Studie Genade

Een van de waarden van God is genade. Iets geven wat je niet hebt verdiend. Het is als het ontvangen van een gunst.

Bereid zijn om gebruik te maken van genade geeft mensen toegang tot een bijzonder mooi leven.

De citaten van teksten zijn uit de NBV vertaling tenzij anders aangegeven.

Deze studie beziet teksten in de boeken Genesis, Psalmen en Spreuken waarin het woord genade is genoemd en teksten in het Nieuwe Testament waarin het zelfstandig naamwoord charis, genade voorkomt.

Studievragen

Bij dit onderwerp kun je de volgende vragen over dit onderwerp stellen.

Wat is het belang van genade voor het leven.

Waarom heeft de schepper van hemel en aarde in zoiets als genade voorzien? Wat had Hij daarvoor op het oog?

Hoe kun je aan meer genade komen?

Waar kan de genade die je ontvangt uit bestaan?

Kunnen wij mensen ook genade verspreiden?

In het laatste hoofdstuk Lessen staan antwoorden op deze vragen.

Oude Testament

Genade is iets dat je ontvangt maar wat je niet hebt verdiend om te ontvangen. Het woord komt zowel in de Hebreeuwse als in de Griekse tekst voor van de Bijbel. Hier de Hebreeuwse woorden.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1חֵן
ḥēn
Zelfstandig
naamwoord
mannelijk
H2580Genade
Komt 69 keer voor in 67 verzen.
KJV: grace (38x), favour (26x), gracious (2x), pleasant (1x), precious (1x), wellfavoured (with H2896) (1x).
2חָנַן ḥānanWerkwoordH2603Genadig zijn.
Komt 79 keer voor in 73 verzen.
KJV: mercy (16x), gracious (13x), merciful (12x), supplication (10x), favour (7x), besought (4x), pity (4x), fair (1x), favourable (1x), favoured (1x), miscellaneous (9x).
3חַנּוּן ḥannûn
Bijvoeglijk
naamwoord
H2587Genadig.
Komt 13 keer voor in 13 verzen.
KJV: gracious (13x).

In het woord chen is ons bekend via het Jiddische woord gein.

Hier nog enkele bijzonderheden. In de Hebreeuwse tekst komt 43 keer het werkwoord vinden gekoppeld aan het woord voor genade voor. ‘Genade vinden’ is een belangrijk gegeven. Het woord voor vinden, מָצָא māṣā’, Strong H4672, komt in totaal wel 457 keer voor.

In de Bijbel komt vier keer de naam van een toren in Jeruzalem voor die heet God is genadig, in het Hebreeuws חֲנַנְאֵל (ḥănan’ēl), Strong H2606, namelijk in Nehemia 3:1 en 12:39, Jeremia 31:38 en Zacharia 14:10.

In het boek Genesis

Het zelfstandig naamwoord ḥēn komt in het boek Genesis 14 keer voor en het werkwoord ḥānan komt vier keer voor.

De teksten hieronder zijn allemaal uit de HSV vertaling omdat de NBV het woord niet gaat vertalen, maar gaat omschrijven wat volgens de NBV de bedoeling lijkt, zie bij de eerstgenoemde tekst.

Genesis 6:8. Alleen Noach vond bij de HEER genade. [HSV]

Opmerking: de NBV21 vertaalt met ‘Alleen Noach was Hij goedgezind’.

Genesis 18:3. En hij zei: Mijn heer, als ik nu genade gevonden heb in uw ogen, ga dan uw dienaar toch niet voorbij. [HSV]

Genesis 19:19. Zie toch, Uw dienaar heeft genade gevonden in Uw ogen, en U hebt Uw grote goedertierenheid aan mij bewezen door mijn ziel in leven te houden. Ik kan echter niet naar het bergland vluchten, anders haalt het onheil mij in en sterf ik. [HSV]

Opmerking: het woord chesed vriendelijkheid vertaalt de HSV met goedertierenheid.

Genesis 30:27. Toen zei Laban tegen hem: Laat mij toch genade vinden in jouw ogen; ik heb waargenomen dat de HEERE mij omwille van jou gezegend heeft.

Genesis 32:5. Ik heb runderen, ezels, kleinvee, slaven en slavinnen, en ik heb iemand gestuurd om dit aan mijn heer te vertellen, opdat ik genade in uw ogen vind. [HSV]

Genesis 33:5. Toen sloeg hij zijn ogen op en zag de vrouwen en de kinderen. Hij vroeg: Wie heb je daar bij je? Jakob zei: Dat zijn de kinderen die God uw dienaar in Zijn genade geschonken heeft. [HSV]

Opmerking: hier staat het werkwoord ḥānan dat je niet goed met één Nederlands woord kunt vertalen. Dus vandaar, die hele onderstreepte uitdrukking.

Genesis 33:8. Toen vroeg hij: Wat wil je met heel dat leger dieren dat ik ben tegengekomen? Hij zei: Die zijn bedoeld om genade in de ogen van mijn heer te vinden. [HSV]

Genesis 33:10. Jakob zei daarop: Nee toch, als ik toch genade in uw ogen gevonden heb, neem het geschenk uit mijn hand dan aan, want ik heb uw aangezicht gezien alsof ik het aangezicht van God zag, en u bent mij goedgezind geweest. [HSV]

Genesis 33:11. Aanvaard toch mijn geschenk, dat u gebracht is, omdat God mij dit in Zijn genade geschonken heeft, en omdat ik alles heb. Hij drong zo aan dat hij het aanvaardde. [HSV]

Opmerking: hier staat ook het werkwoord chanan.

Genesis 33:15. Toen zei Ezau: Laat mij toch enkelen uit het volk dat bij mij is, bij je plaatsen. Maar hij zei: Waarom is dat nodig ? Laat mij genade vinden in de ogen van mijn heer. [HSV]

Genesis 34:11. En Sichem zei tegen haar vader en haar broers: Laat mij genade vinden in uw ogen, en ik zal geven wat u maar van mij wenst. [HSV]

Genesis 39:4. … vond Jozef genade in zijn ogen, en mocht hij hem bedienen. Potifar stelde hem aan over zijn huis, en alles wat hij had, gaf hij in zijn hand.
Genesis 39:21. Maar de HEERE was met Jozef en bewees hem Zijn goedertierenheid; Hij gaf hem genade in de ogen van het hoofd van de gevangenis. [HSV]

Opmerking: hier de combinatie genade en het werkwoord voor geven, Strong H5414.

Genesis 42:21. Toen zeiden zij tegen elkaar: Werkelijk, wij zijn schuldig vanwege onze broer. Wij zagen zijn zielsbenauwdheid toen hij ons om genade smeekte, maar wij luisterden niet! Daarom komt deze benauwdheid over ons. [HSV]

Opmerking: hier staat ook het werkwoord chanan dat met genade smeken is vertaald.

Genesis 43:29. Hij sloeg zijn ogen op en zag Benjamin, zijn broer, de zoon van zijn moeder, en zei: Is dit uw jongste broer, over wie u met mij gesproken hebt? Daarna zei hij: Mijn zoon, God zij u genadig. [HSV]

Opmerking: hier staat ook het werkwoord dat met het onderstreepte is vertaald.

Genesis 47:25. Zij zeiden toen: U hebt ons in leven gehouden. Laat ons genade vinden in de ogen van mijn heer, en wij zullen slaven van de farao zijn. [HSV]
Genesis 47:29. Toen de dagen voor Israël naderbij kwamen dat hij zou sterven, riep hij zijn zoon Jozef en zei tegen hem: Als ik toch genade in jouw ogen gevonden heb, leg dan toch je hand onder mijn heup en zweer dat je mij goedertierenheid en trouw zult bewijzen. Begraaf mij toch niet in Egypte. [HSV]

Genesis 50:4. Toen de dagen van het bewenen van Jakob voorbij waren, sprak Jozef tot het huis van de farao: Als ik toch genade gevonden heb in uw ogen, spreek dan ten aanhoren van de farao. [HSV]

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Je kunt als mens genade vinden bij God, d.w.z. dat Hij je gaat helpen. Genesis 6:8. Genesis 19:19. Bijvoorbeeld doordat je vrouw en kinderen krijgt. Genesis 33:5

Het kan ook tussen mensen gebeuren. Genesis 18:3. Genesis 30:27. Genesis 32:5. Genesis 33:8, 10, 11 en 15. Genesis 34:11. Genesis 39:4. Genesis 42:21. Genesis 47:25 en 29.

God kan helpen dat een mens genadig is voor een ander mens. Genesis 39:21. Genesis 50:4

Er werd ook al een keer de genade als zegen uitgesproken. Genesis 43:29

In het boek van de Psalmen

In het boek van de Psalmen komt 32 keer het werkwoord chanan voor en twee keer het zelfstandig naamwoord chen. In het boek Genesis kwam juist het zelfstandig naamwoord veel meer voor dan het werkwoord.

Psalm 4:2. Als ik roep, verhoor mij, o God van mijn gerechtigheid! In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt. Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.

Psalm 6:3. Wees mij genadig, HEERE , want ik ben verzwakt, genees mij, HEERE, want mijn beenderen zijn verschrikt.

Psalm 9:14. Wees mij genadig, HEERE , zie mijn ellende aan, mij aangedaan door wie mij haten, U Die mij opheft uit de poorten van de dood.

Psalm 25:16. Wend U tot mij en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig.

Psalm 26:11. Ik echter, ik ga mijn weg in mijn oprechtheid, verlos mij dan en wees mij genadig.

Psalm 27:7. Hoor, HEERE , mijn stem als ik roep; wees mij genadig en antwoord mij.

Psalm 30:11. Luister, HEERE , en wees mij genadig; HEERE , wees mijn Helper.

Psalm 31:10. Wees mij genadig, HEERE, want angst benauwt mij; verzwakt van verdriet is mijn oog, mijn ziel en mijn buik.

Psalm 37:21. De goddeloze leent en betaalt niet terug, maar de rechtvaardige ontfermt zich en geeft.

Psalm 37:26. De hele dag ontfermt hij zich en leent uit, en zijn nageslacht is tot zegen.

Psalm 41:5. Ik zei: HEERE, wees mij genadig; genees mijn ziel, want ik heb tegen U gezondigd.
Opmerking: als je zondigt dan raakt je ziel gewond. Dan heb je genade van God nodig voor genezing.

Psalm 41:11. Maar U, HEERE, wees mij genadig, en laat mij opstaan, zodat ik het hun vergeld.

Psalm 45:3. U bent veel mooier dan de andere mensenkinderen; genade is op Uw lippen uitgegoten, daarom heeft God U voor eeuwig gezegend.
Opmerking 1: hier staat het zelfstandig naamwoord genade.
Opmerking 2: genade heeft tot ‘mooi zijn geleid en tot ‘eeuwige zegening’.

Psalm 51:3. Wees mij genadig, o God, overeenkomstig Uw goedertierenheid, delg mijn overtreding uit overeenkomstig Uw grote barmhartigheid.
Opmerking: als redenen voor de barmhartigheid worden Gods goede eigenschappen aangegeven.

Psalm 56:2. Wees mij genadig, o God, want de sterveling wil mij opslokken; de hele dag onderdrukt mij de bestrijder.

Psalm 57:2. Wees mij genadig, o God, wees mij genadig, want mijn ziel heeft tot U de toevlucht genomen; ik neem mijn toevlucht onder de schaduw van Uw vleugels, totdat de rampen voorbij zijn gegaan.

Psalm 59:6. Ja U, HEERE , God van de legermachten, God van Israël, ontwaak om al deze heidenvolken te straffen; wees niemand genadig van wie trouweloos onrecht bedrijven. Sela

Psalm 67:2. God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe Zijn aangezicht over ons lichten. Sela

Psalm 77:10. Heeft God vergeten genadig te zijn? Of heeft Hij Zijn barmhartigheid door toorn afgesloten? Sela.
Opmerking: hier staat een woord dat slechts eenmalig wordt gebruikt, het is het werkwoord חָנּוֹת (ḥānnôṯ), Strong H2589.

Psalm 84:12. Want God, de HEERE, is een zon en een schild, de HEERE zal genade en eer geven, Hij zal het goede niet onthouden aan hen die in oprechtheid hun weg gaan.
Opmerking: hier staat het zelfstandig naamwoord.

Psalm 86:3. Wees mij genadig, Heere, want ik roep tot U de hele dag.

Psalm 86:15-16. Maar U, Heere, bent een barmhartig en genadig God, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw. Wend U tot mij en wees mij genadig, geef Uw dienaar Uw kracht, verlos de zoon van Uw dienares.
Opmerking: in vers 15 staat het bijvoeglijk naamwoord genadig.

Psalm 102:14-15. Ú zult opstaan, U zult Zich ontfermen over Sion, want de tijd om haar genadig te zijn, want de vastgestelde tijd is gekomen. Want Uw dienaren zijn haar stenen goedgezind en hebben medelijden met haar gruis.

Psalm 103:8. Barmhartig en genadig is de HEERE , geduldig en rijk aan goedertierenheid.
Opmerking: hier ook het bijvoeglijk naamwoord.

Psalm 109:12. Laat hij niemand hebben die hem goedertierenheid bewijst, laat er niemand zijn die zijn wezen genadig is.

Psalm 111:4. Hij heeft voor Zijn wonderen een gedachtenis gemaakt, de HEERE is genadig en barmhartig.
Opmerking: hier ook het bijvoeglijk naamwoord.

Psalm 112:4-5. Voor de oprechten gaat het licht op in de duisternis. zain Hij is genadig en barmhartig en rechtvaardig. Goed gaat het een man die zich ontfermt en uitleent, hij behartigt zijn zaken volgens het recht.
Opmerking 1: in vers 4 is het vertaalde woord een bijvoeglijk naamwoord.
Opmerking 2: in vers 5 gaat de HSV uitleggen, de NBV vertaalt directer met ‘Goed gaat het wie genadig is en vrijgevig, wie zijn zaken eerlijk behartigt’.

Psalm 116:5. De HEERE is genadig en rechtvaardig, onze God is een Ontfermer.
Opmerking: ook hier het bijvoeglijk naamwoord.

Psalm 119:29. Laat de weg van de leugen van mij wijken, schenk mij genadig Uw wet.
Psalm 119:58. Ik heb met heel mijn hart getracht Uw aangezicht gunstig te stemmen; wees mij genadig overeenkomstig Uw belofte.
Psalm 119:132. Wend U tot mij en wees mij genadig, overeenkomstig het recht voor wie Uw Naam liefhebben.

Psalm 123:2-3. Zie, zoals de ogen van dienaren gericht zijn op de hand van hun heren en zoals de ogen van een dienares gericht zijn op de hand van haar meesteres, zo zijn onze ogen gericht op de HEERE , onze God, totdat Hij ons genadig is. Wees ons genadig, HEERE , wees ons genadig, want wij zijn meer dan verzadigd met verachting.

Psalm 142:1-2. Een kunstig lied van David, een gebed toen hij in de spelonk was. Luid roep ik tot de HEER, luid smeek ik de HEER om genade, [NBV21]

Psalm 145:8. Genadig en barmhartig is de HEERE, geduldig en groot aan goedertierenheid.
Opmerking: ook hier het bijvoeglijk naamwoord.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
De Psalmen noemen verschillende redenen waarom God hen genadig zou moeten zijn.

Gewoon omdat ze er om vragen. Psalm 4, 26, 27, 30

Omdat de schrijver in nood verkeert. ‘want ik ben verzwakt, genees mij, HEERE, want mijn beenderen zijn verschrikt’, Psalm 6. ‘want ik ben eenzaam en ellendig’, Psalm 25. ‘Want angst benauwt mij; verzwakt van verdriet is mijn oog, mijn ziel en mijn buik’, Psalm 31.

Om wat degenen, die hem haten hem hebben aangedaan. Psalm 9.

En, tenslotte, omdat de maker van de Psalm een positieve bijdrage heeft geleverd: ‘Ik ga mijn weg in mijn oprechtheid’. Psalm 26

Bij het gebed om genade is er ook dank: ‘In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt’, Psalm 4. ‘U die mij opheft uit de poorten van de dood’, Psalm 9.

Psalm 41:… gaat over genade voor genezing.
Psalm 41: gaat om genade om te kunnen vergelden.

Psalm 37 gaat over mensen, die genadig zijn. Ze geven, ze lenen uit.

Er zijn ook teksten, die er om vragen om juist niet genadig te zijn.

In het boek van de Spreuken

In het boek Spreuken komt het zelfstandig naamwoord 13 keer voor in 13 verzen. En het werkwoord komt zes keer voor. Nu eerst de teksten met het zelfstandig naamwoord.

De spreuken zijn puntig geschreven, daardoor zijn er meer interpretaties en daardoor ook meer vertalingen mogelijk.

Spreuken 1:8-9. Mijn zoon, luister naar de vermaning van je vader en veronachtzaam het onderricht van je moeder niet, want ze zijn een bevallige krans om je hoofd, en schakels van een ketting om je hals.

Opmerking: het woord chen is hier met deze uitdrukking vertaald. De NBV maakt er ‘sierlijke krans’ van.

Spreuken 3:3-4. Mogen goedertierenheid en trouw jou niet verlaten. Bind ze om je hals, schrijf ze op de tafel van je hart, vind gunst en goed verstand in de ogen van God en mens.

Spreuken 3:21-22. Mijn zoon, laat ze niet wijken van je ogen: neem wijsheid en bedachtzaamheid in acht. Zij zullen leven zijn voor je ziel, een sieraad voor je hals.

Spreuken 3:34. De spotters zal Híj wel bespotten, maar zachtmoedigen zal Hij genade geven.

Spreuken 4:7-9. Het beginsel van wijsheid is: verwerf wijsheid, en bij alles wat je verwerft: verwerf inzicht! Houd haar hoog en zij zal je verheffen. Zij zal jou vereren, als je haar omhelst. Zij zal je hoofd een bevallige krans geven, jou een sierlijke kroon schenken.

Opmerking: de NBV21 kiest voor een sierlijke krans en een prachtige kroon.

Spreuken 5:18-19. Moge je levensbron gezegend zijn en verblijd je over de vrouw van je jeugd: een zeer lieflijke hinde, een bevallig steengeitje.
Laten haar borsten jou te allen tijde dronken maken,
dool voortdurend rond in haar liefde.

Opmerking: het gaat hier over de vrouw van je jeugd, dus die waarmee je getrouwd ben, in tegenstelling tot de vreemde vrouw, die je tot overspel kan bewegen.

Spreuken 11:16. Een bevallige vrouw houdt vast aan haar eer, zoals geweldplegers vasthouden aan hun rijkdom.

Spreuken 13:15. Goed verstand geeft gunst, maar de weg van de trouwelozen is onbegaanbaar.

Opmerking 1: in de interlinear vertaling staat voor ‘goed verstand’ het woord ‘understanding’, en de NBV21 ‘inzicht’.
Opmerking 2: in de interlinear vertaling staat voor ‘onbegaanbaar’ het woord ‘enduring’, de NBV21 maakt daar ‘een hobbelig pad’ van. Moeizaam lijkt me ook een goede vertaling.

Spreuken 17:8. Een omkoopgeschenk is in de ogen van de bezitters ervan een sierlijke steen; waarheen hij zich ook wendt, hij zal voorspoedig zijn.

Opmerking: deze tekst staat in een deel waar het gaat om kwade dingen, die ook nog een goede kant hebben.

Spreuken 22:1. Een goede naam is verkieslijker dan grote rijkdom, goede gunst dan zilver en dan goud.

Opmerking: zoals ik het begrijp: als je in je leven te maken hebt met veel genade dan is dat beter dan alleen geld omdat het alles in je leven omvat. Het gaat goed met je kinderen, je vrienden, je gezondheid etc. etc.

Spreuken 22:11. Wie een zuiver hart heeft en beminnelijk spreekt heeft de koning als vriend. [NBV21]

Opmerking : er staat letterlijk dat er ‘genade van zijn lippen’ komt.
Zoals ik het begrijp: als je zo ‘genadig’ spreekt met anderen, dan krijg je de leiders als vriend.

Spreuken 28:23. Wie een mens terechtwijst, zal later meer gunst vinden
dan wie met de tong vleit.

Spreuken 31:30. Charme is bedrieglijk en schoonheid vergaat,
maar een vrouw met ontzag voor de HEER moet worden geprezen. [NBV21]

Opmerking 1: de HSV heeft ‘bevalligheid’ in plaats van ‘charme’ en vrees voor de Heer in plaats van ontzag.
Opmerking 2: deze tekst geeft aan wat nog belangrijker is dan genadig zijn voor anderen.
Opmerking 3: dit is de één na laatste tekst in het boek van de Spreuken, een soort van conclusie dus.

Het werkwoord chanan komt in zes teksten in het boek Spreuken voor. Hieronder staan ze.

Spreuken 14:21. Wie zijn naaste veracht, zondigt, maar welzalig is hij die zich over ellendigen ontfermt.
Spreuken 14:31. Wie een geringe onderdrukt, smaadt diens Maker, maar wie zich over een arme ontfermt, eert Hem.

Spreuken 19:17. Wie zich ontfermt over de arme, leent uit aan de HEERE. Hij zal hem zijn weldaad vergelden.

Spreuken 21:10. De ziel van een goddeloze is belust op het kwade, zijn naaste vindt geen genade in zijn ogen.

Spreuken 26:24-25. Wie haat draagt, veinst met zijn lippen, maar in zijn binnenste zint hij op bedrog. Geloof hem niet als hij met vriendelijke stem spreekt, want er zijn zeven gruwelen in zijn hart.

Spreuken 28:8. Wie zijn bezit vergroot door woekerrente vergroot het voor wie zich bekommert om de armen.

Opmerking: zoals ik het begrijp: dit is zoals de HEER recht gaat doen, Hij zal wat onrechtmatig is gekregen geven aan hen, die genadig zijn voor de armen.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Als je vermaningen van je vader en onderwijs van je moeder krijgt dan is dat genade. Spreuken 1:8-9. Genade vinden bij God is een goede wens. Spreuken 3:3-4. De zachtmoedigen geeft God genade. Spreuken 3:34

Je hebt aan een eerzaam leven heel veel. Spreuken 11:16

Verstandig leven geeft gunst. Spreuken 13:15.

Wie genadig is voor een arme of ellendige, die zal zegen van God ontvangen. Spreuken 14:21 en 31. Spreuken 19:17.

Genade gaat over heel je leven en daarom belangrijker dan zilver of goud. Spreuken 22:1.

Als je genadig spreekt over anderen, krijg je de koning als vriend. Spreuken 22:11

Kwaaddoeners geven geen genade. Spreuken 21:10. Bij hatelijke mensen moet je hun goede woorden niet geloven. Spreuken 26:24-25.

God vereffend, hij neem van genadeloze mensen en geeft aan mensen die genadig zijn. Spreuken 28:8.

Je kunt beter iemand terechtwijzen dan met de tong vleien. Spreuken 28:23

Wat nog belangrijker is dan genadig zijn is gehoorzaamheid aan de HEER. Spreuken 31:30.

Nieuwe Testament

De schrijvers van het Nieuwe Testament hebben voor het Hebreeuwse chen of gein voor het Griekse woord charis gekozen.

Er is ook een werkwoord charizomai, zoiets als genadig zijn, genade schenken. Wellicht neem ik dit woord in een volgende versie van deze studie mee. En er is nog een zelfstandig naamwoord charisma. Dat woord komt aan de orde bij de studie over de gaven van de Geest.

Charis, genade

Dit zijn de gegevens van het woord charis, genade.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1χάρις
charis
Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
G5485
SB4803
Genade
Komt 156 keer voor in 147 verzen
KJV: grace (130x), favour (6x), thanks (4x), thank (4x), thank (with G2192) (3x), pleasure (2x), miscellaneous (7x)

Het is een woord dat wij dikwijls met genade en daarna ook met gunst en dank vertalen. Het nadeel van het woord genade is dat het container woord is. Een bekend woord maar moeilijk concreet te omschrijven.

De NBG vertaalt die 159 woorden met genade …x, gunst 7x, dank 1x,

Het woord charis betekent schoonheid, innemendheid en lieflijkheid en daarna ook gunst en welgevallen, ook dank en dankbaarheid en gunstbewijs, genadegave en liefde betoon. [StudieBijbel]

Het woord charis, genade komt 159 keer voor in 147 verzen. Dat is teveel om die hieronder allemaal te noemen. Hieronder daarom alleen de tekst uit de boeken waar het woord charis het meest in voorkomt en dat zijn de boeken Lukas, Handelingen, Romeinen, 1 en 2 Korintiërs en Efeziërs.

Wat de genade van God brengt


Lukas 1:30-31. En de engel zei tegen haar: Wees niet bevreesd, Maria, want u hebt genade gevonden bij God. En zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren en u zult Hem de Naam Jezus geven.

Opmerking: Maria werd door de genade zwanger van de meest mooie mens die ooit geboren zou worden.

Lukas 2:40. En het Kind groeide op en Het werd gesterkt in de geest en vervuld met wijsheid, en de genade van God was op Hem.
Lukas 2:52. En Jezus nam toe in wijsheid en in grootte en in genade bij God en de mensen.

Opmerking: Jezus werd door de genade gesterkt in de Geest, kreeg wijsheid en nam toe ‘in grootte’ (= persoonlijkheid?)

Johannes 1:14-17. En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid. Johannes getuigt van Hem en heeft geroepen: Híj was het van Wie ik zei: Deze Die na mij komt, is vóór mij geworden, want Hij was er eerder dan ik. En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade. Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen.

Opmerking: God geeft door de genade waarheid en door de genade zelfs genade op genade.

Hieronder twee tekstgedeelten uit de rede van Stefanus. Het gaat over de geschiedenis van Jozef, de zoon van Jacob en over koning David.

Handelingen 7:10. … en verloste hem uit al zijn verdrukkingen, en Hij gaf hem genade en wijsheid tegenover de farao, de koning van Egypte; en die stelde hem aan als bestuurder over Egypte en over heel zijn huis.
Handelingen 7:45b-46. Zo bleef het tot de dagen van David toe, die genade vond in de ogen van God en verlangde een woonplaats te vinden voor de God van Jakob.

Opmerking: God gaf Jozef net als bij Jezus genade en wijsheid. En David verlangd naar een woonplaats voor de God van Jacob.

Romeinen 1:5-6. Door Hem hebben wij genade en het apostelschap ontvangen tot geloofsgehoorzaamheid onder alle heidenen, ter wille van Zijn Naam, waartoe ook u behoort, geroepenen van Jezus Christus.

Opmerking: door genade ontving Paulus het apostelschap om de volken tot geloofsgehoorzaamheid te brengen.

Genade die van mensen komt

Het gaat hier om genade van de mens Jezus en het volk, die mensen die in Jeruzalem verbleven.

Lukas 4:22. En zij betuigden Hem allen hun instemming en verwonderden zich over de woorden van genade die uit Zijn mond kwamen, en zij zeiden: Is Híj niet de Zoon van Jozef?

Opmerking: woorden van genade zijn geen zure of kritische woorden maar woorden waar je warm van wordt. Dat deed Jezus dus.

Handelingen 2:47. … en zij loofden God en vonden genade bij heel het volk. En de Heere voegde dagelijks mensen die zalig werden, aan de gemeente toe.

Opmerking: het gaat hier over de tijd direct na dat bijzondere Pinksterfeest. Ze gemeenten van Jezus had de gunst van het volk. Ze waren blij met hen, ze waardeerden hen.

Wat leidde tot Gods genade?

Maria had genade gevonden, Lukas 1:30, maar er staat niet bij hoe en waarom ze die ontvangen had. Devotie? Karakter?

In Lukas 6 staat een heel stuk tekst over wat niet tot genade van God zal leiden, maar ook wel, vers 35, wat wel tot Gods genade leidt.

Lukas 6:32-35. En als u hen liefhebt die u liefhebben, wat voor dank komt u daarvoor toe? Immers, ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. En als u goeddoet aan hen die u goeddoen, wat voor dank komt u daarvoor toe? Immers, ook de zondaars doen hetzelfde. En als u leent aan hen van wie u hoopt terug te ontvangen, wat voor dank komt u daarvoor toe? Immers, ook de zondaars lenen aan zondaars, om hetzelfde terug te ontvangen. Maar heb uw vijanden lief en doe goed, en leen zonder te hopen iets terug te krijgen. Dan zal uw loon groot zijn en zult u kinderen van de Allerhoogste zijn, want Hij is goedertieren over de ondankbaren en slechten.

Opmerking: het woord ‘gunst’ lijkt me een betere vertaling dan ‘dank’. Hoewel het gunst of genade is spreekt vers 35 ook va ‘loon’. Je kunt de genade dus ook een soort van verdienen.

Lukas 17:9. Hij bedankt die dienaar toch zeker niet, omdat hij gedaan heeft wat hem opgedragen was? Ik meen van niet.

Opmerking: de tekst lijkt te zeggen, je ontvangt Gods genade alleen als je meer doet dan is opgedragen.

Handelingen 4:33. En de apostelen legden met grote kracht getuigenis af van de opstanding van de Heere Jezus; en er was grote genade (mega charis) over hen allen.

Opmerking: getuigenis tegen de stroom in over de opstanding bracht grote genade.

In Handelingen 7:46, zie hierboven, staat dat koning David genade had gevonden. Er staat niet bij wat hij daarvoor had gedaan, maar we weten van David zijn grote vertrouwen op God en zijn verlangen om God te eren.

Romeinen 3:21-24. Maar nu is zonder de wet gerechtigheid van God geopenbaard, waarvan door de Wet en de Profeten is getuigd: namelijk gerechtigheid van God door het geloof in Jezus Christus, tot allen en over allen die geloven, want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.

Opmerking: de genade ontvang je ‘door het geloof in Jezus Christus’. Je ontvangt dan de genade voor de rechtvaardiging. Deze gedachte tref je aan in Romeinen 4:4-5 en 16 en Romeinen 5:2.

Romeinen 5:15-17. Maar de genade reikt verder dan de overtreding: als door de overtreding van één mens alle mensen moesten sterven, is het des te zekerder dat de genade van God, het geschenk dat we danken aan die ene mens, Jezus Christus, aan alle mensen overvloedig geschonken wordt. Dit geschenk gaat het gevolg van de zonde van één mens verre te boven, want die ene overtreding heeft tot veroordeling geleid, maar de genade die na talloze overtredingen geschonken werd, tot vrijspraak. Als de dood kon gaan heersen door de overtreding van één mens, is het des te zekerder dat allen die de genade en de vrijspraak in zo’n overvloed hebben ontvangen, zullen heersen in het eeuwige leven, dankzij die ene mens, Jezus Christus. [NBV21]

Opmerking: de tekst vergelijkt het werk van Adam en Jezus. Door te vertrouwen op Jezus Christus vind je genade die tot vrijspraak leidt.

Romeinen 6:17-18. U was slaven van de zonde, maar – God zij gedankt! – nu gehoorzaamt u van ganser harte de leer waaraan u zich hebt toevertrouwd, en bevrijd van de zonde bent u onderworpen aan de gerechtigheid. [NBV21]

Opmerking: door van ganser harte te gehoorzamen zijn we bevrijd van de zonde en ontvangen we gerechtigheid.

Romeinen 7:24-25. Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood? God zij gedankt, die ons redt door Jezus Christus. [NBV21]

Opmerking: door Jezus Christus ontvangen we genade.

Romeinen 11:5-6. Zo is ook in deze tijd een rest overgebleven die door Gods genade is uitgekozen. Als ze uit genade uitgekozen zijn, dan dus niet op grond van hun daden, want in dat geval zou de genade geen genade meer zijn.

Opmerking: door uitverkoren te zijn hebben we genade ontvangen.

Romeinen 12:3-6. Met een beroep op de genade die mij geschonken is, zeg ik u allen dat u zichzelf niet hoger moet aanslaan dan u kunt verantwoorden. U moet verstandig over uzelf denken, in overeenstemming met het geloof, de maatstaf die God ieder van u geschonken heeft. Zoals ons ene lichaam vele delen heeft en die delen niet allemaal dezelfde functie hebben, zo zijn we samen één lichaam in Christus en zijn we, ieder apart, elkaars lichaamsdelen. We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is. [NBV21]

Opmerking: door genade spreekt Paulus ons aan en vanwege genade ontvangen we genadegaven.

Romeinen 15: 15. Maar ik heb u ten dele op nogal gedurfde toon geschreven, broeders, als om u hieraan te herinneren, vanwege de genade die mij door God gegeven is.

Opmerking: door de genade die God aan Paulus had gegeven, was hij in staat om een gedurfde brief te schrijven.

Genade als zegenwoord

De genade doorgeven kun je o.a. doen door genade over iemand uit te spreken. Het uitspreken van woorden is krachtig. Denk bijvoorbeeld als Jezus tegen een verlamde man zegt “Loop” en hij gaat lopen.

Deze teksten komen uit de brief aan de Romeinen. In bijna alle andere brieven staan ze ook.

Romeinen 1:7. Aan allen die in Rome zijn, geliefden van God en geroepen heiligen: genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heere Jezus Christus.

Romeinen 16:20. De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u. Amen.
Romeinen 16:24. De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

Opmerking: na groeten in de verzen 21, 22 en 23, staat nogmaals deze zegen woorden.

Andere bronnen

Er zijn diverse boeken over de genade geschreven.

Schrijver:Titel:
1Arie de RoverLeven na de genadeklap

Er zijn veel liederen over de genade beschikbaar zoals Amazing Grace.

Overwegingen

Eén punt ter overweging. In het Nederlands noemen we ook genade of genadig als we een straf ontlopen, zoals in Lukas 18:13. In het Grieks is hiervoor een ander woord. Het ontlopen van een straf is geen onderdeel van deze studie.

Lessen

Hier staan antwoorden op de vragen die bij Studievragen zijn gesteld.

Wat is het belang van genade voor het leven?
Wij als mensen kunnen mooie dingen in ons leven ontvangen waar we helemaal geen recht op hebben.

Waarom heeft de schepper van hemel en aarde in zoiets als genade voorzien? Wat had Hij daarvoor op het oog?
Het middel van genade helpt ons als mensen om onderling gelijk te zijn. Het helpt om ons onderling niet te verheffen t.o.v. elkaar. We leven allemaal van genade. En als we een bijzonder positie hebben, dan is dat vanwege de genade. Als we iets bijzonders kunnen is dat een genadegave.

Hoe kun je aan meer genade komen?
Meer genade kun je ontvangen door trouw te zijn aan God. Te doen wat Hij van je vraagt. Of zelf iets bedenken wat tot eer van God is. Of er gewoon om te vragen. Dat laatste lezen we vooral in diverse Psalmen. Soms geeft men als reden: ik heb het moeilijk.

Er is geen wetmatigheid, als ik dit doe dan ontvang ik dat. Het is meer zoals in het menselijk verkeer als er een vriendschap ontstaat met een ander mens.

Waar kan de genade die je ontvangt uit bestaan?
Voor Maria was de genade dat ze de moeder van Jezus mocht worden. Voor koning David een zegenrijk land en volk. Voor Stefanus en Paulus dat zijn woorden en daden zo’n enorm gevolg hadden.

Voor ieder mens geldt dat door vertrouwen in Jezus je rechtvaardig voor God maakt en daardoor met God verzoend kan zijn.

Kunnen wij mensen ook genade verspreiden?
Het is ook voor ons mensen mogelijk om de genade door te geven. Dan is belangrijk dat je Gods genade ook hebt ontvangen. Als je bijvoorbeeld het woord ‘genade’ over iemand uitspreekt, dan heeft dat kracht.

Mensen kunnen ook genadig zijn voor elkaar. Elkaar een gunst geven. Met het woord gunst staat het meestal in de vertalingen.

We willen opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.