Studie KoninKrijk van God

Deze studie gaat alleen over het koninkrijk van God voor zover dat in het Nieuwe Testament voorkomt en het gaat alleen over het woord basileia, zoals dat in het Grieks staat. De studie zal op termijn worden aangevuld.

In het Nieuwe Testament komt in 154 verzen het zelfstandig naamwoord βασιλεία basileia voor. Dat Griekse woord kun je met koninkrijk vertalen. Hieronder staan de teksten van al die verzen.

Soms gaat het over een aards koninkrijk, maar in 60% van de gevallen staat er het woord ‘God’ bij, het gaat dan over het koninkrijk van God. In het evangelie van Matteüs staat er bijna altijd hemel bij, het koninkrijk van de hemel. Dat zal hetzelfde betekenen. Eenmaal komt de uitdrukking koninkrijk van de Vader voor. En eenmaal kun je uit de tekst opmaken dat het gaat om het koninkrijk van Jezus.

Naast enkele keren dat het over aardse koninkrijken gaat, gaat het ook eenmaal over het rijk van de duisternis.

Na de opsomming van alle teksten is er een poging gedaan om te concluderen en samen te vatten. Er is bijzonder veel te leren. Zegen bij het lezen!

Overigens gaat het in het Oude Testament ook uitgebreid ook al over het koninkrijk van God. Mooi om te bestuderen mocht u daar tijd voor hebben. Als u weinig tijd hebt, lees dan de conclusies en samenvattingen, die beginnen op bladzijde 9.

Het koninkrijk van God dat doorbreekt in deze wereld is hét doel van God. Goed om er dan ook meer van te weten. Werk mee, doe mee als je dit ook belangrijk vindt.

1. Teksten uit het evangelie van Matteüs.

Alleen al het boek Matteüs spreekt 54 keer over het Koninkrijk dat van God of de hemel is. Ook één keer over het rijk van de duisternis.

Matteüs 3:2. ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!’

Matteüs 4:8. De ​duivel​ nam hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht.
Matteüs 4:17. Vanaf dat moment begon Jezus zijn verkondiging. ‘Kom tot inkeer,’ zei hij, ‘want het koninkrijk van de hemel is nabij!’
Matteüs 4:23. Hij trok rond in heel Galilea; hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws van het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk.

Matteüs 5:3. ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
Matteüs 5:10. Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

Matteüs 5:19. Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan.
Matteüs 5:20. Want ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en de farizeeën, zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan.

Matteüs 6:10. … laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel. [uit het Onze Vader]
Matteüs 6:13. Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen. [deze tekst staat niet in alle handschriften en daarom niet in de NBV]
Matteüs 6:33. Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.

Matteüs 7:21. Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.

Matteüs 8:11-12. Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk van de hemel, maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.’

[dit gaat over het gekozen volk Israël, over de mensen, die Jezus niet
aannamen]

Matteüs 9:35. Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal. [dit werd in 4:23 ook van Jezus gezegd]

Matteüs 10:7. Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.” [nu moesten de discipelen verkondigen wat hij eerst zelf verkondigde]

Matteüs 11:11-12. Ik verzeker jullie: er is onder allen die uit een vrouw geboren zijn nooit iemand opgetreden die groter was dan Johannes de Doper; maar in het koninkrijk van de hemel is de kleinste nog groter dan hij. Sinds de dagen van Johannes de Doper wordt het koninkrijk van de hemel door geweld bedreigd en proberen sommigen er zelfs met geweld beslag op te leggen. [wat is het koninkrijk van God van een enorme grootsheid!]

Matteüs 12:25-28. Jezus​ wist wat ze dachten en zei tegen hen: ‘Elk koninkrijk dat innerlijk verdeeld is wordt verwoest, en geen enkele stad of gemeenschap die innerlijk verdeeld is zal standhouden. Als ​Satan​ ​Satan​ uitdrijft, keert hij zich tegen zichzelf. Hoe kan zijn koninkrijk dan standhouden? En als ik inderdaad door ​Beëlzebul​ demonen uitdrijf, door wie drijven uw eigen mensen ze dan uit? Zij zullen dan ook uw rechters zijn! Maar als ik door de ​Geest van God​ demonen uitdrijf, dan is het ​koninkrijk van God​ bij jullie gekomen. [dat is een kenmerk waardoor je weet dat het koninkrijk van God er is. Er worden demonen uitgedreven]

Matteüs 13:11. Hij antwoordde: ‘Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van de hemel kennen, hun is dat niet gegeven.
Matteüs 13:19. … bij ieder die het woord van het koninkrijk hoort maar het niet begrijpt, komt hij die het kwaad zelf is en rooft wat hun in het hart is gezaaid; bij hen is op de weg gezaaid.
Matteüs 13:24. Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide.

Matteüs 13:31-33. Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn akker zaaide. Het is weliswaar het kleinste van alle zaden, maar het groeit uit tot de grootste onder de planten. Het wordt een struik, en de vogels van de hemel komen nestelen in de takken.’ Hij vertelde hun een andere gelijkenis: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot alle meel doordesemd was.’

Matteüs 13:38-43. … de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn de kinderen van het koninkrijk; het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad, de vijand die het ​zaait​ is de ​duivel, de oogst staat voor de voltooiing van deze wereld en de maaiers zijn de ​engelen. Zoals het onkruid bijeengebonden wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de Mensenzoon zal zijn engelen eropuit sturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk allen die anderen ten val hebben gebracht en de wetten hebben verkracht bijeenbrengen en hen in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren!

Matteüs 13:44-47. Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen. Ook is het met het koninkrijk van de hemel als met een koopman die op zoek was naar mooie parels. Toen hij een uitzonderlijk waardevolle parel vond, besloot hij alles te verkopen wat hij had en die te kopen. Het is met het koninkrijk van de hemel ook als met een sleepnet dat in een meer werd geworpen en waarmee allerlei soorten vis werden gevangen.

Matteüs 13:52. Hij zei hun: ‘Zo lijkt iedere schriftgeleerde die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt.’

Matteüs 16:19. Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.’

Matteüs 18:1-4. Op dat moment kwamen de leerlingen Jezus vragen: ‘Wie is eigenlijk de grootste in het koninkrijk van de hemel?’ Hij riep een ​kind​ bij zich, zette het in hun midden neer en zei: ‘Ik verzeker jullie: als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan. Wie zichzelf vernedert en wordt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk van de hemel.

Matteüs 18:23. Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren.

Matteüs 19:12-14. … er zijn mannen die niet trouwen omdat ze onvruchtbaar geboren werden, andere omdat ze door mensen onvruchtbaar gemaakt zijn, en er zijn mannen die niet trouwen omdat ze zichzelf onvruchtbaar gemaakt hebben met het oog op het koninkrijk van de hemel. Laat wie bij machte is dit te begrijpen het begrijpen!’ Daarop brachten de mensen ​kinderen​ bij hem, ze wilden dat hij hun de handen zou opleggen en zou ​bidden. Toen de ​leerlingen​ hen berispten, zei Jezus: ‘Laat de kinderen ongemoeid, belet ze niet bij mij te komen, want het koninkrijk van de hemel behoort toe aan wie is zoals zij.’

Matteüs 19:23-24. Jezus wendde zich tot zijn leerlingen: ‘Ik verzeker jullie: slechts met grote moeite zal een rijke het koninkrijk van de hemel binnengaan. Ik zeg het jullie nog eens: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’

Matteüs 20:1. Het is met het koninkrijk van de hemel als met een landheer die er bij het ochtendgloren op uit trok om dagloners voor zijn wijngaard te zoeken.

Matteüs 20:21-23. Hij vroeg haar: ‘Wat wilt u?’ Ze antwoordde: ‘Beloof me dat deze twee zonen van mij in uw koninkrijk naast u mogen zitten, de een rechts van u en de ander links.’ Maar ​Jezus​ zei hun: ‘Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de ​beker​ drinken die ik zal moeten drinken?’ ‘Ja, dat kunnen wij,’ antwoordden ze. Toen zei hij: ‘Uit mijn ​beker​ zullen jullie inderdaad drinken, maar wie er rechts en links van mij zullen zitten kan ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie mijn Vader ze heeft bestemd.’

Matteüs 21:31. Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?’ Ze zeiden: ‘De eerste.’ Daarop zei Jezus: ‘Ik verzeker u: de tollenaars en de hoeren zijn u voor bij het binnengaan van het koninkrijk van God.
Matteüs 21:43. Daarom zeg ik u: het koninkrijk van God zal u worden ontnomen, en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen.

Matteüs 22:2. ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon.

Matteüs 23:13. Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het koninkrijk van de hemel. Jullie gaan er zelf niet binnen, maar laten ook degenen die er willen binnengaan niet toe.

Matteüs 24:7. Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere, en overal zullen er hongersnoden uitbreken en zal de aarde beven.
Matteüs 24:14. Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen.

Matteüs 25:1. Dan zal het met het koninkrijk van de hemel zijn als met tien meisjes die hun olielampen hadden gepakt en eropuit trokken, de bruidegom tegemoet.

Matteüs 25:34. Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is.

Matteüs 26:29. Ik zeg jullie: vanaf vandaag zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’

2. Teksten van het evangelie van Marcus

Marcus 1:15. Dit was wat hij zei: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’

Marcus 3:24. Als een koninkrijk innerlijk verdeeld is, kan dat koninkrijk niet standhouden;

Marcus 4:11. Hij zei tegen hen: ‘Aan jullie is het geheim van het koninkrijk van God onthuld; maar zij die buiten blijven staan, krijgen alles te horen in gelijkenissen.
Marcus 4:26. En hij zei: ‘Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde.
Marcus 4:30. En hij zei: ‘Waarmee kunnen we het koninkrijk van God vergelijken en door welke gelijkenis kunnen we het voorstellen?

Marcus 6:23. En hij bezwoer haar: ‘Wat je ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk!’

Marcus 9:1. Verder zei hij ook nog: ‘Ik verzeker jullie: sommigen die hier aanwezig zijn zullen niet sterven voordat ze de komst van het koninkrijk van God in al zijn kracht hebben meegemaakt.’
Marcus 9:47. En als je oog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit: je kunt beter met één oog het koninkrijk van God binnengaan dan in het bezit van twee ogen in de Gehenna geworpen worden,

Marcus 10:13-15. De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’

Marcus 10:23-25. Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ De leerlingen schrokken van zijn woorden. Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: ‘Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’

Marcus 11:10.  Gezegend het komende koninkrijk van onze vader David. Hosanna in de hemel!’

Marcus 12:34. Jezus vond dat hij verstandig had geantwoord en zei tegen hem: ‘U bent niet ver van het koninkrijk van God.’ En niemand durfde hem nog een vraag te stellen.

Marcus 13:8. Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk zal de strijd aanbinden met het andere, overal zullen er aardbevingen en hongersnoden zijn: dat is het begin van de weeën.

Marcus 14:25. Ik verzeker jullie: ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van God.’

Marcus 15:43. … kwam Josef van Arimatea, een vooraanstaand raadsheer, die zelf ook de komst van het koninkrijk van God verwachtte. Hij raapte al zijn moed bijeen en ging naar Pilatus, die hij om het lichaam van Jezus vroeg.

3. Teksten uit het evangelie van Lukas

Lucas 4:43. Maar hij zei tegen hen: ‘Ook in de andere steden moet ik het goede nieuws over het koninkrijk van God brengen, want daarvoor ben ik gezonden.’

Lucas 6:20. Hij richtte zijn blik op zijn leerlingen en zei: ‘Gelukkig jullie die arm zijn, want van jullie is het koninkrijk van God.

Lucas 7:28. Ik zeg jullie: van allen die geboren zijn uit een vrouw is niemand groter dan Johannes, maar in het koninkrijk van God is de kleinste nog groter dan hij.’

Lucas 8:1. Kort daarop begon hij rond te trekken van stad tot stad en van dorp tot dorp om het goede nieuws over het koninkrijk van God te verkondigen. De twaalf vergezelden hem.
Lucas 8:10. Hij antwoordde: ‘Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van God kennen, maar de anderen krijgen alles in gelijkenissen te horen, opdat ze zien zonder inzicht en horen zonder iets te begrijpen.

Lucas 9:2. Daarna zond hij hen uit om het koninkrijk van God te verkondigen en zieken te genezen.
Lucas 9:11. Maar de mensen kwamen het te weten en volgden hem. Hij ontving hen vriendelijk en sprak tot hen over het koninkrijk van God, en degenen die genezing nodig hadden maakte hij weer gezond.
Lucas 9:27. Ik verzeker jullie dat sommigen die hier aanwezig zijn niet zullen sterven voor ze het koninkrijk van God hebben gezien.’

Lucas 9:60-62. Jezus zei tegen hem: ‘Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.’ Weer een ander zei: ‘Ik zal u volgen, ​Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.’ Jezus zei tegen hem: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’

Lucas 10:9-11. … genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: “Het koninkrijk van God heeft jullie bereikt.” Maar als jullie een stad binnengaan waar je niet welkom bent, trek dan door de straten en zeg: “Zelfs het stof van uw stad dat aan onze voeten kleeft, vegen we van ons af als aanklacht tegen u; maar bedenk wel: het koninkrijk van God is nabij!”

Lucas 11:2. Hij zei tegen hen: ‘Wanneer jullie bidden, zeg dan: “Vader, laat uw naam geheiligd worden en laat uw koninkrijk komen.

Lucas 11:17-20. Maar hij kende hun gedachten en zei tegen hen: ‘Elk koninkrijk dat innerlijk verdeeld is wordt verwoest, en huis na huis stort in. Als ook Satan innerlijk verdeeld is, hoe kan zijn koninkrijk dan standhouden? Jullie zeggen toch dat ik dankzij Beëlzebul demonen uitdrijf! Als ik inderdaad dankzij ​Beëlzebul​ demonen uitdrijf, door wie drijven jullie eigen mensen ze dan uit? Zij zullen dan ook jullie rechters zijn! Maar als ik dankzij een kracht die van God komt demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen.

Lucas 12:31-32. Zoek liever zijn koninkrijk, en die andere dingen zullen je erbij gegeven worden. Vrees niet, kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie het koninkrijk willen schenken.

Lucas 13:18-21. Daarop zei hij: ‘Waarop lijkt het ​koninkrijk van God​ en waarmee zal ik het vergelijken? Het lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn tuin ​zaaide, waarna het groeide en een grote struik werd, waar de vogels van de hemel in de takken kwamen nestelen.’ En opnieuw zei hij: ‘Waarmee zal ik het ​koninkrijk van God​ vergelijken? Het lijkt op ​zuurdesem​ die door een vrouw met drie zakken ​meel​ werd vermengd tot alle ​meel​ doordesemd was.’

Lucas 13:28-29. Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten in het koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten wordt. Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aan tafel genodigd worden in het koninkrijk van God.

Lucas 14:15. Toen een van de anderen die aan tafel aanlagen dit hoorde, zei hij tegen hem: ‘Gelukkig al wie zal deelnemen aan de maaltijd in het koninkrijk van God!’

Lucas 16:16. De Wet en de Profeten gaan tot aan Johannes: sindsdien wordt het koninkrijk van God verkondigd, en iedereen wordt met klem genodigd binnen te komen.

Lucas 17:20-21. Toen de farizeeën Jezus vroegen wanneer het koninkrijk van God zou komen, antwoordde hij hun: ‘De komst van het koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen, en men kan niet zeggen: “Kijk, hier is het!” of: “Daar is het!” Maar weet wel: het koninkrijk van God ligt binnen uw bereik.’

Lucas 18:16-17. Maar Jezus riep de kinderen bij zich en zei: ‘Laat ze bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan!’
Lucas 18:24-25.Toen Jezus zag dat de man zo bedroefd werd, zei hij: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan. Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’
Lucas 18:29. Jezus zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die huis of vrouw, broers of zusters, ouders of kinderen heeft achtergelaten omwille van het koninkrijk van God, zal reeds in deze tijd het veelvoudige ontvangen en in de tijd die komt het eeuwige leven.’

Lucas 19:11-15. Aan de mensen die stonden te luisteren, vertelde hij nog een gelijkenis, aangezien hij nu dicht bij Jeruzalem was en zij dachten dat het koninkrijk van God nu spoedig zou aanbreken. Hij zei: ‘Een man van voorname afkomst ging op ​reis​ naar een ver land om het koningschap in ontvangst te nemen en dan terug te keren. Hij riep tien van zijn dienaren bij zich, gaf elk van hen honderd drachme en zei tegen hen: “Ga daarmee handeldrijven terwijl ik weg ben.” Maar zijn landgenoten haatten hem en stuurden afgevaardigden achter hem aan met de boodschap: “We willen niet dat die man ​koning​ over ons wordt!” Bij zijn terugkeer, toen hij het koningschap had ontvangen, liet hij de dienaren aan wie hij het ​geld​ had gegeven bij zich roepen om te vernemen wat ze met handeldrijven hadden verdiend.

Lucas 21:10. Hij vervolgde: ‘Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk zal de strijd aanbinden met het andere.
Lucas 21:31. Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het koninkrijk van God nabij is.

Lucas 22:16-18. Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God.’ Hij nam een ​beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze ​beker​ en geef hem aan elkaar door. Want ik zeg jullie: vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’

Lucas 22:29-30. Ik bestem jullie voor het koningschap zoals mijn Vader mij voor het koningschap bestemd heeft: jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel, en zetelen op een troon om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël. [in vers 29 komt eenmaal in het Grieks koninkrijk of koningschap voor]

Lucas 23:42. En hij zei: ‘Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt.’ [tegen de moordenaar]
Lucas 23:50-51. Er was ook een man die Josef heette en afkomstig was uit de Joodse stad Arimatea. Hij was een raadsheer, een goed en rechtvaardig mens, die de komst van het koninkrijk van God verwachtte en niet had ingestemd met het besluit en de handelwijze van de raad.

4. Teksten uit het evangelie van Johannes

Johannes 3:3-5. Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’ ‘Hoe kan iemand geboren worden als hij al oud is?’ vroeg ​Nikodemus. ‘Hij kan toch niet voor de tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden? Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en geest.

Johannes 18:36. Jezus antwoordde: ‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier.’

5. Teksten uit de Handelingen van de Apostelen

Handelingen 1:3. Na zijn lijden en dood heeft hij hun herhaaldelijk bewezen dat hij leefde; gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen over het koninkrijk van God.
Handelingen 1:6. Zij die bijeengekomen waren, vroegen hem: ‘Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’

Handelingen 8:12. Maar toen Filippus hen door zijn verkondiging van het koninkrijk van God en de naam van Jezus Christus tot geloof had gebracht, lieten ze zich dopen, mannen zowel als vrouwen.

Handelingen 14:22. Ze bemoedigden de leerlingen en spoorden hen aan te volharden in het geloof, maar wezen hun erop ‘dat wij pas na veel beproevingen het koninkrijk van God binnen kunnen gaan’.

Handelingen 19:8. De volgende drie maanden ging hij regelmatig naar de synagoge, waar hij vrijmoedig met de bezoekers sprak over het koninkrijk van God en hen met zijn uiteenzettingen trachtte te overtuigen.

Handelingen 20:25. Ik weet dat niemand van u, aan wie ik op mijn reizen het koninkrijk heb verkondigd, mij terug zal zien.

Handelingen 28:23. Ze maakten een afspraak en kwamen op de vastgestelde dag in groten getale naar hem toe. Van de ochtend tot de avond legde Paulus getuigenis af en sprak hij uitvoerig met hen over het koninkrijk van God, terwijl hij hen op grond van de Wet van Mozes en de Profeten voor Jezus probeerde te winnen.
Handelingen 28:31. Hij verkondigde het koninkrijk van God en onderrichtte vrijmoedig over de Heer Jezus Christus, zonder dat hem iets in de weg werd gelegd.

6. Teksten uit de brieven

Romeinen 14:17. … want het koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest.

1 Korintiërs 4:20. Want het koninkrijk van God bestaat niet uit woorden, maar uit kracht.
1 Korintiërs 6:9-10. Weet u niet dat wie onrecht doet geen deel zal hebben aan het koninkrijk van God? Vergis u niet. Ontuchtplegers noch afgodendienaars, overspeligen, schandknapen noch knapenschenders, dieven noch geldwolven, dronkaards, lasteraars noch uitbuiters zullen deel hebben aan het koninkrijk van God.

1 Korintiërs 15:24. En dan komt het einde en draagt hij het koningschap over aan God, de Vader, nadat hij alle heerschappij en elke macht en kracht vernietigd heeft.
1 Korintiërs 15:50. Wat ik bedoel, broeders en zusters, is dit: wat uit vlees en bloed bestaat kan geen deel hebben aan het koninkrijk van God; het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid.

Galaten 5:21. … afgunst, bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen. Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God.

Efeziërs 5:5. Want u moet goed weten dat iemand die in ontucht leeft, zedeloos of hebzuchtig is – dat is allemaal afgoderij – geen deel kan hebben aan het koninkrijk van Christus en van God.

Kolossenzen 1:13. Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon, …
Kolossenzen 4:11. … en Jezus Justus groeten u; zij zijn de enige Joden die met mij meewerken voor Gods koninkrijk, en ze zijn dan ook een grote troost voor me geweest.

1 Tessalonicenzen 2:12. We hebben u aangespoord en bemoedigd en u op het hart gedrukt zo te leven dat u God eer bewijst. Hij roept u tot zijn koninkrijk en luister.
2 Tessalonicenzen 1:5. Ze zijn het bewijs dat God rechtvaardig oordeelt door u zijn koninkrijk, waarvoor u nu lijdt, waardig te achten.

2 Timoteüs 4:1-2. Ik roep je dringend op, ten overstaan van God en van ​Christus​ Jezus, die zal oordelen over de levenden en de doden, ik bezweer je bij zijn komst en heerschappij: Verkondig de boodschap, blijf aandringen, of het nu uitkomt of niet, wijs terecht, straf en vermaan met alle geduld dat het onderricht vereist.
2 Timoteüs 4:18. De Heer zal me van alle kwaad redden en me veilig naar zijn hemels koninkrijk brengen. Hem komt de eer toe tot in alle eeuwigheid. Amen.

Hebreeën 1:8. Maar tegen de Zoon zegt hij: ‘God, uw troon houdt stand tot in alle eeuwigheid, en de scepter van het recht is de scepter van uw koningschap.
Hebreeën 11:33. … die door hun geloof koninkrijken overwonnen, …
Hebreeën 12:28. Laten we daarom het onwankelbare koninkrijk in dankbaarheid aanvaarden, om God zo te dienen dat hij er behagen in schept, met eerbied en ontzag.

Jakobus 2:5. Luister, geliefde broeders en zusters: heeft God niet juist hen die naar wereldse maatstaven arm zijn, uitgekozen om rijk te zijn door het geloof en deel te krijgen aan het koninkrijk dat hij heeft beloofd aan wie hem liefhebben?

2 Petrus 1:10-11. Span u daarom des te meer in om uw roeping en ​uitverkiezing​ waar te maken, broeders en zusters. Als u dit alles doet, komt u nooit ten val en zal u onbelemmerd toegang worden verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en redder Jezus Christus.

Openbaring 1:9. Ik, Johannes, uw broeder, die net als u in ellende verkeer, maar ook door Jezus met u deel in het koninkrijk en in standvastigheid – ik was op het eiland Patmos omdat ik over God had gesproken en van Jezus had getuigd.

Openbaring 11:15. Toen blies de zevende ​engel​ op zijn bazuin. In de hemel klonken luide stemmen, die zeiden: ‘Nu begint de heerschappij van onze ​Heer​ over de wereld, en die van zijn ​messias.

Openbaring 12:10. Toen hoorde ik een luide stem in de hemel zeggen: ‘Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn messias. Want de aanklager van onze broeders en zusters, die hen dag en nacht bij onze God aanklaagde, is ten val gebracht.

6, Wat kunnen we van deze teksten leren?

1. Over het belang van het koninkrijk van God.
Het koninkrijk van God is nabij. Mt 3:2, 4:17.
Het is goed nieuws. Mt 4:23.
De kleinste in het koninkrijk van de hemel is groter dan Johannes de Doper. Mt 11:11, Lk 7:28.
Jezus was gezonden om het goede nieuws over het Koninkrijk van God te brengen. Lk 4:43, 8:1.

Hoe bijzonder: God de Vader schenkt het koninkrijk voor wie het zoeken. Lk 12:32.

De wet en de profeten gaan tot Johannes, sinds het koninkrijk van God. Lk 16:16.

In de tijd tussen de opstanding en de hemelvaart was het onderwerp van Jezus met zijn discipelen het koninkrijk van God. Hand 1:3.

God roept ons tot zijn koninkrijk en luister. Hij acht ons waardig. 1 en 2 Tessalonicenzen. De Heer zal me veilig naar zijn hemels koninkrijk brengen. 2 Timoteüs 4:18.

2. Over de gevolgen van het koninkrijk van God voor de maatschappij.
Iedere ziekte en iedere kwaal onder het volk werd genezen. Mt 4:23. Mt 9:35
Door de Geest worden demonen uitgedreven. Mt 12:28.

Zieken genezen. Lk 9:11
Door een kracht van God worden demonen uitgedreven. Lk 11:20.
Als je het koninkrijk als eerste zoekt zullen alle dingen, die je nodig hebt, je gegeven worden. Lk 12:31
Als je een prijs betaalt omwille van het koninkrijk van God zul je het veelvoudige terug ontvangen. Lk 18:29.

Het koninkrijk van God streeft niet naar wereldheerschappij zoals andere godsdiensten. Het koninkrijk is niet van hier. Joh 18:36.

De verkondiging leidde tot geloof en mannen en vrouwen, die de doop ondergingen. Hand 8:12.

3. Hoe je deel kunt nemen aan het koninkrijk van God.
Je kunt deelnemen door tot inkeer te komen. Mt 3:2, 4:17. En geloof te hechten aan het goede nieuws. Mc 1:15.
Nederig van hart te zijn. Mt 5:3
Door ernaar te zoeken. Mt 6:33. Lk 12:31.
Als je handelt naar de wil van de hemelse Vader. Mt 7:21.
Veranderen en worden als een kind. Mt 18:3, Mc 10:14. Het koninkrijk behoort zelfs toe aan wie zijn zoals kinderen. Mt 19:14, Mc 10:15, Lk 18:16-17.
Als je doet wat God van je vraagt. Ook of je nu wel of niet had gezegd het te zullen doen. Mt 21:31
Door net als de leerlingen van Jezus ‘arm’ te zijn. Lk 6:20
Het koninkrijk van God wordt gegeven worden aan een volk dat het vrucht laat dragen. Mt 21:43.

Als je oog je belemmert om in te gaan, ruk het uit. Mc 9:47.
Je kunt ook niet ver zijn van het koninkrijk als je al heel wat inzicht hebt. Mc 12:34.

Je kunt het koninkrijk zien door opnieuw te worden geboren. Door geboren te worden uit water en geest. Johannes 3:4-5.

Mensen met slechte daden hebben geen deel aan het koninkrijk van God. 1 Korintiërs 6:9-10. Galaten 5:21. Efeziërs 5:5.

Je kunt deelnemen door aan de maaltijd van de Heer mee te doen. Hij wil het Pesachmaal met ons eten, nu na zijn sterven aan het kruis en de opstanding. Zie Lk 22:18. En met ons van de vrucht van de wijnstok drinken. Mt 26:29, Mc 14:25, Lk 22:30.

Na een heel voortraject kan Jezus ons bestemmen voor het koningschap, eten en drinken aan zijn tafel, zetelen op een troon om recht te spreken. Lk 22:28-30.

God dienen met eerbied en ontzag. Hebreeën 12:28.
God liefhebben. Jacobus 2:5.
Span je in om je roeping en uitverkiezing waar te maken. 2 Petrus 1:10-11

4. Wat het deel hebben aan het koninkrijk van God belemmert.
Als je Gods geboden afschaft en anderen leert datzelfde te doen. Wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert zal in hoog aanzien staan. Mt 5:19.

Als je gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden. Mt 5:20

Rijk zijn. Mt 19:23-24, Mc 10:23-25, Lk 18:24-25 [ook zelfgenoegzaam zijn; alles al weten].

Gebrek aan olie in de lampen. Zie de gelijkenis van de tien meisjes, die hun olielampen hadden gepakt en er op uit trokken de bruidegom tegemoet. Mt 25:1-13.

Als mensen niet met hun opdracht aan de slag gaan. Lk 19:11-27.

5. Wie het zullen missen.
De erfgenamen van het koninkrijk omdat ze niet tot inkeer komen. Mt 8:11
Het koninkrijk van God zal aan de hogepriesters en aan Farizeeën worden ontnomen en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen. Mt 21:43.

6. Wat je t.a.v. het koninkrijk van God kunt/moet doen.
Bidden dat het koninkrijk van God komt. Mt 6:10, Lk 11:2
Op weg gaan om te verkondigen dat het koninkrijk nabij is. Mt 10:7. Met klem uit nodigen. Lk 16:16.
Verkondigen van het koninkrijk en zieken genezen. Lk 9:2, 60. Net als Jezus. Lk 9:11. En niet achterom kijken. Lk 9:62.
Genees de zieken en zeg tegen hen: ‘Het koninkrijk van God heeft jullie bereikt’. Lk 10:9
Als ze je afwijzen, zeg dan nog: ‘Bedenk wel het koninkrijk van God is nabij’ Lk 10:11

Als je Schriftgeleerde was kun je uit je voorraad nieuwe en oude dingen tevoorschijn halen. Mt 13:52

Je kunt met de sleutels, die Jezus geeft zaken op aarde binden en ontbinden, die dan in de hemel ook zijn gebonden of ontbonden. Mt 16:19

Je kunt jezelf onvruchtbaar maken door niet te trouwen met het oog op het koninkrijk van de hemel. Je zorgt ervoor dat je geen kinderen krijgt. Je kunt aan het celibaat denken. Mt 19:12.

De apostel Paulus spreekt vrijmoedig over het koninkrijk ook op grond van de Wet en de Profeten en over Jezus. Hand 19:8, 28:23,31.

Verkondig de boodschap, blijf aandringen, of het nu uitkomt of niet, wijs terecht, straf en vermaan met alle geduld dat het onderricht vereist. 2 Timoteüs 4:2.

7. Waarheden over het koninkrijk van God.
Het koninkrijk is niet innerlijk verdeeld. Mt 12:25.
Alleen leerlingen van Jezus mogen de geheimen van het koninkrijk kennen. Mt 13:11, Mc 4:11.
Hij, die het kwaad zelf is, rooft het woord van het koninkrijk dat iemand hoort, maar het niet begrijpt. Mt 13:19

Als je je vernedert en wordt als een kind ben je de grootste in het koninkrijk. Mt 18:4.
Het vraagt een groot offer als je groot wil zijn in het koninkrijk. Mt 20:21-22. Je positie bepaalt de Vader in de hemel. Mt 20:23.

Sommigen van de leerlingen van Jezus zouden niet sterven voordat ze de komst van het Koninkrijk in al zijn kracht hadden meemaakten. Mc 9:1, Lk9:27 [ze hebben allemaal behalve Judas dat bijzondere Pinksterfeest meegemaakt]

De komst van het koninkrijk is niet hier of daar, het is wel nabij. Lk 17:20-21. [het is er opeens, als er wonderen gebeuren en daarna is het weer elders]

Als je de bomen ziet uitlopen, weet je dat de zomer in aantocht is, zo kun je ook zien dat het koninkrijk van God nabij is. Lk 21:31.

Het is óf het koninkrijk van God óf de Gehenna. Een plaats en sfeer van narigheid. Mc 9:47.

In de tijd van de eerste gemeente waren er veel beproevingen als je het koninkrijk wilde binnen gaan. Hand 14:22.

Het koninkrijk van God is een zaak van gerechtigheid, vrede en vreugde door de Heilige Geest. Romeinen 14:17. Bestaat niet uit woorden, maar uit kracht. 1 Korintiërs 4:20.

God de Vader heeft ons gered. Kolossenzen 1:13.  

8. Teksten, die het raadsel van het koninkrijk van God proberen te doorgronden.
De geheimen zijn alleen voor de leerlingen van Jezus, de gelijkenissen zijn ook te horen voor hen, die buiten blijven staan. Mc 4:11.
Omdat ze zien zonder inzicht en horen zonder te begrijpen. Lk 8:10

Jezus bid tot God om het koninkrijk van God uit te leggen. Mc 4:30, Lk 13:18 en 20.

Het koninkrijk is als:
– een mens, die goed zaad op zijn akker uitzaaide. Mt 13:24, Mc 4:26. Het goede zaad zijn de kinderen van het koninkrijk. Mt 13:38.
– een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn akker zaaide. Mt 13:31
– zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd. Mt 13:33.
– een schat in de akker. Mt 13:44
– een koopman die op zoek was naar mooie parels. Mt 13:45. – een sleepnet dat in een meer werd geworpen. Mt 13:47.
– een koning, die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren. Mt 18:23
– een landheer, die bij het ochtendgloren dagloners ging zoeken. Mt 20:1
– een koning die een bruiloftsfeest gaf. Mt 22:2.

9. Wat het koninkrijk van God tegenhoudt
Geweld en mensen, die er met geweld beslag op willen leggen. Mt 11:12
Leiders, die de toegang tot het koninkrijk versperren en hen, die er in willen binnengaan niet toelaten. Mt 32:13.

10. Over de toekomst van het koninkrijk van God.
Dit zeiden de mensen bij de intocht van Jezus in Jeruzalem: ‘Gezegend het komende koninkrijk van onze vader David. Hosanna in de hemel!’ Mc 11:10

Er komt ook een tijd dat Jezus het koningschap over Israël gaat herstellen. Hand 1:6.

Degenen van het koninkrijk van de Mensenzoon, die anderen ten val hebben gebracht en de wetten hebben verkracht zullen bijeen worden gebracht en in de vuuroven worden geworpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. De rechtvaardigen zullen stralen als de zon. Mt 13:44-47.

Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten zullen erbij zijn. En uit de hele wereld zullen aan tafel worden genodigd. Maar, die niet wilden luisteren worden buitengesloten. Lk 13:28-29.

Als het goede nieuws van het Koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd zal het einde komen. Mt 24:14.

De volken zullen worden gescheiden. Tegen de groep van rechts zal de koning zeggen: neem deel aan het koninkrijk. Mt 25:34.

Aan het eind draagt Jezus het koningschap over aan God, de Vader, nadat hij alle heerschappij en elke macht en kracht vernietigd heeft. 1 Korintiërs 15:24.

In de toekomst begint de heerschappij van onze Heer over de wereld, en die van zijn messias. Openbaringen 11:15 en 12:10.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.