Studie de Waarden van God

De waarden van God zijn de basis voor wat God wil. Wat God wil is steeds in overeenstemming met zijn waarden.

Welke waarden van God zijn in de Bijbel te vinden? Hieronder staan vrede, rechtvaardigheid, een groep van begrippen genade, liefde, vriendelijkheid en tenslotte de waarde ‘heil’.

Hier komt slechts een kleine selectie van teksten aan de orde namelijk alleen die waarbij het woord iets over God zegt. En ook alleen de zelfstandig naamwoorden. Ik weet nog niet of het verstandig is dat ik me daartoe beperk.

Vrede

Hier is in het Hebreeuws een woord voor dat grote bekendheid geniet namelijk het woord shalom. In het Grieks is het woord eirene. Een woord waarnaar prinses Irene, de zus van onze oud koningin Beatrix is vernoemd. Zij werd in 1939 geboren. Een jaar waarin de mensen sterk hoopten op vrede.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1שָׁלוֹם šālômZelfstandig naamwoord
mannelijk
H7965Vrede
Komt 237 keer voor in 209 verzen.
KJV: peace (175x), well (14x), peaceably (9x), welfare (5x), salute (with H7592) (4x), prosperity (4x), did (3x), safe (3x), health (2x), peaceable (2x), miscellaneous (15x).
2εἰρήνη eirēnē
Zelfstandig naamwoord
vrouwelijk
G1515
SB1359
Vrede
Komt 92 keer voor in 86 verzen
KJV: peace (89x), one (1x), rest (1x), quietness (1x).

In ons taalgebruik denken we bij vrede om het tegengestelde van oorlog. Een enkele keer wordt het in de Bijbel ook in die zin gebruikt.

In de Bijbel is het vooral een ‘volledige of gave toestand’. Bron Studiebijbel.

De vrede van God is van een bijzondere orde. Niet zoals de wereld die geeft, Johannes 14:27. De vrede gaat alle verstand te boven. Filippenzen 4:7. Voor wie de vrede van God kent, die is inderdaad ultieme rust. weldadige warmte, sprankelend, geeft vreugde etc.

In het Grieks komt naast eirene ook nog vier keer een ander woord voor dat je met vredig of vredestichter zou kunnen vertalen, zie aan het eind van het hoofdstuk van het Nieuwe Testament.

Het Hebreeuwse Shalom

Dit is wat de HEER tegen Abram tijdens een heel persoonlijk moment zegt.
Genesis 5:15. Wat jou betreft: jij zult in vrede met je voorouders worden verenigd en in gezegende ouderdom begraven worden. 16Pas de vierde generatie zal hierheen terugkeren, want pas dan hebben de Amorieten zo veel misdaden bedreven dat de maat vol is.’

Komt in zegen van Aäron voor.
Numeri 6:22-26. De HEER zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen Aäron en zijn zonen dat zij de Israëlieten met deze woorden moeten zegenen: “Moge de HEER u zegenen en u beschermen, moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn, moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.”

Hier een overzicht van wat in de brieven in het Nieuwe Testament over de vrede is geschreven. En dan alleen die teksten, die gaan over de vrede, die van God uit gaat. Dus niet de onderlinge vrede tussen broeders en volken.

Het Griekse Eirene

Dit Griekse woord kennen we van Irene, de prinses van Oranje, die in 1939 vlak voor de Tweede Wereldoorlog werd geboren. De naam lijkt op een wens of gebed van Juliana en Bernard.

De 86 verzen waar het woord eirene in voorkomt geven verschillende kanten aan van het woord.

Ik heb ze gegroepeerd in een volgorde, die mij meest aansprak. Eerst over God en het evangelie. Daarna hoe we aan de vrede kunnen komen. Welke gevolgen de vrede heeft. Vervolgens hoe we de vrede uit kunnen dragen. En tenslotte nog enkele bijzondere kanten van de zaak.

God van de vrede

Romeinen 15:33. De God van de vrede zij met u allen. Amen.
Romeinen 16:20. De God van de vrede zal Satan nu spoedig te gronde richten en aan uw voeten leggen. De genade van onze Heer Jezus zij met u.

1 Korintiërs 14:33. … want God is niet een God van wanorde maar van vrede. Zo is het in alle gemeenten van de heiligen.
2 Korintiërs 13:11. Tot slot, broeders en zusters, wees verheugd. Beter uw leven, neem mijn vermaningen ter harte, wees eensgezind, leef in vrede met elkaar – dan zal de God van de liefde en de vrede met u zijn.

Filippenzen 4:9. Doe alles wat ik u heb geleerd en overgedragen, wat ik u heb verteld en laten zien. Dan zal de God van de vrede met u zijn.

1 Tessalonicenzen 5:23. Moge de God van de vrede uw leven geheel en al heiligen, en mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus.

Hebreeën 13:20. Moge de God van de vrede, die onze Heer Jezus, de machtige herder van de schapen, door het bloed van het eeuwig verbond uit het dodenrijk heeft weggeleid, u toerusten met al het goede, zodat u zijn wil kunt doen

De Heer van de vrede
2 Tessalonicenzen 3:16. Moge de Heer van de vrede u altijd en op elke wijze vrede geven. De Heer zij met u allen.

Melchizedek
Hebreeën 7:2. … waarna Abraham hem een tiende van alle buit gaf. Zijn naam betekent ‘koning van de gerechtigheid’, en verder is hij ook koning van Salem, dat is ‘koning van de vrede’.

De God van de vrede wil ons ook vrede geven. Ook Jezus wil ons vrede geven. Hij spreek vrede over ons uit. En de apostelen willen ons vrede geven.

Het evangelie is het evangelie van de vrede.
Dat is wat we bedoelen te bereiken. Mensen, die in de vrede komen.

Handelingen 10:36. God heeft aan de Israëlieten bekendgemaakt dat Hij door Jezus Christus het goede nieuws van de vrede is komen brengen. Deze Jezus is de Heer van alle mensen.

Romeinen 10:15.
Efeziërs 6:15. … de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten,

Gods doel is dat wij in vrede leven.

1 Korintiërs 7:15-16. Maar als de ongelovige partij wil scheiden, moet dat maar gebeuren; in dat geval is de broeder of zuster niet gebonden. Bedenk echter dat u door God geroepen bent om in vrede te leven. Wie weet kunt u uw man wel redden! En wie weet kunt u uw vrouw wel redden!

Kolossenzen 3:15. Laat de vrede van Christus heersen in uw hart, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam.

Hoe kom je aan de vrede

Lucas 2:14. ‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor de mensen die Hij liefheeft.’
Lucas 7:50. Hij zei tegen de vrouw: ‘Uw geloof heeft u gered; ga in vrede.’
Lucas 8:48. Hij zei tegen haar: ‘Uw geloof heeft u gered, mijn dochter, ga in vrede.’

Johannes 14:27. Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet. Johannes 16:33. Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij Mij. Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld, maar houd moed: Ik heb de wereld overwonnen.’

Handelingen 9:31. In heel Judea en Galilea en Samaria leefde de gemeente in vrede en kwam tot bloei. De gelovigen leefden in ontzag voor de Heer, en dankzij de bijstand van de heilige Geest nam hun aantal steeds meer toe.

Romeinen 2:10. Maar iedereen die het goede doet wacht glorie, eer en vrede, de Joden in de eerste plaats, maar ook de andere volken. Romeinen 8:6. Het aardse streven leidt tot de dood, maar het streven waartoe de Geest aanzet leidt tot leven en vrede.

Romeinen 14:19.

Galaten 5:22. Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof,

Galaten 6:15-16. Het doet er niet toe of iemand besneden is of niet, maar alleen of iemand een nieuwe schepping is. Moge er vrede en barmhartigheid zijn voor allen die bij deze maatstaf blijven, en voor het Israël van God.

2 Timoteüs 2:22. Mijd de begeerten van de jeugd, streef naar rechtvaardigheid, geloof, liefde en vrede met hen die de Heer met een zuiver hart aanroepen.

Hebreeën 12:11. Een vermaning lijkt op het moment zelf geen vreugde te brengen, slechts verdriet, maar wie erdoor gevormd is plukt er op den duur de vruchten van: een leven in vrede en gerechtigheid.
Hebreeën 12:14. Streef ernaar in vrede te leven met allen en leid een heilig leven; wie dat niet doet zal de Heer niet zien.

1 Petrus 3:11. … laat hij het kwaad mijden en doen wat goed is, laat hij naar vrede streven en die najagen.

2 Petrus 3:14. Omdat u hiernaar uitziet, geliefde broeders en zusters, moet u zich inspannen om smetteloos, onberispelijk en in vrede door Hem te worden aangetroffen.

2 Johannes 1:3. Genade, barmhartigheid en vrede zullen bij ons zijn, van God, de Vader, en van Jezus Christus, de Zoon van de Vader, in waarheid en liefde.

3 Johannes 1:15. Vrede zij met u. De vrienden hier groeten u. Groet elk van de vrienden bij u persoonlijk.

Judas 1:2. Barmhartigheid zij u, vrede en liefde, in overvloed.
Openbaring 1:4. Van Johannes, aan de zeven gemeenten in Asia. Genade zij u en vrede van Hem die is, die was en die komt, en van de zeven geesten voor zijn troon,

Gevolgen van de vrede in ons

Lucas 2:29. ‘Nu laat U, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals U hebt beloofd.

Romeinen 5:1. Nu wij rechtvaardig verklaard zijn op grond van geloof, leven we in vrede met God, door onze Heer Jezus Christus.

Efeziërs 4:3. Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.

Filippenzen 4:7. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.

Jakobus 3:18. Waar in vrede wordt gezaaid, brengt gerechtigheid haar vruchten voort voor hen die vrede stichten.

Uitdragen: Zegen en groet
De meeste woorden hieronder zijn meer dan een groet en ook meer dan een wens. Zelfs nog meer dan een gebed. Als je het in geloof uitspreekt komt de vrede over de ander. Je kunt het tegenhouden en niet willen ontvangen, maar het wordt wel als een soort pakketje op je af gestuurd.

Lucas 19:38. Ze riepen: ‘Gezegend Hij die komt als koning, in de naam van de Heer! Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste!’

Lucas 24:36. Terwijl ze nog aan het vertellen waren, kwam Jezus zelf in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij met jullie.’
Johannes 20:19. Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; uit angst voor de Joden hadden ze de deuren op slot gedaan. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij met jullie!’

Johannes 20:21. Nog eens zei Jezus: ‘Vrede zij met jullie! Zoals de Vader Mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit.’
Johannes 20:26. Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren op slot zaten, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Vrede zij met jullie!’ zei Hij,

Handelingen 16:36. De gevangenbewaarder stelde Paulus daarvan op de hoogte: ‘Het stadsbestuur heeft mensen gestuurd om u vrij te laten. U mag dus vertrekken. Ga in vrede!’

Romeinen 1:7. Aan allen in Rome, geliefden van God, geroepen om zijn heiligen te zijn. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.

Romeinen 15:13. Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop steeds blijft toenemen door de kracht van de heilige Geest.

1 Korintiërs 1:3. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.
2 Korintiërs 1:2. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.

Galaten 1:3. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus,
Efeziërs 1:2. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.

Efeziërs 6:23. Vrede zij met de broeders en zusters, en liefde en geloof, van God, de Vader, en van de Heer Jezus Christus.

Filippenzen 1:2. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.

Kolossenzen 1:2. Aan de heiligen in Kolosse, onze gelovige broeders en zusters, die één zijn met Christus. Genade zij u en vrede van God, onze Vader.

1 Tessalonicenzen 1:1. Van Paulus, Silvanus en Timoteüs. Aan de gemeente in Tessalonica, die toebehoort aan God, de Vader, en de Heer Jezus Christus. Genade zij u en vrede.

2 Tessalonicenzen 1:2. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.

1 Timoteüs 1:2. Aan Timoteüs, mijn waarachtig kind in het geloof. Genade, barmhartigheid en vrede van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze Heer!
2 Timoteüs 1:2. Aan Timoteüs, mijn geliefd kind. Genade, barmhartigheid en vrede van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze Heer!

Titus 1:4. Aan Titus, mijn waarachtig kind in ons gemeenschappelijk geloof. Genade en vrede van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze redder!
Filemon 1:3. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.

1 Petrus 1:2. … door God, de Vader, voorbestemd om, geheiligd door de Geest, gehoorzaam te zijn en met het bloed van Jezus Christus besprenkeld te worden. Genade zij u en vrede, in overvloed.

1 Petrus 5:14. Groet elkaar met een kus als teken van uw onderlinge liefde. Vrede zij met u allen, die één bent met Christus.

2 Petrus 1:2. Genade zij u en vrede, in overvloed, door de kennis van God en van Jezus, onze Heer.
Opmerking: NBG ‘vermenigvuldigt’ in plaats van overvloed.

Dikwijls kun je de wens, het gebed, de belofte lezen dat er vrede over je komt.

Over de vrede, wat de vrede is

Lucas 1:79. .. en schijnen over allen die in duisternis verkeren, in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.’

Romeinen 3:17. De weg van de vrede kennen ze niet,

Romeinen 14:17. … want het koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest.

Er zal ook vrede zijn tussen het volk Israël en de andere volken.

Efeziërs 2:14-15. Want Hij is onze vrede: Hij heeft met zijn dood Joden en niet-Joden verenigd, de muur van vijandschap, die hen scheidde, afgebroken en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen. Zo bracht Hij vrede

Efeziërs 2:17. Vrede kwam Hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren:

Vrede bij het evangeliseren.

Matteüs 10:13. Laat jullie vrede over dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat niet waard is, laat dan die vrede naar je terugkeren.
Matteüs 10:34 Denk niet dat Ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.
Marcus 5:34. Toen zei Hij tegen haar: ‘Uw geloof heeft u gered, mijn dochter; ga in vrede, u bent van uw kwaal genezen.’

Lucas 10:5-6. Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!” Als er iemand woont die de vrede liefheeft, zal jullie vrede met hem zijn; zo niet, dan zal die vrede bij je terugkeren.

Vrede in tegenstelling tot oorlog.

Lucas 14:32. Als hij dat niet kan, stuurt hij eerst, wanneer de troepen nog ver van elkaar verwijderd zijn, een gezant om naar de voorwaarden voor vrede te vragen.

Handelingen 12:20. Destijds was Herodes de inwoners van Tyrus en Sidon vijandig gezind. De beide steden stuurden gezamenlijk enkele afgezanten naar het hof, waar ze Blastus, de kamerheer van de koning, voor hun zaak wisten te winnen. Ze wilden vrede sluiten omdat hun gebied voor de voedselvoorziening afhankelijk was van dat van de koning.

Handelingen 24:2. Toen hij voor het gerecht geroepen was, begon Tertullus zijn requisitoir als volgt: ‘Excellentie, dat wij dankzij u in duurzame vrede leven en dat door uw vooruitziend beleid hervormingen ten gunste van het Joodse volk tot stand komen,

1 Tessalonicenzen 5:1-3. Broeders en zusters, ik hoef u niet te schrijven over het moment waarop dit zal gebeuren, want u weet zelf maar al te goed dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. Als de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid is, worden ze plotseling getroffen door de ondergang, zoals een zwangere vrouw door barensweeën.

Teksten, die ik nog niet heb kunnen onderbrengen bij een thema

Lucas 12:51. Denken jullie dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Integendeel, Ik zeg jullie dat Ik verdeeldheid kom brengen.

Lucas 19:42. Hij zei: ‘Had ook jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen! Maar dat blijft voor je verborgen, ook nu.

Openbaringen 6:4. Er verscheen een ander, vuurrood paard. De ruiter kreeg de opdracht om de vrede uit de wereld te verdrijven, zodat men elkaar zou afslachten. Hij kreeg een groot zwaard. 

Jacobus 2:14-16. Broeders en zusters, wat heeft het voor zin als iemand zegt te geloven, maar hij handelt er niet naar? Zou dat geloof hem soms kunnen redden? Als een broeder of zuster nauwelijks kleren heeft en elke dag eten tekortkomt, en een van u zegt dan: ‘Het ga je goed! Kleed je warm en eet smakelijk!’ zonder de ander te voorzien van de eerste levensbehoeften – wat heeft dat voor zin?

Met elkaar in vrede leven
Er is ook een werkwoord m.b.t. vrede namelijk εἰρηνεύω eiréneuó, Strong G1514. In het Nederlands bestaat er geen werkwoord m.b.t. vrede. We kunnen het vertalen met o.a. de vrede bewaren of in vrede leven.

Marcus 9:50. Zout is goed! Maar als het zout zijn kracht verliest, hoe zul je het zijn kracht dan teruggeven? Zorg dat jullie het zout in jezelf niet verliezen en bewaar onder elkaar de vrede.’ Werkwoord G1514.

Romeinen 12:18 Stel, voor zover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven.

2 Korintiërs 13:11. Tot slot, broeders en zusters, wees verheugd. Beter uw leven, neem mijn vermaningen ter harte, wees eensgezind, leef in vrede met elkaar – dan zal de God van de liefde en de vrede met u zijn.

1 Tessalonicenzen 5:12-13. Wij vragen u, broeders en zusters, diegenen onder u te erkennen die zich op gezag van de Heer ervoor inzetten u te leiden en terecht te wijzen. U moet hun om hun werk veel liefde en respect betonen. Leef in vrede met elkaar.

Vreedzaam, vredig
In twee teksten komt het bijvoeglijk naamwoord m.b.t. vrede voor namelijk εἰρηνικός, eirēnikos, Strong G1516, en SB1360.

Hebreeën 12:11. En elke bestraffing schijnt op het moment zelf wel geen reden tot blijdschap te zijn, maar tot droefheid. Maar later geeft zij hun die erdoor geoefend zijn een vreedzame vrucht van gerechtigheid. [HSV]
Opmerking: NBV vertaalt laatste deel met ‘een leven in vrede en gerechtigheid’.

Jacobus 3:17. De wijsheid van boven daarentegen is vóór alles zuiver, en verder vredelievend, mild en meegaand; ze is vol ontferming en brengt niets dan goede vruchten voort, ze is onpartijdig en oprecht.

Vredestichten en vredestichter
Eenmaal komt het werkwoord vrede brengen of vrede stichten voor namelijk εἰρηνοποιέω, eirēnopoieō, Strong 1517 en SB1361

Dit gaat over Jezus, de geliefde Zoon.
Kolossenzen 1:20. … en door Hem en voor Hem alles met zich willen verzoenen, alles op aarde en alles in de hemel, door vrede te brengen met zijn bloed aan het kruis.

Eenmaal komt er een bijvoeglijk naamwoord voor m.b.t. vrede brengen of vrede stichten, dat is εἰρηνοποιός, eirēnopoios, Strong 1518 en SB1362.

Matteüs 5:9. Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Opmerking: de HSV vertaalt het eerste woord met ‘zalig’.

Rust

Het Hebreeuws ken een werkwoord en een zelfstandig naamwoord voor rusten. Het Grieks heeft zelfs beiden voor bijzonder goede rust.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1שָׁבַת
šāḇaṯ
WerkwoordH7673Rusten
Komt 71 keer voor in 67 verzen.
KJV: cease (47x), rest (11x), away (3x), fail (2x), celebrate (1x), miscellaneous (7x).

שַׁבָּתוֹן šabāṯônZelfstandig naamwoord
mannelijk
H7677Rust
Komt 11 keer voor in 10 verzen.
KJV: rest (8x), sabbath (3x).
2καταπαύω katapauōWerkwoordG2664
SB2369
Komt 4 keer voor in 4 verzen.
KJV: restrain (1x), rest (1x), give rest (1x), cease (1x).
κατάπαυσις
katapausis
Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
G2663
SB2368
Komt 9 keer voor in 8 verzen.
KJV: rest (9x).

Bij de Hebreeuwse woorden herkennen we het woord sabbat, dat we kennen als de naam voor de rustdag. Er is dus een aanverwant woord als werkwoord rusten en een zelfstandig naamwoord de rust.

Het werkwoord pauo betekent stoppen met werken, rusten Het woord kata voor dit woord heeft in het Grieks een versterkend effect.

Het zijn woorden waarin we het woord pauze in onze taal herkennen. Pauze geeft ook tijd een tijd van rust aan. De woorden in de tabel gaan dus om een ultieme rust, een rust, die alleen God kan geven.

Teksten van het Oude Testament

Hier slechts een kleine selectie van teksten.

Genesis 2:2-3. Op de zevende dag had God zijn werk voltooid. Op de zevende dag rustte Hij van het werk dat Hij gedaan had. God zegende de zevende dag en heiligde die, want op die dag rustte Hij van heel zijn scheppingswerk.

Exodus 16:23. Mozes zei tegen hen: ‘De HEER heeft dit zo bepaald. Morgen is het een dag van rust, een heilige sabbat ter ere van de HEER . Bak of kook daarom wat u wilt klaarmaken, en bewaar wat er overblijft tot morgen.

Exodus 31:15. Zes dagen mag je werken, maar de zevende dag is het sabbat, een dag van volstrekte rust, die aan de HEER gewijd is. Wie op sabbat werkt, moet ter dood gebracht worden.”

Exodus 35:2. … zes dagen kan er gewerkt worden, maar de zevende dag, de sabbat, moet een dag van volstrekte rust zijn, gewijd aan de HEER . Iedereen die dan werkt moet ter dood gebracht worden.

Leviticus 16:31. Die dag moet in volstrekte rust en onthouding worden doorgebracht; deze bepaling blijft voor altijd van kracht.

Teksten van het Nieuwe Testament

Hieronder alle teksten van beide woorden van de tabel.

Hier een deel van de toespraak van Stefanus, die het verleden in herinnering roept. met een citaat uit Jesaja 66:1.
Handelingen 7:47-49. Maar Salomo bouwde voor Hem een huis. De Allerhoogste woont echter niet in tempels die met handen gemaakt zijn, zoals de profeet zegt: De hemel is voor Mij een troon en de aarde een voetbank voor Mijn voeten. Wat voor huis zult u dan voor Mij bouwen, zegt de Heere, of wat is de plaats van Mijn rust? [HSV]

Opmerking 1: de NBV geeft wellicht voor ons begrijpelijker de bedoeling van de tekst weer door de laatste woorden van de tekst te vertalen met ‘een plaats waar Ik kan rusten?’
Opmerking 2: bij de Joden was het idee dat voor God de tempel een plaats was van zijn rust. Dat wil zeggen daar woonde Hij. Net zoals ons huis als het goed is een plaats is van rust. Van veiligheid wordt daarmee ook bedoeld.
Opmerking 3: Stefanus weerspreekt die overtuiging met een citaat uit Jesaja 66:1. Zo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon en de aarde de voetbank van Mijn voeten. Waar zou dan het huis zijn dat u voor Mij zou willen bouwen en waar de plaats van Mijn rust? [HSV]

In deze tekst staat het werkwoord met een lijdend voorwerp. Paulus en Barnabas lukte het om de menigte tot rust te brengen.
Handelingen 14:18. Door deze woorden slaagden ze er met moeite in de mensenmenigte ervan te weerhouden om aan hen een offer te brengen.
Opmerking: de vertaling geeft naar mijn mening een andere indruk van de Griekse woorden dat de bedoeling is.

Hebreeën 3:11. En in mijn toorn heb Ik gezworen: “Nooit zullen ze mijn rust binnengaan.”’

Opmerking 1: Dit verwijs naar de geschiedenis toen de tien verspieders het land Kanaän door ongeloof niet wilden intrekken. Deze tekst verwijst naar deze tekst.
Deuteronomium 1:34-35. Toen de HEERE uw woorden hoorde, werd Hij zeer toornig en zwoer: Niemand van deze mannen, van deze slechte generatie, zal het goede land zien dat Ik gezworen heb aan uw vaderen te geven! [HSV]

Opmerking 2: De rust in Hebreeën 3:11 gaat dus over het beloofde land. Daarom staat er in volgende teksten ook steeds binnengaan. Je moet ene land binnengaan.

Hebreeën 3:18. En aan wie zwoer Hij dat ze zijn rust niet zouden binnengaan – toch zeker aan hen die ongehoorzaam waren?
Opmerking 1: deze tekst voegt toe dat het alleen gaat om die mensen, die ongehoorzaam waren.

Opmerking 2: de HSV verwijst naar onderstaande tekst uit het boek Numeri, waar het gaat om dezelfde geschiedenis als in Deuteronomium 1. Als je gelooft en gehoorzaam bent dan deel je mee in de heerlijkheid van de Heer.
Numeri 14:20-24. De HEERE zei: Op uw woord heb Ik hun vergeven.
Echter, zo waar Ik leef, de hele aarde zal met de heerlijkheid van de HEERE vervuld worden! Want al de mannen die Mijn heerlijkheid gezien hebben en Mijn tekenen, die Ik in Egypte en in de woestijn gedaan heb, en die Mij nu al tien keer op de proef gesteld hebben en niet naar Mijn stem hebben geluisterd, zij zullen het land dat Ik hun vaderen gezworen heb, niet zien! Ja, geen van allen die Mij verworpen hebben, zullen het zien! Maar Mijn dienaar Kaleb, omdat in hem een andere geest was en hij erin volhard heeft Mij na te volgen, hem zal Ik brengen in het land waar hij geweest is, en zijn nageslacht zal het in bezit nemen. [HSV]

Hebreeën 4:1-2. Aangezien de belofte om zijn rust binnen te gaan nog steeds van kracht is, moeten we ervoor waken dat iemand van u ook maar de schijn wekt achter te blijven. Want ook aan ons is het goede nieuws verkondigd, net als aan hen; maar het verkondigde woord baatte hun niet, omdat zij het – anders dan wie het aannamen – niet geloofden.
Opmerking: dat is cruciaal dat je God gelooft, vertrouwt op zijn woord.

Hebreeën 4:3-5. Omdat wij echter geloven, gaan we de rust binnen waarvan Hij gezegd heeft: ‘In mijn toorn heb Ik gezworen: “Nooit zullen ze mijn rust binnengaan”’ – hoewel zijn werk al met de grondvesting van de wereld voltooid was. Over de zevende dag heeft Hij immers ergens gezegd: ‘En op de zevende dag rustte God van al zijn werk,’ hier echter: ‘Nooit zullen ze mijn rust binnengaan.’

Hebreeën 4:6-7. Het staat dus vast dat mensen er kunnen binnengaan, maar degenen aan wie vroeger het goede nieuws verkondigd is, zijn er vanwege hun ongehoorzaamheid niet binnengegaan. Daarom legt God opnieuw een dag vast, een ‘vandaag’, waarover Hij, zoals eerder is opgemerkt, lange tijd later David heeft laten zeggen: ‘Horen jullie vandaag zijn stem, wees dan niet halsstarrig.’
Opmerking: als je Gods stem hoort, stel het niet uit, maar reageer er op ‘vandaag’.

Hebreeën 4:8-9. Was de rust hun al door Jozua gegeven, dan zou God daarna niet meer over een andere dag hebben gesproken. Er wacht het volk van God dus nog steeds een sabbatsrust.
Opmerking: je zou het woord sabbatismos, Strong 4520, SB3958 ook kunnen vertalen met sabbatsviering. Sabbat betekent al rust, dus sabbatsrust is dubbelop.

Hebreeën 4:10-11. Want wie Gods rust is binnengegaan, vindt rust na zijn werk zoals God na het zijne. Laten we dus alles op alles zetten om die rust binnen te gaan, opdat niemand dit voorbeeld van ongehoorzaamheid volgt en te gronde gaat.

Opmerking: het gaat er steeds om dat we de rust binnengaan, Strong G1525. Het is dus iets waar je naar binnen kan gaan, net zoals destijds het volk Israël in het beloofde land Kanaän. Binnengaan betekent, je moet er iets voor doen.

Overig
Er zijn nog twee woorden, die met rusten worden vertaald en dat is het zelfstandig naamwoord ἀνάπαυσις (anapausis), Strong G372 en het werkwoord ἀναπαύω (anapauō), Strong G373.

Het voorvoegsel ‘ana’ duidt in dit verband op weer of opnieuw.

Deze tekst sluit aan bij het onderwerp van deze studie. In deze tekst komen beide woorden eenmaal voor eerst het werkwoord.
Matteüs 11:28-30. Kom allen bij Mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, Ik zal jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’

Rechtvaardigheid

Het is duidelijk wat rechtvaardig is en wat niet. Wij mensen hebben daar een idee over, maar uiteindelijk is rechtvaardig dat wat God als recht heeft bepaald.

Als er zaken die niet rechtvaardig waren recht worden getrokken bijvoorbeeld door een rechtspraak, dan noemen we dat gerechtigheid. Er heeft gerechtigheid plaatsgevonden.

We gebruiken ook wel het begrip eerlijk en eerlijkheid. In de wereld van God is eerlijkheid ook een vaste waarde.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1צֶדֶק
ṣeḏeq
Zelfstandig naamwoord
mannelijk
H6664Rechtvaardigheid
Komt 119 keer voor in 112 verzen.
KJV: righteousness (77x), just (11x), justice (10x), righteous (8x), righteously (3x), right (3x), righteous cause (1x), unrighteousness (1x), miscellaneous (2x).
2δικαιοσύνη dikaiosynē
Zelfstandig naamwoord
vrouwelijk
G1343Gerechtigheid, eerlijk
Komt 92 keer voor in 85 verzen
KJV: righteousness (92x).

In de brief van de apostel Paulus aan de gemeente in Rome is een brief waarin wel 36 keer het woord dikaiosyne, rechtvaardigheid wordt genoemd.

Genade

Het begrip genade, dat je iets ontvangt wat je niet verdient hebt komt zowel in de Hebreeuwse als de Griekse tekst voor in de Bijbel. Hier de Hebreeuwse woorden.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1חֵן
ḥēn
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H2580Genade
Komt 69 keer voor in 67 verzen.
KJV: grace (38x), favour (26x), gracious (2x), pleasant (1x), precious (1x), wellfavoured (with H2896) (1x).
2חָנַן ḥānanWerkwoordH2603Genadig zijn.
Komt 79 keer voor in 73 verzen.
KJV: mercy (16x), gracious (13x), merciful (12x), supplication (10x), favour (7x), besought (4x), pity (4x), fair (1x), favourable (1x), favoured (1x), miscellaneous (9x).
3חַנּוּן ḥannûn
Bijvoeglijk
naamwoord
H2587Genadig.
Komt 13 keer voor in 13 verzen.
KJV: gracious (13x).

In de Hebreeuwse tekst komt 43 keer het werkwoord voor vinden gekoppeld aan het woord voor genade. Het woord voor vinden, מָצָא māṣā’, Strong H4672, komt in totaal wel 457 keer voor.

In de Bijbel komt vier keer de naam van een toren in Jeruzalem voor die heeft God is genadig, in het Hebreeuws חֲנַנְאֵל (ḥănan’ēl), Strong H2606, namelijk in Nehemia 3:1 en 12:39, Jeremia 31:38 en Zacharia 14:10.

Genade in het boek Genesis

Het zelfstandig naamwoord komt in het boek Genesis 14 keer voor en het werkwoord vier keer.

De teksten hieronder zijn allemaal uit de HSV vertaling omdat de NBV het woord niet gaat vertalen, maar gaat omschrijven wat volgens de NBV de bedoeling lijkt, zie bij de eerstgenoemde tekst.

Genesis 6:8. Alleen Noach vond bij de HEER genade. [HSV]
Opmerking: de NBV21 vertaalt met ‘Alleen Noach was Hij goedgezind’.

Genesis 18:3. En hij zei: Mijn heer, als ik nu genade gevonden heb in uw ogen, ga dan uw dienaar toch niet voorbij.

Genesis 19:19. Zie toch, Uw dienaar heeft genade gevonden in Uw ogen, en U hebt Uw grote goedertierenheid aan mij bewezen door mijn ziel in leven te houden. Ik kan echter niet naar het bergland vluchten, anders haalt het onheil mij in en sterf ik.

Opmerking: chesed wordt dor de HSV vertaald met goedertierenheid.

Genesis 30:27. Toen zei Laban tegen hem: Laat mij toch genade vinden in jouw ogen; ik heb waargenomen dat de HEERE mij omwille van jou gezegend heeft.

Genesis 32:5. Ik heb runderen, ezels, kleinvee, slaven en slavinnen, en ik heb iemand gestuurd om dit aan mijn heer te vertellen, opdat ik genade in uw ogen vind.

Genesis 33:5. Toen sloeg hij zijn ogen op en zag de vrouwen en de kinderen. Hij vroeg: Wie heb je daar bij je? Jakob zei: Dat zijn de kinderen die God uw dienaar in Zijn genade geschonken heeft.
Opmerking: hier staat het werkwoord dat je niet goed met één Nederlands woord kunt vertalen. Dus vandaar, die hele onderstreepte uitdrukking.

Genesis 33:8. Toen vroeg hij: Wat wil je met heel dat leger dieren dat ik ben tegengekomen? Hij zei: Die zijn bedoeld om genade in de ogen van mijn heer te vinden.

Genesis 33:10. Jakob zei daarop: Nee toch, als ik toch genade in uw ogen gevonden heb, neem het geschenk uit mijn hand dan aan, want ik heb uw aangezicht gezien alsof ik het aangezicht van God zag, en u bent mij goedgezind geweest.

Genesis 33:11. Aanvaard toch mijn geschenk, dat u gebracht is, omdat God mij dit in Zijn genade geschonken heeft, en omdat ik alles heb. Hij drong zo aan dat hij het aanvaardde.
Opmerking: hier staat ook het werkwoord.

Genesis 33:15. Toen zei Ezau: Laat mij toch enkelen uit het volk dat bij mij is, bij je plaatsen. Maar hij zei: Waarom is dat nodig ? Laat mij genade vinden in de ogen van mijn heer.

Genesis 34:11. En Sichem zei tegen haar vader en haar broers: Laat mij genade vinden in uw ogen, en ik zal geven wat u maar van mij wenst.

Genesis 39:4. vond Jozef genade in zijn ogen, en mocht hij hem bedienen. Potifar stelde hem aan over zijn huis, en alles wat hij had, gaf hij in zijn hand.
Genesis 39:21. Maar de HEERE was met Jozef en bewees hem Zijn goedertierenheid; Hij gaf hem genade in de ogen van het hoofd van de gevangenis.
Opmerking: hier de combinatie genade en geven, Strong H5414.

Genesis 42:21. Toen zeiden zij tegen elkaar: Werkelijk, wij zijn schuldig vanwege onze broer. Wij zagen zijn zielsbenauwdheid toen hij ons om genade smeekte, maar wij luisterden niet! Daarom komt deze benauwdheid over ons.
Opmerking: hier staat ook het werkwoord dat met genade smeken is vertaald.

Genesis 43:29. Hij sloeg zijn ogen op en zag Benjamin, zijn broer, de zoon van zijn moeder, en zei: Is dit uw jongste broer, over wie u met mij gesproken hebt? Daarna zei hij: Mijn zoon, God zij u genadig.
Opmerking: hier staat ook het werkwoord dat met het onderstreepte is vertaald.

Genesis 47:25. Zij zeiden toen: U hebt ons in leven gehouden. Laat ons genade vinden in de ogen van mijn heer, en wij zullen slaven van de farao zijn.
Genesis 47:29. Toen de dagen voor Israël naderbij kwamen dat hij zou sterven, riep hij zijn zoon Jozef en zei tegen hem: Als ik toch genade in jouw ogen gevonden heb, leg dan toch je hand onder mijn heup en zweer dat je mij goedertierenheid en trouw zult bewijzen. Begraaf mij toch niet in Egypte,

Genesis 50:4. Toen de dagen van het bewenen van Jakob voorbij waren, sprak Jozef tot het huis van de farao: Als ik toch genade gevonden heb in uw ogen, spreek dan ten aanhoren van de farao:

Wat kunnen we van deze teksten leren?

Genade in het boek van de Psalmen

In het boek van de Psalmen komt 32 keer het werkwoord chanan voor en twee keer het zelfstandig naamwoord chen. In het boek Genesis kwam juist het zelfstandig naamwoord veel meer voor dan het werkwoord.

Psalm 4:2. Als ik roep, verhoor mij, o God van mijn gerechtigheid! In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt. Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.

Psalm 6:3. Wees mij genadig, HEERE , want ik ben verzwakt, genees mij, HEERE, want mijn beenderen zijn verschrikt.

Psalm 9:14. Wees mij genadig, HEERE , zie mijn ellende aan, mij aangedaan door wie mij haten, U Die mij opheft uit de poorten van de dood.

Psalm 25:16. Wend U tot mij en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig.

Psalm 26:11. Ik echter, ik ga mijn weg in mijn oprechtheid, verlos mij dan en wees mij genadig.

Psalm 27:7. Hoor, HEERE , mijn stem als ik roep; wees mij genadig en antwoord mij.

Psalm 30:11. Luister, HEERE , en wees mij genadig; HEERE , wees mijn Helper.

Psalm 31:10. Wees mij genadig, HEERE, want angst benauwt mij; verzwakt van verdriet is mijn oog, mijn ziel en mijn buik.

Psalm 37:21. De goddeloze leent en betaalt niet terug, maar de rechtvaardige ontfermt zich en geeft.

Psalm 37:26. De hele dag ontfermt hij zich en leent uit, en zijn nageslacht is tot zegen.

Psalm 41:5. Ik zei: HEERE, wees mij genadig; genees mijn ziel, want ik heb tegen U gezondigd.
Opmerking: als je zondigt dan raakt je ziel gewond. Dan heb je genade van God nodig voor genezing.

Psalm 41:11. Maar U, HEERE, wees mij genadig, en laat mij opstaan, zodat ik het hun vergeld.

Psalm 45:3. U bent veel mooier dan de andere mensenkinderen; genade is op Uw lippen uitgegoten, daarom heeft God U voor eeuwig gezegend.
Opmerking 1: hier staat het zelfstandig naamwoord genade.
Opmerking 2: genade heeft tot ‘mooi zijn geleid en tot ‘eeuwige zegening’.

Psalm 51:3. Wees mij genadig, o God, overeenkomstig Uw goedertierenheid, delg mijn overtreding uit overeenkomstig Uw grote barmhartigheid.
Opmerking: als redenen voor de barmhartigheid worden Gods goede eigenschappen aangegeven.

Psalm 56:2. Wees mij genadig, o God, want de sterveling wil mij opslokken; de hele dag onderdrukt mij de bestrijder.

Psalm 57:2. Wees mij genadig, o God, wees mij genadig, want mijn ziel heeft tot U de toevlucht genomen; ik neem mijn toevlucht onder de schaduw van Uw vleugels, totdat de rampen voorbij zijn gegaan.

Psalm 59:6. Ja U, HEERE , God van de legermachten, God van Israël, ontwaak om al deze heidenvolken te straffen; wees niemand genadig van wie trouweloos onrecht bedrijven. Sela

Psalm 67:2. God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe Zijn aangezicht over ons lichten. Sela

Psalm 77:10. Heeft God vergeten genadig te zijn? Of heeft Hij Zijn barmhartigheid door toorn afgesloten? Sela.
Opmerking: hier staat een woord dat slechts eenmalig wordt gebruikt, het is het werkwoord חָנּוֹת (ḥānnôṯ), Strong H2589.

Psalm 84:12. Want God, de HEERE, is een zon en een schild, de HEERE zal genade en eer geven, Hij zal het goede niet onthouden aan hen die in oprechtheid hun weg gaan.
Opmerking: hier staat het zelfstandig naamwoord.

Psalm 86:3. Wees mij genadig, Heere, want ik roep tot U de hele dag.

Psalm 86:15-16. Maar U, Heere, bent een barmhartig en genadig God, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw. Wend U tot mij en wees mij genadig, geef Uw dienaar Uw kracht, verlos de zoon van Uw dienares.
Opmerking: in vers 15 staat het bijvoeglijk naamwoord genadig.

Psalm 102:14-15. Ú zult opstaan, U zult Zich ontfermen over Sion, want de tijd om haar genadig te zijn, want de vastgestelde tijd is gekomen. Want Uw dienaren zijn haar stenen goedgezind en hebben medelijden met haar gruis.

Psalm 103:8. Barmhartig en genadig is de HEERE , geduldig en rijk aan goedertierenheid.
Opmerking: hier ook het bijvoeglijk naamwoord.

Psalm 109:12. Laat hij niemand hebben die hem goedertierenheid bewijst, laat er niemand zijn die zijn wezen genadig is.

Psalm 111:4. Hij heeft voor Zijn wonderen een gedachtenis gemaakt, de HEERE is genadig en barmhartig.
Opmerking: hier ook het bijvoeglijk naamwoord.

Psalm 112:4-5. Voor de oprechten gaat het licht op in de duisternis. zain Hij is genadig en barmhartig en rechtvaardig. Goed gaat het een man die zich ontfermt en uitleent, hij behartigt zijn zaken volgens het recht.
Opmerking 1: in vers 4 is het vertaalde woord een bijvoeglijk naamwoord.
Opmerking 2: in vers 5 gaat de HSV uitleggen, de NBV vertaalt directer met ‘Goed gaat het wie genadig is en vrijgevig, wie zijn zaken eerlijk behartigt’.

Psalm 116:5. De HEERE is genadig en rechtvaardig, onze God is een Ontfermer.
Opmerking: ook hier het bijvoeglijk naamwoord.

Psalm 119:29. Laat de weg van de leugen van mij wijken, schenk mij genadig Uw wet.
Psalm 119:58. Ik heb met heel mijn hart getracht Uw aangezicht gunstig te stemmen; wees mij genadig overeenkomstig Uw belofte.
Psalm 119:132. Wend U tot mij en wees mij genadig, overeenkomstig het recht voor wie Uw Naam liefhebben.

Psalm 123:2-3. Zie, zoals de ogen van dienaren gericht zijn op de hand van hun heren en zoals de ogen van een dienares gericht zijn op de hand van haar meesteres, zo zijn onze ogen gericht op de HEERE , onze God, totdat Hij ons genadig is. Wees ons genadig, HEERE , wees ons genadig, want wij zijn meer dan verzadigd met verachting.

Psalm 142:1-2. Een kunstig lied van David, een gebed toen hij in de spelonk was. Luid roep ik tot de HEER, luid smeek ik de HEER om genade, [NBV21]

Psalm 145:8. Genadig en barmhartig is de HEERE, geduldig en groot aan goedertierenheid.
Opmerking: ook hier het bijvoeglijk naamwoord.

Wat kunnen we van deze teksten leren?

De Psalmen schrijvers noemen verschillende redenen waarom God hen genadig zou moeten zijn.
Gewoon omdat ze er om vragen. Psalm 4, 26, 27, 30

Omdat de schrijver in nood verkeert. ‘want ik ben verzwakt, genees mij, HEERE, want mijn beenderen zijn verschrikt’, Psalm 6. ‘want ik ben eenzaam en ellendig’, Psalm 25. ‘Want angst benauwt mij; verzwakt van verdriet is mijn oog, mijn ziel en mijn buik’, Psalm 31.

Om wat degenen, die hem haten hem hebben aangedaan. Psalm 9.

Omdat de Psalm dichter zijn positieve bijdrage heeft geleverd: ‘Ik ga mijn weg in mijn oprechtheid’. Psalm 26

Bij het gebed om genade is er ook dank: ‘In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt’, Psalm 4. ‘U die mij opheft uit de poorten van de dood’, Psalm 9.

Psalm 41:… gaat over genade voor genezing.
Psalm 41: gaat om genade om te kunnen vergelden.

Psalm 37 gaat over mensen, die genadig zijn. Ze geven, ze lenen uit.

Er zijn ook teksten, die er om vragen om juist niet genadig te zijn.

Genade in het boek van de Spreuken

In het boek Spreuken komt het zelfstandig naamwoord komt 13 keer voor in 13 verzen. En het werkwoord komt zes keer voor. Nu eerst de zelfstandig naamwoorden.

Spreuken 1:8-9. Mijn zoon, luister naar de vermaning van je vader en veronachtzaam het onderricht van je moeder niet, want ze zijn een bevallige krans om je hoofd, en schakels van een ketting om je hals.
Opmerking: het woord chen is hier met deze uitdrukking vertaald. De NBV maakt er ‘sierlijke krans’ van.

Spreuken 3:3-4. Mogen goedertierenheid en trouw jou niet verlaten. Bind ze om je hals, schrijf ze op de tafel van je hart, vind gunst en goed verstand in de ogen van God en mens.

Spreuken 3:21-22. Mijn zoon, laat ze niet wijken van je ogen: neem wijsheid en bedachtzaamheid in acht. Zij zullen leven zijn voor je ziel, een sieraad voor je hals.

Spreuken 3:34. De spotters zal Híj wel bespotten, maar zachtmoedigen zal Hij genade geven.

Spreuken 4:7-9. Het beginsel van wijsheid is: verwerf wijsheid, en bij alles wat je verwerft: verwerf inzicht! Houd haar hoog en zij zal je verheffen. Zij zal jou vereren, als je haar omhelst. Zij zal je hoofd een bevallige krans geven, jou een sierlijke kroon schenken.
Opmerking: de NBV21 kiest voor een sierlijke krans en een prachtige kroon.

Het gaat hier over de vrouw van je jeugd, dus die waarmee je getrouwd ben, in tegenstelling tot de vreemde vrouw, die je tot overspel kan bewegen.
Spreuken 5:18-19. Moge je levensbron gezegend zijn en verblijd je over de vrouw van je jeugd: een zeer lieflijke hinde, een bevallig steengeitje.
Laten haar borsten jou te allen tijde dronken maken,
dool voortdurend rond in haar liefde.

Spreuken 11:16. Een bevallige vrouw houdt vast aan haar eer, zoals geweldplegers vasthouden aan hun rijkdom.

Spreuken 13:15. Goed verstand geeft gunst, maar de weg van de trouwelozen is onbegaanbaar.
Opmerking 1: in de interlinear vertaling staat voor ‘goed verstand’ het woord ‘understanding’, en de NBV21 ‘inzicht’.
Opmerking 2: in de interlinear vertaling staat voor ‘onbegaanbaar’ het woord ‘enduring’, de NBV21 maakt daar ‘een hobbelig pad’ van. Moeizaam lijkt me ook een goede vertaling.

Deze tekst staat in een deel waar het gaat om kwade dingen, die ook nog een goede kant hebben.
Spreuken 17:8. Een omkoopgeschenk is in de ogen van de bezitters ervan een sierlijke steen; waarheen hij zich ook wendt, hij zal voorspoedig zijn.

Spreuken 22:1. Een goede naam is verkieslijker dan grote rijkdom, goede gunst dan zilver en dan goud.
Zoals ik het begrijp: als je in je leven te maken hebt met veel genade dan is dat beter dan alleen geld omdat het alles in je leven omvat. Het gaat goed met je kinderen, je vrienden, je gezondheid etc. etc.

Spreuken 22:11. Wie een zuiver hart heeft en beminnelijk spreekt heeft de koning als vriend. [NBV21]
Opmerking : er staat letterlijk dat er ‘genade van zijn lippen’ komt.
Zoals ik het begrijp: als je zo ‘genadig’ spreekt met anderen, dan krijg je de leiders als vriend.

Spreuken 28:23. Wie een mens terechtwijst, zal later meer gunst vinden
dan wie met de tong vleit.

Dan hier een tekst, die aangeeft wat er nog belangrijker is dan genadig zijn voor anderen. Dit is de één na laatste tekst in het boek van de Spreuken.
Spreuken 31:30. Charme is bedrieglijk en schoonheid vergaat,
maar een vrouw met ontzag voor de HEER moet worden geprezen. [NBV21]
Opmerking: de HSV heeft ‘bevalligheid’ in plaats van ‘charme’ en vrees voor de Heer in plaats van ontzag.

Het werkwoord chanan komt in zes teksten in het boek Spreuken voor. Hieronder staan ze.

Spreuken 14:21. Wie zijn naaste veracht, zondigt, maar welzalig is hij die zich over ellendigen ontfermt.
Spreuken 14:31. Wie een geringe onderdrukt, smaadt diens Maker, maar wie zich over een arme ontfermt, eert Hem.

Spreuken 19:17. Wie zich ontfermt over de arme, leent uit aan de HEERE. Hij zal hem zijn weldaad vergelden.

Spreuken 21:10. De ziel van een goddeloze is belust op het kwade, zijn naaste vindt geen genade in zijn ogen.

Spreuken 26:24-25. Wie haat draagt, veinst met zijn lippen, maar in zijn binnenste zint hij op bedrog. Geloof hem niet als hij met vriendelijke stem spreekt, want er zijn zeven gruwelen in zijn hart.

Spreuken 28:8. Wie zijn bezit vergroot door woekerrente vergroot het voor wie zich bekommert om de armen.
Zoals ik het begrijp: dit is zoals de HEER recht gaat doen, Hij zal wat onrechtmatig is gekregen geven aan hen, die genadig zijn voor de armen.

Wat kunnen we van deze teksten leren?

Genade in het Nieuwe Testament

De schrijvers van het Nieuwe Testament hebben voor het Hebreeuwse chen of gein voor het Griekse woord charis gekozen.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1χάρις
charis
Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
G5485
SB4803
Genade.
Komt 156 keer voor in 147 verzen.
KJV: grace (130x),
favour (6x), thanks (4x),
thank (4x), thank (with
G2192) (3x), pleasure
(2x), miscellaneous (7x).

Het is een woord dat wij dikwijls met genade en daarna ook met gunst en dank vertalen. Het nadeel van het woord genade is dat het container woord is. Een bekend woord maar moeilijk concreet te omschrijven.

De NBG vertaalt die 159 woorden met genade …x, gunst 7x, dank 1x,

Het woord charis betekent schoonheid, innemendheid en lieflijkheid en daarna ook gunst en welgevallen en ook dank, dankbaarheid en gunstbewijs, genadegave en liefdebetoon [StudieBijbel]

Het woord charis, genade komt 159 keer voor in 147 verzen. Dat is teveel om die hieronder allemaal te noemen. Hieronder daarom alleen de tekst uit de boeken waar het woord charis het meest in voorkomt en dat is Lukas, Handelingen, Romeinen, 1 en 2 Korintiërs en Efeziërs.

Wat opvalt bij de teksten in de Bijbel is dat de genade zowel van God als van andere mensen kan komen.

De teksten informeren ons over diverse onderwerpen rond het woord charis.

In het Nederlands noemen we ook genade of genadig als we een straf ontlopen, zoals in Lukas 18:13. In het Grieks is hiervoor een ander woord. Het ontlopen van een straf is geen onderdeel van deze studie.

Wat de genade van God brengt.

Wat de genade van God voor Maria betekende.
Lukas 1:30-31. En de engel zei tegen haar: Wees niet bevreesd, Maria, want u hebt genade gevonden bij God. En zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren en u zult Hem de Naam Jezus geven.

Wat de genade van God voor Jezus betekende.
Lukas 2:40. En het Kind groeide op en Het werd gesterkt in de geest en vervuld met wijsheid, en de genade van God was op Hem.
Lukas 2:52. En Jezus nam toe in wijsheid en in grootte en in genade bij God en de mensen.
Opmerking: sterking in de Geest, wijsheid en ‘grootte’ (= persoonlijkheid?)

Hier een vergelijkbare tekst van de evangelist Johannes.
Johannes 1:14-17. En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid. Johannes getuigt van Hem en heeft geroepen: Híj was het van Wie ik zei: Deze Die na mij komt, is vóór mij geworden, want Hij was er eerder dan ik. En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade. Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen.
Opmerking: God geeft genade zelfs genade op genade en God geeft ook waarheid.

Hier twee tekstgedeelten uit de rede van Stefanus. Hier verhaalt Stefanus van Jozef, de zoon van Jacob.
Handelingen 7:10. … en verloste hem uit al zijn verdrukkingen, en Hij gaf hem genade en wijsheid tegenover de farao, de koning van Egypte; en die stelde hem aan als bestuurder over Egypte en over heel zijn huis.
Opmerking: God gaf Jozef net als bij Jezus genade en wijsheid.

En hier over koning David.
Handelingen 7:45b-46. Zo bleef het tot de dagen van David toe, die genade vond in de ogen van God en verlangde een woonplaats te vinden voor de God van Jakob.
Opmerking: in dit tekstgedeelte wordt niet vermeld wat God voor David deed maar we weten dat wel uit de verhalen in het Oude Testament.

In de brief aan de Romeinen gaat het hier om de genade, die Paulus van Jezus heeft gekregen om die ook weer door te geven.
Romeinen 1:5-6. Door Hem hebben wij genade en het apostelschap ontvangen tot geloofsgehoorzaamheid onder alle heidenen, ter wille van Zijn Naam, waartoe ook u behoort, geroepenen van Jezus Christus.

Als genade van mensen komt.

Dit is wat de mens Jezus aan genade gaf.
Lukas 4:22. En zij betuigden Hem allen hun instemming en verwonderden zich over de woorden van genade die uit Zijn mond kwamen, en zij zeiden: Is Híj niet de Zoon van Jozef?
Opmerking: die woorden van Jezus kwamen binnen en raakte de mensen in positieve zin.

Hier gaat het over de nieuwe gemeente na dat bijzondere Pinksterfeest.
Handelingen 2:47. … en zij loofden God en vonden genade bij heel het volk. En de Heere voegde dagelijks mensen die zalig werden, aan de gemeente toe.
Opmerking: door wat de gemeente deed stond heel het volk positief tegenover de gemeente.

Hoe vind je Gods genade?

Maria had genade gevonden, Lukas 1:30, maar er staat niet bij hoe ze die gevonden had. Devotie? Karakter?

In Lukas 6 staat een heel stuk tekst over wat niet tot genade van God zal leiden, maar ook wel vers 35 wat wel tot Gods genade leidt.

Lukas 6:32-35. En als u hen liefhebt die u liefhebben, wat voor dank komt u daarvoor toe? Immers, ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. En als u goeddoet aan hen die u goeddoen, wat voor dank komt u daarvoor toe? Immers, ook de zondaars doen hetzelfde. En als u leent aan hen van wie u hoopt terug te ontvangen, wat voor dank komt u daarvoor toe? Immers, ook de zondaars lenen aan zondaars, om hetzelfde terug te ontvangen. Maar heb uw vijanden lief en doe goed, en leen zonder te hopen iets terug te krijgen. Dan zal uw loon groot zijn en zult u kinderen van de Allerhoogste zijn, want Hij is goedertieren over de ondankbaren en slechten.

Lukas 17:9. Hij bedankt die dienaar toch zeker niet, omdat hij gedaan heeft wat hem opgedragen was? Ik meen van niet.
Opmerking: je ontvangt Gods genade als je meer doet dan is opgedragen.

Hier nog een oorzaak en gevolg situatie.
Handelingen 4:33. En de apostelen legden met grote kracht getuigenis af van de opstanding van de Heere Jezus; en er was grote genade (mega charis) over hen allen.
Opmerking: getuigenis tegen de stroom in over de opstanding.

In Handelingen 7:46, zie hierboven, staat dat koning David genade had gevonden. Er staat niet hoe dat vinden was gegaan.

Romeinen 3:21-24. Maar nu is zonder de wet gerechtigheid van God geopenbaard, waarvan door de Wet en de Profeten is getuigd: namelijk gerechtigheid van God door het geloof in Jezus Christus, tot allen en over allen die geloven, want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.
Opmerking: door het geloof wordt je door de genade van Jezus om niet gerechtvaardigd. De genade betreft hier de rechtvaardiging.

Deze gedachte tref je ook aan in Romeinen 4:4-5 en 16 en Romeinen 5:2.

In dit tekstgedeelte van de brief aan de Romeinen wordt het werk van Adam en Jezus met elkaar vergeleken.
Romeinen 5:15-17. Maar de genade reikt verder dan de overtreding: als door de overtreding van één mens alle mensen moesten sterven, is het des te zekerder dat de genade van God, het geschenk dat we danken aan die ene mens, Jezus Christus, aan alle mensen overvloedig geschonken wordt. Dit geschenk gaat het gevolg van de zonde van één mens verre te boven, want die ene overtreding heeft tot veroordeling geleid, maar de genade die na talloze overtredingen geschonken werd, tot vrijspraak. Als de dood kon gaan heersen door de overtreding van één mens, is het des te zekerder dat allen die de genade en de vrijspraak in zo’n overvloed hebben ontvangen, zullen heersen in het eeuwige leven, dankzij die ene mens, Jezus Christus. [NBV21]
Opmerking: de genade is dat er vrijspraak is door vertrouwen op Jezus Christus. Je vindt genade door vertrouwen, geloof in Jezus en dat leidt tot vrijspraak.

De Heer heeft ons geholpen om vrij zijnde voor het goede te kiezen. Romeinen 6:17-18. U was slaven van de zonde, maar – God zij gedankt! – nu gehoorzaamt u van ganser harte de leer waaraan u zich hebt toevertrouwd, en bevrijd van de zonde bent u onderworpen aan de gerechtigheid. [NBV21]
Opmerking: hier is het woord charis dus met danken vertaald.

Romeinen 7:24-25. Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood? God zij gedankt, die ons redt door Jezus Christus. [NBV21]

Hoe hebben ze genade gevonden? Doordat ze uitgekozen zijn.
Romeinen 11:5-6. Zo is ook in deze tijd een rest overgebleven die door Gods genade is uitgekozen. Als ze uit genade uitgekozen zijn, dan dus niet op grond van hun daden, want in dat geval zou de genade geen genade meer zijn.
Opmerking: genade kun je niet verdienen door daden. Het gaat hier om hen, die zijn uitgekozen.
Opmerking: wat betekent het dat ze waren uitgekozen?

De apostel Paulus beroept zich bij de moeilijke boodschap, die hij moet brengen op de genade, die hem geschonken is.
Romeinen 12:3-6. Met een beroep op de genade die mij geschonken is, zeg ik u allen dat u zichzelf niet hoger moet aanslaan dan u kunt verantwoorden. U moet verstandig over uzelf denken, in overeenstemming met het geloof, de maatstaf die God ieder van u geschonken heeft. Zoals ons ene lichaam vele delen heeft en die delen niet allemaal dezelfde functie hebben, zo zijn we samen één lichaam in Christus en zijn we, ieder apart, elkaars lichaamsdelen. We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is. [NBV21]
Opmerking: door genade ontvangen we gaven.

Hier beroept de apostel Paulus zich ook op de genade die God hem geschonken had.
Romeinen 15: 15. Maar ik heb u ten dele op nogal gedurfde toon geschreven, broeders, als om u hieraan te herinneren, vanwege de genade die mij door God gegeven is.
Opmerking: die genade was denk ik te zien door de tekenen en wonderen, die er gebeurde.

Hoe kun je genade van God doorgeven

De genade doorgeven kun je o.a. doen door genade over iemand uit te spreken. Deze teksten kun je als groet en als zegen zien. Het uitspreken woorden woorden is krachtig. Denk bijvoorbeeld als Jezus tegen een verlamde man zegt “Loop” en hij gaat lopen.

Hieronder alleen de zegen en groet teksten, die in de brief aan de Romeinen staan. In bijna alle andere brieven staan ze ook.

Romeinen 1:7. Aan allen die in Rome zijn, geliefden van God en geroepen heiligen: genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heere Jezus Christus.
Romeinen 16:20. De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u. Amen.
Na wat groeten worden de zegen woorden nogmaals opgeschreven, met het doel dat ze worden uitgesproken.
Romeinen 16:24. De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

Wat kunnen we van deze teksten leren?

De genade van God kan gaan over de vrijspraak, over de rechtvaardigmaking. Het is vrijspraak van de gevolgen voor het niet houden van de geboden van God. De voorwaarde is geloof in Jezus. ‘Geloof’ is vertrouwen. Je kunt dat laten zien door de woorden van Jezus serieus te nemen. Zie vooral de brief aan de Romeinen.

De genade van God kan veel omvangrijker zijn dan de rechtvaardiging. Voor Maria was de genade dat ze de moeder van Jezus mocht worden. Voor koning David een zegenrijk land en volk. Voor Stefanus en Paulus dat zijn woorden en daden zo’n enorm gevolg hadden.

Overigens spreekt de Bijbel ook over mensen, die genadig zijn voor elkaar. Elkaar een gunst geven. Met het woord gunst staat het meestal in de vertalingen.

De Bijbel spreekt er ook over hoe je de genade van God kunt ontvangen. Voor mensen, die dit goud willen ontvangen belangrijke teksten om ter harte te nemen.

Het is ook voor ons mensen mogelijk om de genade door te geven. Dan is belangrijk dat je Gods genade ook hebt ontvangen. Als je bijvoorbeeld het woord ‘genade’ over iemand uitspreekt, dan heeft dat kracht.

Liefde, vriendelijkheid

Dat zijn ook waarden van God. Vriendelijkheid, liefde, genade. Liefdevolle bejegening.

Zowel in het Hebreeuws als in het Grieks zijn er diverse woorden, die dit weergeven.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1חֶסֶד
ḥeseḏ
Zelfstandig naamwoord
mannelijk
H2617Genade, vriendelijkheid
Komt 251 keer voor in 241 verzen.
KJV: mercy (149x), kindness (40x), lovingkindness (30x), goodness (12x), kindly (5x), merciful (4x), favour (3x), good (1x), goodliness (1x), pity (1x), reproach (1x), wicked thing (1x).
2רַחַם raḥamZelfstandig naamwoord
mannelijk
H7356Buik/baarmoeder en barmhartigheid
Komt 45 keer voor in 44 verzen.
KJV: mercy (30x), compassion (4x), womb (4x), bowels (2x), pity (2x), damsel (1x), tender love (1x).
3ἀγάπη
agapē
Zelfstandig naamwoord
vrouwelijk
H26Liefde
Komt 116 keer in 106 verzen voor
KJV: love (86x), charity (28x), dear (1x), charitably (with G2596) (1x), feasts of charity (1x).
4χρηστότης chrēstotēs
Zelfstandig naamwoord
vrouwelijk
G5544
Komt 10 keer voor in 8 verzen
KJV: goodness (4x), kindness (4x), good (1x), gentleness (1x).
5 φιλανθρωπία
philanthrōpia
Zelfstandig naamwoord
vrouwelijk
G5363Komt 2 keer voor.
KJV: kindness (1x), love toward man (1x).

Chesed is standvastige onwankelbare liefde, zoals in deze tekst.

In de Bijbel komt eenmaal een tekst voor met de betekenis God is chesed, חֲסַדְיָה ḥăsaḏyâ, Strong H2619. Het gaat om de naam van een persoon in 1 Kronieken 3:20, een achter achter kleinzoon van koning Jojakim van Juda.

Jesaja 54:10. Want bergen zullen wijken en heuvels wankelen, maar mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en het verbond van Mijn vrede zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw Ontfermer. [eigen vertaling]

Opmerking 1: je zou kunnen lezen dat het zou kunnen gebeuren dat bergen zullen wijken en heuvels wankelen maar in het Hebreeuws staat, dat het zál gebeuren. Bergen staan voor zekerheden, heuvels ook.  Maar op het moment dat ze wankelen is de Heer nabij. Het Hebreeuwse woord chesed is hier met goedertierenheid vertaalt. De NBV vertaalt dit woord met liefde de NBG met vriendschap.

Opmerking 2: Het Hebreeuwse woord rachamim is met Ontfermer vertaald. Het is het woord dat ook wel de buik van de moeder of de baarmoeder betekent. Zoals een moeder zich over de baby ontfermt zo zal God zich over ons ontfermen. in zit.

Opmerking 3: tekst en opmerkingen komen van de preek van oudejaarsavond van Gerrit Vreugdenhil d.d. 31-12-2016.

Chesed in Genesis

Gen 19:19
Gen 20:13
Gen 21:23
Gen 24:12, 14, 27, 49
Gen 32:10
Gen 39:21
Gen 40:14
Gen 47:29

Chesed in het boek van de Psalmen

Het woord chesed komt 129 keer voor in 127 verzen in het boek van de Psalmen.

Hier de eerste tien verzen.

Psa 5:7
Psa 6:4
Psa 13:5
Psa 17:7
Psa 18:50
Psa 21:7
Psa 23:6
Psa 25:6-7, 10
Psa 26:3
Psa 31:7, 16, 21
Psa 32:10
Psa 33:5, 18, 22
Psa 36:5, 7, 10

Titus 3:4

Heil

Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament wordt over de God van het heil het heil van God gesproken.

Heil in het Hebreeuws

Er komen in het Hebreeuws twee zelfstandig naamwoorden voor, die met heil kunnen worden vertaald. Beide woorden hebben hetzelfde werkwoord als wortel.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1יָשַׁע
yasha`
WerkwoordH3467Redden
Komt 205 keer in 198 verzen voor.
, vanaf Exodus 2:17
KJV: save (149x), saviour (15x), deliver (13x), help (12x), preserved (5x), salvation (3x), avenging (2x), at all (1x), avenged (1x), defend (1x), rescue (1x), safe (1x), victory (1x).
2יְשׁוּעָה yĕshuw`ahVrouwelijk zelfstandig naamwoordH3444Komt 78 keer in 77 verzen voor., van Genesis 49:18 tot Zacharia.
KJV: salvation (65x), help (4x), deliverance (3x), health (3x), save (1x), saving (1x), welfare (1x
3יֵשׁוּעַ
Yeshuwa`
Mannelijke eigennaamH344229 keer van 1 Kron. Meestal in Ezra en Nehemia.
KJV: Jeshua (29x)
 יֵשׁוּעַ
Yeshuwa`
(Aramees)
Mannelijke eigennaamH34431x in Ezra 5:2
KJV: Jeshua (1x)
4יֵשַׁע 
yesha`
Mannelijk zelfstandig naamwoordH346836 x in 35 verzen van 2 Samuel 22:3 tot Habakuk 3:18 KJV: salvation (32x), safety (3x), saving (1x).
5יְהוֹשׁוּעַ Yĕhowshuwa`Eigen naamH3091Gaat over Jozua de zoon van Nun. Een combinatie van de naam van God en yasha.
Komt 218 x in 199 verzen voor.

1. Werkwoord יָשַׁע  yasha
In Exodus 2:17 gaat het over vrouwen, die door Mozes worden gered van herders, die hen lastig vielen. De tweede keer dat het woord voorkomt, in Exodus 14:30, staat er een soort conclusie:  en zo redde de Heer het volk Israël uit de hand van de Egyptenaren.

2. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord יְשׁוּעָה yĕshuw`ah
Dit zijn de eerste twee teksten waar het woord  yĕshuw`ah in voorkomt:
Genesis 49:18. Op uw hulp hoop ik, HEER! NBV. Op uw heil wacht ik, o Here. [NBG]

Dit is een soort van zwerfsteen tekst midden in de reeks profetieën van Jacob over zijn zonen. Hier komt de echte zoon van Jacob naar voren. Wel apart dat de rabbijnen dit helemaal niet zien, maar het hier hebben over de profeet Simson. De relatie daarmee lijkt mij gezocht.

Exodus 14:13 Maar Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, houdt stand, dan zult gij de verlossing des Heren zien, die Hij u heden bereiden zal; want de Egyptenaren, die gij heden gezien hebt, zult gij nimmermeer zien. NBG. Doch Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, staat vast, en ziet het heil des Heeren, dat Hij heden aan u doen zal, want de Egyptenaars, die gij heden gezien hebt, zult gij niet weer zien in eeuwigheid. SV.

Dit woord is de naam die Jezus werd gegeven. Zo werd hij genoemd. In een aantal teksten in het Oude Testament lijkt het alsof het om een persoon gaat en niet een bepaald begrip. 
Van een nare situatie naar een goede situatie. Heil is nog breder dan heling. Heling nog breder dan genezing. Heil is ook voorspoed en succes.

Wat zegt de bijbel allemaal over het heil?
<met mijn inventarisatie ben ik gekomen tot Psalm 21:5>

1. Het heil is God  (Deut. 32:15,1 Kron. 16:23
2. Het heil is van God (Gen 49:18, Ex 14:3, 2 Kron. 17:20
3. Heil hoort bij God (Psalm 3:8)
4. God is mijn heil (Ex15:2, Job 13;16) . God is een toren van heil (2 Sam 22:51)
5. Ik verheug me in het heil van God (1 Sam 2:1, Psalm 9:14, 13:15, 20:5, 21:1)  
6. Jonathan (of een ander) brengt heil (in Israël) (1 Sam 14:45, 2 Sam 10:11)
7. Oh, dat het heil van Israël uit Sion komt. Psalm 14:7.

Soms noemt de bijbel het missen van het heil.
1. Er is geen heil voor hem in God. Psalm 3:2.
2. Het heil verdwijnt Job 30:15.

Nog een paar opmerkelijke teksten:
Psalm 18:51. Die de verlossingen (yĕshuw`ah) Zijns konings groot maakt, en goedertierenheid (chesed) doet aan Zijn gezalfde (massiach), aan David en aan zijn zaad tot in eeuwigheid. Statenvertaling.

Jesaja 12: 2-3 God, hij is mijn redder. Ik heb een vast vertrouwen, ik wankel niet, want de HEER is mijn sterkte, hij is mijn beschermer, hij heeft mij redding gebracht.’ Vol vreugde zullen jullie water putten uit de bron van de redding. NBV.

Ad 5: Tekst met יֵשַׁע  yesha`

Psalm 18:47. De Here leeft. Geprezen zij mijn Rots, en verhoogd zij de God mijns heils… NBG51
Psalm 18:47. De HEER leeft, geprezen zij mijn rots, hoogverheven is God, mijn redder. NBV.

Micha 7:7. Maar ik zal uitzien naar de Here, ik zal wachten op de God mijns heils (yesha); mijn God zal mij horen. NBG51 vertaling.

Conclusies.
Het Hebreeuwse woord ‘yeshua’ komt in het Oude Testament 78 keer voor. Het betekent gered, bevrijd, geholpen: je heb een moeilijke tijd, misschien was de situatie uitzichtloos, maar je bent eruit gekomen. Het woord betekent ook welvaart, voorspoed, overwinning.

De Statenvertaling vertaalt dit woord meestal met heil, de NBV slechts 8 keer met heil, de andere keren met hulp, zoals in Genesis 49:18, of met stut en steun (zoals in Deuteronomium 32:15) etc. De King James Bible vertaalt 65 keer met ‘salvation’. Het duidt op de meest ideale situatie, een meer verheven woord dan heil hebben we niet.

In Genesis 49:18 vertaalt de SV en HSV het Hebreeuwse woord ‘Jeshoewa’ met zaligheid. Zalig vind ik wel een mooi woord. We kennen ook nog de uitdrukking ‘Zalig is het volk van Israël’. De uitdrukking kon ik niet vinden in de Bijbel maar is wel mooi.

Heil in het Nieuwe Testament

De Heere God is zo verbonden met het heil als waarde, dat Hij zelfs Zijn Zoon naar deze waarde noemt.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1σῴζω
sōzō
WerkwoordG4982
SB4356
Redden, heilbrengen
Komt 118 keer voor in 103 verzen.
KJV: save (93x), make whole (9x), heal (3x), be whole (2x), misc (3x).
2σωτήρ sōtērMannelijk zelfstandig naamwoordG4990 SB4361Redder, heilbrenger.
Komt 24 keer voor in 24 verzen.
KJV: Saviour (24x)
3σωτηρία  sōtēriaVrouwelijk zelfstandig naamwoordG4991 SB4362Redding, behoud, verlossing, heil.
Komt 45 keer voor in 43 verzen.
KJV: salvation (40x), the (one) be saved (1x), deliver (with G1325) (1x), health (1x), saving (1x), that (one) be saved (with G1519) (1x).
4σωτήριος  sōtēriosBijvoeglijk naamwoordG4992Reddende, heilbrengende
Komt 5 keer voor in 5 verzen.
KJV: salvation (4x), that brings salvation (1x).

1. Het werkwoord sozo.

Het werkwoord sozo, redden of heilbrengen komt meer dan honderd keer voor in de boeken van het Nieuwe Testament. Van Matteüs 1: 21 tot Openbaringen 21:24.

De eerste keer dat het woord voorkomt, gaat over Maria.
Matteüs 1:21. Ze zal een zoon baren. Geef Hem de naam Jezus, want Hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.’
Opmerking: het Griekse woord sozo wordt hier vertaald met het woord bevrijden.

En dit is de laatste tekst van het Nieuwe Testament waarin het woord voorkomt.
Openbaringen 21:24. En de naties die zalig worden, zullen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin. [HSV]
Opmerking 1: hier is sozo vertaalt met ‘zalig worden’
Opmerking: waarom heeft de NBV ‘die zalig worden’ niet in de vertaling opgenomen? Past het niet in de theologie van de vertalers ‘naties, die zalig worden’ of komt het niet voor in de handschriften, die de NBV als basis hanteert? Het lijkt me juist ultiem: naties, die zalig worden. En dan nog de samenwerking, de Vader en de Zoon.

Dit is ook een mooie tekst in lijn met wat in Openbaringen staat. Romeinen 11:26. Dan zal heel Israël worden gered (sozo), zoals ook geschreven staat: ‘De redder (rhyomai) zal uit Sion komen, en wentelt dan de schuld af van Jakobs nageslacht.

Opmerking: apart hier het woord ῥύομαι rhyomai, Strongnummer G4506, dat hier met redder is vertaald. De KJV vertaalt dit werkwoord 17 keer met ‘deliverer’ en eenmaal met ‘Deliverer’.  

2. Het mannelijk zelfstandig naamwoord soter.

In het Nieuwe Testament wordt het Griekse woord ‘soter’ gebruikt dat overeenkomt met het Hebreeuwse woord ‘jeshua’.

De man met de Hebreeuwse naam Jeshoewa, je voelde het misschien ook wel aan, is de naam van de Messias, de naam van de man die wij kennen als Jezus. Hij heeft Zijn naam waar gemaakt. Het heil, de zaligheid is dus ook een persoon.

Het woord soter werd gebruikt als eretitel voor mensen in het bijzonder voor heersers, die hun stad of hun land een grote dienst hadden bewezen. De NBG vertaalt 34 keer met Heiland, 1 keer met verlosser en eenmaal met ‘in stand houdt’.

Dat is in Efeze 5:23 in een bijzin legt Paulus een belangrijk principe uit ‘
Efeziërs 5:23. … Christus het hoofd is van de kerk (ekklesia), het lichaam dat hij gered heeft’.

Opmerking: in het Grieks is het tweede deel van de zin: ‘Hijzelf Redder van het lichaam’. In dit geval is de gemeente als lichaam.

3. Het zelfstandig naamwoord soteria

De soteria, het heil of de zaligheid komt van God de Vader vandaan, zie deze tekst in het boek Openbaring.

Openbaring 7:9-10. Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand.
En zij riepen met een luide stem: De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam!

Opmerking: Opwekking lied 381 is gemaakt n.a.v. deze tekst.

Toen Jezus op een keer door het land van de Samaritanen reisde en daar in gesprek kwam met een vrouw, zei Jezus tot haar:
Johannes 4:22. Het heil is uit de joden. [NBG]

Opmerking 1: die lange geschiedenis van God met Israël en het joodse volk, vatte Jezus dus samen in de oneliner: ‘het heil is uit de joden’. Hij sprak daarbij een woord dat op zijn eigen naam leek.

Opmerking 2: het Griekse woord ‘ek’ is hier met ‘uit’ vertaalt. Het betekent: het komt er vandaan. Die vrouw uit Samaria begreep dat het heil er ook voor haar was en Jezus herriep dat niet. De goede dingen zouden niet vanuit haar eigen volk voortkomen, wat de opvatting daar was, maar het heil komt bij de joden vandaan.

De apostel Petrus schrijft dat de soteria van onze zielen het uiteindelijke doel is.
1 Petrus 1:8-9. U hebt hem lief zonder hem ooit gezien te hebben; en zonder hem nu te zien gelooft u in hem en ervaart u een onuitsprekelijke, hemelse vreugde, omdat u het einddoel van uw geloof bereikt: uw redding.

Opmerking: Het laatste stukje is door de HSV vertaalt met: het einddoel van uw geloof, namelijk de zaligheid van uw zielen.

4. Bijvoeglijk naamwoord soterios.

Luk 2:30
Luk 3:6
Act 28:28
Eph 6:17
Tit 2:11

Nog een aanvullende opmerking. Gaan de zaligsprekingen ook over heil? Nee. Wat wij kennen als de zaligsprekingen, zoals die bijvoorbeeld in Matteüs 4-6 staan, daar wordt het Griekse woord makarios gebruikt, dat gezegend betekent. De King James Bible hanteert als vertaling dan ook het woord  ‘blessed’. De NBV vertaalt met het naar mijn gevoel vlakke woord ‘gelukkig’.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.