Studie Niet Oordelen

Dat het niet goed is om kwaad te spreken, te roddelen of te lasteren zal duidelijk zijn. Hieronder enkele teksten, die dat aangeven. Maar het is in het algemeen ook niet goed om te oordelen over elkaar.

Voor wie er aan werkt om daar ook afstand van te nemen, zal hebben gemerkt hoe goed dat werkt voor je eigen leven.

1. Niet kwaadspreken

Romeinen 1:29-30. Ze zijn door en door onrechtvaardig en boosaardig, hebzuchtig en slecht. Ze zijn door en door afgunstig, moordzuchtig en twistziek, doortrapt en kwaadaardig. Ze roddelen en spreken kwaad, haten God, zijn hoogmoedig, trots en verwaand. Ze zijn vindingrijk in het kwaad, tonen geen ontzag voor hun ouders,

2 Korintiërs 12:20. Ik ben namelijk bang dat ik u bij mijn komst anders zal aantreffen dan ik zou wensen, en dat onze ontmoeting dus anders zal uitpakken dan u wilt. Ik ben bang voor tweespalt, jaloezie, woede, gekonkel, kwaadsprekerij, geroddel, arrogantie en wanorde.

2. Elkaar niet oordelen

Als eerste drie teksten die gaan over elkaar niet oordelen in de evangeliën.
Matteüs 7:1-2. Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt. Want op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden.

Lucas 6:37. Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden.

We zijn net als Jezus. Wij zijn gekomen om te redden, niet om te oordelen.
Johannes 12:48. Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden.

Het over elkaar oordelen was blijkbaar ook een probleem in de gemeente van Rome. De apostel Paulus schrijft er over.

Romeinen 2:1b. … want waarin u de ander oordeelt, veroordeelt u uzelf.  [HSV. Het eerste woord kun je ook met beoordelen vertalen, het tweede woord is echt veroordelen. Het lijkt op de spreuk van Jezus over de splinter en de balk]

Romeinen 8:1. Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die in ​Christus​ ​Jezus​ zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Want de wet van de Geest van het leven in ​Christus​ ​Jezus​ heeft mij vrijgemaakt van de wet van de ​zonde​ en van de dood. Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de ​zonde, en de ​zonde​ veroordeeld in het vlees. [HSV. De zonde is veroordeelt en voor ons is er geen veroordeling als we in Christus Jezus zijn]

Romeinen 14:3-4. Wie alles eet mag niet neerzien op iemand die dat niet doet, en wie niet alles eet mag geen oordeel vellen over iemand die dat wel doet, want God heeft hem aanvaard. Wie bent u dat u een oordeel velt over de dienaar van een ander? Of hij wel of niet volhardt in het geloof gaat alleen zijn eigen meester aan – en hij zal volharden, want de Heer heeft de macht hem dat te laten doen.

Romeinen 14:10-12. Wie bent u dat u een oordeel velt over uw broeder of zuster? Wie bent u dat u neerziet op uw broeder of zuster? Wij zullen allen voor Gods rechterstoel komen te staan, want er staat geschreven: ‘Zo waar ik leef – zegt de ​Heer​ –, voor mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God loven.’ Ieder van ons zal zich dus tegenover God moeten verantwoorden. Laten we elkaar daarom niet langer veroordelen, maar neem u voor, uw broeder en zuster geen aanstoot te geven en hen niet te ergeren.

En deze tekst waarbij ‘niet klagen over een ander’ centraal staat.
Jakobus 5:9. Klaag niet over elkaar, broeders en zusters, want daarmee roept u het oordeel over u af. Bedenk dat de rechter voor de deur staat. [hier staat de veroordeling in het Grieks]

1 Petrus 2:23. Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, hij leed en dreigde niet, hij liet het oordeel over aan hem die rechtvaardig oordeelt.

3. Een beoordeling over jezelf telt niet.

Een beoordeling over jezelf telt niet. En de apostel was evenmin geïnteresseerd hoe menselijke instellingen over hem oordeelde.

1 Korintiërs 4:3-5. Maar hoe u of een menselijke instelling over mij oordeelt interesseert me niet, en hoe ik over mezelf oordeel telt evenmin. Ik ben me weliswaar van geen kwaad bewust, maar dat betekent niet dat mij niets ten laste kan worden gelegd. Het is de Heer die over mij oordeelt. Houd dus op te oordelen en wacht de tijd af dat de Heer komt, omdat hij het is die aan het licht zal brengen wat in het duister verborgen is en zal onthullen wat de mensen heimelijk beweegt. En dan zal God het zijn die ieder de lof geeft die hem toekomt.

4. Buitenstaanders beoordelen

1 Korintiërs 5:12-13. Waarom zouden we over buitenstaanders oordelen? U hoeft toch alleen te oordelen over leden van de gemeente? Over de buitenstaanders zal God oordelen. Maar binnen de gemeente geldt: ‘Verwijder wie kwaad doet uit uw midden.’

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.