Studie Doop in Water

Over de doop in Water verschillen de meningen in de kerk. Deze studie wil helpen om te weten wat er in de Bijbel staat over de doop in water.

Is de doop in water pas in het Nieuwe Testament ontstaan? Dat zou opmerkelijk zijn. Voor al die andere dingen van het Nieuwe Testament, de Heilige Geest, de vruchten en gaven van de Geest, de gemeente, het huwelijk, het avondmaal, de rustdag, de feesten, noem maar op, is de basis al gelegd in het Oude Testament. Daarom vult deze studie vooral aan met wat er in het Oude Testament over de doop in water te lezen is, dat is dikwijls niet bekend.

Omdat voor veel christenen de doop met Johannes de Doper begint, starten we in deze studie daar mee. Daarna gaan we naar het Oude Testament en vervolgens weer naar het Nieuwe Testament en eindigen tenslotte met onze hedendaagse kerk.

Deze studie is nog niet af, vooral het deel over het Nieuwe Testament staat er nog incompleet bij.

1. De doop van Johannes de Doper

Johannes de Doper lijkt de doop te introduceren. Jezus noemt hem een profeet. Wel één van het oude verbond.
Lukas 6:26. Wat zijn jullie dan wel gaan zien? Een profeet? Jazeker, zeg ik jullie, en zelfs meer dan een profeet.
Lukas 6:28. Ik zeg jullie: van allen die geboren zijn uit een vrouw is niemand groter dan Johannes, maar in het koninkrijk van God is de kleinste nog groter dan hij.’ [om maar het verschil aan te geven tussen het Oude en Nieuwe Verbond]

Alle vier evangeliën spreken over de doop van Johannes de Doper: Matteüs 3:1:17 (het hele hoofdstuk), Lukas 3:1-22, Marcus 1:2-15 en Johannes 3:22-36. Zoals dikwijls met het evangelie naar Johannes, brengt hij ook hier een aanvullend verhaal, zie hierna.

Er zijn enkele terugkerende punten te noemen:
1) De eerste drie evangeliën verwijzen naar een profetie van Jesaja, die te lezen is in Jesaja 40:3. Hier wordt de bode genoemd. De OJB denkt dat hier het Hebreeuwse woord malachi is bedoeld, dat is ook het woord voor engel.
2) “Maak recht de weg” is de boodschap van Johannes. De OJB neemt hier “derech” voor de weg. Wij christenen zijn mensen van de weg. Na de opstanding van Jezus werden de christenen, de mensen van de weg genoemd.
3) Johannes doopt in het water van de Jordaan, dat is het doopwater. Dat noemden de joden uit die tijd een “mikweh mayim” een verzameling water.
4) Vooraf aan de doop gaat de bekering en het berouw, de teshuva in het Hebreeuws.
5) De onderdompeling, in het Engels ‘dipped himself, immersed himself, staat voor het hebreeuwse woord tevilah.
6) Genade op je zonden. In het Hebreeuws “selichat avon”. Sorry/excuus voor je zonden. Vergeving van je zonden.
7) Dan komt Jezus. Johannes: “Ik doop met water maar hij zal jullie dopen met de Heilige Geest”. Hij doopt ook Jezus. Er is een stem uit de hemel.

Vervolgens gaat Jezus naar de woestijn. Johannes de Doper wordt na verloop van tijd gevangen genomen. En Jezus gaat naar Galilea om het goede nieuws te verkondigen.

Jezus liet zichzelf ook dopen (bijv. Mat 3: .. 17 en Lukas 3:21-22).

Relatie met de doop in de Geest
Hier wordt ook gelijk het vervolg op de waterdoop aangegeven, namelijk de doop in de Geest, die het werk van Jezus is ‘Ik heb u gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de heilige Geest’, vers 8. Het woord ‘met’ dat hier tot twee keer toe in de vertaling staat wijst op de huidige dooppraktijk in de kerken waar je met water wordt besprenkeld en blijkbaar ook met de huidige Geest. Je wordt echter in de Jordaan gedoopt, zoals in vers 5 terecht is vertaald, en dus ook in water gedoopt en in de Geest wordt gedoopt. Het Griekse woord ‘en’ wat in de bijbel staat betekent ook gewoon in het Nederlands ‘in’. Het zal wel onder druk van de huidige dooppraktijk van de kerken zijn veranderd in het woord ‘met’.

Van de Nederlandse vertalingen heb ik als enige de vertaling van Het Boek gevonden die vertaalt met het correcte woord in. Zo ziet het er dan uit: ‘Ik heb u gedoopt in water, maar Hij zal u dopen in de Heilige Geest’.

De doop maakt de innerlijke verandering zichtbaar (Lukas 3:1-18)
Je kunt door de doop niet onder het oordeel uitkomen (vers 7), je kunt alleen onder het oordeel uitkomen door anders te gaan leven. ‘Je moet ernst maken met God’, vers 8.  Hoe moet je dan gaan leven? Wees vrijgevig, vers 11. Wees eerlijk, vers 13. Gebruik geen geweld en wees tevreden, vers 14

Ook in dit verslag verwijst Johannes naar Jezus, die zal dopen in de Geest en vuur vers 16 en 17.

De drie evangelisten beschrijven het dopen van Johannes in de woestijn van Judea, bij de Jordaan niet ver van de Dode Zee. Men denkt dat de huidige plaats Qas al Yahud heet. Dat is nu ook een doopplek voor christenen. Is te vinden op Google maps. Ongeveer de zelfde hoogte als Jericho maar dan bij de rivier de Jordaan.

De evangelist Johannes beschrijft de situatie bij Enon bij Salim. Ondanks de uitgebreide beschrijving van Johannes, is deze plaats in het huidige Israël lastig te vinden. Er wordt gedacht aan een plek aan het noordelijk deel van de Jordaan.

Wij zijn wel geweest in Yardenit, dat is enkele honderden meters als de Jordaan weer verder gaat stromen nadat het Meer van Galilea is gepasseerd. En ook in Qasr al Yahud bij Jericho en ongeveer 15 kilometer ten noorden van de plek als de Jordaan in de Dode Zee stroomt.

Joodse gebruiken in zijn tijd
Wat wij nu noemen, ritueel baden of wassen, was heel gebruikelijk in de dagen van Johannes de Doper. Rijke mensen hadden een eigen bad en er waren ook openbare badgelegenheden. Bij Qumran kun je nu nog de baden zien uit die tijd. Zij zijn er ook in en bij Jeruzalem. Men deed dat regelmatig. Zeker bij de drie grote feesten. Het was een handeling voor reiniging en heiliging.

Wat Johannes aan dit gebruik toevoegde was de persoonlijke bekering. Dus niet alleen meer als je een begraafplaats had bezocht of in het huis van een Romein was geweest. Maar als je zelf afstand nam van een kwade praktijk. Breng vruchten voort, die een nieuwe leven waard zijn (Lukas 3:8).

Dat van die vruchten vind pas echt plaats als je innerlijk verandert. Dan kan alleen door de onderdompeling in de Heilige Geest en met vuur (loutering). Heerlijk en pijnlijk, die twee.

In Johannes wordt verteld dat Johannes ook doopt bij Enon dichtbij Salim. Dat het bij Salim merkte Johannes op omdat Enon niet meer betekent dan bron. Er zijn veel meer bronnen in Israel.  Is Salim het tegenwoordige Beth Sean. Zie kaartje hiernaast.

2. Dopen in het Oude Testament.

De doop als zelfstandig naamwoord kom je niet tegen in het Oude Testament. Wel het werkwoord dopen.

  Woord Soort woord Strong Opmerkingen:
1. טָבַל tabal Werkwoord H2881Dopen.
Komt 16 keer voor in 16 verzen
KJV: dip (15x), plunge (1x).
2.טְבַלְיָהוּ TĕbalyahuwEigennaam H2882 Naam van een poortwachter. Komt eenmaal voor.

Het werkwoord komt 16 keer voor waarvan tien keer in de Torah. Twee keer gaat het om dopen in water. Een vijftal keren over dopen in bloed van een offerdier. Eén keer over dopen in olie. En een achttal keren heeft het geen relatie met een geestelijke handeling.

In 1 Kronieken 26:11 komt van de lijst met poortwachters iemand voor met de naam Tevalyahu. Zijn naam betekent Jahweh heeft gedoopt.

Voor het eerst wordt het woord dopen gebruikt als de broers van Jozef zijn kleed dopen in het bloed van een geit om later vader Jacob te informeren over zijn verdwijning, zie Genesis 37:31.

Bij de instelling van de Paasmaaltijd wordt verteld dat een bundel hysop, majoraantakken volgens de NBV, wordt gedoopt in bloed van het paaslam waarna met die bundel de deurposten worden besmeerd met bloed. Met het doel dat de verderfengel zal voorbijgaan, dat de engel gaat passeren zonder te doden, zie Exodus 12:22.

In Leviticus 4 doopt de priester bij een offer voor iemand die onbewust heeft gezondigd, zijn vinger in het bloed en sprenkelt het zeven keer voor het gordijn van het heilige, zie Leviticus 4: 6 en 17.

Leviticus 14 beschrijft een reeks handelingen om iemand die aan melaatsheid leed, weer rein te  verklaren. Een handeling is dat de priester een vogel in het bloed doopt van een andere vogel die bij het bronwater (!) is geslacht. En daarna, vers 16 doopt hij zijn vinger in de olie (!) en sprenkelt met zijn vinger zevenmaal wat olie in de richting van de ontmoetingstent. Dit allemaal als onderdeel.

In Deuteronomium 33:24 spreekt over Aser die zijn voeten in olie zal dopen. De NBV vertaalt dat met: ” Hij zal waden door de olijfolie”.

Vijf keer heeft het woord dopen geen relatie met de doop voor reiniging. In Ruth 2:14 en 1 Samuel 14:27 gaat over het eten van iets waarbij iets wordt gedoopt in azijn of honing. In 2 Koningen 8:15 gaat het om een doek, die in water wordt gedoopt om die doek te gebruiken voor de moord op koning Benhadad. Job 9:31 gaat het over Job. Hij zegt ” Al zou u mij onderdompelen in een put”  dan zou u me niet meer straffen.

In Numeri 19:18, zoals gezegd, wordt voor het eerst gedoopt in water, het gaat om een takje hysop dat in water wordt gedoopt. En hoe gaat het met iemand die zich niet wil laten reinigen? Die moet uit de gemeenschap worden gestoten. Numeri 19: 20 Maar wie onrein is en zich niet laat reinigen, moet uit de gemeenschap gestoten worden, omdat hij het heiligdom van de HEER verontreinigd heeft. Omdat hij zich niet met reinigingswater heeft laten besprenkelen, blijft hij onrein.

Het dopen wordt slechts tweemaal gebruikt voor dopen in water. Dat is in Numeri 19:18, waar het gaat om een takje hysop dat in water wordt gedoopt. Dat takje moest worden gebruikt om daarna mensen met dit reinigingswater te laten besprenkelen. Als iemand dit niet wilde ondergaan, iemand die onrein was geworden door contact met een dood mens, dan moest hij uit de gemeenschap worden gestoten worden, omdat hij het heiligdom van de HEER verontreinigd heeft.

In Jozua staat dat toen de priesters hun voeten onderdompelden in de Jordaan het water tot stilstand kwam (Jozua 3:15). Een wonder dat geen betrekking lijkt te hebben op de doop door reiniging.

De tweede keer dat dopen in water voorkomt door een persoon is in de Bijbel is in 2 Koningen 5:14 waar Naäman de Syriër zichzelf zeven keer onderdompelt in het water van de Jordaan. Let op dat hij het zelf deed en dat hij het zeven keer deed en dat hij werd genezen. Sloot Elisa met zijn opdracht aan bij een bestaande praktijk of was het een nieuwe weg die Elisa door de Geest geleid insloeg? <nog toetsen>

Hier de tekst over Naäman waar het over de doop gaat.
2 Koningen 5:9-12. Naäman reed met zijn strijdwagen naar het huis van Elisa. Elisa stuurde iemand naar buiten om hem te zeggen: ‘Baad u zevenmaal in de Jordaan, dan zal uw huid weer gezond worden en zult u weer rein zijn.’ Kwaad ging Naäman weg. ‘Ik had gedacht dat hij zelf naar buiten zou komen,’ zei hij. ‘En dat hij de naam van de HEER, zijn God, zou aanroepen en met zijn hand over de aangetaste plek zou strijken, en zo de huidvraat zou wegnemen. Zijn de rivieren van Damascus, de Abana en de Parpar, soms niet beter dan alle wateren in Israël? Had ik me daarin niet kunnen baden om rein te worden?’ Verontwaardigd draaide hij zich om en ging weg. Maar zijn bedienden kwamen hem achterna en zeiden: ‘Maar overste, als de profeet u een ingewikkelde opdracht had gegeven, had u die toch ook uitgevoerd? Dus nu hij tegen u zegt: “Baad u, en u zult weer rein worden,” moet u dat zeker doen.’ Hierop daalde Naäman af naar de Jordaan en dompelde zich daar zevenmaal onder, zoals de godsman had gezegd. Zijn huid werd weer gezond, zo gaaf als de huid van een kind, en hij was weer rein.

De opdracht aan Naäman was wassen of baden zoals de NBV het vertaalt. En uiteindelijk ging Naäman zich onderdompelen in de Jordaan. De SV vertaalt met ‘dopen in’. Naäman, ik denk zonder het te weten, begint met iets nieuws. Niet alleen staande in de Jordaan je wassen, maar onderdompelen in het water van de Jordaan. Een grondige manier van wassen. En dat zeven keer.

Naäman was melaats. Die aandoening was wel zo’n beetje synoniem met vuil of onrein zijn. Wat doe je als je lichamelijk vies bent. Dan ga je jezelf wassen of baden. De profeet sluit hier met zijn door de Geest van God geïnspireerde opdracht aan bij het alledaags menselijke. Als je een opdracht van God uitvoert krijgt het een geestelijke dimensie. Aangezien het geestelijke leidend is, en uit het geestelijke het zichtbare ontstaat is dan ook logisch dat als je met het geestelijke in het reine komt dat het lichaam genezen wordt. 

Het opdracht tot wassen of baden ging vooraf aan wat Naäman koos als praktische uitvoering. Het wassen heeft dus te maken met dopen. Dat blijkt wel uit dit stukje. Daarom gaat het volgende hoofdstuk over wassen.

In het Oude Testament komen we naast dopen in bloed en in water ook nog dopen in olie tegen. Het dopen in bloed heeft te maken met verzoening, de kruisdood van Jezus. En dopen met olie heeft te maken met de vervulling van de Heilige Geest.

Nog wel heel apart. Een man, die ‘Jahweh heeft gedoopt’ heet. Wat een profetische naam.

2.1 Wassen

Zoals we hiervoor zagen ging het wassen om te reinigen voor genezing vooraf aan de doop van Naäman.

Wassen of baden is niet altijd helemaal kopje onder in water, maar heeft ook met reiniging te maken.

De NBG vertaalt in het Nieuwe Testament het Griekse woord voor dopen soms ook met wassen. Dat doet toch vermoeden dat het wassen in het Oude Testament een vorm van dopen is. Als dit zo is en waarom niet, dan is het dopen van Johannes de Doper niet iets nieuws maar is het gewoon het wassen dat al in de Wet van Mozes werd geïntroduceerd.

Nr. Woord Soort woordStrongOpmerkingen:
1. רָחַץ rachats Werkwoord H7364 Wassen, baden, wegwassen
Het woord komt 72 keer voor in 71 verzen, waarvan 47 keer in de Tora.
KJV: wash (53x), bathe (18x), wash away (1x).
2.רַחַץ rachats Zelfstandig naamwoord
mannelijk
H7366Waspot.
Het komt twee keer voor. Psalmen 60:8 en 108:9. Moab is mijn waspot. Wat is de bedoeling van die uitspraak?
KJV: washpot (2x).
3. רַחְצָה rachtsah Zelfstandig naamwoord
vrouwelijk
H7367 Wassing.
Tweemaal in Hooglied 4:2 en 6:6
KJV: washing (2x).
4. כָּבַס kabac WerkwoordH3526Wassen.
Komt 51 keer voor in 48 verzen. KJV: wash (47x), fuller (4x). Een fuller is iemand die taak heeft om de wol zodanig te wassen dat die vervilt.

De eerste keer dat er over wassen wordt gesproken gaat het over de ‘mannen’ die Abraham bezoeken. Abraham biedt ze aan om hun voeten te wassen, zie Genesis 18:4. Daarna biedt ook Lot deze mannen aan om hun voeten te wassen, zie Genesis 19:2. In Genesis gaat het vier keer in verschillende situaties over voeten wassen. Moesten hun voeten worden gedoopt in een bak met water of worden hun voeten gewassen met een natte doek?

Jozef waste zijn gezicht omdat hij emotioneel was geweest. Genesis 43:31.

De dochter van de Farao die Mozes zou adopteren waste zich in de rivier, zie Exodus 2:5. Waarom deed ze dit, er waren prima badhuizen in Egypte. Was het een doop om zich te reiniging, zodat ze waardig was om de grote profeet Mozes te adopteren? Exodus 2:5. Even later kwam de dochter van de farao naar de Nijl om te baden, terwijl haar dienaressen langs de rivier heen en weer liepen. Zij ontdekte de mand tussen het riet en liet die door een van haar slavinnen halen.

In Exodus 19 lees je dat men de kleren moet wassen voor de heiliging, vers 10 en 14. Kleren wassen doe je door onderdompeling. Dat kan toch niet anders?

En vervolgens moet Aäron en zijn zonen zich wassen om heilig voor God te zijn, Exodus 29:4. Dit was één van de onderdelen van de priester wijding.  Hoe dat wassen ging staat hier ook niet bij. Of dat door onderdompeling was weten we niet.

In Exodus 30 gaat het over het bronzen wasbekken waar Aäron en zijn zonen hun handen en voeten in moesten wassen voordat ze de tent binnenkwamen. Dit wassen lijkt een dagelijks ritueel, terwijl de priesterwijding slechts eenmaal werd gedaan.

Opvallend is dat de schrijver van het boek Koningen bij Naäman ook het woord rachats, wassen of  baden gebruikt als het gaat om zijn onderdompeling, zie 2 Koningen 5:12. Hier wordt de verbinding gelegd tussen dopen en wassen. En dat is ook logisch. Bij wassen doe je jezelf, je kleren of wat dan ook immers onder water. <wordt hier ook het woord voor dopen gebruikt?>

<<>> 

Voor de priesterwijding Exodus 29, moest Aäron en zijn zonen zich wassen met water, vers 4. In de NBV is het woord ‘wassen’ met reinigen vertaald. Ook de ingewanden van het lam moesten worden gewassen, vers 17.

In Exodus 30 en 40 wordt ook gesproken over wassen. Evenals op diverse plekken in Leviticus.

Er is nog een ander Hebreeuws woord voor wassen namelijk כָּבַס (kabac ), Strong nummer H3526 en  komt 51 keer voor in 48 verzen. Het gaat meestal over wassen van kleren. Ik neem aan dat je kleren wast door onderdompeling, zie Genesis 49:11, Exodus 19:10 en 14.

Een voorbeeld van het wassen van kleren wat ook een relatie heeft met onze eigen reinheid is deze tekst. Jeremia 2:22. 22 Ook al was je je kleren met zeep, en met een overvloed aan loog, je schandvlek blijf ik zien – spreekt God, de HEER.

Hieronder drie voorbeelden van wassen van onszelf als mensen om rein te worden.

Jeremia 4:14. Jeruzalem, zuiver je hart van het kwaad, dan alleen word je gered. De KJV vertaalt met: wash thine heart from wickedness). De NBG vertaalt het werkwoord met reinigen.

Psalm 51:4. .. was mij schoon van alle schuld, reinig mij van mijn zonden.
Psalm 51:9. Neem met majoraan mijn zonden weg en ik word rein, was mij en ik word witter dan sneeuw.

2.2 Besprenkelen met water

In het Oude Testament komen we besprenkelen met water tegen met als doel om te reinigen. Dat is een praktijk die we in Orthodoxe en Katholieke tegenkomen zowel voor reiniging als werkwijze wat men dan de doop noemt. In Protestantse kerken komen we dat tegen als werkwijze bij de doop.

In de bijbel wordt 24 keer over nazah, het Hebreeuwse woord voor besprenkelen gebruikt. Het besprenkelen gebeurt in de tora met verschillende stoffen namelijk olie (4x), olie en bloed (1x), bloed (12x) en water (4x), waaronder eenmaal reinigingswater, zie bij punt 4.

  Woord Soort woord Strong Opmerkingen:
1. נָזָה nazah WerkwoordH5137 Besprenkelen
Komt keer in 22 verzen voor.
KJV: sprinkle (24x).
2. זָרַק zaraq WerkwoordH2236 Besprenkelen
Komt 35 keer voor in 33 verzen. Drie keer gaat het over met water besprenkelen. Numeri 19:13 en 20
Ezechiël 36:25.
KJV: sprinkle (31x), scatter (2x), here and there (1x), strowed (1x).
3. אֵזוֹב ‘ezowb Zelfstandig naamwoord mannelijk H231 Hysop, NBV: Majoraan.
Komt 10 keer voor in 10 verzen.
KJV: hyssop (10x).

Het hysop plantje werd zowel gebruikt voor het besprenkelen met water als met bloed.

Leviticus 14:51 Vervolgens moet hij het cederhout, de majoraan en het karmozijn en de andere, levende vogel in het bloed van de geslachte vogel en in het bronwater dopen en dat zevenmaal in de richting van het huis sprenkelen. (bloed en water)

Numeri 8:7 Je moet hen besprenkelen met reinigingswater, en vervolgens moeten ze hun hele lichaam scheren en hun kleren wassen. Daarna zijn ze rein.

Numeri 19:18 Iemand die rein is moet dan een majoraantak nemen, die in het water dopen en daarmee de tent, alle vaten en de mensen die in de tent geweest zijn besprenkelen. Hetzelfde moet gebeuren met degene die beenderen, het lijk van iemand die gedood of gestorven is, of een graf heeft aangeraakt.

Numeri 19:19 De reine persoon moet de onreine op de derde en op de zevende dag besprenkelen. Nadat hij de onreine op de zevende dag gereinigd heeft, moet deze zijn kleren en zijn lichaam met water wassen. ’s Avonds is hij dan weer rein.

Numeri 19:21 Deze wet blijft voor altijd van kracht. Wie het reinigingswater sprenkelt, moet zijn kleren wassen; wie het reinigingswater aanraakt, blijft tot de avond onrein.

Ezechiël 36:25 Ik zal zuiver water over jullie uitgieten om jullie te reinigen van alles wat onrein is, van al jullie afgoden.

(zie ook de aparte studie besprenkelen)

2.3 Reinigingswater

Er is nog meer uit het Oude Testament over de doop te zeggen. Zo wordt in de bijbel zes keer over reinigingswater, mayim niddah, gesproken. Reinigingswater werd over je gesprenkeld. Het was iets dat de priester voor je deed. In de RK kerk wordt dit middel ook nog wel toegepast in het pastoraat.

  Woord Soort woord Strong Opmerkingen:
1. מַיִם נִדָּה
mayim niddah
Combi van
twee keer
zelfstandig
naamwoord
H4325 H5079 Reinigingswater.
Komt zes keer voor in vijf verzen.
KJV: water of separation (6x)
2.מַיִם חַטָּאָת
mayim chatta’ath
Combi van
twee keer
zelfstandig
naamwoord
H4325
H2403
Water dat de zonde afwast.
Komt eenmaal voor.
KJV: water of purification (1x)

In Numeri 19 staan de handelingen voor het maken van reinigingswater.
Numeri 19:1-10. De HEER zei tegen ​Mozes​ en ​Aäron: ‘Dit is een wet die de HEER heeft ingesteld: Zeg tegen de Israëlieten dat ze je een koe brengen, een gave rode koe zonder enig gebrek, die nog nooit een ​juk​ heeft gevoeld. Geef die aan de ​priester​ Eleazar. Ze moet buiten het kamp worden gebracht en daar in zijn aanwezigheid geslacht worden. De ​priester​ Eleazar moet zijn vinger in het ​bloed​ dopen en het zevenmaal in de richting van de voorkant van de ​ontmoetingstent​ sprenkelen. De koe moet voor zijn ogen worden verbrand: de huid, het vlees, het ​bloed​ en de inhoud van de ingewanden. De ​priester​ neemt cederhout, ​majoraan​ en karmozijn, en gooit dat midden in het vuur waarin de koe verbrand wordt. Dan moet hij zijn ​kleren​ en zijn lichaam met water wassen. Daarna mag hij het kamp weer binnen, maar hij blijft tot de avond ​onrein. Ook degene die de koe verbrand heeft moet zijn ​kleren​ en zijn lichaam met water wassen. Ook hij blijft tot de avond ​onrein. Iemand die ​rein​ is, moet de as van de koe verzamelen en op een reine plaats buiten het kamp leggen. Daar moet de as bewaard worden, omdat er reinigingswater mee moet worden bereid dat de Israëlieten van ​zonde​ reinigt. De man die de as van de koe verzameld heeft moet zijn ​kleren​ wassen. Hij blijft tot de avond ​onrein. Deze wet blijft voor altijd van kracht, zowel voor de Israëlieten als voor de ​vreemdelingen​ die bij jullie wonen.

Verder staat in Numeri 19 in welke gevallen het reinigingswater dient te worden toegepast. In geval bij het aanraken van een lijk.
Numeri 19:11-13. Wie het lijk van een mens aanraakt is zeven dagen ​onrein. Zo iemand moet zich op de derde en op de zevende dag met het water laten ​reinigen, dan is hij weer ​rein. Als hij zich niet laat ​reinigen​ op zowel de derde als de zevende dag, blijft hij ​onrein. Iedereen die een dode aanraakt, het lijk van een mens, en zich niet laat ​reinigen, verontreinigt de ​tabernakel​ van de HEER en moet ​uit de gemeenschap​ van Israël gestoten worden. Omdat hij niet met het reinigingswater besprenkeld is blijft hij ​onrein; zijn ​onreinheid​ blijft hem aankleven. [Zie verder ook vers 20 en 21]

Naast Numeri 19 komt het woord nog eenmaal voor in Numeri 31.
Numeri 31:21-24. De ​priester​ Eleazar zei tegen de mannen die aan de strijd hadden deelgenomen: ‘Dit is een wet die de HEER heeft ingesteld en die hij aan ​Mozes​ bekend heeft gemaakt: Alles van goud of zilver, van koper, ijzer, tin of lood, alles wat vuurbestendig is, moet door het vuur gehaald worden om weer ​rein​ te worden, en het moet bovendien met reinigingswater worden gereinigd. Alles wat niet tegen vuur bestand is, moet door het water gehaald worden. Was op de zevende dag uw ​kleren, dan bent u weer ​rein​ en mag u weer in het kamp komen.’

Opvallend: niet iemand, die onrein is geworden moet verstoten worden maar degenen, die zich niet wil laten reinigen. Die moet worden verstoten.

Ook de Levieten moesten worden gereinigd, zie regel 2 uit de tabel.
Numeri 8:5-7. De HEER zei tegen ​Mozes: ‘Zonder de ​Levieten​ van de overige Israëlieten af en reinig hen. Je moet hen besprenkelen met reinigingswater, en vervolgens moeten ze hun hele lichaam scheren en hun ​kleren​ wassen. Daarna zijn ze ​rein. [NBG en HSV noemt dit ontzondigingswater]

Het gebruik van reinigingswater lijkt een variant voor de doop. Het wordt in de Anglicaanse kerk wel gebruikt. De anglicaanse Leanne Payne beveelt het gebruik van reinigingswater aan in haar boek Herstel van Identiteit hoofdstuk 11.

2.4 Het wasbekken

Was het wasbekken dat destijds bij de Israëlieten in de voorhof stond bij de tabernakel en later bij de tempel niet gewoon een doopbad? <<uitzoeken>>

Twee uitzonderingen 1 Samuel 2:14 en Zacharia 12:6. <wat staat daar?>

  Woord Soort woord StrongOpmerkingen:
1. כִּיּוֹר kiyowr Zelfstandig naamwoord
mannelijk
H3595Wasbekken.
Komt 23 keer voor in 20 verzen.
KJV: laver (20x), scaffold (1x), pan (1x), hearth (1x).

Het woord komt in 20 verzen voor, waarvan tien in de torah. In Exodus 30:28, 31:9, 35:16, 38:8, 39:39, 40:7, 11 en 30 gaat het om het maken en plaatsen van heet wasbakken bij de tabernakel. In Leviticus 8:11 gaat het om de inwijding van het wasbekken dat voor de tabernakel werd gebruikt. Later wordt een groter wasbekken gebruikt bij de tempel.

1 Samuel 2:14 gaat het over een pot in mee koken.

2 Koningen 16:17 ???

In 1 Koningen 7 en 2 Kronieken 4 en 6 gaat het om het maken van het wasbekken voor de tempel.

Zacharia 12:6 gaat het om een pot met vuur.

Het wasbekken was bedoeld voor het wassen van handen en voeten. <of nog meer?>

2.5 Een mikve mayim

En tenslotte wordt er gesproken over een mikve mayim מַיִם מִקְוֶה een verzameling water. Eenmaal wordt dit gebruikt in het kader van reiniging en wel in Leviticus 11: 36. Dit is  een bijzondere tekst, een bliksemschicht bij een heldere hemel. Het hele hoofdstuk 11 gaat over nare zaken zoals dode beesten en kadavers waardoor zaken onrein worden en dan ineens gaat over een mikve mayim die ervoor zorgt dat onreine dingen niet zorgt voor een onreine mikve mayim. ‘Een bron of een waterput echter blijft rein als er een kadaver van een onrein dier in aangetroffen wordt, maar ieder die dat kadaver aanraakt, is onrein’. Een mikve is in het jodendom het woord geworden voor een bad dat wordt gebruikt voor de reiniging. 

  Woord Soort woordStrongOpmerkingen:
מִקְוֶה
miqveh
komt 12 keer voor in 10 verzen
1.מִקְוֶה מַיִם
miqveh mayim
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H4723
H4325
Deze combinatie komt eenmaal voor.
KJV:

Het Hebreeuwse woord מִקְוֶה (miqveh ) komt 12 keer voor in 10 verzen. Het woord betekent verzameling in een bepaalde uitgang (Niphal) . Drie keer komt mikve in combinatie met water voor: een mikve mayim: een waterverzameling.

Genesis 1:10 God zorgt dat het water zich verzamelt en noemt dat zee (in het Hebreeuws yam).
Exodus 7:19 gaat het over verzamelingen van water, die bloed worden. Dat door de plaag voor Egypte die door Mozes wordt afgeroepen.

En dan Leviticus 11 een bijzondere tekst, een bliksemschicht bij een heldere hemel. Het hele hoofdstuk 11 gaat over nare zaken zoals dode beesten en kadavers waardoor zaken onrein worden en dan ineens gaat het over een mikve waardoor onreine zaken zorgen voor een onreine mikve.
Leviticus 11:36. Een bron of een waterput echter blijft rein als er een kadaver van een onrein dier in aangetroffen wordt, maar ieder die dat kadaver aanraakt, is onrein.

De Studiebijbel Oude Testament ziet hier geen bijzonderheid bij dit vers maar geeft, naar mijn idee,  een heel ‘platte’ verklaring: ‘Dit moest ook wel want anders zou alles onrein zijn, want er valt altijd wel iets in een put’.

In latere eeuwen zijn de joden de mikva mayim oftewel de mikva gaan gebruiken als een bad, een soort badkuip om je te reinigen. In het Hebreeuwse denken verbindt men de dingen van het leven met elkaar. Dus niet zo’n scheiding tussen het geestelijke en het praktische zoals wij in het Westen denken. Het bad is er voor om schoon te worden, zowel lichamelijk als geestelijk. 

Aan een mikve mayim is door de rabbi’s een minimale afmeting vastgesteld. Het bad mocht niet kleiner zijn omdat dan onvoldoende van onderdompeling spraken kan zijn. De afmetingen van de plaatsen aan de Jordaan waar Johannes de Doper en Jezus hun discipelen doopten voldeden daar ruimschoots aan denk ik.

3.  Dopen in het Nieuwe Testament

Er wordt zo’n honderd keer in het Nieuwe Testament over dopen, het dopen en de doop gesproken. In het Oude Testament kom je alleen dopen 16 keer als werkwoord tegen.

Ik moest denken aan de voetwassing van Jezus. Petrus protesteerde maar kreeg de betekenis in de gaten en wilde helemaal worden ‘gewassen’ door Jezus. Dat was dus de doop?

  Woord Soort woord Strong Opmerkingen:
1.βαπτίζω baptizō Werkwoord G907
SB823
Dopen, onderdompelen.
Komt 77 keer voor in 63 verzen. KJV: baptize (76), wash (2x), baptist (1x), baptized (with G2258) (1x).
2. βάπτισμα baptisma Zelfstandig naamwoord onzijdig G908
SB824
De doop.
Komt 20 keer voor 20 verzen. KJV: baptism (22x).
3.βαπτισμός baptismos Zelfstandig naamwoord mannelijk G909
SB825
Onderdompeling, wassing.
Komt 4 keer voor in 3 verzen. KJV: washing (3x), baptism (1x). Marcus 7:4 en 8. Hebr. 6:2 en 9:10.
4.βαπτιστής baptistēs Zelfstandig naamwoord mannelijk G910 Doper. Verwijst naar Johannes de Doper.
Komt 12 keer voor in 12 verzen. KJV: Baptist (14x).
5.βάπτω baptōWerkwoordG911
SB827
Dopen, onderdompelen.
Komt drie keer voor.
KJV: dip (3x).
6.λουτρόν loutronZelfstandig naamwoord onzijdigG3067Komt 2 keer voor in 2 verzen.
KJV: washing (2x).

[Noot: op twee plekken gaat de KJV van andere handschriften uit dan de Studiebijbel. Verschil tussen handschriften kan duiden op een onzorgvuldigheid of op een verschil van mening]

Bij dopen gaat het niet altijd over dopen in water. Soms is duidelijk waarin wordt gedoopt, maar soms is dat onduidelijk. Omdat in de kerk de doop in water meest zichtbaar was zijn vertalingen dikwijls van een doop in water uitgegaan.

Over de doop in water gaat het in de evangeliën en in het boek Handelingen en een enkele keer in de brieven.

3.1 Over de doop in de Evangeliën

<<moet nog worden aangevuld>>

3.2 Over de doop in Handelingen

<moet nog worden aangevuld>>

3.3 Over de doop in de brieven

Hier alle teksten in de brieven, die over dopen of de doop gaan.

Romeinen 6:3-4. Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood? We zijn door de doop in zijn dood met hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden.

1 Korintiërs 1:13-17. Is Christus dan verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of is het in de naam van Paulus dat u bent gedoopt? Ik dank God dat ik niemand van u – behalve dan Crispus en Gajus – heb gedoopt; niemand van u kan dus zeggen dat hij in mijn naam is gedoopt. Ja, ik heb ook nog Stefanas en zijn huisgenoten gedoopt, maar ik kan mij niet herinneren dat ik nog iemand anders heb gedoopt. Ik ben immers niet door ​Christus​ gezonden om te ​dopen, maar om te verkondigen.

1 Korintiërs 10:1-2. Broeders en zusters, ik wil graag dat u weet dat onze voorouders allemaal door de wolk werden beschermd en allemaal door de zee trokken, dat ze zich allemaal in de naam van ​Mozes​ lieten ​dopen​ in de wolk en in de zee. 

1 Korintiërs 12:13. Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu Joden of Grieken zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn.

1 Korintiërs 15:29. Wat denken zij die zich voor de doden laten dopen te bereiken? Als de doden toch niet worden opgewekt, waarom zouden zij zich dan voor hen laten dopen?

Galaten 3:27. U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed.

Efeziërs 4:3-5. Span u in om door de samenbindende kracht van de ​vrede​ de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, één ​Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.

Kolossenzen 2:12. Toen u gedoopt werd bent u immers met hem begraven, en met hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die hem uit de dood heeft opgewekt.

1 Petrus 3:20-21. In de ark (van Noach) werden slechts enkele mensen, acht in totaal, van de watervloed gered, en dat water is een voorafbeelding van het water van de doop, waardoor u nu wordt gered. De doop wast niet het vuil van uw lichaam, het is een vraag aan God om een zuiver geweten. Hierom kunt u vragen dankzij de opstanding van ​Jezus​ ​Christus.

Hebreeën 6:1-2. We moeten de eerste beginselen van de leer over ​Christus​ hier toch maar laten rusten en ons richten op wat voor volwassenen bedoeld is. We willen niet nog eens het fundament leggen en spreken over het zich afkeren van daden die tot de dood leiden, over het geloof in God, de leer over het dopen en de handoplegging, en over de opstanding van de doden en het laatste oordeel.

Hebreeën 9:10. … er worden daar (in de tempel in Jeruzalem die er toen nog was) gaven en offers gebracht die het geweten van degenen die ze opdragen niet tot volmaakte zuiverheid kunnen brengen; het gaat alleen om voedsel, drank en rituele wassingen, om bepalingen over uiterlijkheden die slechts gelden tot aan de nieuwe orde.

Openbaring 19:13. En Hij was bekleed met een in bloed gedoopt bovenkleed, en Zijn Naam luidt: Het Woord van God. [HSV. Dit gaat niet over de doop in water]

3.4 Wassen en wassingen.

Hier de twee teksten met het zelfstandig naamwoord wassingen of bad, badwater gaan en die ene tekst van de vijf die over het werkwoord wassen gaat.

Efeziërs 5:25-27. Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals ​Christus​ zijn ​gemeente​ heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te ​heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo zelf de ​gemeente​ voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zó dat zij ​heilig​ is en onbesmet. [NBG]

In de KJV: That he might sanctify and cleanse it with the washing of water by the word [KJV]

Titus 3:4-5. Maar toen zijn de goedheid en mensenliefde van God, onze redder, openbaar geworden en heeft hij ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit ​barmhartigheid. Hij heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de ​heilige​ Geest.

In de KJV: Not by works of righteousness which we have done, but according to his mercy he saved us, by the washing of regeneration, and renewing of the Holy Ghost.

Hebreeën 10:21-22. We hebben nu een ​hogepriester​ die dienstdoet in het huis van God; laten we God dan naderen met een oprecht ​hart​ en een vast geloof, nu ons ​hart​ gereinigd is, wij van een slecht geweten bevrijd zijn en ons lichaam met zuiver water is gewassen.

3.5 Wat kunnen we van deze teksten leren?

Bij de doop in water staat het water niet centraal, maar staat Jezus, of de Vader, de Zoon en de Heilige Geest centraal. Het onderdompelen in water is het zichtbare beeld van de onderdompeling in Jezus of in de Vader, de Zoon of de Heilige Geest.

In de tekst in Romeinen gaat het om de verbondenheid met Jezus, daar zal de doop in water een rol hebben gespeeld. Dat lijkt ook te zijn in 1 Korintiërs 1. Als het over Crispus en Gajus gaat, dan verwijst dat meer naar de handeling.

In Romeinen 6 en Kolossenzen 2 wordt die verbondenheid met Jezus benadruk door het beeld dat we met hem zijn begraven en met hem opgewekt.

1 Korintiërs 10 geeft het beeld van de doop van het volk Israël, die door de zee trokken. De doop was zowel in het water als in de wolk. Wolk staat voor de aanwezigheid van God. En ze deden dat in de naam van Mozes.

Bij 1 Korintiërs 12 gaat het over de doop in de Geest. De doop in water zal daar een rol bij hebben kunnen gespeeld.

In 1 Korintiërs 15 gaat het over het gebruik van het dopen voor de doden. Door ons beeld dat het oordeel definitief is als we sterven begrijpen we dat niet meer.

Door de doop in water in verbondenheid met Jezus zijn we één met Hem en één met elkaar. Galaten 3:27 en Efeziërs 4.

Er wordt ook verwezen naar Noach in de ark. Hij en zijn gezin werd door de ark gered zoals dat bij ons door het water van de doop gaat. 1 Petrus 3.

De doop is niet het afleggen van lichamelijke onreinheid, maar een gebed om een goed geweten te krijgen. 1 Petrus 3:21.

Hoe zou de leer van de onderdompelingen zijn geweest? Zou nog wel een hele Joodse insteek kunnen zijn geweest. Hebreeën 6.

Je zou van onze doop in water ook kunnen zeggen dat het een rituele wassing is. Hebreeën 9.

Het woord van God wast ons schoon, is als een rituele wassing.
Efeziërs 5:26.

4. Andere bronnen

4.1 De doop in water bij John G. Lake.

Er is natuurlijk al heel wat geschreven en gezegd over de doop in water. Wat ik tot nu toe niet of nauwelijks ben tegengekomen is dat het Oude Testament daarbij de basis was. Dat doet John G. Lake wel. En dat vind ik geweldig omdat alle onderwerpen die ik bestudeerde altijd hun basis in het Oude Testament hadden.

John G. Lake brengt in zijn publicaties de ontwikkeling van de besnijdenis naar voren. Die ontwikkeling was dat de besnijdenis vooral een zaak van het hart werd.

Jeremia 4:4. Laat je besnijden voor de HEER, ontdoe je van de voorhuid van je hart, inwoners van Juda en Jeruzalem. Anders slaat zijn toorn uit als een vuur, een brand die niet te blussen is, vanwege jullie kwalijke praktijken.

Deuteronomium 10:16. Besnijd daarom uw hart en wees niet langer halsstarrig (zie ook de omliggende verzen).

Verder ziet hij ook de lijn van de reiniging van de priesters en de Levieten van het Oude Verbond.

Exodus 40:12-13. Laat dan Aäron en zijn zonen naar de ingang van de ontmoetingstent komen en reinig hen met water. Trek Aäron de heilige kleding aan en zalf hem; zo heilig je hem om mij als priester te dienen.

Numeri 8:6-7. Zonder de Levieten van de overige Israëlieten af en reinig hen. Je moet hen besprenkelen met reinigingswater, en vervolgens moeten ze hun hele lichaam scheren en hun kleren wassen. Daarna zijn ze rein.

Johannes de Doper brengt die twee ontwikkelingen bij elkaar. Voor de doop bij Johannes waren dan ook twee dingen nodig:
– verandering van je hart, anders kon je onverrichter zake weer terug naar Jeruzalem.
– je laten wassen in het water.
Dus eerst complete verandering van je hart, dan de doop.

John G. Lake komt nog met een ander opmerkelijk punt. Johannes doopte in (de naam van) de Vader. Daarna, na de opstanding van Jezus, kwam de doop in Jezus en de doop in de Geest erbij. John G. Lake spreekt ervan dat de mensen drie keer werden ondergedompeld. Hij spreek van immersion (doordringen, verzadigen met) namelijk:
1. In de Vader.
2. In Jezus.
3. In de Geest.

In de Sint Janskerk laten ze inderdaad nog wel drie keer een handvol water over de hoofden gaan, maar in evangelische kringen dopen ze toch maar één keer onder? John G. Lake beweert dat Paus Gregorius in de achtste eeuw dat pas heeft veranderd van drie keer naar één keer.

Ook in het doopformulier, zie hieronder komt die aparte aandacht voor de Vader, Zoon en Geest nog wel naar voren. Tot nu toe was mij dat grote verschil ontgaan.

4.2 Wat de kerken leren over de doop.

In veel kerken leest de predikant voorafgaand aan de doop een formulier. Dat heeft de bedoeling over de doop te onderwijzen.

Hieronder de volledige tekst van het klassieke doopformulier. Na het eerste deel is er een tweede deel dat de predikant, na de doop, als gebed uitspreekt. De titel van het formulier is: “Formulier om de Heiligen Doop te bedienen aan de kleine kinderen der gelovigen”.

1ste deel van de tekst (onderwijs):
De hoofdsom van de leer des Heiligen Doops is in deze drie stukken begrepen: Eerstelijk, dat wij met onze kinderen in zonden ontvangen en geboren en daarom kinderen des toorns zijn, zodat wij in het rijk Gods niet kunnen komen, tenzij wij van nieuws geboren worden.

Dit leert ons de ondergang en besprenging met het water, waardoor ons de onreinigheid onzer zielen wordt aangewezen; opdat wij vermaand worden, een mishagen aan onszelf te hebben, ons voor God te verootmoedigen, en onze reinigmaking en zaligheid buiten onszelf te zoeken.

Ten tweede, betuigt en verzegelt ons de Heilige Doop de afwassing der zonden door Jezus Christus. Daarom worden wij gedoopt in den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Want als wij gedoopt worden in den naam des Vaders, zo betuigt en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade opricht, ons tot zijn kinderen en erfgenamen aanneemt, en daarom van alle goed ons verzorgen, en alle kwaad van ons weren, of ten onzen beste keren wil. En als wij in den naam des Zoons gedoopt worden, zo verzegelt ons de Zoon, dat Hij ons wast in zijn bloed van al onze zonden, ons in de gemeenschap zijns doods en zijner wederopstanding inlijvende, alzo dat wij van al onze zonden bevrijd, en rechtvaardig voor God gerekend worden. Desgelijks als wij gedoopt worden in den naam des Heiligen Geestes, zo verzekert ons de Heilige Geest door dit heilig Sacrament, dat Hij in ons wonen, en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil, ons toeeigenende hetgeen wij in Christus hebben, namelijk, de afwassing onzer zonden, en de dagelijkse vernieuwing onzes levens, totdat wij eindelijk onder de gemeente der uitverkorenen in het eeuwige leven onbevlekt zullen gesteld worden.

Ten derde, overmits in alle verbonden twee delen begrepen zijn, zo worden wij ook weder van God door den Doop vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid, namelijk, dat wij dezen enigen God, Vader, Zoon en Heiligen Geest, aanhangen, betrouwen en liefhebben van ganser harte, van ganser ziele, van ganse gemoede en met alle krachten, de wereld verlaten, onze oude natuur doden, en in een nieuw godzalig leven wandelen. En als wij somtijds uit zwakheid in zonden vallen, zo moeten wij aan Gods genade niet vertwijfelen, noch in de zonde blijven liggen, overmits de Doop een zegel en ontwijfelbaar getuigenis is, dat wij een eeuwig verbond der genade met God hebben. 

En hoewel onze kinderen deze dingen niet verstaan, zo mag men ze nochtans daarom van den Doop niet uitsluiten, aangezien zij ook zonder hun weten der verdoemenis in Adam deelachtig zijn, en alzo ook weder in Christus tot genade aangenomen worden; gelijk God spreekt tot Abraham, den Vader aller gelovigen, en overzulks mede tot ons en onze kinderen, zeggende, Gen. 17:7: Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uwen zade na u. Dit betuigt ook Petrus, Hand. 2:39, met de woorden: Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen die daar verre zijn, zovelen als er de Heere onze God toe roepen zal. Daarom heeft God voormaals bevolen hen te besnijden, hetwelk een zegel des verbonds en der gerechtigheid des geloofs was; gelijk ook Christus hen omhelsd, de handen opgelegd en gezegend heeft; Mark. 10:16.

Dewijl dan nu de Doop in de plaats der Besnijdenis gekomen is, zo zal men de jonge kinderen, als erfgenamen van het rijk Gods en van zij verbond, dopen; en de ouders zullen gehouden zijn hun kinderen, in het opwassen hiervan breder te onderwijzen.

Opdat wij dan deze heilige ordening Gods, tot zijn eer, tot onzen troost en tot stichting der gemeente uitrichten mogen, zo laat ons zijn heiligen naam aldus aanroepen: O almachtige, eeuwige God: Gij die naar uw streng oordeel de ongelovige en onboetvaardige wereld met den zondvloed gestraft hebt, en den gelovigen Noach, zijn acht zielen, uit uw grote barmhartigheid behouden en bewaard; Gij, die den verstokten Farao met al zijn volk in de Rode Zee verdronken hebt, en uw volk Israël droogvoets daardoor geleid, door hetwelke de Doop beduid werd; wij bidden U, bij uw grondeloze barmhartigheid, dat Gij deze kinderen genadiglijk wilt aanzien, en door uw Heiligen Geest uw Zoon Jezus Christus inlijven; opdat zij met Hem in zijn dood begraven worden, en met Hem mogen opstaan in een nieuw leven; opdat zij hun kruis, Hem dagelijks navolgende, vrolijk dragen mogen, Hem aanhangende met waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde; opdat zij dit leven (hetwelk toch niet anders is dan een gestadige dood) om uwentwil, getroost, verlaten, en ten laatsten dage voor den rechterstoel van Christus, uw Zoon, zonder verschrikken mogen verschijnen, door Hem, onzen Heere Jezus Christus, uw Zoon, die met U en de Heiligen Geest, één enig God, leeft en regeert in eeuwigheid. Amen.

Vermaning aan de Ouders, en die mede ten Doop komen. Geliefden in den Heere Christus, gij hebt gehoord, dat de Doop een ordening Gods is, om ons en ons zaad zijn verbond te verzegelen; daarom moeten wij hem tot dat einde, en niet uit gewoonte of bijgelovigheid gebruiken. Opdat het dan openbaar worde, dat gij alzo gezind zijt, zult gij van uwentwege hierop ongeveinsdelijk antwoorden:

Eerstelijk, hoewel onze kinderen in zonden ontvangen en geboren zijn, en daarom aan allerhande ellendigheid, ja, aan de verdoemenis zelf onderworpen, of gij niet bekent, dat zij in Christus geheiligd zijn, en daarom als lidmaten zijner gemeente, behoren gedoopt te wezen?

Ten andere, of gij de leer, die in het Oude en Nieuwe Testament, en in de Artikelen des Christelijken geloofs begrepen is, en in de Christelijke Kerk alhier geleerd wordt, niet bekent, de waarachtige en volkomen leer der zaligheid te wezen?

Ten derde, of gij niet belooft en u voorneemt, deze kinderen, als zij tot hun verstand zullen gekomen zijn, waarvan gij vader (moeder) of getuige zijt, in de voorzeide leer naar uw vermogen te onderwijzen, of te doen (en te helpen) onderwijzen?
Antwoord: Ja

Daarna bij het dopen spreekt de Dienaar des Goddelijken Woords aldus:
N. Ik doop u in den naam des Vaders en des Zoons, en des Heiligen Geestes

2de deel van de tekst (dankzegging).
Almachtige, barmhartige God en Vader, wij danken en loven U, dat Gij ons en onze kinderen, door het bloed van uw lieven Zoon Jezus Christus, al onze zonden vergeven, en ons door uw Heiligen Geest tot lidmaten van uw eniggeboren Zoon, en alzo tot uw kinderen aangenomen hebt, en ons dit met den Heiligen Doop bezegelt en bekrachtigt. Wij bidden U ook, door Hem uw lieven Zoon, dat Gij deze gedoopte kinderen met uw Heiligen Geest altijd wilt regeren, opdat zij christelijke en godzalig opgevoed worden, en in den Heere Jezus Christus wassen en toenemen; opdat zij uw Vaderlijke goedheid en barmhartigheid, die Gij hun en ons allen bewezen hebt, mogen bekennen, en in alle gerechtigheid, onder onzen enigen Leraar, Koning en Hogepriester, Jezus Christus, leven, en vromelijk tegen de zonde, den duivel en zijn ganse rijk strijden en overwinnen mogen, om U, en uw Zoon Jezus Christus, mitsgaders den Heiligen Geest, den enigen en waarachtigen God, eeuwiglijk te loven en te prijzen. Amen. (tot zover de tekst van het formulier)

John G. Lake had mij op het spoor gezet en inderdaad het staat ook in dit oude kerkelijke document: Als wij gedoopt worden in de Naam van de Vader, betuigt en verzegelt God de Vader ons, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade opricht, ons tot Zijn kinderen en erfgenamen aanneemt, en daarom met alle goed ons verzorgen en alle kwaad van ons weren of ons ten beste keren wil.

En als wij in de Naam van de Zoon gedoopt worden, verzegelt ons de Zoon, dat Hij ons wast in Zijn bloed van al onze zonden en ons in de gemeenschap van Zijn dood en opstanding inlijft, zodat wij van onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden.

Als wij gedoopt worden in de Naam van de Heilige Geest, verzekert Hij ons, dat Hij in ons wonen en ons tot leden van Christus heiligen wil.

Het lijkt mij dat de beleving van de doop nog een stuk inniger kan zijn:
– in de Vader: genieten van zijn gunst, heil, kracht, autoriteit
– in de Zoon: onderwijs, genezing en bevrijding, ons vriendschap met Hem
– in de Geest: Christus in ons, vuur, shalom, een brandend hart.

4.3  De doop in de geschiedenis van de kerk

Het is een beetje onzeker en ook een strijdpunt wanneer de kerk met de kinderdoop begonnen is. Het enige bewijsmiddel dat de kinderdoop reeds in de Bijbel wordt genoemd, is de geschiedenis van de gevangenbewaarder in Filippi, die met zijn gehele huis werd gedoopt.

De veronderstelling is dat de gevangenbewaarder met vrouw, zuigelingen en jonge kinderen bij de gevangenis woorden. Een veronderstelling die door anderen wordt tegengesproken. Een Romeinse gevangenbewaarder hoorde zeker niet getrouwd te zijn en ook geen kinderen te hebben. Zijn huis bestond uit bedienden, soldaten en anderen.

In de begintijd bestond de kerk voor een groot deel uit joodse mensen. Die zullen hun kinderen hebben laten besnijden. Zeker zal een rol hebben gespeeld, dat de mensen uit de volken een vergelijkbare handeling wilden voor hun kinderen.

In de geschiedenis heeft de kerk de doop als dwangmiddel gebruikt om mensen in het systeem van de kerk onder te brengen. Veel joodse mensen en anderen hebben door hun weigering geleden en ook wel het met de dood moeten bekopen.

De Rooms Katholieke en Protestantse kerken spreken over de kinderdoop. De doop wordt uitgevoerd vanwege het geloof van de ouders. In sommige kerken wordt de ouders gevraagd een brief te schrijven waarom ze hun kind willen laten dopen. Eventueel worden ook volwassenen gedoopt als zij tot geloof komen. De kerken doen de doop door wat water over de dopeling te besprenkelen. In de praktijk is dat een handvol water. Wat ik zie is eenmaal in de naam van de Vader, eenmaal in de naam van de Zoon en eenmaal in de naam van de Heilige Geest zo’n handvol water over de baby laten gaan. Over de dopeling wordt een zegen uitgesproken.

Er wordt nogal eens gezegd dat de doop in plaats van de besnijdenis is gekomen. In het begin, toen er nog veel joodse mensen in de kerk waren zal het vooral naast de besnijdenis hebben plaatsgevonden.

Zij zeggen dat je moet dopen omdat ook aan de kinderen de belofte toekomt. Men noemt dan de belofte van de Heilige Geest. Inderdaad geldt die belofte als je laat invoegen in het volk Israël.

Ook zegt men: “Je maakt je doop compleet door later in de kerk belijdenis van je geloof af te leggen”. Natuurlijk maak je door getuige te zijn een vervolg op je doop. Maar er is natuurlijk nog veel meer. We moeten een nieuwe mensen worden vol van de Geest.

4.4 Kwesties m.b.t. de doop

Er zijn bij de huidige dooppraktijk wel twee vreemde zaken over het taalgebruik. Ten eerste praten we over dopen, maar in de traditionele kerken doet men in de praktijk besprenkelen. Een snedige Messias belijdende jood zei eens: “Het enige wat in de kerk wordt gedoopt is de hand van de dominee”. Normaliter kun je zoiets zeggen als: Je doopt een kwast in de verf en met de kwast strijk je de verf op het kozijn. Maar in de kerken wordt gezegd: “Ik doop je met water”. Dat klopt taalkundig niet. Je doopt in en niet met.

Nu heeft besprenkelen zeker ook een geestelijke waarde. De bijbel spreekt afhankelijk van de situatie over besprenkelen met water, met bloed of met zalfolie. Zie artikel Geestelijke inhoud van Besprenkelen.

Het tweede vreemde in het taalgebruik is dat we spreken over dopen van kinderen of kleine kinderen, maar wat in de praktijk wordt gedaan is het dopen van zuigelingen. Kinderen zijn zich bewust van hun doop, zuigelingen niet.

Als er ergens sprake is verhullend taalgebruik, dan heeft dat meestal een doel. En dat doel is meestal dat er iets verborgen moet worden. De waarheid mag niet aan het licht komen. In zo’n geval is er veel strijd tussen mensen die de ware weg willen bewandelen en anderen, die dat niet willen. In vroeger eeuwen heeft dit zelfs geleid tot moord en doodslag.

De tocht door de Rode Zee als beeld van de waterdoop. Dat is het grote voorbeeld van bevrijding. Mozes leidde het volk door een zee. Hoe? Dat kon doordat het water wegging en als een muur naast het pas stond. Een groot wonder. Het volk werd bevrijd van de vijandige heerser, van vijandige goden en van een nare cultuur waarin veel ellende voorkwam.

De normale volgorde is eerst bekeren en dan dopen (Handelingen 2:38). “Bekeert u en een ieder van u late zich dopen”. En Marcus 16:16 ‘Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden”.

De waterdoop is geen vervolg op de besnijdenis. De besnijdenis van het eerste verbond wordt in het nieuwe verbond de besnijdenis van het hart genoemd. Dat staat in Romeinen 2:2 ‘de (ware) besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter’ NBG vertaling. In de NBV wat uitgebreider: ‘Jood is men door zijn innerlijk, en de besnijdenis is een innerlijke besnijdenis. Het is het werk van de Geest, niet een voorschrift uit de wet, dus wie innerlijk een Jood is, ontvangt geen lof van mensen maar van God’.

De waterdoop heeft lijnen met de wassingen waarbij voorwerpen en mensen? werden ondergedompeld zoals in de Tora worden voorgeschreven.

4.5 Muziek en beeldende kunst.

Oh Happy Day! when Jesus washed my sins away! https://www.youtube.com/watch?v=WN3ayYpA7RA

Nothing but the blood of Jesus: https://www.youtube.com/watch?v=BYjhGeAIG6k

Zie plaatje van de doop op Joods Christelijke wijze.

4.6 Tenslotte

De doop in water is één van de bekende handelingen die we in de kerk doen. Iedere kerk of christelijke gemeente doet dat wel. De praktijk is alleen wel erg verschillend. Net geboren kinderen, of volwassendoop. Het wordt gedaan op het geloof van de ouders of op het persoonlijke geloof. Het gebeurt met dopen in of besprenkelen met.

De doop van het Nieuwe Testament komt voort uit het Oude Testament. In het Oude Testament deed met aan wassen en was er een wasbekken bij de tempel. Er werd ook besprenkeld o.a. met water. Het was eerst vooral een zaak voor de priesters. Daarna werd het gebruik breder. Er kwamen her en der baden. De rabbi’s bepaalden minimale afmetingen zowel voor baden als voor open water.  Er zat dus een zekere ontwikkeling in.

Daarom heel opvallend dat Jezus zich liet dopen in zo’n joodse mikwe mayim was een sanctionering van een gegroeide praktijk. Wij als mensen mogen best voortbouwen op wat onze Schepper voor ons heeft bedacht en gemaakt.

De doop van Jezus was ook een bevestiging van het werk en de praktijk van Johannes de Doper. Johannes zette de doop op de kaart voor Israël en later voor de gemeente van Christus uit de volken, die zich in Israël hadden ingelijfd.

De doop in water is dan ook wel voor één van de belangrijkste dingen in het leven van een mens namelijk voor de bekering en de vergeving van zonden. Niet alleen de beperkte opvatting, die in kerken leeft namelijk om later in de hemel te komen. Maar juist ook om je leven hier te veranderen zodat de Geest in je kunt wonen. Daardoor is geestelijke, psychische en lichamelijk gezondheid mogelijk.  En daar weer door is voorspoed in je leven mogelijk, zoals je dat kunt lezen in Deuteronomium 28.

Hoewel er meer voorziening van God zijn om je te bevrijden van de zonden, kun je als gelovige de doop in water niet overslaan. Daarvoor is die te nadrukkelijk door de Heer aangeprezen.

De waterdoop is een handeling met een kracht in de geestelijke wereld. Doordat je gehoorzaam bent en door de belofte van bevrijding die God aan de doop verbind. Als we dit doen in gehoorzaamheid aan wat Jezus zegt is dat een daad in het Koninkrijk van God en daarmee ook een nederlaag van het rijk van de duisternis.

Je kunt je laten dopen als een sluitstuk van een heel bekeringsproces van misschien wel maanden of jaren. Of je kunt dat doen op het moment dat je een radicaal besluit neemt om met alles wat niet van God is te breken en een nieuw leven te beginnen. En mocht je later nog weer een keer onder water willen gaan voor een nieuwe stap in je groei naar geestelijke volwassenheid. Dan denk ik dat de hemel blij is als je dat doet. Bedenk wel, wie je het vertelt om niet onnodige rumoer te veroorzaken.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.