Studie Offeren

Offeren van dieren en offeren van de opbrengst van het land aan de goden werd lange tijd door alle volken gedaan. Nu alleen nog bij Aziatische, Afrikaanse en Zuid Amerikaanse volken en subculturen in de overige andere landen. Meestal is dit laatste niet algemeen bekend.

Er staat veel in de Bijbel over offers en offeren. Daarom is dit t.o.v. wat er in de Bijbel over staat een beknopte studie.

De studie gaat uit van de diverse Hebreeuwse woorden die zijn gebruikt. De geciteerde teksten komen uit de NBV21 vertaling. Het komt voor dat de NBV21 vertaling bij dit onderwerp woorden weglaat. Dan is de HSV vertaling geciteerd.

Studievragen

Bij dit onderwerp zijn de volgende vragen te stellen.

Wat was het doel van het offeren?

Waarom offeren Joden en christenen nu niet meer?

In het laatste hoofdstuk Lessen staan antwoorden op deze vragen.

Oude Testament

Er zijn elf verschillende zelfstandig naamwoorden te vinden in verband met offeren. Er zijn woorden die gaan over offers in het algemeen. Er zijn namen voor graanoffers en drankoffers. Er zijn namen voor dank en vrede offers. Om dank te tonen en vrede te tonen. Er zijn offers met de bedoeling om iets goed te maken: het zondeoffer en het overtredingsoffer. En er is ook een inwijdingsoffer.

Soorten offers

Karban, offer

Er zijn twee woorden die gaan over offers in het algemeen. Hier de gegevens van die twee woorden.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1קָרְבָּן qārbānZelfstandig
naamwoord
mannelijk
H7133Offer
Komt 82 keer voor in 78 verzen
KJV: offering (68x), oblation (12x), offered (1x), sacrifice (1x).
2קָרַב qāraḇWerkwoordH7126Geven, nabij komen
Komt 283 keer voor in 263 verzen
KJV: offer (95x), (come, draw, ..) near (58x), bring (58x), (come, draw, ..) nigh (18x), come (12x), approach (10x), at hand (4x), presented (2x), miscellaneous (13x).

Het woord korban komt in Leviticus 36x en in Numeri 36x voor, verder nog vier keer in Nehemia en Ezechiël. Het woord korban wordt ook genoemd in het Nieuwe Testament. <<>>

Hier de teksten met het woord karban uit het eerste hoofdstuk van het boek Leviticus.

Leviticus 1:1-3. De HEERE riep Mozes en sprak tot hem vanuit de tent van ontmoeting: Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen: Wanneer iemand van u de HEERE een offergave wil aanbieden, moet u uw offergave aanbieden van het vee, van de runderen en van het kleinvee. Als zijn offergave een brandoffer van runderen is, moet hij een mannetje zonder enig gebrek aanbieden. Hij moet dat bij de ingang van de tent van ontmoeting aanbieden om een welgevallen voor zich te vinden voor het aangezicht van de HEERE. [HSV]

Opmerking: in deze tekst komt drie keer het woord karban voor, zie onderstreping, het woord ‘olah is vertaalt met brandoffer.

Leviticus 1:10. Als nu zijn offergave een brandoffer uit het kleinvee is, van de schapen of de geiten, moet hij een mannetje zonder enig gebrek aanbieden. [HSV]

Opmerking: ook hier is olah vertaald met brandoffer.

Leviticus 1:14. Als nu zijn offergave voor de HEERE een brandoffer van vogels is, moet hij zijn offergave aanbieden van tortelduiven of van jonge duiven. [HSV]

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Een offer kan een ophefoffer (brandoffer) zijn en dat moet dan aan bepaalde eisen voldoen. Het moet van vee, runderen op kleinvee zijn. Bij runderen moet het een dier zijn onder gebrek. Bij kleinvee van schapen of geiten en zonder gebrek. Bij vogels van tortelduiven of jonge duiven.

Zebach, offer

Dit zijn de gegevens van het Hebreeuwse woord zebach dat met offer is te vertalen.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1זֶבַח
zebach
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H2077Offer
Komt 162 keer voor in 153 verzen
KJV: sacrifice (155x), offerings (6x), offer (1x)

Het woord sebach komt twee keer in het boek Genesis voor en negen keer in Exodus. Hier de twee teksten van het boek Genesis.

Zebach lijkt al een gebruik van heel oude tijden. Het woord karban komt voor vanaf dd wetgeving op Sinaï.

Hier brengt Jacob een offer bij het afscheid van de familie van Laban voor hij zal terugreizen naar het land Israël.
Genesis 31:53-55. Laten de God van Abraham en de god van Nahor, de god van hun vader, tussen ons oordelen. En Jakob legde een eed af bij de Gevreesde van zijn vader Izak. Jakob bracht vervolgens een offer op de berg en nodigde zijn familieleden uit de maaltijd te komen gebruiken; zij gebruikten de maaltijd en overnachtten op de berg. En Laban stond ’s morgens vroeg op, kuste zijn zonen en zijn dochters en zegende hen. Daarna ging Laban op weg en keerde terug naar zijn woonplaats. [HSV]

Opmerking: vers 53. God laten oordelen is bijzonder verstandig, dat moeten wij onderling niet doen. Vers 54 een offer en een maaltijd dat komt vaker voor.

Dit gaat over Jacob en zijn familie als hij naar Egypte gaat om Jozef te ontmoeten en de hongersnood te ontvluchten.
Genesis 46:1-4. Israël ging op weg; al zijn bezittingen nam hij mee. In Berseba gekomen, bracht hij offers aan de God van zijn vader Isaak. s Nachts richtte God zich in een visioen tot Israël. ‘Jakob! Jakob!’ riep Hij. ‘Ja, ik luister,’ antwoordde Jakob. God zei: ‘Ik ben God, de God van je vader. Wees niet bang om verder te reizen naar Egypte, want Ik zal daar een groot volk uit je doen voortkomen. Ikzelf zal met je meereizen naar Egypte, en Ik zal je daar ook weer vandaan brengen. En niemand anders dan Jozef zal jou de ogen sluiten.’

Wat kunnen we van deze teksten leren?
De twee keer dat Jacob een offer brengt zijn steeds op bijzondere momenten in zijn leven en is er ook een geestelijke zegening. Een vreugdevol afscheid Genesis 31 en een visioen met een belofte Genesis 46.

Nesek, plengoffer

Dit zijn de gegevens van het Hebreeuwse woord nesek dat met plengoffer is te vertalen..

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1נֶסֶךְ
necek
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H5262Drankoffer
Komt 64 keer voor in 62 verzen.
KJV: offering (59x), image (4x), cover withal (1x).
2נָסַךְ nāsaḵWerkwoordH5258Plengen, uitgieten
Komt 25 keer voor in 24 verzen
KJV: pour out (12x), pour (4x), cover (3x), offer (2x), melteth (1x), molten (1x), set (1x), set up (1x).

Het woord necek komt 40x voor in de torah, waarvan 33x in het boek Numeri. De NBV vertaalt met wijnoffer 24 x en de NBG met plengoffer 29x (daarnaast 2 Tim 4:6). De HSV en SV vertalen met drankoffer 31x.  

Het woord komt eenmaal voor in het boek Genesis.
Genesis 35:14. Daar, op die plaats, zette Jakob een steen rechtop, en hij wijdde hem door er een wijnoffer op te brengen en er olie over uit te gieten. Hij noemde die plaats, waar God met hem had gesproken, Betel.

Het woord komt driemaal voor in het boek Exodus.
Exodus 29:38-43. Dit nu is het wat u op het altaar moet bereiden: elke dag twee lammeren van een jaar oud, en dat voortdurend. Het ene lam moet u in de morgen bereiden en het andere lam moet u tegen het vallen van de avond bereiden, met een tiende efa meelbloem, gemengd met een kwart hin uit olijven gestoten olie, en een plengoffer van een kwart hin wijn, voor het ene lam. 41En het andere lam moet u bereiden tegen het vallen van de avond. U moet daarmee doen als met het ochtendgraanoffer en het bijbehorende plengoffer, als een aangename geur. Het is een vuuroffer voor de HEERE. Het moet een voortdurend brandoffer zijn, al uw generaties door, bij de ingang van de tent van ontmoeting, voor het aangezicht van de HEERE. Daar zal Ik u ontmoeten om daar met u te spreken. Daar zal Ik dan de Israëlieten ontmoeten, en zij zullen door Mijn heerlijkheid geheiligd worden.

Opmerking: naast het plengoffer worden in deze tekst ook andere namen genoemd. Het ochtendgraanoffer, vers 41, in het Hebreeuws minchah graanoffer Strong H4503 in de ochtend, zie hieronder. Het vuuroffer, vers 41, Strong H801, zie <<>>. Het brandoffer, vers 42, in het Hebreeuws ‘olah hefoffer Strong H5930, zie hieronder.

Het gaat hier over het reukwerkaltaar.
Exodus 30:9. U mag daarop geen ander reukwerk in rook op laten gaan, geen brandoffer of graanoffer. En u mag daarop geen plengoffer uitgieten. [HSV]

‘Olah, hefoffer

Er is een soort offer waar in het Hebreeuwse woord de betekenis van omhoogheffen zit. Omdat er vuur bij te pas komt is dat in vertalingen dikwijls brandoffer genoemd.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1עֹלָה
`olah
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H5930Brandoffer, hefoffer.
Komt 289 keer in 262 verzen voor
KJV: burnt offering (264x), burnt sacrifice (21x), ascent (1x), go up (1x).
2עָלָה ʿālâWerkwoordH5927Omhoog gaan
Komt 894 keer voor in 817 verzen.
KJV: (come, etc…) up (676x), offer (67x), come (22x), bring (18x), ascend (15x), go (12x), chew (9x), offering (8x), light (6x), increase (4x), burn (3x), depart (3x), put (3x), spring (2x), raised (2x), arose (2x), break (2x), exalted (2x), miscellaneous (33x).

De wortel van het woord ólah is het werkwoord ala ‘dat omhoog heffen betekent. De Naardense Bijbel vertaalt dit woord met ‘opgangsgave’. Andere vertalingen met  brandoffer.

Het woord komt 289 keer voor in 262 verzen. In Genesis 7x . Het begin van het woord holocaust verwijst er naar. Dit woord heeft een relatie met het woord voor hefoffer.

Genesis 8:20-21. En Noach bouwde een altaar voor de HEERE; en hij nam van al het reine vee en van alle reine vogels, en bracht brandoffers op dat altaar. En de HEERE rook die aangename geur, en de HEERE zei in Zijn hart: Ik zal de aardbodem voortaan niet meer vervloeken vanwege de mens; de gedachtespinsels van het hart van de mens zijn immers slecht, van zijn jeugd af; en Ik zal voortaan niet al het levende meer doden, zoals Ik gedaan heb. [HSV]

Opmerking: het gaat hier om offers van ‘al het reine vee en alle reine vogels’.

Genesis hoofdstuk 22 gaat over de dramatische geschiedenis van Abraham, die van God de opdracht krijgt om zijn zoon te offeren.

Genesis 22:1-3. En het gebeurde na deze dingen dat God Abraham op de proef stelde. Hij zei tegen hem: Abraham! Hij zei: Zie, hier ben ik. Hij zei: Neem toch uw zoon, uw enige, die u liefhebt, Izak, ga naar het land Moria, en offer hem daar als brandoffer op een van de bergen die Ik u noemen zal. Toen stond Abraham ’s morgens vroeg op, zadelde zijn ezel, nam twee van zijn knechten met zich mee, en Izak, zijn zoon. Hij kloofde hout voor het brandoffer, stond op en ging naar de plaats die God hem genoemd had. [HSV]

Genesis 22:6-8. Daarop nam Abraham het hout voor het brandoffer en legde dat op zijn zoon Izak. Hijzelf nam het vuur en het mes in zijn hand. Zo gingen zij beiden samen. Toen sprak Izak tot zijn vader Abraham en zei: Mijn vader! Hij zei: Zie, hier ben ik, mijn zoon. Hij zei: Zie, hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam voor het brandoffer? Abraham zei: God zal Zichzelf voorzien van het lam voor het brandoffer, mijn zoon. Zo gingen zij beiden samen. [HSV]

Genesis 22:13. Toen sloeg Abraham zijn ogen op en keek om, en zie, achter hem zat een ram met zijn hoorns verstrikt in het struikgewas. Abraham ging erheen, nam die ram en offerde hem als brandoffer in de plaats van zijn zoon. [HSV]

Overwegingen
In het Hebreeuwse werkwoord zit de betekenis van omhoog doen, omhoog gaan. Dat geeft de beweging aan. De Nederlandse vertaling geeft aan dat er vuur werd gebruikt. Het is wel jammer dat het omhoogheffen niet meer in beeld is als je het woord brandoffer gebruikt.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Het geven van een mens is aangenaam voor God.

Het bijna offer van Isaak door Abraham is een beeld van het offer van Jezus door God de Vader. Ook dat ram dat in de plaats van werd geofferd is een beeld van het offer van Jezus, die in plaats van de mens werd geofferd.

Minchah, graanoffer

Dit zijn de gegevens van het Hebreeuwse woord minchah dat met graanoffer is te vertalen.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1מִנְחָה  minchahZelfstandig naamwoordH4503Offer.
Komt 211 keer voor in 194 verzen
KJV: offering (164x), present (28x), gift (7x), oblation (6x), sacrifice (5x), meat (1x).

Het woord komt van een wortel dat gift, gave, bijdrage, donatie betekent.

NBV: graanoffer 33x. SV spijsoffer 144x.

Het woord komt al in Genesis 4 voor. Kain, de zoon van Adam en Eva bracht van de vruchten van het land een minchah. Zijn broer Abel van de eerstelingen van zijn kudde. Dit geeft al aan dat een minchah zowel van de opbrengst van het land als van dieren kan zijn.

Genesis 4:2-5. Abel werd herder van kleinvee en Kaïn werd bewerker van de aardbodem. En het gebeurde na verloop van dagen dat Kaïn van de opbrengst van de aardbodem aan de HEERE een offer bracht. Ook Abel bracht een offer, van de eerstgeborenen van zijn kleinvee en van hun vet. De HEERE nu sloeg acht op Abel en op zijn offer, maar op Kaïn en op zijn offer sloeg Hij geen acht. Toen ontstak Kaïn in grote woede en liet hij zijn hoofd zakken. [HSV]

Opmerking: het offer van Abel was niet van graan maar van zijn kleinvee.

Genesis 32:13-21. Hij overnachtte daar die nacht; en hij nam een deel van wat in zijn bezit gekomen was als geschenk voor zijn broer Ezau: tweehonderd geiten en twintig bokken, tweehonderd ooien en twintig rammen, dertig zogende kamelen met hun veulens, veertig koeien en tien stieren, twintig ezelinnen en tien ezels. Vervolgens gaf hij ze in de hand van zijn dienaren, elke kudde apart; en hij zei tegen zijn dienaren: Steek de beek over, voor mij uit, en houd afstand tussen de kudden. En hij gebood de eerste: Als mijn broer Ezau u tegenkomt en u vraagt: Van wie bent u? En waar gaat u heen? En van wie is deze kudde die u voor u uit drijft? dan moet u zeggen: Dat is een geschenk van uw dienaar Jakob, gestuurd aan mijn heer Ezau; zie, hijzelf komt ook achter ons aan! En hij gebood ook de tweede, de derde en allen die achter de kudden liepen: U moet op dezelfde manier tot Ezau spreken zodra u hem aantreft. En u moet ook zeggen: Zie, uw dienaar Jakob komt achter ons aan! Want hij zei: Ik zal hem gunstig stemmen met dit geschenk, dat vóór mij uit gaat; daarna zal ik hem onder ogen komen. Misschien zal hij mij ter wille zijn. Zo stak het geschenk de beek over, voor hem uit; hijzelf echter overnachtte die nacht in het kamp. [HSV]

Genesis 33:10. Nee,’ zei Jakob, ‘als je mij goedgezind bent, neem dat geschenk dan alsjeblieft van mij aan, want oog in oog staan met jou is niets anders dan oog in oog staan met God, en toch ontvang je mij welwillend. 

Ook in Genesis 43:11, 15, 25-26 gaat het om geschenken.

Het gaat hier om de dagelijkse offeranden.
Exodus 29:41-42. Bij het andere dier, dat je tegen het vallen van de avond offert, moeten eenzelfde graanoffer en eenzelfde wijnoffer als ’s morgens gebracht worden. Het is een geurige gave die de HEER behaagt, een brandoffer dat jullie en alle komende generaties dagelijks aan de HEER moeten brengen bij de ingang van de ontmoetingstent. 

Opmerking: eenzelfde graanoffer staat er, maar het woord komt hier voor het eerst in het boek Exodus voor.

Exodus 30:9. Jullie mogen op dit altaar alleen het voorgeschreven reukwerk offeren en er geen brandoffers, graanoffers of wijnoffers op brengen.

Exodus 40:28-29. Hij hing het gordijn voor de ingang van de tabernakel, zette het brandofferaltaar bij de ingang van de tabernakel, de ontmoetingstent, en bracht daarop het brandoffer en het graanoffer, zoals de HEER hem had opgedragen.

Overwegingen:
Een minchah wordt met graanoffer vertaald, maar kan ook een offer van dieren zijn.

Shelem, vredeoffer

Dit zijn de gegevens van het woord shelem.

WoordSoort woordStrongOpmerking:
1שֶׁלֶם shelemZelfstandig naamwoord
mannelijk
H8002Vrede offer
Komt 87 keer voor in 84 verzen
KJV: peace offerings (81x), peace (6x)

Het woord shelem vertaalt NBV met vredeoffer 54x en vertaal de NBG met vredeoffer 45x ,en de vertaling van SV/HSV met dankoffer 55x 

Todah, dankoffer

Dit zijn de gegevens van het woord todah.

WoordSoort woordStrongOpmerking:
1תּוֹדָה towdahZelfstandig naamwoord
vrouwelijk
H8426Dankoffer
Komt 32 keer in 30 verzen voor
KJV: thanksgiving (18x), praise (6x), thanks (3x), thank offerings (3x), confession (2x).

Het woord todah komt vier keer in de Torah voor, alle vier keer in Leviticus in verband met offeren. In andere verzen wordt met woorden vertaald en gedankt en geprezen.

Chatta’ath, zondeoffer

Dit zijn de gegevens van het woord chatta’ath.

WoordSoort woordStrongOpmerking:
1חַטָּאָת
chatta’ath
Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
H2403Zondeoffer
Komt 296 keer voor in 272 verzen
KJV: sin (182x), sin offering (116x), punishment (3x), purification for sin (2x), purifying (1x), sinful (1x), sinner (1x).

Het woord chatta’ath komt 182 keer voor en de KJV vertaalt 116 keer met ‘sinoffering’. Met ‘sinoffering’ voor het eerst in Exodus 29:14. In Leviticus 57 keer. De SV vertaalt met zondoffer.

Asham, overtredingsoffer

Dit zijn de gegevens van het woord asham.

WoordSoort woordStrongOpmerking:
1אָשָׁם
‘asham
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H817Overtredingsoffer.
Komt 46 keer voor in 41 verzen
KJV: trespass offering (34x), trespass (8x), offering for sin (1x), sin (2x), guiltiness (1x).

Het woord ‘asham vertaalt de NBV 20 keer met hersteloffer en de NBG 29 keer met schuldoffer, waarvan 23 keer in het boek Leviticus.

Ayil Millu’, wijdingsoffer

Dit zijn de gegevens van de uitdrukking ‘ayil millu’.

WoordSoort woordStrongOpmerking:
1אַיִל מִלֻּא
‘ayil
millu’
Zelfstandig
naamwoord (2x)
H352
H4394  
Wijdingsoffer
Komt zes keer voor
KJV: ‘ram of consecration’

De uitdrukking komt vier keer voor in Exodus 29 en twee keer in Leviticus 8.

Iesjè, vuuroffer

Dit zijn de gegevens van het woord dat met vuuroffer is te vertalen.


WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1אִשֶּׁה
‘iššê
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H801Vuuroffer.
Komt 65 keer voor in 64 verzen
KJV: offering…by fire (65x).

Dit Hebreeuwse woord schrijf je iets anders dan het normale Hebreeuwse woord voor vuur. Door de iets andere schrijfwijze is het duidelijk dat dit het woord is in verband met het offeren.

Het woord komt buiten de torah maar twee keer voor. Het woord komt 42 keer in het boek Leviticus voor. Hier de eerste drie teksten van dit boek.

Dit zijn de geboden van de HEER voor een korban, een offering. In dit geval een ‘olah van runderen.
Leviticus 1:9. Maar zijn ingewanden en zijn poten moet men met water wassen, en de priester moet dat alles op het altaar in rook laten opgaan. Het is een brandoffer, een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE. [HSV]

in Leviticus 1:13 staat dezelfde tekst maar dan voor het offeren van kleinvee.

En hier eenzelfde soort tekst voor het offer van een duif

Leviticus 1:17. Dan moet hij het dier bij de vleugels inscheuren, zonder die eraf te trekken. De priester moet het op het altaar, op het hout dat op het vuur ligt, in rook laten opgaan. Het is een brandoffer, een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE. [HSV]

Offerdieren

Er waren verschillende soorten dieren, die men offerde zoals schapen en de mannelijke schaap, een ram. En geiten en de mannelijke geit, een bok.

Schapen en geiten zijn dieren met een heel verschillend karakter. Beiden werden gebruikt om te offeren. Schapen werden vaak gebruikt voor brand- en vredeoffers. Een schaap symboliseert gehoorzaamheid en het volgen van de herder.

Een geit werd vaak gebruikt als een zondeoffer, voor verzoening. Tijdens Jom Kippoer, Grote Verzoendag, werd één geit geofferd aan de Heer, de andere werd de “zondebok” (naar Azazel) waarop de zonden van het volk werden gelegd en die de woestijn in werd gestuurd. Geiten staan soms symbool voor eigenzinnigheid of zonde, in tegenstelling tot de volgzame schapen.

Ram en schaap

Het woord ‘ayil kan op een ram duiden, maar kan ook worden gebruikt om een pilaar, een sterke man of een grote boom mee aan te duiden.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1אַיִל
‘ayil
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H352Ram
Komt 196 keer voor in 171 verzen
KJV: ram(s) (156x), post(s) (21x), mighty (men) (4x), trees (2x), lintel (1x), oaks (1x).
2כֶּבֶשׂ
keḇeś
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H3532Schaap, lam
Komt 107 keer voor in 10 verzen
KJV: lamb (105x), sheep (2x).
3כֶּשֶׂב
keśeḇ
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H3775 Schaap, lam
Komt 13 keer voor in 13 verzen.
KJV: sheep (9x), lamb (4x).

Genesis 15:7-10. Ook zei de HEER tegen hem: ‘Ik ben de HEER, die jou heeft weggeleid uit Ur, uit het land van de Chaldeeën, om je dit land in bezit te geven.’ ‘HEER, mijn God,’ antwoordde Abram, ‘hoe kan ik er zeker van zijn dat ik het in bezit zal krijgen?’ ‘Haal een driejarige koe,’ zei de HEER, ‘een driejarige geit, een driejarige ram, een tortelduif en een jonge gewone duif.’ Abram haalde al deze dieren, sneed ze middendoor en legde de twee helften van elk dier tegenover elkaar. Alleen de vogels sneed hij niet door. 

Genesis 22:13. Toen Abraham om zich heen keek, zag hij achter zich een ram, die met zijn hoorns verstrikt was geraakt in de struiken. Hij pakte het dier en offerde dat in de plaats van zijn zoon.

Geitenbok en geit

Dit zijn de gegevens van woorden die met geitenbok en geit zijn te vertalen.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1שָׂעִיר
sa`iyr
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H8163Geitenbok, bok
Komt 59 keer voor in 57 verzen.
KJV: kid (28x), goat (24x), devil (2x), satyr (2x), hairy (2x), rough (1x).
2עֵז
ʿēz
Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
H5795 Geit
Komt 74 keer voor in 74 verzen
KJV: goat (63x), kid (with H1423) (5x), kid (4x), he (1x), kids (with H1121) (1x).
3תַּיִשׁ
tayiš
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H8495Geitenbok, bok
Komt 4 keer voor in 4 verzen
KJV: he goat (4x)

Ad. 1. sa`iyr, geitenbok.
Een sa`iyr is een geit die voor een offer in de tempel van God werd gebruikt. Een ‘gewone’ vrouwelijke geit is een `ez, en een mannelijke geit is tayiš.

Het woord sa`iyr komt ook in de Griekse vertaling van het Oude Testament voor en wel als σάτυρος, satyros. Blijkbaar in die tijd al een woord dat in meer talen voorkwam. In het Nederlands noemen we het een sater. Plaatjes in Google bij satyr laten een harige bok zien.

Sa`iyr is ook het woord voor harig. Ezau de broer van Jacob heeft wordt gezegd dat hij harige armen heeft. Zie Genesis 27:11 en 23.

In de tekst komt in 28 verzen de combinatie van sa`iyr met het gewone woord voor geit `ez voor.

De sa`iyr gebruikt men vaak voor chatta’ath, het zondeoffer.

Ad. 3. Tayish, geitenbok
Dit woord is maar vier keer gebruikt in de Bijbel.

Genesis 30:35. Maar nog diezelfde dag zette hij de gestreepte en gevlekte bokken apart en de gespikkelde en gevlekte geiten, alles waaraan maar iets wits te zien was, en alle zwarte schapen, en hij stelde die dieren onder de hoede van zijn zonen.

Opmerking: dit waren de geiten en de schapen die voor Jacob waren.

Genesis 32:14-15. Nadat Jakob de nacht daar had doorgebracht, stelde hij uit het vee dat hij bezat een geschenk voor zijn broer Esau samen: 
tweehonderd geiten en twintig bokken, tweehonderd ooien en twintig rammen,

2 Kronieken 17:10-11. Alle omringende koninkrijken waren bevangen door vrees voor de HEER, daarom vielen ze Josafat niet aan. Een aantal Filistijnen droeg een last zilver aan hem af en de Arabieren brachten hem vee: zevenenzeventighonderd rammen en zevenenzeventighonderd bokken.

Spreuken 30:29-31. Drie hebben een voorname tred, vier schrijden statig voort: de leeuw – hij is de koning der dieren en deinst voor niets terug; de trotse haan, de bok, en een koning die zijn troepen monstert.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Uit deze teksten blijkt hoe dat met kudden ging. Bokken en geiten waren apart, men bracht hen alleen in korte perioden bij elkaar. Geiten leverden ook melk, de bokken gebruikte je eerder voor de slacht.

Het karakter van de bok is pittig zoals een leeuw of een haan. Spreuken 30:29-31

Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament staan verwijzingen naar de offerdienst van het Oude Testament.

Offerdieren

Hier de gegevens van dieren die in de offerdienst werden gebruikt.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1τράγος
tragos
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
G5131Geitenbok
Komt 4 keer voor in 4 verzen.
KJV: goat (4x).
2μόσχος
moschos
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
G3448Kalf
Komt 6 keer voor in 6 verzen
KJV: calf (6x).
3ταῦρος
tauros
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
G5022Stier
Komt 4 keer voor in 4 verzen
KJV: ox (2x), bull (2x).
4δάμαλις
damalis
Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
G1151Jonge koe
Komt eenmaal voor
KJV: heifer (1x).

Ad. 1. Tragos, geitenbok.
Het oord tragos komt alleen in het boek van de Hebreeën voor.

Hebreeën 9:11-14. Christus daarentegen is aangetreden als hogepriester van al het goede dat ons is toebedacht: Hij is door een indrukwekkender en volmaakter tent – die niet door mensenhanden gemaakt is en niet behoort tot onze schepping – voor eens en altijd het hemelse heiligdom binnengegaan, en dan niet met bloed van bokken (tragos) en jonge stieren (moschos) maar met zijn eigen bloed. Zo heeft Hij een eeuwige verlossing verworven. Want als het lichaam van wie onrein is al wordt gereinigd en geheiligd wanneer het besprenkeld wordt met het bloed van bokken (tragos) en stieren (tauros) of bestrooid met de as van een jonge koe (damalis), hoeveel te meer zal dan niet het bloed van Christus, die dankzij de eeuwige Geest zichzelf heeft kunnen opdragen als offer zonder smet, ons geweten reinigen van daden die tot de dood leiden, en het heiligen voor de dienst aan de levende God?

Hebreeën 9:19-20. Want nadat Mozes alle voorschriften van de wet aan heel het volk had voorgelezen, nam hij het bloed van jonge stieren (moschos) en bokken (tragos), water, karmozijnrode wol en majoraan, en besprenkelde zowel het boek zelf als heel het volk, en verklaarde: ‘Dit is het bloed van het verbond dat God aan u heeft opgelegd.

Hebreeën 10:3-7. Het tegendeel is echter waar: elk jaar worden met die offers de zonden weer in herinnering geroepen – bloed van stieren (tauros) en bokken (tragos) kan immers onmogelijk zonden wegnemen. Daarom zegt Christus bij zijn komst in de wereld: ‘Offers en gaven hebt U niet verlangd, maar U hebt Mij een lichaam gegeven; brand- en reinigingsoffers behaagden U niet. Toen heb Ik gezegd: “Hier ben Ik,” want dit staat in de boekrol over Mij geschreven: “Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen.”’

Ad.2. Moschos, kalf.
Het woord moschos komt voor in Lucas 15:23, 27 en 30 waar het gaat om een kalf te slachten voor het feest van de thuiskomst van de verloren zoon. Hebreeën 9:12 en 19 spreekt ook over een kalf, die teksten hierboven.

Openbaring 4:6b-7. Midden voor de troon en eromheen waren vier wezens, die van voren en van achteren een en al oog waren. Het eerste wezen zag eruit als een leeuw en het tweede als een jonge stier; het derde had een gezicht als een mens en het vierde leek een vliegende adelaar. 

Ad. 3. Tauros, stier.
Het woord tauros komt voor in Matteüs 22:4 waar een stier wordt geslacht voor een maaltijd. Hebreeën 9:13 en 10:4 spreken ook een over stier, zie de teksten hierboven.

Handelingen 14:11-15. Toen de mensen zagen wat Paulus had gedaan, verhieven zij hun stem en ze zeiden in het Lykaonisch: ‘De goden zijn in mensengedaante naar ons afgedaald!’ Ze noemden Barnabas Zeus en Paulus Hermes, omdat hij de woordvoerder was. De priester van Zeus, wiens tempel vlak buiten de stad lag, bracht met bloemenkransen getooide stieren naar de stadspoort, die hij en het volk wilden offeren. Maar toen de apostelen Barnabas en Paulus merkten wat de bedoeling was, scheurden ze van ontzetting hun kleren, drongen zich door de menigte heen en riepen: ‘Wat doet u toch? Wij zijn mensen, net als u. Onze boodschap is nu juist dat u zich moet afkeren van de afgoden om u te bekeren tot de levende God, die de hemel en de aarde en de zee heeft geschapen en alles wat daar leeft.

Ad. 4. Damalis, jonge stier
Het woord Damalis komt alleen in Hebreeën 9:11-14 voor, zie hierboven.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Er werden allerlei dieren voor de offers gebruikt. Geitenbokken, kalveren en stieren.

In de tijd van Paulus en Barnabas was het offeren van dieren in Griekenland ook nog een gebruik. Handelingen 14:11-15.

Andere bronnen

Er zijn enkele boeken die gaan over offers, hieronder staat er één.

Schrijver:Titel:
1Ds. H. KoekkoekDe geheimen van de offers

Overwegingen

Ik las in een boek van Graham Cook dat de geboden in de torah op te vatten zijn als profetieën. Dat betekent dat ze tijdgebonden kunnen zijn. In onze huidige tijd past het brengen van dieroffers niet meer. Bij de tentoonstelling van de derde tempel in Jeruzalem zei de gids dat als er een derde tempel zou komen er wellicht geen dieroffers meer zouden plaatsvinden.

Bij allerlei godsdiensten en occulte groepjes is nog sprake van offers.

Lessen

Dit zijn antwoorden op vragen die bij Studievragen zijn gesteld.

Wat was het doel van het offeren?
Er waren allerlei doelen. Om God te danken. Voor verzoening met God. Om een antwoord op een vraag te krijgen.

Waarom offeren Joden en christenen nu niet meer?
Jezus Christus is voor ons de hogepriester, die zichzelf heeft gegeven als een offer. Dat is niet alleen een beter maar ook een afdoend offer.

We willen opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.