Studie Geloven

Het doel van deze studie is een zo eerlijk mogelijk overzicht te geven over van wat er in de Bijbel staat over het onderwerp geloven.

Daarbij gaat deze studie zoveel mogelijk uit van de bedoeling van de tekst in het Hebreeuws en in het Grieks.

Wat bij dit onderwerp bijzonder is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden, die met geloven, het geloof of gelovig zijn vertaald ook kunnen worden vertaald met trouw zijn, de trouw en vertrouwend. Als je die woorden verwisseld, dan merk hoe in onze taal het twee verschillende woorden zijn terwijl dat in het Hebreeuws en Grieks niet het geval is.

Het onderwerp geloven is in de Bijbel een groot onderwerp. In zo’n 650 verzen in de Bijbel gaat het over dit onderwerp, waarvan alleen al 500 verzen in het Nieuwe Testament.

<<>> Door die enorme hoeveelheid teksten is om het behapbaar te houden gekeken wat er in het evangelie van Johannes en in het boek Handelingen over geloven is vermeld. <<in een volgende versie van deze studie kan dat wellicht nog worden uitgebreid>>

Er in deze studie ook aandacht voor het tegengestelde van geloven namelijk ‘ongeloof’. En ook aandacht voor wat de Bijbel ‘klein geloof’ noemt.

Oude Testament

De woorden, die in onze vertaling met geloven zijn vertaald, kunnen ook met vertrouwen worden vertaald. Geloven en vertrouwen liggen dicht bij elkaar. Dat is zo zowel in de Hebreeuwse tekst als in de Griekse tekst.

In het Hebreeuws is er één familie van woorden gevonden, die met geloof of vertrouwen kunt vertalen. Dit is het overzicht.

Woord Soort woord Strong Opmerkingen:
1אֱמוּנָה ‘ĕmûnâZelfstandig naamwoord
vrouwelijk
H530Vertrouwen
Komt 49 keer voor in 49 verzen
KJV: faithfulness (18x), truth (13x), faithfully (5x), office (5x), faithful (3x), faith (1x), stability (1x), steady (1x), truly (1x), verily (1x).
2אֵמוּן ‘ēmûnZelfstandig naamwoord
mannelijk
H529Vertrouwen
Komt 5 keer voor in 5 verzen.
KJV: faithful (3x), truth (1x), faith (1x).
3אָמַן ‘āmanWerkwoordH539Geloven, vertrouwen
Komt 108 keer voor in 102 verzen.
KJV: believe (44x), assurance (1x), faithful (20x), sure (11x), established (7x), trust (5x), verified (3x), stedfast (2x), continuance (2x), father (2x), bring up (4x), nurse (2x), be nursed (1x), surely be (1x), stand fast (1x), fail (1x), trusty (1x).

Het zelfstandig naamwoord emuna komt 22 keer van de 49 keer voor in de Psalmen.

Een heel bekende tekst met dit woord is deze tekst.
Habakuk 2:4. Wie niet oprecht is kwijnt weg, maar de rechtvaardige zal leven door zijn trouw.
Opmerking: de laatste zin luidt in de HSV: maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven.

Het zelfstandig naamwoord emun komt drie keer van de vijf keer voor in Spreuken.

Het werkwoord aman komt 105 voor en bijvoorbeeld in deze tekst.
Genesis 15:6. Abram vertrouwde op de HEER en deze rekende hem dit toe als rechtvaardigheid.
Opmerking: in de HSV luidt de tekst. En hij geloofde in de Here, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid.

De woorden in het Hebreeuws lijken op het woord Amen. Het woord אָמֵן ‘āmēn Strong H543 komt 30 keer voor in 24 verzen, maar hoewel het woord er uiterlijk erg op lijkt, betekent het ‘waarlijk’.

<<tekst moet nog worden aangevuld>>

Overzicht Geloof in het Nieuwe Testament

Er komt één familie van woorden in het Grieks voor dat met geloven of vertrouwen is te vertalen.

Woord Soort woord Strong Opmerkingen:
1πιστεύω pisteuō Werkwoord G4100
SB3567
Geloven.
Komt 264 keer voor in 220 verzen.
KJV: believe (239x), commit unto (4x), commit to (one’s) trust (1x), be committed unto (1x), be put in trust with (1x), be commit to one’s trust (1x), believer (1x).
2 πίστις pistis Zelfstandig naamwoord vrouwelijkG4102 SB3569Geloof.
Het woord komt 244 keer voor in 228 verzen.
KJV: faith (239x), assurance (1x), believe (with G1537) (1x), belief (1x), them that believe (1x), fidelity (1x).
3πιστός pistos   Bijvoeglijk naamwoordG4103 SB3570Gelovig.
Komt 67 keer voor in 62 verzen.
KJV: faithful (53x), believe (6x), believing (2x), true (2x), faithfully (1x), believer (1x), sure (1x), not translated (1x).
4πιστόω pistoō WerkwoordG4104 SB3571Komt alleen in 2Ti 3:14 voor
KJV: be assured of (1x).

De Griekse woorden voor geloven kun je ook met vertrouwen vertalen. Afhankelijk van de context kun je met het ene of met het andere woord vertalen. Maar je kunt soms ook zowel met geloven of vertrouwen vertalen.

Het maakt een tekst soms wel nieuw als je met het andere woord vertaalt. ‘Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard’ of ‘Dit is een gelovig woord en alle aanneming waard’. 1 Timoteüs 1:15. In het Nederlands een groot verschil in betekenis, maar niet in het Grieks dus.

Er kan bij de één of andere vertaling ook iets heel anders komen te staan: ’trouwe dienstknecht’ of ‘gelovige dienstknecht’. De eerste is trouw aan zijn meester. Bij de tweede vertaling denken we aan een dienstknecht, die in Jezus gelooft.

In deze studie is vooral aan de slag gegaan met het werkwoord geloven en is in deze studie bij deze woorden naar het evangelie van Johannes en naar het boek Handelingen gekeken.

In het evangelie van Johannes komt het werkwoord geloven precies honderd keer voor, terwijl het zelfstandig naamwoord in het geheel niet voorkomt in dit boek. Hieronder veel teksten uit het evangelie van Johannes, maar lang niet alle.

In het boek Handelingen komt respectievelijk 39 en 16 keer het werkwoord en het zelfstandig naamwoord voor. Hier voor het complete beeld wel alle teksten <<is nog niet compleet>>

Bij het doorlezen van de 500 verzen in het Nieuwe Testament over geloven ontdekte ik dat ze diverse kanten over het geloven belichten. Hieronder iedere kant in een paragraaf.

Hier teksten uit het evangelie van Johannes, dat van de vier evangeliën het meest spreekt over dit onderwerp.

De diverse kanten van geloof

Er zijn teksten die vooral gaan over het vertrouwen stellen in God of in Jezus (1)

of in iemand, die ook bij God hoort zoals Mozes of Johannes de Doper (1).

Er zijn teksten, die vooral gaan het vertrouwen stellen in mensen, die bij God horen of in dingen die bij God horen, zoals de Schrift of het evangelie zoals Jezus die onderwees (2).

Er zijn teksten, die vooral de aanleiding of de oorzaak aangeven om te gaan geloven (3).

Er zijn teksten, die aangeven wat het uitwerkt als je wat van God komt vertrouwt. Het geloof als krachtbron (4)

Er zijn teksten, die gaan over de gelovigen.

Er zijn ook teksten, de gaan over de mate van geloof (5)

Er zijn ook teksten die gaan over wel of niet geloven (6)

Daarnaast zijn er allerlei teksten, die gaan over geloven in mensen, die niet bij God horen, geloven in dingen, die niet bij God horen,

Het geloof in God/Jezus (1)

Het geloof in God of in Jezus kom je in tientallen teksten tegen. Meestal gaat het over het geloof in Jezus, Maar ook in Hem, die Jezus gezonden heeft.

Je leest over geloven in Jezus en geloven in de naam van Jezus. Wat zou het verschil zijn?

Johannes 6:29. Dit moet u voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft,’ antwoordde Jezus.

Johannes 12:41. Toch waren er ook veel leiders die wel in Hem geloofden.

Geloof in wie of wat God heeft gegeven (2).

Dit gaat over Johannes de Doper.
Johannes 1:7. Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven.

Johannes 5:46-47. Als u Mozes zou geloven, zou u ook Mij geloven, hij heeft immers over Mij geschreven. Maar als u niet gelooft wat hij geschreven heeft, hoe zou u dan geloven wat Ik zeg?’

Ook deze tekst gaat over Johannes de Doper.
Matteüs 21:25. In wiens opdracht doopte Johannes? Kwam die opdracht van de hemel of van mensen?’ Ze overlegden met elkaar: ‘Als we zeggen: “Van de hemel,” dan zal Hij tegen ons zeggen: “Waarom hebt u hem dan niet geloofd?

Wat speelt mee om te gaan geloven? (3)

Bij de geschiedenis van de Samaritaanse vrouw.
Johannes 4:41-42. En nog veel meer werden er gelovig om zijn woord, en zij zeiden tot de vrouw: Wij geloven niet meer om wat gij zegt, want wij zelf hebben Hem gehoord en weten, dat deze waarlijk de Heiland der wereld is. [NBG].

Bij het wonder van water in wijn bij de bruiloft in Kana.
Johannes 2:11. Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste teken; Hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in Hem.

Bij de geschiedenis van de genezing van de zoon van de hoveling. Johannes 4:46-53. Er was daar een hoveling uit Kafarnaüm wiens zoon ziek was. Omdat hij gehoord had dat Jezus uit Judea naar Galilea was teruggekeerd, was hij naar Hem toe gekomen, en nu vroeg hij of Jezus mee wilde gaan om zijn zoon, die op sterven lag, te genezen. Jezus zei tegen hem: ‘Jullie geloven alleen maar als je tekenen en wonderen ziet!’ Maar de hoveling drong aan: ‘Heer, ga toch mee, voordat mijn kind sterft.’ ‘Ga maar naar huis,’ zei Jezus, ‘uw zoon leeft.’ De man geloofde wat Jezus tegen hem zei en ging weg. En terwijl hij nog onderweg was, kwamen zijn dienaren hem al tegemoet om te zeggen dat zijn kind in leven was. Hij vroeg hun sinds wanneer het beter met hem was gegaan. Ze zeiden: ‘Gisteren, een uur na de middag, is de koorts verdwenen.’ [NBV21] De vader dan zag in dat het op dat uur was waarop Jezus tegen hem gezegd had: Uw zoon leeft. En hij geloofde, hijzelf en zijn hele huis.[HSV]

Efeziërs 2:8. Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God. [NGB]

Wat kunnen we van deze teksten leren?

Jezus horen spreken is een belangrijke reden om te gaan geloven. Johannes 4:41-42.

Door wonderen laat Jezus zijn grootheid zien. Johannes 2:11. Dat is ook als wij in de naam van Jezus wonderen bewerken.

Door tekenen en wonderen gaan mensen wel geloven. Johannes 4:46-53. God is echter in de eerste plaats vol ontferming om mensen in nood te helpen. Hij doet nooit een teken of wonder om mensen tot geloof te brengen. Die volgorde van God moeten wij ook aanhouden.

Het geloof is een gave van God. Efeziërs 2:8.

Wat het uitwerkt als je gaat geloven? (4)

Marcus 11:23-24. Voorwaar, Ik zeg u, wie tot deze berg zou zeggen, hef u op en werp u in de zee, en in zijn hart niet zou twijfelen, maar geloven, dat hetgeen hij zegt geschiedt, het zal hem geschieden. Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden.

Hoe dit zou kunnen staat in het vers hiervoor.
Marcus 11:22. Jezus antwoordde en zei tot hen: “Heb geloof van God” [letterlijke vertaling]
Opmerking: NBV en HSV vertalen met “Heb geloof in God”. Waarom?

Een bijzondere is ‘in de naam van Jezus geloven.
Johannes 1:12. Wie Hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft Hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden.
Opmerking: de naam van Jezus betekent heilbrenger. Zie je Jezus zo?

Johannes 3:14-17. En zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat ieder gelooft in Hem eeuwig leven heeft. Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.
Opmerking: eeuwig leven staat er twee keer, twee getuigen dus, an moet het waar zijn.

Johannes 3:18. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God. [HSV]

Dit is het getuigenis van Johannes de Doper over Jezus.
Johannes 3:35-36. De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle macht aan Hem overgedragen. Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven, wie de Zoon niet wil gehoorzamen zal dat leven niet kennen; integendeel, Gods toorn blijft op hem rusten.’

Dit gaat over de zoon van de hoveling, die op sterven lag.
Johannes 4:50. Ga maar naar huis,’ zei Jezus, ‘uw zoon leeft.’ De man geloofde wat Jezus tegen hem zei en ging weg.
Opmerking: het gevolg was ook dat het hele huis van de hoveling gelovig werd.

Hier gaat het om het geloof in wie Jezus heeft gezonden.
Johannes 5:24. Werkelijk, Ik verzeker u, wie luistert naar wat Ik zeg en Hem gelooft die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven.

Johannes 6:35. Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst hebben.

Johannes 7:37-39. Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en Hij riep: ‘Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken! “Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft,” zo zegt de Schrift.’ Hiermee doelde Hij op de Geest die zij die in Hem geloofden zouden ontvangen; de Geest was er namelijk nog niet, want Jezus was nog niet tot Gods majesteit verheven.

Johannes 12:46. Ik ben het licht dat naar de wereld is gekomen, opdat iedereen die in Mij gelooft niet langer in de duisternis blijft.

Dit is een vervolg op het antwoord aan Thomas, die eerst wilde zien en dan geloven.
Johannes 20:29. … zalig zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven.[HSV]

Hebreeën 11:3. Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.”

Hebreeën 11:27. Door het geloof heeft hij Egypte verlaten, zonder de toorn des konings te duchten. Want hij bleef standvastig, als ziende de Onzienlijke.” [NBG]

Wat kunnen van deze teksten leren?

Wonderen kunnen ertoe leiden een heel huis gelovig wordt. Johannes 4:50.

Geloven in het boek Handelingen

Enkele tientallen keren gaat de tekst over ‘het geloof’ zonder dat er iets bij staat, dat is vooral in het boek Handelingen. G4100 39 keer in 36 verzen. G4102 16 keer in 15 verzen. G4103 4 keer in 4 verzen.

In 55 verzen van het boek Handelingen gaat het over geloven.

In Handelingen staat veel over hoe het kwam dat men tot geloof kwam en welk gevolg dat had. In onze vertalingen staat ’tot geloof komen’, terwijl er in het Grieks alleen één werkwoord staat. Hoe zou je dat ook kunnen vertalen? ‘gingen geloven?

Hoe het kwam was de verkondiging, dat staat er letterlijk, en leren over de Heer, zie Handelingen 13:12, het onderwijs dus. Ook zal het enthousiasme van de groep christenen hebben meegespeeld. Bij de eerste gelovigen uit de volken wordt gezegd dat zij tot geloof kwamen ‘die voor het eeuwige leven bestemd waren’.

De gevolgen van het tot geloof komen zijn in de teksten hieronder onderstreept.

De NBV en NBG vertaalt het Griekse werkwoord met ’tot geloof komen’, terwijl de HSV met ‘geloven’ vertaalt, had ook met ‘vertrouwen’ kunnen worden vertaald.

Het geloof is een veel omvattend iets. Als je met geloof in Jezus zou vertalen, zou je het te smal omschrijven. Een overzicht van wat het geloof allemaal omvat staat in <<>>

Handelingen 2:44. En allen die geloofden, waren bijeen en hadden alle dingen gemeenschappelijk. [HSV]

Handelingen 3:16. Het komt door zijn naam en door het geloof in zijn naam dat deze man, die u hier voor u ziet en die u kent, kan lopen; het geloof dat Jezus schenkt, heeft hem in aanwezigheid van u allen gezond gemaakt.
Opmerking 1: hier gaat het om het zelfstandig naamwoord geloof.
Opmerking 2: bij dit geloof dat genezing uitwerkt wordt Jezus wel bij name genoemd.

Handelingen 4:4. En velen van hen die het Woord gehoord hadden, geloofden, en het aantal mannen werd ongeveer vijfduizend. [HSV]

Handelingen 4:32. En de menigte van hen die geloofden, was een van hart en een van ziel; en niemand zei dat iets van wat hij bezat, van hemzelf was, maar alles hadden zij gemeenschappelijk. [HSV]

Handelingen 6:7. En het Woord van God verbreidde zich en het aantal discipelen in Jeruzalem nam sterk toe; en een grote menigte priesters werd aan het geloof gehoorzaam. [HSV]
Opmerking: hoe kun je aan het geloof gehoorzaam worden? <>

Handelingen 8:12-13. Maar toen zij Filippus geloofden, die het Evangelie van het Koninkrijk van God en van de Naam van Jezus Christus verkondigde, werden zij gedoopt, zowel mannen als vrouwen. En Simon geloofde zelf ook en nadat hij gedoopt was, bleef hij voortdurend bij Filippus; en toen hij de tekenen en grote krachten zag die er gebeurden, stond hij versteld. [HSV]
Opmerking: de NBV laat de mensen tot geloof komen door de verkondiging van het evangelie. Past beter in ons denkstraatje, maar dat staat er niet.

En dit gaat over de opstanding uit de dood van Tabitha.
Handelingen 9:40-43. Maar nadat Petrus allen naar buiten had gestuurd, knielde hij neer en bad; en hij keerde zich naar het lichaam en zei: Tabitha, sta op! En zij deed haar ogen open en zodra zij Petrus zag, ging zij overeind zitten. En hij gaf haar de hand en hielp haar opstaan. Hij riep de heiligen en de weduwen en plaatste haar levend voor hen. En dit werd bekend in heel Joppe, en velen geloofden in de Heere. En het gebeurde dat hij veel dagen in Joppe bleef, bij een zekere Simon, een leerlooier. [HSV]

Handelingen 11:17. Als God hun wegens hun geloof in de Heer Jezus Christus hetzelfde geschenk wilde geven als ons, hoe had ik Hem daar dan van kunnen weerhouden?’
Opmerking: dat geschenk was de doop in de Geest. <<>>

Handelingen 11:21. En de hand van de Heere was met hen en een groot aantal geloofde en bekeerde zich tot de Heere. [HSV]
Opmerking: bekeren zou je ook parallel kunnen zien aan tot geloof komen.

Dit is ook een mogelijkheid om iemand van het geloof af te houden.
Handelingen 13:8. Maar Elymas, zoals Barjesus ook wel werd genoemd – want Elymas betekent ‘magiër’ –, stelde zich tegen hen teweer en probeerde de proconsul van het geloof af te houden. Daarop keek Saulus (die ook bekendstond als Paulus) hem strak aan, en vervuld van de heilige Geest zei hij: ‘U bent een bedrieger, een gewetenloze oplichter, een kind van de duivel en een vijand van elke vorm van gerechtigheid. Hoe durft u de rechte wegen van de Heer te veranderen in kronkelpaden? Let op: de hand van de Heer zal u treffen, u zult blind zijn en voorlopig geen zonlicht meer zien.’ Onmiddellijk werd alles donker om hem heen, zodat hij tastend zijn weg moest zoeken en anderen moest vragen of ze hem wilden leiden. [NBV21] Toen de stadhouder zag wat er gebeurd was, geloofde hij, versteld over de leer van de Heere. [HSV]

Handelingen 13:48. Toen nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich en prezen het Woord van de Heere, en er geloofden er zovelen als er bestemd waren voor het eeuwige leven. [HSV]

Handelingen 14:1. En het gebeurde in Ikonium dat zij samen de synagoge van de Joden binnengingen en zo spraken dat een grote menigte, zowel van Joden als van Grieken, geloofde. [HSV]

Handelingen 14:22. Ze bemoedigden de leerlingen en spoorden hen aan te volharden in het geloof, maar wezen hun erop ‘dat wij pas na veel beproevingen het koninkrijk van God binnen kunnen gaan’.

Handelingen 14:27. Daar aangekomen riepen ze de gemeente bijeen en brachten verslag uit van alles wat God door hen tot stand had gebracht. Ze vertelden hoe Hij voor alle volken de deur naar het geloof had geopend.

Handelingen 15:7-9. En toen daarover een heftige woordenstrijd ontstond, stond Petrus op en zei tegen hen: Mannenbroeders, u weet dat God lang geleden onder ons mij uitgekozen heeft, zodat de heidenen uit mijn mond het woord van het Evangelie zouden horen, en zouden geloven. [HSV] God, die de harten doorgrondt, heeft zich duidelijk voor hen uitgesproken door hun de heilige Geest te schenken, zoals Hij die ook aan ons geschonken heeft. Hij heeft geen enkel onderscheid gemaakt tussen ons en hen, want Hij heeft hun hart door het geloof gereinigd.
Opmerking: het is voor de mensen uit de volken net zo goed mogelijk om te geloven.

Handelingen 16:5. De gemeenten werden steeds sterker in het geloof en het aantal leerlingen nam dagelijks toe.

Handelingen 16:15. Nadat zij en haar huisgenoten waren gedoopt, nodigde ze ons uit met de woorden: ‘Als u ervan overtuigd bent dat ik in de Heer geloof, neem dan bij mij uw intrek.’ Ze drong er bij ons sterk op aan.

Handelingen 16:31. Ze antwoordden: ‘Geloof in de Heer Jezus en u zult gered worden, u en uw huisgenoten.’

Hier gaat het om Paulus in de stad Berea.
Handelingen 17:12. Velen dan van hen geloofden, en van de aanzienlijke Griekse vrouwen en mannen niet weinigen. [HSV]

Hier n.a.v. de toespraak van Paulus op de Areopagus.
Handelingen 17:34. Maar sommige mannen sloten zich bij hem aan en geloofden. Onder hen waren ook Dionysius de Areopagiet, en een vrouw van wie de naam Damaris was, en anderen met hen. [HSV]

Het tot geloof komen van de één kan aanstekelijk werken voor de ander.
Handelingen 18:8. En Crispus, het hoofd van de synagoge, geloofde met heel zijn huis in de Heere; en velen van de Korinthiërs die Paulus hoorden, geloofden en werden gedoopt. [HSV]

Handelingen 19:2-6. Zeide hij tot hen: Hebt gij de Heilige Geest ontvangen, toen gij geloofd hebt? En zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, of er een Heilige Geest is. [Statenvertaling] Ze antwoordden: ‘Nee, we hebben zelfs niet gehoord van het bestaan van een heilige Geest.’ Hij vroeg: ‘Hoe zijn jullie dan gedoopt?’ ‘Met de doop van Johannes,’ antwoordden ze. Daarop zei Paulus: ‘Johannes doopte de mensen die tot inkeer kwamen en zei tegen hen dat ze moesten geloven in degene die na hem kwam, in Jezus.’ Toen ze dat gehoord hadden, lieten ze zich dopen in de naam van de Heer Jezus, en toen Paulus hun de handen had opgelegd daalde de heilige Geest op hen neer, zodat ze in klanktaal gingen spreken en profeteerden.

Dit gebeurde na een geschiedenis van Paulus bij zegeviering over duistere machten.
Handelingen 19:17-20. Alle Joodse en Griekse inwoners van Efeze hoorden van dit voorval, dat hen met diep ontzag vervulde; allen prezen en eerden de naam van de Heer Jezus. Veel nieuwe gelovigen kwamen in het openbaar hun praktijken opbiechten. Onder hen waren ook velen die magie hadden bedreven, maar die nu hun boekrollen verzamelden en publiekelijk verbrandden. Toen de waarde ervan werd berekend, kwam men uit op een bedrag van vijftigduizend zilverstukken. Zo zegevierde het woord van de Heer en vond het steeds meer gehoor.

Handelingen 21:20. En toen zij dat gehoord hadden, prezen zij de Heere en zeiden tegen hem: U ziet, broeder, hoeveel tienduizenden Joden er zijn die geloven; en zij zijn allemaal ijveraars voor de wet. [HSV]

In deze tekst staat wat voor de follow-up van het geloof nodig was.
Handelingen 21:25. De niet-Joden die tot geloof gekomen zijn hebben we schriftelijk op de hoogte gesteld van onze beslissing dat ze zich in acht moeten nemen voor vlees dat bij de afgodendienst is gebruikt, voor bloed, voor vlees waar nog bloed in zit, en voor ontucht.’
Opmerking: voor het eerste stuk van de tekst staat in het Grieks: ‘met betrekking nu die hebben geloofd uit de volken’

Handelingen 24:14. Maar wel wil ik hier verklaren dat ik overeenkomstig de Weg, die zij een sekte noemen, de God van onze voorouders dien en dat ik geloof in alles wat in de Wet en de Profeten geschreven staat.
Opmerking: het geloof van Paulus houdt ook in het vertrouwen in de wet en de profeten.

In vers 25 staat een schets van hoe Paulus het geloof in Jezus verwoord. De hoofdlijn van de inhoud is onderstreept.
Handelingen 24:24-25. Enkele dagen later ging Felix samen met zijn vrouw Drusilla, die een Jodin was, naar de gevangenis. Hij liet Paulus halen om te horen wat hij over het geloof in Christus Jezus te zeggen had. Maar toen Paulus sprak over gerechtigheid en zelfbeheersing en over het komende oordeel van God werd Felix bang en zei: ‘Voorlopig kunt u gaan. Wanneer ik in de gelegenheid ben, zal ik u weer laten roepen.’

De trouw van God

Het is goed als wij mensen trouw zijn aan God. Het opvallende is dat de Bijbel ook spreekt van de trouw van God aan mensen. En dat Hij zijn beloften waarmaakt aan mensen.

Een heel aparte kant van het onderwerp geloven zijn de teksten, die gaan over het geloof dat God heeft. In de vertalingen wordt als het om het geloof van God gaat dikwijls met de trouw van God vertaald.

1 Korintiërs 1:9. God is getrouw, door Wie u geroepen bent tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heere. [HSV]
Opmerking: God ziet zoveel in de mensen van die gemeente van Korinthe, hij gelooft zoveel in ze dat Hij contact wil.

1 Korinthe 10:13. U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan.
Opmerking: God heeft geloof in de mensen van Korinthe, zodanig dat Hij gaat zorgen voor hulp.

2 Korintiërs 1:18. Zo waar God trouw is, wanneer ik ja tegen u zeg bedoel ik ook ja, niet nee.
Opmerking: Zoals God gelooft in zijn woord zo wil Paulus dat ook navolgen.

1 Tessalonicenzen 5:24. Hij die u roept is trouw en doet zijn belofte gestand.
Opmerking: God is trouw aan de gelovigen, wat God zegt doet Hij ook.

2 Tessalonicenzen 3:3. Maar de Heer is trouw, hij zal u kracht geven en u tegen het kwaad beschermen.
Opmerking: omdat God in de gelovigen van Tessalonica gelooft, zal Hij hen kracht geven en beschermen.

1 Timoteüs 1:12. Ik breng dank aan Hem, die mij kracht gegeven heeft, Christus Jezus, onze Here, dat Hij mij getrouw geacht heeft, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft. [HSV]
Opmerking: de Heer had geloof in Paulus.

2 Timoteüs 2:13. … als wij hem ontrouw zijn, blijft hij ons trouw, want zichzelf verloochenen kan hij niet.
Opmerking: God zal in Paulus en Timoteüs blijven geloven, ook zijn zij niet altijd gelovig (G569). Want als God trouw is aan iemand kan dat niet veranderen. God is standvastig.

Hebreeën 10:23. Laten we zonder te wankelen datgene blijven belijden waarop we hopen, want hij die de belofte heeft gedaan is trouw.
Opmerking: God gelooft in ons.

Wat kunnen we leren van deze teksten?

God heeft zoveel liefde voor ons dat hij zijn beloften zal nakomen.

Niet geloven?

Johannes 3:18. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God. [HSV]

In een gesprek van Jezus met de joden zegt hij dit.
Johannes 5:44. Hoe zou u ooit tot geloof kunnen komen? Van elkaar wilt u wel eer ontvangen, maar u zoekt niet de eer die de enige God u kan geven.

Johannes 8:24. Ik heb tegen u gezegd dat u zult sterven vanwege uw zonden, want als u niet gelooft dat Ik het ben, zult u inderdaad sterven vanwege uw zonden.’

Johannes 10:25-26.Jezus antwoordde: ‘Dat heb Ik u al gezegd, maar u gelooft het niet. Wat Ik in naam van mijn Vader doe getuigt over Mij, maar u wilt Me niet geloven, omdat u niet bij mijn schapen hoort.

Johannes 12:37-40. Ondanks alle tekenen die Hij voor hun ogen verricht had, geloofden ze niet in Hem. Zo moesten de woorden van de profeet Jesaja in vervulling gaan, die zei: ‘Heer, wie heeft geloofd wat wij hebben gezegd? Aan wie is de macht van de Heer geopenbaard?’ Ze konden niet tot geloof komen, want Jesaja heeft ook gezegd: ‘Hij heeft hun ogen verblind en hun hart ongevoelig gemaakt. Anders zouden zij met hun ogen zien en met hun hart begrijpen, ze zouden op hun schreden terugkeren en Ik zou hen genezen.’

Johannes 12:47-48. En als iemand Mijn woorden hoort en niet gelooft, veroordeel Ik hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar om de wereld zalig te maken. Wie Mij verwerpt en Mijn woorden niet aanneemt, heeft iets wat hem veroordeelt, namelijk het woord dat Ik gesproken heb; dat zal hem veroordelen op de laatste dag.

Ongeloof en klein geloof

Er wordt ook over ongeloof en klein geloof geschreven in de Bijbel. In het Nieuwe Testament in 45 teksten. Hier het overzicht.

Er zijn twee categorieën ongeloof en klein geloof. Wat zou de Bijbel over deze dingen zeggen?

Ongeloof

Dit zijn de woorden, die je met ongeloof kunt vertalen.

  Grieks woord Soort woord StrongOpmerkingen:
1 ἀπιστέω apisteō Werkwoord G569
<<>>
Ongelovig zijn.
Komt acht keer voor in zeven verzen.
KJV: believe not (7x).
2ἀπιστία apistia Zelfstandig naamwoord
vrouwelijk
G570Ongeloof.
Komt 12 keer voor in 12 verzen. KJV: unbelief (12x).
3 ἄπιστος apistos Bijvoeglijk naamwoord G571Ongeloof.
Komt 23 keer voor in 21 verzen.
KJV: that believe not (6x), unbelieving (5x), faithless (4x), unbeliever (4x), infidel (2x), thing incredible (1x), which believe not (1x).

De ‘a’ van apistos betekent ‘on’ of ‘niet’.

Van de 40 verzen, die over ongeloof gaan staan in deze studie alleen die in het evangelie van Matteüs staan.

Hier gaat het om Jezus, die in Nazareth is, de plaats waar hij opgroeide.
Matteüs 13:58. En hij verrichtte daar niet veel wonderen, vanwege hun ongeloof.
Opmerking: ze vertrouwden daar Jezus niet. Dan gebeuren er ook weinig wonderen.

Als Jezus van de berg van de verheerlijking komt, ontdekt hij dat zijn leerlingen niet een kwade geest konden uitdrijven.
Matteüs 17:17. Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie nog verdragen?’
Opmerking: hier het bijvoeglijk naamwoord apistos

Een paar zinnen verder gebeurt er dan dit.
Matteüs 17:19-21. Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij alleen waren: Waarom konden wij hem niet uitdrijven? Jezus zei tegen hen: Vanwege uw ongeloof, want voorwaar, Ik zeg u: Als u een geloof had als een mosterdzaad, u zou tegen deze berg zeggen: Verplaats u van hier naar daar! En hij zou gaan, en niets zou voor u onmogelijk zijn. [HSV]
Opmerking: als je geen vertrouwen hebt in geesten uitdrijven kun je het ook niet.

Opmerking: de NBV vertaalt niet met ‘ongeloof’, maar met ‘gebrek aan geloof’. Dat vind ik niet helder. De NBG vertaalt met ‘klein geloof’. Zij doen dat omdat er in sommige handschriften oligopistos oftewel klein geloof staat en niet het woord apistos.

Met klein geloof wordt de tekst onbegrijpelijk. Dan zou Jezus hebben gezegd ‘klein geloof doet niets, maar geloof als een mosterdzaadje, dat is toch ook een klein geloof, heeft een ongelooflijk effect’.

<<de opsomming van teksten over ongeloof zou nog verder aan te vullen zijn>>

Klein geloof

Er is één woord dat je met klein geloof kunt vertalen.

Grieks woord Soort woord StrongOpmerkingen:
1ὀλιγόπιστος
oligopistos
Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
G3640Weinig geloof, klein geloof.
Komt 5 keer voor in 5 verzen.
KJV: of little faith (5x).

Het Griekse woord oligo betekent klein of weinig. Het woord oligopistos betekent dus klein of weinig geloof. Oftewel weinig vertrouwen.

Het woord oligopistos komt vier keer voor in het boek van Matteüs en eenmaal in het boek van Lukas. Hier alle vijf teksten.

Jezus geeft hier onderwijs aan zijn leerlingen, hij raakt daarbij het onderwerp zorgen maken aan.
Matteüs 6:30/Lucas 12:28. Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zo veel zorg kleedt, met hoeveel meer zorg zal hij jullie dan niet kleden, kleingelovigen?
Opmerkingen: Jezus zegt dat zorgen maken echt niet nodig is.

Dit zegt Jezus tegen zijn discipelen bij de storm op het meer.
Matteüs 8:26. Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed, kleingelovigen?’ Toen stond hij op en sprak de wind en het water bestraffend toe, en het meer kwam geheel tot rust.

Dit zegt Jezus tegen Petrus als hij op de golven naar Jezus loopt.
Matteüs 14:29-31. Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’ Meteen strekte Jezus zijn hand uit, Hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’

Dit zegt Jezus tegen zijn discipelen als zij ontdekken dat ze geen brood hebben om de menigte te voeden.
Matteüs 16:8. Jezus merkte het en zei: ‘Kleingelovigen, waarom bespreken jullie met elkaar dat je geen brood bij je hebt?’

Wat kunnen we hiervan leren?
De volgelingen van Jezus waren nog wel de mensen, die het meest geloof hadden. Toch zegt Jezus diverse keren tegen hen dat ze ongelovig zijn en noemt ze ook diverse keren kleingelovigen, mensen met weinig vertrouwen.

Als er bij de omstanders veel ongeloof is, dan is het voor Jezus moeilijk om bijzondere dingen te doen.

In geval van ongeloof kun je ook geen kwade geesten uitdrijven.

Andere bronnen

<<nog invullen>>

Overwegingen

Als ik naar mijn eigen leven kijk dan ben ik regelmatig ongelovig en klein gelovig. Klein geloof is nog wel hier en daar populair in de kerk. Vreemd.

Het geloof als een mosterdzaad vond Jezus voor de discipelen op gegeven moment al heel prachtig.

In het Grieks betekent het woord pistos zowel geloof als trouw. In het Nederlands zijn dat twee behoorlijk verschillende woorden. De vertalingen maken hier steeds de keuze.

Voorbeeld Handelingen 16:15 in de NBV: “dat ik in de Heer geloof” en in de HSV “dat ik trouw ben aan de Heere”.

En tenslotte zijn er nog van die teksten, die gaan over meningen en standpunten zoals ‘ik geloof dat ik dit en dat wel mag eten’.

Samenvatting

De Bijbel beschrijft geloof en geloven op allerlei manieren. Ik heb slechts één tekst kunnen vinden die een definitie geeft van het geloof.
Hebreeën 11:1. Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.

Het al dan niet geloof in God en de dingen van God zit in je persoonlijkheid, in je geest of in je ziel en dat beïnvloed je verstand en je wil. Het geloof gaat onze zintuigen te boven. Oftewel je gelooft ondanks dat je het tegengesteld ziet of hoort.

Voor het alledaagse leven speelt geloof ook een belangrijke rol. Als je de kraan open draait vertrouw je er op dat er water uit komt. Als je in de auto op de rem drukt, dan vertrouw je erop dat die rem werkt en dat je vaart gaat minderen. Je weet trouwens ook wel dat er iets met de watertoevoer en met de auto mis kan zijn.

Geloven en vertrouwen zijn woorden met ongeveer dezelfde betekenis. Geloven in Jezus is vertrouwen in Jezus. Geloven dat iets gaat gebeuren is vertrouwen dat iets gaat gebeuren.

Als je vertrouwt op een mens of een bepaalde opvatting kun je bedrogen uitkomen. Vertrouwen op God heeft allerlei gevolgen. Mooie en soms ook moeilijke.

Soms staat er in de Bijbel dat God vertrouwen heeft in ons. Wij kunnen in Hem geloven, maar hij gelooft ook in ons.

Ongeloof blokkeert de weg naar redding, bevrijding en wat al niet. Klein geloof is minder rampzalig, maar er is echt geen enkele reden om er tevreden mee te zijn.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.