Studie Schepping van de Mens

Adam en Eva waren de eerste mensen. Dat is het verhaal dat iedereen kent. Maar dat is niet helemaal het beeld dat de Bijbel schetst. Deze studie laat zien dat eerst de mens er was en dat daarna Adam en Eva kwamen.

Het tweede deel van de studie gaat over de randvoorwaarden en uitgangspunten voor de mens. En verder zijn verbondenheid met de Schepper, de bedoeling van de mens, de opdracht van de mens, maar ook de hulp, die God geeft.

De tweede studie van dit onderwerp gaat over het ontwerp van de mens in hoofdlijnen. Zijn neshama, geest, ziel en lichaam bijvoorbeeld.

We beginnen maar met Eva. Dames gaan voor.

De naam Eva komt maar twee keer voor in het Oude Testament en ook maar twee keer in het Nieuwe Testament.

In onze vertalingen wordt ze Eva genoemd. De Statenvertaling noemt haar ‘Heva’ wat meer lijkt op haar naam in Bijbel, het Hebreeuwse Chavva.

Hoe komen wij dan aan de naam Eva? Dat is door haar naam in het Grieks gekomen. Dat is Εὕα. Deze Griekse naam zou je overigens als “hie-oe-a” uit moeten spreken. Maar goed, als je het Grieks ziet staan, dan lijkt er voor Nederlandse ogen Eva te staan.

De naam Eva komt in het boek Genesis in hoofdstuk 3 voor het eerst voor maar er wordt in Genesis 2 al over haar gesproken. Daar wordt ze ‘de vrouw’ genoemd.

Hebreeuws of Grieks
woord
Soort
woord
Strong nr. Opmerkingen:
1.חַוָּה
Chavvah
Eigennaam vrouwelijk H2332Moeder van alle levenden.
Komt twee keer voor.
KJV: Eve (2x).
2. Εὕα
Heua
Eigennaam vrouwelijk G2096Eva
Komt twee keer voor.
KJV: Eve (2x).
3.אִשָּׁה
‘ishshah
Zelfstandig naamwoord vrouwelijkH802Vrouw
Komt 780 keer voor in 686
verzen. Voor het eerst in Genesis 2:22.
KJV: wife (425x), woman (324x), one (10x), married (5x), female (2x), miscellaneous (14x).

Ad 1. Chavva חַוָּה 
Het Hebreeuwse woord dat wij met Eva vertalen is Chavva. Het woord is afgeleid van het werkwoord leven לחיות (lichyot) en van woorden als חַי (chai) en חַיִּים (chayim) dat leven betekent. Het is dus niet vreemd om Chavva de moeder van alle levenden te noemen כָּל־חָי (kol chai) zoals in Genesis 3 hieronder.
Genesis 3:20. De mens noemde zijn vrouw Eva (chavva) ; zij is de moeder van alle levenden geworden.

De tweede en tevens laatste keer dat over Eva wordt gesproken is in deze tekst.
Genesis 4:1. De mens, Adam, had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en bracht Kaïn ter wereld. ‘Met de hulp van de HEER,’ zei ze, ‘heb ik het leven geschonken aan een man!’ 

Ad 2. Εὕα  Heua
Het woord Heua komt ook twee keer voor in het Nieuwe Testament. Beiden in de brieven van de apostel Paulus.

Haar naam wordt verbonden met het ‘verleid worden’. Zoals Eva werd verleid, zo werd ook de gemeente van Korinthe verleid.
2 Korintiërs 11:3. Alleen vrees ik dat, zoals Eva door de slang op sluwe wijze bedrogen werd, uw gedachten worden weggelokt van de oprechte en zuivere toewijding aan Christus.

En de volgorde: eerst was Adam er en daarna Eva is aanleiding tot een tekst.
1 Timoteüs 2:12-15. Want ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft, en ook niet dat zij de man overheerst, maar ik wil dat zij zich stil houdt. Want ​Adam​ is eerst gemaakt, daarna ​Eva. En niet ​Adam​ is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot ​overtreding​ gekomen. Maar zij zal in de weg van het baren van ​kinderen​ zalig worden, als zij blijft in geloof, ​liefde​ en ​heiliging, gepaard met bezonnenheid. [HSV]

De apostel Paulus ziet in het feiten dat Adam eerst is gemaakt een reden om uit te spreken dat vrouwen in de gemeente niet het onderwijs doen en ook niet gezag over mannen hebben. Pittige opmerking over vrouwen. Terwijl hijzelf met vrouwen op hetzelfde niveau samenwerkte. Paulus had trouwens ook pittige opmerkingen over mannen.

Ad 3. אִשָּׁה ‘ishshah
Ishshah of Iesjais een bijzonder woord. Een nieuwsbrief, die ik las van eTeacherBiblical geeft inzicht in de betekenis van de naam. Iesja lijkt de vrouwelijke vorm van iesj het woord voor man in het Hebreeuws. Maar het woord iesja is van een ander woord afgeleid van die van iesj. Het is afgeleid van A.N.SH. (א.נ.ש) dat fragiel en delicaat betekent. Interessant is ook dat het Hebreeuws woord voor vuur  אֵשׁ (esh) er in resoneert.

Genesis 2:22-25. Uit de rib die hij bij de mens had weggenomen, bouwde God, de HEER, een vrouw en hij bracht haar bij de mens. Toen riep de mens uit: ‘Eindelijk een gelijk aan mij, mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees, een die zal heten: vrouw, een uit een man gebouwd.’ Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt. Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar.

In Genesis 3, het verhaal van de zondeval, gaat het steeds over ‘de vrouw’. Pas nadat God vloeken had uitgesproken, maar nog voor wegzending uit het paradijs wordt de vrouw weer Eva genoemd.

Er zullen meer teksten zijn over dé vrouw in het algemeen, het woord voor vrouw is een dikwijls voorkomend woord. Maar daar heb ik nog geen studie naar gedaan.

2. De schepping van de mens, de man en Adam.

Het woord Eva komt maar een enkele keer voor. Het Hebreeuwse woord Adam komt wel 552 keer voor in de Bijbel. Hier is opmerkelijk dat men het maar 20 tot 30 keer, afhankelijk van de vertaling, met Adam vertaalt en dat het de andere keren is vertaald met mens of man.

Velen zullen de indruk hebben dat het bij de schepping vooral om Adam en Eva gaat. Maar het woord Eva komt maar weinig voor en als het woord Adam is gebruikt in de Bijbel, dan gaat het vooral om de schepping van de mens en niet zozeer dat die mens de man Adam was.

Even over de Hebreeuwse taal. De Hebreeuwse tekst bestaat uit letters voor medeklinkers. Het Hebreeuws heeft geen letters voor klinkers. Om te voorkomen dat er verwarring over de betekenis of de uitspraak van de woorden zou ontstaan zijn aan het schrift later tekens aan de letters toegevoegd.

In de Bijbel wordt Adam met drie letters, de aleph, de daleth en de mem geschreven. Daar zijn dus door middel van tittels en jota’s allerlei varianten van. Hieronder staan ze.

Woord Soort
woord
Strong
nr.
Opmerkingen:
1. אָדַם
adam
Werkwoord H119Rood worden.
Komt tien keer voor,.
de eerste keer in Exodus 25:5
KJV: dyed red (5x), red 4 ruddy (1x).
2. אָדָם
adaam
Zelfstandig naamwoord
mannelijk
H120 Mens, man, Adam.
Komt 552 keer voor.
KJV: man (408x), men (121x), Adam (13x), person(s) (8x), common sort (with H7230) (1x), hypocrite (1x).
3. אָדָם  adaam Eigennaam mannelijk H121 Adam
Komt 9 keer voor.
KJV: Adam (9x). waarvan het een keer over de stad Adam gaat
4. אָדֹם  adoomBijvoeglijk
naamwoord
H122 Roodachtig.
Komt 9 keer voor.
KJV: red (8x), ruddy (1x).
5. אֱדֹם
‘Edom
Eigennaam mannelijk H123Edom, de naam van de streek van de Edomieten.
Komt 100 keer in de Bijbel voor.
KJV: Edom (87x), Edomites (9x), Idumea (4x).
6. אֲדָמָה ‘adamah Zelfstandig naamwoord
vrouwelijk
H127Grond, aarde, stuk land, gebied. Komt 225 keer voor.
KJV: land(s) (125x), earth (53x), ground (43x), country (1x), husbandman (2x), husbandry (1x).

Over een tweetal woorden wat nadere informatie.

2. אָדָם adaam
Volgens Gesenius’ Hebrew-Chaldee Lexicon wijst het woord adaam op mens of mensheid.

De eerste keer in Genesis 1, daarna in Genesis 2.
Genesis 1:26-27. God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het ​vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen.

Genesis 2:4-8. In de tijd dat God, de HEER, aarde en hemel maakte, groeide er op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God, de HEER, had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken; wel was er water dat uit de aarde opwelde en de aardbodem overal bevloeide. Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen. God, de HEER, legde in het oosten, in ​Eden, een tuin aan en daarin plaatste hij de mens die hij had gemaakt. 

Er wordt in de Bijbel veel gezegd over de mens in het algemeen. Hier twee voorbeelden.
Psalm 84-7. Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door u daar bevestigd, wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het mensenkind dat u naar hem omziet? U hebt hem bijna een god gemaakt, hem gekroond met glans en ​glorie, hem toevertrouwd het werk van uw handen en alles aan zijn voeten gelegd.
Prediker 7:29. Alles wat ik vond is dit: de mens is een eenvoudig schepsel. Zo is hij door God gemaakt, maar hij heeft talloze gedachtespinsels.

3. De eigennaam Adam.
Dit woord komt voor het eerst voor in Genesis 2 en daarna in Genesis 3.
Genesis 2:21. Toen liet God, de HEER, de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl de mens sliep nam hij een van zijn ribben weg; hij vulde die plaats weer met vlees. [De SV en de HSV vertalen hier met de eigennaam Adam]
Genesis 3:17. Tegen de mens zei hij: ‘Je hebt geluisterd naar je vrouw, gegeten van de boom die ik je had verboden. Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan, zwoegen zul je om ervan te eten, je hele leven lang. [De SV en de HSV vertalen hier met de eigennaam Adam]

4. adoom roodachtig.
De eerste keer dat dit woord voorkomt is in Genesis 25:30 als het gaat om de rode linzenmoes die Ezau van Jacob wilde hebben. De landstreek Edom is hier naar genoemd. Daar woonden de afstammelingen van Ezau.

Er is dus een verbinding van adam met adoom dat ‘rood’ of ‘roodachtig’ betekent. Zou dat duiden op de kleur van de aarde? Een roodachtige kleur is zeker het geval in het gebergte van Edom, daar aan de overkant van de dode zee, van Israël uit gezien weliswaar.

6. אֲדָמָה ‘adamah
Van de woorden in deze tabel wordt dit woord als eerste gebruikt en wel in Genesis 1:25. Het betekent ‘aarde’, ‘grond’ of ‘aardbodem’, ‘alles wat op de aardbodem rondkruipt’.

Een vers verder, vers 26 kwam adam de mens. Die mens was en is ook van de aarde.

2.1. Mens of Adam?

Zoals regel 2 en 3 in de tabel duidelijk maakt heeft dat ene woord inclusief de aanvullende tekens, twee betekenissen. Bijbel wetenschappers, zoals de heer Strong hebben een keus gemaakt of het mens of de man Adam betekent. Vandaar voor de betekenis van mens G120 voor de man Adam G121. Die man die later ook de vader werd van zijn derde zoon Enos en waarvan ook de leeftijd is vermeld toen hij stierf.

De Nederlandse vertalingen houden die verdeling niet precies aan.

De eerste zeven keer dat het woord ‘adam’ in de Hebreeuwse tekst staat, vertaalt zowel de NBV, de NBG, de SV en de HSV met het woord mens. Vanaf Genesis 2:19 vertalen de SV en de HSV en trouwens ook de KJV met Adam, de eerste mens.

De NBV introduceert de mens Adam pas in Genesis 4:1, terwijl de NBG pas in Genesis 4:25 de mens Adam voor het eerst noemt. Dat heeft tot gevolg dat de eerste mens Adam in sommigen vertalingen veel meer voorkomt dan in andere vertalingen.

Hieronder een overzicht.

  OT NT 1ste keer in:
NBV 9 keer 8 keer Genesis 4:1, de 2de keer is Genesis 4:25
NBG 9 keer 8 keer Genesis 4:25
HSV 24 keer 9 keer Genesis 2:19
SV 22 keer 9 keer Genesis 2:19

De NBV heeft de vrijheid genomen om dat ene Hebreeuwse woord ook een keer dubbel te vertalen en spreekt dan van de mens Adam.
Genesis 4:1. De mens, Adam, had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en bracht Kaïn ter wereld. ‘Met de hulp van de HEER,’ zei ze, ‘heb ik het leven geschonken- aan een man!’  

Genesis 2:19 is het moment als de dieren voor de mens worden gesteld, zodat de mens hen een naam kan geven. In sommige vertalingen doet die eerste mens dat. In andere vertalingen, is dat de mens, als vertegenwoordiger van de mensheid.

3. Het ontwerp mens

De eerste hoofdstukken van de Bijbel vertellen over de komst van de mens in de schepping. Hoe de mens er is gekomen en wat de bedoeling is met de mens.

Hieronder teksten uit de hoofdstukken 1 en 2 van het boek Genesis, die van belang zijn. Er worden in die teksten diverse kanten belicht. Op acht kanten ga ik nader in. Dan neem ik korte citaten uit deze teksten.

Het zou wel zo zijn dat die diverse onderwerpen, omdat ze soms in één zin worden genoemd, nauw met elkaar vervlochten zijn.

Genesis 1:20-23. God zei: ‘Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen.’ En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was. God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’ Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag.

Genesis 1:26-30. God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken;  zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ Ook zei God: ‘Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde het. 

Genesis 2:7-8. Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen. God, de HEER, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste hij de mens die hij had gemaakt.

Genesis 2:15-17. God, de HEER, bracht de mens dus in de tuin van Eden, om die te bewerken en erover te waken. Hij hield hem het volgende voor: ‘Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.’

Genesis 2:18-25. God, de HEER, dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is, ik zal een helper voor hem maken die bij hem past. Toen vormde hij uit aarde alle in het wild levende dieren en alle vogels, en hij bracht die bij de mens om te zien welke namen de mens ze zou geven: zoals hij elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten. De mens gaf namen aan al het vee, aan alle vogels en alle wilde dieren, maar hij vond geen helper die bij hem paste. Toen liet God, de HEER, de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl de mens sliep nam hij een van zijn ribben weg; hij vulde die plaats weer met vlees. Uit de rib die hij bij de mens had weggenomen, bouwde God, de HEER, een vrouw en hij bracht haar bij de mens. Toen riep de mens uit: ‘Eindelijk een gelijk aan mij, mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees, een die zal heten: vrouw, een uit een man gebouwd.’ Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt. Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar.

Genesis 3 gaat over de val van de mens, of de man, en zijn vrouw en Genesis 4 de kinderen die de mens of de man en zijn vrouw, Adam en Eva kregen. Genesis 5 geeft de lijst van Adams nakomelingen. Adam heeft een leeftijd als Set wordt verwekt. Dan is het in ieder geval een bepaald persoon.

3.1 God heeft de mens gewild

Het eerste dat opvalt is dat God de mens wilde. “Laat ons mensen maken”. Het was een duidelijk voornemen van God dat er mensen zouden komen.

Genesis 1:26. En zei God laat ons maken mens. [letterlijke vertaling]

Ik begrijp niet waarom de SV, HSV, NBG en NBV vertalingen er een meervoud van maken zoiets als ‘Laten wij mensen maken …’ want in het Hebreeuws staat er een enkelvoud. De Willibrord vertaling vertaalt wel met enkelvoud: ‘Nu gaan Wij de mens maken,’

Na het voornemen van God om de mens te maken, gaat Hij het ook echt doen. Mensen maken.

3.2. God maakte, schiep, vormde en bouwde de mens

In het boek Genesis worden vier woorden gebruikt over wat God deed om de mens te voorschijn te laten komen, namelijk maken, scheppen, vormen en bouwen.
Genesis 1:26a. God zei: ‘Laten wij mensen (adam H120) maken (asah H6213)
Genesis 1:27a. God schiep (bara H1254) de mens (adam H120)
Genesis 2:7. Toen maakte (yatsar H3335) God, de HEER, de mens (adam H120)
Genesis 2:8b. … daarin plaatste hij de mens (adam H120) die hij had gemaakt (yatsar H3335)
Genesis 2:22. Uit de rib die hij bij de mens had weggenomen, bouwde (banah H1129) God, de HEER, een vrouw (iesja) en hij bracht haar bij de mens.

Woord Soort
woord
Strong
nr.
Opmerkingen:
1. עָשָׂה
`asah
Werkwoord H6213Doen, maken.
Komt 2638 keer voor.
KJV: do (1,333x), make (653x), wrought (52x), deal (52x), commit (49x), offer (49x), execute (48x), keep (48x), shew (43x), prepare (37x), work (29x), do so (21x), perform (18x), get (14x), dress (13x), maker (13x), maintain (7x), miscellaneous (154x).
2. בָּרָא 
bara’
Werkwoord H1254 Creëren, scheppen. Het woord komt 54 keer voor.
KJV: create (42x), creator (3x), choose (2x), make (2x), cut down (2x), dispatch (1x), done (1x), make fat (1x).
3. יָצַר 
yatsar
Werkwoord H3335 Vormen of formeren.
Het woord komt 62 keer voor.
KJV: form (26x), potter (17x), fashion (5x), maker (4x), frame (3x), make (3x), former (2x), earthen (1x), purposed (1x).
4. בָּנָה 
banah
Werkwoord H1129 Bouwen.
Het woord komt 378 keer voor.
KJV: build (340x), build up (14x), builder (10x), made (3x), built again (2x), repair (2x), set up (2x), have children (1x), obtain children (1x), surely 1 (inf. for emphasis).

1. Asah maken doen.
In de eerste teksten gaat het over ‘maken van het gewelf/firmament’ Gen. 1:7 en de vruchtbomen dragen of maken’ fruit. Gen. 1:11.

2. Bara creëren scheppen.
Het derde woord in de Bijbel is dit woord. Genesis 1:1.

In het woord Bara ligt het accent op het nieuwe, het unieke en bij Yatsar ligt het accent op de activiteit, het bezig zijn, het werken.

3. Yatsar vormen.
Driemaal in de Torah in Genesis 2:7, 8 (over de mens) en 19 (over de dieren).

Bara en yatser worden in de bijbel zes keer als woordpaar gebruikt namelijk in Jesaja 43:1 en 7, 45: 7 en 18 (2x) en Amos 4:13. Mooi om na te lezen. Maar eenmaal worden alle drie de woorden gebruikt en wel door de man met super veel inzicht, Jesaja.
Jesaja 45:18. Dit zegt de HEER, die de hemel geschapen (bara) heeft – hij is God! –, die de aarde gemaakt (asah) en gevormd (yatser) heeft en die haar heeft gegrondvest –niet als chaos schiep (bara) hij de aarde, maar om te bewonen heeft hij haar gevormd (yatser): Ik ben de HEER, er is geen ander.

4.Banah bouwen.
Dit is het algemene woord voor bouwen. Kaïn bouwde een stad, Noach een altaar. God bouwde een vrouw.
Genesis 2:22. Uit de rib die hij bij de mens had weggenomen, bouwde God, de HEER, een vrouw en hij bracht haar bij de mens. 

Wat kunnen we leren van deze teksten?
Voor het ontstaan van de mens hanteert de Bijbel drie verschillende woorden en daarna voor de vrouw nog een vierde woord. Dat geeft wel aan wat een enorme klus het was om tot een mens te komen. En dat was het ook.

Lichamelijk lijken we als mensen wel op zoogdieren. Hoewel die ook al ingewikkeld zijn. En we hebben emoties die ook wel bij sommige zoogdieren terug komen. Maar we zijn ook inventief, creatief, intuïtief, hebben gevoel voor schoonheid, hebben gevoel voor tijd en plaats en noem maar op. Mensen kinderen wat een briljant topstuk van de schepping. 

3.3. De mens lijkt op God

Over de mate waarin we op God lijken staan twee verschillende woorden in de Bijbel:
Genesis 1:26a. God zei: ‘Laten wij mensen (adam, H120) maken die ons evenbeeld (tselem) zijn, die op ons lijken (demuth).
Genesis 1:27a. God schiep de mens (adam, H120) als zijn evenbeeld (tselem), als evenbeeld (tselem) van God schiep hij hem.

In  het vijfde hoofdstuk van Genesis worden deze teksten nog weer even in herinnering geroepen.
Genesis 5:1. Dit is de lijst van Adams (adam H121) nakomelingen. Toen God Adam schiep, de mens (adam H120), maakte hij hem zo dat hij leek (demuth) op God.
Genesis 5:3. Toen Adam (adam H121) 130 jaar was, verwekte hij een zoon die op hem leek (demuth), die zijn evenbeeld (tselem) was. Hij noemde hem Set.

Woord Soort woordStrong nr. Opmerkingen:
1. צֶלֶם
tselem
Zelfstandig naamwoord
mannelijk
H6754 Afbeelding.
Komt 17 keer voor in 15 verzen.
KJV: image (16x), vain shew (1x).
2. דְּמוּת
dĕmuwth
Bijwoord en zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
H1823Gelijkenis.
Komt 25 keer voor in 22 verzen
KJV: likeness (19x), similitude (2x), like (2x), manner (1x), fashion (1x).

 1. צֶלֶם tselem
Het woord kun je vertalen met ‘image’, afbeelding. Komt van een werkwoord dat beschaduwen betekent.

Het woord komt 17 keer voor in de bijbel. De eerste drie keer in Genesis 1: 26 en 27, zie hierboven.

En verder in Genesis 5:3 waar Adam een zoon ‘verwekt’ naar zijn gelijkenis en afbeelding. In Genesis 9:6 staat nog eens dat God de mens naar zijn tselem heeft gemaakt.

Een afbeelding van een god of een dier om die te vereren wordt ook een tselem genoemd. In 1 Samuel 6:5  en 11 gaat het om afbeeldingen van gezwellen en muizen, die de Filistijnen aan Israël willen geven als genoegdoening.

Het woord tselem kan ook de betekenis van een schaduw hebben zoals in Psalm 39:7 (de mens, niet meer dan een schaduw is zijn levenspad) en Psalm 73:20 (dwazen en boosdoeners zijn als beelden van een nachtmerrie, die God verjaagt)

2. דְּמוּת dĕmuwth
Het woord demuth komt van het werkwoord damah wat ‘lijken op, zijn als, worden als’ betekent.

Van de 25 keer dat het woord voorkomt komt het als eerste in Genesis 1:26 voor daarna in Genesis 5:1 en 3.

2 Kronieken 4:3. De NBG vertaalt het met ‘afbeeldingen (demuwth) van runderen’, vormen die op runderen leken.
2 Koningen 16:10. Koning Achaz ging naar Damascus om koning Tiglatpileser van Assyrië te ontmoeten. Toen hij het altaar in Damascus zag, stuurde hij een model (demuth) en een gedetailleerd bouwplan naar de priester Uria.
Ezechiël 1:16. De wielen glansden alsof ze gemaakt waren van turkoois en ze hadden alle vier dezelfde vorm (demuwth): ze leken op een wiel midden in een ander wiel.

Zoals kinderen lijken op hun ouders zo lijken wij op de Schepper. Met twee verschillende woorden geeft de Bijbel dit aan. Mocht er mensen zijn die hier over twijfelen. Met twee getuigen, die hetzelfde beweren, kun je een rechtszaak winnen.

3.4. De mens dient de leiding te nemen

De eerste twee teksten waar het gaat om heerschappij voeren en gezag uitoefenen zijn deze.

Genesis 1:26b. … zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’
Genesis 1:28c. … en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’

God heeft tegen de mens gesproken dat hij de aarde onderwerpt en regeert over de vissen van de zee, de vogels van de hemel en de dieren op aarde.

Woord Soort
woord
Strong nummerOpmerkingen:
1.רָדָה
radah
WerkwoordH7287Regeren, heersen.
Komt 27 keer voor in 25 verzen.
KJV: rule (13x), dominion (9x), take (2x), prevaileth (1x), reign (1x), ruler (1x).
2.כָּבַשׁ
kabash
Werkwoord H3533 Onderwerpen.
Komt 15 keer voor in 13 verzen.
KJV: subdue (8x), bring into subjection (3x), bring into bondage (2x), keep under (1x), force (1x).

1. Radah heersen
In Genesis 1:26 en 1:28, zie hierboven komt het woord twee keer voor. Daarna in Leviticus 25 3x over slaven aansturen en Israëlieten aansturen. En Leviticus 26:17 als je Gods geboden niet onderhoudt zullen je vijanden jou regeren.

2. Kabash gezag uitoefenen
In Genesis 1:28 gaat het om het onderwerpen van het land of de aarde (erets). Daarna, in Numeri 2x en Jozua 1x gaat het over onderwerpen van een bepaald land (erets). En dan in 2 Samuel over David die volken (goim) onderwerpt. 

3.5. De mens is mannelijk en vrouwelijk

Er zijn twee teksten in de Bijbel waar het mannelijk en het vrouwelijk van de mens wordt genoemd. Het zijn deze.
Genesis 1:27. God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen.
Genesis 5:1-2. Toen God Adam schiep, de mens, maakte hij hem zo dat hij leek op God. Mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. Hij zegende hen en noemde hen mens toen zij werden geschapen.

WoordSoort woord Strong nummer Opmerkingen:
1. זָכָר
zakar
Bijvoeglijk naamwoord
Zelfstandig naamwoord
mannelijk.
H2145Mannelijk.
Komt 81 keer voor in 80 verzen.
KJV: male (67x), man (7x), child (4x), mankind (2x), him (1x).
2. נְקֵבָה nĕqebah Zelfstandig naamwoord
vrouwelijk
H5347Vrouw, vrouwelijk.
Komt 22 keer in 22 verzen voor.
KJV: female (18x), woman (3x), maid (1x).

Zakar mannelijk komt van het werkwoord zakar dat herinneren betekent. En neqebah vrouwelijk komt van naqab dat steken, prikken betekent. Er zit vast een betekenis achter, maar die heb ik nog niet ontdekt. Ik heb nog niet ontdekt of dit iets uitlegt.

Deze twee woorden komen verder nog dertien keer in één zin voor. Het gaat dan om zowel een mannelijk als een vrouwelijk dier van een soort. Of een offerdier dat zowel mannelijk als vrouwelijk mag zijn. Of een mannelijke of vrouwelijke baby.

Het lijkt mij dat het zó is. God schiep de mensen zoals Hijzelf ook is, zowel mannelijk als vrouwelijk. Maar de mens kwam niet goed uit de verf. Hij voelde zich eenzaam. Toen heeft God de mens als het ware in tweeën verdeeld, beter gezegd, het vrouwelijke, of nog beter gezegd, zoals de Bijbel dat definieert, de vrouw uit de mens gehaald. Pas toen God de vrouw uit de mens schiep, spreekt de bijbel van een man. In het Hebreeuws is dat het woord iesj. Het woord voor de vrouw is iesja.

Het boek Herstel de Liefde van Mario Bergner, bladzijde 52 tot 57 stelt dat mannen ook een vrouwelijke kant hebben en vrouwen ook een mannelijke kant.

Dat is te zien aan de typische mannelijke kenmerken zoals leiderschap, kracht, stoerheid, die een vrouw ook kan bezitten. En de typisch vrouwelijke kenmerken zoals creativiteit, intuïtie en zorgzaamheid, die de man ook kan bezitten.

Het lijkt mooi als een man ook aandacht heeft voor zijn vrouwelijke kant en een vrouw voor haar mannelijke kant. Om zo een completer mens te worden.

3.6. God zegende de mens

Genesis 1: 28a. Hij zegende hen …

Woord Soort woord Strong nr. Opmerkingen:
בָּרַךְ barak Bijvoeglijk naamwoord.
Zelfstandig naamwoord
H1288 Zegenen/knielen.
Komt 331 keer in 289 verzen voor.
KJV: bless (302x), salute (5x), curse (4x), blaspheme (2x), blessing (2x), praised (2x), kneel down (2x), congratulate (1x), kneel (1x), make to kneel (1x), miscellaneous (8x).

Eerst worden de waterdieren en de vogels gezegend in Genesis 1:22, daarna de mensen in 1:28. Dan wordt de zevende dag, de sabbat gezegend in Genesis 2:3 en dan in Genesis 5:2 wordt opnieuw gesproken over het zegenen van de mensen.

God blijft de mensen zegenen. Aäron moest de zegen van God iedere dag op het volk Israël leggen. Zie Numeri 6.  De apostel Paulus schrijft in zijn brieven zegenbeden van God aan de gemeente, zoals in 1 Korintiërs 13:13.

We kunnen ook lezen dat God initiatief neemt om vloeken, het tegengestelde aan zegenen, over de mensen te voorkomen. Zoals in het verhaal van de priester Bileam over het volk Israël.

3.7. De mens dient vruchtbaar te zijn en talrijk te worden

Genesis 1:28b. …en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde … [de volgende letterlijke vertaling is ook mogelijk: “Draag vrucht, wordt groter en vul de aarde”.

Na de zondvloed is er weer dezelfde opdracht.
Genesis 9:1. Toen zegende God ​Noach​ en zijn zonen, hij zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en bevolk de aarde.

Hier staat het als opdracht aan de mens. In andere gevallen is het als een belofte geschreven. Zoals aan Abraham: ik zal je een groot nageslacht geven. De belofte van God en de opdracht aan de mens overlapt in het denken van de Bijbel. De HEER en de mens zijn immers een eenheid!?

Woord Soort woord Strong nr. Opmerkingen:
1. פָּרָה
parah
Werkwoord H6509 Vrucht dragen, vruchtbaar zijn.
Komt 30 keer in 28 verzen voor.
KJV: fruitful (19x), increased (3x), grow (2x), beareth (1x), forth (1x), bring fruit (1x), make fruitful (1x).
2. רָבָה
rabah
Werkwoord H7235 Groot worden.
Komt 227 keer in 211 verzen voor.
KJV: multiply (74x), increase (40x), much (29x), many (28x), more (12x), great (8x), long (3x), store (2x), exceedingly (2x), greater (2x), abundance (2x), miscellaneous (24x).
3. מָלָא
male’
Werkwoord H4390 Vullen.
Komt 249 keer in 240 verzen voor.
KJV: fill (107x), full (48x), fulfil (28x), consecrate (15x), accomplish (7x), replenish (7x), wholly (6x), set (6x), expired (3x), fully (2x), gather (2x), overflow (2x), satisfy (2x), miscellaneous (14x).

1. parah vrucht dragen
In 14 van de 28 verzen waarin dit woord voorkomt wordt het in het boek Genesis gebruikt. Vrucht dragen is bij uitstek een woord voor het boek Genesis.
In Genesis 1:22 en 28 gaat het over de mens. In Genesis 8:17 over de dieren na de zondvloed en in Genesis 9:1 en 17 weer over de mens.
In Genesis 17:6 gaat het twee keer over Abraham.
In Genesis 17:20 gaat het over Ismaël. Genesis 26:22 over Isaak en de mensen bij hem.
In Genesis 28:3, 35:11, 48:4 gaat het over Jacob/Israël.
In Genesis 41:52 gaat het over Efraöim een zoon van Jozef en in 49:22 over Jozef zelf.
En tenslotte in Genesis 47:27 over het volk Israël in Egypte.

2. rabah vermenigvuldigen
Van de veertien teksten dat het gaat om vruchtbaar zijn, is er ook het talrijk worden aan verbonden.
Verder in Genesis 7 waar het water van de zondvloed talrijk wordt.

Genesis 3:16. Tegen de vrouw zei Hij: Ik zal uw moeite in uw zwangerschap zeer groot maken; met pijn zult u ​kinderen​ baren. Naar uw man zal uw begeerte uitgaan, maar hij zal over u heersen. [HSV]

Genesis 15:1. Na deze dingen kwam het woord van de HEERE tot ​Abram​ in een ​visioen: Wees niet bevreesd, ​Abram, Ik ben voor u een ​schild, uw loon zeer groot. [HSV]

3. male’ vullen.
Genesis 1:28 en Genesis 9:1 is het een opdracht voor de mensen om het land te vullen. In Genesis 1:22 gaat het over de dieren, die de aarde zullen vullen.

Exodus 1:6-7. Jozef​ en zijn broers en al hun generatiegenoten stierven, maar hun nakomelingen kregen veel ​kinderen​ en zo breidden de Israëlieten zich steeds meer uit. Ze werden zo talrijk dat ze het hele land bevolkten.

De combinatie vullen en land komt diverse keren voor, maar dan niet in de zin dat de mensen hun land vullen. Dit zijn twee voorbeelden.
In Genesis 6:11 en 13, gaat het over de aarde, die wordt gevuld met geweld.
Numeri 14:21 Maar zo waar ik leef en de hele aarde vervuld is van de majesteit van de HEER,

3.8. De zorg van God voor de mens

Al in het eerste hoofdstuk van de Bijbel wordt de zorg van God voor de mens beschreven.

Genesis 1:29-30. Ook zei God: ‘Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel (oklah) zijn. Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel (oklah).’ En zo gebeurde het.

Het vervolg van deze paragraaf doet een poging om helder te krijgen wat we onder de zaaddragende planten en de wezens, die op aarde kruipen moeten verstaan. Hieronder staan de afzonderlijke uitdrukkingen in de tabel.

Woord Soort woord Strong Opmerkingen:
1.אָכְלָה oklah Vrouwelijk
zelfstandig naamwoord
H402 Voedsel.
Komt 18 keer in 18 verzen voor.
KJV: meat (8x), devour (3x), fuel (3x), eat (2x), consume (1x), food (1x).
2.עֵשֶׂב`eseb
זָרַע  zara`
זֶרַע  zera`.
Zelfstandig naamwoord
mannelijk
Werkwoord   Zelfstandig naamwoord
vrouwelijk
H6212 H2232 H2233 Groene planten met zaaiend zaad.
KJV: herb (17x), grass (16x).
KJV: sow (47x), yielding (3x), sower (2x), bearing (1x), conceive (1x), seed (1x), set (1x).
KJV: seed (221x), child (2x), carnally (with H7902) (2x), carnally (1x), fruitful (1x), seedtime (1x), sowing time (1x).
3.עֵץ `ets
פְּרִי pĕriy
זָרַע zara` ֶרַע zera`
Zelfstandig naamwoord
mannelijk Zelfstandig naamwoord
mannelijk.
Zie verder
regel 2.  
H6086 H6529 H2232 H2231 Boom. Vrucht.
KJV: tree (162x), wood (107x), timber (23x), stick (14x), gallows (8x), staff (4x), stock (4x), carpenter (with H2796) (2x), branches (1x), helve (1x), planks (1x), stalks (1x).
KJV: fruit (113x), fruitful (2x), boughs (1x), firstfruits (with H7225) (1x), reward (1x), fruit thereof (1x).
4.רֶמֶשׂ
remes
Collectief
zelfstandig naamwoord
mannelijk
H7431 Kruipende, lopende en zwemmende dieren.
Komt 17 keer in 17 verzen voor.
KJV: creeping thing (15x), moving thing (1x), that creepeth (1x).
  רָמַשׂ
ramas
Werkwoord H7430 Kruipen .
Komt 17 keer in 17 verzen voor.
KJV: creep (11x), move (6x).

1. אָכְלָה  ‘oklah voedsel
Toelichting bij het gebruik van het woord meat in de KJV vertaling. Het Engelse woord meat heeft ook de betekenis van voedsel. Vegetarische producten vallen onder ‘meat’. In Genesis 6:21 gaat het over het groene voedsel voor de dieren, die in de ark zullen worden opgenomen.

Genesis 9:1-3. Toen zegende God ​Noach​ en zijn zonen, hij zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en bevolk de aarde. De dieren die in het wild leven, de vogels van de hemel, de dieren die op de aardbodem rondkruipen en de vissen van de zee zullen ​ontzag​ en angst voor jullie voelen – ze zijn in jullie macht. Alles wat leeft en beweegt zal jullie tot voedsel [oklah] dienen; dit alles geef ik je, zoals ik je ook de planten heb gegeven.

In Exodus 16:15 wordt manna als voedsel genoemd. In Leviticus 25:6 wordt genoemd dat wat in een rustjaar groeit, voedsel is voor allen.

2.עֵשֶׂב  `eseb זָרַע  zara` זֶרַע  zera`. Gras zaaien zaad
De vertaling met gras lijkt me niet zo correct. Mij lijkt de vertaling groene planten met zaaiend zaad de meest passende.

Het begrip met die drie woorden komt eenmaal voor in de tekst aan het begin van dit hoofdstuk Genesis 1:29-30. En verder twee keer in een eerder deel van Genesis 1 namelijk toen het werd geschapen namelijk op de derde dag van de schepping.

Genesis 1:11-13. God zei: ‘Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.

3. עֵץ `ets פְּרִי pĕriy זָרַע zara` ֶרַע zera`
Was het vorige begrip al ingewikkeld. Deze is nog ingewikkelder. Er komen vier woorden in voor, waarvan zara en zera ook in de vorige uitdrukking voorkomen.

Bij 2. ging het om groene planten, nu om bomen. Letterlijk vertaald is de Hebreeuwse tekst als volgt: “Iedere boom waarin de vruchten van een boom zaad/vrucht leveren aan jou om voedsel te zijn”. Er ligt een nadruk op boom en op vrucht.

Hier dezelfde tekst als hierboven, maar dan anders onderstreept.
Genesis 1:11-13. God zei: ‘Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.

4.  רֶמֶשׂ  remes en רָמַשׂ ramas
Zowel het werkwoord ramas als het zelfstandig naamwoord remes komen 17 keer voor in de Bijbel. Beiden tien keer in  het boek Genesis. Het is wel zoeken wat onder kruipende dieren wordt verstaan.

Hier de teksten van Genesis 1 waar deze woorden in voorkomen.
Genesis 1:21. En God schiep de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens waarvan het water wemelt, naar hun soort, en alle gevleugelde vogels naar hun soort. En God zag dat het goed was.

Genesis 1:24-26. God zei: ‘De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: ​vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het. En God maakte de wilde dieren van de aarde naar hun soort, het ​vee​ naar hun soort, en alle kruipende dieren van de aardbodem naar hun soort. En God zag dat het goed was. En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht, over het ​vee, over heel de aarde en over al de kruipende dieren die over de aarde kruipen!

Genesis 1:28-30. Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ Ook zei God: ‘Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde het.

Hier de overige teksten met deze woorden in het boek Genesis.
Genesis 6:20. Van alle soorten vogels, van alle soorten ​vee​ en van alles wat op de aardbodem rondkruipt, zullen er twee naar je toe komen; die zullen in leven blijven.

Genesis 7:8-9. Van de reine en de onreine dieren, van de vogels en van alles wat op de aardbodem rondkruipt, kwamen er telkens twee bij ​Noach​ in de ark, een mannetje en een wijfje, in overeenstemming met wat God hem had opgedragen.

Genesis 9:1-3. Toen zegende God ​Noach​ en zijn zonen, hij zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en bevolk de aarde. De dieren die in het wild leven, de vogels van de hemel, de dieren die op de aardbodem rondkruipen en de vissen van de zee zullen ​ontzag​ en angst voor jullie voelen – ze zijn in jullie macht. Alles wat leeft en beweegt zal jullie tot voedsel dienen; dit alles geef ik je, zoals ik je ook de planten heb gegeven.

Wat zeggen deze teksten over wat nu blijkbaar die kruipende of bewegende wezen zijn?
Kruipende wezens in het water. Genesis 1:21.
Vee, wilde dieren en kruipende dieren op de aardbodem. Genesis 1:24-26 en 28-30, Genesis 7:14, 21 en 23.
Vee en alles wat rondkruipt. Genesis 6:20 en 8:17.
Dieren, die in het wild leven en dieren die rondkruipen. Genesis 9:2.
Reine en onreine dieren, vogels en alles wat op de aardbodem rondkruipt. Genesis 7:8-9,8:19.

Het lijkt me dat het gaat om de kleine dieren, die zowel op het land leven zoals konijnen, hagedissen, muizen als dieren, die in het water leven zoals krabben, kreeften, garnalen.

Opmerkelijk:
Zoals het in Genesis 1:29 staat zijn groene planten en hun zaad voor alle levende wezens zijn en de vruchten van de vruchtbomen zijn voor de mensen.

In Genesis 9 staat voor het eerst dat dieren tot voedsel mogen dienen. Verder op in de Bijbel gaat God het volk Israël aangeven wat goed is om te eten en wat niet goed is om te eten.

4. Andere bronnen.

Er is ook bij wat wij noemen, ‘de wetenschap’ over het bestaan van de mens nagedacht. Niet de rol van God daar wel of niet in, maar hoe de ontwikkeling in de geschiedenis is geweest.

De wetenschap denkt dat de mens uit een apen soort is ontwikkeld. Die apensoort is weer uit een andere dierensoort ontstaan. En die is uit een …. ontstaan. En die is weer uit een …. ontstaan. Etc. Uiteindelijk is het leven uit de aarde ontstaan. Dat is ook wat Genesis 2 zegt. De mens komt uit de aarde voort. Een soort van overeenkomstigheid tussen de Bijbel en de wetenschap.

Het is voor de wetenschap lastig te bepalen vanaf wanneer er geen sprake meer is van een apensoort, maar van een mensensoort. Men schat dat in uit bepaalde kenmerken van de gevonden botten.

Wat wel helpt is dat men nu kennis heeft van het DNA. Daardoor kan men verwantschappen tussen dieren of zo u wilt mensensoorten duidelijker onderscheiden.

Er is ook een stroming, die niet spreekt van hogere ontwikkeling maar het heeft over de wet van degeneratie. Er zou juist een teruggaande ontwikkeling zijn.

De wetenschap heeft het over een ontwikkeling van miljoenen jaren. Vanuit de Bijbel is er een schatting te maken van alle leeftijden van de verschillende generaties opgeteld. Vanaf Adam tot nu is dat opgeteld een kleine 6000 jaar. De inschatting van de joden is dat we nu, eind 2019, in het jaar 5780 na de schepping van Adam en Eva zijn.

Alleen voordat Adam en Eva er waren, gaat het over de mens, zie hoofdstuk 2 hierboven. Hoeveel dagen, maanden of jaren zou er sprake zijn geweest van de mens? Dat is onbekend.

De wetenschap heeft t.o.v. de Bijbel diverse leemten. Zo is er totaal geen idee dat een hogere geestelijke macht de mens heeft gewild (zie 3.1). Ook dat die macht aan de ontwikkeling van de mens heeft gewerkt (zie 3.2). En dat we lijken op die hogere macht (zie 3.3). Volgens de wetenschap is de mens bij toeval ontstaan. Super onwaarschijnlijk.

De wetenschap mist ook het oog op de zegen van de Heer (zie 3.6). Ik kan me voorstellen dat je het als mens alleen maar met de wetenschap moet doen, dat je je dan ontheemd voelt. Ongewenst. Niet bedoeld. Mislukt en lelijk.

De wetenschap houdt zich niet bezig met het feit dat de mens een opdracht heeft gekregen voor beheren en leiding nemen bij de schepping (zie 3.4). In de praktijk echter voert men die opdracht wel uit.

Zo was er een wereldwijde actie om de Ozon laag te laten herstellen. In 1987 tekenden vertegenwoordigers van meer dan 170 landen het Montreal Protocol. Landen spraken af om het gebruik van ozonvernietigende stoffen – zoals chloorfluorkoolstofverbindingen (cfk’s) – uit te faseren. Studies hebben aangetoond dat het een enorm positieve impact heeft op de ozonlaag (die overigens nog altijd niet helemaal hersteld is).

Uit alle macht probeert de mens nu ook het klimaat op aarde te beheersen. Ook is er veel inspanning om het uitsterven van bepaalde diersoorten te voorkomen. En de natuur te beschermen. Hierbij een woord van dank aan die mensen, die de opdracht van de schepper van hemel en aarde uitvoeren. Een hele wetenschappelijke stroming is gefocust op dit onderwerp. Bravo!

Ook het feit van de mannelijkheid en vrouwelijkheid van mannen en vrouwen, zie 3.5, is iets wat in de wetenschap terugkomt. In de psychologie.

De vruchtbaarheid en talrijkheid van de mens is een zorg voor een groep mensen. Die denken dat de aarde te vol wordt en dat bronnen zullen tekort schieten. Dat is niet mijn verwachting. De aarde bulkt van energie en water. En alleen het kleine Nederland kan wel voor een miljard mensen zorgen voor de voedselvoorziening.

Ook dit is een opdracht, die de mensen hebben uitgevoerd. We zijn nu met zo’n 7,8 miljard mensen, waarvan een belangrijk deel oog heeft voor de schepper en respect heeft voor zijn waarden. De Heere God kan zijn vaderhart nu met zeer veel mensen delen.

Wat ook niet in beeld is bij de wetenschap is het feit dat er voor de mens zo’n uitermate uitgebreid pakket aan voedsel beschikbaar is. Bij mijn weten is de synergie nog niet door de wetenschap opgemerkt. Het zijn verschillende ontwikkelingen, die met elkaar te maken hebben, maar de wetenschap heeft er nog geen verband tussen gelegd.

5. Tenslotte

Eerst was er, zeg maar, het concept mens en later kwamen de mensen Adam en Eva. Alle vertalingen gaan hiervan uit alleen laat de ene Adam later ontstaan dan de andere.

De mensen lijken op God, vandaar dat we kinderen van God zijn of kunnen zijn.

Hoe zou je je typisch mannelijke en vrouwelijke kant verder kunnen ontwikkelen. Zou je daar een completer mens van worden? Dat vraagt om nadere verdieping. En daarna toepassing.

Dat God ons heeft gewild. Hij heeft ook jou en mij gewild. Dat uitspreken tegen mensen, die het moeilijk hebben. Een mooie mogelijkheid in het pastoraat.

Ook dat God ons de zegen meegeeft. Dat we elkaar daarom mogen zegenen in zijn naam. Dat kan ook tot bemoediging en versterking leiden.

En ook de moederlijke kant van God dat Hij zorgt voor voedsel is mooi om te zien en te ervaren.

Vruchtbaar zijn en talrijk worden hebben we als mensheid mooi gedaan. Het beheer van de aarde is nog een hele klus, maar we zijn er mee bezig.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.