Studie het Evangelie

Er wordt in het Nieuwe Testament van de Bijbel in zo’n 130 teksten over het evangelie gesproken. Het is daarmee een veel voorkomend begrip. Maar wat nog meer is, is dat een groot deel van het Nieuwe Testament in allerlei toonaarden het evangelie uitlegt. Wat het evangelie is, en wat het in de praktijk heeft gedaan voor de mensen.

Ook in het Oude Testament wordt al over het evangelie gesproken. Daar gaat het een hoofdstuk verder over.

Overzicht van het woord evangelie.

Het woord evangelie komt in drie vormen voor, zie hieronder.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1εὐαγγέλιον
euangelion
Zelfstandig
naamwoord
onzijdig
G2098
SB1908
Evangelie, goed nieuws.
Komt 77 keer voor in 74 verzen.
KJV: gospel (46x), gospel of Christ (11x), gospel of God (7x), gospel of the Kingdom (3x), miscellaneous (10x).
2εὐαγγελίζω euangelizōWerkwoordG2097
SB1907
Evangeliseren
Komt 55 keer voor in 52 verzen.
3εὐαγγελιστής euangelistēs
Zelfstandig naamwoord
mannelijk
G2099
SB10-9
Evangelist
Komt drie keer voor in drie verzen
KJV: evangelist (3x).

Het Griekse woord evangelie betekent goed nieuws. Voor verschillende situaties kan dat goede nieuws weer iets anders betekenen. Voor je gezondheid, dat je vrij kunt komen, dat je uit de armoede komt, dat je relaties verbeteren, dat je innerlijke rust en vrede vindt. Om maar een paar voorbeelden te noemen.

Evangeliseren is het goede nieuws niet alleen uitspreken of verkondigen van iets moois of goeds, maar ook dat het gaat werken. Dat het wordt geïmplementeerd.

Een evangelist is iemand, die is gespecialiseerd in goed nieuws implementeren.

De begrippen evangelie, evangeliseren en evangelist komt zo’n beetje in alle boeken van het Nieuwe Testament voor. Hieronder staan alle tekst waar deze woorden voorkomen.

Het evangelie in de evangeliën

De eerste vier boeken van het Nieuwe Testament worden de evangeliën genoemd. Dat zijn boeken die vertellen hoe het goede nieuws in de wereld kwam en hoe dat in het begin vorm kreeg.

Marcus 1:1. Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God.

Opmerking: de apostel heeft het niet over zijn boek, maar beschrijft hoe de goede boodschap door Jezus in de wereld werd bekend gemaakt.

Hier twee teksten die gaan over Jezus én het evangelie. Als een onverbrekelijke twee-eenheid.
Marcus 8:35. Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij en het evangelie, zal het behouden.

Marcus 10:29. Jezus zei: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die broers of zusters, moeder, vader of kinderen, huis of akkers heeft achtergelaten omwille van mij en het evangelie, zal het honderdvoudige ontvangen: in deze tijd broers en zusters, moeders en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven.

Alleen in het boek van Marcus wordt het zelfstandig naamwoord ‘evangelie’ genoemd. Het woord evangeliseren, de goede boodschap bekend maken komt ook in Matteüs en Lucas voor.

<<nog toevoegen>>

Evangeliseren in het boek Handelingen.

Het het boek Handelingen gaat het er vooral over dat het goede nieuws wordt gebracht. Er wordt vooral geëvangeliseerd.

Handelingen 8:25. Nadat Petrus en Johannes getuigenis hadden afgelegd van de Heer en zijn boodschap hadden verkondigd, aanvaardden ze de terugreis naar Jeruzalem en brachten het evangelie in tal van dorpen in Samaria.

Handelingen 8:30-35. Filippus haastte zich naar hem toe en hoorde hem de profeet Jesaja lezen, waarop hij vroeg: ‘Begrijpt u ook wat u leest?’ De Ethiopiër antwoordde: ‘Hoe zou dat kunnen als niemand mij uitleg geeft?’ Hij nodigde Filippus uit om in te stappen en bij hem te komen zitten. Dit was het schriftgedeelte dat hij las: ‘Als een schaap werd hij naar de slacht geleid; als een lam dat stil is bij zijn scheerder deed hij zijn mond niet open. Hij werd vernederd en hem werd geen recht gedaan,
wie zal van zijn nakomelingen verhalen? Want op aarde leeft hij niet meer.’ De eunuch vroeg aan Filippus: ‘Kunt u me zeggen over wie de profeet het heeft? Over zichzelf of over een ander?’ Daarop begon Filippus met hem te spreken over het evangelie van Jezus, waarbij hij deze schrifttekst als uitgangspunt nam.

Handelingen 8:40. Filippus kwam terecht in Azotus; van daar reisde hij verder en verkondigde in alle steden het evangelie, tot hij in Caesarea aankwam.

Handelingen 11:20. Enkele Cyprioten en Cyreneeërs onder hen, die naar Antiochië waren gereisd, maakten daar echter ook de Griekse bevolking bekend met het evangelie van de Heer Jezus.

Handelingen 14:6-7. … vluchtten ze naar een ander deel van Lykaonië, waar ze onder meer in de steden Lystra en Derbe het evangelie verkondigden.

Handelingen 14:21. In Derbe verkondigden Paulus en Barnabas het evangelie en ze maakten er veel leerlingen. Daarna keerden ze terug naar Lystra en vervolgens naar Ikonium en Antiochië.

Opmerking: het gevolg van het evangelie is dat er leerlingen zijn. Zij gaan op weg om er meer over te leren.

Handelingen 15:7. Toen het tot een hevige woordenstrijd kwam, stond Petrus op en zei: ‘Broeders, u weet dat God mij al in het begin uit uw midden heeft gekozen om de boodschap van het evangelie onder de heidenen te verspreiden en hen tot geloof te brengen.

Opmerking: het laatste deel van deze tekst is in NBV vertaalt zoals het in de kerk wordt gezegd. In het Grieks staat er: ‘Door mijn mond horen de volken het woord (logos) van het evangelie en geloven’. Ik vind dat mooier.

Zoals de NBV vertaalt: ‘de boodschap van het evangelie’ is dubbelop. Het evangelie betekent al boodschap. Dan is het net of het evangelie iets anders is dan boodschap.

Handelingen 16:10. Toen Paulus dit visioen had gezien, wilden we meteen naar Macedonië vertrekken, omdat we eruit opmaakten dat God ons geroepen had om aan de mensen daar het evangelie te verkondigen.

<<>> Handelingen 17:11. De Joden in Berea waren welwillender dan die in Tessalonica, want ze luisterden vol belangstelling naar de verkondiging van het evangelie en bestudeerden dagelijks de Schriften om te zien of het inderdaad waar was wat er werd gezegd. <<hier staat niet evangelie maar gaat over ontvangen van het woord>>

Hier gaat het twee keer over het evangelie van de genade.
<<>>Handelingen 20:24. Ik hecht echter niet de minste waarde aan het behoud van mijn leven, als ik mijn levenstaak maar kan voltooien en de opdracht uitvoeren die ik van de Heer Jezus ontvangen heb: getuigen van het evangelie van Gods genade.
<<>>Handelingen 20:32. Nu vertrouw ik u toe aan God en aan het evangelie van zijn genade, dat onze gemeenschap kan opbouwen en dat het beloofde erfdeel zal schenken aan allen die hem toebehoren.


Handelingen 21:8. De volgende dag vertrokken we weer en gingen op weg naar Caesarea. Daar vonden we onderdak bij Filippus, een verkondiger van het evangelie en een van de zeven wijze mannen.
Opmerking: er staat evangelist.

Het evangelie in de brieven van Paulus.

Romeinen 1:1-3. Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God, dat Hij tevoren beloofd had door Zijn profeten, in de heilige Schriften, ten aanzien van Zijn Zoon, Die wat het vlees betreft geboren is uit het geslacht van David. Wat de Geest van heiliging betreft, is met kracht bewezen dat Hij de Zoon van God is, door Zijn opstanding uit de doden, namelijk Jezus Christus, onze Heere. [HSV]

Opmerkingen: de HSV schrijft Evangelie met een hoofdletter, dat staat niet in het Grieks. In dit gedeelte in het kort een omschrijving gegeven van het evangelie.

Romeinen 1:9. God, die ik door de verkondiging van het evangelie over zijn Zoon vol overgave dien, is mijn getuige dat ik u onophoudelijk in mijn gebeden noem.

Romeinen 1:15-17. …. en daarom is het mijn wens het evangelie ook aan u in Rome te verkondigen. Voor dit evangelie schaam ik mij niet, want het is Gods reddende kracht voor allen die geloven, voor Joden in de eerste plaats, maar ook voor andere volken. In het evangelie openbaart zich dat God enkel en alleen wie gelooft als rechtvaardige aanneemt, zoals ook geschreven staat: ‘De rechtvaardige zal leven door geloof.’

Romeinen 2:16. Dit alles zal blijken op de dag waarop, volgens het evangelie dat ik verkondig, God door Christus Jezus oordeelt over wat er in de mens verborgen is.

Romeinen 10:13b-16. .. er staat: ‘Ieder die de naam van de Heer aanroept, zal worden gered.’ Maar hoe kunnen ze hem aanroepen als ze niet in hem geloven? En hoe kunnen ze in hem geloven als ze niet over hem hebben gehoord? En hoe kunnen ze over hem horen als hij niet verkondigd wordt? En hoe kan iemand verkondigen als hij niet is uitgezonden? Het is zoals geschreven staat: ‘Welkom zijn zij die goed nieuws verkondigen. Toch hebben slechts weinigen aan het evangelie gehoor gegeven, want Jesaja vraagt: ‘Heer, heeft iemand geloofd wat wij hebben gezegd?’

Opmerking: hier verwijst de apostel naar oude tijden, zoals geschreven staat <<waar?>> Die zin is letterlijk uit het Grieks krachtiger: “Hoe mooi de voeten van hen verkondigen/evangeliseren vrede en verkondigen/evangeliseren het goede.

Romeinen 11:28. Zij zijn weliswaar wat het Evangelie betreft vijanden vanwege u, maar wat de verkiezing betreft geliefden vanwege de vaderen. [HSV. De NBV gaat hier uitleggen en vertaalt als volgt “Ze zijn Gods vijanden geworden opdat het evangelie aan u kon worden verkondigd, maar God blijft hen liefhebben omdat hij de aartsvaders heeft uitgekozen”.]

Romeinen 15:16. … ik moet in volledige toewijding aan zijn evangelie een dienaar van Christus Jezus voor de heidenen zijn, zodat zij een God welgevallig offer kunnen worden, geheiligd door de heilige Geest.

Romeinen 15:18-19. Ik zal over niets anders spreken dan wat Christus door mij tot stand brengt om de heidenen tot gehoorzaamheid te brengen: door wat ik zeg en doe, door zijn macht waarmee ik tekenen en wonderen verricht door de macht van Gods Geest. Zo heb ik vanuit Jeruzalem en helemaal tot aan Illyrië het evangelie van Christus verspreid, maar ik heb er een eer in gesteld het niet op plaatsen te verkondigen waar Christus al bekend was. Ik wilde niet op het fundament van een ander bouwen

Romeinen 15:29. En ik weet dat ik, als ik naar u toe kom, met de volle zegen van het Evangelie van Christus zal komen.

Opmerking: het woord evangelie staat niet in de brontekst, die de NBV hanteert, maar wel in de brontekst, die de SV en HSV hanteren.

Romeinen 16:25. Aan hem die bij machte is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is.

Opmerking: het is normaal dat het evangelie kracht geeft.

Brieven aan de gemeenten van Korinte

1 Korintiërs 1:17.

1 Korintiërs 4:15. Hoeveel opvoeders in het geloof in Christus u ook zult hebben, u hebt maar één vader. Door Christus Jezus ben ik uw vader geworden, omdat ik u het evangelie heb gebracht.

1 Korintiërs 9:12-14. Als anderen hierop al aanspraak kunnen maken, kunnen wij het dan niet des te meer? We hebben echter geen gebruik gemaakt van onze rechten; integendeel, we verdragen alles, omdat we de verkondiging van het evangelie van Christus niets in de weg willen leggen. U weet toch dat wie in de tempel dienstdoen daarvan leven, en dat wie aan het altaar dienen een deel van het offervlees krijgen? Voor hen die het evangelie bekendmaken geldt hetzelfde: de Heer heeft bepaald dat zij door te verkondigen in hun levensonderhoud mogen voorzien.

Deze laatste tekst vind ik in de HSV strakker.
1 Korintiërs 9:14. Zo heeft de Heere ook met het oog op hen die het Evangelie verkondigen, opgedragen dat zij van het Evangelie leven.

1 Korintiërs 9:16-18. Als ik het Evangelie verkondig, is er voor mij namelijk geen reden tot roem. De noodzaak daarvan is mij immers opgelegd. En wee mij, als ik het Evangelie niet verkondig! Want als ik dat vrijwillig doe, heb ik recht op loon, maar als ik het onwillig doe, is het beheer van het Evangelie mij toch toevertrouwd. Wat voor loon heb ik dan? Dat ik, bij de evangelieverkondiging, het Evangelie van Christus kosteloos maak, om geen gebruik te maken van mijn recht als verkondiger van het Evangelie.

Opmerking: het gaat hier er om in hoeverre verkondigers van het evangelie daar en vergoeding voor krijgen.

1 Korintiërs 9:23. Ik doe alles voor het evangelie om ook zelf aan de beloften ervan deel te krijgen.

Opmerking: In het Grieks staan als laatste woorden: ‘om een medehuisgenoot te worden’. Dat vind ik mooier.

1 Korintiërs 15:1-2. Verder maak ik u bekend, broeders, het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat u ook aangenomen hebt, waarin u ook staat, waardoor u ook zalig wordt, als u eraan vasthoudt zoals ik het u verkondigd heb, tenzij dat u tevergeefs geloofd hebt. [HSV]

En dan volgt een korte samenvatting van het evangelie.

2 Korintiërs 2:12. Toen ik in Troas kwam om het evangelie van Christus te verkondigen, gaf de Heer mij daartoe goede mogelijkheden.

2 Korintiërs 4:3-4. Wanneer er dan toch nog een sluier ligt over het evangelie dat wij verkondigen, geldt dit alleen voor hen die verloren gaan: de ongelovigen, van wie de gedachten door de god van deze wereld zijn verblind, waardoor ze het licht van het evangelie niet kunnen zien, de luister van Christus, die het beeld van God is.

2 Korintiërs 8:18. Wij sturen een broeder met hem mee die om zijn werk voor het evangelie door alle gemeenten geprezen wordt.

2 Korintiërs 9:13. Ze prijzen God omdat u er blijk van geeft gehoorzaam te zijn aan het evangelie van Christus, wat u bewijst door de ruimhartigheid waarmee u met hen en alle anderen wilt delen.

2 Korintiërs 10:14-16. U behoort tot ons gebied, dus we overschrijden geen enkele grens. We hebben immers ook bij u als eersten het evangelie van Christus gebracht. Bovendien willen we ons niet laten voorstaan op werk buiten ons gebied, op de inspanningen van anderen. We hopen alleen dat uw geloof groeit en dat u ons werk uitbundig zult prijzen binnen de grenzen die God voor ons heeft vastgesteld. En we hopen eveneens het evangelie in verder gelegen gebieden te verkondigen, zonder ons te laten voorstaan op de resultaten in andermans gebied.

2 Korintiërs 11:4. U hebt er immers geen enkel bezwaar tegen dat iemand u een andere Jezus verkondigt dan wij hebben gedaan, of dat u een andere Geest of een ander evangelie ontvangt dan u ontvangen hebt.

2 Korintiërs 11:7. Of heb ik soms een misdaad begaan door u zonder enige vergoeding Gods evangelie te verkondigen? Wanneer ik me daarmee vernederd heb, was het alleen om u te verheffen.

Uit de brieven aan de Galaten

Galaten 1:6-7. Het verbaast me dat u zich zo snel hebt afgewend van hem die u door de genade van Christus heeft geroepen en dat u zich tot een ander evangelie hebt gekeerd. Er is geen ander evangelie, er zijn alleen maar mensen die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien.

Galaten 1:8-9

Galaten 1:11. Ik verzeker u, broeders en zusters, dat het evangelie dat ik u verkondigd heb niet door mensen is bedacht.

Het evangelie dat ik geëvangeliseerd heb.

Galaten 1:16.

Galaten 1:23.

Galaten 2:2. Dat was mij in een openbaring opgedragen. In besloten kring legde ik de belangrijkste broeders het evangelie voor dat ik aan de heidenen verkondig, want ik wilde me ervan overtuigen dat mijn inspanningen, toen en nu, niet voor niets waren.

Galaten 2:5. Maar we zijn geen moment voor hen gezwicht, want de waarheid van het evangelie moest in uw belang behouden blijven.

Galaten 2:7.

Galaten 2:14. Toen ik zag dat ze niet de rechte weg naar het ware evangelie bewandelden, zei ik tegen Kefas, in aanwezigheid van iedereen: ‘Jij bent een Jood, maar je leeft als een heiden en houdt je niet aan de Joodse gebruiken; hoe kun je dan opeens heidenen dwingen als Joden te leven?’

Galaten 4:13. Herinnert u zich niet de eerste keer dat ik u het evangelie heb verkondigd? Ik kwam bij u toen ik ziek was.

Brief aan de Efeziërs.

Efeziërs 1:13. In hem hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding, in hem bent u, door uw geloof, gemerkt met het stempel van de heilige Geest die ons beloofd is.

Efeziërs 2:17-18. Vrede kwam hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.

Efeziërs 3:6-7. … de heidenen delen door Christus Jezus ook in de erfenis, maken deel uit van hetzelfde lichaam en hebben ook deel aan de belofte, op grond van het evangelie. Van dat evangelie ben ik een dienaar geworden door de gave van Gods genade, die ik ontvangen heb door zijn kracht die in mij werkt. Mij, de allerminste van alle heiligen, is de genade geschonken om de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus te verkondigen

Uit de wapenrusting, het derde wapen.
Efeziërs 6:15. .. de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten,

Efeziërs 6:19-20. Bid ook voor mij, dat mij de juiste woorden gegeven worden wanneer ik verkondig, zodat ik met vrijmoedigheid het mysterie mag openbaren van het evangelie waarvan ik gezant ben, ook in de gevangenis. Bid dat ik daarbij zo vrijmoedig spreek als nodig is.

Wat kunnen wij van deze teksten leren?
Het evangelie brengt redding, vrede en rijkdom in Christus.

Er zit beweging in het evangelie. We zijn bereid om de vrede ergens te brengen. Paulus was gezant van het evangelie.

Uit de brief aan de gemeente van Philippi.

Filippenzen 1:3-7. Ik dank mijn God, telkens wanneer ik aan u denk – in elk gebed van mij voor u allen bid ik altijd met blijdschap – vanwege uw gemeenschap aan het Evangelie, van de eerste dag af tot nu toe. Ik vertrouw erop dat Hij Die in u een goed werk begonnen is, dat voltooien zal tot op de dag van Jezus Christus. Het is immers voor mij terecht dat ik dit van u allen denk, omdat ik u allen in mijn hart heb als deelgenoten van mijn genade, zowel in mijn gevangenschap als in de verdediging en bevestiging van het Evangelie. [HSV]

Opmerking: hier twee nieuwe aspecten. De gemeenschap aan het evangelie. En de bevestiging van het evangelie.

Filippenzen 1:12. U moet weten, broeders en zusters, dat wat mij is overkomen er juist toe bijdraagt dat het evangelie wordt verspreid.

Filippenzen 1:16-17. Zij doen het uit liefde, in het besef dat ik de taak heb het evangelie te verdedigen. Maar de eersten verkondigen Christus uit geldingsdrang, met onzuivere bedoelingen, om mijn gevangenschap te verzwaren.

Vraag: hier gaat het om de verdediging van het evangelie. Hoe moet ik dat begrijpen? Gaat het er om dat je het inhoudelijk op de juiste manier vertelt?

Filippenzen 1:27. Leef in overeenstemming met het evangelie van Christus, zodat ik kan horen, of straks zelf kan zien, dat u één van geest bent en samen voor het geloof in het evangelie strijdt.

Filippenzen 2:22. U weet dat hij betrouwbaar is en dat hij zich samen met mij, als een kind met zijn vader, voor het evangelie heeft ingezet.

Filippenzen 4:3. En u, trouwe vriend, vraag ik hen te helpen. Ze hebben samen met mij voor het evangelie gestreden, evenals Clemens en mijn overige medewerkers, van wie de namen in het boek van het leven staan.

Filippenzen 4:15. U weet zelf, Filippenzen, dat toen ik na mijn vertrek uit Macedonië met de verkondiging begon, uw gemeente de enige is geweest die gedeeld heeft in mijn tegoeden en tekorten

Uit de brief aan de gemeente van Kolosse

Kolossenzen 1:3-6. In al onze gebeden danken wij God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, voor u, want we hebben gehoord dat u in Christus Jezus gelooft en alle heiligen liefhebt, omdat u hoopt op wat in de hemel voor u gereedligt. Daarover hebt u gehoord toen aan u de waarheid verkondigd werd en het evangelie u bereikte. Overal in de wereld draagt het vrucht en groeit het, ook bij u, vanaf de dag dat u over Gods genade hoorde en de ware betekenis ervan begreep. 

Het evangelie wordt gelijkgesteld aan de waarheid. Het evangelie is iets wat vrucht kan dragen.

Kolossenzen 1:23. Maar dan moet u blijven geloven, onwrikbaar gegrondvest zijn in de hoop die het evangelie brengt, het evangelie dat u gehoord hebt en dat aan alle schepselen onder de hemel verkondigd is, en waarvan ik, Paulus, de dienaar ben geworden.

Niet alleen hoop brengt het evangelie, het is ook aan alle schepselen verkondigd.

Uit de brieven aan de gemeente van Tessaloniki

1 Tessalonicenzen 1:5.

1 Tessalonicenzen 2:1-4. U weet zelf, broeders en zusters, dat ons bezoek aan u niet tevergeefs is geweest. Ondanks de mishandelingen en beledigingen die wij, zoals u bekend is, in Filippi te verduren hadden, vonden we in vertrouwen op onze God de moed u bekend te maken met zijn evangelie. Daarvoor hebben we ons tot het uiterste ingespannen. Onze oproep berust niet op een dwaling, op oneerlijkheid of bedrog. Wij spreken alleen omdat God ons daartoe waardig heeft gekeurd en ons het evangelie heeft toevertrouwd – niet om mensen te behagen, maar God, die de mensen doorgrondt. 

1 Tessalonicenzen 2:8-9. In die gezindheid, vol liefde voor u, waren we niet alleen bereid u te laten delen in Gods evangelie, maar ook in ons eigen leven. Zo dierbaar was u ons geworden. U herinnert u, broeders en zusters, hoe we ons hebben ingezet en ingespannen, hoe we dag en nacht hebben gewerkt om niemand van u tot last te zijn. Op die manier hebben we u het evangelie van God verkondigd.

1 Tessalonicenzen 3:1-2. Omdat we het niet langer uithielden, besloten we Timoteüs naar u toe te sturen, onze broeder en Gods medewerker in de verkondiging van het evangelie van Christus. Zelf bleven we in Athene achter. Timoteüs moest u sterken en aanmoedigen in uw geloof,

En hier gaat het om een goed bericht brengen dat niet gaat over Jezus maar over gelovigen.
1 Tessalonicenzen 3:6. Maar nu is Timoteüs teruggekomen met het goede bericht over uw geloof en liefde. Hij heeft ons bovendien verteld hoezeer u ons altijd als voorbeeld neemt en hoe u er even vurig naar verlangt ons te zien als wij u.

2 Tessalonicenzen 1:6-8. God is inderdaad rechtvaardig: hij zal uw onderdrukkers straffen met onderdrukking en u, die nu onderdrukt wordt, samen met ons van alle last bevrijden wanneer Jezus, de Heer, vanuit de hemel verschijnt. Dan komt hij in een vlammend en u, die nu onderdrukt wordt, samen met ons van alle last bevrijden wanneer Jezus, de Heer, vanuit de hemel verschijnt. Dan komt hij in een vlammend vuur en omringd door engelen, door wie hij zijn macht manifesteert; dan straft hij hen die God niet erkennen en het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen.

2 Tessalonicenzen 2:14. Hij heeft u daartoe geroepen door het evangelie dat wij u verkondigd hebben en waardoor u zult delen in de luister van onze Heer Jezus Christus.

Uit de pastorale brieven van Paulus

1 Timoteüs 1:10b-11.  De wet is er voor alles wat indruist tegen de heilzame leer, die in overeenstemming is met het evangelie dat mij is toevertrouwd, het evangelie over de majesteit van de gelukzalige God.

2 Timoteüs 1:8-11. Schaam je er dus niet voor om van onze Heer te getuigen; schaam je ook niet voor mij, die omwille van hem gevangenzit, maar deel in het lijden voor het evangelie, met de kracht die God je geeft. Hij heeft ons gered en ons geroepen tot een heilige taak, niet op grond van onze daden, maar omdat hij daartoe uit genade besloten had. Deze genade was ons al vóór alle tijden gegeven in Christus Jezus, maar nu is ze bekend geworden doordat onze redder Christus Jezus is verschenen, die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven heeft doen oplichten door het evangelie. Van dit evangelie ben ik verkondiger, apostel en leraar.

2 Timoteüs 2:8-9. Houd Jezus Christus in gedachten, uit het nageslacht van David, die uit de dood is opgewekt. Dit heb ik verkondigd, daarom heb ik veel te verduren en ben ik zelfs als een misdadiger gevangengezet. Maar het woord van God laat zich niet gevangenzetten; 

2 Timoteüs 4:5. Jij echter moet in alles nuchter zijn, je lijden aanvaarden, je werk als verkondiger van het evangelie doen, je dienende taak vervullen.
Opmerking: je had ook met evangelist kunnen vertalen.

Filemon 1:13. … en ik hem graag bij me gehouden had. Dan had hij namens u voor mij kunnen zorgen nu ik omwille van het evangelie gevangenzit.

Wat kunnen we van deze teksten leren?

Een goede nieuws is dat Jezus uit de dood is opgestaan.

Een evangelist heeft een dienende taak. Hij brengt het goede bij de mensen.

Het goede nieuws wordt niet altijd met open armen ontvangen. Daarom zit Paulus gevangen. Filemon.

Uit de brief aan de Hebreeën

Hier schrijft de schrijver van de brief dat aan het volk Israël ook het goede nieuws, het evangelie was gebracht, maar het werd niet heilzaam.
Hebreeën 4:2-6. Want aan ons is het goede nieuws verkondigd, net als indertijd aan hen; maar anders dan voor wie het in geloof aannemen, was het verkondigde woord voor hen niet heilzaam. Omdat wij echter geloven, gaan we binnen in de rust waarvan eerder sprake was: ‘In mijn toorn heb ik gezworen: “Nooit zullen ze binnengaan in mijn rust,”’ – en dat terwijl zijn werk toch al met de grondvesting van de wereld voltooid werd! Over de zevende dag wordt immers ergens gezegd: ‘En op de zevende dag rustte God van al zijn werk,’ terwijl hier wordt gezegd: ‘Nooit zullen ze binnengaan in mijn rust.’ Het staat dus vast dat er wel mensen in kúnnen binnengaan. En omdat zij aan wie vroeger het goede nieuws verkondigd is, er vanwege hun ongehoorzaamheid niet zijn binnengegaan, legt God nu opnieuw een dag vast, een ‘vandaag’, waarover hij, zoals eerder is opgemerkt, lange tijd later David heeft laten zeggen: ‘Horen jullie vandaag zijn stem, wees dan niet koppig.’

Uit de brief van Petrus

1 Petrus 1:12. Er werd hun geopenbaard dat deze boodschap niet voor henzelf bestemd was maar voor u, en nu is deze boodschap u verkondigd door hen die u het evangelie hebben gebracht, gedreven door de heilige Geest die vanuit de hemel werd gezonden. Het zijn geheimen waarin zelfs engelen graag zouden doordringen.

1 Petrus 1:25. ….maar het woord van de Heer blijft eeuwig bestaan.’ Dit woord is het evangelie dat u verkondigd is.

1 Petrus 4:6. Ook aan de doden is het evangelie verkondigd, opdat ook zij, al zijn ze naar hun leven op aarde door de mensen veroordeeld, bij God in de geest kunnen leven.
Opmerking:

1 Petrus 4:17. Besef goed dat de tijd van het oordeel is aangebroken. Dat oordeel begint bij Gods eigen mensen. Als het bij ons begint, hoe zal het dan aflopen met hen die weigeren het evangelie van God te aanvaarden?

Opmerking: dit is een waarschuwing. Petrus zag het somber in voor de Joodse mensen, die weigeren het evangelie te aanvaarden.

Uit het boek Openbaringen.

Openbaringen 10:7. Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer die op de bazuin zal blazen, zal ook het geheimenis van God volbracht worden, zoals Hij aan Zijn dienstknechten, de profeten, verkondigd heeft.

Dit is het goede het geheimenis van God wordt volbracht in de tijd als de stem van de zevende engel klinkt. Waar gaat het geheimenis over? Wat is er zo bijzonder aan de stem van de zevende engel?

Openbaring 14:6. Toen zag ik opnieuw een engel, die hoog in de lucht vloog. Hij had een eeuwig evangelie dat hij bekend moest maken aan de mensen op aarde, uit alle landen en volken, van elke stam en taal.

Wat zou het eeuwig evangelie zijn? Heeft dat verband met de vorige tekst en is het nog geheim?

De Goede Boodschap in het Oude Testament

Andere bronnen

Muziek:

Good News.

Händel: Good tidings to sion.

Samenvatting

Het evangelie is niet precies gedefinieerd. Maar dat komt omdat het heel breed is. Maar waar het evangelie altijd aan voldoet is dat het iets goeds is. Niet alleen dat het nieuws is, maar dat het ook handen en voeten krijgt.

Als het goede nieuws nader wordt gespecificeerd, dan is het ook nog met overkoepelende woorden: redding, vrede, rijkdom in Christus.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.