Studie Hemel

Deze studie gaat over de onzichtbare wereld om ons heen. Goed voor onze ruimtelijke oriëntatie. Belangrijk om te weten, zeker als je pastorale hulp wil verlenen.

Geestelijke plaatsen is geen theoretisch onderwerp, maar heel praktisch want de hemel en het dodenrijk in al haar varianten zijn ook om ons heen. En we hebben er mee te maken als ons lichaam sterft en het geestelijk deel van ons verder leeft. We zien deze plaatsen niet met het blote oog, maar ze zijn er wel.

Deze studie gaat over wat er in de Bijbel staat over de hemel en de plaatsen waar God woont. God woont in de hemel. Maar in sommige delen van de hemel zijn er nu ook nog duistere wezens.

Wat moet je doen om bij God in de buurt te komen? Ga naar hem toe. Waar Hij is. Als je het hart van God zoekt, gaat Hij ook woning bij je maken. Dat is al in dit leven. En dat is ook de garantie dat je na dit leven bij God bent. Want Hij, God de Vader, wil je dan niet missen. Hij houdt van je en bij hem is alles mogelijk.

In ons spraakgebruik praten we erover of iemand naar de hemel gaat. Die uitdrukking heb ik alleen gevonden over Jezus: opgestegen naar de hemel. Van de moordenaar wordt gezegd dat hij naar het paradijs gaat.

Een naastliggend onderwerp is de studie over dood en leven, waar kies je voor, dat bepaalt waar je komt. En de studie over geestelijke wezens zoals cherubs, serafs, engelen, goden en demonen. Die wezens zijn op die geestelijke plaatsen.

1. Benamingen Oude Testament.

Er zijn twee woorden die veel voorkomen: shamaïm, wat boven de maïm de wateren is. En het bayit, wat we wel kennen van de plaats Bethlehem, het is het woord voor huis of woning. Het gaat hier dan om het huis van God.

Grieks woord Soort woord Strong Opmerkingen
1. שָׁמַיִם shamayim Zelfstandig naamwoord mannelijk H8064 Hemel
Komt 420 keer voor in 395 verzen.
KJV: heaven (398x), air (21x), astrologers (with H1895) (1x).
2.שַׁעַר  שָׁמַיִם sha`ar shamayim Combi H8179 H8064 Poort van de hemel.
Eenmaal in Genesis 28:17.
3.יְהֹוָה בַּיִת bayith Yĕhovah Combi H1004 H3068 Huis van de HEER.
Komt 234 keer voor.
KJV: the house of the Lord (234x)
4. אֱלֹהִים  בַּיִת bayith ‘elohiym Combi H1004
H430
Huis van God.
Komt 92 keer voor.
KJV: the house of God (92x).
5. מָקוֹם maqowm  יְהֹוָה Yĕhovah Combi H4725 H3068 Plaats waar de HEER is.
Ik heb één tekst kunnen vinden. Ook Genesis 28:17
6. קֹדֶשׁ qodesh  אֲדָמָה ‘adamah Combi H6944 H127 Heilige grond.
Komt twee keer voor.
KJV: holy ground (1x), holy land (1x)
7. קֹדֶשׁ מָעוֹן qodesh ma`own   Combi H6944 H4583 Heilige woning.
Komt vijf keer voor.
KJV: holy habitation (4x), holy dwelling place (1x)

2. Sjamaïm de hemelen

2.2 Sjamaïm in Genesis 1.

In Genesis 1 wordt al over de hemel gesproken. Laten we eens puzzelen wat daar allemaal voor woorden in Genesis 1 voorkomen, zodat we ook beter begrijpen wat de context van de hemel is.

Het Hebreeuwse woord is ‘sjamaïm’. Een uitgang van een woord op ‘im’ is altijd meervoud. ‘Sjamaim’ staat in relatie tot ‘maïm’ dat water betekent. Ook meervoud dus. Hemelen en wateren? Verder gaat het over God. Hier ook in het meervoud: ‘elohim’.

Dan zijn er een aantal begrippen die wel in het enkelvoud staan. De aarde ‘erets’, denk aan de benaming ‘erets Israël’. En verder komt ook het woord ‘raqi’, het luchtruim voor en ‘tehom’, de diepte.

Handig om te weten. Het Hebreeuws schildert. In het Westen houden we van rekensommen: hoe is het heelal opgebouwd, welke delen zou je kunnen onderscheiden. Het Hebreeuws schildert, als tweemaal ongeveer hetzelfde wordt gezegd, dan is het daardoor belangrijk gemaakt net als je op een schilderij twee keer eenzelfde beeld ziet.

We lezen nu Genesis 1:1-2 en 6-8 in de letterlijke vertaling van de Studiebijbel. Ik heb er mijn opmerkingen bij gezet. De nadruk zie je in vers 6 en 7. Nog goed om te weten ‘ha’ is het lidwoord, ‘we’ is het voegwoord en. En ‘la’ is de samenvoeging van lidwoord en voegwoord.

1 In het begin schiep God (elohim) de hemel(en) (ha-sjamaim) en de aarde (ha-erets).
Hier wordt de achtergrond van het schilderij opgezet.

2 En de aarde (we-ha-erets) was vormloos (tohu) en leeg (we-bohu) en duisternis (we-choschek) op de oppervlakte van (pane) van de  diepte (tehom) en de geest van (we-ruach) God (elohim) zweefde de oppervlakte van (pane) van de wateren (ha-maim).
Hier wordt geschetst dat in het begin het helemaal niet zo goed was. ‘Tohu we bohu’ staat voor grote narigheid. Komt nog ‘duisternis’ en ‘diepte’ bij. Maar ….. dan gaat ‘elohim’ verder aan de slag.

Vervolgens gaat het in Genesis over het licht en de duisternis van vers drie tot en met vijf, dan weer verder met vers 6.

6. En zei God (elohim) laat er zijn een luchtruim (raqi) in het midden van de wateren (ha-maim) en laat het zijn scheiding makend tussen wateren (maim) en de wateren (la-maim).

7. En maakte God (elohim) het luchtruim (et ha-raqi) en maakte scheiding tussen de wateren (ha-maim) die van onder het luchtruim (la-raqi) en tussen de wateren (ha-maim) die boven het luchtruim (la raki) en het was zo.  

8. En noemde God (elohim) het luchtruim (la raqi) hemel(en) (sjamayim) en het was avond en het was ochtend dag tweede. 

Het gaat hier over zichtbare dingen, maar de geestelijke wereld zit daar weer achter, zoals bij de hemel of moeten we zeggen, hemelen, later in de bijbel ook blijkt.

2.3 Sjamaïm in Oude Testament.

In Genesis 1 komt de hemel voor, in totaal komt het zelfstandig naamwoord ‘shamaïm’ 420 keer voor in het Oude Testament (Strong H8064).

Het gaat over de zichtbare hemel als gesproken wordt over de vogels van de hemel, meer dan 20 keer, en de sterren van de hemel, meer dan dertig keer.

Het gaat ook over de onzichtbare hemel. Verhef u boven de hemelen, God, laat uw glorie heel de aarde vervullen. (2x in Psalm 57 en eenmaal in 108). Hoogste hemelen (Psalm 148)

De vertalers hebben moeite om te bepalen of je ‘sjamaïm’ in hemel of hemelen moet vertalen. De SV vertaalt 78 keer met ‘hemelen’ en 242 keer met ‘hemel’ en dan nog 143 keer met ‘hemels’. De NBV vertaalt slechts vijf keer het woord ‘sjamaïm’ met ‘hemelen’.

2.4 Poort van de hemel

Een poort heb je bij een stad. Het kan ook een toegangsplek zijn van een geestelijke plaats.

Genesis 19:1. De twee engelen kwamen ’s avonds in Sodom aan. Lot zat juist in de stadspoort. Zodra hij hen zag stond hij op, ging hun tegemoet en boog zich diep voor hen neer. [de eerste tekst dat over de poort gaat. Lot verleende deze geestelijke machten van God toegang tot de stad]

Genesis 28:16-17. Toen werd Jakob wakker. ‘Dit is zeker,’ zei hij, ‘op deze plaats is de HEER aanwezig. Dat besefte ik niet.’ Eerbied vervulde hem. ‘Wat een ontzagwekkende plaats is dit,’ zei hij, ‘dit is niets anders dan het huis van God, dit moet de poort van de hemel zijn!’

3. Bayit huis van de HEER of God

Huizen of woningen. Grond van God.

3.1 Bayit JHWH Huis van de Heer

Er wordt 234 keer gesproken over het huis van de Heer. Met het huis van de HEER gaat het om de tabernakel , die door de woestijn werd gedragen, of die later bij Silo stond. In later boeken gaat het om de tempel. Het was de woning van de Heer op aarde. Allerlei beelden in de tabernakel of de tempel herinnerden aan beelden in de hemel.

Hier de teksten over het huis van de HEER in de Torah. En de eerste twee teksten over het huis van de HEER in de Psalmen.

Exodus 23:19. De eerstelingen van de eerste vruchten van uw land moet u in het ​huis​ van de HEERE, uw God, brengen. U mag een bokje niet koken in de melk van zijn moeder. [HSV. Exodus 34:26 zelfde tekst]

Deuteronomium 23:18. U mag geen ​hoerenloon​ of hondengeld in het ​huis​ van de HEERE, uw God, brengen ter inlossing van welke gelofte dan ook, want die zijn beide een gruwel voor de HEERE, uw God. [HSV]

Psalm 23:6. Geluk en ​genade​ volgen mij alle dagen van mijn leven, ik keer terug in het ​huis​ van de HEER tot in lengte van dagen.

Psalm 27:4. Ik vraag aan de HEER één ding, het enige wat ik verlang: wonen in het ​huis​ van de HEER alle dagen van mijn leven, om de ​liefde​ van de HEER te aanschouwen, hem te ontmoeten in zijn tempel.

3.2 Bayit Elohim Huis van God.

Deze uitdrukking komt minder vaak voor. En verwijst ook, behalve de eerste tekst naar de tabernakel of de tempel.

Genesis 28:16-17. Toen werd Jakob wakker. ‘Dit is zeker,’ zei hij, ‘op deze plaats is de HEER aanwezig. Dat besefte ik niet.’ Eerbied vervulde hem. ‘Wat een ontzagwekkende plaats is dit,’ zei hij, ‘dit is niets anders dan het huis van God, dit moet de poort van de hemel zijn!’

Jozua 9:23. Nu dan, vervloekt bent u! U zult voor altijd slaven zijn, houthakkers en waterputters voor het huis van mijn God. [HSV. Het huis van God was hier de tabernakel]

Plaatsen waar de Heer is. Jahweh bammaqown

Genesis 28:16-17. Toen werd Jakob wakker. ‘Dit is zeker,’ zei hij, ‘op deze plaats is de HEER aanwezig. Dat besefte ik niet.’ Eerbied vervulde hem. ‘Wat een ontzagwekkende plaats is dit,’ zei hij, ‘dit is niets anders dan het huis van God, dit moet de poort van de hemel zijn!’

Ik heb maar één tekst gevonden waar het gaat om een plaats waar de HEER aanwezig is. Deze komt er nog een beetje in de buurt.
Exodus 33:21. Toen sprak de HEER: ‘Er is een plaats op de rots waar je dicht bij mij kunt komen staan.

6. Qodesh Adama Heilige Grond

Exodus 3:5. ‘Kom niet dichterbij,’ waarschuwde de HEER, ‘en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig.

Zacharia 2:12. Op heilige grond zal de HEER het volk van Juda voorgoed in bezit nemen en opnieuw zal hij Jeruzalem uitverkiezen. (NBV heeft dit als  vers 16)

7. Qodesh Maown Heilige Woning

Deze uitdrukking komt in vijf keer teksten voor. Hieronder staan alle vijf teksten.

Deuteronomium 26:15. HEER, zie vanuit uw ​heilige​ woning​ in de hemel neer en schenk uw volk Israël en het land dat u ons hebt gegeven uw ​zegen, zoals u onze voorouders hebt gezworen; ​zegen​ dit land van melk en honing.’ [NBV]

2 Kronieken 30:27. Toen stonden de Levitische priesters op, en zegenden het volk; en hun stem werd gehoord; want hun gebed kwam tot Zijn heilige woning in de hemel. [HSV]

Psalm 68:6. Vader van de wezen en Rechter van de ​weduwen: dát is God in Zijn ​heilige​ woning. [HSV]

Jeremia 25:30. En jij – profeteer dit alles, zeg tegen hen: De HEER brult uit de hoge hemel, hij gromt vanuit zijn ​heilige​ woning, hij buldert over zijn kudde. Als een druiventreder schreeuwt hij tegen de bewoners van de aarde. [NBV]

Zacharia 2:13. Wees stil voor het aangezicht van de HEERE, alle vlees, want Hij is ontwaakt uit Zijn ​heilige​ woning. [HSV] Wees stil voor de HEER, al wat leeft, want hij komt uit zijn ​heilige​ woning​ naar buiten. [NBV]

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Er is sprake van een huis van de HEER of God in de hemel. Een afgezonderde plek in de hemel?

4. Hemel in het Nieuwe Testament.

Nr. Grieks woord Soort woord Strong nr. Opmerkingen
1. οὐρανός ouranos Zelfstandig naamwoord mannelijk G3772 SB3255 Hemelen Komt 284 keer voor in 264 verzen. KJV: heaven (268x), air (10x), sky (5x), heavenly (with G1537) (1x).
2. οὐρανόθεν ouranothen Bijwoord G3771 Van de hemel afkomstig. Komt 2 keer voor. KJV: from heaven (2x).
3. οὐράνιος ouranios Bijvoeglijk
naamwoord
G3770 Hemels Komt zes keer voor.
KJV: heavenly (6x).
4. ἐπουράνιος epouranios   Bijvoeglijk naamwoord G2032
SB1851
Komt 21 keer in 18 verzen voor. KJV: heavenly (16x), celestial (2x), in heaven (1x), high (1x).
5. παράδεισος paradeisos Zelfstandig naamwoord mannelijk G3857 Paradijs
Komt drie keer voor. KJV: paradise (3x).

4.1 Ouranos de hemel of de hemelen

Voor het Griekse deel van de Bijbel hebben de evangelisten en apostelen het woord ‘ouranos’ gekozen. Dat woord gebruikten de Grieken om de hemel mee aan te duiden. Volgens Hesiodos, een bekende Griekse dichter, hangt deze hemelkoepel zo hoog boven de aarde (Gaia) als de Tartaros (het diepste deel van de onderwereld) onder haar ligt. Een bronzen aambeeld zou tien dagen nodig hebben om vanaf Ouranos naar het aardoppervlak te vallen. Ouranos was ook een persoon uit de Griekste mythologie, maar werd zelden als een persoon afgebeeld (bron: Wikipedia).  

Ongeveer een derde keer dat het zelfstandig naamwoord ‘ouranos’, voorkomt staat in het meervoud: hemelen. Het Hebreeuwse woord ‘sjamaim’ staat altijd in het meervoud.

Ook in het Nieuwe Testament spreekt men over de hemel als een natuurlijk gegeven, ook hier de vogels en de sterren van de hemel.

Er is ook een koninkrijk van de hemelen. Zo noemt de evangelist Matteüs dat. De andere evangeliën spreken over het koninkrijk van God.

Opzien naar de hemel
Er staat vier keer in de Bijbel over Jezus dat Hij ‘zag op naar de hemel’. Dat was zijn manier van bidden. Drie keer gaat het om een gebed voor de vijf broden en de twee vissen en één keer is het een gebed bij de genezing van een dove man.
Matteüs 14:19. En Hij beval de scharen, dat zij in het gras zouden gaan zitten, nam de vijf broden en de twee vissen, en Hij zag op naar de hemel, sprak de zegen uit, brak de broden en gaf ze aan zijn discipelen en de discipelen gaven ze aan de scharen. [NBG]

Marcus 7:34. … en Hij zag op naar de hemel en zuchtte en zeide tot hem: Effata, dat is: wordt geopend! [NBG]

Naar de hemel gaan?
Ik heb gezocht of onze uitdrukking ‘naar de hemel gaan’ ook in de Bijbel voorkomt.

Lucas 2:15. Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’

Johannes 3:13. Er is toch nooit iemand opgestegen naar de hemel behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon?

Handelingen 1:9-11. Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhooggeheven en ​opgenomen​ in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: ‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.

Handelingen 2:34. David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen, maar toch zegt hij: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand.

Handelingen 11:10. Dat gebeurde tot driemaal toe; daarna werd alles weer omhooggetrokken naar de hemel. [Het gaat hier om een visioen die de apostel Petrus kreeg. Het gaat om een voorwerp dat op een groot ​linnen​ kleed leek, het werd aan vier punten uit de hemel neergelaten tot vlak bij Petrus. Hij keek er aandachtig naar en zag de lopende en kruipende dieren van de aarde, en ook de wilde dieren en de vogels van de hemel]

Romeinen 10:6. En over de rechtvaardigheid die op grond van geloof geschonken wordt staat geschreven: ‘Zeg niet bij uzelf: Wie zal opstijgen naar de hemel?’ – en dat betekent: wie zal Christus naar beneden brengen? [dit was een gedachtegang in de tijd van Paulus <<verder uitzoeken>>]

Openbaring 11:12. Er klonk een luide stem uit de hemel, die tegen hen zei: ‘Kom hierboven.’ Toen stegen ze in de wolk op naar de hemel, voor het oog van hun vijanden. [het gaat hier om twee getuigen, die profeteerden en grote dingen deden, maar werden gedood door het beest. Maar ze gingen weer leven en stegen op naar de hemel]

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Engelen, die wij hier zien gaan weer terug naar de hemel. Zoals toen de herders de boodschap van hen kregen dat Jezus is geboren.

Er zijn ook voorwerpen of misschien moet je zeggen, beelden, die uit de hemel komen en er weer naar terug gaan.

Jezus ging naar de hemel, bij de hemelvaart.

Ook de twee getuigen uit het boek Openbaringen stijgen op naar de hemel.

Jezus steeg op naar de hemel
Daar ging Jezus ook naar toe bij de hemelvaart en zit nu in de hemel aan de rechterhand van de Vader.

Jezus is ver boven de hemel verheven. Daar gaan de volgende twee teksten over.
Hebreeën 7:26. Een ​hogepriester​ als hij hadden we ook nodig, iemand die ​heilig, schuldeloos en zuiver is, van de zondaars afgescheiden en ver boven de hemel verheven.
Efeziërs 4:10. Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen. [NBG. De NBV vertaalt hier met hemelsferen, terwijl er ouranos en dat is ‘hemel’ staat]

Het bijwoord ouranothen komt 2 keer voor in de Bijbel en betekent ‘van’ of ‘uit de hemel afkomstig’. God heeft de mensen vanuit de hemel regen en vruchtbare tijden gegeven, Handelingen 14:17 en over Paulus scheen een licht van de hemel, Handelingen 26:13.

Het bijvoeglijk naamwoord ‘ouranios’, hemels, komt in de KJV vertaling zes keer voor, daarvan gaat het in vier teksten over de hemelse Vader, eenmaal een hemelse legermacht, in Lukas 2:13, en eenmaal over een hemels gezicht, Handelingen 26:19.

In de handschriften, die de NBG hanteert komen er nog drie extra voor namelijk Mat 5:48, 18:35 en 23:9. Het gaat hier over een hemelse legermacht. In Lukas 3:16, en een hemels gezicht, ,

Relatie van de hemel met ons leven.
Ons leven op aarde heeft met de hemel te maken. De hemel inspireert ons, wij doen wat de Heer in de hemel ons vraagt.

Filippenzen 3:20-21. Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van daar verwachten wij onze redder, de Heer Jezus Christus. Met de kracht waarmee hij in staat is alles aan zich te onderwerpen, zal hij ons armzalig lichaam gelijkmaken aan zijn verheerlijkt lichaam. 

Relatie met de hemel aan het eind van ons leven.
Wat wij doen heeft ook met de hemel te maken. Jullie loon is groot in de hemelen, Matteüs 5:12. Als we opstaan uit de doden zijn we als engelen in de hemelen, Marcus 12:25.

2 Korintiërs 5: 1Wij weten dat wanneer onze aardse tent, het lichaam waarin wij wonen, wordt afgebroken, we van God een woning krijgen: een eeuwige, niet door mensenhanden gemaakte woning in de hemel. 2 Wij zuchten in onze aardse tent en zouden willen dat onze hemelse woning er nu al over wordt aangetrokken. 3 We zijn er echter zeker van dat we ook ontkleed niet naakt zullen zijn[1]. 4 Zolang we in onze aardse tent verblijven zuchten we onder een zware last, omdat we niet willen dat deze kleding wordt uitgetrokken; we willen dat er nieuwe over wordt aangetrokken, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden. 5 Hiervoor heeft God zelf ons gereedgemaakt, door ons de Geest als onderpand te geven. 6 Dus wij blijven altijd vol goede moed, ook al weten we dat zolang dit lichaam onze woning is, we ver van de Heer wonen. 7 We leven in vertrouwen op God; wat komen gaat is nog niet zichtbaar. 8 We blijven vol goede moed, ook al zouden we ons lichaam liever verlaten om onze intrek bij de Heer te nemen. 9 Daarom ook stellen wij er een eer in te doen wat God wil, zowel in dit bestaan als in ons bestaan bij hem. 10 Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zodat ieder van ons krijgt wat hij verdient voor wat hij in zijn leven heeft gedaan, of het nu goed is of slecht. [vers 3: dat we ook ontkleed niet naakt zullen zijn – Andere handschriften lezen: ‘dat we eenmaal bekleed niet naakt zullen zijn’. Noot bij de NBV vertaling. Lijkt me betere tekst]

4.2 Epouranios: hemelsferen (NBV) of hemelse gewesten (NBG)

Het begrip ‘hemelse gewesten’ is een begrip dat door de NBG vertaling is geïntroduceerd. De SV houdt het alleen op het woord ‘hemel’ bij de vertaling en de NBV vertaalt vier van de vijf keer met het woord hemelsferen. Een sfeer, wat zou dat zijn trouwens? De HSV volgt de NBG en gebruikt ook hemelse gewesten.

In alle gevallen is het de vertaling van het Griekse ‘epouranios’. Het woord epouranios is een bijvoeglijk naamwoord en betekent hemels. Het voorvoegsel ‘ep’ betekent o.a. ‘bij’. De plaatsbepalende betekenis is primair.

Het woord komt 21 keer voor in 18 verzen in negen varianten. Één variant ‘epouraniois’, is een onzijdig meervoud, dat je volgens de Studiebijbel het best kunt vertalen met hemelse plaatsen d.w.z. hemelse gebieden of sferen. Deze variant komen we alleen tegen in de brief aan de Efeziërs tegen en dan nota bene wel vijf keer.

Hier die vijf verzen in de NBG vertaling:
Efeziërs 1:3. Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus. 
Efeziërs 1:20. … die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten, 
Efeziërs 2:6. … en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, 
Efeziërs 3:10. …  opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden, 
Efeziërs 6:12. Want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. 

Overigens geeft Efeziërs 4:9 ook aan dat er lagere aardse gewesten zijn. ‘Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten?’ Dit komt terug in de studie van het dodenrijk.

In deze teksten hierboven is te lezen dat er ook nare machten zijn in de hemelse gewesten. Dat wordt ook nog een keer onderstreept in onderstaande tekst.
1 Korintiërs 8:3-6. Maar wanneer iemand God liefheeft, is hij door God gekend. Wat nu het eten van offervlees betreft: wij weten dat er in de hele wereld niet één afgod (eidolon) echt bestaat en dat er maar één God is. Ook al zijn er zogenaamde goden (theos) in de hemel of op aarde – en zo zijn er immers heel wat goden (theos) en heren (kurios) –, wij weten: er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven   

4.3 Paradijs

Het woord paradijs komt drie keer voor in de Bijbel. Alleen in het NT. Paradijs is volgens Wikipedia een van oorsprong Perzisch woord voor de prachtige parken van hun koningen en vorsten. Het woord komt niet in het OT voor, daar heet wat wij het paradijs noemen ‘de hof van Eden’.

Het zou ook kunnen dat Jezus dit leenwoord gebruikt omdat Jezus niet de hof van Eden bedoeld. Maar een andere plaats.

Jezus praat er over tegen de moordenaar aan het kruis. De apostel Paulus verwijst ook naar dit paradijs en de apostel Johannes neemt het op in zijn boek Openbaringen. Het paradijs is van God wordt daar gezegd.

Dit zijn de teksten waar het woord paradijs in voorkomt:
Lucas 23:43. Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.’ 
2 Korintiërs 12:4. … werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die door geen mens mogen worden uitgesproken.
Openbaring 2:7. Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal ik laten eten van de levensboom die in Gods paradijs staat.” 

4.4 Schoot van Abraham

Het begrip schoot van Abraham komt twee keer voor in het verhaal van  Lukas 16 in het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus. Verder komt het in de Bijbel niet voor.

Lucas 16:19-23. En er was een rijk man, die gekleed ging in purper en fijn linnen en elke dag schitterend feest hield. En er was een bedelaar, Lazarus genaamd, vol zweren, nedergelegd bij zijn voorportaal, die verlangde zijn honger te stillen met wat van de tafel van de rijke afviel; zelfs kwamen de honden zijn zweren likken. Het geschiedde, dat de arme stierf en door de engelen gedragen werd in Abrahams schoot. Ook de rijke stierf en hij werd begraven. En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot [NBG].

De schoot van Abraham duidt op de nabije en vertrouwelijke plek die Lazarus kreeg bij de man, die in die tijd als hoogste en meest geëerde werd gezien namelijk Abraham.

Het was de gewoonte van Oosterlingen, om bij den maaltijd aan te liggen op rustbanken, waarbij het hoofd van de een rustte tegen den boezem, de schoot, van de andere. Zo lag de discipel, dien Jezus liefhad, in zijn schoot bij de maaltijd van de Heer, zie Johannes 13:23.

Ook nu nog willen onze kinderen bij ons op schoot zitten.

4.5 Huis van mijn vader

Bij het huis van de vader denken we aan de hemel. Het zou ook betrekking kunnen hebben op ons aardse leven. Sterker het lijkt meer te gaan over ons aardse leven en misschien gaat het ook wel over het leven na dit leven.

Johannes 14:2. In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal maken? [NBV]
In het huis mijns Vaders zijn vele woningen – anders zou Ik het u gezegd hebben – want Ik ga heen om u plaats te bereiden. [NBG]  

Het huis van de Vader in de zin van het huis van God komt verder nog maar eenmaal in het Nieuwe Testament voor. Het gaat dan over de tempel, die zoals we zagen in het Oude Testament honderden keren huis van de HEER of huis van God wordt genoemd.

Johannes 2:15-16. Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de ​tempel​ uit, met hun schapen en runderen. Hij smeet het ​geld​ van de wisselaars op de grond, gooide hun tafels omver en riep tegen de duivenverkopers: ‘Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!’

Twee keer komt het nog voor als het huis waar de familie woont. In dat zelfde verhaal van Lukas 16 namelijk in vers 27 en in Handelingen 7:20 waar wordt gezegd dat Mozes na zijn redding uit het biezen kistje in het huis van zijn vader verder mocht opgroeien.

In Johannes 14 hierboven komen ook de woorden’kamers’ of ‘woningen’ voor. Dat is de vertaling van μονή (monē) Strong nummer G3438.

Dit Griekse woord komt alleen in dit vers voor.
Johannes 14:23. Jezus​ antwoordde en zeide tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren; en Mijn Vader zal hem ​liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken. [NBG]

Wij gaan niet alleen in het huis van de Vader wonen, maar de Vader en de Zoon komen ook bij ons wonen.

4.6 Derde hemel

Dit begrip komt eenmaal voor in de Bijbel.
2 Korintiërs 12:2-4. Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd … ik weet dat deze man … werd weggevoerd tot in het paradijs.

Een uitleg is dat drie verschillende lagen hemelen zijn te onderkennen. De eerste hemel is dan de hemel die wij zien als we omhoog kijken. De tweede waar engelen en demonen zijn. De derde hemel is de plaats waar God is. Overigens komt het begrip ‘eerste hemel’ en ‘tweede hemel’ niet in de Bijbel voor. Wat wel voorkomt is het begrip hemelse gewesten, zie punt 4, die je als de tweede hemel kunt zien.

Op de site van “de broeders in Christus” komt het idee voor dat je de volgorde eerste, tweede en derde in de tijd moet plaatsen. De eerste hemel was dan bij de schepping, na de zondvloed de tweede en als er in de toekomst een nieuw hemel en een nieuwe aarde komt, dan is dat de derde hemel.

We hebben ook het spreekwoord “in de zevende hemel zijn”. Dat komt uit de Joodse Talmoed. In de Talmoed wordt verteld dat God oorspronkelijk op aarde woonde, maar na de eerste zonde van de mens naar de eerste hemel vertrok. Bij iedere volgende zonde ging hij naar een hemel die verder weg lag, tot de zevende hemel. [bron: site Onze Taal]

<<in het boek Geboren om vrij te zijn staan nog een paar getuigenissen van de derde hemel>>

Tot zover de omhoog richting, naar de eerste, tweede en derde hemel. De omlaag richting is er ook, zie de studie over het dodenrijk.

5. Andere bronnen.

Er zijn allerlei boeken over geestelijke plaatsen. Er zijn ook schilders, die onder inspiratie de hemel hebben geschilderd. En daar dikwijls dan ook allerlei research voor hebben gedaan.

6. Tenslotte

Wat kun je concluderen dat de hemelse plaatsen ook al onder ons zijn. Je kunt er nu al van genieten.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.