Studie Eerstelingen en Pinksteren

Het derde feest in het jaar dat in de Bijbel wordt genoemd is het feest van de eerstelingen. Het feest dat wordt afgesloten met Shavouot, met Pinksteren.

Het paasfeest dat wij vieren heeft de meeste relatie met de eerste dag van het feest van de eerstelingen. Eerste dag? Zeker. 49 dagen lang was er een plechtigheid waarbij een eersteling van de oogst werd geofferd en op de vijftigste dag, Pinksteren, dit woord betekent ook vijftigste, is de afsluiting van dat feest

We beginnen met de instelling van het feest. En de onderdelen die daarbij aan de orde zijn. De schoof, de schoof als het offer, de telling van de dagen. Daarna wat er over Shavuot is geschreven.

Daarna nog een afzonderlijke deel over het begrip eersteling. Een belangrijk onderwerp in de Bijbel , dat ook te maken heeft met Jezus. De eersteling uit de doden.

De instelling van eerstelingenfeest.

Het feest wordt in Leviticus 23 beschreven.

Hier eerst de aanloop voor de beschrijving van het feest.
Leviticus 23: 4-8. Dit zijn de hoogtijdagen van de HEER, die je als ​heilige​ dagen​ samen moet vieren, elk op de aangewezen tijd: Op de veertiende dag van de eerste maand wordt ter ere van de HEER het pesachoffer bereid, in de avondschemer. En op de vijftiende dag van die maand begint ter ere van de HEER het ​feest van het Ongedesemde brood: zeven dagen lang moeten jullie dan ongedesemd brood eten. De eerste dag moet je als ​heilige​ dag samen vieren; je mag dan niet werken. Elk van de zeven dagen moeten jullie de HEER een offergave aanbieden. De zevende dag moet je opnieuw als ​heilige​ dag samen vieren, en ook dan mag je niet werken.

En hier de beschrijving van het feest zelf.
Leviticus 23: 9-16. De HEER zei tegen ​Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Wanneer jullie eenmaal in het land zijn dat ik jullie zal geven en je daar de oogst binnenhaalt, moeten jullie de eerste ​schoof​ van je gersteoogst naar de ​priester​ brengen. De ​priester​ moet de ​schoof​ ten overstaan van de HEER omhoogheffen opdat die als ​offer​ zal worden aanvaard. De ​priester​ moet de ​schoof​ omhoogheffen op de dag na de ​sabbat. Op de dag dat de ​schoof​ wordt aangeboden, moeten jullie ook een eenjarige ram zonder enig gebrek als ​brandoffer​ aan de HEER opdragen, met het bijbehorende ​graanoffer​ van twee tiende efa tarwebloem vermengd met ​olijfolie, als een geurige gave die de HEER behaagt, en het bijbehorende ​wijnoffer​ van een kwart ​hin​ ​wijn. Tot op de dag dat deze gave aan jullie God is gebracht, mag je geen brood, geroosterd graan of vers graan eten. Deze bepaling blijft voor jullie voor altijd van kracht, generatie na generatie, waar je ook woont. Vanaf die dag na de ​sabbat, vanaf de dag dat de ​schoof​ omhooggeheven is, moeten zeven volle weken worden afgeteld, tot de dag na de zevende ​sabbat. Vijftig dagen moeten jullie aftellen, en dan moeten jullie de HEER een ​graanoffer​ aanbieden uit de nieuwe tarweoogst.

Uit de context van het tweede deel van de tekst blijkt dat er moest worden geofferd op de dag na de sabbat van het pesachfeest.

Het was een beweegoffer, oftewel een omhoog hef offer. Het offer bestond uit een schoof van de gerstenoogst en een eenjarig ram zonder gebrek offeren.

De schoof, het offer en de telling.

Allereerst het woord voor schoof, omer, het woord voor beweegoffer, en het woord voor tellen.

Nr. Woord Soort woord Strong Opmerkingen:
1. עֹמֶר `omer Zelfstandig naamwoord mannelijk H6016 Schoof.
Komt veertien keer voor in veertien verzen.
KJV: sheaf (8x), omer (6x).
2. תְּנוּפָה tĕnuwphah Zelfstandig naamwoord vrouwelijk H8573 Beweegoffer.
Komt 30 keer voor in 28 verzen.
KJV: wave offering (14x), wave (8x), offering (6x), shaking (2x)
3. סָפַר caphar Zelfstandig naamwoord mannelijk en werkwoord H5608 Telling of tellen.
Komt 161 keer voor in 154 verzen.
KJV: scribe (50x), tell (40x), declare (24x), number (23x), count (6x), shew forth (5x), writer (4x), speak (2x), accounted (1x), commune (1x), told out (1x), reckon (1x), penknife (with H8593) (1x), shewing (1x), talk (1x).

Pinksterfeest Chag Shavuot

Er komt in het Oude Testament het woord sjabuwa voor, dat gaat over een groep van zeven. Vier of vijf keer schrijft dit boek ook over een feest: een chag sjavoeot voor. In het Nieuwe Testament heet dit feest pentekoste, dat je met Pinksterfeest kunt vertalen.

Nr. WoordSoort woord Strong Opmerkingen:
1. שָׁבוּעַ shabuwa` Zelfstandig naamwoord mannelijk H7620Groep van zeven.
Komt 20 keer voor in 17 verzen.
KJV: week (19x), seven (1x).
  שָׁבֻעֹת֙ חָג chag shabuot Combinatie H2282 H7620Feest van zevens.
Komt vijf keer voor.
2. πεντηκοστή pentēkostē Zelfstandig naamwoord vrouwelijk G4005 SB3477 De vijftigste, Pinksterfeest. Komt drie keer voor in drie verzen.
KJV: Pentecost (3x).

Het woord שָׁבוּעַ shabuwa` komt van שֶׁבַע sheba` wat het woord is voor het getal zeven. Shabuwa is het woord voor een groep van zeven. Je kunt er een groep van zeven dagen mee aangeven of ook een groep van zeven jaren.

Je hebt ook een feest van zeven keer zeven dagen: de ‘chag shavoeot’. Het woord ‘shavoeot’ is een meervoud van het woord שָׁבוּעַ shabuwa`. Het is het feest van zeven groepen van groepen van zeven dagen.

Een periode van zeven dagen noemen we in Nederland een week, maar in het Hebreeuws heet dat zeven dagen. Als wij ‘na een week’ zeggen, dan zeggen zij ‘na zeven dagen’.

Misschien is dat de reden dat de Nederlandse vertalingen van de Bijbel niet met Pinksterfeest vertalen maar niet maar met Wekenfeest. Dat heeft wel het nadeel dat je niet de relatie legt met het Pinksterfeest. Niet goed. Zo zou je kunnen denken dat het Pinksterfeest zo’n 2000 jaar geleden er voor het eerst was. Terwijl er toen al zo’n 1480 eerdere Pinksterfeesten waren geweest. Dat Pinksterfeest 2000 jaar geleden was een bijzonder Pinksterfeest. Dat wel.

Bij de NBV zou je bij het vertaalwerk kunnen denken aan kwade trouw omdat ze zowel in het apocrieve boek Tobit als in 2 Makkabeeën wel met pinksterfeest vertalen. En dan in het Oude Testament met het weinig zeggende wekenfeest.

In de Griekse vertaling van het Oude Testament en in het Nieuwe Testament wordt dit feest Pentacoste wordt genoemd. Dat betekent vijftigste. Het is feest van de vijftigste dag, de dag na de zeven groepen van zeven dagen.

Hieronder staan de vijf teksten waar het begrip ‘chag shavoeot’ in voorkomt.

Exodus 34:22. Vier het Wekenfeest wanneer je de eerste opbrengst van de tarweoogst binnenhaalt, en het Inzamelingsfeest wanneer het jaar ten einde loopt. 

Deuteronomium 16:9-10. Zeven weken moet u aftellen: zeven weken nadat de eerste sikkel in het koren is gezet moet u voor de HEER, uw God, het Wekenfeest vieren, zo uitbundig als uw vrijwillige gaven het toelaten, naar de mate waarin de HEER, uw God, u zegent.

Deuteronomium 16:16-17. Driemaal per jaar moeten alle mannen dus voor de HEER, uw God, verschijnen op de plaats die hij zal kiezen: voor het feest van het Ongedesemde brood, het Wekenfeest en het Loofhuttenfeest. Ze mogen daar niet met lege handen komen; ieder moet geven naar de mate waarin de HEER, uw God, hem heeft gezegend.   

2 Kronieken 8:13. Daar bracht hij de offers die Mozes had voorgeschreven voor sabbat, nieuwemaan en de drie grote jaarlijkse feesten: het feest van het Ongedesemde brood, het Wekenfeest en het Loofhuttenfeest.

In deze laatste tekst verwijst ‘chag shavoeot’ naar de zeven dagen dat het Pesach feest wordt gevierd.
Ezechiël 45:21. Op de veertiende dag van de eerste maand moeten jullie ​Pesach​ vieren, het feest waarop er zeven dagen lang ongedesemd brood gegeten wordt.

Dan is er nog een tekst waarin in de vertaling het Wekenfeest wordt genoemd, maar waar het feest niet in het Hebreeuws staat.
Numeri 28:26. Ook de dag van de eerste opbrengst, de dag van het Wekenfeest, waarop u de HEER een graanoffer uit de nieuwe oogst aanbiedt, moet u als heilige dag samen vieren; u mag dan niet werken.

De Statenvertaling vertaalt deze tekst meer letterlijk: Evenzo op de dag der eerstelingen, als gij een nieuw spijsoffer aan de Heere zult ​offeren​ naar uw ​weken, zult gij een ​heilige​ samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Het feest van Sjavoeot als je de eerste opbrengst van de tarweoogst binnenhaalt. Exodus.

Het feest van Sjavoeot is na zeven keer zeven dagen. Je offert 49 dagen een deel van de oogst. Deuteronomium 16:10.

De mannen komen drie keer per jaar bijeen op de plaats, die de HEER aan zal wijzen. En inderdaad met een offergave. Deuteronomium 16:16.

Koning Salomo bracht bij de inwijding van de tempel ook de offers voor het feest van Sjavoeot. 2 Kronieken 8.

Wat is er op zo’n feestdag te doen? Er waren offers te brengen. En in ieder geval een heilige samenroeping. Numeri 28

Pinksterfeest in het Nieuwe Testament.

Het woord pentēkostē, dat wij hebben vertaald met pinksterfeest, is de vrouwelijke vorm van het bijvoeglijk naamwoord ‘pentekostos’ dat vijftigste betekent. In die Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta, gebruikte men ook al het woord pentēkostē. De schrijvers van het Nieuwe Testament hebben dit woord overgenomen. Blijkbaar was de verwijzing naar de zevens niet belangrijk genoeg om met iets anders te vertalen.

Hier de drie teksten waar het woord pentecoste in voorkomt.

Handelingen 2:1. Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar.
Handelingen 20:16. Paulus had namelijk besloten Efeze voorbij te varen om te voorkomen dat hij in Asia zou worden opgehouden. Hij wilde als het maar enigszins mogelijk was op het Pinksterfeest in Jeruzalem zijn.
1 Korintiërs 16:8. Tot het Pinksterfeest ben ik in Efeze, want de deur staat hier wijd open voor mijn werk, hoewel er ook veel tegenstanders zijn.

Bij de laatste twee teksten speelt het Pinksterfeest alleen een rol in de planning van Paulus. De laatste tekst zal wel in de tijd eerder zijn geweest dan de voorlaatste tekst. Eerst was Paulus die tijd van Pinksteren zo’n vijftig dagen tijd van bezinning in Efeze. En later vermijdt Paulus juist om via Efeze te gaan. Anders verwachten ze wellicht dat hij mogelijk weer zo’n mooie periode bij hen langs komt.

De regel van de wet was dat men drie keer per jaar naar Jeruzalem ging voor de feesten, maar naarmate mensen verder van Jeruzalem af gingen wonen moesten mensen dat wel beperken. Een bezoek aan Jeruzalem is aan te bevelen, maar als dat niet goed uitkomt, nou ja, dan dat jaar niet. Je ziet het ook bij Paulus, hij wilde er een keer bij zijn, bij een Pinksterfeest.

De eerste tekst in Handelingen 2 gaat over dat bijzondere Pinksterfeest. Het was een afsluiting van een periode van onderwijs van de opgestane Heer aan de discipelen. Tegen het eind van de periode ook nog de hemelvaart en dan nog tien dagen bidden in afwachting op de Heer. Zie de teksten hieronder.

In Galilea zou verder het onderwijs van Jezus zijn tussen zijn opstanding en Pinksteren. Jezus had het voor zijn dood al aangekondigd.
Marcus 14:26-28. Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de ​Olijfberg. Jezus​ zei tegen hen: ‘Jullie zullen allemaal ten val komen, want er staat geschreven: “Ik zal de ​herder​ doden, en de schapen zullen uiteengedreven worden.” Maar nadat ik uit de dood ben ​opgewekt, zal ik jullie voorgaan naar Galilea.’

Daarna lezen we de werkelijkheid.
Matteüs 28:5-10. De ​engel​ richtte zich tot de vrouwen en zei: ‘Wees niet bang, ik weet dat jullie ​Jezus, de gekruisigde, zoeken. Hij is niet hier, hij is immers ​opgestaan, zoals hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar hij gelegen heeft. En ga nu snel naar zijn ​leerlingen​ en zeg hun: “Hij is ​opgestaan​ uit de dood, en dit moeten jullie weten: hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien.” Dat is wat ik jullie te zeggen had.’ Ontzet en opgetogen verlieten ze haastig het ​graf​ om het aan zijn ​leerlingen​ te gaan vertellen. Op dat moment kwam ​Jezus​ hun tegemoet en groette hen. Ze liepen op hem toe, grepen zijn voeten vast en bewezen hem eer. Daarop zei ​Jezus: ‘Wees niet bang. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan, daar zullen ze mij zien.’

Matteüs 28:16-20. De elf ​leerlingen​ gingen naar Galilea, naar de berg die ​Jezus​ hun had genoemd, en toen ze hem zagen bewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog. Jezus​ kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op ​weg​ en maak alle volken tot mijn ​leerlingen, door hen te ​dopen​ in de naam van de Vader en de Zoon en de ​heilige​ Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’

Als we de evangeliën lezen dan zien we eerst verschijningen rond Jeruzalem. Denk bijvoorbeeld ook aan de Emmaüsgangers. Daarna is Jezus aan diverse mensen verschenen in Galilea o.a. aan de elf discipelen. Paulus verhaalt zelfs aan 500 mensen, die deels toen nog in leven waren. En daarna waren de discipelen weer terug in Jeruzalem, de tijd van hemelvaart en Pinksteren.

Hier de tekst van Paulus over de verschijning van de 500.
1 Korintiërs 15:3-8. Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat ​Christus​ voor onze ​zonden​ is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat hij is ​begraven​ en op de derde dag is ​opgewekt, zoals in de Schriften staat, en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf ​leerlingen. Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven. Vervolgens is hij aan ​Jakobus​ verschenen en daarna aan alle ​apostelen. Pas op het laatst is hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was.

Jezus verschijningen stopten niet met het Pinksterfeest. Ook aan Paulus verscheen hij. En er zijn talloze andere getuigenissen van zijn verschijningen. Soms een indruk, een beeld, een stem, maar altijd indrukwekkend.

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Wat ik van deze teksten leer is dat het Pinksterfeest een periode is. Zoals wij in de kerk de advent en de lijdenstijd hebben als periode.

Het was me nooit opgevallen hoe intens in die Pinkstertijd het contact van Jezus met zijn vele discipelen was. Dat heb ik geleerd.

En verder let op het zuurdesem van de vertalers, die soms een andere willen geven, dan er in de tekst staat.

Eerstelingen

Wat de Bijbel over eerstelingen schrijft zou je een principe kunnen noemen. Je zou het ook een concept of een begrip kunnen noemen. Het is iets wat voor ons leven belangrijk is, want de Bijbel spreekt er alleen al in het Oude Testament meer dan 150 keer over.

Aan dit principe kun je in het Nederlands allerlei woorden geven. Inderdaad eerstelingen, maar ook eerste vruchten, het eerste van de oogst of de eerstgeborenen.

De wortel van het principe is het werkwoord בָּכַר bakar. Dat kun je vertalen met ‘als eerste ontstaan’. Van dit werkwoord zijn diverse zelfstandig naamwoorden afgeleid.

NrWoord Soort woord Strong Opmerkingen:
1. בָּכַר bakar Werkwoord H1069 De eerst geboren zijn.
Komt 4 keer voor in 4 verzen. KJV: firstborn (1x), new fruit (1x), firstling (1x), first child.
2.בְּכוֹר bĕkowr Zelfstandig naamwoord vrouwelijk H1060 Eerstgeboren.
Komt 117 keer voor in 96 verzen.
KJV: firstborn (101x), firstling (10x), eldest (4x), firstborn (with H1121) (1x), eldest son (1x).
3. בִּכּוּר  bikkuwr Zelfstandig naamwoord
mannelijk meervoud
H1061 Eerste vruchten.
Komt 18 keer voor in 16 verzen KJV: firstfruit (14x), firstripe (2x), firstripe figs (1x), hasty fruit (1x).
4.בְּכוֹרָה  bĕkowrah Zelfstandig naamwoord vrouwelijk H1062 Eerstgeboren of eerstgeboorterecht.
Komt 15 keer voor in 14 verzen. KJV: birthright (9x), firstling (5x), firstborn (1x).
5.בִּכּוּרָה bikkuwrah Zelfstandig naamwoord vrouwelijk H1063 Eerstgeboren dochter.
Komt 2 keer in 2 verzen voor. KJV: firstripe (1x), firstripe fruit (1x).
6.בִּכּוּר רֵאשִׁית bikkuwr re’shiyth Combinatie H1061 H7225 Eerste begin of allereerste. Deze combinatie komt drie keer voor.
7.ἀπαρχή aparchē Zelfstandig naamwoord vrouwelijk G536 SB492 Eersteling.
Komt 8 keer voor in 8 verzen. KJV: firstfruits (8x).

Het begrip eersteling in het Nieuwe Testament

Het woord eersteling ἀπαρχή aparchē komt ook in het Nieuwe Testament voor. De NBV vermijdt jammer genoeg het begrip eersteling een gaat omschrijven. Hieronder alle acht teksten in een andere vertaling.

Romeinen 8:23. En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wijzelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam. [HSV]
Romeinen 11:16. En als de eerstelingen heilig zijn, dan het deeg ook, en als de wortel heilig is, dan de takken ook. [HSV]
Romeinen 16:5. Groet mijn geliefde Epenetus, die de eersteling is voor Christus van Achaje. [HSV]

1 Korintiërs 15:20. Maar nu, Christus ís opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn. [HSV]
1 Korintiërs 15:23. Ieder echter in zijn eigen orde: Christus als Eersteling, daarna wie van Christus zijn, bij Zijn komst. [HSV]
1 Korintiërs 16:15. En ik roep u ertoe op, broeders – u weet dat het huis van Stefanas de eersteling van Achaje is en dat zij zichzelf ten dienste van de heiligen beschikbaar hebben gesteld – [HSV]

2 Tessalonicenzen 2:13. Maar wij behoren God te allen tijde om u te danken, door de Here geliefde broeders, dat God u als eerstelingen Zich verkoren heeft tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid. [NBG]

Jakobus 1:18. Naar zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen. [NBG]

Openbaring 14:4. Zij zijn het die niet met vrouwen bevlekt zijn, want zij zijn maagden. Dezen zijn het die het Lam volgen waar Het ook naartoe gaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen, als eerstelingen voor God en het Lam. [HSV]

Wat kunnen we van deze teksten leren?
Wij hebben de eerstelingen van de Geest ontvangen. Romeinen 8. Er komt nog veel meer dus!
Als de eerstelingen heilig zijn, dan ook waartoe ze behoren. Romeinen 11.
Jezus Christus was dé eersteling. 1 Korintiërs.
Ook mensen, die al eerste in een stad of streek tot geloof komen worden eersteling genoemd. Romeinen en 1 Korintiërs.
Als gemeente van Christus in onze tijd zijn we eerstelingen. Tessalonicenzen, Jakobus en Openbaringen.

We willen weer opnieuw van Jezus leren. Hij gaf lessen voor een goed leven.