Studie Vloeken

<<deze studie is nog in bewerking>>

Voor veel mensen in ons land bestaat er geen geestelijke wereld. Als je iets moois overkomt dan is dat toevallig, dan heb je geluk. Als je iets slechts overkomt dan is dat ook toevallig en dan heb je pech.

Dat we er zo over denken is iets van de laatste tientallen jaren. De mensheid heeft tot voor kort wel het inzicht gehad dat geluk en pech een achtergrond hebben. Een geestelijke achtergrond.

Wat we ook wel tegenkomen bij een enkeling is het idee dat er een vloek ergens op rust of op iemand of een hele familie rust. Dan denkt men dikwijls dat het een schande is en dat er niets aan te doen is.

Een schande, dat kan ik me voorstellen. De oorzaak is meestal niet verheffend. Maar wie of welke familie is zonder fouten en gebreken. Dat er niets aan te doen is, goddank, onjuist. Het verbreken of teniet doen van vloeken is onderdeel van het evangelie.

De Nederlandse uitdrukkingen

Ik ken maar één soort vloek in het Nederlands. Netjes uitgeschreven is het: “God verdoem mij”. Verdoemen is naar de hel sturen. Dus iemand zegt dan: ‘God stuur me naar de hel’.

Vervloeken kun je het noemen als het vloeken een bepaalde richting uit gaat. Je vervloekt een mens, een groep mensen of een materieel iets, een akker of iets dergelijks.

De vloek hierboven gaat in de richting van jezelf. Het is dus een vervloeking en in dit geval een zelfvervloeking.

Daarbij komt nog dat je om iets aan God vraagt wat zeer tegen zijn wil ingaat. Je erkent zijn liefdevolle Vaderhart niet.

Naast deze vloek is er in Nederland ook grof taalgebruik. Dat past een mens ook niet maar dat is een ander onderwerp.

De Hebreeuwse woorden

Vroeger in ons land en nu nog in allerlei werelddelen is er een hele cultuur van vloeken en vervloeken. Vervelend om in zo’n land te wonen. Als dat zo is dan zullen er nog wel meer woorden zijn om je uit te drukken.

Het Hebreeuws kant ook zeven verschillende woorden, die met vloeken, vervloeken of vervloeking zou kunnen vertalen.

WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1קָלַל
qalal
WerkwoordH7043Lichter maken, verwensen, minachten.
Komt 83 keer voor in 79 verzen.
KJV: curse (39x), swifter (5x), light thing (5x), vile (4x), lighter (4x), despise (3x), abated (2x), ease (2x), light (2x), lighten (2x), slightly (2x), miscellaneous (12x).
קְלָלָה  qĕlalahZelfstandig naamwoord
vrouwelijk
H7045Vloek. De wortel is H7043. Het woord komt 33 keer in 33 verzen voor.
KJV: curse (27x), cursing (5x), accursed (1x).
2אָרַר
‘arar
WerkwoordH779Vloeken.
Komt 63 keer voor
KJV: curse (62x), bitterly (1x).
מְאֵרָה meerahZelfstandig naamwoord vrouwelijkH3994Vloek.
Komt 5 keer voor in 5 verzen.
KJV: curse (4x), cursing (1x).
3אָלָה
‘alah
Zelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
H423Vloek, eed, execration.
Komt 36 keer voor in 32 verzen. Eerste keer in Genesis 24:41. De wortel is H422, zie hieronder.
KJV: curse (18x), oath (14x), execration (2x), swearing (2x).
אָלָה
‘alah
WerkwoordH422Vloeken
Komt 6 keer voor in 6 verzen
KJV: swear (4x), curse (1x), adjure (1x).
4קָבַב
qabab
WerkwoordH6895Vloeken
Komt 8 keer voor in Numeri 22-24.
KJV: curse (7x), at all (1x).
5שְׁבוּעָה shĕbuw`ahZelfstandig
naamwoord
vrouwelijk
H7621Eed.
Komt 30 keer voor in 29 verzen.
KJV: oath (28x), sworn (with H1167) (1x), curse (1x).

Het is de vraag of we de verschillen in de Hebreeuwse woorden kunnen ontdekken.

Het woord qalal lijkt een lichtere vorm te zijn dan de andere woorden. Het laatste woord shebuwah gaat over de eed, die mede de bekrachtiging was over de vloek die men over zichzelf afriep in geval van overtreding.

Vloeken als onderdeel van een overeenkomst

Als je tegenwoordig een overeenkomst aangaat dan staat er ook in wat er gebeurt als één van de partijen, zich niet aan de overeenkomst houdt. En ander is er nog het gewone recht. Je kunt naar de rechter stappen om alsnog het onrecht te vereffenen.

In vroeger tijden was dat via de rechtspraak minder goed geregeld én er was nog een geestelijke mogelijkheid.

Dat laatste hield in dat men elkaar beloofde onder een eed dat je aan de overeenkomst trouw zou zijn en je sprak uit dat anders een vloek jouw deel zou worden. Mocht één van de partijen zich niet aan de overeenkomst houden, dan werd het gestraft vanuit de geestelijke wereld.

Bij overeenkomsten tussen landen en volken was dat laatste de enige mogelijkheid. Immers er was nog niet zoiets als een Verenigde Naties of een internationaal strafhof. We zien trouwens dat die ook maar een beperkte rol hebben bij het recht tussen landen.

Aan het sluiten van een overeenkomst werd ruim tijd besteed. Dat zien we ook als het volk Israël met zijn God een overeenkomst sluit. Als het volk zich zou houden aan de overeenkomst zouden ze worden gezegend met voorspoed, gezondheid en leiderschap. Als ze zich niet zouden houden aan de overeenkomst zou er een vloek op hen liggen, die zou resulteren in allerlei ziekten, armoede, oorlogen, onderdrukking.

Het hele boek Deuteronomium geeft de overeenkomst weer. Hieronder een klein deel van de zegeningen en de vervloekingen.

Deuteronomium 27:1-En Mozes gebood het volk samen met de oudsten van Israël: Neem al de geboden die ik u heden gebied, in acht. En op de dag dat u de Jordaan oversteekt naar het land dat de HEERE, uw God, u geeft, moet het zo zijn dat u voor uzelf grote stenen opricht en die met kalk bestrijkt. U moet alle woorden van deze wet daarop schrijven als u overgestoken bent, opdat u komt in het land dat de HEERE, uw God, u geeft, een land dat overvloeit van melk en honing, zoals de HEERE, de God van uw vaderen, tot u gesproken heeft.

Deuteronomium 27:4-10. En als u de Jordaan bent overgestoken, moet het zó zijn dat u deze stenen, waarover ik u heden gebied, opricht op de berg Ebal, en dat u ze met kalk bestrijkt. U moet daar een altaar bouwen voor de HEERE, uw God, een altaar van stenen die u niet met een ijzeren voorwerp mag bewerken. Van hele stenen moet u het altaar van de HEERE, uw God, bouwen, en daarop brandoffers brengen voor de HEERE, uw God. Ook moet u dankoffers offeren en daar eten en u verblijden voor het aangezicht van de HEERE, uw God. U moet op de stenen alle woorden van deze wet schrijven, duidelijk en goed. Verder sprak Mozes, samen met de Levitische priesters, tot heel Israël: Zwijg en luister, Israël! Op deze dag bent u tot een volk geworden voor de HEERE, uw God. Daarom moet u de stem van de HEERE, uw God, gehoorzaam zijn, en Zijn geboden en Zijn verordeningen die ik u heden gebied, doen.

Deuteronomium 27:11-14. En Mozes gebood het volk op die dag: Wanneer u de Jordaan overgestoken bent, moeten de volgende stammen op de berg Gerizim gaan staan om het volk te zegenen: Simeon, Levi, Juda, Issaschar, Jozef en Benjamin. En de volgende stammen moeten op de berg Ebal gaan staan voor de vervloeking: Ruben, Gad, Aser, Zebulon, Dan en Naftali. De Levieten moeten het woord nemen en tegen alle mannen van Israël zeggen met luide stem:

En dan komen hier de vloekuitspraken, allemaal met woord arar H779.
Deuteronomium 27:15-26.
Vervloekt is de man die een gesneden of gegoten beeld maakt, een gruwel voor de HEERE, het werk van de handen van een vakman, en dat op een verborgen plaats neerzet! En heel het volk moet antwoorden en zeggen: Amen.
Vervloekt is wie zijn vader of zijn moeder veracht! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie de grenssteen van zijn naaste verlegt! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie een blinde laat verdwalen op de weg! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie het recht van de vreemdeling, de wees en de weduwe buigt! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie met de vrouw van zijn vader slaapt, want hij heeft het kleed van zijn vader opengeslagen! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie gemeenschap heeft met welk dier dan ook! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie slaapt met zijn zuster, de dochter van zijn vader, of de dochter van zijn moeder! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie met zijn schoonmoeder slaapt! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie zijn naaste in het geheim doodslaat! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie een geschenk aanneemt om iemand om het leven te brengen, onschuldig bloed te vergieten! En heel het volk moet zeggen: Amen.
Vervloekt is wie de woorden van deze wet niet uitvoert door ze te houden! En heel het volk moet zeggen: Amen.

En dit hoofdstuk geeft aan op welke delen van je leven de vloek uitwerkt. Ook hier wordt arar gebruikt tenzij anders aangegeven.
Deuteronomium 28:15. Daarentegen zal het gebeuren, als u de stem van de HEERE, uw God, niet gehoorzaam bent door al Zijn geboden en Zijn verordeningen, die ik u heden gebied, nauwlettend te houden, dat al deze vervloekingen [H7045] over u zullen komen en u zullen treffen:
Vervloekt zult u zijn in de stad en vervloekt zult u zijn op het veld.
Vervloekt zal zijn uw korf en uw baktrog.
Vervloekt zal zijn de vrucht van uw schoot en de vrucht van uw land, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee.
Vervloekt zult u zijn bij uw thuiskomen, en vervloekt zult u zijn bij uw weggaan.
De HEERE zal vloek [H3994], verwarring en verderf onder u zenden, in alles wat u ter hand neemt en doet, totdat u weggevaagd wordt en u al spoedig omkomt vanwege uw slechte daden, waarmee u Mij verlaten hebt.

De ziener Bileam

De grote tovenaar Bileam is gevraagd om het volk Israël te vervloeken. In deze geschiedenis is te lezen hoe God zijn volk in een periode van weken, enkele maanden gaat beschermen. Een mooi voorbeeld van hoe het ook in onze tijd kan gaan.

Het verhaal is beschreven in het boek Numeri in de hoofdstukken 22, 23 en 24.

In Deuteronomium 23:4 en Jozua 24:9 wordt ernaar verwezen. En in Numeri 31:8 staat dat Bileam wordt gedood met het zwaard.

Bileam wordt in het boek Numeri een waarzegger genoemd. Waarzeggers zijn eigenlijk tovenaars. Ze probeen de toekomst naar hun hand te zetten.

Bileam is de zoon van Beor, waarschijnlijk ook al een grote tovenaar. Hij woont in Pethor. Dat is een plaats aan de Eufraat in Noord Oost Syrië tegen de Turkse grens aan.

De afstand tussen Moab en Pethor is 600 kilometer. De boodschappers reizen dat twee keer, totaal 2400 kilometer dus. Daar hebben ze wel een tijd over gedaan. En intussen was het volk Israël zich van geen gevaar bewust.

Het volk Israël legert zich na de woestijn reis in de vlakte van Moab. Balak de koning van Moab is bevreesd en zoekt hulp. Hij nodigt Bileam uit om het volk Israël te vervloeken.

Alleen in deze hoofdstukken van Numeri komt het woord qabab voor. Wellicht dat Bileam magische dingen kon doen met een speciaal effect. Het woord heeft ook de betekenis van leeg maken, uitscheppen. Ik weet niet wat voor tovenaarstruc dit is. Maar hij was dus zeer vermaard in het Midden Oosten.

Deze tekst uit de aanloop van de geschiedenis.
Numeri 22:6-7. Nu dan, kom toch, vervloek dit volk voor mij, want het is machtiger dan ik. Misschien kan ik het verslaan en kan ik het uit het land verdrijven, want ik weet: wie u zegent, is gezegend, en wie u vervloekt, is vervloekt. Toen gingen de oudsten van Moab en de oudsten van Midian op weg, en zij hadden het waarzeggersloon in hun hand. En zij kwamen bij Bileam en spraken tot hem de woorden van Balak.

Hier vraagt Balak aan Bileam om qabal te doen.
Numeri 22:9-12. En God kwam tot Bileam (in de nacht) en zei: Wie zijn die mannen die bij u zijn? Toen zei Bileam tegen God: Balak, de zoon van Zippor, de koning van Moab, heeft hen naar mij toe gestuurd met het verzoek: Zie, het volk dat uit Egypte getrokken is, heeft het oppervlak van het land bedekt. Kom nu, vervloek het voor mij. Misschien kan ik ertegen strijden en het verdrijven. Toen zei God tegen Bileam: U mag niet met hen meegaan, u mag dat volk niet vervloeken [H779], want het is gezegend.

De boodschappers komen opnieuw bij Bileam om te vragen.
Numeri 22:16-17. Die kwamen bij Bileam en zeiden tegen hem: Dit zegt Balak, de zoon van Zippor: Laat u er toch niet van weerhouden naar mij toe te komen. Ja, ik zal u met grote eer overladen, en alles wat u tegen mij zegt, zal ik doen. Maar kom toch, vervloek dit volk voor mij!

Numeri 23:7-13. Toen hief hij zijn spreuk aan en zei: Uit Syrië heeft Balak, de koning van Moab, mij laten halen, vanuit het bergland van het oosten: Kom, vervloek [H779 ] mij Jakob, kom, verwens [ ] Israël! Hoe kan ik vervloeken [H5344] wie God niet vervloekt, hoe kan ik verwensen wie de HEERE niet verwenst? Want vanaf de top van de rotsen zie ik hem, vanaf de heuvels neem ik hem waar; zie, dat volk woont afgezonderd, onder de heidenvolken rekent het zich niet. Wie heeft het stof van Jakob geteld, en het aantal, het vierde deel van Israël? Moge mijn ziel de dood van de oprechten sterven en mijn einde zijn als dat van hem. Toen zei Balak tegen Bileam: Wat doet u mij nu aan? Ik heb u hierheen laten halen om mijn vijanden te vervloeken, maar zie, u hebt hen juist gezegend! Hij antwoordde en zei: Zou ik dat wat de HEERE mij in de mond legt, niet nauwlettend uitspreken? Toen zei Balak tegen hem: Kom toch met mij mee naar een andere plaats, vanwaar u het volk kunt zien; slechts de uitlopers ervan kunt u zien, u kunt het niet helemaal zien. Vervloek het mij daarvandaan!

Numeri 23:25-27. Toen zei Balak tegen Bileam: Als u het volk beslist niet wilt vervloeken, zegen het dan in ieder geval ook niet. Bileam antwoordde en zei tegen Balak: Heb ik niet tot u gesproken: Alles wat de HEERE zal spreken, dat zal ik doen? Daarop zei Balak tegen Bileam: Kom toch, ik zal u naar een andere plaats meenemen. Misschien is het goed in de ogen van die God dat u het daarvandaan voor mij vervloekt.

Numeri 24:10. Toen ontstak Balak in woede tegen Bileam, en hij sloeg zich in de handen. En Balak zei tegen Bileam: Ik heb u geroepen om mijn vijanden te vervloeken, maar zie, u hebt hen deze drie keer juist gezegend!

Bileam laat als grote tovenaar zijn geestelijke capaciteiten zien. Hij had blijkbaar grote autoriteit in de geestelijke wereld. Hij kan ook de stem van God verstaan. Op gegeven moment ziet hij ook de engel als hij op weg is naar Moab. Hij is ook gehoorzaam aan de stem van God.

Qalal verwensen, lichter maken.

Het werkwoord qalal komt 83 keer voor.

Het woord qalal קָלַל  is een lichte vorm van verwensen, kwaadsprekerij. Als je dit doet heb je de bedoeling om dingen of mensen lichter, minder betekenis vol te maken, ze te zetten in een slechter daglicht. De woorden worden uitgesproken met minachting, geringschatting, schamperheid, versmading. Dingen over iemand zeggen, waardoor hij of zij minder serieus wordt genomen. Schade oploopt. Dat is wat er gebeurt.

Hieronder alle teksten met dit woord, die in de torah voorkomen.

In Genesis 8:8 en 11 over de zondvloed gaat het er over dat na verloop van tijd het water dat minder wordt.

Dit zegt de HEER als Noach een altaar voor de HEER bouwt en hem offert.
Genesis 8:21. De geur van de offers behaagde de HEER, en hij zei bij zichzelf: Nooit weer zal ik de aarde vervloeken vanwege de mens, want alles wat de mens uitdenkt, van zijn jeugd af aan, is nu eenmaal slecht. Nooit weer zal ik alles wat leeft doden, zoals ik nu heb gedaan.

Dit zegt God tegen Abraham.
Genesis 12:3. Ik zal zegenen wie jou zegenen, wie jou bespot, zal ik vervloeken. [let op het lichtere bespotten leidt tot het vervloeken, arar, zie hieronder door God]

Genesis 16:4 en 5 gaat het over Hagar, die doordat ze een zoon van Abraham kreeg haar meesteres minder serieus ging nemen.

In Exodus 18:22 gaat het over Mozes. Jethro zegt als andere mensen je taken overnemen, ze zullen ze ‘je last verlichten’.

Enkele geboden van God.
Exodus 21:17. Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden. [het gebod geldt dus al als je je vader of moeder lichter maakt, minacht of hoe je het ook vertaalt]
Exodus 22:27. Je mag God niet lasteren en je mag de leiders van je volk niet vervloeken. [er staat dat je niet mag kwaad spreken over God. De NBV maakt er lasteren van, misschien omdat dit op die manier in de kerk bekend is? Leiders mag je niet vloeken arar]

Enkele geboden van God in het boek Leviticus
Leviticus 19:14. Spreek geen vloek uit over een dove en plaats geen obstakel voor de voeten van een blinde. Toon ontzag voor je God. Ik ben de HEER. [ook dit gebod is in werkelijkheid sterker dan de vertaling aangeef. Je mag geen dingen zeggen waardoor je de dove ster

Hier dezelfde tekst als in Exodus 21:17 maar dan met nog een toevoeging.
Leviticus 20:9. Wie een vloek uitspreekt over zijn vader of zijn moeder, moet ter dood gebracht worden. Hij heeft zijn eigen vader of moeder vervloekt en heeft zijn dood aan zichzelf te wijten

In Leviticus 24:11, 14-15 en 23 gaat over een man van een Israëlische moeder en een Egyptische vader. Hij maakte God lichter en kreeg daarom de doodstraf.

Deuteronomium 23:4 verwijst naar Bileam die het volk Israël moest lichter maken.

Qelalah vloeken

Het zelfstandig naamwoord קְלָלָה  qĕlalah komt 33 keer voor. De wortel van dit woord is het werkwoord waarover het hiervoor gaat. Het woord qelalah lijkt een zwaardere betekenis te hebben, gezien de teksten waarbij het wordt gebruijkt, dan het werkwoord.

Hier eerst de teksten uit de Torah.

Als Jacob bedenkingen heeft bij het plan van moeder Rebecca om op een slimme manier de zegen te verwerven van zijn vader.
Genesis 27:12-13. Misschien raakt vader me aan, dan zal hij me een bedrieger vinden en breng ik een vloek over me in plaats van zegen.’ Maar zijn moeder zei: ‘Die vloek moet mij dan maar treffen, mijn zoon. Doe nu wat ik zeg en ga die bokjes voor me halen.

Het eerste deel van het boek Deuteronomium heeft een afsluiting waar met veel adviezen en aanbevelingen tenslotte ook de keus wordt voorgesteld. Als je Gods geboden houdt ontvang je zegen en als je dat niet doet dan is de vloek voor je.
Deuteronomium 11:26-32. Besef goed, vandaag stel ik u voor de keuze tussen zegen (berahkah) en vloek (qelalah).  Zegen (berakah), als u gehoorzaam bent aan de geboden van de HEER, uw God, zoals ik ze u vandaag voorhoud. Vloek (qelalah), als u zijn geboden niet gehoorzaamt en afwijkt van de weg die ik u vandaag wijs en achter andere goden aan loopt die u eerst niet kende. Wanneer u straks door zijn toedoen in het land aankomt dat u in bezit zult nemen, moet u op de Gerizim de zegen (berakah, H1293) uitspreken, en op de Ebal de vloek (qelalah). Die liggen immers aan de overzijde van de Jordaan, achter de weg naar de zonsondergang, in het land van de Kanaänieten die in de Vlakte wonen, tegenover Gilgal, bij de eiken van More. Want u zult de Jordaan oversteken om het land dat de HEERE, uw God, u geeft, in te gaan en het in bezit te nemen; u zult het in bezit nemen en erin wonen. Neem dan alle verordeningen en bepalingen die ik u heden voorhoud, nauwlettend in acht.

De bergen Gerizim en Ebal zijn een beeld van de zegen en de vloek. Als het volk Israël voor de jaarlijkse feesten naar Jeruzalem ging, dan passeerden veel mensen deze bergen. En dan wisten ze. De zegen en de vloek.

Bij één gebod uit de tweede serie wordt over een vloek gesproken, namelijk in geval iemand als doodstraf aan een paal wordt gehangen, dan mag hij daar niet blijven hangen. Dit is bij de dood van Jezus ineens een belangrijk gebod.
Deuteronomium 21:22-23. Als iemand een misdrijf heeft gepleegd waarop de doodstraf staat, en u hangt hem na voltrekking van het vonnis op aan een paal, dan moet u zijn lijk voor het einde van de dag begraven en het daar niet ’s nachts nog laten hangen; anders maakt u het land dat de HEER, uw God, u als grondgebied geeft onrein. Want op een gehangene rust Gods vloek.

Deze tekst verwijst naar de poging van Bileam om Israël te vervloeken.
Deuteronomium 23:5. De HEERE, uw God, echter wilde niet naar Bileam luisteren, maar de HEERE, uw God, heeft de vloek voor u in een zegen veranderd, omdat de HEERE, uw God, u liefhad.

Deuteronomium 27:13, 28:15 en 45. Zie hiervoor het aparte hoofdstuk hierboven.

Deze afsluitende tekst in het boek Deuteronomium lijkt geschreven toen het volk inderdaad de vloeken had ontvangen.
Deuteronomium 29: 26-27. Dat is de reden waarom de HEER in woede tegen dit land is uitgebarsten en alle vervloekingen die in dit boek beschreven staan over hen heeft uitgestort. Zo kwaad, zo woedend, zo razend was de HEER dat hij hen van hun eigen grond heeft gerukt en naar een ander land heeft weggeslingerd. Zover is het nu gekomen.”

Deuteronomium 30:1. Wanneer alles werkelijkheid is geworden wat ik u beschreven heb, zegeningen en vervloekingen, en wanneer u ten slotte, door de HEER, uw God, uiteengejaagd en verstrooid onder alle volken, daar lering uit getrokken hebt.

Deuteronomium 30:19. Ik roep vandaag hemel en aarde als getuigen op: u staat voor de keuze tussen leven en dood, tussen zegen en vloek. Kies voor het leven, voor uw eigen toekomst en die van uw nakomelingen.

En dan hier nog enkele sprekende teksten uit andere boeken.

Spreuken 26:2. Gelijk een mus wegfladdert en een zwaluw heenvliegt, zo is een ongegronde vloek: hij treft geen doel. [NBG]

Jeremia 44:22. De HEER kon jullie niet meer verdragen vanwege jullie kwalijke praktijken en gruwelijke daden. Daarom is jullie land de woestenij geworden die het nu is, een verschrikkelijke plaats waar niemand meer woont, waarvan de naam als een vloek wordt gebruikt.

‘Arar vloeken

Het woord komt acht keer voor in het boek Genesis. Dit zijn ze.

Dit wordt over de slang uitgesproken omdat hij de vrouw had misleiden.
Genesis 3:14. God, de HEER, zei tegen de slang: ‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan, het vee zal je voortaan mijden, wilde dieren wenden zich af; op je buik zul je kruipen en stof zul je eten, je hele leven lang.

Dit zegt God zegen Adam na de zondeval.
Genesis 3:17. Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan, zwoegen zul je om ervan te eten, je hele leven lang.

Dit gaat over Kaïn nadat hij zijn broer had vermoord.
Genesis 4:11-12. Daarom: vervloekt ben jij! Ga weg van deze plek, waar de aarde haar mond heeft opengesperd om het bloed van je broer te ontvangen, het bloed dat jij vergoten hebt. Ook al bewerk je het land, het zal je niets meer opbrengen. Dolend en dwalend zul je over de aarde gaan.’

Dit zegt Lamech, die uit was op wraak, maar als hij een zoon krijgt de profetische uitspraak doet dat hij een trooster zal zijn.
Genesis 5:28-29. Toen Lamech 182 jaar was, verwekte hij een zoon die hij Noach noemde. ‘Deze zoon,’ zei hij, ‘zal ons troost geven voor het werken en zwoegen dat ons deel is omdat de HEER het akkerland heeft vervloekt.’

Dit spreekt Noach uit over zijn kleinzoon Kanaän, die met zijn vader een rol speelde voor het te schande maken van hem.
Genesis 9:25. zei hij: ‘Vervloekt zij Kanaän, knecht van zijn broers zal Kanaän zijn, de minste van alle knechten.

Genesis 12:1-3. De HEER zei tegen Abram: ‘Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen. Ik zal je tot een groot volk maken, ik zal je zegenen, ik zal je aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn. Ik zal zegenen wie jou zegenen, wie jou bespot (qalal), zal ik vervloeken. Alle volken op aarde zullen wensen gezegend te worden als jij.’

Dit is de profetische uitspraak van Isaak aan Jacob vlak voor zijn dood. Het is een bevestiging van de de uitspraak van God aan Abraham, zie vorige tekst, alleen wat minder sterk. Als je Abraham bespot zal God jou vervloeken. Pas als je Jacob vervloekt zal hij jou vervloeken.
Genesis 27:29. Volken zullen je dienen, naties zich voor je buigen. Je zult heer zijn over je broers, macht hebben over je moeders zonen. Vervloekt wie jou vervloekt, gezegend wie jou zegent.’

Dit is de profetische uitspraak van Jacob over zijn zonen Simeon en Levi.
Genesis 49:7. Vervloekt zij hun grimmige woede, vervloekt hun ontembare razernij. Ik zal hen verstrooien over Jakobs volk, hen over Israël verspreiden. [hier lijken de emoties worden vervloekt, maar uit het vervolg van de tekst blijkt dat ze vanwege deze emoties worden vervloekt]

Dit is een gebod uit een rijtje diverse geboden.
Exodus 22:27. Je mag God niet lasteren (qalal) en je mag de leiders van je volk niet vervloeken. [Hebreeuws: elohim niet mag qalal. SV en NBG: goden. HSV rechters]

Wat kunnen we leren van deze teksten?
Het is God, die vervloekt. Als eerste de slang, die een beeld is van de duistere verleider. En vervolgens een vloek voor de moordenaar Kaïn. En voor de akkers, vanwege de overtreding van de eerste mensen. De vervloeking is steeds een straf, een corrigerende tik op de vingers van God.

Ten tweede. Mensen mogen anderen niet bespotten of vervloeken. God neemt ook in bescherming. Zoals Abraham. En zijn nakomelingen. Zoals Jacob. En zijn nakomelingen. De leiders van het volk.

Je mag ook niets zeggen ten nadelen van God. Immers dat maakt zijn gezag over de mensen kleiner. En zorgt voor de ondergang van mensen, want Hij is de bron van leven.

Uit de andere boeken

Maleachi 2:1-2. Nu dan, tot u komt dit gebod, priesters! Als u niet luistert en als u het niet ter harte neemt om Mijn Naam eer te geven, zegt de HEERE van de legermachten, zal Ik de vloek [H3994] onder u zenden en uw zegeningen vervloeken [H779]. Ja, Ik heb ze al vervloekt [H779], want u neemt het niet ter harte.

Alah vloeken

H422

Jericho niet opnieuw opbouwen.

Als het volk verder trekt na de verovering van Jericho, dat laat Jozua het volk dit beloven? Waarom. Om voor altijd een beeld van de strijd te laten zien?
Jozua 6:26. In die tijd liet Jozua het volk zweren: Vervloekt is die man voor het aangezicht van de HEERE die opstaat om deze stad Jericho te herbouwen. Laat hij haar fundering leggen op zijn eerstgeboren zoon en haar poorten oprichten op zijn jongste zoon!

1 Koningen 16:34. In zijn dagen bouwde Hiël uit Bethel Jericho weer op. Op zijn eerstgeboren zoon Abiram legde hij de fundamenten ervan, en op zijn jongste zoon Segub richtte hij de poorten ervan op, overeenkomstig het woord van de HEERE, dat Hij gesproken had door de dienst van Jozua, de zoon van Nun.

Vloekbrengend water

Er is ook nog in onze ogen merkwaardige procedure. Het gaat er om hoe een echtgenoot en een priester om moet gaan met een vrouw, die van overspel is verdacht. Vijf keer komt dit begrip voor, zie hieronder. De woorden tussen haakjes verwijzen naar woorden in deze studie)

In het Hebreeuws heet dat ‘me hammarim hamararim’. Het is het zelfstandig naamwoord water, bijvoeglijk naamwoord bitter en werkwoord vloeken in een bepaalde verbuiging waardoor je het kunt vertalen met vloekgevend, vloekbrengend, of vloek kunnen veroorzakend. De NBV vertaalt met “vloekbrengend water”. De NBG en de SV vertalen met bitter water dat de vloek brengt/meebrengt.

Numeri 5:16-18. De priester laat de vrouw naar voren komen en brengt haar voor de HEER. Hij vult een kom met heilig water en vermengt dat met stof dat op de vloer van de tabernakel ligt. Nadat de priester de vrouw voor de HEER heeft gebracht, maakt hij haar hoofdhaar los en legt hij het herinneringsoffer, het graanoffer van de jaloezie, op haar handpalmen. Zelf heeft hij het bittere, vloekbrengende water in zijn hand.

Numeri 5:19-21. Dan spreekt de priester deze bezwering over de vrouw uit: ‘Als niemand anders dan uw eigen man gemeenschap met u heeft gehad, als u zich als gehuwde vrouw niet verontreinigd hebt door overspel te plegen, dan zal dit bittere, vloekbrengende water u niet deren. Maar als u zich als gehuwde vrouw verontreinigd hebt door overspel te plegen, als een ander dan uw eigen man gemeenschap met u heeft gehad, dan’ – zo spreekt de priester de bezwering (sheboewa) en vervloeking (alah) over de vrouw uit – ‘zal de HEER maken dat uw naam genoemd wordt in de vervloekingen (sheboewa alah) die er bij uw volk worden uitgesproken: hij zal uw schoot laten verschrompelen en uw buik laten opzwellen.

Numeri 5:22-26. Wanneer dit vloekbrengende water in uw ingewanden komt, zwelt uw buik op en verschrompelt uw schoot.’ De vrouw zegt hierop: ‘Amen, amen.’ Dan schrijft de priester deze vervloeking (alah) op een blad en lost hij het geschrevene op in het bittere water. Dat bittere, vloekbrengende water moet hij de vrouw te drinken geven, zodat het in haar lichaam komt en zijn bittere uitwerking heeft. De priester neemt het graanoffer van de jaloezie van haar handen, biedt het de HEER als offergave aan en brengt het naar het altaar. Hij neemt er een handvol van af en verbrandt dat als teken van de hele offergave op het altaar. Vervolgens geeft hij de vrouw het water te drinken.

Numeri 5: 27-28. Als ze zich verontreinigd heeft en ontrouw is geweest aan haar man, zal het vloekbrengende water dat hij haar te drinken geeft in haar lichaam zijn bittere uitwerking hebben. Haar buik zal opzwellen en haar schoot verschrompelen, en de naam van die vrouw zal bij haar volk genoemd worden wanneer men iemand vervloekt (alah). Maar als de vrouw zich niet verontreinigd heeft, als ze rein is, blijft ze ongedeerd en kan ze nog zwanger worden.

Voor ons als westerse christenen is het merkwaardig dat als deze procedure wordt uitgevoerd er steeds het wonder gebeurt dat een onschuldige geen last van het water heeft en een schuldige wel last heeft. God als rechter, maar dan zeer dichtbij.

Voor ons geldt dat wonderen soms gebeuren maar niet altijd. Bij deze procedure gebeurt het wonder altijd.

Voor degenen, die pastoraat doen is het niet zo vreemd. Zo maken we bijvoorbeeld mee dat als mensen openstaan voor woorden van God zo ook altijd een beeld van God krijgen.

Andere bronnen

Excurs 7 “Zegen en vloek in de eerste Bijbelboeken” uit de Studiebijbel Oude Testament Bijbelcommentaar Leviticus Numeri Deuteronomium. Het is te merken dat het voor de schrijver van deze excurs onbekend is met de praktijk van dit onderwerp.

Zo staat er bijvoorbeeld ‘Balak gaat ervan uit dat deze vloek een negatieve uitwerking zal hebben’. Ik denk dat dit overduidelijk ervaringsgegeven was.

Boek ‘Zegen of Vloek’, schrijver Derek Prince

Samenvatting

Bij dit onderwerp gaat het om iets slechts zeggen. Dan kan over iemand anders zijn, over God of over jezelf.

Het kan ook zijn dat het slechte bericht in de geestelijke wereld gaat klinken door een misdaad die gedaan hebt. Die misdaad kan zijn dat je een ander hebt vervloekt.

Er zijn verschillen graden van nare boodschappen over iemand uitspreken. Van kritisch zijn, iemand lichter maken, tot lasteren

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.