Studie Opstanding Uit de Dood

Voor mij was de opstanding uit de dood iets voor de verre toekomst als Jezus terugkomt. Of in die bijzondere gevallen als iemand, die pas overleden is weer gaat leven. Je leest daar wel eens van.

Als je in dit onderwerp verdiept dan ontdek je dat er nog meer mogelijkheden zijn. De Bijbel spreekt van ene Henoch. Henoch wandelde met God en hij was niet meer. Dat wil zeggen: hij was met lichaam en al naar de wereld van God gegaan. Hij ging niet dood. Hij veranderde alleen.

Van Jezus lezen we dat hij op de berg van de verheerlijking was en daar veranderde van gedaante. Hij was daar met Mozes en Elia, ook al mensen, van wie hun dode lichamen nooit zijn gevonden.

Als Jezus op die bijzondere Pasen opstaat uit de dood is dat met lichaam en al. Maar het was wel een veranderd lichaam. Een verheerlijkt lichaam zou je kunnen zeggen.

Bij discipelen van Jezus, die later apostelen werden genoemd, ging het toen zij stierven niet op die manier. Van hen zijn de graven bekend waar hun dode lichamen nog liggen of hebben gelegen.

Hoe zou het met de discipelen zijn gegaan? Is hun onsterfelijke deel nu al bij Jezus en krijgen ze te zijner tijd een nieuw lichaam? En is dat dan net zo’n lichaam als bij Jezus na zijn opstanding? Was trouwens het lichaam dat Adam had voor de zondeval ook zo’n verheerlijkt lichaam?

Er zijn ook mensen, die worden opgewekt terwijl ze net zijn gestorven en die leven in hun kwetsbare lichaam weer verder. We denken aan het dochtertje van Jaïris, de jongeling van Naïn en van Lazarus.

Hoe is het trouwens met de gelovigen zoals jij en ik. Zijn wij als wij sterven ook al gelijk bij Jezus? Of moeten we wachten tot Jezus terugkomt? En krijgen we t.z.t. dan een verheerlijkt lichaam.

Omdat het Nieuwe Testament het meest uitgesproken is over de opstanding uit de dood, belichten we dat in deze studie eerst en daarna wat het Oude Testament er over schrijft.

Opstanding in het Nieuwe Testament

Er wordt in het Nieuwe Testament best veel gesproken over de opstanding uit de doden. Wel zo’n tweehonderd keer. Een belangrijk onderwerp dus.

Welke woorden gebruiken we?

Er worden twee soorten woorden gebruikt in het Grieks, zowel als zelfstandig naamwoord of als werkwoord. Je kunt beide vertalen met opstaan of opwekken of opwekking of opstanding. In een aantal gevallen worden ook de dood of de doden genoemd.

Hieronder het overzicht van de woorden, die voorkomen. Ter toelichting op de kolom Strong. Meneer Strong heeft een woordenboek gemaakt van alle woorden die in de Bijbel voorkomen en aan al die woorden een nummer toegekend. De Hebreeuwse woorden met de letter ‘H’ vooraf en de Griekse woorden met de letter ‘G’. De nummers met SB vooraf komen uit de concordantie van serie van de Studiebijbel van het Centrum van het Bijbelonderzoek. Hierdoor kun je de informatie zelf verder nazoeken.

  Woord Soort woord Strong Opmerkingen:
1 ἀνάστασις anastasis Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
G386
SB350
Opstanding
Komt 42 keer voor in 40 verzen.
KJV: resurrection (39x), rising again (1x), that should rise (1x), raised to life again (with G1537) (1x).
ἀνάστασις νεκρός anastasis nekros Combinatie met doden G386 G3498 Opstanding van de doden.
De combinatie komt in 16 verzen voor.
KJV: resurrection of the dead (10x), resurrection
from the dead (6x).
2ἀνίστημι anistēmi Werkwoord G450
SB412
Opstaan
Komt 123 keer voor in 111 verzen.
KJV: arise (38x), rise (19x), rise up (16x), rise again (13x), raise up (11x), stand up (8x), raise up again (2x), miscellaneous (5x).
2ἀνίστημι νεκρός anistēmi
nekros  
Combinatie met doden G450 G3498Opstaan van de doden.
Komt 14 keer voor.
KJV: risen from the dead (14x) 3x is woord ‘again’
toegevoegd.
3 ἔγερσις egersisZelfstandig naamwoord vrouwelijkG1454
SB1305
Opwekken.
Komt in 1 tekst voor. Matteüs 27:53.
KJV: resurrection (1x).
4ἐγείρω egeirōWerkwoordG1453
SB1304
Opwekken.
Komt 161 keer voor in 135 verzen.
KJV: rise (36x), raise (28x), arise (27x), raise up (23x), rise up (8x), rise again (5x), raise again (4x), miscellaneous (10x).
4ἐγείρω νεκρός egeirō
nekros
CombinatieG1453
G3498
Opwekken uit de dood
Komt 47 keer voor in 46 verzen
KJV: raised of/from the dead (diverse varianten)

Het zelfstandig naamwoord anastasis gaat altijd over de opstanding van de doden. Van die 42 keer staan 17 keer letterlijk de doden er bij genoemd.

Het werkwoord anistemi is het algemene woord voor opstaan, van je zit of ligplaats bijvoorbeeld. In bijna de helft van de gevallen gaat het hier ook om opstaan van de doden namelijk 46 keer. En hiervan staat 14 keer letterlijk de doden erbij genoemd. Vreemd dat drie keer in de KJV het woord ‘again’ is toegevoegd. Dat staat niet in het Grieks. Hoezo opnieuw? In het Nederlands is er ook het woord ‘wederopstanding’. Hoezo ‘weder’ oftewel ‘opnieuw’? Zou het gaan over dat je in het gewone leven op kon staan als je wilde en dat dan opnieuw kan?

Het zelfstandig naamwoord op regel 3 komt maar eenmaal voor, dat maakt het wel opvallend. Misschien om dit bizarre feit, de doden komen uit hun graven en bezoeken de mensen in de stad, te benadrukken.

Het bijbehorende werkwoord komt juist heel vaak voor en wel 94 keer gaat over opstaan of opwekken van de doden.

Ik heb de teksten waarin het over de opstanding van de doden gaat gerubriceerd. Het debat over de opstanding en de opstanding van Lazarus vooraf. Daarna over aankondiging en de opstanding van Jezus. Vervolgens over opstanding van de doden in de tijd van Jezus hier op aarde. En tenslotte de opstanding van de doden bij het laatste oordeel.

Het debat of opstanding bestaat

Het is wel goed om vooraf bij deze studie te weten, dat er in Israël in de tijd van Jezus de opstanding uit de doden een nationaal discussiepunt was. Is er nu wel of geen opstanding is uit de dood. In Nederland hebben we een vergelijkbaar discussiepunt, alleen spitst zich dat toe op de vraag of er leven is na de dood. Of is dood = dood? Ik heb de indruk dat tegenwoordig meer mensen geloven in leven na de dood dan twintig jaar geleden.

Het leiderschap van de joden in die tijd werd gedomineerd door de Sadduceeën. Deze groep namen wel de boeken van Mozes serieus, logisch want dat is hun geschiedenis en hun wetgeving, maar ze namen niet de boeken van de profeten serieus. Engelen bestonden volgens hen niet en als mensen stierven was dat ook het einde: dood is dood. Misschien geloofden ze nog wel dat je ziel in het dodenrijk zou komen. Maar dat was het dan ook. Einde verhaal.

We lezen in de evangeliën één keer dat de sadduceeën met een listige vraag de confrontatie met Jezus opzoeken. Zie hieronder, eenzelfde soort verslag staat in Marcus en Lukas.

Matteüs 22:23-33. Diezelfde dag kwamen er ​sadduceeën, die beweren dat er geen opstanding uit de dood is, naar hem toe. Ze stelden hem deze vraag: ‘Meester, ​Mozes​ heeft gezegd: “Indien iemand kinderloos sterft, moet zijn broer met de ​weduwe​ trouwen omdat hij haar zwager is, en voor zijn broer nakomelingen verwekken.” Nu kennen wij een geval met zeven broers. De eerste trouwde, maar stierf kinderloos en liet zijn vrouw na aan zijn broer. Hetzelfde gebeurde met de tweede en de derde broer, tot aan de zevende toe. Het laatst van allen stierf de vrouw. Wiens vrouw zal zij dan bij de opstanding zijn? Alle zeven zijn ze immers met haar getrouwd geweest.’ Jezus​ gaf hun ten antwoord: ‘U dwaalt, blijkbaar kent u de Schriften niet, en de macht van God evenmin! Want bij de opstanding trouwen de mensen niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, ze zijn dan als ​engelen​ in de hemel. Hebt u niet gelezen wat God u over de opstanding van de doden heeft gezegd? Dit is wat hij zei: “Ik ben de God van ​Abraham, de God van ​Isaak​ en de God van ​Jakob.” Hij is geen God van doden, maar van levenden.’ Toen de talrijke omstanders dit hoorden, stonden ze versteld over zijn onderricht.

[n.a.v. vers 29 heb ik wel de vraag of er ergens in het Oude Testament of andere Joodse geschriften ergens staat dat bij de opstanding de mensen niet trouwen]

Lukas 20:35-38. Jezus​ zei tegen hen: ‘De ​kinderen​ van deze wereld huwen en worden uitgehuwelijkt, maar wie waardig bevonden is deel te krijgen aan de komende wereld en aan de opstanding van de doden, huwt niet en wordt niet uitgehuwelijkt. Zij kunnen ook niet meer sterven, want ze zijn als ​engelen​ en ze zijn ​kinderen​ van God omdat ze deel hebben aan de opstanding. Dat de doden opgewekt worden, dat heeft ook ​Mozes​ al duidelijk gemaakt in de tekst over de doornstruik, waar hij spreekt over de ​Heer​ als de God van ​Abraham​ en de God van ​Isaak​ en de God van ​Jakob. Hij is geen God van doden, maar van levenden, want voor hem zijn allen in leven.’

Ook met de leerlingen van Jezus gingen de Sadduceeën de strijd over de overtuiging van de opstanding. Ook hier wonnen ze deze strijd niet.
Handelingen 4:1-4. Terwijl Petrus en Johannes de menigte nog toespraken, kwamen de priesters, het hoofd van de tempelwacht en de sadduceeën op hen af, hevig ontstemd omdat ze het volk onderrichtten en de opstanding uit de dood verkondigden op grond van wat er met Jezus was gebeurd. Ze grepen hen vast en zetten hen gevangen tot de volgende dag, omdat het al avond was. Maar van degenen die naar de toespraak hadden geluisterd, bekeerden velen zich, zodat het aantal gelovigen aangroeide tot ongeveer vijfduizend.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Na de opstanding zijn de mensen als engelen in de hemelen. Matteüs 22:30 en Lukas 20:36.

Je moet wel waardig bevonden worden om deel te hebben aan de komende wereld en de opstanding van de doden. Dit geldt dus niet voor iedereen. Lukas 20:35.

Als je deel hebt aan de opstanding ben je een kind van God. Lukas 20:36.

Oh, ja en bij de opstanding en de komende wereld trouwen mensen niet meer. Over bestaande huwelijksbanden spreekt de tekst niet. Matteüs 22:30 en Lukas 20:35

Na de opstanding kunnen we ook niet meer sterven. Lukas 20:36

De opstanding van Lazarus

We lezen van een paar opwekkingen uit de dood door Jezus, zoals de dochter van Jaïrus en de jongeling van Naïn. Maar er is één opwekking uit de doden, waar Jezus ook onderwijs geeft over de opstanding en dat is de opwekking uit de dood van Lazarus. Hier het deel uit de Bijbel waar het daar over gaat.

Johannes 11:17-27. Toen ​Jezus​ daar aankwam, hoorde hij dat ​Lazarus​ al vier dagen in het ​graf​ lag. Betanië lag dicht bij ​Jeruzalem, op een afstand van ongeveer vijftien ​stadie, en er waren dan ook veel ​Joden​ naar ​Marta​ en ​Maria​ gekomen om hen te troosten nu hun broer gestorven was. Toen ​Marta​ hoorde dat ​Jezus​ onderweg was ging ze hem tegemoet, terwijl ​Maria​ thuisbleef. Marta​ zei tegen ​Jezus: ‘Als u hier was geweest, ​Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn. Maar zelfs nu weet ik dat God u alles zal geven wat u vraagt.’ Jezus​ zei: ‘Je broer zal uit de dood opstaan.’ ‘Ja,’ zei ​Marta, ‘ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan.’ Maar ​Jezus​ zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat?’ ‘Ja ​Heer,’ zei ze, ‘ik geloof dat u de ​messias​ bent, de ​Zoon van God​ die naar de wereld zou komen.’

Wat kunnen we van deze tekst leren?
Marta wist van de opstanding op de laatste dag, maar Jezus zegt het gaat verder. Wie in mij gelooft zal leven.

Jezus, die zijn opstaan uit de dood aankondigt

Het bijzondere is dat Jezus zijn eigen opstanding uit de dood vooraf aankondigde. De discipelen hadden moeite om dat te begrijpen. Voor hen was wellicht de opstanding alleen iets wat aan het eind van de tijden zou gebeuren. Zoals ook de overtuiging van Marta was.

Ik heb onderstaande teksten in chrologische volgorde proberen te zetten.

Matteüs 16: 21-23. Vanaf die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden door toedoen van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, en dat hij gedood zou worden, maar op de derde dag uit de dood zou worden opgewekt. Petrus nam hem terzijde en begon hem fel terecht te wijzen: ‘God verhoede het, Heer! Dat zal u zeker niet gebeuren!’ Maar Jezus keerde hem de rug toe met de woorden: ‘Ga terug, achter mij, Satan! Je zou me nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.’

Marcus 8:31. Hij begon hun te leren dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden en door de oudsten van het volk, de hogepriesters en de schriftgeleerden verworpen zou worden, en dat hij gedood zou worden, maar drie dagen later zou opstaan.

Dit was onderwijs aan alleen de discipelen in Galilea.
Matteüs 17:22-23. Terwijl ze door Galilea trokken, zei Jezus tegen hen: ‘De Mensenzoon zal uitgeleverd worden aan de mensen. Die zullen hem doden, maar op de derde dag zal hij uit de dood worden opgewekt.’ Dit maakte hen zeer bedroefd.
Marcus 9:31. … want hij was bezig zijn leerlingen onderricht te geven. Hij zei tegen hen: ‘De Mensenzoon wordt uitgeleverd aan de mensen. Die zullen hem doden, maar na drie dagen zal hij uit de dood opstaan.’

Dit onderwijs gaf Jezus na de geschiedenis op de berg van de verheerlijking.
Matteüs 17:9. Toen ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.’
Marcus 9:9-10. Toen ze de berg afdaalden, zei hij tegen hen dat ze aan niemand mochten vertellen wat ze hadden gezien voordat de ​Mensenzoon​ uit de dood zou zijn ​opgestaan. Ze namen zijn woorden ter harte, maar vroegen zich onder elkaar wel af wat hij bedoelde met deze opstanding uit de dood.

Dit vertelde Jezus toen ze op weg waren naar Jeruzalem.
Matteüs 20:17-19. Onderweg naar Jeruzalem nam Jezus de twaalf leerlingen apart. Hij zei tegen hen: ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, die hem ter dood zullen veroordelen. Ze zullen hem uitleveren aan de heidenen, die de spot met hem zullen drijven en hem zullen geselen en kruisigen. Maar op de derde dag zal hij worden opgewekt uit de dood.’
Marcus 10:34. Ze zullen de spot met hem drijven en hem bespuwen en hem geselen en doden, maar na drie dagen zal hij opstaan.’
Lucas 18:33. En nadat hij is gegeseld, zal hij worden gedood, maar op de derde dag zal hij opstaan.’ [hier staat bij dat het bij Jericho was op weg naar Jeruzalem]

Dit zei Jezus toen hij op weg was naar Gethsemané.
Matteüs 26:32. Maar nadat ik uit de dood ben opgewekt, zal ik jullie voorgaan naar Galilea.

Deze twee teksten gaan erover dat men achteraf de aankondiging van Jezus herinnerde:
Matteüs 27:62-66. De volgende dag, dus na de voorbereidingsdag, gingen de hogepriesters en de farizeeën samen naar Pilatus. Ze zeiden tegen hem: ‘Heer, het schoot ons te binnen dat die bedrieger, toen hij nog leefde, gezegd heeft: “Na drie dagen zal ik uit de dood opstaan.” Geeft u alstublieft bevel om het graf tot de derde dag te bewaken, anders komen zijn leerlingen hem heimelijk weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: “Hij is opgestaan uit de dood,” en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de eerste.’ Pilatus antwoordde: ‘U kunt bewaking krijgen. Ga nu en regel het zo goed als u kunt.’ Ze gingen erheen en beveiligden het graf door het te verzegelen en er bewakers voor te zetten.

Johannes 2:22. Na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn leerlingen zich dat hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat Jezus gezegd had.

Dit is nog een heel verborgen aankondiging van de opstanding van Jezus. Het vindt plaats tijdens de discussie over de rustdag.
Matteüs 12:11. Hij antwoordde: ‘Stel dat u maar één schaap hebt en dat valt op sabbat in een kuil, wie van u zou het niet vastgrijpen en het er weer uit halen? [hier staat dus het Griekse woord voor opstanding]

Jezus, die opstaat uit de dood

Alle vier de evangeliën verhalen van de opstanding uit de dood van Jezus. Uit het boek Matteüs een volledig citaat.

Matteüs 28:1-7. Na de ​sabbat, toen de ochtend van de eerste dag van de ​week​ gloorde, kwam ​Maria​ uit Magdala​ met de andere ​Maria​ naar het ​graf​ kijken. Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een ​engel​ van de ​Heer​ daalde af uit de hemel, liep naar het ​graf, rolde de steen weg en ging erop zitten. Hij lichtte als een bliksem en zijn ​kleding​ was wit als sneeuw. De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer. De ​engel​ richtte zich tot de vrouwen en zei: ‘Wees niet bang, ik weet dat jullie ​Jezus, de gekruisigde, zoeken. Hij is niet hier, hij is immers ​opgestaan, zoals hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar hij gelegen heeft. En ga nu snel naar zijn ​leerlingen​ en zeg hun: “Hij is ​opgestaan​ uit de dood, en dit moeten jullie weten: hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien.” Dat is wat ik jullie te zeggen had.’

Matteüs 28:8-10. Ontzet en opgetogen verlieten ze haastig het ​graf​ om het aan zijn ​leerlingen​ te gaan vertellen. Op dat moment kwam ​Jezus​ hun tegemoet en groette hen. Ze liepen op hem toe, grepen zijn voeten vast en bewezen hem eer. Daarop zei ​Jezus: ‘Wees niet bang. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan, daar zullen ze mij zien.’

Matteüs 28:11-15. Terwijl de vrouwen onderweg waren, gingen enkele van de bewakers naar de stad. Daar vertelden ze de hogepriesters alles wat er gebeurd was. Die vergaderden met de oudsten en besloten de ​soldaten​ een flinke som ​geld​ te geven en hun op te dragen: ‘Zeg maar: “Zijn ​leerlingen​ zijn ’s nachts gekomen en hebben hem heimelijk weggehaald terwijl wij sliepen.” En mocht dit de ​prefect​ ter ore komen, dan zullen wij hem wel bepraten en ervoor zorgen dat jullie buiten schot blijven.’ Ze namen het ​geld​ aan en deden zoals hun was opgedragen. En tot op de dag van vandaag doet dit verhaal onder de ​Joden​ de ronde.

Marcus 16:5-7. Toen ze het ​graf​ binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk. Maar hij zei tegen hen: ‘Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit ​Nazaret​ die gekruisigd is. Hij is ​opgewekt​ uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. Ga terug en zeg tegen zijn ​leerlingen​ en tegen ​Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.”’

De NBV en de HSV maken gebruik van verschillende versies van de Griekse grondteksten. In de

Marcus 16:9. Toen ​hij vroeg op​ de eerste dag van de ​week​ uit de dood was ​opgestaan, verscheen hij eerst aan ​Maria uit Magdala, bij wie hij zeven demonen had uitgedreven. 

Lucas 24:1-7. Maar op de eerste dag van de ​week​ gingen ze bij het ochtendgloren naar het ​graf​ met de ​geurige olie​ die ze bereid hadden. Bij het ​graf​ aangekomen, zagen ze echter dat de steen voor het ​graf​ was weggerold, en toen ze naar binnen gingen, vonden ze het lichaam van de ​Heer​ Jezus niet. Hierdoor raakten ze helemaal van streek. Plotseling stonden er twee mannen in stralende gewaden bij hen. Ze werden door schrik bevangen en sloegen de handen voor hun ogen. De mannen zeiden tegen hen: ‘Waarom zoekt u de levende onder de doden? Hij is niet hier, hij is uit de dood ​opgewekt. Herinner u wat hij u gezegd heeft toen hij nog in Galilea was: de ​Mensenzoon​ moest worden uitgeleverd aan zondaars en moest gekruisigd worden en op de derde dag opstaan.’ Toen herinnerden ze zich zijn woorden.

Bij het evangelie van Johannes gaat het in hoofdstuk 20:1-18 over de opstanding van Jezus en vlak er na. Hier enkele teksten uit dit gedeelte:
Johannes 20:1. Vroeg op de eerste dag van de ​week, toen het nog donker was, kwam ​Maria uit Magdala​ bij het ​graf. Ze zag dat de steen van de opening van het ​graf​ was weggehaald. 
Johannes 20:8-9. Toen ging ook de andere ​leerling, die het eerst bij het ​graf​ gekomen was, het ​graf​ in. Hij zag het en geloofde. Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. <<in welke Schrifttekst zou dit te vinden zijn? Misschien in een Joods geschrift?>>

Als Jezus na zijn opstanding verschijnt aan zijn leerlingen, dan legt Jezus
Lucas 24:44-46. Hij zei tegen hen: ‘Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van ​Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.’ Daarop maakte hij hun verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften. Hij zei tegen hen: ‘Er staat geschreven dat de ​messias​ zal lijden en sterven, maar dat hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, <<waar zou dat staan? In het laatste hoofdstuk, de nabeschouwing, doe ik een poging tot een antwoord>>

Vanaf deze gebeurtenis blijft de opstanding van Jezus een belangrijk onderwerp van gesprek. Dat blijkt wel uit teksten van het boek Handelingen. Zie hieronder.

Uit de toespraak van Petrus op de Pinksterdag twee delen uit de Schrift.
Handelingen 2:22-24. Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: ​Jezus​ uit ​Nazaret​ is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht. Deze ​Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten ​kruisigen​ en doden. God heeft hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over hem niet behouden. [het woord leven is door de vertaler toegevoegd]

Handelingen 2: 29-33. Broeders en zusters, u zult mij wel toestaan dat ik over de aartsvader ​David​ zeg dat hij gestorven en ​begraven​ is; zijn ​graf​ bevindt zich immers nog steeds hier. Maar omdat hij een ​profeet​ was en wist dat God hem onder ede beloofd had dat een van zijn nakomelingen zijn troon zou bestijgen, heeft hij de opstanding van de ​messias voorzien en gezegd dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan. Jezus​ is door God tot leven gewekt, daarvan getuigen wij allen. Hij is door God verheven, zit aan zijn rechterhand, en heeft van de Vader de ​heilige​ Geest, die ons beloofd is, ontvangen. [het woord leven is door de vertaler toegevoegd]

Uit het onderwijs van Petrus bij Cornelius.
Handelingen 10:39-41. Wij zijn de getuigen van alles wat hij gedaan heeft, in het land van de ​Joden​ en ook in ​Jeruzalem. Zeker, ze hebben hem gedood door hem aan een kruishout te hangen, maar God heeft hem op de derde dag weer tot leven gewekt en hem aan de mensen laten verschijnen, niet aan het hele volk, maar aan enkele getuigen die daartoe door God waren aangewezen, aan ons namelijk, die samen met hem gegeten en gedronken hebben nadat hij uit de dood was ​opgestaan.

Uit het onderwijs van Paulus over Jezus.
Handelingen 13:28-34. Ofschoon ze geen enkele grond voor een doodvonnis konden vinden, drongen ze er bij ​Pilatus​ op aan hem terecht te stellen. Toen ze alles ten uitvoer hadden gebracht wat er over hem geschreven staat, haalden ze hem van het kruishout en legden hem in een ​graf. Maar God heeft hem opgewekt uit de dood; gedurende ettelijke dagen is hij verschenen aan degenen die met hem van Galilea naar ​Jeruzalem​ waren getrokken en die nu onder het volk van hem getuigen. Wij verkondigen u het goede nieuws dat God zijn belofte aan onze voorouders in vervulling heeft doen gaan ten behoeve van hun ​kinderen​ – ten behoeve van ons – doordat hij ​Jezus​ tot leven heeft gewekt. Daarover staat in de tweede psalm geschreven: “Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt.” Dat hij ​Jezus​ uit de dood heeft doen opstaan en hem niet weer aan de ontbinding zal prijsgeven, heeft hij aangekondigd met deze woorden: “Ik zal jullie schenken wat ik ​David​ plechtig beloofd heb.” [de eerste is het werkwoord egerein]

Het onderwijs van Paulus samengevat ging over de opstanding.
Handelingen 17:1-3. Via Amfipolis en Apollonia reisden ze naar ​Tessalonica, waar de ​Joden​ een ​synagoge​ hadden. Zoals gewoonlijk ging ​Paulus​ naar hen toe, en drie sabbatdagen achtereen debatteerde hij met hen. Aan de hand van teksten uit de Schrift toonde hij aan dat de ​messias​ moest lijden en sterven en daarna uit de dood moest opstaan. ‘Deze ​messias,’ zo zei hij, ‘is ​Jezus, die ik u nu verkondig.

Opstanding direct na de dood?

Jezus stond drie dagen na zijn dood op. Er zijn teksten, die er op duiden, dat er ook voor zijn volgelingen een eerdere opstanding is, dan die op de laatste dag. Misschien is dat wel wat wij noemen als ‘naar de hemel gaan’. Een uitdrukking, die ik nog niet in de Bijbel gevonden heb.

Matteüs 27:50-53. Nog eens schreeuwde Jezus het uit, toen gaf hij de geest. Op dat moment scheurde in de ​tempel​ het voorhangsel van boven tot onder in tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten. De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven ​heiligen​ werden tot leven gewekt; na Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en maakten zich bekend aan een groot aantal mensen. [na het woord voor opwekken, hier het woord gebruikt dat eenmalig voorkomt]

1 Korintiërs 6:14. God heeft de ​Heer​ opgewekt, en door zijn macht zal hij ook ons opwekken.

Jezus kreeg een verheerlijkt lichaam. Daarom is het wel bijzonder dat ook hier van een verheerlijkt lichaam wordt gesproken.
1 Korintiërs 6:19-20. Of weet gij niet, dat uw lichaam een ​tempel​ is van de ​Heilige​ Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt? Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam. [NBG]

In de eerste brief aan de Korintiërs ruimt Paulus een behoorlijk groot deel in voor de opstanding uit de dood.

1 Korintiërs 15-35-44. Nu zou iemand kunnen vragen: ‘Maar hoe worden de doden opgewekt? Hoe zou hun lichaam eruit moeten zien?’ Dwaas die u bent! Als u iets ​zaait, moet dat eerst sterven voordat het tot leven kan komen. En wat u ​zaait​ heeft nog niet de vorm die het later krijgt; het is nog maar een naakte korrel, een graankorrel misschien of iets anders. God geeft daaraan de vorm die hij heeft vastgesteld, en hij geeft elke zaadkorrel zijn eigen vorm. Elk aards lichaam is anders; het lichaam van een mens is enig in zijn soort, dat van een dier eveneens, dat van een vogel ook, en ook dat van een ​vis. Er zijn lichamen aan de hemel en lichamen op aarde, maar de schittering van een hemellichaam is anders dan die van een aards lichaam. De zon heeft een andere schittering dan de maan, de maan weer een andere dan de sterren, en de sterren onderling verschillen ook in schittering. Zo zal het ook zijn wanneer de doden opstaan. Wat in vergankelijke vorm wordt ​gezaaid, wordt in onvergankelijke vorm opgewekt, wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt ​gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt. Er wordt een aards lichaam ​gezaaid, maar een geestelijk lichaam opgewekt. Wanneer er een aards lichaam is, is er ook een geestelijk lichaam.

Paulus maakt twee opmerkingen in de brieven over zijn eigen leven m.b.t. de opstanding uit de dood. De eerste tekst spreek over de grote dag, dat zal wel aan het eind zijn. De twee tekst geeft de indruk dat Paulus direct na zijn dood bij Jezus is.

2 Timoteüs 4:6-8. Mijn bloed wordt al als een offer uitgegoten, het moment waarop ik heenga nadert. Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden. Nu wacht mij de krans van de ​gerechtigheid​ die de ​Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien.

Filippenzen 1:20-26. Het is mijn stellige hoop en verwachting dat ik mij nergens voor zal hoeven te schamen, maar dat ​Christus​ bij alles wat mij overkomt in alle openheid geëerd zal worden, of ik nu in leven blijf of moet sterven. Want voor mij is leven ​Christus​ en sterven winst. Als ik blijf leven, kan ik vruchtbaar werk doen, maar toch weet ik niet wat ik moet kiezen. Ik word naar twee kanten getrokken: enerzijds verlang ik ernaar te sterven en bij ​Christus​ te zijn, want dat is het allerbeste; anderzijds is het omwille van u beter dat ik blijf leven. Omdat ik hiervan overtuigd ben, weet ik dat ik inderdaad voor u behouden zal blijven, zodat uw geloof groter en vreugdevoller wordt. Wanneer ik bij u terugkeer, hebt u des te meer reden om u op ​Christus​ ​Jezus​ te laten voorstaan.

Opstanding op de dag van het oordeel

Op de laatste dag zullen de mensen opstaan, weer opstaan? En dan zal de beoordeling plaatsvinden. Hier teksten dat dit zal gebeuren en hoe dit zal gebeuren.

Matteüs 12:41-42. Op de dag van het oordeel zullen de Ninevieten samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen; want zij hadden zich bekeerd na de prediking van Jona, en hier ziet u iemand die meer is dan Jona! Op de dag van het oordeel zal de koningin van het Zuiden samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen; want zij was van het uiteinde van de aarde gekomen om te luisteren naar de wijsheid van Salomo, en hier ziet u iemand die meer is dan Salomo! [zelfde tekst in Lucas 11:31-32]

Lucas 14:14. Dan zult u gelukkig zijn, zij kunnen voor u dan wel niets terugdoen, maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.

Johannes 5:28-29. Verwonder u daar niet over, want de tijd komt waarin allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen, en zij zullen eruitgaan: zij die het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, maar zij die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding ter verdoemenis (G2920). [HSV]

Het woord dat hier met verdoemenis is vertaald, is beter met oordeel te vertalen. Het gaat om het woord met Strong G2920. Zie verder de studie dag van het oordeel.

Johannes 6:39-40. Dit is de wil van hem die mij gezonden heeft: dat ik niemand van wie hij mij gegeven heeft verloren laat gaan, maar dat ik hen allen laat opstaan op de laatste dag. Dit wil mijn Vader: dat iedereen die de Zoon ziet en in hem gelooft, eeuwig leven heeft, en dat ik hen op de laatste dag uit de dood zal opwekken.’

Johannes 6:41-44. De ​Joden​ begonnen te protesteren omdat hij zei dat hij het brood was dat uit de hemel was neergedaald. ‘Dat is toch ​Jezus, de zoon van ​Jozef? We weten toch wie zijn vader en moeder zijn? Hoe kan hij dan zeggen dat hij uit de hemel is neergedaald?’ Jezus​ zei: ‘Ik hoor u bezwaren maken. Toch kan niemand bij mij komen, tenzij de Vader die mij gezonden heeft hem bij me brengt, en ik zal hem op de laatste dag tot leven wekken. [het woord leven is door de vertaler toegevoegd]

Johannes 6:52-55. Nu begonnen de ​Joden​ heftig met elkaar te discussiëren: ‘Hoe kan die man ons zijn lichaam te eten geven!’ Daarop zei ​Jezus: ‘Waarachtig, ik verzeker u: als u het lichaam van de ​Mensenzoon​ niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken. Mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank. [het woord dood heeft de vertaler toegevoegd]

Zie over dat oordelen de studie Dag van het Oordeel.

Opwekkingen in de nieuwe tijd

We kunnen in de evangeliën drie keer lezen van mensen, die waren gestorven en weer terugkwamen in het leven op aarde. De eerste is de dochter van Jaïrus. De tweede de opwekking van een jongeman uit Naïn.

Het begint met opstaan vanuit een ziekte bij de schoonmoeder van Petrus.
Matteüs 8:14-15. Toen Jezus het huis van Petrus was binnengegaan, zag hij diens schoonmoeder met koorts in bed liggen. Hij raakte haar hand aan en de koorts verdween. Ze stond op en begon voor hem te zorgen.

Matteüs 9:1-8. Hij stapte weer in de boot en stak over, terug naar zijn eigen stad. Daar probeerden een paar mensen een verlamde bij hem te brengen die op een draagbed lag. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Wees gerust, uw zonden worden u vergeven.’ Daarop zeiden enkele schriftgeleerden bij zichzelf: Wat een godslasterlijke taal! Jezus doorzag hun gedachten en zei: ‘Waarom hebt u zulke boosaardige gedachten? Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op en loop”? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: ‘Sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ En hij stond op en ging naar huis. Bij het zien hiervan werden de mensen van ontzag vervuld en ze loofden God, om de macht die hij aan mensen heeft verleend.

Lucas 8:52-56. Alle aanwezigen waren aan het weeklagen en sloegen zich van verdriet op de borst. Hij zei: ‘Houd op met klagen, want ze is niet gestorven maar slaapt.’ Ze lachten hem uit, omdat ze wisten dat ze gestorven was. Hij nam haar hand vast en zei met luide stem: ‘Meisje, sta op!’ Haar levensadem keerde terug en ze stond meteen op. Hij gaf opdracht haar iets te eten te geven. Haar ouders waren verbijsterd; hij gebood hun tegen niemand te zeggen wat er was gebeurd. [zie ook Matteüs 9:25 en Marcus 5:42 geven dezelfde geschiedenis weer. Het Griekse woord dat hier is gebruikt is van de égeiro en niet van de anastasis familie. Daar is wel uit te zien dat beide woorden als synoniemen worden gebruikt.

Lukas 7:11-15. En het gebeurde op de volgende dag dat Hij naar een stad ging die Naïn heette, en veel van Zijn discipelen en een grote menigte gingen met Hem mee. Toen Hij nu de ​poort​ van de stad naderde, ziedaar, er werd een dode uitgedragen. Hij was de enige zoon van zijn moeder, en zij was ​weduwe, en een grote menigte uit de stad was bij haar. En toen de Heere haar zag, was Hij innerlijk met ontferming bewogen over haar, en zei Hij tegen haar: Huil niet. En Hij ging naar de baar toe en raakte die aan (de dragers nu stonden stil) en Hij zei: Jongeman, Ik zeg u, sta op! En de dode ging overeind zitten en begon te spreken. En Hij gaf hem aan zijn moeder.

Ook door Petrus wordt iemand uit de dood opgewekt.
Handelingen 9-40-41. Petrus​ stuurde iedereen weg, waarna hij knielde om te ​bidden. Na het ​gebed​ draaide hij zich om naar het lichaam en zei: ‘Tabita, sta op!’ Ze opende haar ogen, en toen ze ​Petrus​ zag ging ze rechtop zitten. Hij nam haar bij de hand en hielp haar overeind, en toen hij de ​heiligen​ en de ​weduwen​ weer binnengeroepen had, liet hij hun zien dat ze weer leefde .

En dan zijn er geruchten over opwekkingen uit de dood of dat reeds lang gestorven personen weer waren opgestaan uit de dood.

Uit de toespraak van Petrus na de genezing van de bedelaar.
Handelingen 3:22-26. Mozes​ heeft al gezegd: “De ​Heer, uw God, zal in uw midden een ​profeet​ zoals ik laten opstaan; luister naar hem en naar alles wat hij u zal zeggen. Wie niet naar deze ​profeet​ luistert, zal uit het volk gestoten worden.” Samuel​ en alle profeten na hem hebben deze tijd aangekondigd. U bent de erfgenamen van de profeten; met uw voorouders heeft God zijn ​verbond​ gesloten toen hij tegen ​Abraham​ zei: “In jouw nageslacht zullen alle volken op aarde gezegend worden.” God heeft zijn dienaar allereerst voor u laten opstaan en hem naar u gezonden om ieder van u die zich afkeert van zijn slechte daden te ​zegenen.’

En hier een algemeen feit. Dit werd genoemd in het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus.
Lucas 16:31. Maar Abraham zei: “Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.”’

Er zijn mensen, die bij een opwekking uit de doden gesterkt worden in hun geloof of die in Jezus gaan geloven. Maar er zijn er ook die juist er boos van worden. Het was mede een aanleiding van de leiders in Israël om Jezus te willen doden.

Opstaan in de zin van voortouw nemen

Het opstaan kan ook betekenen, dat iemand met een speciale zalving het voortouw neemt. Dat is bij deze tekst het geval en bij nog twee stukken tekst hieronder.
Lucas 2:34. Simeon zegende hen en zei tegen Maria, zijn moeder: ‘Weet wel dat velen in Israël door hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt.

Die gedachte komt ook hier nog terug:
Handelingen 7:37. Mozes​ was het die tegen de Israëlieten zei: “God zal in uw midden een ​profeet​ zoals ik laten opstaan.”

Geruchten, voorbeelden

Matteüs 3:9. … en denk niet dat je bij jezelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken!

Matteüs 14:1-2. In die tijd hoorde ook Herodes, de tetrarch, over Jezus vertellen, en hij zei tegen zijn hovelingen: ‘Dat moet Johannes de Doper zijn; hij is opgestaan uit de dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke krachten.’

Lucas 9:7-9. Herodes, de ​tetrarch, hoorde wat er allemaal gebeurde en raakte in grote verwarring omdat sommigen zeiden dat Johannes uit de dood was opgestaan, terwijl anderen beweerden dat ​Elia​ was verschenen, en weer anderen dat een van de oude profeten was opgestaan. Herodes​ zei: ‘Johannes heb ik laten onthoofden; wie is dan degene over wie ik dergelijke dingen hoor?’ Hij zocht naar een gelegenheid om hem te ontmoeten.

Lukas 9:18-19. Toen ​Jezus​ eens aan het ​bidden​ was en alleen de ​leerlingen​ bij hem waren, stelde hij hun de vraag: ‘Wie zeggen de mensen dat ik ben?’ Ze antwoordden: ‘Johannes de Doper, maar anderen zeggen ​Elia, en weer anderen beweren dat een van de oude profeten is opgestaan.’

Als opdracht

Matteüs 10:5-8. Deze twaalf zond Jezus uit, en hij gaf hun de volgende instructies: ‘Sla niet de weg naar de heidenen in en bezoek geen Samaritaanse stad. Ga liever op zoek naar de verloren schapen van het volk van Israël. Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.” Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!

Matteüs 11:2-5. Toen Johannes in de gevangenis over het optreden van de messias hoorde, stuurde hij enkele van zijn leerlingen naar hem toe met de vraag: ‘Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?’ Jezus antwoordde: ‘Zeg tegen Johannes wat jullie horen en zien: blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt

Opstanding in het Oude Testament

Opvallend is dat het woord opstanding in het Oude Testament niet voorkomt. Ik kom het woord alleen twee keer tegen in het deuterocanonieke boek 2 Makkabeeën. Zie hieronder.

2 Makkabeeën 7:14. Toen hij op het punt stond te bezwijken, zei hij: ‘De dood door mensenhanden wordt begerenswaardig door de hoop die God ons geeft: dat hij ons weer zal opwekken. Voor u echter zal er geen opstanding tot nieuw leven zijn.’

2 Makkabeeën 12:43. Hij hield een inzameling onder al zijn mannen en stuurde de opbrengst, ongeveer tweeduizend zilveren drachmen, naar Jeruzalem om een zoenoffer te laten brengen. Deze goede en nobele daad verrichtte hij met het oog op de opstanding.

Hoewel het woord ‘opstanding’ in de vertalingen van het Oude Testament niet voorkomt, komt het idee dat mensen voortleven na de dood wel voor. Zo zegt God in Exodus 3: ‘Ik ben de God van Abraham, Isaak en Jacob’.

  Woord Soort woord Strong Opmerkingen:
1. קוּם quwmWerkwoordH6965Opstaan
Komt 629 keer voor in 596 verzen
KJV: (stood, rise, etc…) up (240x), arise (211x), raise (47x), establish (27x), stand (27x), perform (25x), confirm (9x), again (5x), set (5x), stablish (3x), surely (3x), continue (3x), sure (2x), abide (1x), accomplish (1x), miscellaneous (19x).
H6968

Van de honderden keren dat dit gewone werkwoord voorkomt, komt het een enkele keer voor met de betekenis van doden, die opstaan of juist niet. Eerst de teksten, die er over gaan dat mensen niet opstaan.

Job 14:10-12. Maar (in tegenstelling tot een boom) een mens sterft en hij ligt terneer. Hij blaast zijn laatste adem uit – waar is hij dan? Water van de zee verdampt, beddingen van rivieren worden dor en droog. Een mens gaat liggen en staat niet meer op. Zolang de hemel zal bestaan, ontwaakt hij niet, hij wordt niet uit zijn slaap gewekt.

Psalm 88:11. Zou U wonderen doen aan de doden? Of zouden gestorvenen opstaan en U loven? Sela [HSV. NBV heeft schimmen in plaats van gestorvenen]

Hier een tekst over wel opstaan van de doden.
2 Koningen 13:20-21. Elisa​ stierf en werd ​begraven. Het was het seizoen waarin elk jaar weer ​Moabitische​ benden het land binnenvielen. Toen de plunderaars eraan kwamen, werd er juist iemand ​begraven. Snel wierpen ze de dode in ​Elisa’s ​graf. Zodra hij in het ​graf​ in aanraking kwam met het gebeente van ​Elisa, kwam de dode weer tot leven en stond hij op.

Hier eerst van de mensen zeggen: doden zullen niet herleven. Maar in vers 19, is er wel de belofte dat doden op zullen staan.
Jesaja 26:14-19. Doden zullen niet herleven, schimmen niet opstaan. U bent tegen hen opgetreden, hebt hen vernietigd, elke herinnering aan hen hebt u uitgewist. Uw volk hebt u groot gemaakt, HEER,en zo voor uzelf roem verworven. U hebt uw volk groot gemaakt en het land naar alle kanten uitgebreid. HEER, in onze nood hebben wij u gezocht; toen u ons tuchtigde, riepen wij u aan. Zoals een zwangere vrouw in barensnood ineenkrimpt en schreeuwt in haar weeën, zo verschenen wij voor u, o HEER. Wij waren zwanger en krompen ineen, maar al wat we baarden was lucht; wij brachten het land geen uitkomst, op aarde werd geen mens meer geboren. Jullie doden zullen herleven, de lijken opstaan. Ontwaak, jullie daar in het stof, en jubel! Uw dauw is een dauw die leven geeft, de aarde brengt haar schimmen weer tot leven.

Overig
Er zijn ook een zelfstandig naamwoorden, die bij dit werkwoord hoort. Het is een woord met Strong H6968, het woord komt eenmaal voor. Hier de tekst, waarin het woord voorkomt. Hier gaat het om een opstaan uit de slavernij.

Leviticus 26:13. Ik ben de HEER, jullie God, die jullie uit ​Egypte​ heeft geleid om je uit de slavernij te bevrijden. Ik heb het ​juk​ gebroken waaronder je gebukt ging, zodat je weer met opgeheven hoofd kunt rondlopen.

Door de profeet Ezechiël wordt ook een soort opstanding uit de dood beschreven in het hoofdstuk van de dorre doodsbeenderen.
Ezechiël 37:1-6. Ik werd opnieuw door de hand van de HEER gegrepen. Zijn geest voerde mij mee en hij zette mij neer in een dal vol beenderen. Ik moest er aan alle kanten omheen lopen, en zo zag ik dat er verspreid over het dal heel veel beenderen lagen, die helemaal waren uitgedroogd. De HEER vroeg mij: ‘Mensenkind, kunnen deze beenderen weer tot leven komen?’ Ik antwoordde: ‘HEER, mijn God, dat weet u alleen.’ Toen zei hij: ‘Profeteer, en zeg tegen deze beenderen: “Dorre beenderen, luister naar de woorden van de HEER! Dit zegt God, de HEER: Beenderen, ik ga jullie adem geven zodat jullie tot leven komen. Ik zal jullie pezen geven, vlees op jullie laten groeien en jullie met huid overtrekken. Ik zal jullie adem geven zodat jullie tot leven komen, en jullie zullen beseffen dat ik de HEER ben.”’

Ezechiël 37:12-14. Profeteer daarom en zeg tegen hen: “Dit zegt God, de HEER: Mijn volk, ik zal jullie graven openen, ik laat jullie uit je graven komen en ik zal jullie naar het land van Israël terugbrengen. Jullie zijn mijn volk, en jullie zullen beseffen dat ik de HEER ben als ik je graven open en jullie uit je graven laat komen. Ik zal jullie mijn adem geven zodat jullie weer tot leven komen, ik zal jullie terugbrengen naar je land, en jullie zullen beseffen dat ik de HEER ben. Wat ik gezegd heb, zal ik doen – ​zo ​spreekt de HEER.”’

Dit zijn de belangrijke woorden in deze gedeelten uit de Bijbel:
– ik laat jullie uit je graven komen
– ik zal jullie adem geven
– zodat jullie weer tot leven komen.

En dan nog een getuigenis in het Nieuwe Testament van de tijd van het Oude Testament. In de brief aan de Hebreeën.
Hebreeën 11:35-37. Vrouwen kregen hun doden terug doordat die uit de dood opstonden. Anderen werden gemarteld tot de dood erop volgde en wilden van geen vrijlating weten, omdat ze uitzagen naar een betere opstanding. Weer anderen kregen te maken met bespotting en ​geseling, zelfs met arrestatie en gevangenschap. Ze werden gestenigd of doormidden gezaagd, of stierven door een moordend ​zwaard. Ze zwierven rond in schapenvachten of geitenvellen, berooid, vernederd en mishandeld. 

Geloofsbelijdenissen van de kerk

De twee meest gebruikte geloofsbelijdenissen zijn de Apostolische geloofsbelijdenis en de geloofsbelijdenis, de RK kerk noemt het credo, van Nicea – Constantinopel.

In beide geloofsbelijdenissen zit een deel over de opstanding van Jezus en over de opstanding van onszelf.

Opvallend is dat de versie van de RK kerk net iets verschilt van die van de PKN kerk. Hieronder beide versies van beide geloofsbelijdenissen.

Apostolische geloofsbelijdenis, de RK versie:
Ik geloof in Jezus:
die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, die nedergedaald is ter helle, de derde dag verrezen uit de doden. Die opgestegen is ten hemel, zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader, vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden.

De PKN versie:
die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven, en begraven die is neergedaald in de hel, op de derde dag opgestaan van de doden, opgevaren naar de hemel en zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader, vanwaar Hij zal komen om te oordelen de levenden en de doden;

En wat we over onszelf geloven, de RK versie:
de verrijzenis van het lichaam; en het eeuwig leven.

De PKN versie:
de wederopstanding des vleses, en het eeuwige leven.

Uit het credo/de geloofsbelijdenis van Nicea – Constantinopel, de RK versie:
Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften.  Hij is opgevaren ten hemel: zit aan de rechterhand van de Vader. Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden en aan zijn rijk komt geen einde. 

De PKN versie:
Jezus, die … en op de derde dag is opgestaan naar de Schriften; is opgevaren naar de hemelen en zit aan de rechterhand van de Vader, en die zal wederkomen in heerlijkheid, om te oordelen levenden en doden; en zijn rijk zal geen einde hebben.

En wat we over onszelf geloven, de RK versie:
Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van het komend rijk. 

De PKN versie:
Wij verwachten de opstanding der doden en het leven in de wereld die komt.

De verschillen.
Bij de Apostolische geloofsbelijdenis:
– RK verrezen uit de doden. PKN opgestaan van de doden (verrezen uit de dood staat er in de Bijbel. Dat begrijp ik. Verrezen uit de doden, dat zal zijn dat Jezus is verrezen terwijl de anderen doden bleven? Opstanding van de doden staat er in de Bijbel. Opgestaan van de doden zal zijn dat Jezus is opgestaan terwijl anderen doden bleven?)
– RK de verrijzenis van het lichaam; PKN de wederopstanding des vleses (wat is hier opnieuw oftewel ‘weder’. Zoals we dat bij de geboorte hebben gedaan?)
– RK eeuwig leven PKN eeuwige leven (Eeuwig leven is een apart soort leven. Daar geloof ik in. Eeuwige leven is leven waar geen einde aankomt. Zegt niets verder over de kwaliteit van leven)

En bij Nicea:
– RK verrezen. PKN opgestaan.
– RK ik. PKN wij.
– RK leven van het komend rijk. PKN leven in de wereld die komt.

Samenvatting

Dit is geen eenvoudig onderwerp. De werkelijkheid is ingewikkeld, dus als je er meer van wil weten, dan is er veel om uit te leggen.

De opstanding van de doden lijkt in te houden dat we als engelen in de hemel verder leven. God is geen god van doden. De gestorven heiligen leven verder bij Hem.

Op deze wereld kunnen doden ook weer levend worden in hun huidige lichaam. In de tijd van Jezus werden de dochter van Jaïrus, de jongeling van Naïn en Lazarus de broer van Martha en Maria opgewekt. Zij gingen later ook weer sterven.

Jezus kreeg bij de opstanding een verheerlijkt lichaam. Zijn lichaam veranderde. Op de berg van de verheerlijking hadden naast Jezus ook Mozes en Elia een verheerlijkt lichaam.

Jezus werd na zijn opstanding uit de dood nog een aantal keer gezien. Er zijn ook getuigenissen van anderen, die na hun dood zijn gezien, zoals Franciscus van Assisi.

De evangelist Lukas meldt dat je waardig moet worden bevonden om deel te krijgen aan de komende wereld en aan de opstanding van de doden. Ze zijn dan voluit kinderen van God.

Marta, de zus van Lazarus, had het over de opstanding op de laatste dag. Op die laatste dag wordt je beoordeeld. Dat is denk ik met het oog op je plek in de komende wereld.

Volgelingen van Jezus kunnen wel invloed hebben op je eigen leven en sterven. De apostel Paulus schrijft dat hij niet weer wat hij moet kiezen.

Nabeschouwing

Je kunt een studie doen over de opwekkingen uit de dood van mensen, over de opstanding van Jezus en over de opstanding bij de wederkomst van Jezus. Maar hier is het één studie die deze verschillende kanten belicht en ook nog andere onderwerpen benoemd, die meestal onbelicht blijven. Zoals de opstanding direct na het overlijden. Die mensen, die uit de graven kwamen bij het sterven van Jezus, de geruchten over opgestane mensen op aarde, die reeds lang geleden gestorven waren.

In Jeruzalem in de Graftuin is een graf waar Jezus in gelegen zou kunnen hebben. Dit lijkt mij betrouwbaar. Het is dichtbij de heuvel, die de heuvel Golgotha zou kunnen zijn. Het was langs de weg naar Damascus. Men plaatste in die tijd de kruisen langs de weg. Het moest een afschrikwekkend voorbeeld zijn.

Dat het graf in de Heilige Grafkerk zou liggen in Jeruzalem lijkt mij niet betrouwbaar. De moeder van de Romeinse keizer Constantijn heeft deze plek aangewezen. Er heeft ook een tempel van een Romeinse god gestaan.

In Turijn (Torino) in Italië bewaard men een lijkwade. Het zou de lijkwade, het linnen zijn waar Jezus in was gewikkeld toen hij was gestorven. Het is indrukwekkend om te zien. Deze lijkt mij ook betrouwbaar. Bij zowel de graftuin als bij de lijkwade kwam ik onder de indruk van de nabijheid van Jezus.

Er zijn drie teksten waar staat dat Jezus zegt dat hij na drie dagen moest opstaan uit de doden volgens de Schriften. Waar staat dat in de Schriften? Het zou kunnen zijn dat het er verborgen in staat. Jona verbleef drie dagen en drie nachten in de vis. Jezus haalt dit feit aan in zijn onderwijs. Er zullen nog meer aanwijzingen zijn, die ik nog niet heb gevonden.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.