Studie Over Wet en Geboden in onze Tijd

De mensheid leeft de laatste tweeduizend jaar in een nieuwe tijd. Het is de tijd van het Nieuwe Verbond. In deze studie gaat het om de vraag wat Gods kijk is op de wet en de geboden van het Oude Verbond in deze tijd van het Nieuwe Verbond.

Veel kerken vinden dat de wet heeft afgedaan. We leven nu niet meer onder de wet, maar onder de genade. Maar is dat wat het Nieuwe Testament over de wet zegt? Ik zeg u alvast: geenszins. Hoewel het inderdaad wel zo is dat we onder de genade leven en niet meer onder de wet.

De gehanteerde vertaling is de NBV vertaling, tenzij anders aangegeven. Ik vind dat wat in deze studie staat, bekend zou moeten zijn bij iedere leraar in de kerk. Daar is het onderwerp belangrijk genoeg voor.

1.       Inleiding

Deze studie gaat over de wet en de geboden. Als eerste komt de vraag naar voren. Wat moeten we onder de wet verstaan. Alleen de tien geboden, de boeken van Mozes of nog anders?

Over wat onder de wet moet worden verstaan en de trends en thema’s van het Nieuwe Testament over de wet gaat het in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 gaat over de zonde van de wetteloosheid. Een hoofdstuk van levensbelang.

De geboden zijn een belangrijk onderdeel van de wet. Het gehoorzamen aan de geboden wordt altijd benadrukt. Er zijn wel verschuivingen t.a.v. de inhoud. Dat staat in hoofdstuk 4.

Afhankelijk van de definitie van de wet is er een kleine of grote overlapping met de joodse traditie. Zie hoofdstuk 5.

Hoofdstuk 6 probeert te begrijpen hoe de HEER het veranderingsproces van naleven van de wet naar de wet in het hart heeft geïnitieerd.

Hoofdstuk 7 geeft een weerslag van de dramatische geschiedenis van de waardering en het begrip van de wet in de geschiedenis van de kerk.

De directe aanleiding voor mij om me in dit onderwerp te verdiepen was iemand die ziek werd door een gebod van God te overtreden. Zo’n gebod dat niet meer in aanzien staat in de kerk. Anderen zag ik ziek blijven door het blijvend overtreden van de geboden van God. Trouwens er is in heel Nederland veel ziekte door het overtreden van geboden.

2.       Wat zegt het Nieuwe Testament over de Wet.

Er is maar één woord in het Grieks dat wij met ´wet´ vertaald hebben. Het is één van de meest voorkomende woorden in het Nieuwe Testament. Het komt 197 keer voor in 158 verzen. Dat zijn drie A4-tjes vol.

Grieks
woord
Soort
woord
StrongOpmerkingen:
1.νόμος
nomos
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
G3551
SB3037
Wordt altijd vertaald met ‘wet’.
Het woord komt 197 keer
voor in 158 verzen.
Vreemd genoeg komt dit
woord in het boek Marcus
niet voor.

In dit hoofdstuk komt aan de orde welke mogelijke betekenissen het woord ‘ wet’  kan hebben. En er worden in dit hoofdstuk een viertal conclusies c.q. trends geconstateerd n.a.v. wat er over ‘ de wet’  staat in het Nieuwe Testament.

Als wij het over ‘de wet’ hebben, dan kan dat gaan over:
1. De tien geboden.
2. Alle geboden uit de eerste vijf boeken van de Bijbel.
3. De eerste vijf boeken van de Bijbel in zijn totaliteit.
4. Het hele Oude Testament.
5. De vijf boeken van Mozes/het hele Oude Testament én de regels van de Joodse traditie.

Tien geboden
In veel kerken bedoelen ze met ‘de wet’, de tien geboden. Die worden iedere zondag voorgelezen. Ik heb nog geen tekst kunnen vinden in de Bijbel waar het verband van de wet met de tien geboden is gelegd.

De geboden uit de eerste vijf boeken van de Bijbel
Een enkele keer lijkt het woord ‘wet’  in het Nieuwe Testament te duiden op de geboden, die in de eerste vijf boeken van de Bijbel staan. Bijvoorbeeld als het gaat om ‘de wet na te komen’ (Galaten 5:3) of ‘de wet van de geboden’ Efeziërs 2:15.

De eerste vijf boeken in zijn totaliteit
Dit komt tot uiting als er wordt gesproken over de Wet en de Profeten. Die uitdrukking kom je dikwijls tegen in het Nieuwe Testament.

Het hele Oude Testament
Als Jezus een Psalm citeert zegt hij: ‘staat er niet in uw wet geschreven’. Voor Jezus hoorde blijkbaar de Psalmen ook tot de wet.
Johannes 10:34. Jezus zei: ‘Staat er in uw wet niet geschreven: “Ik heb gezegd: ‘U bent goden’”?

Het schijnt de opvatting te zijn van de rabbijnen dat de wet staat voor het hele Oude Testament (bron: opmerkingen in de Studiebijbel bij Johannes 10:34). De joden noemen het Oude Testament sinds lang de TeNaCh, maar dat woord komt niet in de Bijbel voor.

Het hele Oude Testament incl. de Joodse overlevering
Voor Joodse mensen is de wet wat er in het Oude Testament staat en wat er vanuit de Joodse traditie is beschreven. Zij spreken over de schriftelijke, de boeken van de Torah en de mondelinge traditie.  Die mondelinge traditie is later ook op schrift is gesteld.

De apostel Paulus spreekt in 1 Korintiërs 9:20-21 zelfs over de Joodse wet. Dat is zeker inclusief de Joodse overlevering.

Als Paulus in de brief aan de Galaten spreekt over de wet, dan bedoelt hij, denk ik, het geheel aan wat voor de joden aan leefregels belangrijk was. Dat was een enorm bolwerk tegen het werk van de Geest en de komst van het Koninkrijk. Vandaar de kritische opmerkingen van Paulus.

Opmerking:
Ik denk dat als het in de kerk gaat over ‘de wet’, dat men dan vaak het geheel aan eigen gebruiken voor ogen heeft. Allerlei regels over de zondag, de kerkgang, de haardracht en de kleding.

In dat kerkelijke spraakgebruik gaat het eigenlijk over wat Paulus noemt ‘menselijke verdichtsels’ en niet over de wet van God. Die menselijke dingen mag je achter je laten. Maar als je die regels de wet noemt, dan zaai je verwarring. Met alle kwalijke gevolgen van dien.

Conclusie:
Het is steeds goed om na te gaan bij het lezen en bestuderen van de Bijbel waar het over gaat als er over de wet wordt gesproken.

2.1   Nieuwe gedachte: Jezus is de vervulling van de wet

Jezus brengt de wet tot vervulling.
Matteus 5:17. Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.

Hoe moet je ‘vervullen’ begrijpen? Denk even hoe de teksten van de wetten luiden: ‘Gij zult dit en gij zult dat’. Dat klinkt als toekomstverwachting, als beloften. Tot vervulling brengen betekent dat je doet en denkt wat het doel of het plan was. Het was Jezus, die de beloften van de wet waar kon maken.

De wet, zoals de HEER het zag, was een weg naar een heilzaam leven. Het volgen van Gods geboden is de weg naar allerlei mooie dingen zoals leiderschap en succes. Succes in die zin dat je ook voor je omgeving tot zegen bent. Laten we Jezus in het houden van Gods geboden navolgen.

Het doel van de wet is Jezus.
Romeinen 10:4. De wet vindt zijn doel in Christus, zodat iedereen die gelooft rechtvaardig zal worden.

Het voorzetsel ‘in’ van ‘in Christus’ komt in het Grieks niet voor. Er staat woord voor woord vertaald “want het doel van de wet Christus”.

Wat Paulus bedoelt, is, wat God de HEER in het verre verleden voor ogen had, dat we vol heil ons leven zouden kunnen leven door te gehoorzamen aan zijn woorden. Dat is met Jezus voor de eerste keer compleet gelukt. Het is een oproep om als volgelingen van Jezus ook zo te leven. Dat de wet ook tot zijn doel komt in ons. Dat kan alleen met Gods Geest.

Als Jezus het kon, terwijl hij mens was, dan moeten wij toch ook bij dat doel kunnen komen.

2.2   De vloek van de wet is opgeheven.

Een heel opvallend verschil van het Nieuwe Verbond t.o.v. het Oude Verbond is, dat de vloek van de wet is opgeheven, vervallen of hoe je het ook wilt noemen. Er is geen veroordeling meer op grond van de wet.

Hoe was de vloek van de wet ontstaan? De vloek van de wet is ontstaan doordat het volk Israël zich duizenden jaren geleden verbonden heeft aan de wet om zegen te ontvangen of als men zich niet aan de wet zou houden, dat God hen dan zou mogen vervloeken.

Deze gebeurtenis is beschreven in het boek Deuteronomium, de hoofdstukken 26 (vanaf vers 16), 27, 28, 29 en 30 en in het boek Jozua hoofdstuk 8 vers 30-35 (zie hieronder). In Deuteronomium staat de inhoud van het verbond inclusief de procedure. En in Jozua 8 staat de bekrachtiging van het verbond.

Jozua 8:30-35. Toen bouwde ​Jozua​ een altaar voor de Here, de God van Israël, op de berg Ebal, zoals ​Mozes, de knecht des Heren, de Israëlieten geboden had, naar hetgeen geschreven stond in het ​boek​ der wet van ​Mozes; een ​altaar​ van onbehouwen ​stenen, die men met geen ijzer bewerkt had; zij brachten daarop ​brandoffers​ aan de Here en slachtten vredeoffers. En dáár schreef hij op de stenen een afschrift van de wet van ​Mozes, hetwelk hij opschreef ten aanschouwen der Israëlieten. Geheel Israël nu, zijn ​oudsten, de opzieners en zijn rechters stonden aan weerszijden van de ​ark, tegenover de levitische ​priesters, die de ​ark​ des verbonds des Heren droegen, zowel ​vreemdelingen​ als geboren Israëlieten, de ene helft tegenover de berg Gerizim en de andere helft tegenover de berg Ebal, zoals ​Mozes, de knecht des Heren, vroeger geboden had, om het volk Israël te ​zegenen. Daarna las hij al de woorden der wet voor, de ​zegen​ en de ​vloek, naar alles wat in het ​boek​ der wet geschreven stond. Er was geen woord van al hetgeen ​Mozes​ geboden had, dat ​Jozua​ niet voorlas aan de gehele ​gemeente​ van Israël en de vrouwen, de ​kinderen​ en de ​vreemdelingen, die met hen meegegaan waren. [NBG]

In het bijzijn van het volk Israël werd de woorden, zoals hierboven onderstreept, opgeschreven en voorgelezen. Er staat niet welk deel van de wet werd voorgelezen. Het lijkt mij niet alle vijf boeken. Het lijkt mij het meest aannemelijk dat de hier genoemde hoofdstukken van het boek Deuteronomium werden geschreven op de stenen en voorgelezen. Het hele volk zag het en hoorde het aan. Dat was de bekrachtiging.

In het boek Daniël wordt verwezen naar deze afspraak die het volk Israël met God had gemaakt.
Daniël 9:11. Ja, geheel Israël heeft uw wet overtreden en is afgeweken door niet te luisteren naar uw stem. Daarom is over ons uitgestort de met een eed bekrachtigde vloek, welke geschreven staat in de wet van Mozes, de knecht Gods, want wij hebben tegen Hem gezondigd. [NBG]

Tot zover wat over de vloek van de wet in het Oude Verbond staat. Het opheffen of vervallen van de vloek is beschreven in de brief van de apostel Paulus aan de Galaten.
Galaten 3:13. Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt. [NBG]

Deze tekst verwijst naar een tekst in Deuteronomium.
Deuteronomium 21:22-23. Als iemand een misdrijf heeft gepleegd waarop de ​doodstraf​ staat, en u hangt hem na voltrekking van het vonnis op aan een paal, dan moet u zijn lijk voor het einde van de dag ​begraven​ en het daar niet ’s nachts nog laten hangen; anders maakt u het land dat de HEER, uw God, u als grondgebied geeft ​onrein. Want op een gehangene rust Gods ​vloek.

Het boek van Galaten spreekt over ‘hout’ en Deuteronomium over ‘paal’. Komt dit dan wel overeen? Het Griekse woord dat is gebruikt is ξύλον xulon G3586, dat je met hout of boom kunt vertalen. Het is eigenlijk alles wat van hout is, met paal kun je ook vertalen. In Deuteronomium staat het woord עֵץ `ets H6086 dat je ook met boom en hout kunt vertalen of een paal zoals in de NBV vertaling. Het kruis is een ander woord, in het Grieks is dat σταυρός stauros  G4716. Het kruis is van hout, vandaar de verbinding, die Paulus legt.

De apostel Petrus beschrijft wat de opheffing van de vloek inhoudt.
1 Petrus 2:24. Hij heeft in zijn lichaam onze ​zonden​ het kruishout op gedragen, opdat wij, dood voor de ​zonde, ​rechtvaardig​ zouden leven. Door zijn striemen bent u genezen.

De apostelen Jakobus en Paulus refereren nog aan het omgaan van de wet in de oude situatie onder het Oude Verbond.
Jakobus 2:10. Want wie de gehele wet houdt, maar op één punt struikelt, is schuldig geworden aan alle (geboden).
Galaten 3:10. Want allen, die het van werken der wet verwachten, liggen onder de vloek; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die zich niet houdt aan alles, wat geschreven is in het boek der wet, om dat te doen. [NBG]

De apostel Paulus schrijft aan de gemeente van Rome over de bevrijding.
Romeinen 7:6. We waren aan de wet geketend, maar nu zijn we bevrijd; we zijn dood voor de wet, zodat we niet meer de oude orde van de wet dienen, maar de nieuwe orde van de Geest.

De doodstraf van de onschuldige Jezus werd door de hemelse rechter als een offer gezien. Ter voldoening van de straf, die het volk zou moeten ondergaan. Het volk Israël en daarmee ook de gelovigen uit de volken, die zijn geënt op Israël, zijn daarom vrij van de vloek van de wet.

Voor verdere bezinning:
Hoe heeft Jezus nu precies de vloek van de wet opgeheven? Was het zijn manier van leven volgens de wet en de geboden of was het zijn onschuldige doodstraf. Of was het omdat hij hing aan een kruis? Was het bewijs van de voldoening van de straf het feit dat de Vader de Zoon uit de dood liet opstaan? Ik ben er niet achter. Ik wijs nog wel op Genesis 40:19. Die geeft een bijzondere overeenkomst met de straf van de bakker van de Farao met de straf, die Jezus moest ondergaan. Deze bakker werd ook opgehangen aan een paal, hetzelfde woord staat in Deuteronomium 21:22, zie hierboven.

2.3   Niet meer onder de wet maar onder de genade.

Een ander thema is dat we nu leven onder de genade, geleid door de Geest. En als dat zo is, dan ben je niet meer onder de wet. Drie teksten hieronder getuigen van dit feit.

Romeinen 6:14-15. De zonde mag niet langer over u heersen, want u staat niet onder de wet, maar leeft onder de genade. Betekent dit nu dat we vrijuit mogen zondigen omdat we niet onder de wet staan, maar onder de genade leven? Absoluut niet.

Zelfs Joden hoeven niet meer onder de Joodse wet te leven, maar onder de ‘wet van Christus’.
1 Korintiërs 9:20-21. Voor de Joden ben ik als een Jood geworden om hen te winnen. Ikzelf sta niet onder de Joodse wet, maar toch heb ik me eraan onderworpen om hen die er wel onder staan te winnen. En voor hen die niet onder de Joodse wet staan, ben ik als iemand geworden die de wet niet heeft, om hen te winnen. Dit betekent niet dat ik de wet van God heb losgelaten, maar dat ik mij heb onderworpen aan de wet van Christus.

Als je door de Geest van God wordt geleid, dan ben je niet meer onder de wet.
Galaten 5:18. Maar wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet.

2.4   Niet meer onder de wet, wel met de wet

Nog een thema is, dat we leven met de wet. De prachtige verhalen, de geschiedenis van ons verre voorgeslacht, de oude geschiedenis van het volk Israël waar we ons mee verbonden voelen en natuurlijk ook met de geboden, die God ons gegeven heeft. Daar leven we ook graag mee, want ze brengen leven en overvloed.

De geboden, wat voor ons verstandig is, verandert door de tijd heen. Wat God gebied, adviseert  voor ons, sluit aan bij waar we als mensen in onze ontwikkeling zijn. Het is een samenspel van God en de mensheid. Het is ook zelfs zo dat de HEER er soms achter komt dat een advies of regel niet goed uitwerkt. Zelfs tijdens de reis in de woestijn past de HEER zijn woorden nog aan. Eerst werden bijvoorbeeld eerst de eerstgeborenen aan God gewijd en daarna werden de Levieten aan God gewijd, zie Numeri 3:12.

En als we naar onze huidige tijd kijken, dan lijkt het offeren van dieren niet meer past. In het verleden in de tijd van het Oude Testament was dat bij ieder volk dagelijkse praktijk, maar nu is dat alleen nog maar in obscure groepjes.

We leven met de wet, omdat die woorden een representant van God zijn in onze wereld.
Psalm 40:9. Uw wil te doen, mijn God, verlang ik, diep in mij koester ik uw wet.
Psalm 119 laat in vele toonaarden horen het diepe respect voor de wijze woorden van God horen.
Romeinen 7:22. Innerlijk stem ik vol vreugde in met de wet van God.

Dit sluit aan bij teksten waar niet de woorden wet of gebod zijn gebruikt, maar waar wel hetzelfde is bedoeld.
Jakobus 1:22. En weest daders des woords en niet alleen hoorders: dan zoudt gij uzelf misleiden.
Matteüs 7:21. Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is. [beiden NBG]

Van gerechtigheid is sprake als we doen wat in de wet en de profeten staat. Als wij niet meer gerechtigheid doen, dan de schriftgeleerden en Farizeeën zullen we het Koninkrijk der hemelen niet ingaan. (Matteus 5:20).

Als je niet leeft met de wet, ben je wetteloos, zie hoofdstuk 3: de gruwel van de wetteloosheid.

2.5   Nu geldt ‘de wet’ van de Geest.

We hebben de wet in ons achterhoofd, maar we laten ons leiden door de Geest. Dat is ook één van de thema’s.
Johannes 14:26. Later zal de pleitbezorger, de ​heilige​ ​Geest​ die de Vader jullie namens mij zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat ik tegen jullie gezegd heb.

Het leven met de Geest is een andere, een nieuwe orde.
Romeinen 7:6. We waren aan de wet geketend, maar nu zijn we bevrijd; we zijn dood voor de wet, zodat we niet meer de oude orde van de wet dienen, maar de nieuwe orde van de Geest.

Als het ware de wet van de Geest.
Romeinen: 8:1-4. Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld. De wet van de Geest die in Christus Jezus leven brengt, heeft u bevrijd van de wet van de zonde en de dood. Waartoe de wet niet in staat was, machteloos als hij was door de menselijke natuur, dat heeft God tot stand gebracht. Vanwege de zonde heeft hij zijn eigen Zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd; zo heeft hij in dit bestaan met de zonde afgerekend, opdat in ons wordt volbracht wat de wet van ons eist. Ons leven wordt immers niet langer beheerst door onze eigen natuur, maar door de Geest.
2 Korintiërs 3:6. Hij heeft ons geschikt gemaakt om het nieuwe verbond te dienen: niet het verbond van een geschreven wet, maar dat van zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.

De Geest ontvang je niet door de wet na te leven, maar door naar Gods stem te luisteren en die op te volgen.
Galaten 3:2. Ik wil maar één ding van u weten: hebt u de Geest ontvangen door de wet na te leven of door te luisteren en te geloven?
Galaten 3:5. Geeft God u de Geest en goddelijke krachten omdat u de wet naleeft? Of geeft hij ze omdat u naar hem luistert en op hem vertrouwt?

Wij, onder het Nieuwe Verbond, worden geleid door de Geest. Die Geest ontvang je door te luisteren en vervolgens te gehoorzamen en te vertrouwen. Wij varen dus op het kompas van de Geest van God. Daardoor kennen we wel de wet, we houden  rekening met de wet, maar we zijn niet meer onderworpen aan de wet.

3.       De gruwel van de wetteloosheid

Als je niet leeft met de wet, ben je wetteloos. Je houdt niet alleen Gods geboden niet, maar je hebt ook geen oog voor die andere woorden, die in de wet staan. Wetteloosheid was een onderwerp in de tijd van het Oude Verbond, zie de studie het onderwijs van God. Het is ook een onderwerp in de tijd van en na Jezus. Daar gaat het in dit hoofdstuk over.

Er komen twee woorden voor in het Grieks om dit te omschrijven.

Grieks
woord
Soort
woord
StrongOpmerkingen:
1.ἀνομία
anomia
Zelfstandig
naamwoord
G458
SB418
Zonder de wet of wetteloosheid.
Het woord komt 15 keer in 13
verzen voor.
KJV: iniquity (12x),
unrighteousness (1x),
transgress the law (with G4160)
(1x), transgression of the law (1x)
2.ἄνομος
anomos
Bijvoeglijk
naamwoord
G459
SB419
Wetteloze.
Het woord komt tien keer voor
in zeven verzen.
KJV: without law (4x),
transgressor (2x), wicked (2x),
lawless (1x), unlawful (1x).


1. Wetteloosheid
Hier de teksten van alle dertien verzen waarin het Griekse woord ἀνομία, anomia, wetteloosheid is genoemd.

Matteüs 7:21-23. Niet iedereen die “Heer, ​Heer” tegen mij zegt, zal het ​koninkrijk van de hemel​ binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader. Op die dag zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, ​Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?” En dan zal ik hun rechtuit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!” [De NBG vertaalt het laatste deel met ‘gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid’]

Matteus 13:40-43. Zoals het onkruid bijeengebonden wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de ​Mensenzoon​ zal zijn ​engelen​ eropuit sturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk allen die anderen ten val hebben gebracht en de wetten hebben ​verkracht​ bijeenbrengen en hen in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren!

Matteus 23:27-28. Wee jullie, ​schriftgeleerden​ en farizeeën, huichelaars, jullie lijken op witgepleisterde graven, die er vanbuiten wel fraai uitzien, maar vol liggen met doodsbeenderen en andere onreinheden. Zo lijken ook jullie voor de mensen uiterlijk op rechtvaardigen, terwijl jullie innerlijk vol huichelarij en wetsverachting zijn.

Matteüs 24:12. En doordat de wetteloosheid toeneemt, zal bij velen de liefde bekoelen.

Hieronder is een paar keer wetteloosheid met ‘onrecht’ vertaalt. Vreemd. In de SV, HSV en NBG wordt soms ‘ongerechtigheden’ vertaald. Waarom? Is dat een uiting van aversie tegen de wet?

Romeinen 4:7. Gelukkig is de mens wiens ​onrecht​ is ​vergeven, wiens ​zonden​ zijn bedekt.

Romeinen 6:19. Ik druk me zo gewoon mogelijk uit, omdat het anders uw begrip te boven gaat. Zoals u zich ooit in dienst stelde van zedeloosheid en ​onrecht​ om een ​wetteloos​ leven te leiden, zo stelt u zich nu in dienst van de ​gerechtigheid​ om ​heilig​ te leven.

Paulus geeft aan hoe vreselijk ons leven eerst was en hoe mooi nu. De NBG vertaalt nog meer letterlijk wat er staat.
Romeinen 6:19. Ik zeg dit van menselijk standpunt om de zwakheid van uw vlees. Want gelijk gij uw leden gesteld hebt ten dienste van de ​onreinheid​ en van de ​wetteloosheid​ tot ​wetteloosheid, zo stelt u nu uw leden ten dienste van de ​gerechtigheid​ tot ​heiliging. [NBG]

2 Korintiërs 6:14. Loop niet in een en hetzelfde span met ongelovigen. Wat is de verwantschap tussen ​gerechtigheid​ en ​wetteloosheid? Wat heeft licht met duisternis te maken?

2 Tessalonicenzen 2:7. Hoewel in het verborgene de ​wetteloosheid​ nu al werkzaam is, moet eerst degene die hem tegenhoudt verdwijnen. [over wie gaat dit?]

Titus 2:14. Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle ​wetteloosheid​ en voor Zichzelf een eigen volk zou ​reinigen, ijverig in goede werken. [HSV. De andere vertalingen vertalen met zonde, de NBV en met ongerechtigheden, de NBG en de SV]

Hebreeën 1:9. Gerechtigheid​ hebt u liefgehad en ​onrecht​ gehaat; daarom, God, heeft uw God u ​gezalfd met vreugdeolie, als geen van uw gelijken.’
Hebreeën 8:12. Want Ik zal wat hun ongerechtigheden betreft ​genadig​ zijn en aan hun ​zonden​ en hun ​wetteloos​ gedrag beslist niet meer denken. [HSV, anderen vertalen met wandaden, zonden of overtredingen]
Hebreeën 10:17. .. en even verder staat er: ‘Aan hun ​zonden​ en hun ​wetteloosheid​ zal ik niet meer denken.’

1 Johannes 3:3-6. En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij ​rein​ is. Ieder die de ​zonde​ doet, doet ook de ​wetteloosheid; want de ​zonde​ is de ​wetteloosheid. En u weet dat Hij geopenbaard is om onze ​zonden​ weg te nemen; en ​zonde​ is er in Hem niet. Ieder die in Hem blijft, zondigt niet; ieder die zondigt, heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend.

Wat kunnen wij van deze teksten leren?
Het doen van de wil van de Vader verbindt Jezus met de wet.  Als je de wet niet houdt, dan ben je een werker van de wetteloosheid. Zo iemand kan het Koninkrijk der hemelen niet binnengaan. De wet doen is nodig voor het ingaan in het Koninkrijk van de hemel (Matteüs 7, 13 en 23).

Er is een verband tussen liefde en je houden aan de wet (Matteüs 24).

God haat wetteloosheid (Hebreeën) .Zonde = wetteloosheid (1 Johannes)

Deze teksten bevatten wel de meest ernstige waarschuwingen. Goed om serieus te nemen. De gevolgen van wetteloosheid zijn dat je niet bij God mag zijn, dat bij de voltooiing van de wereld je in  het vuur wordt geworpen. Dat daardoor de liefde bekoeld. Gelukkig kan je wetteloosheid ook door God vergeven worden, zie Romeinen 4.

2. Wetteloze mensen
Hier alle teksten waar het Griekse woord ἄνομος anomos wetteloos wordt genoemd. Het gaat om wetteloze mensen. Daar duidde men de mensen mee aan, die Gods wet niet kennen, in die tijd gebruikte men het voor de mensen uit de volken. Zij kenden Gods wet niet en hielden zich er ook niet aan.

Jezus werd gerekend tot de wettelozen staat in Markus 15:28. Dat was gezien het feit dat Jezus werd opgehangen tussen twee misdadigers. In Lukas 22:37 geeft Jezus nog een laatste aankondiging van zijn lijden vlak voor ze naar de Olijfberg gingen. Hij zegt dat in vervulling moet komen wat over Hem is gezegd, namelijk: “Hij werd gerekend tot de wettelozen”.

Handelingen 2:23. .. deze, naar de bepaalde raad en voorkennis van God uitgeleverd, hebt gij door de handen van wetteloze mensen aan het ​kruis​ genageld en gedood. [NBG, SV en HSV hebben met onrechtvaardigen vertaald en de NBV met heidenen]

1 Korintiërs 9:21. hun, die zonder wet zijn, ben ik geworden als zonder wet – hoewel niet zonder de wet van God, want ik sta onder de wet van ​Christus​ – om hen, die zonder wet zijn, te winnen. [NBG]

2 Tessalonicenzen 2:8. Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here [Jezus] doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning, als Hij komt. [NBG]

1 Timoteüs 1:8-10. Wij weten, dat de wet goed is, indien iemand haar wettig toepast, wel wetend, dat de wet niet gesteld is voor de rechtvaardige, maar voor wettelozen en tuchtelozen, voor goddelozen en zondaars, voor onverlaten en onheiligen, voor vadermoorders en moedermoorders en doodslagers, hoereerders, knapenschenders, zielverkopers, leugenaars, meinedigen, en al wat verder ingaat tegen de gezonde leer. [NBG]

2 Petrus 2:8. . maar de rechtvaardige ​Lot, die zwaar te lijden had onder de losbandige wandel dier zedelozen, heeft behouden – want deze rechtvaardige heeft, onder hen wonende, dag aan dag zijn rechtvaardige ziel gekweld door het zien en horen van hun tegen alle wet ingaande werken – [NBG]

Wat kunnen wij van deze teksten leren?
De mensen uit de volken werden wetteloze mensen genoemd. Terecht. Maar nu kunnen zij de wet kennen en houden, omdat die wet in ons leven is gekomen.

Paulus vermomd zich zelfs als iemand alleen onder de wet van Christus om zo de mensen uit de volken te winnen (1 Korintiërs).

De wet heeft de meeste zeggingskracht voor mensen, die de weg flink kwijt zijn. Voor hen staat er veel in hoe ze een beter leven kunnen leiden. Volgelingen van Jezus kennen en doen de wet als vanzelf (1 Timoteüs).

4.       Wat zegt het Nieuwe Testament over de Geboden

In de wet zijn de geboden van God te vinden. Ze zijn concreet en specifiek. Het zijn dingen als: ‘Eer uw vader en uw moeder’ of ´heb uw naaste lief´. Er zijn drie woorden in het Grieks, die gaan over ‘geboden’. Totaal komen in 85 verzen Gods geboden aan de orde.

We nemen hier ook het woord Grieks woord ‘dogma’ mee, een woord dat wij ook in het Nederlands kennen. Een dogma is ook een soort gebod. Het gaat in vijf verzen over dat woord.

Grieks
woord
Soort
woord
StrongOpmerkingen:
1.ἐντολή
entolē
Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
G1785
SB1612
Opdracht, bevel, gebod.
Het woord komt 71 keer
voor in 65 verzen.
2.ἔνταλμα
entalma
Zelfstandig
naamwoord
onzijdig
G1778
SB1604
Opdracht, bevel, gebod.
Het woord komt drie keer
voor. Het gaat steeds over
geboden van mensen.
3.ἐντέλλω
entellō  
Werkwoord G1781
SB1607
Heeft geen eenmalig karakter,
maar is een bevel voor
een algemene regel, zoals
in Matteüs 15:4 eert uw
vader en uw moeder.
Het woord komt 21 keer
voor in 17 verzen.
De SB schrijft entalmomai
4.δόγμα
dogma
Zelfstandig
naamwoord
onzijdig
G1378
SB1237
Het woord komt vijf keer
voor in vijf verzen.
De NBG vertaalt met vier
verschillende woorden nl..
bevel (1x) beslissing (1x),
gebod (1x) en inzetting (2x).

Zonder uitzondering spreken de boeken van het Nieuwe Testament positief over Gods geboden. De geboden zijn er om door ons te worden uitgevoerd. Heel onverstandig om dat niet te doen.

1. ἐντολή entolē gebod
Van de 65 teksten, waarin dit woord voorkomt laat ik alle teksten zien van het evangelie van Matteus.

Matteüs 5:17-19. Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn. Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het ​koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het ​koninkrijk van de hemel​ in hoog aanzien staan.

Het staat er duidelijk: ‘Als je zelfs de kleinste van Gods geboden afschaft ben je de kleinste in het Koninkrijk van de hemel’. Laat de tekst de laatste zin ‘en dat aan anderen leert’ u bemoedigen om mensen aan te zetten om Gods geboden ter harte te nemen. Dat doe ik ook bij deze.

Als je als volgeling van Christus de regels van je traditie voorrang geeft op Gods geboden dan ben je een huichelaar.
Matteüs 15:3-9. Hij gaf hun ten antwoord: ‘En waarom overtreedt u het gebod van God, alleen om uw eigen traditie in stand te houden? Want God heeft gezegd (werkwoord gebieden): “Toon eerbied voor uw vader en moeder,” en ook: “Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden.” Maar u leert: “Wie tegen zijn vader of moeder zegt: ‘Alles wat van mij is en voor u van nut had kunnen zijn, bestem ik tot offergave,’ die hoeft zijn ouders geen eerbied te tonen.” Zo ontkracht u het woord (gebod) van God uit eerbied voor uw eigen traditie. Huichelaars, wat is Jesaja’s ​profetie​ toch toepasselijk op u: “Dit volk eert mij met de lippen, maar hun ​hart​ is ver van mij; tevergeefs vereren ze mij, want ze onderwijzen hun eigen leer, voorschriften van mensen.”’ [tussen haakjes de letterlijke weergave van het Griekse woord]

Matteus 19:17b. Als je het leven wilt binnengaan, houd je dan aan zijn geboden.’
Matteus 22:35-40. Om hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde: ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

Ook alle teksten van het evangelie van Johannes, behalve van Joh.11:57 want dat spreekt over een gebod van de Farizeeën.
Johannes 10:17-18. De Vader heeft mij lief omdat ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen. Niemand neemt mijn leven, ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die ik van mijn Vader heb gekregen.’

Johannes 12:49-50. Ik heb niet namens mezelf gesproken, maar de Vader die mij gezonden heeft, heeft me opgedragen wat ik moest zeggen en hoe ik moest spreken. Ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent. Alles wat ik zeg, zeg ik zoals de Vader het mij verteld heeft.’

Johannes 13:34. Een nieuw gebod geef ik u, dat gij elkander liefhebt [NBG]

Johannes 14:15-17a. Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden. Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: de ​Geest​ van de waarheid.
Johannes 14:21a. Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief.

Johannes 15:10-12. .. je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf. Dit zeg ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn. Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad.

En verder alle teksten van de pastorale brieven van de apostel Johannes, waar het woord geboden meest in voorkomt.
1 Johannes 2:3-8. Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden. Wie zegt: ‘Ik ken hem,’ maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. In wie zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde ten volle werkelijkheid geworden; hierdoor weten we dat we in hem zijn. Wie zegt in hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden. Geliefde broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap die u gehoord hebt. Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en in uw leven.

1 Johannes 3:22-24. … en ontvangen we van hem wat we maar vragen, omdat we ons aan zijn geboden houden en doen wat hij wil. Dit is zijn gebod: dat we geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus en elkaar liefhebben, zoals hij ons heeft opgedragen. Wie zich aan zijn geboden houdt blijft in God, en God blijft in hem. Dat hij in ons blijft, weten we door de Geest die hij ons heeft gegeven.

1 Johannes 4:21. We hebben dan ook dit gebod van hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben.

1 Johannes 5:2-3. Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben en zijn geboden doen. Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar.

2 Johannes 1:4-6. Ik was zeer verheugd te merken dat verscheidene van uw kinderen de weg van de waarheid volgen, in overeenstemming met het gebod dat de Vader ons gegeven heeft. En nu heb ik een verzoek aan u. Ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor, maar een gebod dat ons vanaf het begin bekend is: laten we elkaar liefhebben. Liefhebben houdt in dat we leven volgens Gods geboden. Volgens dit gebod, dat u vanaf het begin gehoord hebt, moet u leven.

En tenslotte alle teksten met dit woord van het boek Openbaring van Johannes:
Openbaring 12:17. En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben;
Openbaring 14:12. Hier blijkt de volharding der heiligen, die de geboden Gods en het geloof in Jezus bewaren.
Openbaringen 22:14. Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de ​poorten​ de stad mogen binnengaan. [HSV]

Op basis van tekst van andere handschriften heeft de NBV in Openbaringen 22 net als de NBG i.p.v. ‘die Zijn geboden doen’ de woorden ‘die hun ​kleren​ wassen’. Het zijn woorden, die in het Grieks op elkaar lijken, maar een totaal andere betekenis hebben. Welke vertaling juist is, is moeilijk te zeggen.

Wat kunnen wij leren van deze teksten?
Wie de geboden van God onderhoud zal in hoog aanzien staan in het Koninkrijk der hemel (Matteus).

Jezus heeft een geboden van de Vader gekregen namelijk om het leven af te leggen en het weer op te nemen en om het gebod om te spreken wat de Vader aan zou  geven (Johannes 10 en 12).
Elkaar liefhebben geeft Jezus ons als een nieuw gebod (Johannes 13).
Met het houden van geboden toon je aan dat je van God houdt (Johannes 14).
Het houden van Gods geboden geeft vreugde (Johannes 15).

Als je zegt dat je God kent, maar je niet houdt aan Gods geboden, dan ben je een leugenaar (1 Johannes).

De strijd gaat tussen hen die doen wat God van hen vraagt, zijn geboden bewaren en doen en de duisternis. Die de geboden doen hebben recht op de boom van het leven en om de poorten van de stad binnen te gaan. (Openbaringen)

2. Het zelfstandig naamwoord ἔνταλμα entalma gebod.
Het gaat steeds over geboden van mensen, zoals in het boek Matteüs.
Matteus 15:7-9. Huichelaars, wat is Jesaja’s profetie toch toepasselijk op u: “Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij; tevergeefs vereren ze mij, want ze onderwijzen hun eigen leer, voorschriften van mensen.”’ [Marcus 7:7 is identiek aan dit vers 9]

Kolossenzen 2:20-23. Als u met Christus dood bent voor de machten van de wereld, waarom laat u zich dan geboden opleggen alsof u nog in de wereld leeft? ‘Raak dit niet aan, proef dat niet, blijf daarvan af’ – het zijn menselijke voorschriften en principes over zaken die door het gebruik vergaan. Dat moet allemaal voor wijsheid doorgaan, maar het is zelfbedachte godsdienst, zelfvernedering en verachting van het lichaam; het heeft geen enkele waarde en dient alleen maar tot eigen bevrediging.

In de kerk komt je ook veel geboden van mensen tegen. Zoals Jezus en Paulus daar kritisch over waren, kunnen wij dat beter ook zijn.

3. Het werkwoord ἐντέλλω entellō gebieden (ad 3)
Het werkwoord komt in 17 verzen voor. Het is interessant om te zien wie er zoal gebied. God de Vader 5 x, Jezus 7 x, Mozes 3 x, Jozef 1 x en een mens 1 x genoemd in een gelijkenis. In het evangelie van Matteüs komt het woord vijf keer voor en zijn er drie verschillende bronnen God de Vader, Jezus en Mozes. Hier de teksten als representant voor het geheel.

Matteüs 4:6. Hij zei tegen hem: ‘Als u de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal hij opdracht geven om u op hun handen te dragen, zodat u uw voet niet zult stoten aan een steen.”’ <waar komt de tekst uit OT vandaan?>

Matteüs 15:4. Want God heeft gezegd: “Toon eerbied voor uw vader en moeder,” en ook: “Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden.”

Matteüs 17:9. Toen ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.’

Matteüs 19:7. Toen vroegen ze hem: ‘Waarom heeft Mozes dan voorgeschreven haar een scheidingsbrief te geven en haar zo te verstoten?’

Matteüs 28:20a. … en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. [NBG: al wat ik u bevolen heb]

Wat kunnen we leren van deze teksten?
Het zijn niet alleen verschillende bronnen maar ook verschillende soorten geboden. Enkelen, die algemeen geldend zijn zoals: “Eer uw vader en uw moeder” en over de “scheidbrief”, maar ook die voor een bepaalde periode gelden: Praat met niemand over wat jullie hebben gezien totdat ik uit de dood ben opgewekt.

Het gaat er steeds om bij de geboden. Zijn ze voor mij van toepassing? Dan doe ik ze ook. Twee van deze geboden zijn direct op mij van toepassing: Eer uw vader en uw moeder en doorgeven van al wat Jezus bevolen hebt. Indirect kan ik ook met een scheidingsprocedure te maken hebben.

 4. Het zelfstandig naamwoord δόγμα dogma dogma (ad 4)
Dit woord komt slechts vijf keer voor. Onder andere in deze tekst van de brief aan de Efeziërs.

Efeziërs 2:14-15. Want Hij is onze ​vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in zijn vlees de wet (nomos) der geboden (entole), in inzettingen (dogma) bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, ​vrede​ makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen, en de twee, tot één lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het ​kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft. [NBG]

Deze tekst is uitgelegd in paragraaf 9.6. Dit is de enige tekst waar alle drie begrippen over de wet en de geboden in het Nieuwe Testament in voorkomen . Een tekst om te onthouden.

4.1   Verandering van het besnijdenis gebod

Er is een gebod dat is vervallen en dat is het besnijdenis gebod.

Aan Abraham en later aan het volk Israël is het gebod van de besnijdenis gegeven.
Genesis 17:10. Dit is mijn verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden worde. [NBG]
Leviticus 12:3. Op de achtste dag moet het kind besneden worden.

De apostel Paulus brengt echter naar voren dat in onze tijd het gaat om een innerlijke besnijdenis.
Romeinen 2:29. Jood is men door zijn innerlijk, en de besnijdenis is een innerlijke besnijdenis. Het is het werk van de Geest, niet een voorschrift uit de wet, dus wie innerlijk een Jood is, ontvangt geen lof van mensen maar van God.

Hieronder een op zich vreemde tekst. Paulus roept op om de geboden na te leven, maar zegt ook dat de besnijdenis, één van Gods geboden, niets betekent.
1 Korintiërs 7:19. (Want) besneden zijn betekent niets, en onbesneden zijn betekent niets, maar wèl het houden van Gods geboden.

De besnijdenis was symbool geworden om onder de wet te blijven leven en niet in de vrijheid. Dit was zo’n grote belemmering voor het koninkrijk van God, dat daarom dit gebod, dat een bolwerk was geworden, moest verdwijnen. Hier gaat het ook over in onderstaande tekst.

Galaten 5:1-6. Christus​ heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen. Luister naar wat ik, ​Paulus, tegen u zeg: als u zich laat ​besnijden, zal ​Christus​ u niets baten. Ik verzeker u dat iedereen die zich laat ​besnijden​ verplicht is om de wet volledig na te leven. Als u probeert door God als een rechtvaardige te worden aangenomen door de wet na te leven, bent u van ​Christus​ losgemaakt en hebt u Gods ​genade​ verspeeld. Want door de Geest hopen en verwachten wij dat we op grond van geloof als rechtvaardigen worden aangenomen. In ​Christus​ ​Jezus​ is het volkomen onbelangrijk of men wel of niet ​besneden​ is. Belangrijk is dat men gelooft en de ​liefde​ kent, die het geloof zijn kracht verleent.

In bovenstaande tekst wordt ook nog, wat wij wettisch zijn gaan noemen beschreven. Het gaat om deze tekst. Over wetticisme gaat een laatste hoofdstuk van de studie.
Galaten 5:4. ‘Als u probeert door God als een rechtvaardige te worden aangenomen door de wet na te leven, bent u van ​Christus​ losgemaakt en hebt u Gods ​genade​ verspeeld’.

Wat kunnen wij van deze teksten leren?
Het gaat er om, dat je innerlijk wordt besneden, om innerlijk jood te worden (Romeinen en Korintiërs).

Als je voor je rechtvaardiging op het naleven van de wet blijft vertrouwen, verspeel je Gods genade (Galaten).

4.2   Meer nadruk op het gebod van de liefde

De nadruk van de wet, van de geboden onder het nieuwe verbond ligt op ‘de liefde’. Het begint bij Jezus met de liefde van de Vader voor Hem en de liefde van Jezus voor de Vader. De discipelen voegen zich in die liefde.

Het gaat hier voor alle duidelijkheid om de onbaatzuchtige liefde, onvoorwaardelijke liefde. De liefde die we geven zonder er iets voor terug te verwachten.
Johannes 14:31. … maar de wereld moet weten, dat Ik de Vader liefheb en zó doe, als Mij de Vader geboden heeft.
Johannes 15:9-12. Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader mij heeft liefgehad. Blijf in mijn liefde: je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf. Dit zeg ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn. Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad.

Je naaste liefhebben was op zich geen nieuw gebod. Het staat al in het boek Leviticus, maar wel op een onopvallende plek tussen een hele lijst met korte geboden.
Leviticus 19:18b. Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de HEER.

Jezus neemt de liefde tot de naaste op in wat wij het grote gebod noemen.
Matteüs 22: 36-40. ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ Hij antwoordde: ‘Heb de ​Heer, uw God, lief met heel uw ​hart​ en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

Jezus noemt het een nieuw gebod, dat geeft wel aan dat de aanpassing van dit gebed ingrijpend is.
Johannes 13:34-35. Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.

Volgens Jezus geldt het gebod ook voor je vijanden.
Matteüs 5:43-48. Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars niet net zo? En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo? Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.

De Joodse mensen dachten hier aan de vijanden van hun eigen volk. Toen later, we lezen dat in het boek Handelingen, de mensen uit de volken er ook bij gingen horen, waren die mensen ook degenen, die men lief moest hebben en ook de vijanden, die je onder hen kon hebben. Daar moesten de joden aan wennen. Voor de joden lag de grens eerst bij het eigen volk.

De apostelen schrijven in hun brieven ook over het gebod van de liefde. Vanzelfsprekend ook voor de gelovigen uit de volken.
Romeinen 13:8-9. Zijt niemand iets schuldig dan elkander lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. Want de geboden: gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult niet begeren en welk ander gebod er ook zij, worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. [NBG]

Jakobus 2:8. Wanneer u echter het koninklijke gebod volbrengt dat de Schrift geeft: ‘Heb uw naaste lief als uzelf,’ dan handelt u juist.

2 Petrus 1:5-7. Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, uw vroomheid met ​liefde​ voor uw broeders en zusters, en uw ​liefde​ voor uw broeders en zusters met ​liefde​ voor allen.

4.3   Wat zijn de veranderingen t.a.v. de andere geboden?

Als de geboden van God zo belangrijk zijn, dan is het ook belangrijk dat we precies weten wat die geboden zijn. Het is echter niet zo gemakkelijk om dat vast te stellen. De geboden, die we in de eerste vijf boeken vinden zijn de basis. Maar dat zijn wel geboden van duizenden jaren geleden en de tijden zijn veranderd.

1. Zo zijn er de geboden, die gaan over de inwijding van de priesters en de tempeldienst en ook het verder onderhouden van die dienst met alle offers, die daarbij nodig waren. Er is nu geen tempel meer, dus deze geboden zijn niet na te volgen. Deze geboden geven ons wel een mooie indruk hoe God in die tijd met zijn volk omging. En grondlijnen of elementen daarvan kunnen we nog gebruiken. Zoals we voor de aanbidding voor Gods troon dezelfde soort van stappen kunnen zetten richting het Heilige der Heilige.

2. Dan zijn er geboden, die gaan over de inrichting van de samenleving. Het erfrecht, het vreemdelingen recht, het recht van vergelding etc. Deze regels zijn bij veel landen een voorbeeld geweest en zelfs nu nog voor de eigen wetgeving. Deze geboden zijn nog steeds interessant om te lezen, zodat je weet wat de oorspronkelijke gedachte was.

3. Verder zijn er de inzetting van God, die waren bedoeld voor altijd. Denk aan het dag/nacht ritme, het week, maand en jaarritme, de sabbat en de feesten. Vooral over de sabbat en de feesten is veel strijd geweest. Keizers, koningen en synodes hebben soms met geweld hun eigen visie doorgedrukt.

4. Tenslotte de geboden voor ons persoonlijk leven. Ze gaan over hygiëne, voedsel, gezinsleven, werken en rusten, leven met God en zijn woord. Ze zijn goed om ter harte te nemen.

Met het ingaan van het Nieuwe Verbond zijn er veel geboden bijgekomen. We kunnen ze lezen in het Nieuwe Testament, zoals geboden voor het innerlijk leven: de liefde voor een ander, maar ook geen zorgen maken, geen angsten, etc. een hele rij. Eigenlijk zijn alle woorden in de Bijbel met een boodschap voor ons om ons leven te veranderen, een gebod van God.

Er zijn mensen geweest, die opsommingen hebben gemaakt van de geboden van het Oude Testament en de geboden van het Nieuwe Testament.

Dit is de lijst van Maimonides een joodse rabbi met 613 geboden uit de torah, zie  http://nl.wikipedia.org/wiki/613_mitswot  En er is een lijst van 1050 geboden van het Nieuwe Testament van ene Finis Jennings Dake, zie http://www.cai.org/files/theme-sheets/nl/a1/sa1019nl.pdf . Een andere versie van Peter Steffens vind u hier: http://www.petersteffens.nl/artikelen/onderwijs/1050-geboden-in-het-nieuwe-testament.html

Volgens deze lijsten staan er dus meer dan 1600 geboden in de Bijbel. Jullie begrijpen gezien, wat ik hiervoor schrijf, dat dit mooie pogingen zijn voor een totaal lijst, maar je kunt over de opdeling en samenvoegingen van teksten in de Bijbel tot de lijst met geboden wel over van mening verschillen.

Het is goed om naar voren te brengen, dat het belangrijk is dat je je best doet en dat het naleven van Gods geboden je aandacht heeft. Maar weet dat je nooit alles zal halen. De geboden moeten je niet drukken maar je helpen in je leven. Dat is de bedoeling van onze liefdevolle Vader.

Wat kunnen wij van deze veranderingen leren?
Er zijn een tweetal geboden, die in onze tijd zijn veranderd. Er is een gebod vervallen: het besnijdenis gebod. En er is bij een gebod een andere nadruk gekomen. Het liefde gebod. Daarnaast is het voor een aantal geboden niet meer mogelijk om ze uit te voeren omdat de context is veranderd.

5.       Het belang van de Joodse traditie in de tijd van het Nieuwe Verbond

Als je nadenkt over hoe je kunt leven, dan komen de volgende vragen naar voren. Hoe hoor je te leven? Hoe kun je verstandig leven? Daarvoor had men in de dagen van Jezus een heel pakket aan richtlijnen. Dat waren niet alleen regels, maar ook verhalen om dingen duidelijk te maken. Of gesprekken wat je moet doen: als dit gebeurt dan zou je dat kunnen doen.

Een deel van die set was de torah, de wet van Mozes, het zijn de eerste vijf boeken die in onze vertalingen van de Bijbel staan. Die torah zijn regels én ook verhalen. De joden hadden hun traditie er aan toegevoegd. Die gingen ze ook op schrift stellen. Een behoorlijk grote bibliotheek alles bij elkaar. Dat alles werd bestudeerd, als je er veel van wist. was je een Schriftgeleerde. De gewone man in de Joodse gemeenschap wist er minder van, maar wel meer dan we in onze kerk weten van de torah. Is mijn indruk althans.

Jezus uitte zich niet altijd positief over wat er naast de torah was ontstaan. De conflicten van Jezus met de schriftgeleerden uit die tijd gaan altijd over die toegevoegde regels. Soms omdat een uitwerking leidde tot een regel, die niet naar de wil van God was. Ook wel omdat de oorspronkelijke bedoeling bij de uitwerking helemaal uit het zicht raakte. Ook wel omdat de houding bij de uitvoering van de regels totaal niet meer was volgens het gebod van de liefde.

In de brief aan de Galaten schrijft Paulus hoe hij de Joodse wetten strikt naleefde en zich vol overgave hield aan de tradities van het ” voorgeslacht”. Paulus gebruikt hier het Griekse woord ‘patrikos’, dat je met vaders zou kunnen vertalen.
Galaten 1:14. Ik leefde de Joodse wetten heel wat strikter na dan velen van mijn generatie en zette mij vol overgave in voor de tradities van ons voorgeslacht.

5.1   Overlevering van de ouden/traditie van voorouders.

In het Nieuwe Testament komt driemaal in twee perikopen de uitdrukking παράδοσις πρεσβύτερος, paradosis presbyteros, voor, het zijn de Strong nummer G3862 en G4245 een zelfstandig naamwoord en een bijvoeglijk naamwoord. Je zou het kunnen vertalen met de traditie van de voorouders (NBV) of met de inzettingen der ouden (SV). Presbyteros wordt ook wel vertaald met oudsten.

‘Het was het geheel aan voorschriften, die volgens de opvatting van de latere Joden mondeling was overgeleverd door Mozes en in ongebroken opvolging mondeling was doorgegeven aan de volgende generaties; deze voorschriften die de geschreven wet toelichtten en uitbreidden moesten met evenveel eerbied gehoorzaamd worden’. (bron: opmerking bij Strong 3862 van de Online Bible).

De twee perikopen in de Bijbel, waar de traditie van de voorouders aan de orde komen is Matteüs 15:2-6 genoemd en Marcus 7:3-8. Hier eerst de tekst van Marcus inclusief de context.

Marcus 7:1-5. Ook de farizeeën en enkele van de schriftgeleerden die uit Jeruzalem waren gekomen, hielden zich in zijn nabijheid op. En toen ze zagen dat sommige leerlingen brood aten met onreine handen, dat wil zeggen, met ongewassen handen (de farizeeën en alle andere Joden eten namelijk pas als ze hun handen gewassen hebben, omdat ze zich aan de traditie van hun voorouders houden,  en als ze van de markt komen, eten ze pas als ze zich helemaal gewassen hebben, en er zijn nog allerlei andere tradities waaraan ze zich houden, zoals het schoonspoelen van bekers en kruiken en ketels ), toen vroegen de farizeeën en de schriftgeleerden hem: ‘Waarom houden uw leerlingen zich niet aan de tradities van onze voorouders en eten ze hun brood met onreine handen?’

Marcus 7:6-8. Maar hij antwoordde: ‘Wat is de profetie van Jesaja toch toepasselijk op huichelaars als u! Er staat immers geschreven: “Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij;  tevergeefs vereren ze mij, want ze onderwijzen hun eigen leer, voorschriften (Grieks ἔνταλμα entalma) van mensen.” De geboden van God geeft u op, maar aan tradities van mensen houdt u vast.’

Marcus 7:9-15. En hij vervolgde: ‘Mooi is dat, hoe u Gods geboden ongeldig maakt om uw eigen tradities overeind te houden! Heeft Mozes niet gezegd: “Toon eerbied voor uw vader en uw moeder”, en ook: “Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden”? Maar u leert dat iemand tegen zijn vader of moeder mag zeggen: “Alles wat van mij is en voor u van nut had kunnen zijn is korban”’ (wat ‘offergave’ betekent), ‘waarmee u hem niet toestaat nog iets voor zijn vader of moeder te doen, en zo ontkracht u het woord van God door de tradities die u doorgeeft; en u doet nog veel meer van dit soort dingen.’ Nadat hij de menigte weer bij zich had geroepen, zei hij: ‘Luister allemaal naar mij en kom tot inzicht. Niets dat van buitenaf in de mens komt kan hem onrein maken, het zijn de dingen die uit de mens naar buiten komen die hem onrein maken.’

Het parallelle deel  in de perikoop van Matteüs komt in grote lijnen overeen met dit deel van Markus, alleen de laatste vier zinnen geven nog een uitbreiding en maken het geheel nog scherper.

Matteüs 15:12-20. Daarop kwamen de leerlingen bij hem en zeiden: ‘Weet u dat de farizeeën uw uitspraak gehoord hebben en dat ze die stuitend vinden?’ Hij antwoordde: ‘Elke plant die niet door mijn hemelse Vader is geplant, zal met wortel en al worden uitgerukt. Laat ze toch, die blinde blindengeleiders! Als de ene blinde de andere leidt, vallen ze samen in een kuil.’ Toen stelde Petrus de vraag: ‘Wilt u ons die uitspraak uitleggen?’ Jezus zei: ‘Begrijpen ook jullie het dan nog steeds niet? Zien jullie dan niet in dat alles wat de mond in gaat in de maag terechtkomt en in de beerput weer verdwijnt? Wat daarentegen de mond uit gaat komt uit het hart, en die dingen maken een mens onrein. Want uit het hart komen boze gedachten, moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen en laster. Dat maakt een mens onrein, niet eten met ongewassen handen.’

Bij dit gedeelte is het goed om de joodse achtergrond te weten. Deze heb ik uit het Jewish New Testament Commentary bij de tekst van Marcus 7 van de messias belijdende jood David H. Stern gehaald.

Het gaat in vers 1 tot en met 5 van dat Marcus gedeelte om een voorschrift dat in de Bijbel is bedoeld voor de priester (Exodus 30: 19-21), maar die in de traditie voor iedereen van toepassing was verklaard. Het ging bij de priesters niet om hygiëne maar om geestelijk zuiver een offer voor te bereiden. Door het voorschrift voor iedereen van toepassing te laten zijn wordt de focus bij mensen gelegd op handen wassen in plaats van op andere  dingen. De geboden van God zijn een beperkte set om mensen niet te laten focussen op regels maar op de andere dingen in het leven die van belang zijn.

Over die verkeerde gerichtheid wordt Jezus verontwaardigd. Vandaar zijn citaat van Jesaja. Al die regels leiden niet alleen tot verkeerde gerichtheid maar ook tot slavernij. Het is als een duistere wolk die de mensen omgeeft.

Als we dit weten dan betekent de uitspraak ‘Zo verklaarde hij alle spijzen rein’ dat je door ongewassen handen je eten niet onrein maakt. Het zegt zeker niet dat je onreine dieren zou kunnen eten. Als Jezus dat had bedoeld, dan was de verbijstering van de omstanders groot geweest. Het eten van onreine dieren is een heel ander onderwerp.

5.2   Jezus sluit aan bij de traditie van het levend water en van de vorm van gelijkenissen

Dezelfde Jewish New Testament Commentary van Stern bladzijde 92 geeft ook een voorbeeld van een positieve waardering van Jezus over de overleveringen. In dit geval een tekst van de Mishna die niet voorkomt in de Tenach.

Johannes 7:37-39. Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en hij riep: ‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! “Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft,” zo zegt de Schrift.’ Hiermee doelde hij op de Geest die zij die in hem geloofden zouden ontvangen; de Geest was er namelijk nog niet, want Jezus was nog niet tot Gods majesteit verheven.

Het was een gebruik dat elke dag van het loofhuttenfeest een priester na de morgenoffers omringd door het volk, met een gouden kruik water haalde uit Siloam. Later zou, zie Johannes 9:7, een blinde hier het gezicht ontvangen.

Onder gejuich en muziek werd deze kruik met water naar het altaar gebracht terwijl het volk de woorden van Jesaja 12 reciteerde.
Jesaja 12:3. Vol vreugde zullen jullie water putten uit de bron van de redding.
In het Hebreeuws staat als laatste woord  יְשׁוּעָה  yĕshuw`ah, precies, de naam van Jezus. Vol vreugde zullen jullie water putten uit Jezus.

Na één rondgang om het altaar en op de zevende dag zelfs zeven rondgangen, werd dat water uitgegoten aan de westzijde van het brandofferaltaar, vanwaar het via een buis naar de Kidron beek stroomde, terwijl de tempelzangers met het volk o.a. Psalm 118:25 zongen: ‘Och Here geef toch dit heil’. Dit alles symboliseerde als herinnering het water dat God tijdens de woestijnreis uit de steenrots deed stromen, Exodus 17:6 en Numeri 20:8-11, en als verwachting de stromen van heil die door de Messias gegeven zouden worden, Ezechiël 47:1 en Zacharia 14:8.  (bron: commentaar Studiebijbel bij Johannes 7:37)

Het is natuurlijk logisch dat Jezus zich van taal en vormen bedient, die aansluiten bij de mensen van zijn tijd. Opmerkelijk is dat de thema’s van de gelijkenissen van Jezus ook  in de geschriften van rabbi’s voorkomen zoals de brede en de smalle weg en de koning, die een feestmaal maakte. Volgens het artikel ‘Rabbijn Jezus’ uit het blad ‘Melach HaArets’ november december 2014 is er wel een document te maken van 1000 bladzijden met overeenkomsten.

5.3   Lastig dilemma: hoe om te gaan met tradities die niet Gods geboden zijn.

Het kan lastig zijn, hoe je om moet gaan met tradities, die niet Gods geboden zijn. Het je afzijdig houden van mensen uit de volken was een joodse traditie. De HEER wil juist dat er verbinding wordt gelegd. Het gebod van God, ga uit naar de volken, daar hoort ook bij ‘leef gemeenschappelijk’. Dat is belangrijker dan de joodse traditie.

Galaten 2:11-14. Maar toen Kefas in Antiochië was, heb ik me openlijk tegen hem verzet, want zijn gedrag was verwerpelijk. Hij at altijd met de heidenen, maar toen er afgezanten van Jakobus kwamen, trok hij zich terug en at hij apart, uit angst voor de voorstanders van de besnijdenis. De andere Joden deden met hem mee, en zelfs Barnabas liet zich meeslepen door hun huichelarij. Toen ik zag dat ze niet de rechte weg naar het ware evangelie bewandelden, zei ik tegen Kefas, in aanwezigheid van iedereen: ‘Jij bent een Jood, maar je leeft als een heiden en houdt je niet aan de Joodse gebruiken; hoe kun je dan opeens heidenen dwingen als Joden te leven?’

5.4   Tradities zijn goed als ze door de Hemelse Vader zijn geplant.

In de brieven van Paulus wordt positief geschreven over de apostolische tradities. Dat zijn praktische invullingen voor het leven. Het is goed om je aan die apostolische tradities vast te houden.

1 Korintiërs 11:2. Ik prijs het in u dat u mij bij alles als voorbeeld neemt en u aan de voorschriften houdt die ik u gegeven heb. 

2 Tessalonicenzen 3:6. Broeders en zusters, op gezag van onze Heer Jezus Christus dragen wij u op u niet in te laten met broeders of zusters die hun werk verwaarlozen en niet leven volgens de traditie die wij hebben doorgegeven.

6.       Het veranderproces van de HEER bij de omslag van Oud naar Nieuw

De wet van Mozes is eeuwenlang, hoe lang is niet bekend, aangevuld met de Joodse tradities. Samen werd het een massief bolwerk.

Het oorspronkelijke oude verbond was zegen en vloek op basis van de torah. In het nieuwe verbond zou God door zijn Geest de nieuwe regels in de harten van de mensen schrijven. We kunnen leven in de Geest.

Ik heb ook wel eens een verander traject begeleid. Hoe heeft de Heer dat gedaan? Hoe heeft de Heer dit omvangrijke verandermanagement proces begeleid? Dat vroeg ik me af.

De mensen waren in een situatie dat hun denken en doen verbonden waren met wat God gegeven had in het oude verbond vermengd met allerlei zaken daar om heen. Een ongezonde situatie was dat, een toestand, die deels niet naar de wil van God was. De mensen moesten naar een toestand van het nieuwe verbond die nog behoorlijk onbekend was. Een uitermate complexe verandering, die ook alleen maar kon slagen door inzet van de Heilige Geest.

Als je de evangeliën leest dat merk je dat Jezus twee dingen doet. Het bestrijden van regels uit het Jodendom die tegen de wil van God zijn. En als tweede het uitleggen en gestalte geven aan het leven volgens het nieuwe verbond. Het is wel bijzonder als je leest hoe dat plaatsvond bij Jezus in zijn dagelijks leven. Door zijn leven en zijn werk is de wissel voor de mensheid omgezet.

Paulus en de andere apostelen besteden in hun brieven veel aandacht aan die zelfde twee dingen. Tegen de regels, die niet van God zijn bijvoorbeeld in de brief aan de Galaten. Maar ook aan het verder uitleggen en doorvoeren van het nieuwe verbond, het leven door de Geest.

Omdat er langzamerhand ook steeds meer mensen uit de volken bij komen ontstaat er een derde probleemveld. Mensen, die weinig kennis hebben van de wet van God, de torah. Hen wordt het belang van de wet onder ogen gebracht, zie Handelingen 15 en nog veel meer plaatsen.

7.     De wet kreeg een slechte naam in de kerk

Rond de wet en de geboden is er veel gebeurd in die 2000 jaar dat de kerk nu bestaat.

Beginnetjes van ontwikkelingen zie je al staan in de boeken van het Nieuwe Testament. Zo ging de kerk zich steeds meer losmaken van Israël. Andere invloeden werden belangrijk in de kerk. Op gegeven moment werd de Bijbel nauwelijks meer gelezen. In ieder geval het Oude Testament niet. Zie ook studie de Vroege kerk.

Uit die traditie komt ook het idee dat het Nieuwe Testament vooral de Bijbel is. Zo heb ik een paar Bijbels in mijn boekenkast staan van voorouders uit een Gereformeerde Gemeente kerk met alleen het Nieuwe Testament en de Psalmen van Datheen.

Wereldwijd kom je verschillende opvattingen tegen. De orthodoxe kerken geven over het algemeen gezag aan de tien geboden, maar aan de rest van de torah niet. Evangelische gemeenten houden het vooral op het gebod van de liefde en de torah is weinig in beeld.

Jezus zegt in het zendingsbevel “en onderwijst al hetgeen ik jullie heb geboden”, dat hield o.a. in dat er niets van de wet verloren zou gaan. Impliciet hoort daar volgens mij ook bij de kennis van de torah, die in de tijd van Jezus normaal was, en die nu vervlogen is. De kerken varen hier een andere koers dan Jezus en de apostelen.

Die andere koers heeft dramatische gevolgen. Als je de torah niet serieus neemt leidt dat er dikwijls toe dat je de hele Bijbel en ook God niet serieus neemt. En waarom zou je dan nog naar de kerk gaan?

En als je Gods Woord niet serieus neemt, mis je ook de zegen van God. Met als gevolg veel narigheid en ellende.

7.1   Overtuigingen die niet sporen met de Bijbel

In de kerk kom je nogal wat overtuigingen tegen, die niet in overeenstemming zijn met Gods woord en mijn inziens ook niet met Gods bedoelingen.

Zo is er de opvatting: “We leven nu in de tijd van de genade en niet meer van de wet”. Het eerste deel is correct. Maar het tweede deel is ook nog belangrijk. De genade en de wet staan niet tegenover elkaar, maar juist naast elkaar. Het is niet de wet óf de genade. Het is de wet én de genade zegt de Bijbel.

De opvattingen dat de wet zou zijn afgeschaft, is vervallen of dat de wet niet meer aan de orde is, is een veel te ongenuanceerde uitspraak. Deze uitspraak is niet in overeenstemming met Gods Woord. Dit is lijnrecht tegenover woorden van Jezus en de apostelen.

Dan heb je de opvatting: “Je kunt je niet houden aan de wet. Het zijn veel te veel regels. Het is voor mensen onmogelijk om je daar allemaal aan te houden”. Dit lijkt me een beledigende uitspraak over God en een denigrerende opmerking voor het volk Israël. De HEER heeft ze in wijsheid destijds gegeven en het volk Israël vond ze zo redelijk dat ze ermee in zee gingen. Paulus, als volgeling van Jezus ging er zelfs prat op dat hij de geboden hield.

Ter aanvulling zou ik willen vragen. Een bezinningsvraag. Noem eens een regel, die je niet kunt houden? Je zult niet stelen? Is dat zo moeilijk? God lief hebben boven alles? Je kunt er toch met je hart naar streven. Dat is voldoende. Of wil je God niet liefhebben? Zo zouden we alle geboden langs kunnen gaan.

Door kritiek op de wet, wat tegelijkertijd ook kritiek is op de woorden van God is er een geestelijke bedekking gekomen. Dat is een naar gevolg. Als je de boodschap van deze studie brengt blijkt dat velen het niet kunnen horen.

Marcus 7:6-8. Maar hij antwoordde: ‘Wat is de profetie van Jesaja toch toepasselijk op huichelaars als u! Er staat immers geschreven: “Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij;  tevergeefs vereren ze mij, want ze onderwijzen hun eigen leer, voorschriften van mensen.” De geboden van God geeft u op, maar aan tradities van mensen houdt u vast.’

Als we de tradities of de geboden van mensen voor laten gaan op Gods geboden, dan geldt dit verwijt van de Heer ons ook.

7.2   Er gelden nog maar vier regels van de wet? Handelingen 15

Handelingen 15:1-21 is een verslag van een bijeenkomst van de apostelen. Hier werd het belang van de wet voor de gelovigen uit de volken besproken. Deze bijeenkomst wordt het eerste Apostel convent genoemd.

Er werden vier regels vastgesteld door de apostelen. Hier staan ze.
Handelingen 15: 20. … ze zich dienen te onthouden van wat door de afgodendienst bezoedeld is, van ontucht, van vlees waar nog bloed in zit en van het bloed zelf.

De gangbare uitleg van Handelingen 15 is dat de apostelen tegen de gemeenten uit de volken zeggen, dat ze van de hele wet zich alleen aan deze vier regels moeten houden en verder niet. Ik ga beweren en ik ga dat zo onderbouwen dat men deze vier dingen uit hun oude leven niet meer moest doen. Het gaat niet om vier regels van de wet maar juist om vier gewoonten van hun zondige oude leven. Een totaal andere kijk op dit gedeelte.

Ik ben vooral op dit spoor gekomen door de tekst, die na die vier regels wordt toegevoegd, namelijk dat men verder naar de wet van Mozes moet luisteren (vers 21). Dat bleef bij mij haken omdat het niet past bij de gangbare uitleg. Toen ik me ging verdiepen in praktijken van de heidense godsdienst, die men tot dan toe had aangehouden in de tijd van de Romeinen, kwam ik genoemde praktijken ook tegen.

Eerst wat woorden over de aanleiding van de bijeenkomst. Lucas schrijft dat de aanleiding de vraag was of de gelovigen uit de volken besneden moesten worden of niet. Na een hele discussie neemt Petrus het woord en wat hij zegt wordt aangenomen. Het wordt de conclusie van het Apostelconvent. De gemeenten zouden geen hogere eisen stellen aan de gelovigen uit de volken.

Handelingen 15:19-21: “Daarom ben ik van mening dat we de heidenen die zich tot God bekeren geen al te zware lasten moeten opleggen, maar dat we hun moeten schrijven dat ze zich dienen te onthouden van wat door de afgodendienst bezoedeld is, van ontucht, van vlees waar nog bloed in zit en van het bloed zelf. In haast elke stad wordt de wet van Mozes immers al sinds mensenheugenis verkondigd en op iedere sabbat in de synagogen voorgelezen.’

Ziet u wel die laatste zin? Als je als gelovige uit de volken maar vier regels uit de wet hoeft te houden, waarom zou je dan nog naar de wet van Mozes moeten luisteren? Dat is dan toch raar?

Wat de uitspraak van de apostelen wel wil zeggen, is dat de mensen in het Romeinse Rijk in ieder geval deze vier duistere zaken die in dat Rijk zo ingeburgerd waren niet meer moesten doen en dat ze verder iedere sabbat maar naar de wet van Mozes moesten luisteren om ook op de andere punten van de wet gehoorzaam te worden.

Nu even meer in detail. Om welke vier regels gaat het precies? Misschien zijn we ook nog voor ons van toepassing. Zie Handelingen 15 vers 19 en 20: ze dienen zich te onthouden van wat door de afgodendienst bezoedeld is (1), van ontucht (2), van vlees waar nog bloed in zit (3) en van het bloed zelf (4).

Het is opvallend dat in alle landen waar het geloof in Jezus Christus een vaste plek heeft gekregen, deze vier regels zijn overgenomen. De afgodendienst is nagenoeg verdwenen, van ontucht begrijpen we dat het niet hoort, bij de slacht laat men het bloed uit het vlees lopen en bloed drinken is sowieso totaal in onbruik geraakt.

Nu zouden de apostelen in een Apostelconvent de lat veel hoger leggen denk ik, maar toen waren dit voor de mensen uit de volken strenge regels, die veel verandering in hun leven vroegen. Het Romeinse rijk in die dagen was een bijzonder religieuze samenleving. Voedsel, werk, tijdverdrijf en politiek waren nauw verbonden met de godenwereld. Het Romeinse Rijk was zo’n samenleving die er nu nog is in het Verre Oosten, waar op iedere hoek van de straat bij wijze van spreken een tempeltje staat en waar bijna iedereen met occulte praktijken bezig is.

In het Romeinse Rijk waren er regelmatig bijeenkomsten ter ere van de goden van die tijd. Daar dronk men soms bloed of at men een dier waar het bloed nog inzat. En soms had men dan ook seks met vrouwen of mannen. Een ander gebruik was dat men bij de slacht het vlees aanbood aan de afgoden, waarbij men een deel van het vlees als offer aan de goden afstond.

De joodse gelovigen hielden zich aan veel meer regels op allerlei gebied. En het zal in die gemeenten wel een passen en meten zijn geweest in de omgang met elkaar. In die tijd zal er nog veel liefde door de kracht van de Geest zijn geweest, maar dat was dan ook wel heel noodzakelijk.

Uit de geschiedenis weten we dat de gemeente Gods, die in die tijd nog voornamelijk joods was, gewoon de sabbat en de feesten bleven vieren. Blijkbaar waren dat geen grote knelpunten voor de gelovigen uit de volken. Hoe zou het gegaan zijn met de joodse regels over voeding, zoals geen varkensvlees en hygiëne?

Later, zoals we lezen in het boek Handelingen, wordt nog een keer aan deze regels gerefereerd.
Handelingen 21:25. ‘Wat betreft de heidenen die het geloof hebben aanvaard, hen hebben we schriftelijk op de hoogte gesteld van onze beslissing dat ze zich in acht moeten nemen voor vlees dat bij de afgodendienst is gebruikt, voor bloed, voor vlees waar nog bloed in zit, en voor ontucht.’

7.3   Dwaas om de Joodse feesten te houden? Galaten 4:10

De gangbare uitleg is dat Paulus schrijft dat je je niet meer aan de Joodse feesten en Nieuwe Maan dagen hoeft te houden. Ik ga beweren dat Paulus de nieuwe gemeente schrijft afstand te nemen van al de heidense gedenkdagen. Een totaal andere uitleg dus.

Hieronder de tekst.
Galaten 4:10. U houdt u werkelijk aan vaste feestdagen, maanden, seizoenen en jaren?

Allereerst over ‘houden … aan’. Naast NBV vertaalt ook de HSV met ‘houden aan’. De SV vertaalt met ‘onderhouden’. Maar de NBG vertaalt met ‘neemt waar’. Dat is cruciaal anders. Ook de Engelse vertalingen KJV en CJB vertalen in die zin namelijk met ‘observe’. 

Het Griekse woord dat met ‘houden aan’ is vertaald is het woord ‘paratereo’. ‘Para’, Strongnummer G3844, is boven, naast. Bijvoorbeeld paranormaal is wat zich boven of naast het normale zich afspeelt. Paramedisch is wat zich boven of naast de medische wereld afspeelt. Tereo, G5083, is kijken, observeren. Het gaat hier dus om op een aparte manier van kijken. Bovennatuurlijk kijken? 

Het woord ‘paratereo’ wordt op nog vijf andere plaatsen in het NT gebruikt. Ik noem ze alle vijf. Marcus 3:2 en in Lukas 6:7 en 14:1 waar de Farizeeën Jezus ‘bekijken’ of hij misschien gaat genezen. Waar ze grote bezwaren tegen hadden. Lukas 20:20 waar de schriftgeleerden en hogepriesters scherp ‘bekeken’ of ze hem op iets konden betrappen zodat ze Jezus zouden kunnen uitleveren aan de overheid. En Handelingen 9:24 waar de joden de stadspoorten van Damascus ‘bekeken’ of Paulus erdoor zou lopen om hem te kunnen doden. Het woord ‘paratereo’ geeft dus niet aan dat je met een liefdevolle blik observeert, maar het observeren is op het kwaad betrokken.

Even terug naar de woorden van Galaten 4:10.
1. ‘Hemera’, is het gewone Griekse woord voor dag; geen verwijzing naar een Joodse feestdag.  
2. ‘Men’, is het gewone Griekse woord voor maanden; geen verwijzing naar een Joodse feestmaand.
3. ‘Kairos’, is het gewone Griekse woord voor tijden.
4. ‘Eniautos’, is het gewone Griekse woord voor jaren.
Hier worden de dagen, maanden etc. genoemd met Romeinse en Griekse feesten van hun oude occulte leven.

Misschien moest men op bepaalde dagen, maanden of een andere tijd iets voor de goden doen of iets voor hun oude godsdienst. Dat was niet de bedoeling nu ze bekeerd waren. Daar heeft Paulus kritiek op en dus zeker niet op het feit dat ze de bijzondere dagen en feesten van de Bijbel vierden.

7.4   Je niet meer de wet laten voorschrijven? Kolossenzen 2:16

Moeten we ons niet meer door de wet van Mozes iets laten voorschrijven? De NBV vertaling van de tekst in Kolossenzen 2 lijkt dat wel aan te geven.
Kolossenzen 2:16. ‘Laat niemand u iets voorschrijven op het gebied van eten en drinken of het vieren van feestdagen, nieuwemaan en sabbat’.

Het Griekse woord ‘krineto’, Strong G2603, is hier met voorschrijven vertaald, terwijl het woord ‘oordelen’ betekent. Krineto zou je ook kunnen vertalen met kritiseren.

Andere vertalingen de SV, de NBG en de HSV vertalen ook in die zin. De SV: Dat u dan niemand oordele in spijs of in drank, of in het stuk des feestdags, of der nieuwe maan, of der sabbatten. De NBG: Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat. De HSV: Laat dus niemand u veroordelen inzake eten of drinken, of op het punt van een feestdag, een nieuwe maan of de sabbatten.

Deze tekst lijkt op die van Galaten 4:10, het vorige onderdeel, maar hier gaat het juist over feesten die in de Bijbel voorkomen. Er worden andere woorden gebruikt, namelijk:
1. ‘Heorte’, G1859, het woord komt 27 keer voor en steeds in verband met de feesten die in de Bijbel staan. Het feest van Pesach en van Loofhutten bijvoorbeeld.
2. ‘Neomenia’, G3561, komt alleen hier in het NT voor. Het feest van de nieuwe maan is een feest, dat in de Bijbel voorkomt.
3. ‘Sabbaton’,  G4521, gaat over de sabbat. Komt 68 keer voor in het NT. 

Het gaat hier dus om de geboden van God en niet zoals bij de vorige tekst om de gewoonten van de volken.

Wat ons is geleerd is dat Paulus zegt dat wij ons niet meer hoeven te houden aan wat de wet heeft geschreven over deze onderwerpen. Maar ik denk dat de bedoeling van Paulus is dat je commentaar, kritiek, veroordeling zelfs, op jouw manier van feestvieren je niet moet laten welgevallen.

De NBV vertaling probeert iets uit te leggen. Maar helaas vanuit het kerkelijke perspectief dat de wet is afgeschaft en legt het dus m.i. fout uit.

De Bijbel in Gewone Taal probeert nog meer uit te leggen. Helaas in de compleet verkeerde richting. Er staat: ‘Luister niet naar mensen die jullie veroordelen om wat je eet en drinkt. En laat je niet veroordelen omdat je je niet aan de regels van de sabbat houdt. Of omdat je geen feesten viert, zoals het Feest van Nieuwe Maan’. Als mijn interpretatie juist is, is dit een schandalige vertaling: het tegengestelde van wat in de Bijbel staat.

7.5   De wet buiten werking? Efeziërs 2:15

De gangbare mening is dat Paulus in Efeziërs 2:15 schrijft dat Jezus de wet buiten werking heeft gesteld. Ik ga beweren dat Paulus bedoelt dat Jezus het juk van de Joodse regels, die ervan uitgingen dat Joden en mensen uit te volken gescheiden leefden buiten werking heeft gesteld.

Efeziërs 2:14-15. Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen. [NBG]

Om deze tekst te begrijpen is het goed om het woord ‘inzettingen’ te begrijpen. Het is de Griekse vertaling van het woord ‘dogma’.

Het woord dogma, Strong G1378, zelfstandig naamwoord, komt nog vier keer voor. Eenmaal komt ook het woord dogmatiseren G1379 voor. Hieronder staan alle vijf teksten. Het blijkt dat het woord dogma wordt gebruikt voor menselijke regels, in het geval van Handelingen, die van de apostelen.

Lukas 2:1. ‘dat er een bevel (dogma) uitging van keizer Augustus’.
Handelingen 16: 4.  … besluiten (dogma’s) die de apostelen hadden genomen [zoals in Handelingen 15 beschreven].
Handelingen 17:7.  … verordeningen (dogma’s) van keizer, die sloten uit dat je zou zeggen dat Jezus koning is. Dit zijn allemaal teksten die niet gaan over de wet van God maar over uitspraken van mensen.

Mij lijkt dat de volgende teksten vooral gaan om de Joodse aanvullende regels, die heel drukkend werken.
Kolossenzen 2:14. Hij heeft het document met voorschriften (dogma’s) waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen.
Kolossenzen 2:20. Als u met Christus dood bent voor de machten van de wereld, waarom laat u zich dan geboden opleggen (dogmatiseren) alsof u nog in de wereld leeft?.

De boodschap is: laat je geen menselijke regels opleggen. Voor de Joodse mensen helemaal tragisch. Eerst was je in Joodse wereld met een beklemmend aantal regels, dan zou je nu met nieuwe regels worden geconfronteerd?

Nu weer terug naar de tekst van Efeziërs over het deel dat in het Grieks luidt: ‘ton nomos toon entolon en dogmasin’  Het is een stukje tekst waar de vertalers hun hoofd over hebben gebroken. Als je het letterlijk vertaalt staat er: ‘de wet van de geboden in regels’

Voor ons als verre nazaten van de vroege kerk is het onduidelijk geworden. Maar de lezers destijds van de brief van Paulus was het wel duidelijk en heeft men misschien wel moeten glimlachen om zijn taalgebruik met twee voorname woorden ‘wet’ en ‘geboden’ en dan er een menselijke draai aangeven met het woord dogma. Het lijkt dat Paulus dezelfde stijlvorm hanteert als wanneer hij spreekt over die ‘geweldige apostelen’, ook een voornaam woord, maar door de overdrijving begrijpen we dat Paulus een menselijke macht doorprikt. 

De torah is dus zeker niet buiten werking gesteld, dat zou in tegenspraak zijn met veel teksten, maar de joodse regeltjes over de scheiding van joden en mensen van andere volken zijn buiten werking gesteld. Helemaal in lijn met het optreden van Jezus, zoals wij dat nu uit de evangeliën kennen.

Je ziet de worsteling van de vertalers. De SV en de NBG vertalen met “de wet der geboden, in inzettingen bestaande”. Letterlijk vertaald, maar wat een onbegrijpelijke tekst. Begrijpt u het?

De HSV vertaalt als volgt: “de wet van de geboden, die uit bepalingen bestond”. Het woord ‘uit’ is door de vertaler bedacht. Ook onbegrijpelijke tekst.

De NBV vertaalt dit gedeelte met “de wet met zijn geboden en voorschriften”. Het woord ‘en’ staat er helemaal niet. Het Griekse woord ‘en’ voor het woord dogmasin dien je te vertalen met ‘in’, ‘met’ of ‘door’. Je kunt dat niet vertalen met het Nederlandse ‘en’ zoals de NBV het vertaalt.

En dan nog over het doel van de tekst van Efeziërs 2:15. Dat mengen van mensen van het joodse volk en de mensen van de andere volken en het buiten werking stellen van de joodse regels helpt om een nieuwe mens te worden, schrijft Paulus. Dat we een nieuwe mens worden, dat is Gods bedoeling. Volgens Paulus vindt dat plaats als de bekeerden uit de volken en die uit de joden elkaar gaan vinden.

Dat is in onze tijd een stuk lastiger geworden dan vroeger, want de bekeerden uit de volken hebben een aversie opgebouwd tegen haar joodse wortels en ook, als gevolg daarvan, zijn er weinig bekeerden uit de joden. Zodat we moeilijk samen kunnen geloven.

Vandaar mijn oproep aan christenen hierbij: wordt meer joods!! Ga het Oude Testament in zijn geheel en met name de vijf boeken van Mozes, de torah, weer waardering geven. Dat gaat genezing van de kerk geven en genezing van het joodse volk en tenslotte genezing van ons allemaal.

Samenvatting
1. Handelingen 15:1-21. Voor de bekeerlingen uit de volken in die tijd geldt: deze vier afgodische dingen moet je echt niet meer doen en bestudeer verder de wet van Mozes.
2. Galaten 4:10. Voor de bekeerlingen uit de volken in die tijd gelden: maak je vrij van de dwang van wat je op dagen en andere momenten voor je oude godsdienst moest doen.
3. Kolossenzen 2:16. Laat je niet bekritiseren om de feesten van God, die je houdt.
4. Efeziërs 2:15. Jezus heeft de regeltjes over de scheiding, die er toen was tussen de bekeerlingen uit de joden, buiten werking gesteld. Die muur van regels is afgebroken zodat we samen een nieuwe mens kunnen worden.

7.6   Hedendaagse regels van de kerk

Ook de kerk heeft wetgeving ontwikkeld. Bij de Rooms Katholieke kerk denk ik aan de regels rond het doopsel, het vormsel, de communie, de eucharistie, de liturgie, de biecht, de pausen en de bisschoppen, de heilig verklaringen, het huwelijk en bij het overlijden.

De Protestantse kerken hebben ook zo hun regels ontwikkeld. We kennen het belijdenis doen, besprenkelen in plaats van dopen, de Protestantse eredienst, de liturgie, de ambten, de liedkeuzen, de zondagsrust en de regels over kleding en haardracht.

Waar een gemeenschap wil samenleven zijn er afspraken nodig. Wel mooi als we voortdurend zoeken om dicht bij de bedoeling van de Bijbel en de Geest te komen.

Soms doen zich ook weer nieuwe invloeden vanuit de maatschappij voor. Dat was ook al in de tijd van Paulus.
Kolossenzen 2:8. Wees op uw hoede en laat u niet meeslepen door holle en misleidende theorieën die op menselijke tradities zijn gebaseerd en zich richten op de machten van de wereld en niet op Christus.

7.7   Wettisch zijn of wetticisme

In bovenstaande tekst kwamen we al houding en gedrag tegen wat wij nu wettisch noemen. Het gaat om de tekst in Galaten.
Galaten 5:4. Als u probeert door God als een rechtvaardige te worden aangenomen door de wet na te leven, bent u van ​Christus​ losgemaakt en hebt u Gods ​genade​ verspeeld.

Het is een verleiding om je heil te zoeken in het houden aan regels. “Ik wil wel doen wat je zegt, maar ik wil niet mijn hart openen voor jou” . Het is ook een enorme verleiding van leiders om regels uit te vaardigen omdat je daar de mensen zo heerlijk mee kunt beheersen.

De woorden ‘wettisch’ of ‘wetticisme’ kent de Bijbel niet. Maar de apostel Paulus schrijft in zijn brieven wel over mensen die het hele Joodse bouwwerk aan levensregels zo serieus namen dat ze het zicht op het leven Jezus door de Heilige Geest ontnamen. In de tijd van Paulus kwam het veel voor dat de mensen dachten het heil te verdienen door de wet te houden. Dat was immers een belangrijke gedachte in het Jodendom. Daar is de apostel heel fel op. Als je in beslag genomen bent door de wet, dan heb je geen oog meer voor Jezus.
Galaten 3:10. Maar iedereen die op de wet vertrouwt is vervloekt, want er staat geschreven: ‘Vervloekt is eenieder die niet alles doet wat het boek van de wet bepaalt’.

Dit schrijft Paulus ter waarschuwing. Het gaat je niet lukken om je aan alle geboden te houden en als je dat niet lukt, dan ben je schuldig.
Titus 1:13b-14. Wijs hen daarom streng terecht, zodat ze een heilzaam geloof krijgen, zich niet langer interesseren voor Joodse verzinsels en zich geen regels laten opleggen door mensen die zich van de waarheid hebben afgekeerd.

Jezus is scherp op geboden van mensen.
Matteüs 15:9. Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn. [NBG]

De huidige Joodse gemeenschappen leven de Joodse traditie na omdat die bij hen past, hun ouders deden het ook al zo, het is goed is voor hen, het is passend voor hen. Dat leven met de wet vult hun hele leven. Maar het is een enorme geestelijke barrière om een bruisend leven met de HEER te beginnen.

Het woordenboek van Dale: wetticisme is het streng, m.n. al te streng volgen van een religieuze of morele code’. J. Douma geeft in de Christelijke Encyclopedie over wetticisme:  “Overtuiging die een sleutelpositie toekent aan de wet en aan het gehoorzaam onderhouden van de wet”. Het boek geeft verder aan dat de sleutelpositie ‘het behoud van de mens’ betreft.

Een groep met veel wetticisme is meestal geen plezierige groep. Wetticisme maakt mensen hard voor elkaar. Als een groep liefdeloos met elkaar om gaat, zou er wel eens wetticisme aan de orde kunnen zijn. Een heel harde vorm van wetticisme kom je in de moslimwereld tegen.

8.       Boeken en liederen

Ik heb twee inhoudelijk tegengestelde boeken over dit onderwerp. Het boek ‘Bestemd voor de overwinning’ van Joseph Prince met als ondertitel ‘Leven vanuit de overvloedige genade van God’, uitgave 2008. Dit boek lijkt mij op veel punten niet in overeenstemming met de Bijbel.

En het boek ‘Hypergenade’ van Dr. Michael L. Brown met als ondertitel ‘De gevaren van de moderne genade boodschap onthuld’, uitgave 2015.

Liederen over dit onderwerp:
Dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt en uw blijdschap wordt vervuld (Opwekking 51).
Welzalig de man, die niet wandelt in de raad der goddelozen (Opwekking 224).

9.       Hoe geef je deze les.

De wet en de geboden is een onderwerp waar men op een grote afwijking is uitgekomen met de inhoud van de Bijbel. Het nare van zo’n nederlaag t.o.v. het Woord van God is, dat er veel bedekking over zo´n onderwerp komt. Door de bedekking weten we het niet meer.

Veel mensen in de kerk zeggen dat de wet niet meer hoeft, de wet is afgedaan. Even afgezien dat de Bijbel zo ongeveer het tegendeel beweert, weet men vaak niet waar men het over heeft.

Een goede vraag is: “Waar denk je aan bij de wet?”. Daar krijg ik tot nu toe rare en heel verschillende antwoorden op. In ieder geval moet je doorvragen, want de meeste mensen vallen stil als je zo’n vraag stelt.

Je mag van ´de wet´ van alles vinden, als je maar overbrengt dat Gods geboden ultiem belangrijk zijn. Niet alleen om gehoorzaam te zijn, maar ook omdat het uitstekende adviezen zijn voor een goed leven. Dat Gods geboden belangrijk zijn is buiten kijf. Als je Gods geboden niet serieus neemt, neem je God ook niet serieus. Zo iemand wordt in de Bijbel een wetteloos mens genoemd. Een slechte kwalificatie.

Noem en behandel enkele teksten over het naleven van Gods geboden.

Leer ook het verschil tussen ‘wettisch’ zijn  en het naleven van Gods geboden.

Belangrijk is wel dat de strekking van een gebod belangrijk is. We hoeven onze uitwerpselen niet meer met een schopje te begraven, zoals een gebod luidt, we hebben inmiddels een toilet en een riolering. Over deze radicale opvolging van dit gebod in ons land zullen ze in de hemel verrast zijn. Je kunt de opdracht geven er nog meer te zoeken.

Sommige geboden zijn voor het volk Israël en niet voor de gelovigen uit de volken. Je kunt de opdracht geven er enkele te noemen.

Het is denk ik goed om een overzicht te geven van de typische joodse regels. We respecteren hun regels, maar ze zijn niet voor de gelovigen uit de volken. Wel heel mooi is dat veel geboden in onze vaderlandse wetgeving zijn vastgelegd. Je kunt de opdracht geven er enkele te noemen.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.