Studie De Grote Verdrukking?

<<deze pagina is nog in bewerking>>

Het begrip ‘grote verdrukking’ is een bekend thema van sprekers en boeken over wat men de eindtijd noemt. De boodschap is: we gaan naar het einde van de tijd toe en dan komt er een grote verdrukking zoals er nog nooit is geweest. Men onderbouwt het door te wijzen op de ellende in de wereld. “Je ziet toch nu al dat er steeds meer ellende is in de wereld”.

In deze studie gaat het over wat in de Bijbel staat over de grote verdrukking. Ik heb ook een onderzoekje gedaan of er inderdaad steeds meer ellende in de wereld is. Dat moet ik nog publiceren. Mijn conclusie is dat als je kijkt naar de cijfers dat het antwoord ‘nee’ is. Als u wel de indruk hebt dat het allemaal steeds slechter wordt kan ik u mededelen dat dit niet het beeld is uit de cijfers, die beschikbaar zijn.

Maar nu eerst over de narigheid en ellende waarover de Bijbel spreekt. Het Hebreeuws en het Grieks hebben er diverse woorden voor, maar ‘grote’ in combinatie met één van die woorden is zeldzaam.

Die combinatie van ‘grote’ en iets wat je met verdrukking kan vertalen heb ik slechts eenmaal in de tekst van het Oude Testament gevonden. Het gaat dan om de verdrukking van het volk van de Joden als ze uit de ballingschap terugkeert in hun eigen land.

In het Nieuwe Testament komt de uitdrukking grote verdrukking vier keer voor. Het gaat dan over diverse situaties in het verleden en mogelijk ook de toekomst. <<mogelijk wordt er meer over de grote verdrukking tegen het eind van de tijd gesproken in de Bijbel zonder dat de woorden worden genoemd. Dat zoek ik nog uit>>

1. Verdrukking in het Oude Testament

Er zijn diverse woorden en uitdrukkingen in de Bijbel, die gaan over verdrukking, benauwdheid, ellende en verschrikking. Dat soort woorden. Hieronder de Hebreeuwse woorden.

 WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1צוֹק  tsowqZelfstandig naamwoord vrouwelijk en mannelijkH6695Grote angst, benauwdheid.
Komt 4 keer voor in 4 verzen.
KJV: anguish (4x).
2צָרָה  tsarahZelfstandig naamwoord vrouwelijkH6869
Komt 73 keer voor in 72 verzen.
KJV: trouble (44x), distress (8x), affliction (7x), adversity (5x), anguish (5x), tribulation (3x), adversary (1x).
3אֵיד ‘eydZelfstandig naamwoord mannelijkH343Komt 24 keer voor in 22 verzen.
KJV: calamity (17x), destruction (7x).
4אֵימָה ‘eymahZelfstandig naamwoord vrouwelijkH367Komt 17 keer voor in 17 verzen
KJV: terror(s) (7x), fear (5x), terrible (2x), dread (1x), horror (1x), idols (1x).
5יָרֵא yare’WerkwoordH3372Angst makende
Komt 314 keer voor in 305 verzen.
KJV: fear (188x), afraid (78x), terrible (23x), terrible thing (6x), dreadful (5x), reverence (3x), fearful (2x), terrible acts (1x), miscellaneous (8x).
4פַּחַד pachadZelfstandig naamwoord mannelijkH6343Angst
Komt 49 keer voor in 48 verzen.
KJV: fear (40x), dread (3x), great (2x), terror (2x), dreadful (1x), greatly (1x).
5עֵת `eth  צָרָה  tsarahCombinatie van tijd en tsarah.H6256 H6869Een tijd van moeite, verdrukking.
Komt in 10 verzen voor.
KJV: ‘time of your tribulation’ (1x)
6גָּדוֹל
gadowl
Bijvoeglijk naamwoordH1419Groot
Komt 529 times in 499 verzen.
KJV: great (397x), high (22x), greater (19x), loud (9x), greatest (9x), elder (8x), great man (8x), mighty (7x), eldest (6x), miscellaneous (44x).

Er zijn wel drie verschillende woorden in het Hebreeuws voor ellende, moeite, zeg maar verdrukking.

Het woord tsowq komt maar vier keer voor, maar het lijkt de diepste ellende te omschrijven. Dus die bekijk ik maar als eerste. Typisch dat het op ons woord ‘schok’ lijkt. Er zijn wel meer Hebreeuwse woorden, die in onze taal voorkomen. Een grote tsowq komt in de Bijbel niet voor. Is er erg genoeg blijkbaar.

Het woord tsarah komt meer dan zeventig keer voor. En eenmaal komt het woord groot in combinatie met tsarah voor. En dat is in deze tekst. Een situatie in de tijd van Nehemia. Hij werd in het jaar 445 aangesteld als landvoogd.

Nehemia 9:36-37. Kijk naar ons: nu zijn wij slaven! In het land dat u onze voorouders hebt gegeven om er te eten van de vruchten en van al het goede dat het opbrengt, in dat land zijn wij slaven. Omdat wij gezondigd hebben, valt alle rijke oogst toe aan de koningen die u over ons hebt aangesteld, die over ons lichaam regeren en die met ons vee doen wat ze willen. Wij leven in grote ellende.”

1.1 Schok צוֹק  tsowq.

Dit zijn de vier verzen waar het woord צוֹק  tsowq in voorkomt. In drie van de vier teksten wordt zowel het eerste als het tweede woord uit de tabel bij elkaar gebruikt. Een soort dubbelslag.

Het Spreukenboek zet in met een forse waarschuwing aan de lezers. Het is een waarschuwing voor iemand persoonlijk.
Spreuken 1:26-28. Daarom lach ik om je ongeluk, schater ik het uit om je ellende, wanneer ellende op je afkomt als een storm, ongeluk als een onweer over je losbarst, leed (tsarah) en nood (tsowq) je treffen. Dan zul je me roepen, maar ik antwoord niet, je zult me zoeken, maar je vindt me niet.

In Jesaja gaat het over het oordeel wat het volk van Juda zal treffen. En dat is ook gebeurd enkele jaren later.

Jesaja 8:21-22. Men zal er terneergedrukt en hongerig rondtrekken. Wanneer het gebeurt dat men hongerlijdt, zal men uitbarsten in woede, en zijn ​koning​ en zijn God ​vervloeken. Of men de blik nu naar boven richt, of naar de aarde kijkt, zie, er zal benauwdheid (tsarah) en duisternis zijn, angstaanjagende (tsowq) donkerheid. En men zal voortgedreven worden, het donker in. [HSV]

Jesaja 30:6. Profetie​ over de dieren van het Zuiden. Door een land van ellende (tsarah) en ontbering (tsowq).

En dit is de vierde keer dat het woord tsowq voorkomt.
Daniel 9:25. Je moet weten en begrijpen: Vanaf het ogenblik waarop het woord is uitgegaan dat ​Jeruzalem​ hersteld en weer opgebouwd zal worden tot het tijdstip waarop een ​gezalfde​ vorst verschijnt, zullen zeven ​weken​ verstrijken; en het herstel en de wederopbouw van de stad, met pleinen en wallen en al, zal tweeënzestig ​weken​ duren, en het zal een tijd van verdrukking zijn.

Dit is een tekst, die dikwijls door sprekers en schrijvers over de eindtijd naar voren wordt gehaald.

1.2 Moeite  צָרָה  tsarah

Er zijn 72 verzen met dit woord. Hier de twee uit Genesis.

Genesis 35:3. Laten we naar ​Betel​ gaan: daar wil ik een ​altaar​ bouwen voor de God die naar mij heeft omgezien toen ik diep in de ellende zat en die mij op mijn hele ​reis​ terzijde heeft gestaan.’

Genesis 42:21. Toen zeiden zij tegen elkaar: Werkelijk, wij zijn schuldig vanwege onze broer. Wij zagen zijn zielsbenauwdheid toen hij ons om ​genade​ smeekte, maar wij luisterden niet! Daarom komt deze benauwdheid over ons.

In drie van de vier verzen van het vorige punt komt het woord verdrukking voor.

1.3 Dag van de ellende.

Het woord éyd, dat ellende betekent, komt 24 keer voor. Zou dat begrip worden gebruikt om een komende grote ellende te beschrijven?

Een achttal keer komt dit woord voor in combinatie met dag, woordnummer H3117. Een komende dag van ellende dat zou ook zomaar in het Oude Testament kunnen staan.

Echter dat is niet het geval. Het gaat een aantal keren over ellende voor mensen persoonlijk. Ellende, een dag van ellende, voor het volk Israël of voor de Judeeërs. Maar ook voor andere volken, de vijanden van Israël.

Hier eerste de geprofeteerde ellende voor Israël en de Judeeërs.

Hier gaat het over de dag van het onheil dat voor het volk Israël komt. De HEER zal ze vertrooien wat ook in de vijfde eeuw voor Christus is gebeurd.
Jeremia 18:17. Als de oostenwind zal ik het volk verstrooien, ik jaag het voor zijn vijand uit. Op de dag dat het ten onder gaat keer ik het de rug toe, wend ik mij af.’

En dan hier over de geprofeteerde ellende voor de vijanden van Israël.
Deuteronomium 32:35. Aan Mij komt de wraak en de vergelding toe, op het tijdstip dat hun voet wankelt. Voorzeker, de dag van hun ondergang is dichtbij, en spoedig komen de dingen die hen te wachten staan. [HSV]

Hier gaat om ellende over het leger van de Egyptenaren.
Jeremia 46:21. Zelfs zijn huursoldaten zijn in zijn midden als gemeste kalveren, maar ook zij keren zich om. Zij slaan tezamen op de vlucht, zij houden geen stand, want de dag van hun ondergang is over hen gekomen, de tijd van de vergelding aan hen.

Ellende wordt ook genoemd voor Moab (Jeremia 48), de volken die nakomeling zijn van Ezau (Jeremia 49) en het gebergte van Seïr (Ezechiel).

Hier gaat het over de dag van ellende van de Judeeërs. De HEER is kwaad dat de volken het plezier over hadden. Daardoor roepen ze ook ellende over zichzelf af.
Obadja 1:13. Die dag had je de poorten van de stad niet binnen mogen gaan, je had je op die dag van onheil niet mogen verlustigen in het kwaad dat mijn volk werd aangedaan, en op die dag van ongeluk had je je niet mogen vergrijpen aan hun bezittingen.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Het volk Israël heeft al veel ellende moeten doorstaan. De vertrooiing van het volk Israël had direct te maken met hun leven, dat afweek van wat ze met de God van Israël waren overeengekomen.

Voor de vijanden van het volk wordt ook ellende voorspelt. Dat was er al in geschiedenis. En dag die profetische woorden blijken gezien de gebeurtenissen in deze tijd, nog steeds actueel te zijn. We kunnen dan ook die volken en landen het meest helpen door de vijandschap t.a.v. Israël af te leggen.

1.4 Een tijd van moeite עֵת `eth  צָרָה  tsarah

Richteren 10:14. Ga weg en roep tot de ​goden​ die u verkozen hebt. Laten die u verlossen ten tijde dat u in nood verkeert! [HSV. De NBV vertaalt het woord ‘tijd’ niet]

Nehemia 9:27. U hebt hen overgegeven in de hand van hun tegenstanders en die hebben hen benauwd. Maar als zij ten tijde van hun benauwdheid tot U riepen, hoorde U hen vanuit de hemel en gaf U hun, overeenkomstig Uw grote ​barmhartigheid, verlossers, die hen uit de hand van hun tegenstanders verlosten. [HSV. De NBV vertaalt het woord ‘tijd’ niet]

Psalm 9:9. Moge de HEER een burcht zijn voor de verdrukte, een burcht in tijden van nood.

Psalm 10:1. Waarom, HEER, bent u zo ver en verbergt u zich in tijden van nood?

Psalm 37:39. De rechtvaardigen vinden redding bij de HEER, hij is hun toevlucht in tijden van nood.

Jesaja 33:2.  O HEER, wees ons ​genadig, op u vestigen wij onze hoop.  Wees ons tot steun, iedere dag opnieuw, red ons in tijden van nood.

Jeremia 14:8. Bron van hoop voor Israël, redder in tijden van nood, waarom bent u als een ​vreemdeling​ in dit land, als een reiziger die maar één nacht blijft? [over wie gaat het?]

Jeremia 15:11. HEER, ik heb voor hen toch tot u ​gebeden, voor hen gepleit in tijden van rampspoed en nood? [Jeremia wijst op het verleden]

Jeremia 30:7. Wee! Die vreselijke dag kent zijn gelijke niet! Het volk van ​Jakob​ komt in grote nood, maar het wordt gered. [deze profetie gaat over de tijd dat Israël weer naar het land is teruggekeerd, maar dat er dan grote nood is]

Daniel 12:1. In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de kinderen van je volk terzijde staat. Het zal een tijd van verdrukking zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan. In die tijd zal je volk worden gered: allen die in het boek zijn opgetekend.

De HSV vertaalt dikwijls met ‘in tijden van benauwdheid’

Wat kunnen wij van deze teksten leren?

In Richteren en Nehemia gaat het om tijden van nood/benauwdheid, in de geschiedenis.

In de Psalmen gaat het om persoonlijke tijden van nood/benauwdheid.

Jesaja 33 is een gebed om hulp in de tijd van nood die ze meemaken.

In Jeremia 14 wordt de Heer een redder genoemd in tijden van nood. Inderdaad dat is Hij. Jeremia 15 is een gebed van Jeremia in tijd van nood.

Jeremia 30 en Daniël 12 gaan inderdaad om een vreselijke tijd voor de tijd, de toekomst, vanaf de tijd dat het werd opgeschreven. Zo’n 2500 jaar geleden. Goed om deze teksten verder te bestuderen.

2. Verdrukking in het Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament spreekt 45 keer in 43 teksten over verdrukking, thilipsis. Een viertal keer over grote verdrukking.

WoordSoort WoordStrongOpmerkingen
1θλῖψις thlipsisG2347
SB
Verdrukking
Komt 45 keer voor in 43 verzen. KJV: tribulation (21x), affliction (17x), trouble (3x), anguish (1x), persecution (1x), burdened (1x), to be afflicted (with G1519) (1x).
2μέγας θλῖψις megas thlipsisCombinatieG3173
G2347
Grote, massale verdrukking

2.1 Verdrukking θλῖψις thlipsis.

Het Nieuwe Testament gebruikt dit woord voor verdrukking voor diverse situaties.

Voor mensen in hun persoonlijke situatie, maar ook voor gelovigen in het algemeen, voor het volk Israël of voor andere volken. Als het gaat om het hele volk wordt het in de SV, HSV en NBG wel vertaalt met verdrukking. De NBV vertaalt het woord ook wel met verschrikking.

Hieronder alleen de teksten, die in de evangeliën voorkomen en in het boek Openbaringen.

Het woord komt eenmaal voor in Matteüs 13 en driemaal in Matteüs 24. Bijna dezelfde teksten komen in het boek van Marcus voor. In het boek van Johannes komt het twee keer voor. Het boek Lucas gebruikt dit woord niet.

Matteüs 13:21. Hij heeft echter geen wortel in zichzelf, maar hij is iemand van het ogenblik; en als er verdrukking of vervolging komt omwille van het Woord, struikelt hij meteen. [HSV, Marcus 4:17 zelfde tekst]

Matteüs 24:9. Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en u doden, en u zult door alle volken gehaat worden omwille van Mijn Naam. [HSV]

Matteüs 24:21. Want het zal een tijd zijn van enorme verschrikkingen, zoals er sinds het ontstaan van de wereld tot nu nooit geweest zijn en er ook niet meer zullen komen. [deze tekst staat ook in de volgende paragraaf]

Matteüs 24:29. Meteen na de verschrikkingen van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen.

In deze tekst van Johannes komt het woord twee keer voor.
Johannes 16:21. Wanneer een vrouw baart, heeft zij droefheid, omdat haar tijd gekomen is, maar wanneer zij het ​kind​ gebaard heeft, denkt zij niet meer aan de benauwdheid, vanwege de blijdschap dat een mens ter wereld gekomen is. [HSV]

Johannes 16:33. Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat u in Mij vrede zult hebben. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen. [HSV]

Openbaringen 1:9. Ik, Johannes, uw broeder, die net als u in ellende verkeer, maar ook door Jezus met u deel in het koninkrijk en in standvastigheid – ik was op het eiland Patmos omdat ik over God had gesproken en van Jezus had getuigd. 

Hier gaat het om de gemeente van Smyrna.
Openbaringen 2:9-10. Ik weet van de ellende en de armoede waarin u verkeert, hoewel u rijk bent. Ik weet hoe u belasterd wordt door mensen die zich Joden noemen en het niet zijn, maar bij Satan horen. Wees niet bang voor wat u nog te wachten staat. Sommigen van u zullen door de duivel in de gevangenis worden gegooid, en zo op de proef worden gesteld; tien dagen lang zult u het zwaar te verduren hebben. Wees trouw tot in de dood, dan zal ik u als lauwerkrans het leven geven.

En hier gaat het over een profetes in Tyatyra, die de engel een Isebel noemt.
Openbaringen 2:22. Ik zal haar ziek maken en hen die overspel met haar plegen in ellende storten, tenzij ze met haar breken.

Openbaring 7:14. Ik antwoordde: ‘U weet het zelf, heer.’ Hij zei tegen me: ‘Dat zijn degenen die uit de grote verschrikkingen gekomen zijn. Ze hebben hun kleren witgewassen met het bloed van het lam. [er staat in het Grieks ‘de verdrukkingen de grote’, zie ook volgende paragraaf]

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Verdrukking kan een persoonlijke zaak zijn. Dat kan ook omdat je jezelf in die situatie hebt gebracht.

Als gelovigen kun je in de verdrukking komen vanwege het Woord. Dat is van alle tijden. Dat is ook nu nog in allerlei landen. In Nederland hebben we vrijheid van meningsuiting. Er zijn alleen taboe onderwerpen waarbij de mensen je scheef zullen aankijken als je een andere mening hebt.

In Matteüs 24 gaat het om een toekomst met verdrukking, die toen nog komen moest. En in Openbaringen over een menigte voor de troon, die uit de verdrukkingen de grote, komt. Zie paragaaf hieronder.

2.2 Grote verdrukking μέγας θλῖψις megas thlipsis

Onder die 45 verdrukkingen, die in het Nieuwe Testament worden genoemd, zijn er vier verdrukkingen die ‘de verdrukkingen de grote’ worden genoemd. Ze verwijzen niet allemaal naar dezelfde grote verdrukking.

1. Ten tijde van Jacob en Jozef.
Één van deze teksten gaat om een grote verdrukking in het verre verleden met als gevolg dat Jacob met zijn hele huis naar Egypte gingen om het te overleven. De tijd dat Jozef onderkoning in Egypte was. Handelingen 7 schrijft daar over. Deze grote verdrukking gold voor een bepaald gebied.

Handelingen 7:11. Er brak echter een grote hongersnood uit in ​Egypte​ en ​Kanaän, die veel ellende veroorzaakte, zodat onze voorouders niets meer te eten hadden. [de HSV vertaalt met ‘grote benauwdheid’).

2. Een woord van Jezus toen hij uitkeek, vlak voor zijn gevangenneming, vanaf de Olijfberg op de stad Jeruzalem.
Matteüs 24:21. Want het zal een tijd zijn van enorme verschrikkingen, zoals er sinds het ontstaan van de wereld tot nu nooit geweest zijn en er ook niet meer zullen komen.

Waarop zouden de verschrikkingen betrekking hebben?  Gaat het over de tempelgebouwen, de stad  Jeruzalem, het Joodse volk of over de hele wereld?

Zou het hier gaan over de grote verdrukking toen Jeruzalem werd verwoest, rond het jaar 70. Of zou het gaan over een latere tijd?

Misschien helpt de context ons. In het begin van het gesprek gaat het over de tempelgebouwen. Als Jezus met zijn discipelen uit de tempel vertrekt zegt hij: ‘Hebben jullie dat alles goed gezien? Ik verzeker jullie: geen enkele steen zal op de andere blijven, alles zal worden afgebroken!’

Als Jezus met zijn discipelen op de helling van de Olijfberg of misschien wel bovenaan de berg gaat zitten met zijn discipelen, je hebt daar een mooi uitzicht op de tempel en het tempelplein, dan vragen de discipelen: ‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we uw komst en de voltooiing van deze wereld herkennen?’  Dat is dan gelijk een veel grotere focus.

De tekst van Jezus lijkt zich vooral te concentreren op het gebied rond Jeruzalem. Zie de heilige plaats, vers 15 en ‘laten wie in Judea zijn’ in vers 16. Andere delen van zijn woorden lijken over een veel ruimer gebied te gaan. Zo staat er in vers 14: Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen.

Wat is de hele wereld in de tijd van Jezus? De toen bekende wereld was in ieder geval Perzië, Egypte, Rome, Spanje, misschien was er nog een wijdere kring bekend.

3. Een gemeente in de vroege tijd.
Een andere tekst gaat over de gemeente van Efeze, die overspel pleegt. De gemeente van Efeze zal daarom een grote verdrukking ondergaan als ze zich niet bekeren.

Openbaringen 2:22. Zie, Ik werp haar te bed, en breng hen die overspel met haar plegen, in grote verdrukking, als zij zich niet bekeren van hun werken. [HSV]

4. Martelaren voor Jezus
In Openbaringen 7 gaat over een grote schare uit elke alle landen, die voor de troon van God staan. Ze komen uit de grote verdrukking.

Openbaringen 7:13-14. Een van de oudsten sprak mij aan: ‘Wie zijn dat daar in het wit, en waar komen ze vandaan?’ Ik antwoordde: ‘U weet het zelf, ​heer.’ Hij zei tegen me: ‘Dat zijn degenen die uit de grote verschrikkingen gekomen zijn. Ze hebben hun ​kleren​ witgewassen met het bloed van het lam.

Over welke grote verdrukking gaat het? Het zou kunnen gaan om de zware vervolgingen van christenen in de eerste eeuwen. Zoals in de tijd van keizer Diocletianus toen duizenden of honderdduizenden, de schattingen variëren, van mensen, die werden vermoord.

Samenvattende conclusies
Van deze vier grote verdrukkingen gaat het zondermeer over drie verschillende grote verdrukkingen.

En die in Matteüs en Openbaringen worden genoemd waren beiden nog in de toekomst toen. Die van Matteüs lijkt te slaan op de tijd van de verwoestingen van Jeruzalem rond de jaren 70 en 135. Die was vooral voor het joodse volk. En die van Openbaringen lijkt vooral te gaan over de vervolgingen van gelovigen in Jezus onder de Romeinse keizers.

Dat neemt niet weg dat er later nog grote verdrukkingen zijn geweest. Er zijn er vele geweest. Neem maar de holocaust in wat wij de tweede wereld oorlog noemen. En er zullen misschien ook nog grote verdrukkingen komen.

Er zijn eindtijdsprekers, die spreken over dé grote verdrukking die nog komen moet, zelfs binnenkort. Iedereen mag zeggen wat hij of zijn wil zeggen. Maar de overeenkomst met de Bijbel is een heel dun lijntje.

3. Profetieën van het boek Openbaringen

In het boek Openbaringen komt veel onheil voor. De gedachte van veel mensen is, dat die rampen nog moeten komen. Maar is dat zo? Zijn de rampen niet allemaal al geweest. Of komt er nog een deel en is een deel af geweest?

Ook wordt er een strijd genoemd, die uitgevochten gaat worden in Israël.

Ik heb een boek van een achttiende-eeuwse theoloog die beweert dat Openbaringen vooral voor de achttiende eeuw is geschreven. Zo waren er ook mensen die beweerden dat dit boek voor de twintigste eeuws was geschreven. Inmiddels zijn we in de één en twintigste eeuw.

Het boek is mijn inziens vooral geschreven voor de tijd nadat het is opgeschreven door de apostel Johannes. Dat was de tijd dat het Romeinse rijk de macht had en ook de gelovigen in Jezus onderdrukte. Wij kunnen romantische beelden hebben van het Romeinse rijk, maar het was een hard en wreed rijk. Wie niet de keizer als god wilde vereren had een groot probleem.

Sommige keizers zoals Nero waren extreem wreed een soort van beesten. Misschien stond hij wel als beeld voor het beest en sloeg 666 op hem. Zie verder hieronder.

Het merkteken, in het Grieks charagma was een keizerlijk zegel van het Romeinse Rijk dat in de 1e en 2e eeuw op officiële documenten werd gebruikt.

Tijdens de regering van keizer Decius (249-251 n.Chr.) konden degenen die niet het certificaat van offerande (libellus) aan Caesar bezaten, geen handel drijven, een verbod dat mogelijk teruggaat tot keizer Nero [bron de Engelse Wikipedia].

De geschiedenis herhaalt zich en zo kunnen de profetieën ook een toekomstige waarde hebben. Zo waren Hitler, Stalin en Mao en vele andere beestachtige leiders. En er komt misschien nog wel een ander, die als een beest is. Die ook als een god vereert wil worden. En die ook een merkteken heeft, waar je zonder niet mee kan kopen of verkopen.

Alle teksten van het boek Openbaringen is hier geciteerd uit de HSV vertaling.

3.1 Het beest, zijn beeld en merkteken.

In het boek Openbaringen wordt het beest genoemd en het beeld en het merkteken van het beest. Duiden die op verdrukking?

 WoordSoort woordStrongOpmerkingen:
1ζῷον zōonZelfstandig
naamwoord onzijdig
G2226Dier, beest
Komt 23 keer voor in 20 verzen
KJV: beast (23x)
2θηρίον thērionZelfstandig naamwoord onzijdigG2342Beest, wild dier.
Komt 46 keer voor in 38 verzen.
KJV: beast (42x), wild beast (3x), venomous (giftig) beast (1x).
בְּהֵמָה
behemah
Zelfstandig
naamwoord vrouwelijk
H929Beest
Komt 189 keer voor in 172 verzen.
KJV: beast (136x), cattle (53x).
3εἰκών eikōnZelfstandig
naamwoord onzijdig
G1504Beeld
Komt 23 keer voor in 20 verzen.
KJV: image (23x).
4χάραγμα charagmaZelfstandig
naamwoord vrouwelijk
G5480Merkteken
Komt 9 keer voor in 9 verzen.
KJV: mark (8x), graven (1x).

Het Griekse woord zōon is het gewone woord voor dier. Een woord dat wij ook kennen in onze taal: zoölogie, dat is dierkunde. In Hebreeën wordt dit woord gebruikt voor de schapen die in de tempeldienst werden geofferd. In het boek Openbaringen wordt het gebruikt om de vier dieren aan te duiden.

Het Griekse woord therion is het woord voor wilde dieren. Jezus was bij deze wilde dieren in de woestijn, Marcus 1:13. Paulus schudde zo’n beest van zich af toen hij werd gebeten, Handelingen 28. Het wordt ook wel in overdrachtelijke zin gebruikt voor een beestachtig mens. Zo ook in Titus 1:12. Daar gaat het over een spreekwoord over Kretenzen. Wilde dieren zijn het.

In Openbaringen gaat het dertig keer over deze wilde dieren. In onze vertalingen gebruikt men het woord ‘beest’.

Er zijn trouwens diverse beesten in Openbaringen.

Openbaring 11:7. En wanneer zij hun getuigenis volbracht hebben, zal het beest dat uit de afgrond opkomt, oorlog met hen voeren en het zal hen overwinnen en hen doden.

Openbaring 13:1-4. En ik zag uit de zee een beest opkomen, dat zeven koppen en tien hoorns had, en op zijn hoorns waren tien diademen, en op zijn koppen een gods lasterlijke naam. En het beest dat ik zag, leek op een panter, en zijn poten waren als die van een beer, en zijn muil was als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn kracht, zijn troon en grote macht. En ik zag een van zijn koppen als dodelijk gewond, maar zijn dodelijke wond werd genezen. En de hele aarde ging het beest met verwondering achterna. En zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest macht gegeven had. En zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan dit beest gelijk? En wie kan er oorlog tegen voeren?

Openbaring 13:7. En het beest werd macht gegeven om oorlog te voeren tegen de heiligen en om hen te overwinnen, en hem werd macht gegeven over elke stam, taal en volk.

Er komt daarna een ander beest, en die eerder genoemde noemt Openbaringen dan het eerste beest.
Openbaring 13:11-12. En ik zag een ander beest opkomen, uit de aarde, en het had twee hoorns, als die van het Lam, maar het sprak als de draak. En het oefent al de macht van het eerste beest voor zijn ogen uit, en het maakt dat de aarde en zij die er wonen het eerste beest aanbidden, waarvan de dodelijke wond genezen was.

3.1.1 Het beeld van het beest.

Het Griekse woord eikon wordt gebruikt voor het beeld van Caesar op een muntstuk. En ook voor een beeld van een God, zie Romeinen 1:23. Maar ook dat wij, andersom een beeld van Jezus zijn. Romeinen 8:29.

In het boek Openbaringen wordt acht keer over het beeld van het beest gesproken.

Openbaring 13:14-15. En het misleidt hen die op de aarde wonen door middel van de tekenen die het gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. En het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend werd. En hem werd macht gegeven om een geest te geven aan het beeld van het beest, opdat het beeld van het beest zelfs zou spreken, en zou maken dat allen die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden.

3.1.2 Het merkteken van het beest.

Het beeld van het beest wordt genoemd. En ook het merkteken. En het getal van een mens. En dat getal is zeshonderdzesenzestig.

Alle acht teksten waar het over het merkteken van het beest gaat worden hier genoemd.

Openbaring 13:16-18. En het maakt dat men aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd, en het maakt dat niemand kan kopen of verkopen, behalve hij die dat merkteken heeft, of de naam van het beest of het getal van zijn naam. Hier is de wijsheid: wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig.

Uitleg: in het Hebreeuws en het Grieks zijn de letters ook getallen. De eerste letter van het Hebreeuws, de aleph is ook getal één. De tweede letter, de beth is twee. De gimel is drie. En de zesde letter, de wav is het getal zes. In het huidige Israël gebruikt men overigens de getallen, die wij ook gebruiken.

Een Hebreeuws en Grieks woord heeft een getalswaarde, namelijk de getallen van de afzonderlijke letters opgeteld. In het jodendom noemt men het omgaan van de getallen van woorden gematria.

De zesde letter van het Hebreeuwse alfabet is de wav, die letter staat symbool voor de mens. Als je het hele getal zeshonderd zes en zestig neemt dat zijn dat de Hebreeuwse letters.

De Romeinse keizer Nero regeerde van 54 tot 68 na Christus. Als je zijn naam in het Aramees schrijft dan is dat נרון קסר‎ NRON QSR dat de volgende cijfers geeft 50 200 6 50 100 60 200 met een totaal van 666.

Openbaring 14:8-11. Gevallen, gevallen is Babylon, die grote stad, die door haar ontucht alle volken de wijn van haar wellust heeft laten drinken.’ Zij werden gevolgd door een derde engel, die met luide stem riep: ‘Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken op zijn voorhoofd of zijn hand krijgt, zal hij de wijn van Gods woede moeten drinken, die onverdund in de beker van zijn toorn is geschonken. Hij zal in vuur en zwavel worden gepijnigd, onder de ogen van de heilige engelen en van het lam. En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid, en zij die het beest en zijn beeld aanbidden, hebben dag en nacht geen rust, evenmin als iemand die het merkteken van zijn naam ontvangt.

Uitleg: dit is de straf voor als je het beest aanbidt en het merkteken op je voorhoofd en hand krijgt. In plaats van de wijn van de wellust zul je de wijn van Gods woede moeten drinken.

Openbaring 15:2. En ik zag iets als een glazen zee, met vuur gemengd. En de overwinnaars van het beest, van zijn beeld, van zijn merkteken en van het getal van zijn naam stonden bij de glazen zee, met de citers van God.

Openbaringen 16:2. En de eerste (engel) ging en goot zijn schaal uit over de aarde, en er kwam een kwaadaardige en schadelijke zweer bij de mensen die het merkteken van het beest hadden en die zijn beeld aanbaden.

Openbaringen 19:20. En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt.

Openbaringen 20:4. En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, en die het beest en zijn beeld niet hadden aanbeden, en die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang.

Wat staat er in deze teksten in Openbaringen.
Zonder het merkteken of de naam of het getal van het beest kun je niet kopen of verkopen. Openbaringen 13:17-18.
Het merkteken krijg je op je voorhoofd of hand. Openbaringen 13:16 en 14: 9.
Het merkteken geeft de naam van het beest aan. Openbaringen 14:11.
Er zijn overwinnaars van het beest, het beeld, het merkteken en het getal van zijn naam. Openbaringen 15:2.
De mensen met het merkteken krijgen een schadelijke zweer. Openbaringen 16:2.
Het merkteken van het beest is iets wat je ontvangt en daardoor ben je ook kwetsbaar voor misleiding. Openbaringen 19:20 en 20:4.
Als je het merkteken niet hebt ontvangen mag je als koning regeren met Christus duizend jaar lang. Openbaringen 20:4.

Overwegingen

Als je op Jezus gaat vertrouwen ontvang je de Heilige Geest. Je kunt aan mensen zien dat de Heilige Geest in hen woont. Dat is ook een soort merkteken. Hoewel dat in de Bijbel niet zo wordt genoemd.

Sommigen vertalingen reppen over een stempel zoals ..
Efeziers 1:13b. En daarom bent u gemerkt als eigendom van God met het stempel van de heilige Geest die hij beloofd had. [Groot Nieuws Bijbel]. In het Grieks staat alleen het woord verzegelen. We zijn verzegeld door de Geest van God.

3.2 Gog in Magog.

Er zullen mensen zijn, die zullen wijzen op Gog en Magog. Er wordt over God en Magog gesproken in het boek Ezechiël in het Oude Testament. En

Gog, strongnummer H1463 wordt negen keer genoemd in Ezechiël 38 en 39. Er wordt ook eenmaal over een Gog gesproken, die van de stam van Ruben was.

De Gog van Ezechiël is de vorst van Mesech en Tubal.

De hele hoofdstukken bevatten een profetie over die Gog in het land van Magog, respectievelijk 23 en 29 verzen lang.

De vorst Gog uit het Noorden zal met andere volken het land Israël aanvallen. Maar dan zal de HEER voor Israël gaan strijden en zullen de legers van de volken worden weggevaagd.

Maar de strijd van Gog in het land van Magog zal volgens Openbaringen pas na de duizend jaar zijn als de Satan uit zijn gevangenis komt.

Ook Magog is ook de naam van een mens in de Bijbel. Het gaat dan om Magog, die een zoon is van Jafeth, de zoon van Noach. Strongnummer H4031. De nakomelingen van die Magog van Jafeth. In beide hoofdstukken van Ezechiël komt de naam Magog eenmaal voor. Het is e naam van een volk dat in een bepaalde streek woont.

In de Septuaginta, het door Joodse geleerden vertaalde Hebreeuwse Oude Testament in het Grieks, is ook Agag, de koning van de Amalekieten als Gog geschreven. De Amalekieten waren als geen ander volk de aartsvijanden van het volk Israël.

De strijd zal plaatsvinden als tegen een volk dat uit vele volken weer is samengebracht op de bergen van Israël, die lange tijd verlaten zijn geweest (Ezechiël 38:8 en 12). Het is ook een land van steden zonder muren (vers 11), hoewel er ook steden met muur zullen zijn (vers 20).

Er zijn twee perioden in de geschiedenis geweest dat de mensen van het volk Israël uit de volken terugkeerden naar het land Israël. De eeuwen, jaren voor Christus eerste komst op aarde. En sinds het begin van de vorige eeuw.

In de jaren rond het jaar 70 en 135 kwamen twee keer legers uit het Noorden, de Romeinse legioenen met hun soldaten uit allerlei volken uit het Noorden, naar Israël om het volk van de joden aan te vallen. Toen was er ook de gemeente, die heilig was en een God, die zijn geest uitgoot over het volk Israël. Maar misschien is er nog een tweede keer dat dit gebeurd.

Maar misschien gebeurt het nog een tweede keer. Zo gaat dat met profetieën.

In het Nieuwe Testament komen deze namen Gog en Magog beiden nog eenmaal voor en wel in het boek Openbaringen (woordnummers G1136 en G3098). Hier gaat het om legers, die Israël binnen vallen na de periode van duizend jaar.
Openbaringen 20:7-10. En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee. En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen. En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid. [HSV]

Als u meer over dit onderwerp wil weten dan verwijs ik naar excurs 6 Gog en Magog, van de Studiebijbel van het Oude Testament deel 11, van bladzijde 984 tot 991 met een verwijzing naar een twintigtal andere boeken.

3.3 Armageddon

Sommige sprekers noemen Armageddon als de plaats waar de grote slag in de eindtijd gaat plaats vinden. Is dat te vinden in de Bijbel?

Armageddon is het vergriekste woord voor het Hebreeuwse ‘har’, dat is heuvel of berg en de plaats Megiddo (‘har’ en Megiddo hebben de woordnummers H2022 en H4023).

In Israël ligt ten zuiden van de lijn Haifa Nazareth een behoorlijk grote vlakte wel zo’n dertig bij tien kilometer. die je verder nergens in Israël hebt. Megiddo ligt ongeveer in het midden van die vlakte aan de zuidkant op een heuvel tegen het Karmel gebergte. Daar begint de weg naar een pas door het Karmel gebergte. Zie kaartje hieronder.

Het zou wel een mooie plek zijn voor het laatste oordeel. Megiddo de rechterstoel. En daarvoor een vlakte waar miljoenen mensen op kunnen staan.

Vanwege de pas en de weg ligt Megiddo op een strategische plek. Er zijn daarom honderden oorlogen om geweest. De laatsten in 1918 en 1948.

De naam Megiddo komt elf keer voor in het Oude Testament. Het gaat nergens over ‘Har Megiddo’ zoals dat ook in het Nieuwe Testament staat. Her wordt als woonplaats genoemd. Wel gaat het eenmaal over de vallei van Megiddo (vallei is woordnummer H1237) in 2 Kronieken. Het gaat om koning Josia, die tegen de wil van God in gaat strijden met koning Necho en daardoor de dood vindt.
2 Kronieken 35:22-23. Josia keerde echter zijn gezicht niet van hem af, maar hij vermomde zich, om tegen hem te strijden. Hij luisterde niet naar de woorden van Necho op gezag van God, maar kwam om in het dal van Megiddo te strijden. De schutters schoten koning Josia echter neer. Toen zei de koning tegen zijn dienaren: Breng mij weg, want ik ben zwaargewond.

Zacharia 12:9-11. Op die dag zal het gebeuren dat Ik alle heidenvolken die tegen Jeruzalem oprukken, zal willen wegvagen. Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene. Op die dag zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn, zoals de rouwklacht van Hadad-Rimmon in het dal van Megiddo.

Uitleg: God zal de legers van de volken wegvagen. Dit kun je ook lezen in Openbaringen hieronder. Voor Israël een mooie profetie. Maar er zal ook rouw, lees wroeging zijn over wat ze God hebben aangedaan. Namelijk dat ze Jezus doorstoken hebben.

Als het woord vallei wordt gebruikt in de Bijbel staat er meestal bij welke vallei het betreft. In een aantal gevallen in het boek Ezechiël gaat het over de vallei in het algemeen.

Maar niet met de naam dal of vlakte van Megiddo. In het Oude Testament heet het dal of vlakte de naam vlakte van Jizreël. H6010 en H3157.

De vlakte van Jizreël kan ook de plek zijn van het oordeel over Israël.
Hosea 1:3-5. Hij ging en nam Gomer, een dochter van Diblaïm; zij werd zwanger en baarde hem een zoon. Toen zei de HEERE tegen hem: Geef hem de naam Jizreël, want nog even en Ik zal de bloedschulden van Jizreël vergelden aan het huis van Jehu, en Ik zal het koningschap van het huis van Israël wegdoen. Op die dag zal het gebeuren dat Ik de boog van Israël zal breken in het dal van Jizreël.

Over deze plaats wordt eenmaal in het Nieuwe Testament gesproken en wel in het boek van de Openbaringen. Het is het woord met nummer G717.
Openbaringen 16:12-16. En de zesde engel goot zijn schaal uit over de grote rivier, de Eufraat. En haar water droogde op, zodat de weg gereedgemaakt werd voor de koningen uit de richting waar de zon opgaat. En ik zag uit de bek van de draak, uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen. Dit zijn namelijk de geesten van de demonen, die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van de aarde en van de hele wereld, om hen te verzamelen voor de oorlog van de grote dag van de almachtige God. Zie, Ik kom als een dief. Zalig hij die waakzaam is en op zijn kleren acht geeft, zodat hij niet naakt zal rondlopen en men zijn schaamte niet zal zien. En hij verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Armageddon wordt genoemd.

(H2022 and H4023)

4. De eindtijd boeken en sprekers

Is er echt een routekaart voor de toekomst?

Er staan de Bijbel allerlei aanwijzingen voor de toekomst. Sommige mensen hebben daar een routekaartje voor gemaakt. Dit schema heb ik van een Goudse predikant gekregen.

Op dit schema staat een routekaart van 16 stappen. De stappen 1 tot en met 6 zijn in de geschiedenis al gezet. Stap 7 is het herstel van Israël. Niet iedereen beschouwt dit als het herstel dat in de Bijbel is beloofd.

Dit is in het kort hun verhaal. We leven in de eindtijd en dan komen de dingen van de wereld tot een afsluiting. We weten dat we bijna aan het eind zijn doordat wat is voorspelt juist nu gebeurt. Israël nu weer een land en een volk is geworden. Er gebeuren nu al rampen, maar binnenkort zullen er nog grotere rampen uitbreken. Men noemt dat de grote verdrukking. Op gegeven moment zullen de christenen worden opgehaald hier op aarde om verder in de hemel te leven. Hier op aarde wordt het dan nog veel erger. Dan komt Jezus terug , hij gaat de wereld regeren en dan volgt een periode van duizend jaar vrede.

Tijdens die duizend jaar zal de duivel zijn gebonden, maar hij zal daarna worden losgelaten. Er zal dan een grote strijd zijn waarbij definitief zal worden afgerekend met de duivel en zijn trawanten. En dan komt de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

5. Samenvatting.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.