat heilige van het heilige gaat waarschijnlijk over de tempel. In studies over de toekomst is er meer uitleg over deze tekst]

Amos 6:6. Uit grote ​schalen​ drinken jullie ​wijn, en met de beste olie wrijven jullie je in, maar jullie lijden er niet onder dat Jozefs volk ten onder gaat. [geen geestelijke betekenis van de zalving]

Olie
In de boeken van de profeten komt shemen, olie, wel 33 keer voor. Één keer leggen de vertalers een relatie met zalving en wel in deze tekst.

Jesaja 10:27. Op die dag zal het gebeuren dat zijn last van uw schouder zal afglijden en zijn ​juk​ van uw hals; en dat ​juk​ zal te gronde gericht worden omwille van de ​Gezalfde. [HSV, omdat NBV en NBG het onderstreepte deel weglaten. Waarom weet ik niet. SV ‘om de Gezalfde’. De KJV ‘and the yoke shall be destroyed because of the anointing’.]

In de grondtekst staat het woord olie of vetheid. Dus letterlijk staat er ‘vanwege de olie/vetheid. Zie noot 50 van de Studiebijbel Jesaja bladzijde 263 en de tekst op bladzijde 264. De les hier lijkt dat de zalving met olie zal vrij maken. Het juk verbreken.

4. De gezalfde משיח mashiyach

Het Hebreeuwse woord voor messias, gezalfde, komt 39 keer voor: vier keer in de Torah, waarvan drie keer in het boek Leviticus.

Leviticus 4:3. … ook als de priester, de gezalfde, gezondigd heeft, zodat het volk schuldig wordt – dan moet hij voor zijn zonde, die hij begaan heeft, als zondoffer aan de HEERE een jonge stier aanbieden – het jong van een rund – zonder enig gebrek. [HSV]

In Exodus 4, vers 5 en 16 gaat het ook over de priester, de gezalfde.

Leviticus 6:22. En de priester die uit zijn zonen in zijn plaats de gezalfde zal zijn, moet dit doen. Het is een eeuwige verordening. Het moet voor de HEERE geheel en al in rook opgaan. [HSV]

De priester is de messias en ook één van zijn zonen zal weer de messias zijn.

Het woord messias komt 17 keer voor in de boeken van Samuel. Het gaat dan om koningen, die de messias zijn. De eerste was Saul. De tweede was David. Hier spreek David met respect tegen degene, die Saul als messias de genadestoot had gegeven zodat hij overleed. Van deze 17 alleen deze tekst.
2 Samuel 1:14. Daarop vroeg David: ‘Hoe hebt u het gewaagd uw hand op te heffen tegen de gezalfde van de HEER, en hem te doden?’

Eenmaal wordt de Perzische koning Cyrus de gezalfde genoemd in Jesaja 45:1. Deze Cyrus zal het volk Israël de ruimte geven om terug te keren naar het land Israël. God kijkt verder dan het volk Israël.

Klaagliederen 4:20. De ​gezalfde​ van de HEER, de adem van ons leven, is in hun kuil gevangen, hij in wiens schaduw wij hoopten te leven, te midden van de volken.

Er zijn ook teksten, die ‘de gezalfde’ in breder perspectief zetten, zoals deze teksten uit de Psalmen.

Psalm 2:2. De koningen van de aarde komen in verzet, de wereldmachten spannen samen tegen de HEER en zijn ​gezalfde.

Psalm 20:6-7. Dit weet ik zeker: de HEER schenkt de overwinning aan zijn ​gezalfde, hij antwoordt hem uit zijn ​heilige​ hemel met de overwinning door zijn machtige hand.

Psalm 28:8. De HEER is de kracht van zijn volk, een burcht van redding voor zijn ​gezalfde.

Psalm 84:10. God, ons ​schild, zie naar ons om, sla ​goedgunstig​ het oog op uw ​gezalfde.

Hier een Psalm, die spreekt over de tijd van de aartsvaders. De HEER zag hen als gezalfden en noemt hen tegelijkertijd de profeten.
Psalm 105:12-15. Toen zij weinige mensen in getal waren, een kleine schare en ​vreemdelingen​ daarin, en van volk tot volk trokken, van het ene koninkrijk tot de andere natie, gedoogde Hij niet, dat enig mens hen verdrukte, en bestrafte Hij koningen om hunnentwil: Raakt mijn gezalfden niet aan, en doet mijn ​profeten​ geen kwaad.

Psalm 132:10. Wijs omwille van ​David, uw dienaar, het verzoek van uw ​gezalfde​ niet af.
Psalm 132:17-18. Hier breng ik ​Davids​ ​huis​ tot aanzien, hier ontsteek ik een ​lamp​ voor mijn ​gezalfde. Zijn vijanden bekleed ik met schande, maar op zijn hoofd schittert een ​kroon.’

De profeet Daniël spreekt tweemaal in Daniël 9 over een toekomende gezalfde. De SV en de HSV vertalen hier met Messias, waarmee ze verwijzen naar Jezus. Deze teksten zijn dikwijls onderdeel van bezinning en ook speculaties over de eindtijd.

Daniël 9: 25-26. Je moet weten en begrijpen: Vanaf het ogenblik waarop het woord is uitgegaan dat Jeruzalem hersteld en weer opgebouwd zal worden tot het tijdstip waarop een ​gezalfde​ vorst verschijnt, zullen zeven ​weken​ verstrijken; en het herstel en de wederopbouw van de stad, met pleinen en wallen en al, zal tweeënzestig ​weken​ duren, en het zal een tijd van verdrukking zijn. Na de tweeënzestig ​weken​ zal een ​gezalfde​ worden vermoord, zonder dat iemand het voor hem opneemt. Het volk van een toekomstige vorst zal verderf brengen over de stad en het ​heiligdom. Hij zal zijn einde vinden in een overstroming. Tot aan het einde van de strijd zullen er verwoestingen zijn, zoals is vastgesteld.

In de eeuwen voor het begin van onze jaartelling werd steeds meer een nieuwe zoon van David verwacht, een nieuwe gezalfde. Immers het volk was toch aan het terugkeren naar Israël en hadden de profeten niet voorspelt dat dan de troon van David zou worden herteld?

Habakuk 3:13. Om uw eigen volk te redden trekt u uit, u komt tot redding van uw ​gezalfde. Het ​dak​ van de wetteloze slaat u stuk, u legt de fundamenten bloot tot de laatste steen.

5. Andere bronnen.

Zalving is een belangrijk onderwerp in de Bijbel. Je zou dan ook verwachten dat in boeken over de kerk of de geloofsleer je over dit onderwerp informatie zou vinden. Ik heb dat tot nu toe niet gevonden in de dogmatiek boeken die ik heb. Alleen Calvijn besteedt er in zijn Institutie aandacht aan.

In de Institutie gaat een hele paragraaf over de zalving met olie. Het is paragraaf 4.19.7. Calvijn veroordeelt het gebruik van olie als je dat als reddingsolie ziet. Een praktijk, die in die dagen veel voorkwam. Zo’n praktijk, een magische kracht zien in olie is inderdaad een soort tovenarij.

Calvijn ziet wel de geestelijke impact als je ‘gewoon’ water gebruikt bij de doop en van ‘gewoon’ brood en wijn als je dat gebruikt bij het avondmaal. Hij noemt het ‘de vorm, die Gods Woord daar indrukt’. Mooi gezegd. Zo zou Calvijn het gebruik van ‘gewone’ olie om te zalven ook kunnen zien. De teksten in deze studie uit het Woord van God geven daar alle aanleiding toe. Maar hij bespreekt het zalven met olie als je het op die manier doet echter niet.

Ik heb verder slechts twee boeken over dit onderwerp gevonden bij bol.com. Deze boeken heb ik nog niet gelezen. Iemand wel?
Van Helianthe O Neil-Eersel. De zalving die het juk verbreekt
Van Barbara Wentroble. U bent gezalfd. God heeft een buitengewoon plan voor uw leven.

In het Engels taalgebied is dit wel een gewild onderwerp. Van Benny Hinn heb ik gelezen ‘The Annointing’. Hij beschrijft zijn persoonlijk verhaal over hoe hij een zalving van God heeft gekregen. Voor Benny Hin was na salvation (redding) annointing (zalving) het belangrijkste in zijn leven. Voor Benny was dit de weg naar meer zalving: verlangen naar God, door hongeren en dorsten naar God en door God te zoeken. Iedere morgen tijd te nemen om ‘dood te zijn voor jezelf’ en God de volledige ruimte in je leven te laten innemen.

In zijn latere leven heeft Benny Hinn op zijn levenswandel kritiek gekregen. Ik was erbij toen hij vertelde wat hij niet goed deed. En ook zijn dochter deelde haar ervaringen. Zo is te zien dat een gezalfde fouten kan maken in zijn leven. En dan toch gezalfd kan blijven. Ook goed als wij een gezalfde die zijn leven betert weer in genade aannemen. Als de HEER trouw is, wij dan ook.

Verder heb ik een boek Creflo Dollar. Understanding Gods Purpose For the Annointing.

Vanuit het Engels taalgebied is ook veel op YouTube verschenen. Ik zou filmpjes uitkiezen van mensen, die in Gods kracht, ook echt tot iets bijzonders in staat zijn.

Ik heb Nederlandse YouTube filmpjes gevonden van Wilkin van der Kamp. Wilkin heeft een serie van drie filmpjes op YouTube geplaatst. Zoeken op ‘zalving en Wilkin’. Deel 1 en 2 zijn geschikt als het voor jou een totaal nieuw onderwerp is. Bekijk deel 3 als je al iets van het onderwerp weet. Bouwt op. Aanbevolen!

Wilkin heeft over dit onderwerp ook een boek geschreven met als titel ‘Gods Geest in en op ons’. Het heeft als ondertitel ‘leren je te bewegen in de zalving van de Heilige Geest’.

6. Samenvatting

Dat is misschien wel de mooiste daad van navolging van Jezus de Christus. Door net als Hij een gezalfde te willen zijn. Goed om te weten dat het woord Christus ‘gezalfde’ betekent. Net als het woord messias.

Gezalfde betekent dat je door een geestelijke gave iets kan wat normaliter aan ons mensen niet is gegeven. De zalving is ervoor om te gebruiken tot heil van onze medemensen.

Sommige mensen krijgen de zalving van de HEER voor een bepaalde plek in zijn Koninkrijk. Anderen ontdekken meer gaandeweg wat de zalving inhoudt en waar en voor wie, die is te gebruiken.

We spreken ook wel van de zalving met de Heilige Geest. Die zalving met de Heilige Geest is de zien als een gebeurtenis, die iets in je gaat uitwerken en een hulp zal zijn voor je medemensen.

In het Oude Testament lezen we dat Mozes in opdracht van God, zijn broer Aäron en zijn zonen overgoot of insmeerde met zalfolie. De zalfolie bestond uit olijfolie waar specerijen aan waren toegevoegd. Zo konden Aäron en zijn zonen God dienen als priesters om allerlei heilige handelingen te doen.

Later deed Samuël, die zowel richter als profeet was, dezelfde handeling, ook in opdracht van de HEER. Hij zalfde Saul tot koning. Enige tijd later zalfde hij David tot koning. Priester Sadok zalfde Salomo. De profeet Elia zalfde wel een drietal waaronder een koning en zijn eigen opvolger.

Waarom waren Mozes, Samuël, Sadok en Elia geschikt om dit te doen? Ze waren zelf niet gezalfd door iemand. Zij hadden blijkbaar deze mogelijkheid ontvangen van God. Uit genade. Hun bijzondere hechte relatie met God zal daarbij van belang zijn geweest. Zo zie je dat je ook een zalving kunt ontvangen zonder dat je met olie wordt gezalfd door anderen.

Van groot belang is om te zien dat een product van de aarde een hemelse kracht kan krijgen. Zoals het water van de doop iemand vrij kan maken en door brood en de wijn iemand de relatie met de Heer kan opmerken. Zo kan de zalving met olie iemand een hemelse genezing, gaven van de Geest, autoriteit en kracht geven. Je kunt deze gebeurtenis wijding noemen. In de Rooms Katholieke kerk heeft men hier het woord consecratie voor. Iets aards krijgt hemelse kracht. Het Oude Testament geeft nog tal van andere voorbeelden daar van.

Een zalving met olie leidt niet automatisch tot een extra geestelijk vermogen. Ik denk even aan de waarschuwing van Calvijn, maar omdat God er zijn kracht aan verleend. Je moet als degene, die zalft met olie weten dat het de wil van de HEER is om dit te doen.

Het Oude Testament spreekt over koningen als gezalfden. Als je met olie bent gezalfd, dan ben je een gezalfde, of met een Hebreeuws woord, een messias of met een Grieks woord, een christus. Je kan zeggen Messias Aäron en messias David. Dit klinkt vreemd in onze oren, maar het staat zo in de Bijbel.

Het Oude Testament spreekt tientallen keren over zalving en een paar keer over gezalfden, messiassen. In het Nieuwe Testament is het juist andersom. Het gaat honderden keren over de Gezalfde, Jezus Christus, maar slechts een enkele keer over de zalving, die mensen ontvangen.

Alle mensen in Korinthe hadden een zalving ontvangen staat er. Door de zalving ga je lijken op Jezus. Via Hem zijn we als het ware in de drie-eenheid opgenomen, 2 Korintiërs 1:22. En door de zalving delen we ook in de vreugdeolie, Hebreeën 1:9.

In Jakobus 5:14 wordt bij de ziekenzalving, die voor de genezing is, wel zalfolie gebruikt. Door oudsten van de ‘ekklesia’, dat is de groep christenen waar je bij hoort en die zich laten leiden door de Heilige Geest.

Je kunt bidden voor mensen, je kunt de handen opleggen, maar je kunt dus ook iemand zalven met olie voor de vervulling met de Heilige Geest. En het kan ook wel zijn dat als je deze dingen hebt gedaan, dat het is alsof de HEER dat zelf heeft gedaan. Jouw handen waren Gods handen.

In het grotere plaatje ziet het er als volgt uit. Er zijn allerlei ingangen om verder te komen. Bekering, gehoorzaamheid, dopen in water en dus ook zalven met olie. Die leiden tot zoiets wat je als vervuld met de Geest zou kunnen noemen. En die vervulling met de Geest heeft allerlei gevolgen. Gaven van de Geest, die gaan functioneren. Mooie vrucht van de Geest. Paulus noemt ook nog bedieningen en werkingen. Maar de vervulling met de Geest kan dus ook leiden tot een bijzondere zalving.

Drie keer gaat het in het Nieuwe Testament over mensen, die christenen worden genoemd. Is dat omdat we verbonden zijn met Christus, de Gezalfde. Of is dat omdat ook christenen ‘gezalfden’ zijn. Gezalfd omdat de Heilige Geest in hen woont.

En wellicht hebben we ook wel eens, toen iemand voor ons bad, zalfolie ontvangen op onze handen of op ons hoofd. Persoonlijk denk ik dat we ook christenen worden genoemd omdat we ook anderen zalven met de Heilige Geest. En als we dat doen laten we dan ook gebruik maken van zalfolie.

Het onderwerp zalving is in Nederland nogal onbekend, terwijl in Noord en Zuid Amerika de zalving een groot onderwerp is. Hoe komt dat? Zullen wij in Nederland vinden, dat de mens daardoor teveel in het middelpunt komt te staan? Maar ja, zalving is ten dienste van onze naaste. Of vinden we zalving lastig omdat die dingen van de Geest niet beheersbaar zijn? Maar ja, zo is toch het leven van een christen. Wij volgen alleen. Of is het omdat andere mensen ermee aan de haal zouden kunnen gaan? Maar verkeerde toepassing geeft hooguit aan dat een onderwerp belangrijk is. En dat je je op juist gebruik moet concentreren.

Als er weerstand tegen bepaalde onderwerpen van de Bijbel is gaan mensen er een oplossing voor bedenken. Dat gebeurt bij diverse onderwerpen. Dat gebeurt ook bij het onderwerp zalving gebeuren. Bij de weerstand gebruikt men steeds dezelfde weg. Zo kun je aangeven dat het onderwerp iets is van vroeger, wat soms ook zo is, of dat het onderwerp iets is voor de toekomst, we zijn er nog niet aan toe, of dat het een onderwerp is voor het volk Israël en niet voor ons. Of men gaat zeggen, en dat is een heel slimme: ‘We hebben dit al’. Daardoor zou het dan niet meer relevant zijn.

Alle mogelijke tegenwerping tegen het omarmen van het onderwerp zalving zijn volgens mij niet geldig. Dus: streef naar meer zalving.

7. Werkvorm

Lees bij het hoofdstuk andere bronnen welke weg Benny Hinn is gegaan om zijn zalving te ontvangen. Bedenk voor jezelf een weg, die jij kunt gaan.

Dit is de werkvorm, die bij de online meeting van 17 juni 2020 voor de cursus Focus op het Koninkrijk is gebruikt.

  • Lees 1 Joh 2 : 20 over de zalving die we ontvangen hebben van de Heilige en
  • Lees 1 Joh 2 : 27 over de zalving die op ons blijft.
  • 1e gespreksvraag: weet je dat je een zalving hebt ontvangen? 1 Joh 2 : 20
  • 2e gespreksvraag: merk je dat de zalving op je blijft? 1 Joh 2 : 27? Hoe merk je dat?
  • 3e gespreksvraag: hoe zie je het dat je van tijd tot tijd opnieuw vervulling van de HG nodig hebt en dat er staat dat de zalving op je blijft? 1 Joh 2 : 27

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.