Studie KoninKrijk van God

Deze studie gaat alleen over het koninkrijk van God voor zover dat in het Nieuwe Testament voorkomt en het gaat alleen over het woord basileia, zoals dat in het Grieks staat.

Overigens gaat het in het Oude Testament ook al uitgebreid al over het koninkrijk van God. Mooi om te bestuderen mocht u daar tijd voor hebben. <dat is nog niet opgenomen in deze studie>

Als u weinig tijd hebt, lees dan de conclusies en samenvattingen.

Het koninkrijk van God dat doorbreekt in deze wereld is hét doel van God. Goed om er dan ook meer van te weten. Werk mee, doe mee als je dit ook belangrijk vindt.

Wat het Nieuwe Testament er over zegt.

Er zijn zes Griekse woorden in het Nieuwe Testament, die over koning, koninkrijk, koninklijk etc. gaan. Hieronder de vijf, die meestal over het hemelse koninkrijk, het koninkrijk van God gaan. Er is ook een woord, die wij met koningin kunnen vertalen, maar die komt in de Bijbel alleen in aardse betekenis voor.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1βασιλεία
basileia
Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
G932
SB840
Koninkrijk
Komt 162 keer voor in 154 verzen.
KJV: kingdom (of God) (71x), kingdom (of heaven) (32x), kingdom (general or evil) (20x), (Thy or Thine) kingdom (6x), His kingdom (6x), the kingdom (5x), (My) kingdom (4x), miscellaneous (18x).
2βασίλειος basileios/
βασίλειος basileios
Bijvoeglijk naamwoordG933
G934
SB841
Komt drie keer voor (kleine verschillen tussen handschriften)
KJV: royal (1x).
KJV: king’s court (with G3588) (1x), royal (1x).
3βασιλεύς basileusZelfstandig
naamwoord
mannelijk
G935
SB842
Komt 118 keer voor in 107 verzen.
KJV: king (82x), King (of Jews) (21x), King (God or Christ) (11x), King (of Israel) (4x).
4βασιλεύω basileuōWerkwoordG936
SB843
Regeren als koning
Komt 21 keer voor in 18 verzen.
KJV: reign (20x), king (1x)
5βασιλικός basilikosBijvoeglijk
naamwoord
G937
SB844
Koninklijk
Komt 5 voor in 5 verzen
KJV: nobleman (2x), royal (2x), king’s country (with G3588) (1x).

In het Nieuwe Testament komt dus in 154 verzen het woord βασιλεία basileia voor. We noemen in bepaalde gevallen een kerk ook wel een basiliek. Dat is van dit woord afgeleid.

Het woord basilea kan zowel het koningschap, de functie van het koning zijn als het gebied waar de koning heerst aangeven, het koninkrijk. In de Bijbel komen beide betekenissen wel voor.

Soms gaat het in de Bijbel over een aards koninkrijk, maar meestal gaat het in het Nieuwe Testament over dat koninkrijk dat met God te maken heeft. In 60% van de gevallen staat er ook het woord ‘God’ of ‘hemel’ bij.

In het evangelie van Matteüs staat er vrijwel altijd ‘hemel’ bij, het koninkrijk van de hemel. Bij de andere schrijvers wordt het het koninkrijk van God genoemd. Ze hebben we twee mogelijkheden om ons uit te drukken.

Nog meer zelf, want twee keer komt de uitdrukking koninkrijk van de Vader voor. In Matteüs 13:43 en Matteüs 26:29. Eenmaal kun je uit de tekst opmaken dat het om het koninkrijk van Jezus gaat <>.

Naast enkele keren dat het over aardse koninkrijken gaat, gaat het ook eenmaal over het koninkrijk van de duisternis. Matteüs 12:26.

Hieronder per boek alle teksten waar het gaat over het hemelse koninkrijk. De teksten zijn geciteerd uit de NBV tenzij anders is aangegeven.

Aan het eind van dit deel is een poging gedaan om te concluderen en samen te vatten. Er is bijzonder veel te leren. Zegen bij het lezen!

<informatie over de andere vier woorden in de tabel moeten nog worden verwerkt>

Uit het evangelie van Matteüs.

Het boek Matteüs spreekt het meest over het Koninkrijk dat van God of de hemel is, wel 54 keer. Kenmerkend voor Matteüs is dat hij meestal spreekt over het koninkrijk van de hemel.

Als in de andere evangeliën het over dezelfde geschiedenis of woorden gaat over het koninkrijk, dan laat ik die hieronder ook gelijk zien. Zo ontstaat een zo duidelijk mogelijk overzicht.

De boodschap van het koninkrijk van de God of van de hemel wordt het eerst verkondigd door Johannes de Doper. Dit is de kern van zijn boodschap.
Matteüs 3:2. ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!’

Hier gaat het over de koninkrijken van de wereld, die de duivel aan Jezus toont. Ik neem dit toch maar op in dit overzicht omdat het tegenover het koninkrijk van God wordt gezet.
Matteüs 4:8. De ​duivel​ nam hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht.

Jezus gaat na Johannes de Doper verder met de boodschap over het koninkrijk.
Matteüs 4:17. Vanaf dat moment begon Jezus zijn verkondiging. ‘Kom tot inkeer,’ zei hij, ‘want het koninkrijk van de hemel is nabij!’
Matteüs 4:23. Hij trok rond in heel Galilea; hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws van het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk.

Het evangelie van Marcus vat de boodschap van Johannes de Doper samen met ‘de doop van bekering tot vergeving van zonden’. Dit is dan de boodschap van Jezus.
Marcus 1:14-15. Nadat Johannes gevangen was genomen, ging Jezus naar Galilea, waar hij Gods goede nieuws verkondigde. Dit was wat hij zei: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’

Ook het evangelie van Lucas heeft een tekst uit die begintijd.
Lucas 4:43-44. Maar hij zei tegen hen: ‘Ook in de andere steden moet ik het goede nieuws over het koninkrijk van God brengen, want daarvoor ben ik gezonden.’ En hij maakte dat goede nieuws bekend in de synagogen van Judea.

Dit zijn woorden uit de zaligsprekingen van Jezus.
Matteüs 5:3. ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
Matteüs 5:10. Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

De evangelist voegt nog een categorie toe aan voor wie het koninkrijk is, namelijk de armen.
Lucas 6:20. Hij richtte zijn blik op zijn leerlingen en zei: ‘Gelukkig jullie die arm zijn, want van jullie is het koninkrijk van God.

Dit gaat over het serieus blijven nemen van de geboden van God.
Matteüs 5:19. Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan.

Hier het woord gerechtigheid, wat met recht te maken heeft. Geef je ieder het zijne. Ben je eerlijk.
Matteüs 5:20. Want ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en de farizeeën, zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan.

Dit zijn regels uit het Onze Vader gebed.
Matteüs 6:10. … laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Matteüs 6:13. Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen. [HSV]
Opmerking: deze tekst staat niet in de handschriften, die de NBV als de basis voor de vertaling hanteert. Deze zin komt daarom niet voor in de NBV.

De evangelist Lucas geeft deze tekst voor het Onze Vader.
Lucas 11:2. Hij zei tegen hen: ‘Wanneer jullie bidden, zeg dan: “Vader, laat uw naam geheiligd worden en laat uw koninkrijk komen.

De evangelist Matteüs gebruikt slechts vijf keer de uitdrukking koninkrijk van God. Dit is de eerste keer.
Matteüs 6:33. Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.

Van deze tekst is ook een variant van de evangelist Lucas.
Lucas 12:31-32. Zoek liever zijn koninkrijk, en die andere dingen zullen je erbij gegeven worden. Vrees niet, kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie het koninkrijk willen schenken.

Matteüs 7:21. Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.

De waarschuwing van Jezus aan zijn volk om het niet te missen.
Matteüs 8:11-12. Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk van de hemel, maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.’
Lucas 13:28-29. Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten in het koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten wordt. Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aan tafel genodigd worden in het koninkrijk van God.
Toelichting: met ‘de erfgenamen van het koninkrijk’ bedoelt Jezus het volk Israël. Lijkt mij. Een deel daarvan was achtergebleven in de landen naar waar ze werden verbannen. Een ander deel woonde weer in Israël maar, die hadden voor het grootste deel geen oog en oor voor wat Jezus naar voren bracht. En daardoor misten ze de boodschap. De gevolgen zijn in de geschiedenis voor het volk Israël dramatisch geweest.

De tekst hieronder de eerste herhaling. Een herhaling in de Bijbel heeft dikwijls de bedoeling om er extra nadruk op te leggen.
Matteüs 9:35. Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal.
Toelichting: dit werd in 4:23 ook van Jezus gezegd.

Bij de uitzending van de leerlingen

In Matteüs 10 staat de uitzending van de twaalf discipelen beschreven. Daar komt ook deze tekst voor.
Matteüs 10:7. Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.”
Toelichting: de boodschap, die de discipelen eerst hadden aangehoord, zie Matteüs 4:17, moeten ze nu ook zelf verkondigen.

In het evangelie van Lucas komt deze geschiedenis ook voor.
Lucas 9:2. Daarna zond hij hen uit om het koninkrijk van God te verkondigen en zieken te genezen.

Bij de evangelist Lucas komt ook een uitzending van zeventig leerlingen voor.
Lucas 10:9-11. … genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: “Het koninkrijk van God heeft jullie bereikt.” Maar als jullie een stad binnengaan waar je niet welkom bent, trek dan door de straten en zeg: “Zelfs het stof van uw stad dat aan onze voeten kleeft, vegen we van ons af als aanklacht tegen u; maar bedenk wel: het koninkrijk van God is nabij!”

Over de positie van degenen, die in het koninkrijk staan en Johannes de Doper.
Matteüs 11:11-12. Ik verzeker jullie: er is onder allen die uit een vrouw geboren zijn nooit iemand opgetreden die groter was dan Johannes de Doper; maar in het koninkrijk van de hemel is de kleinste nog groter dan hij. Sinds de dagen van Johannes de Doper wordt het koninkrijk van de hemel door geweld bedreigd en proberen sommigen er zelfs met geweld beslag op te leggen.
Lucas 7:28. Ik zeg jullie: van allen die geboren zijn uit een vrouw is niemand groter dan Johannes, maar in het koninkrijk van God is de kleinste nog groter dan hij.’

Het koninkrijk van God is een eenheid.
Matteüs 12:25-28. Jezus​ wist wat ze dachten en zei tegen hen: ‘Elk koninkrijk dat innerlijk verdeeld is wordt verwoest, en geen enkele stad of gemeenschap die innerlijk verdeeld is zal standhouden. Als ​Satan​ ​Satan​ uitdrijft, keert hij zich tegen zichzelf. Hoe kan zijn koninkrijk dan standhouden? En als ik inderdaad door ​Beëlzebul​ demonen uitdrijf, door wie drijven uw eigen mensen ze dan uit? Zij zullen dan ook uw rechters zijn! Maar als ik door de ​Geest van God​ demonen uitdrijf, dan is het ​koninkrijk van God​ bij jullie gekomen.
Toelichting: hét kenmerk waardoor je weet dat het koninkrijk van God er is, is dat er demonen worden uitgedreven.

Ook de evangelist Marcus spreek over verdeeldheid.
Marcus 3:24. Als een koninkrijk innerlijk verdeeld is, kan dat koninkrijk niet standhouden.

Lucas 11:17-20. Maar hij kende hun gedachten en zei tegen hen: ‘Elk koninkrijk dat innerlijk verdeeld is wordt verwoest, en huis na huis stort in. Als ook Satan innerlijk verdeeld is, hoe kan zijn koninkrijk dan standhouden? Jullie zeggen toch dat ik dankzij Beëlzebul demonen uitdrijf! Als ik inderdaad dankzij ​Beëlzebul​ demonen uitdrijf, door wie drijven jullie eigen mensen ze dan uit? Zij zullen dan ook jullie rechters zijn! Maar als ik dankzij een kracht die van God komt demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen.

Gelijkenissen

Na de gelijkenis van de zaaier zegt Jezus dit als antwoord van de discipelen waarom hij in gelijkenissen sprak.
Matteüs 13:11. Hij antwoordde: ‘Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van de hemel kennen, hun is dat niet gegeven.

Ook de evangelisten Marcus en Lucas melden dit.
Marcus 4:11. Hij zei tegen hen: ‘Aan jullie is het geheim van het koninkrijk van God onthuld; maar zij die buiten blijven staan, krijgen alles te horen in gelijkenissen.
Lucas 8:10. Hij antwoordde: ‘Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van God kennen, maar de anderen krijgen alles in gelijkenissen te horen, opdat ze zien zonder inzicht en horen zonder iets te begrijpen.

Dit is een tekst bij de uitleg van de gelijkenis van de zaaier.
Matteüs 13:19. … bij ieder die het woord van het koninkrijk hoort maar het niet begrijpt, komt hij die het kwaad zelf is en rooft wat hun in het hart is gezaaid; bij hen is op de weg gezaaid.

Een volgende gelijkenis van Jezus over het koninkrijk van God is die van een mens, die zaad uitstrooit op aarde.
Marcus 4:26. En hij zei: ‘Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde.

Na de eerste gelijkenissen van Jezus, zoekt, en vraagt hij ook denk ik naar meer inspiratie.
Marcus 4:30. En hij zei: ‘Waarmee kunnen we het koninkrijk van God vergelijken en door welke gelijkenis kunnen we het voorstellen?

Dit is de eerste tekst uit de gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe.
Matteüs 13:24. Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide.

Op een zaadje van de mosterdplant, die meenam en zaaide.
Matteüs 13:31-32. Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn akker zaaide. Het is weliswaar het kleinste van alle zaden, maar het groeit uit tot de grootste onder de planten. Het wordt een struik, en de vogels van de hemel komen nestelen in de takken.’
Lucas 13:18-19. Daarop zei hij: ‘Waarop lijkt het ​koninkrijk van God​ en waarmee zal ik het vergelijken? Het lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn tuin ​zaaide, waarna het groeide en een grote struik werd, waar de vogels van de hemel in de takken kwamen nestelen.’

Op zuurdesem die een vrouw met meel vermengde.
Matteüs 13:33. Hij vertelde hun een andere gelijkenis: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot alle meel doordesemd was.’
Lucas 13:20-21. En opnieuw zei hij: ‘Waarmee zal ik het ​koninkrijk van God​ vergelijken? Het lijkt op ​zuurdesem​ die door een vrouw met drie zakken ​meel​ werd vermengd tot alle ​meel​ doordesemd was.’

En hier dan van de uitleg van de gelijkenis het onkruid en de tarwe.
Matteüs 13:38-43. … de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn de kinderen van het koninkrijk; het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad, de vijand die het ​zaait​ is de ​duivel, de oogst staat voor de voltooiing van deze wereld en de maaiers zijn de ​engelen. Zoals het onkruid bijeengebonden wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de Mensenzoon zal zijn engelen eropuit sturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk allen die anderen ten val hebben gebracht en de wetten hebben verkracht bijeenbrengen en hen in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren!

De tekst gaat gelijk verder met nog twee beelden over het koninkrijk van de hemel.
Matteüs 13:44-47. Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen. Ook is het met het koninkrijk van de hemel als met een koopman die op zoek was naar mooie parels. Toen hij een uitzonderlijk waardevolle parel vond, besloot hij alles te verkopen wat hij had en die te kopen.

En dit citaat geeft een beeld weer van het koninkrijk maar ook met de consequentie van het wel of niet daarbij horen.
Matteüs 13:47-52. Het is met het koninkrijk van de hemel ook als met een sleepnet dat in een meer werd geworpen en waarmee allerlei soorten vis werden gevangen. Toen het net vol was, trok men het op de oever en ging men zitten om de goede vis in kuipen te doen; de slechte vis werd weggegooid. Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen eropuit trekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden, en ze zullen hen in de vuuroven werpen, waar ze zullen jammeren en knarsetanden. Hebben jullie dit alles begrepen?’ ‘Ja,’ antwoordden ze. Hij zei hun: ‘Zo lijkt iedere schriftgeleerde die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt.’
Toelichting op het laatste vers: als je veel weet wat God in het verleden heeft gezegd, kun je dat gebruiken als je in dienst bent van het koninkrijk van de hemel.

Relatie met de ekklesia

Dit is de tekst nadat Jezus over de ekklesia heeft gesproken.
Matteüs 16:19. Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.’

Matteüs 18:1-4. Op dat moment kwamen de leerlingen Jezus vragen: ‘Wie is eigenlijk de grootste in het koninkrijk van de hemel?’ Hij riep een ​kind​ bij zich, zette het in hun midden neer en zei: ‘Ik verzeker jullie: als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan. Wie zichzelf vernedert en wordt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk van de hemel.

Hier nog een gelijkenis n.a.v. een vraag van Petrus over hoeveel keer je je broeder moet vergeven.
Matteüs 18:23. Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren.
<context toevoegen>

Matteüs 19:12-14. … er zijn mannen die niet trouwen omdat ze onvruchtbaar geboren werden, andere omdat ze door mensen onvruchtbaar gemaakt zijn, en er zijn mannen die niet trouwen omdat ze zichzelf onvruchtbaar gemaakt hebben met het oog op het koninkrijk van de hemel. Laat wie bij machte is dit te begrijpen het begrijpen!’
Toelichting: in vers 13 lijkt het te gaan over wat wij het celibaat noemen.

Kinderen en rijken

Deze teksten gaan over kinderen.
Matteüs 19:14. Daarop brachten de mensen ​kinderen​ bij hem, ze wilden dat hij hun de handen zou opleggen en zou ​bidden. Toen de ​leerlingen​ hen berispten, zei Jezus: ‘Laat de kinderen ongemoeid, belet ze niet bij mij te komen, want het koninkrijk van de hemel behoort toe aan wie is zoals zij.’

Marcus 10:13-15. De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’

Lucas 18:16-17. Maar Jezus riep de kinderen bij zich en zei: ‘Laat ze bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan!’

Matteüs 19:23-24. Jezus wendde zich tot zijn leerlingen: ‘Ik verzeker jullie: slechts met grote moeite zal een rijke het koninkrijk van de hemel binnengaan. Ik zeg het jullie nog eens: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’

Marcus 10:23-25. Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ De leerlingen schrokken van zijn woorden. Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: ‘Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’

Lucas 18:24-25.Toen Jezus zag dat de man zo bedroefd werd, zei hij: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan. Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’

Matteüs 20:1. Het is met het koninkrijk van de hemel als met een landheer die er bij het ochtendgloren op uit trok om dagloners voor zijn wijngaard te zoeken.

Matteüs 20:21-23. Hij vroeg haar: ‘Wat wilt u?’ Ze antwoordde: ‘Beloof me dat deze twee zonen van mij in uw koninkrijk naast u mogen zitten, de een rechts van u en de ander links.’ Maar ​Jezus​ zei hun: ‘Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de ​beker​ drinken die ik zal moeten drinken?’ ‘Ja, dat kunnen wij,’ antwoordden ze. Toen zei hij: ‘Uit mijn ​beker​ zullen jullie inderdaad drinken, maar wie er rechts en links van mij zullen zitten kan ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie mijn Vader ze heeft bestemd.’

Matteüs 21:31. Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?’ Ze zeiden: ‘De eerste.’ Daarop zei Jezus: ‘Ik verzeker u: de tollenaars en de hoeren zijn u voor bij het binnengaan van het koninkrijk van God.
Matteüs 21:43. Daarom zeg ik u: het koninkrijk van God zal u worden ontnomen, en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen.

Matteüs 22:2. ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon.

Matteüs 23:13. Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het koninkrijk van de hemel. Jullie gaan er zelf niet binnen, maar laten ook degenen die er willen binnengaan niet toe.

Hier gaat het over de strijd, die er zal zij op aarde van koninkrijken tegen koninkrijken.
Matteüs 24:7. Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere, en overal zullen er hongersnoden uitbreken en zal de aarde beven.
Marcus 13:8. Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk zal de strijd aanbinden met het andere, overal zullen er aardbevingen en hongersnoden zijn: dat is het begin van de weeën.
Lucas 21:10. Hij vervolgde: ‘Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk zal de strijd aanbinden met het andere.

Pas als dit gebeurt komt de wereld tot haar doel.
Matteüs 24:14. Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen.
Lucas 21:31. Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het koninkrijk van God nabij is.

Matteüs 25:1. Dan zal het met het koninkrijk van de hemel zijn als met tien meisjes die hun olielampen hadden gepakt en eropuit trokken, de bruidegom tegemoet.

Matteüs 25:34. Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is.

Matteüs 26:29. Ik zeg jullie: vanaf vandaag zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’

Marcus 14:25. Ik verzeker jullie: ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van God.’

Lucas 22:16-18. Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God.’ Hij nam een ​beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze ​beker​ en geef hem aan elkaar door. Want ik zeg jullie: vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’

Uit het evangelie van Marcus

Enkele teksten uit het evangelie van Marcus, die over het koninkrijk van God gaan, vullen de teksten van de evangelist Matteüs aan. Die zijn al in het vorige hoofdstuk genoemd. Hieronder wat de evangelist Marcus toevoegt.

Het koninkrijk van God in al zijn kracht. Was dat er al? Zeker
Marcus 9:1. Verder zei hij ook nog: ‘Ik verzeker jullie: sommigen die hier aanwezig zijn zullen niet sterven voordat ze de komst van het koninkrijk van God in al zijn kracht hebben meegemaakt.’

De evangelist heeft hier een variant op.
Lucas 9:27. Ik verzeker jullie dat sommigen die hier aanwezig zijn niet zullen sterven voor ze het koninkrijk van God hebben gezien.’

Dit is een ernstige waarschuwing voor je stijl van leven.
Marcus 9:47. En als je oog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit: je kunt beter met één oog het koninkrijk van God binnengaan dan in het bezit van twee ogen in de Gehenna geworpen worden,

Dit was bij de intocht van Jezus in Jeruzalem, vlak voor zijn lijden en sterven.
Marcus 11:10.  Gezegend het komende koninkrijk van onze vader David. Hosanna in de hemel!’

Bij het gesprek met een schriftgeleerde, die veel dingen al begreep.
Marcus 12:34. Jezus vond dat hij verstandig had geantwoord en zei tegen hem: ‘U bent niet ver van het koninkrijk van God.’ En niemand durfde hem nog een vraag te stellen.

En dit is nu het sterven van Jezus.
Marcus 15:43. … kwam Josef van Arimatea, een vooraanstaand raadsheer, die zelf ook de komst van het koninkrijk van God verwachtte. Hij raapte al zijn moed bijeen en ging naar Pilatus, die hij om het lichaam van Jezus vroeg.

Lucas 23:50-51. Er was ook een man die Josef heette en afkomstig was uit de Joodse stad Arimatea. Hij was een raadsheer, een goed en rechtvaardig mens, die de komst van het koninkrijk van God verwachtte en niet had ingestemd met het besluit en de handelwijze van de raad.

Uit het evangelie van Lucas

Enkele teksten uit het evangelie van Lucas, die over het koninkrijk van God gaan, vullen de teksten van de evangelist Matteüs of Marcus aan. Die zijn al in de vorige hoofdstukken genoemd. Hieronder wat de evangelist Lucas nog aan Matteüs en Marcus toevoegt.

Lucas wijst er op dat Jezus nogmaals een hele reis maakte om de boodschap te vertellen.
Lucas 8:1. Kort daarop begon hij rond te trekken van stad tot stad en van dorp tot dorp om het goede nieuws over het koninkrijk van God te verkondigen. De twaalf vergezelden hem.

Dit is in de aanloop van de geschiedenis waarbij later de wonderbare spijziging zal plaatsvinden.
Lucas 9:11. Maar de mensen kwamen het te weten en volgden hem. Hij ontving hen vriendelijk en sprak tot hen over het koninkrijk van God, en degenen die genezing nodig hadden maakte hij weer gezond.

En hier een mooi tafereel van een gebeurtenis onderweg.

Lucas 9:60-62. Jezus zei tegen hem: ‘Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.’ Weer een ander zei: ‘Ik zal u volgen, ​Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.’ Jezus zei tegen hem: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’

Dit wordt gezegd door een van hen die mede aanlagen bij de maaltijd van een leider van de Farizeeën.
Lucas 14:15. Toen een van de anderen die aan tafel aanlagen dit hoorde, zei hij tegen hem: ‘Gelukkig al wie zal deelnemen aan de maaltijd in het koninkrijk van God!’

Dit zegt Jezus in een twistgesprek met de Farizeeën.
Lucas 16:16. De Wet en de Profeten gaan tot aan Johannes: sindsdien wordt het koninkrijk van God verkondigd, en iedereen wordt met klem genodigd binnen te komen.

Lucas 17:20-21. Toen de farizeeën Jezus vroegen wanneer het koninkrijk van God zou komen, antwoordde hij hun: ‘De komst van het koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen, en men kan niet zeggen: “Kijk, hier is het!” of: “Daar is het!” Maar weet wel: het koninkrijk van God ligt binnen uw bereik.’

Een mooie belofte van Jezus.
Lucas 18:29. Jezus zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die huis of vrouw, broers of zusters, ouders of kinderen heeft achtergelaten omwille van het koninkrijk van God, zal reeds in deze tijd het veelvoudige ontvangen en in de tijd die komt het eeuwige leven.’

De vergelijking van tien dienaren, die een opdracht hadden gekregen
Lucas 19:11-15. Aan de mensen die stonden te luisteren, vertelde hij nog een gelijkenis, aangezien hij nu dicht bij Jeruzalem was en zij dachten dat het koninkrijk van God nu spoedig zou aanbreken. Hij zei: ‘Een man van voorname afkomst ging op ​reis​ naar een ver land om het koningschap in ontvangst te nemen en dan terug te keren. Hij riep tien van zijn dienaren bij zich, gaf elk van hen honderd drachme en zei tegen hen: “Ga daarmee handeldrijven terwijl ik weg ben.” Maar zijn landgenoten haatten hem en stuurden afgevaardigden achter hem aan met de boodschap: “We willen niet dat die man ​koning​ over ons wordt!” Bij zijn terugkeer, toen hij het koningschap had ontvangen, liet hij de dienaren aan wie hij het ​geld​ had gegeven bij zich roepen om te vernemen wat ze met handeldrijven hadden verdiend.

Bij een discussie over wie de belangrijkste discipel zou zijn.
Lucas 22:29-30. Ik bestem jullie voor het koningschap zoals mijn Vader mij voor het koningschap bestemd heeft: jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel, en zetelen op een troon om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël.
Toelichting: in vers 29 komt slechts eenmaal het woord baseleia voor.

De moordenaar zegt dit tegen Jezus, terwijl ze aan het kruis hingen.
Lucas 23:42. En hij zei: ‘Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt.’

Uit het evangelie van Johannes

In het evangelie van Johannes komt maar een paar keer het woord basileia voor. Hier staan de teksten.

Hier uit het gesprek van Jezus met Nikodemus.
Johannes 3:3-5. Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’ ‘Hoe kan iemand geboren worden als hij al oud is?’ vroeg ​Nikodemus. ‘Hij kan toch niet voor de tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden? Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en geest.

Dit zegt Jezus tegen Pilatus bij zijn ondervraging.
Johannes 18:36. Jezus antwoordde: ‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier.’

Uit de Handelingen van de Apostelen

Handelingen 1:3. Na zijn lijden en dood heeft hij hun herhaaldelijk bewezen dat hij leefde; gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen over het koninkrijk van God.
Handelingen 1:6. Zij die bijeengekomen waren, vroegen hem: ‘Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’

Handelingen 8:12. Maar toen Filippus hen door zijn verkondiging van het koninkrijk van God en de naam van Jezus Christus tot geloof had gebracht, lieten ze zich dopen, mannen zowel als vrouwen.
Toelichting: er staat letterlijk bracht het goede nieuws van (evangeliseerde) het koninkrijk.

Handelingen 14:22. Ze bemoedigden de leerlingen en spoorden hen aan te volharden in het geloof, maar wezen hun erop ‘dat wij pas na veel beproevingen het koninkrijk van God binnen kunnen gaan’.

Handelingen 19:8. De volgende drie maanden ging hij regelmatig naar de synagoge, waar hij vrijmoedig met de bezoekers sprak over het koninkrijk van God en hen met zijn uiteenzettingen trachtte te overtuigen.

Handelingen 20:25. Ik weet dat niemand van u, aan wie ik op mijn reizen het koninkrijk heb verkondigd, mij terug zal zien.

Handelingen 28:23. Ze maakten een afspraak en kwamen op de vastgestelde dag in groten getale naar hem toe. Van de ochtend tot de avond legde Paulus getuigenis af en sprak hij uitvoerig met hen over het koninkrijk van God, terwijl hij hen op grond van de Wet van Mozes en de Profeten voor Jezus probeerde te winnen.

Hier staat in afwijking van met 8:12. kerysson het koninkrijk. proclameren als een heraut. Geen rustige, bedachtzame toespraak.
Handelingen 28:31. Hij verkondigde het koninkrijk van God en onderrichtte vrijmoedig over de Heer Jezus Christus, zonder dat hem iets in de weg werd gelegd.

Uit de brieven

Romeinen 14:17. … want het koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest.

1 Korintiërs 4:20. Want het koninkrijk van God bestaat niet uit woorden, maar uit kracht.
1 Korintiërs 6:9-10. Weet u niet dat wie onrecht doet geen deel zal hebben aan het koninkrijk van God? Vergis u niet. Ontuchtplegers noch afgodendienaars, overspeligen, schandknapen noch knapenschenders, dieven noch geldwolven, dronkaards, lasteraars noch uitbuiters zullen deel hebben aan het koninkrijk van God.

1 Korintiërs 15:24. En dan komt het einde en draagt hij het koningschap over aan God, de Vader, nadat hij alle heerschappij en elke macht en kracht vernietigd heeft.
1 Korintiërs 15:50. Wat ik bedoel, broeders en zusters, is dit: wat uit vlees en bloed bestaat kan geen deel hebben aan het koninkrijk van God; het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid.

Galaten 5:21. … afgunst, bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen. Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God.

Efeziërs 5:5. Want u moet goed weten dat iemand die in ontucht leeft, zedeloos of hebzuchtig is – dat is allemaal afgoderij – geen deel kan hebben aan het koninkrijk van Christus en van God.

Kolossenzen 1:13. Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon, …
Kolossenzen 4:11. … en Jezus Justus groeten u; zij zijn de enige Joden die met mij meewerken voor Gods koninkrijk, en ze zijn dan ook een grote troost voor me geweest.

1 Tessalonicenzen 2:12. We hebben u aangespoord en bemoedigd en u op het hart gedrukt zo te leven dat u God eer bewijst. Hij roept u tot zijn koninkrijk en luister.
2 Tessalonicenzen 1:5. Ze zijn het bewijs dat God rechtvaardig oordeelt door u zijn koninkrijk, waarvoor u nu lijdt, waardig te achten.

2 Timoteüs 4:1-2. Ik roep je dringend op, ten overstaan van God en van ​Christus​ Jezus, die zal oordelen over de levenden en de doden, ik bezweer je bij zijn komst en heerschappij: Verkondig de boodschap, blijf aandringen, of het nu uitkomt of niet, wijs terecht, straf en vermaan met alle geduld dat het onderricht vereist.
2 Timoteüs 4:18. De Heer zal me van alle kwaad redden en me veilig naar zijn hemels koninkrijk brengen. Hem komt de eer toe tot in alle eeuwigheid. Amen.

Hebreeën 1:8. Maar tegen de Zoon zegt hij: ‘God, uw troon houdt stand tot in alle eeuwigheid, en de scepter van het recht is de scepter van uw koningschap.
Hebreeën 11:33. … die door hun geloof koninkrijken overwonnen, …
Hebreeën 12:28. Laten we daarom het onwankelbare koninkrijk in dankbaarheid aanvaarden, om God zo te dienen dat hij er behagen in schept, met eerbied en ontzag.

Jakobus 2:5. Luister, geliefde broeders en zusters: heeft God niet juist hen die naar wereldse maatstaven arm zijn, uitgekozen om rijk te zijn door het geloof en deel te krijgen aan het koninkrijk dat hij heeft beloofd aan wie hem liefhebben?

2 Petrus 1:10-11. Span u daarom des te meer in om uw roeping en ​uitverkiezing​ waar te maken, broeders en zusters. Als u dit alles doet, komt u nooit ten val en zal u onbelemmerd toegang worden verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en redder Jezus Christus.

Openbaring 1:9. Ik, Johannes, uw broeder, die net als u in ellende verkeer, maar ook door Jezus met u deel in het koninkrijk en in standvastigheid – ik was op het eiland Patmos omdat ik over God had gesproken en van Jezus had getuigd.

Openbaring 11:15. Toen blies de zevende ​engel​ op zijn bazuin. In de hemel klonken luide stemmen, die zeiden: ‘Nu begint de heerschappij van onze ​Heer​ over de wereld, en die van zijn ​messias.

Openbaring 12:10. Toen hoorde ik een luide stem in de hemel zeggen: ‘Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn messias. Want de aanklager van onze broeders en zusters, die hen dag en nacht bij onze God aanklaagde, is ten val gebracht.

Samenvatting

Er zijn wel tien verzen waar gesproken wordt over het proclameren (kerysso) van het koninkrijk. Jezus doet dat.

In Matteüs 4:17 en 23, Matteüs 9:35, Marcus 1:14 en Lukas 8:1 is het Jezus die het koninkrijk van God proclameert.

In Matteüs 10:7 en Lukas 9:2 zijn het de twaalf discipelen, die het Koninkrijk van God zullen proclameren. Ze moeten zeggen het Koninkrijk is nabij gekomen en dan vervolgens zieken genezen, melaatsen reinigen, doden opwekken en demonen uitdrijven (Matteüs 10:8), Lukas 9:2 wordt alleen zieken genezen genoemd.

In Handelingen 20:25 en 28:31 is de apostel Paulus die het koninkrijk van God proclameert.

In Matteüs 24:14 gaat het er over dat in de tijd voor de voleinding van de wereld het koninkrijk van God ook zal worden geproclameerd. Dat zal dan worden gedaan door volgelingen van Jezus, die dan nog leven.

Op diverse plekken in de Bijbel wordt de komst van het Koninkrijk van God goed nieuws genoemd.

Wat kunnen we van deze teksten leren?

1. Over het belang van het koninkrijk van God.
Het koninkrijk van God is nabij. Mt 3:2, 4:17.
Het is goed nieuws. Mt 4:23.
De kleinste in het koninkrijk van de hemel is groter dan Johannes de Doper. Mt 11:11, Lk 7:28.
Jezus was gezonden om het goede nieuws over het Koninkrijk van God te brengen. Lk 4:43, 8:1.

Hoe bijzonder: God de Vader schenkt het koninkrijk voor wie het zoeken. Lk 12:32.

De wet en de profeten gaan tot Johannes, sinds het koninkrijk van God. Lk 16:16.

In de tijd tussen de opstanding en de hemelvaart was het onderwerp van Jezus met zijn discipelen het koninkrijk van God. Hand 1:3.

God roept ons tot zijn koninkrijk en luister. Hij acht ons waardig. 1 en 2 Tessalonicenzen. De Heer zal me veilig naar zijn hemels koninkrijk brengen. 2 Timoteüs 4:18.

2. Over de gevolgen van het koninkrijk van God voor de maatschappij.
Iedere ziekte en iedere kwaal onder het volk werd genezen. Mt 4:23. Mt 9:35
Door de Geest worden demonen uitgedreven. Mt 12:28.

Zieken genezen. Lk 9:11
Door een kracht van God worden demonen uitgedreven. Lk 11:20.
Als je het koninkrijk als eerste zoekt zullen alle dingen, die je nodig hebt, je gegeven worden. Lk 12:31
Als je een prijs betaalt omwille van het koninkrijk van God zul je het veelvoudige terug ontvangen. Lk 18:29.

Het koninkrijk van God streeft niet naar wereldheerschappij zoals andere godsdiensten. Het koninkrijk is niet van hier. Joh 18:36.

De verkondiging leidde tot geloof en mannen en vrouwen, die de doop ondergingen. Hand 8:12.

3. Hoe je deel kunt nemen aan het koninkrijk van God.
Je kunt deelnemen door tot inkeer te komen. Mt 3:2, 4:17. En geloof te hechten aan het goede nieuws. Mc 1:15.
Nederig van hart te zijn. Mt 5:3
Door ernaar te zoeken. Mt 6:33. Lk 12:31.
Als je handelt naar de wil van de hemelse Vader. Mt 7:21.
Veranderen en worden als een kind. Mt 18:3, Mc 10:14. Het koninkrijk behoort zelfs toe aan wie zijn zoals kinderen. Mt 19:14, Mc 10:15, Lk 18:16-17.
Als je doet wat God van je vraagt. Ook of je nu wel of niet had gezegd het te zullen doen. Mt 21:31
Door net als de leerlingen van Jezus ‘arm’ te zijn. Lk 6:20
Het koninkrijk van God wordt gegeven worden aan een volk dat het vrucht laat dragen. Mt 21:43.

Als je oog je belemmert om in te gaan, ruk het uit. Mc 9:47.
Je kunt ook niet ver zijn van het koninkrijk als je al heel wat inzicht hebt. Mc 12:34.

Je kunt het koninkrijk zien door opnieuw te worden geboren. Door geboren te worden uit water en geest. Johannes 3:4-5.

Mensen met slechte daden hebben geen deel aan het koninkrijk van God. 1 Korintiërs 6:9-10. Galaten 5:21. Efeziërs 5:5.

Je kunt deelnemen door aan de maaltijd van de Heer mee te doen. Hij wil het Pesachmaal met ons eten, nu na zijn sterven aan het kruis en de opstanding. Zie Lk 22:18. En met ons van de vrucht van de wijnstok drinken. Mt 26:29, Mc 14:25, Lk 22:30.

Na een heel voortraject kan Jezus ons bestemmen voor het koningschap, eten en drinken aan zijn tafel, zetelen op een troon om recht te spreken. Lk 22:28-30.

God dienen met eerbied en ontzag. Hebreeën 12:28.
God liefhebben. Jacobus 2:5.
Span je in om je roeping en uitverkiezing waar te maken. 2 Petrus 1:10-11

4. Wat het deel hebben aan het koninkrijk van God belemmert.
Als je Gods geboden afschaft en anderen leert datzelfde te doen. Wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert zal in hoog aanzien staan. Mt 5:19.

Als je gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden. Mt 5:20

Rijk zijn. Mt 19:23-24, Mc 10:23-25, Lk 18:24-25 [ook zelfgenoegzaam zijn; alles al weten].

Gebrek aan olie in de lampen. Zie de gelijkenis van de tien meisjes, die hun olielampen hadden gepakt en er op uit trokken de bruidegom tegemoet. Mt 25:1-13.

Als mensen niet met hun opdracht aan de slag gaan. Lk 19:11-27.

5. Wie het zullen missen.
De erfgenamen van het koninkrijk omdat ze niet tot inkeer komen. Mt 8:11
Het koninkrijk van God zal aan de hogepriesters en aan Farizeeën worden ontnomen en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen. Mt 21:43.

6. Wat je t.a.v. het koninkrijk van God kunt/moet doen.
Bidden dat het koninkrijk van God komt. Mt 6:10, Lk 11:2
Op weg gaan om te verkondigen dat het koninkrijk nabij is. Mt 10:7. Met klem uit nodigen. Lk 16:16.
Verkondigen van het koninkrijk en zieken genezen. Lk 9:2, 60. Net als Jezus. Lk 9:11. En niet achterom kijken. Lk 9:62.
Genees de zieken en zeg tegen hen: ‘Het koninkrijk van God heeft jullie bereikt’. Lk 10:9
Als ze je afwijzen, zeg dan nog: ‘Bedenk wel het koninkrijk van God is nabij’ Lk 10:11

Als je Schriftgeleerde was kun je uit je voorraad nieuwe en oude dingen tevoorschijn halen. Mt 13:52

Je kunt met de sleutels, die Jezus geeft zaken op aarde binden en ontbinden, die dan in de hemel ook zijn gebonden of ontbonden. Mt 16:19

Je kunt jezelf onvruchtbaar maken door niet te trouwen met het oog op het koninkrijk van de hemel. Je zorgt ervoor dat je geen kinderen krijgt. Je kunt aan het celibaat denken. Mt 19:12.

De apostel Paulus spreekt vrijmoedig over het koninkrijk ook op grond van de Wet en de Profeten en over Jezus. Hand 19:8, 28:23,31.

Verkondig de boodschap, blijf aandringen, of het nu uitkomt of niet, wijs terecht, straf en vermaan met alle geduld dat het onderricht vereist. 2 Timoteüs 4:2.

7. Waarheden over het koninkrijk van God.
Het koninkrijk is niet innerlijk verdeeld. Mt 12:25.
Alleen leerlingen van Jezus mogen de geheimen van het koninkrijk kennen. Mt 13:11, Mc 4:11.
Hij, die het kwaad zelf is, rooft het woord van het koninkrijk dat iemand hoort, maar het niet begrijpt. Mt 13:19

Als je je vernedert en wordt als een kind ben je de grootste in het koninkrijk. Mt 18:4.
Het vraagt een groot offer als je groot wil zijn in het koninkrijk. Mt 20:21-22. Je positie bepaalt de Vader in de hemel. Mt 20:23.

Sommigen van de leerlingen van Jezus zouden niet sterven voordat ze de komst van het Koninkrijk in al zijn kracht hadden meemaakten. Mc 9:1, Lk9:27 [ze hebben allemaal behalve Judas dat bijzondere Pinksterfeest meegemaakt]

De komst van het koninkrijk is niet hier of daar, het is wel nabij. Lk 17:20-21. [het is er opeens, als er wonderen gebeuren en daarna is het weer elders]

Als je de bomen ziet uitlopen, weet je dat de zomer in aantocht is, zo kun je ook zien dat het koninkrijk van God nabij is. Lk 21:31.

Het is óf het koninkrijk van God óf de Gehenna. Een plaats en sfeer van narigheid. Mc 9:47.

In de tijd van de eerste gemeente waren er veel beproevingen als je het koninkrijk wilde binnen gaan. Hand 14:22.

Het koninkrijk van God is een zaak van gerechtigheid, vrede en vreugde door de Heilige Geest. Romeinen 14:17. Bestaat niet uit woorden, maar uit kracht. 1 Korintiërs 4:20.

God de Vader heeft ons gered. Kolossenzen 1:13.  

8. Teksten, die het raadsel van het koninkrijk van God proberen te doorgronden.
De geheimen zijn alleen voor de leerlingen van Jezus, de gelijkenissen zijn ook te horen voor hen, die buiten blijven staan. Mc 4:11.
Omdat ze zien zonder inzicht en horen zonder te begrijpen. Lk 8:10

Jezus bid tot God om het koninkrijk van God uit te leggen. Mc 4:30, Lk 13:18 en 20.

Het koninkrijk is als:
– een mens, die goed zaad op zijn akker uitzaaide. Mt 13:24, Mc 4:26. Het goede zaad zijn de kinderen van het koninkrijk. Mt 13:38.
– een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn akker zaaide. Mt 13:31
– zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd. Mt 13:33.
– een schat in de akker. Mt 13:44
– een koopman die op zoek was naar mooie parels. Mt 13:45. – een sleepnet dat in een meer werd geworpen. Mt 13:47.
– een koning, die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren. Mt 18:23
– een landheer, die bij het ochtendgloren dagloners ging zoeken. Mt 20:1
– een koning die een bruiloftsfeest gaf. Mt 22:2.

9. Wat het koninkrijk van God tegenhoudt
Geweld en mensen, die er met geweld beslag op willen leggen. Mt 11:12
Leiders, die de toegang tot het koninkrijk versperren en hen, die er in willen binnengaan niet toelaten. Mt 32:13.

10. Over de toekomst van het koninkrijk van God.
Dit zeiden de mensen bij de intocht van Jezus in Jeruzalem: ‘Gezegend het komende koninkrijk van onze vader David. Hosanna in de hemel!’ Mc 11:10

Er komt ook een tijd dat Jezus het koningschap over Israël gaat herstellen. Hand 1:6.

Degenen van het koninkrijk van de Mensenzoon, die anderen ten val hebben gebracht en de wetten hebben verkracht zullen bijeen worden gebracht en in de vuuroven worden geworpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. De rechtvaardigen zullen stralen als de zon. Mt 13:44-47.

Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten zullen erbij zijn. En uit de hele wereld zullen aan tafel worden genodigd. Maar, die niet wilden luisteren worden buitengesloten. Lk 13:28-29.

Als het goede nieuws van het Koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd zal het einde komen. Mt 24:14.

De volken zullen worden gescheiden. Tegen de groep van rechts zal de koning zeggen: neem deel aan het koninkrijk. Mt 25:34.

Aan het eind draagt Jezus het koningschap over aan God, de Vader, nadat hij alle heerschappij en elke macht en kracht vernietigd heeft. 1 Korintiërs 15:24.

In de toekomst begint de heerschappij van onze Heer over de wereld, en die van zijn messias. Openbaringen 11:15 en 12:10.

Wat het Oude Testament er over zegt

Niet alleen het Nieuwe Testament spreekt over het koninkrijk van God. Misschien dat het voor ons meest in het oog valt.

Wat in het Nieuwe Testament staat was al gerealiseerd in het begin van de schepping van de mens. Ook de tijd van koning David was een voorbeeld van het koninkrijk van God. En er waren bij de profeten in het Oude Testament diverse profetieën.

Goed om te weten. Jezus wordt wel de messias genoemd.

 WoordSoort woordStrongOpmerkingen
1מָלַךְ
malak
WerkwoordH4427Als koning functioneren, regeren.
Komt 350 keer in 284 verzen voor
KJV: reign (289x), king (46x), made (4x), queen (2x), consulted (1x), indeed (1x), make (1x), rule (1x), set (1x), surely (1x), set up (1x).
2מֶלֶךְ
melek
Zelfstandig naamwoord
mannelijk
H4428Koning
Komt 2523 keer in 1922 verzen voor.
3מַלְכוּת
malkuwth
Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
H4438Koninkrijk
Komt 91 keer in 82 verzen voor.
KJV: kingdom (51x), reign (21x), royal (13x), realm (4x), empire (1x), estate (1x).
4מַמְלָכָה mamlakahZelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
H4467Komt 117 keer in 113 verzen voor.
5מַמְלָכוּת mamlakuwthZelfstandig naamwoord
mannelijk
H4468Koninkrijk of koningschap (een vorm van H666)Negen keer in negen verzen

Ad 1. Koningschap, regeren
In het boek Genesis gaat het tien keer en in de boeken Jozua en Richteren gaat het elf keer over aardse koningen, die regeren. De uitzondering is deze ene tekst in het boek Exodus. Het is de laatste zin van het danklied van Mozes, toen het volk Israël aan het leger van Egypte was ontsnapt.
Exodus 15:18. De HEER is koning voor eeuwig en altijd!’

Eeuwenlang was het volk Israël een theocratie oftewel God was de koning, de grote leider. In de praktijk functioneerde dat in de tijd van goed tot slecht. Als het slecht ging riep men tot God, die stuurde in zijn naam een leider en die loste het probleem op. Dan ging het een tijd goed en verviel het volk weer tot kwade praktijken. Zie daarvoor vooral het boek Richteren.

In het boek van Samuel lezen van een dramatisch moment. Het volk Israël wil een eigen koning. De aanleiding was dat de geestelijke leiders, die God als koning vertegenwoordigden corrupt waren.
1 Samuel 1:1-4 . Toen Samuel oud geworden was, benoemde hij zijn zonen tot rechters over Israël. De oudste heette Joël en de tweede Abia. Ze bestuurden het land vanuit Berseba. Maar ze volgden het voorbeeld van hun vader niet na: ze waren op eigen voordeel uit, namen steekpenningen aan en verdraaiden het recht.

Toen kwamen de oudsten een dramatisch verzoek bij de oude leider.
1 Samuel 1:4-5. De oudsten van Israël kwamen daarom bij elkaar en gingen naar Rama, naar Samuel. ‘U bent oud geworden,’ zeiden ze, ‘en uw zonen volgen uw voorbeeld niet na. Benoem liever een koning om ons te besturen, zoals alle andere volken er een hebben.’

De profeet Samuel gaat het aan de HEER vragen.
1 Samuel 1:6-9. Samuel vond het ontoelaatbaar dat ze om een koning vroegen. Daarom richtte hij een gebed tot de HEER, maar die antwoordde: ‘Geef gehoor aan de stem van het volk, aan alles wat ze je vragen. Jou verwerpen ze niet. Ze verwerpen juist mij als hun koning. Zo is het altijd gegaan, vanaf de dag dat ik hen uit Egypte heb geleid tot nu toe. Ze hebben mij de rug toegekeerd en andere goden gediend, en zo vergaat het nu ook jou. Geef dus gehoor aan hun verzoek, maar waarschuw hen door uitdrukkelijk te wijzen op de rechten die aan het koningschap verbonden zijn.’

De profeet waarschuwt het volk. Let op de waarschuwing in de laatste zin.
1 Samuel 1:10-18. Samuel vertelde alles wat de HEER had gezegd aan het volk, dat om een koning vroeg. Toen zei hij: ‘Dit zijn de rechten die aan het koningschap verbonden zijn: Uw zonen zal een koning u afnemen en ze indelen bij zijn strijdwagens, zijn ruiterij of zijn persoonlijke escorte, of ze aanstellen als bevelhebbers over duizend man of over vijftig. Hij zal ze zijn akkers laten ploegen, zijn oogst laten binnenhalen en zijn wapens en strijdwagens laten maken. Uw dochters zal hij u afnemen om ze zalf te laten bereiden en te laten koken en bakken. Uw vruchtbaarste landerijen, wijngaarden en olijfgaarden zal hij u afnemen en toewijzen aan zijn hovelingen. Van de opbrengst van uw akkers en wijngaarden zal hij een tiende deel opeisen en dat aan zijn hovelingen en hoge ambtenaren geven. Uw beste slaven en slavinnen en uw sterkste arbeidskrachten zal hij u afnemen om ze voor zichzelf te laten werken, en ook uw ezels. Van uw schapen en geiten zal hij een tiende deel opeisen en ook uzelf zult hem moeten dienen. En wanneer u dan de HEER te hulp roept tegen de koning die u zelf gewild hebt, dan zal hij u niet verhoren.’

Hier stopt het koningschap van God over Israël. Tot dan toe had het volk dikwijls niet naar deze koning geluisterd, maar nu nemen ze ook formeel afscheid.
1 Samuel 8:19-22. Het volk trok zich niets van Samuels woorden aan en zei: ‘Nee, we willen een koning en anders niet! Dan pas zullen we gelijk zijn aan alle andere volken. We willen dat een koning ons bestuurt en recht over ons spreekt, voor ons uittrekt en ons voorgaat in de strijd.’ Samuel hoorde aan wat het volk te zeggen had en bracht het over aan de HEER. Toen zei de HEER tegen Samuel: ‘Geef gehoor aan hun verzoek en stel een koning over hen aan

4. Profetieën over Het koninkrijk van God
Jesaja 9:1-6 waarvan vers 6. Groot is zijn heerschappij, aan de vrede zal geen einde komen. Davids troon en rijk zijn erop gebouwd, ze staan vast, in recht en gerechtigheid, van nu tot in eeuwigheid. Daarvoor zal hij zich beijveren, de HEER van de hemelse machten.

Jesaja 11 en 12. Jesaja 11:5 (moeilijk kiezen welke verzen)

Jesaja 52:1-12, waarvan 7-10 Hoe welkom is de vreugdebode die over de bergen komt aangesneld,  die vrede aankondigt en goed nieuws brengt, die redding aankondigt en tegen Sion zegt: ‘Je God is koning!’ Hoor! Je wachters verheffen hun stem, samen barsten ze uit in gejuich, want ze zien het met eigen ogen: de HEER keert terug naar Sion. Breek uit in gejubel, ruïnes van Jeruzalem, want de HEER troost zijn volk, hij koopt Jeruzalem vrij. De HEER ontbloot zijn heilige arm ten overstaan van alle volken, en de einden der aarde zien hoe onze God redding brengt

Jesaja 65:17-25, waarvan vers 17-18

Ezechiël 34-48.

Daniel 2:44-45. Maar ten tijde van die koninkrijken zal de God van de hemel een rijk laten opkomen dat nooit te gronde zal gaan en dat nooit op een ander volk zal overgaan. Het zal al die koninkrijken verbrijzelen en vernietigen, maar zelf zal het eeuwig bestaan – 45 precies zoals u zag dat er een steen van de berg losraakte zonder dat er een mensenhand aan te pas kwam, en het ijzer, brons, leem, zilver en goud verbrijzelde. De grote God heeft de koning laten weten wat er in de toekomst te gebeuren staat. De droom is waar, en de uitleg betrouwbaar.’ (Het laatste deel van de uitleg van de droom van Nebukadnessar).

Daniel 7:13-14. In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.

Micha 5. Vers 3 en 4a. Hij zal aantreden en hen als een herder weiden, bekleed met de macht van de HEER, zijn God, met de majesteit van diens verheven naam. Zij zullen veilg wonen, want hij zal heersen tot aan de einden der aarde, en hij brengt vrede.

Zacharia 14. Vers 9. En de HEER zal koning worden over de hele aarde. Dan zal de HEER de enige God zijn en zijn naam de enige naam. Vers 12. De volken die tegen Jeruzalem ten strijde zijn getrokken, zullen door de HEER worden getroffen met een afgrijselijke plaag: terwijl ze nog levend rondlopen zal hij hun vlees laten wegteren van hun botten, hun ogen laten wegrotten in hun kassen en hun tong laten wegrotten in hun mond. Vers 16-17. De overlevenden van de volken die Jeruzalem hebben belaagd, zullen dan jaarlijks naar de stad komen om de HEER van de hemelse machten als koning te vereren en het Loofhuttenfeest te vieren. En is er op aarde een volk dat niet naar Jeruzalem komt om de HEER van de hemelse machten als koning te vereren, dan zal er in dat land geen regen vallen.

1 Kronieken 17:14. Ik zal hem voor eeuwig aanstellen in mijn huis en in mijn koninkrijk, en zijn troon zal nooit wankelen.”’

Het Nieuwe Testament verhaalt dat de koning van de joden/Israël wordt geboren. Hij laat ook zien door tekenen en wonderen dat hij degene is die werd verwacht, maar hij wordt afgewezen, zie paragraaf 4 hieronder.

Het leven op aarde is ingrijpend gewijzigd met de komst van Jezus en zijn volgelingen. Maar allerlei kenmerken van Zijn Koninkrijk, zoals de werkingen van de Geest, genezing en bevrijding zijn al eeuwenlang verdwenen. Wij hopen en bidden om een nieuwe doorbraak. Laat Christus als koning heersen in je hart (xxx).

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1מָשִׁיחַ
mashiyach
zelfstandig naamwoord
mannelijk
H4899Gezalfde (komt van H4886)
Komt 39 keer voor in 38 verzen. 1ste keer in Leviticus 4:3
2מָשַׁח  mashachWerkwoordH4886Zalven, smeren
Komt 69 keer in 66 verzen voor. 1ste keer in Genesis 31:13

16.מִשְׂרָה  misrahVrl. zelfstandig naamwoordHeerschappij (komt van H8280)H49512x nl. in Jesaja 9:6 en 7
17.שָׂרָה  sarahWerkwoordKracht gevenH82802x nl. Genesis 32: 28 en Hosea 12:3

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.