Studie Vloeken

De Bijbel hanteert allerlei woorden voor wat wij vervloekingen of verwensingen noemen. Men ging ervan uit dat je daarmee mensen schade kon aanbrengen. Namelijk omdat je de geestelijke wereld inschakelde. In onze tijd is er minder idee van schade aanbrengen. We vinden het eerder niet netjes.

Wat staat er allemaal in de Bijbel over vloeken, vervloekingen en verwensing in de Bijbel. Daar gaat deze studie over.

De geciteerde teksten zijn uit de NBV vertaling tenzij aangegeven dat er een andere vertaling is gehanteerd.

Studievragen

Wat zegt de bijbel over vloeken en hoe je van een vloek kan afkomen.

Wat is vloeken in de Bijbel en wat is een vloek?
In Nederland hebben we een bepaalde manier van vloeken kom je dat ook in de Bijbel tegen?
Waar staat in de Bijbel dat je niet mag vloeken?

Wat veroorzaakt een vloek over je leven?
Komt het voor dat er een vloek over je gezin, familie of huis ligt?
Hoe kom je van een vloek af die iemand over je heeft uitgesproken?

In het laatste hoofdstuk Lessen staan antwoorden op deze vragen.

Oude Testament

In het Oude Testament komen in het Hebreeuws wel acht woorden voor die je in het Nederlands met vloek of vloeken kunt vertalen. Sommige woorden lijken synoniemen te zijn. Voor anderen lijken we geen goed Nederlands woord te hebben. Het zou best kunnen zijn dat ze iets uitdrukken wat wij niet kennen.

Hoewel ook wel een kanttekening. In Nederland verwachten we niet een geestelijk effect maar we hebben in deze zin ook allerlei woorden naast vloeken. Ik denk aan woorden zoals verwensen, beledigen, bekritiseren, becommentariëren en pesten.

Dat het een breed verspreide gewoonte was in Israël blijkt ook wel dat er in het Hebreeuws diverse woorden voor worden gebruikt. Het Hebreeuws kent wel zeven verschillende woorden, die met vloeken, vervloeken of vervloeking zou kunnen vertalen.

Qalal lichter maken, verwensen

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1קָלַל
qalal
WerkwoordH7043Lichter maken, verwensen, minachten
Komt 83 keer voor in 79 verzen
KJV: curse (39x), swifter (5x), light thing (5x), vile (4x), lighter (4x), despise (3x), abated (2x), ease (2x), light (2x), lighten (2x), slightly (2x), miscellaneous (12x)
2קְלָלָה  qĕlalahZelfstandig naamwoord
vrouwelijk
H7045Vloek. De wortel is H7043
Komt 33 keer voor in 33 verzen
KJV: curse (27x), cursing (5x), accursed (1x)

Ad 1. Qalal
Het woord qalal קָלַל  is een lichte vorm van vloeken. Het heeft de betekenis van verwensen, minachten, lichter maken. Je hebt de bedoeling om dingen of mensen van minder betekenis te maken door ze bijvoorbeeld te zetten in een kwaad daglicht.

De woorden worden uitgesproken met minachting, geringschatting, schamperheid, versmading. Dingen over iemand zeggen, waardoor hij of zij minder serieus wordt genomen. Schade oploopt. Dat is wat er gebeurt.

Hieronder alle 16 teksten waarbij het woord qalal in de Torah voorkomt.

Genesis 8:21. De geur van de offers behaagde de HEER, en hij zei bij zichzelf: Nooit weer zal ik de aarde vervloeken vanwege de mens, want alles wat de mens uitdenkt, van zijn jeugd af aan, is nu eenmaal slecht. Nooit weer zal ik alles wat leeft doden, zoals ik nu heb gedaan.

Opmerking : Dit zegt de HEER tegen Noach als hij na de zondvloed een offer bouwt en Hem offert. DE HEER zegt: Nooit zal ik de aarde minder/lichter maken vanwege de mens.

Genesis 12:3. Ik zal zegenen wie jou zegenen, wie jou bespot, zal ik vervloeken.

Opmerking: dit zegt God tegen Abraham nadat hij eerst heeft gezegd dat God van hem een groot volk zal maken. Het lichtere bespotten van de mensen leidt tot het vervloeken, arar, door God. Voor het woord arar zie het volgende hoofdstuk.

Genesis 16:4 en 5 gaat het over Hagar, die doordat ze een zoon van Abraham kreeg haar meesteres minder serieus ging nemen.

In Exodus 18:22 gaat het over Mozes. Jethro zegt als andere mensen je taken overnemen, zo zullen ze je last ‘verlichten’.

Exodus 21:17. Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden.
Opmerking: wie zijn vader of moeder lichter maakt of minacht, dan volgt een zware straf.

Exodus 22:27. Je mag God niet lasteren en je mag de leiders van je volk niet vervloeken.
Opmerking: er staat dat je God niet lichter mag maken. De NBV maakt er lasteren van, is wel een zwaar woord. Misschien omdat dit op die manier in de kerk bekend is? Leiders mag je niet vloeken arar. Dat is nog erger.

Leviticus 19:14. Spreek geen vloek uit over een dove en plaats geen obstakel voor de voeten van een blinde. Toon ontzag voor je God. Ik ben de HEER.

Leviticus 20:9. Wie een vloek uitspreekt over zijn vader of zijn moeder, moet ter dood gebracht worden. Hij heeft zijn eigen vader of moeder vervloekt en heeft zijn dood aan zichzelf te wijten.
Opmerking: zelfde tekst als in Exodus 21:17 maar dan met nog een toevoeging.

In Leviticus 24:11, 14-15 en 23 gaat over een man van een Israëlische moeder en een Egyptische vader. Hij maakte God lichter en kreeg daarom de doodstraf.

Deuteronomium 23:4 verwijst naar Bileam die het volk Israël lichter moest maken, maar daarin dus faalde.

Wat kunnen wij van deze teksten leren?
God zei na de zondvloed dat hij de aarde nooit meer lichter zal maken. Genesis 8:21.

Het volk Israël lichter maken leidt tot een vervloeking van God. Genesis 12:3. Bileam doet een poging om het volk Israël lichter te maken, maar dat mislukt. Deuteronomium 23:4

Als iemand zijn ouders lichter maken dan is de doodstraf op zijn plaats. Exodus 21:17 en Leviticus 20:9.

Je mag geen zwakkere in de samenleving lichter maken zoals een doof iemand. Leviticus 19:14.

Ja mag God niet lichter maken. Exodus 22:27. Als je God lichter maakt, moest je de doodstraf krijgen. In Leviticus 24:11, 14-15 en 23.

En maakt hiermee duidelijk waar de prioriteiten voor God liggen. Het erkennen van het gezag dat boven je is gesteld is belangrijk. Evenals oog voor de zwakke in de samenleving. En zorgen voor het belang van Israël.

Ad. 2 Qelalah vervloeking
Het zelfstandig naamwoord קְלָלָה  qĕlalah komt 33 keer voor en lijkt een zwaardere betekenis te hebben dan het werkwoord, gezien de teksten waarbij het wordt gebruikt.

Hier de 13 teksten waar het woord qelalah in de Torah voorkomt.

Genesis 27:12-13. Misschien raakt vader me aan, dan zal hij me een bedrieger vinden en breng ik een vloek over me in plaats van zegen.’ Maar zijn moeder zei: ‘Die vloek moet mij dan maar treffen, mijn zoon. Doe nu wat ik zeg en ga die bokjes voor me halen.

Opmerking: dit zegt Rebecca als Jacob bedenkingen heeft bij het plan van zijn moeder om op een slinkse manier de zegen te verwerven.

Deuteronomium 11:26-32. Besef goed, vandaag stel ik u voor de keuze tussen zegen (berahkah) en vloek (qelalah).  Zegen (berakah), als u gehoorzaam bent aan de geboden van de HEER, uw God, zoals ik ze u vandaag voorhoud. Vloek (qelalah), als u zijn geboden niet gehoorzaamt en afwijkt van de weg die ik u vandaag wijs en achter andere goden aan loopt die u eerst niet kende. Wanneer u straks door zijn toedoen in het land aankomt dat u in bezit zult nemen, moet u op de Gerizim de zegen (berakah, H1293) uitspreken, en op de Ebal de vloek (qelalah). Die liggen immers aan de overzijde van de Jordaan, achter de weg naar de zonsondergang, in het land van de Kanaänieten die in de Vlakte wonen, tegenover Gilgal, bij de eiken van More. Want u zult de Jordaan oversteken om het land dat de HEERE, uw God, u geeft, in te gaan en het in bezit te nemen; u zult het in bezit nemen en erin wonen. Neem dan alle verordeningen en bepalingen die ik u heden voorhoud, nauwlettend in acht.

Opmerking 1: het eerste deel van het boek Deuteronomium heeft een afsluiting waar met veel adviezen en aanbevelingen tenslotte ook de keus wordt voorgesteld. Als je Gods geboden houdt ontvang je zegen en als je dat niet doet, dan is de vloek voor je.
Opmerking 2:de bergen Gerizim en Ebal zijn een beeld van de zegen en de vloek. Als het volk Israël voor de jaarlijkse feesten naar Jeruzalem ging, dan passeerden veel mensen deze bergen. En dan wisten ze: dit zijn de bergen van de zegen en de vloek.

Deuteronomium 21:22-23. Als iemand een misdrijf heeft gepleegd waarop de doodstraf staat, en u hangt hem na voltrekking van het vonnis op aan een paal, dan moet u zijn lijk voor het einde van de dag begraven en het daar niet ’s nachts nog laten hangen; anders maakt u het land dat de HEER, uw God, u als grondgebied geeft onrein. Want op een gehangene rust Gods vloek.

Opmerking: bij één gebod uit de tweede serie wordt over een vloek gesproken, namelijk in geval iemand als doodstraf aan een paal wordt gehangen, dan mag hij daar niet blijven hangen. Dit is bij de dood van Jezus ineens een belangrijk gebod.

Deuteronomium 23:5. De HEERE, uw God, echter wilde niet naar Bileam luisteren, maar de HEERE, uw God, heeft de vloek voor u in een zegen veranderd, omdat de HEERE, uw God, u liefhad.

Opmerking: Deze tekst verwijst naar de poging van Bileam om Israël te vervloeken.

In Deuteronomium 27:13, 28:15 en 45 gaat het over de vloeken die Israël zal treffen als ze zich niet houden aan de afspraken. De citaten van deze teksten staan het hoofdstuk Arar.

Deuteronomium 29:26-27. Dat is de reden waarom de HEER in woede tegen dit land is uitgebarsten en alle vervloekingen die in dit boek beschreven staan over hen heeft uitgestort. Zo kwaad, zo woedend, zo razend was de HEER dat hij hen van hun eigen grond heeft gerukt en naar een ander land heeft weggeslingerd. Zover is het nu gekomen.”

Opmerking: deze afsluitende tekst in het boek Deuteronomium lijkt geschreven toen het volk inderdaad de vloeken had ontvangen.

Deuteronomium 30:1. Wanneer alles werkelijkheid is geworden wat ik u beschreven heb, zegeningen en vervloekingen, en wanneer u ten slotte, door de HEER, uw God, uiteengejaagd en verstrooid onder alle volken, daar lering uit getrokken hebt.

Deuteronomium 30:19. Ik roep vandaag hemel en aarde als getuigen op: u staat voor de keuze tussen leven en dood, tussen zegen en vloek. Kies voor het leven, voor uw eigen toekomst en die van uw nakomelingen.

En dan hier nog enkele bekende teksten uit andere boeken.

Spreuken 26:2. Gelijk een mus wegfladdert en een zwaluw heenvliegt, zo is een ongegronde vloek: hij treft geen doel. [NBG]

Jeremia 44:22. De HEER kon jullie niet meer verdragen vanwege jullie kwalijke praktijken en gruwelijke daden. Daarom is jullie land de woestenij geworden die het nu is, een verschrikkelijke plaats waar niemand meer woont, waarvan de naam als een vloek wordt gebruikt.

Wat kunnen we leren van deze teksten?
Een vloek kun je over je brengen. Genesis 27:12. Een vloek kan je treffen. Genesis 27:13.

Het volk Israël kon kiezen tussen zegen en vloek. Deuteronomium 11:26-28.

Een grondgebied kan onrein worden gemaakt door een vloek. Deuteronomium 21:22-23

God voorkwam dat Beliam een vervloeking over Israël zou uitspreken. Deuteronomium 23:5. Dat is een voorbeeld van bescherming door God.

Als het volk Israël zich niet houdt aan de afspraken zal de HEER het volk Israël de gevolgen laten ondergaan van de vervloekingen. Deuteronomium 29: 26-27.

Ze konden kiezen voor zegen of vloek. Deuteronomium 30:19.

Wat een geruststelling. Er moet een rechtsgrond zijn dat een uitgesproken vloek ook het schadelijke effect krijgt. Zo niet dan treft het geen doel. Spreuken 26:2

Het land waar Israël woonde werd zo een slechte plaats dat men zou kunnen uitspreken: “dat jouw land wordt als Israël”. Dat is het land als vloek gebruiken.

‘Arar vloeken

Dit zijn de gegevens van het woord arar.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1אָרַר
‘arar
WerkwoordH779Vloeken.
Komt 63 keer voor
KJV: curse (62x), bitterly (1x).
2מְאֵרָה
meerah
Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
H3994Vloek. De wortel is H779
Komt 5 keer voor in 5 verzen.
KJV: curse (4x), cursing (1x).

Het woord arar komt 63 keer voor, waaronder 34 keer in de torah. Qua betekenis lijkt het de zwaarte te hebben als het woord qelalah.

Dit zijn de teksten van de acht keer dat het woord in het boek Genesis voorkomt.

Genesis 3:14. God, de HEER, zei tegen de slang: ‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan, het vee zal je voortaan mijden, wilde dieren wenden zich af; op je buik zul je kruipen en stof zul je eten, je hele leven lang.

Opmerking 1: dit wordt over de slang uitgesproken nadat hij de vrouw had misleid.
Opmerking 2: God houdt het dier verantwoordelijk. De slang liet zich gebruiken door de duivel. Hij draagt nu ook een vloek net als de geestelijke macht, die de slang had gebruikt.

Genesis 3:17. Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan, zwoegen zul je om ervan te eten, je hele leven lang.
Opmerking: dit zegt God tegen Adam nadat hij zich al laten verleiden.

Genesis 4:11-12. Daarom: vervloekt ben jij! Ga weg van deze plek, waar de aarde haar mond heeft opengesperd om het bloed van je broer te ontvangen, het bloed dat jij vergoten hebt. Ook al bewerk je het land, het zal je niets meer opbrengen. Dolend en dwalend zul je over de aarde gaan.’
Opmerking: dit gaat over Kaïn nadat hij zijn broer had vermoord

Genesis 5:28-29. Toen Lamech 182 jaar was, verwekte hij een zoon die hij Noach noemde. ‘Deze zoon,’ zei hij, ‘zal ons troost geven voor het werken en zwoegen dat ons deel is omdat de HEER het akkerland heeft vervloekt.’

Opmerking: dit zegt Lamech, die uit was op wraak, maar als hij een zoon krijgt, daarbij de profetische uitspraak doet, dat hij een trooster zal zijn.

Dit spreekt Noach uit over zijn kleinzoon Kanaän, die met zijn vader een rol speelde voor het te schande maken van hem.
Genesis 9:25. zei hij: ‘Vervloekt zij Kanaän, knecht van zijn broers zal Kanaän zijn, de minste van alle knechten.

En dan twee teksten over de hulp, die God belooft aan Abram en Jacob.

Genesis 12:1-3. De HEER zei tegen Abram: ‘Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen. Ik zal je tot een groot volk maken, ik zal je zegenen, ik zal je aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn. Ik zal zegenen wie jou zegenen, wie jou bespot (qalal), zal ik vervloeken. Alle volken op aarde zullen wensen gezegend te worden als jij.’ [NBV]

Opmerking 1: in deze tekst gaat het over wie Abram zegenen en vloeken. Als het ook om zijn nageslacht gaat, horen daar ook de Arabieren en de christenen bij.
Opmerking 2: de NBV21 heeft in plaats van bespot, vervloekt. Jammer dat is geen verbetering.

Genesis 27:27b-29. Toen Isaak zijn kleren rook, sprak hij deze zegen over hem uit: ‘De geur van mijn zoon is de geur van het veld, het veld dat de HEER heeft gezegend. God geve je dauw uit de hemel en vette, vruchtbare aarde, een overvloed van koren en wijn. Volken zullen je dienen, naties zich voor je buigen. Je zult heer zijn over je broers, macht hebben over je moeders zonen. Vervloekt wie jou vervloekt, gezegend wie jou zegent.’ [NBV]

Opmerking: er staat ‘je zult heer zijn over je broers’, maar Jacob had maar één broer namelijk Ezau. Het nageslacht van Ezau zal dikwijls het nageslacht van Jacob lastig vallen. Zal dat hier zijn bedoeld? <<>>

Twee opmerking over de vergelijking van beide teksten:
1. De uitspraak over Abram sterker is dan die ook Jacob. Als je Abraham bespot zal God jou vervloeken. Pas als je Jacob vervloekt zal hij jou vervloeken.
2.De zegeningen zijn verschillend. Abram een groot volk, een bron van zegen. Jacob volken zullen je dienen en naties voor je buigen.

Genesis 49:7. Vervloekt zij hun grimmige woede, vervloekt hun ontembare razernij. Ik zal hen verstrooien over Jakobs volk, hen over Israël verspreiden.

Opmerking 1: dit zijn profetische uitspraken van Jacob over zijn zonen Simeon en Levi.
Opmerking 2: hier lijken de emoties te worden vervloekt, maar uit het vervolg van de tekst blijkt dat ze vanwege deze slechte emoties worden vervloekt.

Het woord ara komt in één tekst in Exodus voor. Het is een gebod uit een rijtje diverse geboden. We kwamen deze tekst al tegen bij qalal.

Exodus 22:27. Je mag God niet lasteren (qalal) en je mag de leiders van je volk niet vervloeken.

Opmerking: wat met God is vertaalt, daar staat in het Hebreeuws ‘elohim’. De NBV vertaalt dus met ‘God’, de SV en NBG met ‘goden’ en de HSV met ‘rechters’. Gaat om geestelijke leiders of om goden in het algemeen? <<>>

In Leviticus komt het woord ‘arar’ niet voor. In Numeri komt het woord ‘arar’ voor in de teksten over het vloekbrengend water en in de geschiedenis van Bileam, zie het hoofdstuk kabab..

In Deuteronomium komt het woord zestien keer voor. Alle zestien keer zijn ze genoemd hiervoor bij het afsluiten van de overeenkomst tussen God en het volk Israël, zie de paragraaf hieronder.

Wat kunnen we leren van deze teksten?
Doordat de slang zich door de duivel liet gebruiken kreeg hij nadelen. Andere dieren zouden hem mijden. Door het stof zou hij gaan en het eten. Genesis 3:14..

De vloek van de akker betrof dat het werk zou worden bemoeilijkt door doornen en distels. Genesis 4:11-12. Noach zal iemand zijn die daarbij troost geeft. Genesis 5:28-29. [zouden er na de zondvloed minder doornen en distels zijn geweest?]

De vloek van Kaïn betrof dat hij dolend en dwalend over de aarde zou gaan. Genesis 4:11-12.

De vloek van Kanaän is dat hij de minste van de knechten zal zijn. Genesis 5:28-29. [heeft dit nog een relatie met de zeven volken die voor Israël het land innam in Kanaän woonden?]

God neemt Abram in bescherming en zijn nakomelingen. God neemt ook Jacob en zijn nakomelingen in bescherming. Genesis 12:3 en Genesis 27:29.

God of goden mag je niet bespotten en leiders van het volk niet vervloeken. Exodus 22:27

Vloeken als onderdeel van een overeenkomst

Het hele boek Deuteronomium geeft de overeenkomst weer. Hieronder de eerste 25 verzen van hoofdstuk 27, die over de aanloop gaan en over de vervloekingen waar men zich aan verbond.

Deuteronomium 27:1-3. En Mozes gebood het volk samen met de oudsten van Israël: Neem al de geboden die ik u heden gebied, in acht. En op de dag dat u de Jordaan oversteekt naar het land dat de HEERE, uw God, u geeft, moet het zo zijn dat u voor uzelf grote stenen opricht en die met kalk bestrijkt. U moet alle woorden van deze wet daarop schrijven als u overgestoken bent, opdat u komt in het land dat de HEERE, uw God, u geeft, een land dat overvloeit van melk en honing, zoals de HEERE, de God van uw vaderen, tot u gesproken heeft.

Deuteronomium 27:4-10. En als u de Jordaan bent overgestoken, moet het zó zijn dat u deze stenen, waarover ik u heden gebied, opricht op de berg Ebal, en dat u ze met kalk bestrijkt. U moet daar een altaar bouwen voor de HEERE, uw God, een altaar van stenen die u niet met een ijzeren voorwerp mag bewerken. Van hele stenen moet u het altaar van de HEERE, uw God, bouwen, en daarop brandoffers brengen voor de HEERE, uw God. Ook moet u dankoffers offeren en daar eten en u verblijden voor het aangezicht van de HEERE, uw God. U moet op de stenen alle woorden van deze wet schrijven, duidelijk en goed. Verder sprak Mozes, samen met de Levitische priesters, tot heel Israël: Zwijg en luister, Israël! Op deze dag bent u tot een volk geworden voor de HEERE, uw God. Daarom moet u de stem van de HEERE, uw God, gehoorzaam zijn, en Zijn geboden en Zijn verordeningen die ik u heden gebied, doen.

Deuteronomium 27:11-14. En Mozes gebood het volk op die dag: Wanneer u de Jordaan overgestoken bent, moeten de volgende stammen op de berg Gerizim gaan staan om het volk te zegenen: Simeon, Levi, Juda, Issaschar, Jozef en Benjamin. En de volgende stammen moeten op de berg Ebal gaan staan voor de vervloeking: Ruben, Gad, Aser, Zebulon, Dan en Naftali. De Levieten moeten het woord nemen en tegen alle mannen van Israël zeggen met luide stem:

Opmerking: Het is lichtere woord voor vervloeken, H7045, zie vorig hoofdstuk.

En dan komen hier de vloekuitspraken, allemaal met woord arar H779.
Deuteronomium 27:15-26.
Vervloekt is de man die een gesneden of gegoten beeld maakt, een gruwel voor de HEERE, het werk van de handen van een vakman, en dat op een verborgen plaats neerzet! En heel het volk moet antwoorden en zeggen: Amen.
Vervloekt is wie zijn vader of zijn moeder veracht! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie de grenssteen van zijn naaste verlegt! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie een blinde laat verdwalen op de weg! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie het recht van de vreemdeling, de wees en de weduwe buigt! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie met de vrouw van zijn vader slaapt, want hij heeft het kleed van zijn vader opengeslagen! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie gemeenschap heeft met welk dier dan ook! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie slaapt met zijn zuster, de dochter van zijn vader, of de dochter van zijn moeder! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie met zijn schoonmoeder slaapt! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie zijn naaste in het geheim doodslaat! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie een geschenk aanneemt om iemand om het leven te brengen, onschuldig bloed te vergieten! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie de woorden van deze wet niet uitvoert door ze te houden! En heel het volk moet zeggen: Amen.

En dit hoofdstuk geeft aan op welke delen van je leven de vloek uitwerkt. Ook hier wordt arar gebruikt tenzij anders aangegeven.
Deuteronomium 28:15. Daarentegen zal het gebeuren, als u de stem van de HEERE, uw God, niet gehoorzaam bent door al Zijn geboden en Zijn verordeningen, die ik u heden gebied, nauwlettend te houden, dat al deze vervloekingen [H7045] over u zullen komen en u zullen treffen:
Vervloekt zult u zijn in de stad en vervloekt zult u zijn op het veld.
Vervloekt zal zijn uw korf en uw baktrog.
Vervloekt zal zijn de vrucht van uw schoot en de vrucht van uw land, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee.
Vervloekt zult u zijn bij uw thuiskomen, en vervloekt zult u zijn bij uw weggaan.
De HEERE zal vloek [H3994], verwarring en verderf onder u zenden, in alles wat u ter hand neemt en doet, totdat u weggevaagd wordt en u al spoedig omkomt vanwege uw slechte daden, waarmee u Mij verlaten hebt.

Ad. 2 Meerah, zware vloek
Dit woord heeft ‘arar als wortel. Het lijkt nog zwaarder dan ‘arar. Het woord komt zes keer voor. Hier alle teksten.

Deuteronomium 28:20. De HEERE zal vloek, verwarring en verderf onder u zenden, in alles wat u ter hand neemt en doet, totdat u weggevaagd wordt en u al spoedig omkomt vanwege uw slechte daden, waarmee u Mij verlaten hebt. [HSV]

Opmerking: deze tekst is de afsluiting van alle vloekteksten van Deuteronomium 27 en 28.

Twee teksten uit het boek van de Spreuken.

Spreuken 3:33. De vloek van de HEERE rust op het huis van de goddeloze, maar de woning van de rechtvaardigen zal Hij zegenen.

Opmerking: in het Hebreeuws staat, wat met goddeloze is vertaald ‘kwaaddoener’. Een goddeloze lijkt wellicht iemand, die niet bij de kerk hoort, maar daar gaat het hier niet om.

Spreuken 28:27. Wie aan de armen geeft, lijdt nooit gebrek, wie zijn ogen sluit, wordt door veel vervloekingen getroffen.

En dan nog twee teksten uit het boek van de profeet Maleachi.

Maleachi 2:1-2. Nu dan, tot u komt dit gebod, priesters! Als u niet luistert en als u het niet ter harte neemt om Mijn Naam eer te geven, zegt de HEERE van de legermachten, zal Ik de vloek (meerah) onder u zenden en uw zegeningen vervloeken (arar). Ja, Ik heb ze al vervloekt (arar), want u neemt het niet ter harte.

Maleachi 3:8-10. Vinden jullie dat een mens God mag bestelen? Toch bestelen jullie mij, en zeggen dan: ‘Hoezo bestelen we u?’ Door de tienden en de heffingen achter te houden! Jullie zijn vervloekt (arar) en nogmaals vervloekt (meerah), en toch blijft het hele volk mij bestelen. Stel mij maar eens op de proef – zegt de HEER van de hemelse machten. Breng alle tienden naar mijn voorraadkamer, zodat er voedsel in mijn tempel is, en zie dan of ik niet de sluizen van de hemel voor jullie open en zegen in overvloed op jullie land laat neerdalen

Opmerking: in beide teksten komt zowel ‘ara als meerah voor. Het gaat vloeken voor hen die geschonden dieren brengen om te offeren en voor hen die niet hun tienden van hun inkomsten aan de dienst van God afstaan.

Wat kunnen we leren van deze teksten?
Als het volk Israël God verlaat, dan loopt het zeer slecht af. Deuteronomium 28.

De vloek van God is voor mensen, die kwaad doen en voor hen die armen niet helpen. Spreuken.

De dienst aan God luistert nauw. Geen geschonden dieren offeren en ook je deel van de inkomsten geven voor de dienst aan God. Maleachi.

Jericho niet opnieuw opbouwen
In het boek Jozua komt het woord ‘arar voor als het gaat om de stad Jericho te herbouwen. De stad moest in puin blijven liggen. Waarom? Om voor altijd een beeld van de strijd destijds te laten zien?

Jozua 6:26. In die tijd liet Jozua het volk zweren: Vervloekt is die man voor het aangezicht van de HEERE die opstaat om deze stad Jericho te herbouwen. Laat hij haar fundering leggen op zijn eerstgeboren zoon en haar poorten oprichten op zijn jongste zoon!

En inderdaad vele jaren later ging iemand toch weer de stad opbouwen en trof de uitgesproken vloek hem.
1 Koningen 16:34. In zijn dagen bouwde Hiël uit Bethel Jericho weer op. Op zijn eerstgeboren zoon Abiram legde hij de fundamenten ervan, en op zijn jongste zoon Segub richtte hij de poorten ervan op, overeenkomstig het woord van de HEERE, dat Hij gesproken had door de dienst van Jozua, de zoon van Nun.

Als met autoriteit een vloek wordt uitgesproken zoals die over de eventuele herbouw van Jericho, neem die dan serieus.

Qabab vloeken

Hier de gegevens van het woord kabab.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1קָבַב
qabab
WerkwoordH6895Vloeken
Komt 8 keer voor in Numeri 22-24.
KJV: curse (7x), at all (1x).

De grote tovenaar Bileam is gevraagd om het volk Israël te vervloeken. In deze geschiedenis is te lezen hoe God zijn volk in een periode van enkele maanden beschermt. Een mooi voorbeeld van hoe God ook in onze tijd ons kan beschermen als wij op weg gaan naar het beloofde land.

Het verhaal is beschreven in het boek Numeri in de hoofdstukken 22, 23 en 24. In andere boeken wordt ook over deze geschiedenis geschreven. Er staan verwijzingen in Deuteronomium 23:4 en Jozua 24:9. En in Numeri 31:8 staat dat Bileam wordt gedood met het zwaard. Dat was zijn einde.

Bileam wordt in het boek Numeri een waarzegger genoemd. Waarzeggers zijn eigenlijk tovenaars. Ze proberen de toekomst naar hun hand te zetten.

Bileam is de zoon van Beor, waarschijnlijk ook al een grote tovenaar. Hij woont in Pethor. Dat is een plaats aan de Eufraat wat nu Noord Oost Syrië is tegen de Turkse grens aan.

De afstand tussen Moab en Pethor is 600 kilometer. De boodschappers reizen dat twee keer, totaal 2400 kilometer dus. Daar hebben ze wel een tijd over gedaan. En intussen was het volk Israël zich van geen gevaar bewust.

Het volk Israël legert zich na de woestijn reis in de vlakte van Moab. Balak de koning van Moab is bevreesd en zoekt hulp. Hij nodigt Bileam uit om het volk Israël te vervloeken.

Het was wel een speciaal soort vervloeken. Er wordt een woord voor gebruikt dat alleen in deze hoofdstukken van Numeri wordt gebruikt. Namelijk het woord qabab. Wellicht dat Bileam magische dingen kon doen met een speciaal effect. Het woord heeft de betekenis van leeg maken, uitscheppen. Ik weet niet wat voor tovenaarstruc dit is. Maar die Bileam was vermaard in het Midden Oosten.

Deze tekst uit de aanloop van de geschiedenis.
Numeri 22:6-7. Nu dan, kom toch, vervloek dit volk voor mij, want het is machtiger dan ik. Misschien kan ik het verslaan en kan ik het uit het land verdrijven, want ik weet: wie u zegent, is gezegend, en wie u vervloekt, is vervloekt. Toen gingen de oudsten van Moab en de oudsten van Midian op weg, en zij hadden het waarzeggersloon in hun hand. En zij kwamen bij Bileam en spraken tot hem de woorden van Balak.

Hier vraagt Balak aan Bileam om qabal te doen.
Numeri 22:9-12. En God kwam tot Bileam (in de nacht) en zei: Wie zijn die mannen die bij u zijn? Toen zei Bileam tegen God: Balak, de zoon van Zippor, de koning van Moab, heeft hen naar mij toe gestuurd met het verzoek: Zie, het volk dat uit Egypte getrokken is, heeft het oppervlak van het land bedekt. Kom nu, vervloek het voor mij. Misschien kan ik ertegen strijden en het verdrijven. Toen zei God tegen Bileam: U mag niet met hen meegaan, u mag dat volk niet vervloeken [H779], want het is gezegend.

De boodschappers komen opnieuw bij Bileam om te vragen.
Numeri 22:16-17. Die kwamen bij Bileam en zeiden tegen hem: Dit zegt Balak, de zoon van Zippor: Laat u er toch niet van weerhouden naar mij toe te komen. Ja, ik zal u met grote eer overladen, en alles wat u tegen mij zegt, zal ik doen. Maar kom toch, vervloek dit volk voor mij!

Numeri 23:7-13. Toen hief hij zijn spreuk aan en zei: Uit Syrië heeft Balak, de koning van Moab, mij laten halen, vanuit het bergland van het oosten: Kom, vervloek [H779 ] mij Jakob, kom, verwens [ ] Israël! Hoe kan ik vervloeken [H5344] wie God niet vervloekt, hoe kan ik verwensen wie de HEERE niet verwenst? Want vanaf de top van de rotsen zie ik hem, vanaf de heuvels neem ik hem waar; zie, dat volk woont afgezonderd, onder de heidenvolken rekent het zich niet. Wie heeft het stof van Jakob geteld, en het aantal, het vierde deel van Israël? Moge mijn ziel de dood van de oprechten sterven en mijn einde zijn als dat van hem. Toen zei Balak tegen Bileam: Wat doet u mij nu aan? Ik heb u hierheen laten halen om mijn vijanden te vervloeken, maar zie, u hebt hen juist gezegend! Hij antwoordde en zei: Zou ik dat wat de HEERE mij in de mond legt, niet nauwlettend uitspreken? Toen zei Balak tegen hem: Kom toch met mij mee naar een andere plaats, vanwaar u het volk kunt zien; slechts de uitlopers ervan kunt u zien, u kunt het niet helemaal zien. Vervloek het mij daarvandaan!

Numeri 23:25-27. Toen zei Balak tegen Bileam: Als u het volk beslist niet wilt vervloeken, zegen het dan in ieder geval ook niet. Bileam antwoordde en zei tegen Balak: Heb ik niet tot u gesproken: Alles wat de HEERE zal spreken, dat zal ik doen? Daarop zei Balak tegen Bileam: Kom toch, ik zal u naar een andere plaats meenemen. Misschien is het goed in de ogen van die God dat u het daarvandaan voor mij vervloekt.

Numeri 24:10. Toen ontstak Balak in woede tegen Bileam, en hij sloeg zich in de handen. En Balak zei tegen Bileam: Ik heb u geroepen om mijn vijanden te vervloeken, maar zie, u hebt hen deze drie keer juist gezegend!

Bileam laat als grote tovenaar zijn geestelijke capaciteiten zien. Hij had blijkbaar grote autoriteit in de geestelijke wereld. Hij kan ook de stem van God verstaan. Op gegeven moment ziet hij ook de engel als hij op weg is naar Moab. Hij is ook gehoorzaam aan de stem van God.

Alah vloek en vloeken

Dit zijn de gegevens rond het woord alah.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1אָלָה
‘alah
Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
H423Vloek, eed, execration
Komt 36 keer voor in 32 verzen
KJV: curse (18x), oath (14x), execration (2x), swearing (2x)
2אָלָה
‘alah
WerkwoordH422Vloeken
Komt 6 keer voor in 6 verzen
KJV: swear (4x), curse (1x), adjure (1x).

Ad. 1 ‘alah eed waar een vloek aan is verbonden.
Het zelfstandig naamwoord ‘alah komt twaalf keer voor in de Torah. Vier keer als onderdeel van het vloekbrengende water, zie een volgend hoofdstuk.

Hier de twaalf keer dat het woord in de Torah voorkomt.

Genesis 24:41. Slechts dan zult u vrij zijn van uw eed aan mij, als u naar mijn familie bent gegaan en zij haar niet met u meegeven. Dan bent u vrij van mijn eed. [HSV]

Opmerking: het gaat hier om een eed waar een vloek aan is verbonden.

Genesis 26:26-31. Toen kwam Abimelech vanuit Gerar naar hem toe,  samen met zijn vriend Ahuzzath en zijn legerbevelhebber Pichol. Izak vroeg hun: Waarom komt u naar mij toe, terwijl u mij haat en mij bij u weggestuurd hebt? Zij antwoordden: Wij hebben duidelijk gezien dat de HEERE met u is. Daarom hebben we gezegd: Laat er toch een  overeenkomst onder ede tussen ons zijn, tussen ons en u; laten we een verbond met u sluiten: dat u ons geen kwaad zult doen, zoals wij u niet aangeraakt hebben, en zoals wij u alleen maar goed behandeld hebben en u in vrede hebben laten vertrekken. Nu bent u immers de gezegende van de HEERE! Toen richtte hij voor hen een maaltijd aan en zij aten en dronken. Zij stonden ’s morgens vroeg op en zwoeren elkaar een eed. Daarna liet Izak hen gaan en zij gingen in vrede bij hem weg. [HSV]

Opmerking 1: dit is zo’n voorbeeld van een overeenkomst, een verbond waar een vloek aan was verbonden als die zou worden verbroken.
Opmerking 2: dit lijkt op de huidige Abraham akkoorden.

Leviticus 5:1. Wie zondigt doordat hij geen gehoor geeft aan een met een vervloeking bekrachtigde oproep om te getuigen, terwijl hij het misdrijf wel heeft gezien of ervan weet, maakt zich strafbaar.

In Numeri 5:21, 23, 27 wordt het woord ‘alah gebruikt bij de procedure van het vloekbrengende water. Zie twee hoofdstukken verder.

Deuteronomium 29:12-14. Zo wil Hij u vandaag tot zijn volk maken, en dan zal Hij uw God zijn, zoals Hij u heeft beloofd en zoals Hij ook uw voorouders Abraham, Isaak en Jakob onder ede heeft toegezegd. 
Niet alleen met u, die hier nu ten overstaan van de HEER, onze God, bijeen bent, sluit ik dit verbond, maar ook met degenen die er nu nog niet bij zijn.

Opmerking: onderdeel van de eed waren ook de gevolgen de vervloekingen als men er zich niet aan hield. De NBV21 heeft het woord ‘alalh in vers 14 niet vertaald. Weer de eed inclusief de vervloeking.

Deuteronomium 29:19-21. En het zal gebeuren, als hij bij het horen van de woorden van deze vervloeking zichzelf in zijn hart zegent door te zeggen: Ik zal vrede hebben, ook wanneer ik mijn verharde hart volg; de overvloed zal de dorst wegnemen, dat de HEERE hem niet zal willen vergeven; dan zal de toorn van de HEERE en Zijn na-ijver tegen die man ontbranden, en alle vervloekingen die in dit boek geschreven zijn, zullen op hem rusten. De HEERE zal zijn naam van onder de hemel uitwissen. De HEERE zal hem voor dit kwaad afzonderen van al de stammen van Israël, overeenkomstig alle vervloekingen van het verbond dat beschreven is in het boek met deze wet. [HSV]

Deuteronomium 30:1-7. Wanneer alles werkelijkheid is geworden wat ik u beschreven heb, de zegeningen en de vervloekingen, en wanneer u ten slotte, door de HEER, uw God, uiteengejaagd en verstrooid onder alle volken, daar lering uit getrokken hebt en samen met uw kinderen naar de HEER, uw God, terugkeert en Hem weer met hart en ziel gaat gehoorzamen – daartoe heb ik u vandaag aangespoord –, dan zal de HEER, uw God, in uw lot een keer brengen: Hij zal zich over u ontfermen en u, na u eerst verstrooid te hebben, weer uit al die landen bijeenbrengen. Zelfs al zijn sommigen verbannen naar het eind van de wereld, de HEER, uw God, zal u terughalen en weer bij elkaar brengen. Hij zal u terugbrengen naar het land dat uw voorouders ooit bezaten en het u weer in bezit geven. Hij zal u meer nog dan uw voorouders zegenen en in aantal doen toenemen. De HEER, uw God, zal uw hart besnijden en ook dat van uw nakomelingen, zodat u Hem weer met hart en ziel zult liefhebben en in leven zult blijven. De vervloekingen zal Hij bestemmen voor uw vijanden en voor allen die u haatten en jacht op u maakten.

Ad. 2 alah eed zweren waar een vloek aan is verbonden.
Dit woord komt niet in de Torah voor. Dit is de eerste tekst in de Bijbel waar dit woord in voorkomt.

Richteren 17:1-2. In het bergland van Efraïm leefde een man die Micha heette. Op zekere dag zei hij tegen zijn moeder: ‘Laatst is er toch elfhonderd sjekel zilver van u gestolen? U hebt toen in mijn bijzijn een vloek uitgesproken. Dat geld heb ik, ik heb het gestolen.’ ‘Moge de HEER je zegenen, mijn zoon,’ antwoordde zijn moeder.

Opmerking: dit is een trieste verhaal. Hoe te duiden zou ik niet weten.

Sjeboe’ah eed

Hie r de gegevens van het word sjeboe’ah.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1שְׁבוּעָה shĕbuw`ahZelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
H7621Eed.
Komt 30 keer voor in 29 verzen.
KJV: oath (28x), sworn (with H1167) (1x), curse (1x).

Genesis 24:8. Maar als die vrouw u niet wil volgen, dan bent u vrij van deze eed aan mij; breng mijn zoon echter niet daarheen terug. [HSV]

Genesis 26:3. Vestig je als vreemdeling in dit land, Ik zal je terzijde staan en je zegenen: Ik zal dit hele gebied aan jou en je nakomelingen geven en zo de eed gestand doen die Ik je vader Abraham heb gezworen.

Exodus 22:10-11. Wanneer iemand aan zijn naaste een ezel of een rund, een schaap of welk dier dan ook in bewaring geeft, en het sterft of het raakt gewond of wordt geroofd, zonder dat iemand het zag, dan moet de eed bij de HEERE tussen hen beiden beslissen, of hij zijn hand niet heeft uitgestoken naar de bezittingen van zijn naaste. De eigenaar daarvan is daaraan onderworpen en de ander hoeft het niet te vergoeden. [HSV]

Leviticus 5:4-6. … of die vergeet dat hij een onbezonnen eed heeft gezworen, ten goede of ten kwade, of hoe dan ook. De betreffende persoon moet, zodra hij zich van zijn schuld bewust wordt, openlijk uitspreken wat hij misdaan heeft en de HEER hiervoor bij wijze van genoegdoening een vrouwelijk dier, een ooi of een geit, als reinigingsoffer aanbieden. De priester zal voor hem de verzoeningsrite voltrekken. 

Opmerking: je kunt het vergeten van een onbezonnen goed maken door een dier te offeren.

Numeri 5:21.  – zo spreekt de priester de bezwering en vervloeking over de vrouw uit – ‘zal de HEER maken dat uw naam genoemd wordt in de vervloekingen die er bij uw volk worden uitgesproken: Hij zal uw schoot laten verschrompelen en uw buik laten opzwellen. 
Opmerking: dit is van de procedure van het vloekbrengende water.

Numeri 30:1-2. Mozes sprak tot de hoofden van de stammen van de Israëlieten: Dit is de zaak die de HEERE geboden heeft: Wanneer een man de HEERE een gelofte doet of een eed zweert om een verplichting op zich te nemen, dan mag hij zijn woord niet schenden; overeenkomstig alles wat uit zijn mond komt, moet hij doen. [HSV]

Numeri 30:10-13. Maar als zij in het huis van haar man een gelofte aflegt, of met een eed een verplichting op zich neemt, en haar man ervan hoort, maar tegen haar zwijgt en haar er niet van afhoudt, dan zijn al haar geloften van kracht en is elke verplichting die zij op zich genomen heeft, van kracht. Maar als haar man op de dag dat hij ervan hoort, deze nadrukkelijk verbreekt, dan is geen enkele uitspraak van haar lippen, van haar geloften en van de verplichting tegenover haarzelf van kracht; haar man heeft die verbroken en de HEERE zal het haar vergeven. Elke gelofte en elke verplichting onder ede om zichzelf te verootmoedigen, kan haar man bekrachtigen of kan haar man verbreken. [HSV]

<<nog uitzoeken of de onderstreping klopt>>

Deuteronomium 7:8. Maar omdat Hij u liefhad en zich wilde houden aan wat Hij uw voorouders onder ede had beloofd, heeft de HEER u met sterke hand bevrijd uit de slavernij, uit de macht van de farao, de koning van Egypte.

Hammarim hamararim vloekbrengend water

Er is een begrip van drie woorden dat vijf keer voorkomt. In het Hebreeuws klinkt het zo: ‘me hammarim hamararim’. Het is het zelfstandig naamwoord water, een bijvoeglijk naamwoord bitter en het werkwoord vloeken. En dat in een bepaalde verbuiging.

Je kunt deze uitdrukking vertalen met vloekgevend, vloekbrengend, of vloek veroorzakend, water. De NBV vertaalt met ‘vloekbrengend water. De NBG en de SV vertalen met ‘bitter water dat de vloek brengt/meebrengt’.

De procedure met het vloekbrengend water geeft aan hoe een echtgenoot en een priester om zouden moeten gaan met een vrouw, die van overspel is verdacht.

Hier de teksten waarin het begrip voorkomt.

Numeri 5:16-18. De priester laat de vrouw naar voren komen en brengt haar voor de HEER. Hij vult een kom met heilig water en vermengt dat met stof dat op de vloer van de tabernakel ligt. Nadat de priester de vrouw voor de HEER heeft gebracht, maakt hij haar hoofdhaar los en legt hij het herinneringsoffer, het graanoffer van de jaloezie, op haar handpalmen. Zelf heeft hij het bittere, vloekbrengende water in zijn hand.

Numeri 5:19-21. Dan spreekt de priester deze bezwering over de vrouw uit: ‘Als niemand anders dan uw eigen man gemeenschap met u heeft gehad, als u zich als gehuwde vrouw niet verontreinigd hebt door overspel te plegen, dan zal dit bittere, vloekbrengende water u niet deren. Maar als u zich als gehuwde vrouw verontreinigd hebt door overspel te plegen, als een ander dan uw eigen man gemeenschap met u heeft gehad, dan’ – zo spreekt de priester de bezwering (sheboewa) en vervloeking (alah) over de vrouw uit – ‘zal de HEER maken dat uw naam genoemd wordt in de vervloekingen (sheboewa alah) die er bij uw volk worden uitgesproken: hij zal uw schoot laten verschrompelen en uw buik laten opzwellen.

Numeri 5:22-26. Wanneer dit vloekbrengende water in uw ingewanden komt, zwelt uw buik op en verschrompelt uw schoot.’ De vrouw zegt hierop: ‘Amen, amen.’ Dan schrijft de priester deze vervloeking (alah) op een blad en lost hij het geschrevene op in het bittere water. Dat bittere, vloekbrengende water moet hij de vrouw te drinken geven, zodat het in haar lichaam komt en zijn bittere uitwerking heeft. De priester neemt het graanoffer van de jaloezie van haar handen, biedt het de HEER als offergave aan en brengt het naar het altaar. Hij neemt er een handvol van af en verbrandt dat als teken van de hele offergave op het altaar. Vervolgens geeft hij de vrouw het water te drinken.

Numeri 5: 27-28. Als ze zich verontreinigd heeft en ontrouw is geweest aan haar man, zal het vloekbrengende water dat hij haar te drinken geeft in haar lichaam zijn bittere uitwerking hebben. Haar buik zal opzwellen en haar schoot verschrompelen, en de naam van die vrouw zal bij haar volk genoemd worden wanneer men iemand vervloekt (alah). Maar als de vrouw zich niet verontreinigd heeft, als ze rein is, blijft ze ongedeerd en kan ze nog zwanger worden.

Voor ons als westerse christenen is het merkwaardig dat als deze procedure wordt uitgevoerd er steeds het wonder gebeurt dat een onschuldige geen last van het water heeft en een schuldige wel last heeft. Het is God als rechter en dan ook van zeer dichtbij.

Voor ons geldt dat wonderen soms gebeuren maar niet altijd. Bij deze procedure gebeurt het wonder dus altijd.

Voor degenen, die het soort pastorale werk doen wat wij ook doen, is het niet zo vreemd. Wij maken ook situaties mee waarbij God altijd iets doet.

Het werkwijze met het vloekbrengende water geeft wel inzicht wat in geestelijke zin mogelijk is. Ik zie nog geen toepassing voor onze tijd.

Nieuwe Testament.

In het Nieuwe Testament komt het onderwerp vloeken minder vaak voor, maar is zeker aanwezig. Hier de woorden, die voorkomen.

Anathema vervloeken

Hier de gegevens van de Griekse woorden die vloek of vervloeking, vloeken pf vervloeken betekenen.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1ἀνάθεμα
anathema
Zelfstandig naamwoord
onzijdig
G331
SB296
Voorwerp van vervloeking.
Komt 6 keer voor in 6 verzen
KJV: accursed (4x), anathema (1x), bind under a great curse (with G332) (1x).
2ἀναθεματίζω anathematizōWerkwoordG332
SB297
Vloeken
Komt 4 keer voor in 4 verzen
KJV: curse (1x), bind under a curse (1x), bind with an oath (1x), bind under a great curse (with G331) (1x).

Ad. 1 en Ad. 2 Anathema en anathematizō, vloek en vloeken

Marcus 14:70-72. Maar hij ontkende het weer. En algauw zeiden ook de omstanders tegen Petrus: ‘Je bent wel degelijk een van hen, jij komt immers ook uit Galilea.’ Maar hij begon te vloeken en zwoer: ‘Ik ken die man over wie jullie het hebben niet!’ En meteen kraaide de haan voor de tweede keer.

Opmerking 1: wat zou het vloeken van Petrus hebben ingehouden? Dat hem van alles zou mogen overkomen als hij de waarheid niet zou spreken?
Opmerking 2: deze uitspraak staat ook in Matteüs 26:74 met het variante Grieks woord katanathematizó, Strong G2653

In het boek Handelingen komt het voor in hoofdstuk 23 dat de joden een vervloeking over zichzelf afroepen mocht het hen niet lukken om Paulus in de gevangenis te krijgen. Zie Handelingen 23:12, 14 en 21. In vers 14 staat letterlijk “Wij hebben onszelf met een vloek vervloekt”.

Romeinen 9:3. Omwille van mijn volksgenoten, de broeders en zusters met wie ik mijn afkomst deel, zou ik bijna bidden zelf vervloekt te worden en van Christus gescheiden te zijn.

1 Korintiërs 12:3. Daarom zeg ik u nadrukkelijk: niemand kan ooit door toedoen van de Geest van God zeggen: ‘Vervloekt is Jezus,’ en niemand kan ooit zeggen: ‘Jezus is de Heer,’ behalve door toedoen van de heilige Geest.

1 Korintiërs 16:22. Als iemand de Heer niet liefheeft – hij zij vervloekt! Maranata!

Galaten 1:7-9. Er is geen ander evangelie, er zijn alleen maar mensen die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. Wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is met wat ik u verkondigd heb, al was ik het zelf of een engel uit de hemel – vervloekt is hij! Ik heb het al eerder gezegd en zeg het nu opnieuw: wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is met wat u hebt ontvangen – vervloekt is hij!

Opmerking: de apostel Paulus spreekt geen vloek uit, maar hij gaat ervan uit dat wat hij onderwijst zo belangrijk en precies is, dat als iemand een ander onderwijs geeft, dat God hem zal vervloeken.

Twee woorden, die eenmaal voorkomen zijn niet in deze tabel opgenomen. Zelfstandig naamwoord SB2321-2 of als SB2357 katanathema dat in

Openbaringen 22:1-3. Hij liet me een rivier zien met water dat leven geeft. De rivier was helder als kristal en ontsprong aan de troon van God en van het lam en stroomde dwars door de stad. Aan weerskanten van de rivier stond een levensboom, die twaalf vruchten gaf, elke maand zijn eigen vrucht. De bladeren van de boom brachten de volken genezing. 
Er zal niets meer zijn waarop nog een vloek rust. De troon van God en van het lam zal daar in de stad staan. Zijn dienaren zullen Hem vereren 

Opmerking: hier is het variante Griekse woord katathema gebruikt. Strong 2652. Dit woord komt alleen in deze tekst voor.

Kataraomai verwensen

Er zijn diverse uitdrukkingen in het Nieuwe Testament die letterlijk vertaald betekenen kwaad spreken. Dat is met het doel dat iemand kwaad overkomt. Dat heet in het Nederlands verwensen.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1κακολογέω
kakologeō
WerkwoordG2551
SB2263
Verwensen
Komt 4 keer voor in 4 verzen.
KJV: curse (2x), speak evil of (2x).
2κατάρα
katara
Zelfstandig naamwoord
onzijdig
G2671
SB2376
Verwensing
Komt 6 keer voor in 5 verzen.
KJV: curse (3x), cursing (2x), cursed (1x).
3καταράομαι
kataraomai
WerkwoordG2672
SB2377
Verwensen
Komt 6 keer voor in 6 verzen.
KJV: curse (6x).
4ἐρεῖς κακῶς
ereis kakōs
Werkwoord en bijvoeglijk
naamwoord
G2046
G2560
Verwens
Komt eenmaal voor
KJV: speak evil (1x)
5ἐπικατάρατος
epikataratos
Bijvoeglijk
naamwoord
G1944Verwenste
Komt 3 keer voor in 3 verzen
KJV: cursed (3x)

Ad. 1 Kakologeō kwade woorden spreken
Kako is slecht, kwaad. Logeo duidt op woorden.

Matteüs 15:4. Want God heeft gezegd: “Toon eerbied voor uw vader en moeder,” en ook: “Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden.” 
Opmerking: zelfde tekst in Marcus 7:10.

Marcus 9:38-39. Johannes zei tegen hem: ‘Meester, we hebben iemand gezien die in uw naam demonen uitdreef en we hebben geprobeerd hem dat te beletten omdat hij zich niet bij ons wilde aansluiten.’ Jezus zei: ‘Belet het hem niet. Want iemand die een wonder verricht in mijn naam kan onmogelijk het volgende moment kwaad van mij spreken. [regel 4 in tabel]

Handelingen 19:8-12. De volgende drie maanden ging hij regelmatig naar de synagoge, waar hij vrijmoedig met de bezoekers sprak over het koninkrijk van God en hen met zijn uiteenzettingen trachtte te overtuigen. Maar toen sommigen zijn boodschap halsstarrig bleven afwijzen en de Weg bij iedereen belachelijk maakten, vertrok hij en nam de leerlingen met zich mee. Voortaan sprak hij dagelijks in de school van Tyrannus, iets dat hij twee jaar bleef doen, zodat alle inwoners van Asia kennismaakten met de boodschap van de Heer, Joden zowel als Grieken. Door Gods toedoen verrichtte Paulus buitengewoon grote wonderen: zelfs de doeken en de werkkleren die hij gedragen had werden naar de zieken gebracht, zodat ze genazen en de boze geesten hen verlieten.

Opmerking: er werd kwaad gesproken over de boodschap die Paulus bracht. Daarom vertrekt Paulus van die plaats en gaat elders met het onderwijs verder.

Ad. 2 en 3 Katara en kataromai, kwaadspraak en kwaadspreken
Kata betekent neer en tegen en ara en araomai betekenen wensen. Het betekent dus samen: slecht wensen.

Matteüs 5:43-45. U hebt gehoord dat er gezegd is: U moet uw naaste liefhebben en uw vijand moet u haten. Maar Ik zeg u: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen; zodat u kinderen zult zijn van uw Vader, Die in de hemelen is .. [HSV]

Matteüs 25:41. En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.” Daarop zal hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. Want ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, ik had dorst en jullie gaven me niet te drinken.
Opmerking: de vloek ontstaat als je Jezus of degenen, waarmee Jezus zich identificeert geen eten of drank gaf terwijl hij honger of dorst had.

Marcus 11:12-14. Toen ze de volgende dag uit Betanië vertrokken, kreeg hij honger. Hij zag in de verte een vijgenboom die in blad stond en ging erheen in de hoop iets eetbaars te vinden, maar toen hij bij de boom gekomen was, vond hij geen vruchten; het was namelijk nog niet de tijd voor vijgen. Hij zei tegen de boom: ‘Nooit ofte nimmer zal er nog iemand vruchten van jou eten!’ Zijn leerlingen hoorden dit.
Marcus 11:20-22. Toen ze ’s morgens vroeg weer langs de vijgenboom kwamen, zagen ze dat hij tot aan de wortels verdord was. Petrus herinnerde zich het voorval en zei: ‘Rabbi, kijk, de vijgenboom die u vervloekt hebt, is verdord.’ Jezus zei tegen hen: ‘Heb vertrouwen in God.

Lukas 6:27-29. Tot jullie die naar mij luisteren zeg ik: heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen. Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt, ook je onderkleed niet.

Romeinen 12:14. Zegen uw vervolgers; zegen hen, vervloek hen niet. 

Galaten 3:10 en 14. Zie citaat bij ad 1.

Hebreeën 6:7-8. Land dat de overvloedige regen opneemt, en nuttige gewassen oplevert aan wie het bewerken, ontvangt Gods zegen, maar land dat dorens en distels voortbrengt, is waardeloos en rijp voor vervloeking; het zal uiteindelijk in vlammen opgaan.

Jakobus 3:9-10. Met onze tong zegenen we onze Heer en Vader, en we vervloeken er mensen mee die God heeft geschapen als zijn evenbeeld.  Uit dezelfde mond klinkt zegen en vervloeking. Dat kan toch niet goed zijn, broeders en zusters? Laat een bron soms uit eenzelfde ader zoet en bitter water opwellen? Of kan een vijgenboom olijven voortbrengen, of een wijnstok vijgen? Net zomin geeft een zilte bron zoet water.

2 Petrus 2:14. Hun ogen zijn voortdurend op zoek naar overspel en ze zondigen onophoudelijk, ze verleiden onstandvastige zielen en zijn een en al hebzucht. Vervloekt zijn ze! 

Het woord ara komt ook eenmaal zelfstandig voor in deze tekst.
Romeinen 3:14. … hun mond is vol vervloeking en venijn.
Opmerking 1: dit is een citaat uit Psalm 10:7
Opmerking 2: hier lijkt het wensen ook iets slechts te betekenen.

Ad. 4 Ereis kakos verwensen
Deze uitdrukking komt eenmaal voor. Dit is de tekst.

Handelingen 1:1-5. Paulus vestigde zijn blik op de leden van het Sanhedrin en zei: ‘Broeders, ik heb tot op de dag van vandaag mijn leven geleid met een volkomen zuiver geweten voor God.’ Ananias, de hogepriester, gaf de mannen die naast Paulus stonden opdracht hem op zijn mond te slaan. Daarop zei Paulus tegen hem: ‘God zal ú slaan, huichelaar! U zit daar om volgens de wet recht over mij te spreken, en toch overtreedt u zelf de wet door bevel te geven mij te slaan?’ De omstanders zeiden: ‘Scheld je de hogepriester van God uit?’ Toen zei Paulus: ‘Ik wist niet, broeders, dat hij de hogepriester is. Er staat inderdaad geschreven: “Een leider van je volk mag je niet verwensen.”’

Opmerking: de verwensing was dat God de hogepriester zou slaan omdat Paulus vond dat hij een huichelaar was.

Ad. 5 Epikataratos, verwensten
In onderstaande twee teksten komt drie keer het woord epikataratos voor.

Galaten 3:9-14. En dus wordt iedereen die gelooft samen met Abraham, de gelovige, gezegend. Maar iedereen die op de wet vertrouwt is vervloekt, want er staat geschreven: ‘Vervloekt is eenieder die niet alles doet wat het boek van de wet bepaalt.’ Dat niemand door de wet voor God rechtvaardig wordt, is volkomen duidelijk, want er staat ook geschreven: ‘De rechtvaardige zal leven door geloof.’ De wet daarentegen is niet gegrond op geloof, want er staat: ‘Wie doet wat de wet voorschrijft, zal leven.’ Maar Christus Jezus heeft ons vrijgekocht van deze vloek door voor ons te worden vervloekt, want er staat geschreven: ‘Vervloekt is ieder mens die aan een paal hangt.’ Zo zouden door hem alle volken delen in de zegen van Abraham en zouden wij, zoals ons is beloofd, door het geloof de Geest ontvangen.

Opmerking 1: epikataratos G1944 is vertaald met ‘vervloekt is een ieder’
Opmerking 2: de woorden katara en kataromai zijn vertaald met ‘vloek’ en ‘vervloekt’..

Johannes 7:49. Alleen de massa die de wet niet kent – vervloekt zijn ze!’
Opmerking: zo kijken de Farizeeën tegen de mensen aan. Als vervloekten, epikataratos, Strong G1944. 

Wat kunnen we van deze teksten leren?
<<ook nog van 1 tot en met 4>>

In het Oude Testament worden degenen die we Gods geboden niet naleefden verwensten genoemd. En ook degenen die aan een paal hingen, degenen die opgehangen werden, werden verwensten genoemd. De Farizeeën noemt de massa de verwensten.

<<elders opnemen of dubbel>> Wat kunnen we van deze teksten leren?
Jezelf klem zetten met een uitspraak verbonden met een vloek is onverstandig.

Dit zijn de vijf voorbeelden waardoor je onder een vloek kunt komen:
1. Door mensen, die hulp nodig hebben niet te helpen.
2. Doordat Jezus dat over je uitspreekt.
3. Doordat je je heil van de wet van God verwacht en niet van Jezus. (laat staan als je je heil van eigen kerkelijke regels verwacht en niet van Jezus)
4. Doordat je geen vrucht draagt.
5. Als je een slecht mens bent in een gemeente van God.

Als de Heilige Geest in je woont, zul je geen kritiek op Jezus hebben, maar juist zeggen “Jezus is mijn Heer”. Evenmin kan je kritiek op Jezus hebben als je wonderen verricht in Jezus naam.

We hebben tot taak te zegenen ook degenen, die ons slecht behandelen. Vervloeken past niet bij ons.

Andere bronnen

Excurs 7 “Zegen en vloek in de eerste Bijbelboeken” uit de Studiebijbel Oude Testament Bijbelcommentaar in het deel Leviticus Numeri Deuteronomium.

Mijn indruk is dat de schrijver van deze excurs onbekend is met de praktijk van het onderwerp. Zo schrijft hij: ‘Balak gaat ervan uit dat deze vloek een negatieve uitwerking zal hebben’. Dit is de onwetendheid van de moderne mens. Natuurlijk werkte dat. Hij en anderen hadden het dikwijls zien werken. Bileam was niet voor niets zo bekend.

Boek ‘Zegen of Vloek’, schrijver Derek Prince.
You Tube Derek Prince https://www.youtube.com/watch?v=Nj5xbqqIuE8&t=1117s

Overwegingen

Vloeken zoals wij dat in Nederland kennen gaat vooral over bepaalde lelijke woorden of uitdrukkingen uitspreken. De meest bekende vloek in het Nederlands is gvd oftewel netjes uitgeschreven “God verdoem mij”. Verdoemen is een oud Nederlands woord en betekent naar de hel sturen. Dus iemand zegt dan: ‘God stuur me naar de hel’. Dit zou je een zelfvervloeking kunnen noemen.

Bij slechte bedoelingen met iemand anders hebben we twee woorden ter beschikking: verwensen of vervloeken. Verwensen lijkt me wat lichter en vervloeken zwaarder.

Het is de bedoeling dat er dan een vloek over iemand komt. Dat kan een breder zijn: iemands gezin, huis, familie of bedrijf.

Woorden hebben kracht
Door woorden van God werd geschapen. Als wij woorden uitspreken heeft dat ook kracht. Zowel bij de positieve als de negatieve woorden. Schelden doe je ook om de ander lichter te maken. In onze tijd zijn nazi, fascist, racist, antisemiet, zionist, populist bekende scheldwoorden.

Je kunt ook iemand verwensen. Je bedenkt daar bewust bij dat zoiets extra kracht heeft. Of je doet dat zonder erbij na te denken. Je wenst bijvoorbeeld iemand een nare ziekte toe. Je kunt …. of …

Je kunt ook iemand vervloeken dan betrek je de geestelijke wereld er bewust bij. In de hoop dat er een vloek op iemands leven komt.

Vloeken bij het Oude Israël
Bij een vloek betrek je de geestelijke wereld bij de zichtbare wereld. Een belangrijke overeenkomst werd afgesloten met de afspraak dat als een partij zich niet zou houden aan de overeenkomst dat dan een vloek in werking zou treden. Zo gebeurde dat ook met de overeenkomst van God met zijn volk Israël. En het gebeurt zo ook nog heden ten dage bij bepaalde gezelschappen.

Je kunt een vloek over je heen krijgen doordat je jezelf niet houdt aan wat je op basis van een eed inclusief vervloeking hebt beloofd te doen. Dit heeft het volk Israël 3000 jaar geleden gedaan inclusief voor hun nageslacht. Als je jezelf niet houdt aan wat je voorgeslacht heeft beloofd heb je de vloek over je afgeroepen. Alleen geloof in Jezus verbreekt deze vloek.

Men gebruikte vloeken vervloekingen ook als middel om anderen een slecht leven te bezorgen. De magiër Bileam werd ingehuurd om het volk Israël te vervloeken. Hij stond bekend om de kracht van zijn vervloekingen. Tegenwoordig komen ook nog krachtige vervloekingen voor bij Voodoo rituelen en bij

Soorten vloeken
Het is de vraag of we verschillen in de Hebreeuwse woorden kunnen ontdekken. Het woord qalal lijkt een lichtere vorm te zijn dan de andere woorden. Het woord kabab heeft waarschijnlijk een heftige betekenis, dat wordt alleen in het verhaal van Bileam gebruikt.

Het laatste woord shebuwah gaat over de eed, die mede de bekrachtiging was over de vloek die men over zichzelf afriep in geval van overtreding.

Als iemand een vloek uitspreekt over je dan heeft dat alleen gevolg als er een reden is, je bent een afspraak niet nagekomen bijvoorbeeld.

Hoewel vloeken iets lijkt uit lang vervlogen en primitieve tijden is het onderwerp nog steeds actueel. Het bestaat nog steeds, maar gelukkig zijn de wegen om ervan af te komen in de tijd van het Nieuwe Testament extra krachtig.

Vloeken is een algemeen woord. Je gebruikt het woord vervloeken als het vloeken een bepaalde richting uit gaat. Je vervloekt een mens, een groep mensen of een materieel iets, een akker of iets dergelijks.

De vloek gvd gaat in de richting van jezelf. Het is dus een vervloeking en in dit geval een zelfvervloeking. Niet goed. Daarbij komt nog dat je iets van God vraagt wat zeer tegen zijn wil ingaat. Je erkent zijn liefdevolle Vaderhart niet.

Er zijn allerlei vloeken en vervloekingen waar de naam van God niet in voorkomt: krijg de ….. , je kunt barsten etc.

Er zijn ook vloeken, die de hele familie soms al generaties lang in het ongeluk storten. De relatie met het voorgeslacht is een apart onderwerp van studie, die elders op deze site komt. Naast vloeken is er ook grof taalgebruik. Dat past een mens ook niet maar dat is een ander onderwerp.

Vloeken als onderdeel van een overeenkomst
Als je tegenwoordig een overeenkomst aangaat dan staat er ook in wat er gebeurt als één van de partijen, zich niet aan de overeenkomst houdt. En als een partij zich er niet aan houdt, dan is een rechtsgang mogelijk. Je kunt naar de rechter stappen om alsnog je recht te krijgen.

In oude tijden was de rechtspraak minder goed geregeld en was het een gebruikelijke middel om de overeenkomst te bevestigen met eden en daarbij behorende zelfvervloekingen als men van de overeenkomst zou afwijken.

Je beloofde onder een eed dat je aan de overeenkomst trouw zou zijn en je sprak uit dat anders een vloek jouw deel zou worden. Mocht één van de partijen zich niet aan de overeenkomst houden, dan werd er gestraft vanuit de geestelijke wereld.

Bij overeenkomsten tussen landen en volken was dit soort ook de enige mogelijkheid. Immers er was nog niet zoiets als een Verenigde Naties of een internationaal strafhof. Trouwens bij hen is het recht ook niet altijd in goede handen.

Aan het sluiten van een overeenkomst werd ruim tijd besteed. Dat zien we ook als het volk Israël met zijn God een overeenkomst sluit. Dat werd een hele ceremonie met een belangrijk deel van het volk er bij.

Als het volk zich zou houden aan de overeenkomst zouden ze worden gezegend met voorspoed, gezondheid en leiderschap. Als ze zich niet zouden houden aan de overeenkomst zou er een vloek op hen liggen, die zou resulteren in allerlei ziekten, armoede, oorlogen en onderdrukking.

Lessen

Als je gezond voor het leven wil gaan. Zo min mogelijk last wil hebben van pech en ongeluk, dan zijn dit mijn adviezen.

Ga in ieder geval niet jezelf vervloeken zoals bij die ene vloek, die in Nederland zo bekend is.

Een leven met Jezus en geloof in Hem pleit je vrij van allerlei vloeken. Vloeken zijn in feite een straf uit de geestelijke wereld.

Maar dat geloof in Jezus is geen automatisme voor vrijspraak. Net als in het Nederlands recht wordt er met allerlei zaken rekening gehouden. Het is daarom verstandig om de volgende dingen na te laten.

Niet schimpen op God (ook niet als het tegenzit), niet op je ouders (ook niet in de pubertijd, niet op de overheid (ook als je denkt het beter te weten dan de overheid) en ook niet het volk Israël (want dat volk heeft een speciale roeping van God).

Een grote opening voor vloeken komt er als je jezelf verbindt met occulte machten of duistere clubjes. Het gaat dan vooral werken als je van hen afscheid wil nemen. Zoek zeker hulp in dit geval.

En verder is ook belangrijk: geen geweld, eerlijk zijn, trouw zijn, niet stelen, een ook anderen iets gunnen. Al die geboden van God zijn belangrijk. Ook die Jezus er aan heeft toegevoegd. Wees er serieus maar ontspannen mee bezig. Doe je best en de Heer zal het je vergelden.

In het verleden hebben mensen en volken God zo getergd dat God een vloek over hen uitsprak. Dan ben je wel heel slecht af.

Daarom hebben we een taak in de wereld. Wees het zout van de aarde in je gezin, familie, groepen waar je bij hoort etc.

Wat is vloeken in de Bijbel en wat is een vloek?
Vloeken is met behulp van de geestelijke wereld iemand kwaad doen. Zo kan er een vloek op iemands leven komen.

In Nederland hebben we een bepaalde manier van vloeken kom je dat ook in de Bijbel tegen?
Het Nederlandse gvd is een zelfvervloeking: God verdoe mij.

Waar staat in de Bijbel dat je niet mag vloeken?
Ik heb geen verbod over vloeken in zijn algemeenheid gevonden. Je mag richting allerlei personen niet minachten of vloeken: God, Israël, leiders, ouders, en de zwakkeren

Wat veroorzaakt een vloek over je leven?
Als je je niet houdt aan Gods geboden.

Komt het voor dat er een vloek over je gezin, familie of huis ligt?
Een vloek kan de hele familie betreffen.

Hoe kom je van een vloek af die iemand over je heeft uitgesproken?
In het kort: zorgen dat de rechtsgrond ontbreekt.

Lessen speciaal voor christenen.

In onze tijd weten weinig mensen meer de impact van zegen en vloek. Het is niet zomaar dat je pech of geluk hebt. Jezus zegt dat zijn volgelingen de volken onderwijs moeten geven. Vertel je omgeving hoe het zit met zegen en vloek.

Je kunt van een vloek worden verlost.

We willen opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.